CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief aan stuurgroep Dhr Schatorje Mss

Commissie Samenleving 20 januari 2026, gemeente BergenBij agendapunt: Mondelinge beantwoording openstaande vragen met betrekking tot de Mutsaersstichting;7.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “toegelicht”: 26

Verzonden per e-mail: f.schatorje@venlo.nl Bestuurlijke stuurgroep Mutsaersstichting T.a.v. de heer F. Schatorjé CC: de heer M. Swagerman: maartenswagerman@lysiasadvies.nl

Datum Ons kenmerk

7 november 2025 156656

Onderwerp

Mutsaersstichting

Geachte heer Schatorjé, De gemeenteraad van gemeente Bergen heeft op 9 juli 2024, besloten geen financiële steun te verlenen aan de Mutsaersstichting. Voorafgaande aan voornoemd raadsbesluit heeft het college op 7 juni 2024 een lijst met vragen opgesteld met het verzoek aan de ‘Bestuurlijke stuurgroep herstelplan MSS’ hierop te antwoorden. Op 14 juni 2024 heeft u namens de bestuurlijke stuurgroep een antwoord geformuleerd. Na het besluit van onze gemeenteraad om geen financiële steun te verlenen aan de Mutsaersstichting en het schriftverkeer over en weer in juni 2024, is het enige tijd stil geweest. Recent speelt de kwestie weer op en is (mede) aan de raad wederom het verzoek neergelegd te heroverwegen om financieel toch te gaan bijdragen. Om een weloverwogen advies aan onze gemeenteraad te kunnen voorleggen, is gedegen onderzoek noodzakelijk in de stand waarin de gehele kwestie rondom al dan niet steun verlenen, zich op dit moment bevindt. Wij constateren evenwel dat op onze brief van 7 juni 2024, niet al onze vragen (voldoende) zijn beantwoord. Ook hebben wij een aantal nieuwe vragen. In de bijlage treft u aan, onze lijst met vragen (7 juni 2024), gevolgd door uw antwoord hierop (14 juni 2024 – cursief -) en daarna onze opmerkingen/vragen naar aanleiding van uw antwoord in blauw. Wij streven naar transparantie.

Wij zouden het dan ook zeer op prijs stellen indien u onderhavig schrijven met alle betrokken partijen zou willen delen. Uw schriftelijke reactie zien wij met belangstelling tegemoet.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Bergen (L), {{esl:Signer1:capture:size(200,50)}}

H.H.M. Timmermans Secretaris

{{esl:Signer2:capture:size(200,50)}}

M.H.D. Rauner Burgemeester

Deze brief is niet voorzien van een handtekening. In een formele en beveiligde omgeving is vastgelegd dat de beslissingsbevoegden akkoord zijn met de inhoud van dit document en de verzending daarvan. Bijlage: 1

Pagina 1 van 13

Bijlage bij brief van 7 november 2025 Lijst met vragen d.d. 7 juni 2024. Uw antwoord hierop d.d. 14 juni 2024. Onze opmerkingen

Uitgangspunten voor de toetsing van het continuïteitsplan zijdens ons college en aansluitend onze vragen t.b.v. de raad: Kritische benadering inzake het opgeleverde Herstelplan c.q. Continuïteitsplan Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de continuïteit van de zorg, maar niet verantwoordelijk voor de instandhouding van (commerciële) zorginstellingen. Het lijkt er nu op dat gemeenten impliciet toch deze (commerciële) zorginstellingen in stand moeten gaan houden. Vraag Bergen: kunt u gemotiveerd aangeven waarom de stuurgroep meent dat van het ‘in standhouden van zorginstellingen’ in casu uitdrukkelijk géén sprake zou zijn? Antwoord Stuurgroep: De regionale projectorganisatie heeft voor dit proces steeds een tweeledige doelstelling gehanteerd: continuïteit van zorg en behoud van medewerkers voor het primaire proces van de jeugdzorg. Daarmee heeft de stuurgroep er bewust voor gekozen dat het instandhouden van een zorginstelling geen doel op zich zou worden. Dat laat echter onverlet dat voor het bereiken van de genoemde doelstellingen steun verlenen aan een zorginstelling wel een geëigende middel kan zijn Dat is de afweging die in het geval van de Mutsaersstichting aan de orde is. Nieuwe vraag Bergen: tot 1 januari 2025 zien mogelijke verplichtingen enkel op de ‘cruciale jeugdzorg’ (convenant ‘Bevorderen Continuïteit Jeugdhulp* d.d. 25-6-2021 met het daarbij behorende draaiboek).

Per 1 januari 2025 geldt de Instemmingsverklaring tot verlenging van het convenant ‘Bevorderen Continuïteit Jeugdzorg’ met enkele wijzigingen * d.d. januari 2025). *Toelichting: partijen bij het convenant ‘Bevorderen Continuïteit Jeugdzorg’ d.d. 26-6-2021 en de Instemmingsverklaring tot verlenging met enkele wijzigingen van het convenant ‘Bevorderen Continuïteit Jeugdzorg d.d. januari 2025 waren: Branches gespecialiseerde zorg voor jeugd/De Nederlandse GGZ/ Jeugdzorg Nederland/Vereniging Nederlandse Gemeenten/Nederlandse Zorgautoriteit/Vereniging Gehandicaptenzorg/Ministerie van Justitie en Veiligheid/Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport/Jeugdautoriteit.

Onder cruciale jeugdzorg verstaat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: jeugdhulp waarvoor door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een landelijk raamcontract is afgesloten de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering gesloten jeugdhulp zorg voor jeugdigen in orthopedagogische behandelcentra verplichte zorg zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor – jeugdigen pleegzorg verslavingszorg voor jeugdigen forensische zorg De inkoop van Jeugdzorg via de MGR Noord- en Midden Limburg (waaronder ook de ingekochte zorg bij de Mutsaersstichting) ziet slechts op een klein gedeelte van ‘soorten’ zorg waarvoor volgens het convenant continuïteit van zorg zou moeten worden gegarandeerd door gemeenten (zie bovenstaande opsomming door het ministerie van VWS). Terzijde: Op slechts een enkel (klein) gebied levert de Mutsaersstichting unieke/specialistische zorg die wellicht niet door een andere zorgaanbieder in de regio zou kunnen worden geleverd. Bijvoorbeeld Crisis Jeugdzorg. Let wel: Crisis Jeugdzorg sec valt overigens niet onder het begrip cruciale Jeugdzorg zoals geformuleerd door het ministerie van VWS en daarmee ook niet onder het convenant. Bij het plots wegvallen van deze specifieke zorg volgt dit in het kader van

Pagina 2 van 13

continuering van zorg immers een geheel andere route, namelijk conform een rechtstreekse vangnetregeling via VWS.

Kan de stuurgroep, gezien het voorgaande, daarom toelichten waarom er in het specifieke geval van de Mutsaersstichting er tóch voor heeft gekozen om het gehele programma en daarmee tevens de gehele organisatie van de Mutsaersstichting financieel overeind te houden in het kader van continuering van de jeugdzorg? Waarom treedt de stuurgroep ver buiten de kaders van het convenant? Even los van de vraag of gemeenten afzonderlijk überhaupt aan het convenant zouden zijn gebonden? Wij kunnen dit nog steeds niet plaatsen. Nieuwe vraag Bergen: Gemeenten staan primair niet aan de lat voor het ‘behoud van medewerkers’. Voor gemeenten is deze doelstelling ons inziens dus niet tweeledig. De gemeenten zijn in beginsel verantwoordelijk voor de ‘inkoop van jeugdzorg’ tegen ‘reële tarieven’. In hoeverre heeft de stuurgroep bij het overleggen van het continuïteitsplan, de JA/ NZa en VWS op hun verantwoordelijkheden aangesproken en deze problematiek rechtstreeks aldaar neergelegd (vroeg signalering heeft niet gewerkt)? Dit geldt eens te meer omdat enkel zij, in een vroeg stadium, wél inzage in de financiën kunnen afdwingen bij zorgaanbieders (van cruciale zorg) tot en met trede 3.

Wat ging er mis in deze vroeg signalering? De verzochte steun bestaat voor het overgrote deel uit het betalen van de salarissen van het personeel van de Mutsaersstichting, hetgeen betekent dat de steun min of meer rechtstreeks is bedoeld voor het in standhouden van de Mutsaersstichting met betrekking tot de bedrijfsvoering van een commerciële instelling. Kennelijk is dit niet goed gebeurd. Wat is de stand nu? Zijn er momenteel achterstanden in het betalen van salarissen? Het Herstelplan van 25 maart 2024 (trede 3) is zonder nadere toelichting één op één omgezet in een continuïteitsplan (trede 4) (hierna te noemen: plan). Dit terwijl er nadien toch cruciale nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen, die maken dat de haalbaarheid van het plan ons inziens onder druk is komen te staan. De haalbaarheid is evenwel niet opnieuw getoetst. Vraag Bergen: komt er op zeer korte termijn nog een herziening van het plan waarin onder meer alle laatste ontwikkelingen zijn meegenomen? Zo nee: waarom acht de stuurgroep dit niet noodzakelijk? Antwoord Stuurgroep: Er komt geen herziening van het plan omdat de feiten niet van dien aard zijn dat een herziening van het plan aan de orde zou moeten zijn of tot een andere bestuurlijke afweging zou leiden. Wel heeft de stuurgroep de Mutsaersstichting gevraagd om een updatete geven van de consequenties van de gewijzigde taxaties van het vastgoed.

Zie daarvoor de RI die wordt verspreid. Nieuwe vraag Bergen: Ondertussen is ‘Grijp ’t leven’ failliet verklaard. Deze entiteit behoorde tot het concern van de Mutsaersstichting. De vordering die de Mutsaersstichting heeft op Grijp ’t leven bedraagt naar verluidt ca. 600k-1miljoen en lijkt daarmee verloren te gaan. Zijn alle entiteiten die onderdeel uitmaken van de Mutsaersstichting destijds wel voldoende op hun financiële gezondheid getoetst? Dit geldt eens te meer vanwege het feit dat de Mutsaersstichting gedurende de afgelopen tijd, wellicht tegen beter in, toch gelden is blijven steken in deze onderneming. Hoe verklaart de stuurgroep, ondanks de monitoring door Lysias, dit faillissement? Hadden bepaalde entiteiten (deelnemingen) niet al eerder moeten worden afgestoten? Zijn er nog meer onderdelen van het concern van de Mutsaersstichting, die op dit moment financieel niet gezond zijn en wellicht voortijdig (alsnog) afgestoten moeten worden? De Stuurgroep wijst erop dat in het plan en de voorstellen risico’s zijn benoemd en dat het vrijwel zeker is dat zich de komende tijd (ook impactvolle) nieuwe ontwikkelingen zullen voordoen. Dat is inherent aan dit type van processen. Daarom hecht de

Pagina 3 van 13

stuurgroep ook juist belang aan de inrichting van een goed monitoringsinstrumentarium, zodat kan worden bijgestuurd. -

Het plan is mede gebaseerd op de bevindingen van PWC. De waarde van het OG blijkt achteraf van veel lagere waarde (waarbij zij opgemerkt dat achteraf ook is gebleken dat er ook nagenoeg geen zekerheden kunnen worden gevestigd). Dit roept bij het college vraagtekens op over de betrouwbaarheid en validiteit van het financiële onderzoek en daarmee ook de vraag of de haalbaarheid van het plan (nog steeds) reëel is. Vraag Bergen: kunt u aangeven waarom de stuurgroep van mening is dat vaststelling van een achteraf veel lagere waarde van het OG niet van invloed is op de uiteindelijke haalbaarheid van het plan en het dus daarom niet nodig zou zijn, de haalbaarheid van het plan opnieuw te toetsen? Antwoord stuurgroep: Zie ook eerdere antwoord. Nieuwe vraag Bergen: deze vraag is onvoldoende beantwoord. De (over)waarde van het OG zou als onderpand voor de door de gemeente verstrekte (subsidie)leningen kunnen dienen. De substantieel lagere waarde van het OG en de hypotheek bij de Rabobank als 1e hypotheekhouder, betekent dat er voor de gemeenten nagenoeg geen onderpand is en de leningen op termijn zullen moeten worden kwijtgescholden (conform de overeenkomst tussen de deelnemende gemeenten en de Mutsaersstichting).

Het had op de weg van PWC gelegen om voortijdig onderzoek te doen naar de werkelijke waarde van het OG en dit niet pas te constateren, toen het continuïteitsplan al zo goed als gereed was en werd medegedeeld aan de gemeenten die uitdrukkelijk werden verzocht hoe dan ook steun te verlenen. Daarom nogmaals de vraag onzerzijds; is voldoende onderzocht of deze opgetuigde constructie niet enkel ‘uitstel van executie is’? Met andere woorden is/was het advies van PWC destijds betrouwbaar/valide? Geeft dit aanleiding om op dit moment te heroverwegen of faillissement (en een eventuele doorstart) op dit moment geen betere optie is? Mede gezien het feit dat het op dit moment onzeker is of de lening van 3 miljoen van het Rijk wellicht niet (op tijd) aan het Rijk kan worden terugbetaald? Dit is mede van belang omdat nu nog niet alle voorschotten aan de Mutsaersstichting zijn betaald. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald? Vraag Bergen: zijn er nog schulden bij de Ontvanger? Zo ja, hoe hoog zijn deze? Antwoord stuurgroep: De schulden die er zijn, zijn inzichtelijk gemaakt in het continuïteitsplan. Met het betalen van de ASK kunnen de huidige schulden afgelost worden zoals ook toegelicht in het continuïteitsplan.

Tarieven In de ‘bijpraatbijeenkomsten’ welke zijn georganiseerd door Lysias, is aangegeven dat diverse via de vorige aanbesteding vastgestelde huidige tarieven, te laag zijn en deze tarieven kunnen, juridisch gezien, niet worden aangepast tot de eerstvolgende aanbesteding in 2026. (Zie hiervoor ook de adviezen van Stibbe) Vraag Bergen: tarieven zijn nu al niet altijd kostendekkend. In hoeverre heeft dit geconstateerde feit invloed op de haalbaarheid van het plan (lees: hoe groot is deze verliespost per maand/per jaar, dit uitdrukkelijk los van de overige kosten zoals bijvoorbeeld kosten voor bedrijfsvoering/ personeel, etc.? Tarieven en daarmee de opbrengstenkant zouden immers (tot 2026 – nieuwe aanbesteding-) geen verliespost mogen zijn om de haalbaarheid van het plan te kunnen garanderen. Antwoord Stuurgroep: De huidige tarieven zijn ingerekend in het huidige continuïteitsplan. Dit is dus meegenomen in het plan. Het plan ziet er op toe dat de Mutsaersstichting werkt aan hun kostprijs zodat reële tarieven dekkend zijn.

Nieuwe vraag Bergen: kan de stuurgroep aangeven of de thans overeengekomen nieuwe tarieven per 1 januari 2026 zullen leiden tot een financieel gezonde Mutsaersstichting zowel op de korte als op de lange termijn? Met andere woorden, zijn de nieuwe overeengekomen tarieven wél kostendekkend? Second opinion door onafhankelijk accountant Het college heeft vanaf januari 2024 de vraag gesteld of het mogelijk is om een onafhankelijke accountant om een second opinion te verzoeken. Dit werd eerder geweigerd omdat sprake was van trede 3. Thans is sprake van trede 4.

Pagina 4 van 13

Vraag Bergen: kan nu wel om een second opinion worden verzocht door de gemeenten, omdat nu sprake is van trede 4? Zo nee: waarom niet? Is hiervoor nog voldoende tijd? Antwoord stuurgroep: De stuurgroep herkent de weergaven van de argumenten niet. Er is geen sprake geweest van een weigering omdat sprake was van trede 3. In de beantwoording van het eerdere verzoek van uw college is beargumenteerd waarom een dergelijke stap niets toevoegt. De stuurgroep beschouwt een second opinion van een accountant als verspilling van gemeenschapsgeld, omdat het feitelijk zou neerkomen op een stapeling van ‘second opinions’ aangezien: 1. De Mutsaersstichting bij het opstellen van het plan gebruik heeft gemaakt van inzet door PWC en Buren Legal. Beide bureaus hebben eigen kwaliteitskeurmerken waaraan ze (moeten) voldoen waardoor er ingestaan kan worden voor kwaliteit voor wat er is opgeleverd. 2. Er is een structuur binnen de regionale samenwerking afgesproken waarbij gemeenten zowel inhoudelijk, financiële als juridische toetsing doen. Daarvoor zijn ambtenaren vanuit gemeenten aanwezig, aangevuld met ingehuurde medewerkers vanuit verschillende bureaus die vanuit hun expertise bijdragen (zowel als onderdeel van de juridische als financiële werkgroep). 3. De JeugdAutoriteit en de inspectie Gezondheidszorg en jeugd hebben beide een oordeel geveld over het plan. 4.

Onderdeel van de financiering is een subsidie cruciale jeugdhulp lening vanuit de Rijksoverheid. Daar wordt ook door het ministerie een toets gedaan op het gehele continuïteitsplan en de onderbouwing ten dienste van de subsidie cruciale jeugdhulp lening. (zie ook het antwoord op uw vraag verderop). Nieuwe vraag Bergen: PWC werkt(e) in opdracht van de Mutsaersstichting en zal dan ook (heel begrijpelijk) enkel de belangen van de Mutsaersstichting behartigen en niet die van de gemeenten (zie ook hierboven met betrekking tot de waardering van het OG die een cruciaal onderdeel uitmaken voor wat betreft haalbaarheidscriteria). De Mutsaersstichting (die in wezen een commerciële instelling is) is als vanzelfsprekend gebaat bij voortzetting van haar onderneming. Een second opinion was ons inziens dan ook op z’n plaats geweest. Dit mede gezien het feit dat onderzocht had kunnen worden of voortgang van de Mutsaersstichting in bijvoorbeeld zeer afgeslankte vorm, op termijn, wél levensvatbaar had kunnen zijn. (Zie tevens het recente faillissement van ‘Grijp ’t leven’). In hoeverre is de stuurgroep bereid dit opnieuw te inventariseren, in de stand waarin de Mutsaersstichting zich nu bevindt? Had PWC het faillissement van Grijp ’t leven kunnen voorzien? PWC heeft destijds immers niet geadviseerd om naast de entiteiten in Brabant, ook Grijp ’t leven af te stoten.

Voor wat betreft de financiering van 3 miljoen door de Rijksoverheid wordt opgemerkt dat verwacht had mogen worden dat deze 3 miljoen van het Rijk + de 3 miljoen die is voorgeschoten door de 7 grote gemeenten (in totaal 6 miljoen), voldoende zouden moeten zijn geweest om de Mutsaersstichting er weer (max. binnen 2 jaar) bovenop te helpen. Enkel daarvoor is deze subsidie van het Rijk ook bedoeld. Deze 3 miljoen heeft uitsluitend betrekking op het onderdeel ‘cruciale’ zorg. Voor enkele zorgsegmenten zijn immers alternatieven in de (nabije) regio(‘s) te vinden zijn. Zie artikel 5 van de Subsidieregeling continuïteit cruciale Jeugdzorg (Subsidie is bedoeld als tijdelijke en kortstondige oplossing, waarna een onderneming weer met zwarte cijfers verder kan. In hoeverre is de stuurgroep bereid de kwestie opnieuw te onderzoeken of vorig jaar wel de juiste afslag is genomen. Faillissement (?) of hoe dan ook, koste wat het kost de Mutsaersstichting overeind te houden? In hoeverre houdt de stuurgroep in dezen de vinger aan de pols? Kritische bevindingen IGJ De IGJ heeft de nodige vraagtekens gesteld, bij de haalbaarheid van het plan (zie brief van 8 mei 2024). Dit zijn min of meer dezelfde vraagtekens die het college voorafgaande

Pagina 5 van 13

aan voornoemd schrijven ook al had. De inspectie heeft getoetst of het plan volledig, realistisch en duurzaam is. Vraag Bergen: geeft de brief van de IGJ aanleiding om het plan op die punten te herzien c.q. aan te scherpen en zodoende opnieuw te toetsen op de haalbaarheid op zowel de korte- als lange termijn? Antwoord Stuurgroep: Nee, dat gaf het niet. Hierover is afstemming geweest tussen de regievoerder en de IGJ. Zoals u heeft kunnen lezen in de door u aangehaalde brief is er sprake van een positief advies en wordt verzocht om de benoemde items mee te nemen in de monitoring. Zo ja: wat is hier dan de uitkomst van? ---De IGJ heeft (globaal) de volgende aanmerkingen op het plan: a.) loskoppelen van de kwaliteit en de voorgenomen bedrijfsmatige gevolgen lijken volgens de IGJ niet logisch (kwaliteit vs bedrijfsvoering). b.) Wat is het effect van het faillissement van Buro Maks voor de Mss voor de haalbaarheid van het plan? (Denk ook aan verloren gaan van eerder verstrekte gelden door Mss aan Buro Maks) c.) Het plan voorziet niet in een lange termijn doorberekening van de business case van de Mss, waarmee voor de lange termijn naar een positief resultaat kan worden gewerkt. d.) Hoe gaat de Mss de subsidie ‘continuïteit cruciale Jeugdzorg’ van 3 mln.

euro in 1 jaar terugbetalen aan het Rijk? e.) De status van het achterstallig onderhoud (in eigendom/gehuurd) is niet (voldoende) meegenomen in het plan. Er ontbreekt een strategische vastgoedplanning. f.) Korte- en langetermijnplanning, visie en gevolgen, inzake de infrastructurele voorziening voor de Wijnbergschool is onvoldoende belicht in het plan. g.) ICT-investeringen zijn on hold gezet. Dat lijkt niet logisch (transparantie richting bedrijfsvoering noodzakelijk i.v.m. onder meer (toetsing) van de kwaliteit van de zorg). h.) De samenwerkingen en deelnemingen van de Mss worden opnieuw geëvalueerd. Echter in het plan wordt niet gesproken over de eventuele beslissingen in dezen en de gevolgen hiervan (mede) op de lange termijn. i.) Hoe wordt de Mutsaers Academie concreet gemaakt en welke prioriteit heeft dit plan in het geheel? j.) Het plan spreekt van een reductie van het bestuur. Onvoldoende is gemotiveerd waarom hiervoor is gekozen (mede gezien het feit dat de bedrijfsvoering in het verleden te wensen over liet en thans transparantie wordt geëist richting allerlei instanties). Een eenhoofdig bestuur lijkt vooralsnog daarom geen reële optie.

Nieuwe vraag Bergen: in hoeverre heeft Lysias (die de belangen van de gemeenten behartigt) gezien de opgesomde twijfels van de IGJ, de eindconclusie van de IGJ op haalbaarheid getoetst? Is hierover een conclusie geformuleerd door Lysias? Lysias dient immers uitsluitend de belangen van de gemeenten te behartigen, zo mogelijk los van de belangen van de IGJ en andere instanties (haalbaarheid gezien de opgetuigde leningconstructie). Graag ontvangen wij deze gemotiveerde en cijfermatig onderbouwde conclusie zoals Lysias destijds de gemeenten heeft geadviseerd. Welke opdracht is exact geformuleerd richting Lysias en wie is de opdrachtgever in dezen? Heeft de stuurgroep invloed kunnen uitoefenen op de formulering van deze opdracht? Systeemproblematiek in het zorglandschap Het geval van de Mutsaersstichting staat niet op zich. Het lijkt erop dat er een systeemprobleem is in het zorglandschap (en dan met name in Limburg). Dit probleem is te groot voor de jeugdregio’s en dus voorlopig nog niet opgelost. Hiervoor is ondersteuning van het ministerie, VNG, JA en de inspectie nodig. Het ministerie van VWS heeft daarom inmiddels een Taskforce opgericht. Dit systeemprobleem zal niet worden opgelost door (steeds) gemeenten te verzoeken om een financiële bijdrage (vergelijk ook het geval Xonar en Buro Maks).

Pagina 6 van 13

Vraag Bergen: gezien het voorgaande lijkt het erop dat het plan enkel voorziet in ‘pleisters plakken’ en dus slechts een oplossing biedt op de (zeer) korte termijn, terwijl de problematiek (met name ook door de geografische ligging in Limburg) niet zonder bijstand van het Rijk kan en het plan slechts een mogelijke oplossing zal bieden voor enkel de lange termijn en ook op deze lange termijn de haalbaarheid hiervan niet kan worden gegarandeerd. In hoeverre deelt de stuurgroep deze stelling. Antwoord stuurgroep: De gevraagde investering betreft het borgen van de zorgcontinuïteit van de jeugdigen in Limburg op dit moment en gedurende de looptijd van het continuïteitsplan. De Taskforce focust zich inderdaad op lange(re) termijn. Daarmee is de taskforce ook een eerste belangrijke om het commitment van het Rijk in te vullen. Echter vanuit de nu voorliggende Jeugdwet hebben we als gemeenten een verantwoordelijkheid in het borgen van de continuïteit. Daar worden wij door het Rijk op aangesproken, en dat is reden om het voorgenomen besluit als regio te nemen. Nieuwe vraag gemeente Bergen: Enerzijds is er sprake van het probleem van een wellicht niet dekkende kostprijs en anderzijds is de vraag naar (specialistische) jeugdzorg groter dan de daarvoor beschikbare (behandel)plekken/trajecten.

In hoeverre wordt er thans gestuurd in de Taskforce op dit probleem, met dien verstande dat bijvoorbeeld aan de ‘voorkant’ van ieder zorgtraject beter c.q. terughoudender wordt gescreend/geïndiceerd of er überhaupt zorg nodig is? Wordt in dezen ander beleid geformuleerd mede rekening houdende met de prijs/kwaliteit verhouding? In hoeverre stuurt de stuurgroep op behandeling en beantwoording van dit vraagstuk? Kortom; worden deze problemen bij de wortel aangepakt (oorzaak/gevolg)? Dit is met name van belang voor een gezonde continuïteit van de zorg in het algemeen om gelijksoortige scenario’s in de toekomst te voorkomen/vermijden. Zo nee: kunt u onderbouwen waarom niet? -Faillissement Zowel bij faillissement als bij het verstrekken van een financiële bijdrage op grond van het plan, zijn er (financiële) risico’s. Het lijkt erop dat er toch meerdere opties zijn. De gevolgen van een eventueel faillissement zijn volgens ons college evenwel onderbelicht en onvoldoende uitgewerkt zodat een afweging (subsidie verstrekken of failliet laten gaan) lastig is af te wegen. In geval van faillissement zal het Rijk zorgdragen voor de continuïteit van cruciale zorg (vangnetstichting).

Vraag Bergen: is het niet zo dat uitsluitend een bank om een bijdrage/lening kan worden verzocht bij faillissement? Een curator dient alsdan min of meer een haalbare terugbetalingsverplichting te garanderen? Geldt een eventuele terugbetalingsverplichting dan niet ook voor gemeenten indien er sprake zou zijn van een (verplichte) boedelbijdrage in de vorm van een lening? Antwoord Stuurgroep: De inzichten die de stuurgroep heeft gekregen op basis van juridisch advies over de gevolgen van faillissement zijn opgenomen in de daarover handelende bijlagen bij het voorstel. Uw vragen lijken voorbij te gaan aan de specifieke situatie die aan de orde is in het kader van het draaiboek continuïteit jeugdhulp waaraan gemeenten – via de VNG -zich hebben gecommitteerd via een convenant. Daarvoor staan gemeenten primair aan de lat. De verwachting dat het Rijk via een vangnetstichting zou zorgdragen voor continuïteit van zorg is niet conform dit draaiboek. Uw stelling in vraag 1 klopt niet. Een curator ziet toe om zoveel mogelijk schuldeisers af te kunnen lossen (zie 2). De terugbetalingsverplichting in vraag 3 kunnen we niet plaatsen. Uit het juridisch advies blijft overigens dat een curator juist aan zal kloppen bij de instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de kerntaak van de stichting waarvoor faillissement wordt aangevraagd.

In dit geval komt het voor de uitvoering van de jeugdwettaken er dus op neer dat juist bij gemeenten dit bekostingsverzoek landt, waarbij regie dan is in handen van de curator, ten koste van sturing door gemeenten. Nieuwe vraag Bergen: De mogelijkheid van een doorstart** al dan niet in afgeslankte vorm dan wel een faillissement, had tot de mogelijkheden kunnen behoren. Bovendien zijn gemeenten niet verantwoordelijk voor het in standhouden van commerciële instellingen. In hoeverre wordt deze stelling door de stuurgroep gedeeld in het licht van concurrente ondernemingen die op onderdelen dezelfde zorg kunnen leveren? Hoe gezond zijn deze

Pagina 7 van 13

andere commerciële instellingen in onze regio? Wordt hier onderzoek naar gedaan? In hoeverre heeft de stuurgroep de NZa (die thans hiervoor verantwoordelijk is) hierover bevraagd? Deze vraag wordt gesteld met het oog op mogelijk toekomstige doemscenario’s voor andere zorgaanbieders in de regio, anders dan de Mutsaersstichting. Indien dit niet het geval blijkt te zijn, waarom redden andere zorgaanbieders in de regio het dan wel? Indien dit wel het geval is; gaan de nodige instanties alsdan de politiek hierop aanspreken? **Opmerking: bedoeld wordt in dezen een doorstart ná faillissement en niet het onderzoeken van een overname vóór faillissement. Een eventuele doorstart al dan niet in afgeslankte vorm, is wellicht een vele malen goedkoper alternatief dan vóór faillissement (prijs voor de overname). Gemeenten hadden dan ook niet om publieke gelden verzocht hoeven worden. In beginsel had alsdan enkel de Rabobank zo mogelijk een probleem gehad. Opmerking Bergen: Ook de stelling dat iedere afzonderlijke gemeente zich automatisch heeft gecommitteerd via het convenant* (VNG) en dus ook zou zijn gebonden aan het daaraan gekoppelde draaiboek continuïteit jeugdhulp, wordt niet door ons gedeeld. Het convenant en het draaiboek zijn enkel een oproep om gezamenlijk op te trekken met de verschillende instanties en is geen ‘wet’ in dezen.

Dat betekent dat naar onze mening ook de indeplaatsstelling niet in rechte afdwingbaar is. Ook niet op basis van het convenant (zie pag. 20/21, onder punt 4.1 Bekendheid genereren voor afspraken in het convenant). Een verplichting voor gemeenten dat zij coûte que coûte altijd financieel dienen bij te springen op het moment dat commerciële instellingen in zwaar weer verkeren, is daar niet uit af te lezen. In hoeverre wordt door de stuurgroep gevreesd, dat in de toekomst andere zorgaanbieders in de regio, op het moment dat zij in zwaar weer verkeren, stellen een beroep te kunnen doen op de gemeenten en dezelfde afhandeling gaan claimen zoals thans bij de Mutsaersstichting (het financieel overeind houden van hun zorginstelling – ondanks de marktwerking -)? Vraag Bergen: bij een faillissement dienen misschien gemeenten een boedelbijdrage te leveren omdat gemeenten verantwoordelijk zouden kunnen worden gehouden voor de continuïteit van de zorg. Echter de samenstelling naar kostensoort is zo mogelijk anders en lager dan bij het huidige plan? Mogelijkerwijs zijn kosten als 2,5 miljoen voor onvoorziene uitgaven, afstoten diverse deelnemingen, transitiekosten personeel, etc. bij faillissement niet aan de orde? Antwoord stuurgroep: De implicaties van een faillissement zijn reeds inzichtelijk gemaakt en ook geduid waar mogelijk.

Daarbij is aangetekend dat een goede inschatting van kosten ervan een faillissement op voorhand niet te maken valt, maar verre van gering zullen zijn – en ook bij gemeenten / de burger zullen landen. Daarbij tekent de stuurgroep aan dat in het licht van de doelstellingen (continuïteit van zorg / behoud van personeel) niet in de eerste plaats een soort financiële optel- en aftrekoefening tussen twee gelijkwaardige opties (steun verleen of faillissement aan de orde is. De stuurgroep heeft zwaar meegewogen het feit dat andere zorgaanbieders niet op korte termijn de zorg van de Mutsaersstichting kunnen overnemen (zoals door henzelf is aangegeven en ook door de IGJ is geconstateerd). In uw vraagstelling lijkt dat punt genegeerd te worden. Opmerking Bergen: Er is ook een Taskforce ingericht. De Taskforce dient het probleem bij de wortel aan te pakken en geen pleisters te plakken. Immers, voorkomen dient te worden dat het een vaststaand gegeven wordt dat gemeenten altijd aangesproken blijven worden op het (letterlijk) financieren van commerciële instellingen zonder dat gemeenten vooraf financiële inzage mogen hebben maar wel vervolgens geconfronteerd worden met zorgaanbieders die hun boekhouding niet op orde hebben en waar misschien fraude is gepleegd of sprake is van mismanagement.

Tot en met trede 3 hebben gemeenten immers geen inzage in deze financiën, maar zouden vervolgens wel bij moeten dragen.

Pagina 8 van 13

In de RIB van 21 oktober 2025 inzake het faillissement van Grijp ’t leven, Is het volgende vermeld: Vanaf heden is er een curator aangesteld die de opdracht heeft meegekregen om de continuïteit van zorg te borgen en om het faillissement af te wikkelen. (…) De komende weken zal de curator op zoek gaan naar een manier om de zorg die er bij Grijp het Leven wordt verleend zo goed mogelijk toekomstbestendig te organiseren, al dan niet door zorg over te dragen aan andere organisaties. De zorg wordt voortgezet tot er een oplossing is gevonden: overname van Grijp door een andere aanbieder of overdracht van cliënten naar andere zorgaanbieder(s). (…) Kennelijk volgt de curator tóch de handleiding bestemd voor curatoren (zorg) waarover wij vorig jaar nog vragen hebben gesteld. Dit impliceert dat op de eerste plaats de curator en de zorginstelling zelf gehouden zijn, om continuïteit van de zorg te borgen. U vermeldt dit immers ook expliciet in deze RIB. In hoeverre staat dit gegeven haaks op de stellingen die vorig jaar zijn gelanceerd door Van Benthem & Keulen Advocaten, mr.

Wallage, die hierover een advies heeft uitgebracht op 15 april 2024? In hoeverre wordt er thans een boedelbijdrage verlangd? Wederom van gemeenten? Welke invloed heeft een en ander nu op de haalbaarheid van het continuïteitsplan? Vraag: zijn de kosten daarom dan misschien niet vele malen lager en dan dus ook een eventuele boedelbijdrage? Wat kunnen dan de kosten zijn (toelichting op basis van een cijfermatige onderbouwing). Deze vraag is niet beantwoord. Vraag: kan het fraudeonderzoek wellicht dan verlopen via het OM? En kunnen alsdan kosten worden bespaard? Dit ook in verband met het feit dat het OM wél inzage krijgt/heeft in alle documenten en bescheiden? Zie hiervoor ook het kopje hierna: ‘Fraudeonderzoek(en)’. Deze vraag is niet beantwoord. Vraag: in hoeverre kan de FIOD hier ook mede een rol in spelen? Deze vraag is niet beantwoord. Vraag: komt de financiële last (bij faillissement) dan niet (uitsluitend) bij commerciële instelling(en) zelf te liggen in plaats van bij de burger? In hoeverre acht de stuurgroep dit gegeven relevant in haar beslissing (kiezen voor steun in plaats van de optie faillissement)? Deze vraag is niet beantwoord.

Nieuwe vraag Bergen: wat is de stand van zaken nu met betrekking tot dit fraudeonderzoek? Lening verstrekt door het Rijk van 3 miljoen Wellicht is het Rijk bij faillissement ook haar verstrekte 3 miljoen kwijt indien de Mss binnen een jaar alsnog failliet gaat? De voorwaarde is echter dat deze lening binnen 1 jaar moet zijn terugbetaald. In het plan is niet goed onderbouwd hoe de Mss dit binnen1 jaar gaat doen. Zie hiervoor ook de opmerkingen onder het kopje: ‘kritische bevindingen IGJ’. Vraag Bergen: zou het zo kunnen zijn dat het Rijk er thans vanuit gaat dat de Mss binnen 1 jaar er weer financieel bovenop is, omdat een terugbetalingsverplichting van een jaar is geëist? Kan de stuurgroep bevestigen dat dit op juiste gronden is gebaseerd door het Rijk. Immers; het continuïteitsplan laat een geheel ander tijdsverloop zien (zo mogelijk pas na 10 jaar, of nog later). Antwoord stuurgroep: U kunt de terugbetalingsverplichtingen vinden in de liquiditeitsprognose zoals opgenomen in het continuïteitsplan. De overwegingen voor toekenning vanuit het Rijk treft u aan bij de ontvangen subsidietoekenning vanuit het rijk. Nieuwe vraag Bergen: u gaat niet in op het gegeven ‘tijdsverloop’. Dit is wel van belang en heeft alles te maken met de haalbaarheid van het plan op de lange termijn,

Pagina 9 van 13

mede in samenhang met de terugbetalingsverplichtingen van de leningen die de gemeenten aan de Mutsaersstichting hebben verstrekt plus de lening van het Rijk (calculatierisico). Zie eveneens opmerkingen hierna met betrekking tot de 3 miljoen lening van het Rijk.

Vraag Bergen: welk vooronderzoek heeft het Rijk uitgevoerd en op basis van welke gronden heeft het Rijk doen besluiten de Mss een lening te verstrekken met een terugbetalingsverplichting binnen 1 jaar? Welke stukken zijn door het Rijk hiervoor opgevraagd bij de Mss? Kan de stuurgroep hierover de nodige documentatie overleggen? Antwoord stuurgroep: Zie de toekenning van de subsidie voor het Rijk. Vraag Bergen: op staatssteun in zijn algemeenheid is in de eerder door de stuurgroep overgelegde stukken nog niet ingegaan, althans nog niet voldoende onderzocht. Wat is de stavaza in dezen? Zie ook de opmerking gemaakt onder het kopje ‘Vergt deze systeemproblematiek geen regionale en landelijke politieke aandacht?’ Antwoord stuurgroep: Het al als gering getaxeerde risico op staatssteun problemen is inmiddels uitvoerig onderzocht en niet meer aan de orde. Uitwerking daarvan treft u aan bij het collegevoorstel met de nadere uitvoeringsbesluiten. Nieuwe vraag Bergen Ook na het aangekondigde verzoek aan het Rijk de terugbetalingsverplichting aan het Rijk, op te schorten, rijst momenteel de vraag of het continuïteitsplan nog wel actueel is? Is de stuurgroep voornemens opnieuw te evalueren en zich opnieuw de vraag te stellen of faillissement en een eventuele doorstart niet een betere oplossing zou kunnen zijn? Dit mede gezien het faillissement van Grijp ’t leven en de vordering van ca.

1miljoen die de Mutsaersstichting heeft op deze failliete boedel, als ook de ingediende claim van een voormalig bestuurder van de Mutsaersstichting (zie onderstaand)? Dit; aangezien nog niet alle voorschotten aan de Mutsaersstichting zijn uitgekeerd. Overnameprijs thans dan wel overname prijs voor ‘doorstart’ Aanvankelijk is bericht dat er thans geen overnamekandidaat is voor de Mss. Mogelijk ligt dat aan de hoogte van de overnameprijs. Vermoed wordt dat een overnameprijs bij een doorstart in geval van faillissement echter vele malen lager zal liggen en dus een eventuele – snelle - bedrijfsovername realistischer, dan bij het coûte que coûte doorzetten van het plan waarvoor geen overnamekandidaat beschikbaar zou zijn geweest. Een curator zal hier na faillissement terstond mee aan de slag moeten gaan. Van een reële doorstart zou daarom (weldegelijk) sprake kunnen zijn? Vraag Bergen: kan de stuurgroep hiervan op dit punt nog een nadere en goed (cijfermatige) onderbouwing overleggen alsmede ingaan op onze bovenvermelde stellingen, indien er sprake is van faillissement i.p.v. steun? Wat zijn de cruciale cijfermatige verschillen tussen beide opties (kiezen voor steun dan wel faillissement). Antwoord stuurgroep: Zie de beantwoording van vragen bij ‘Faillissement’. Deze vraag is niet beantwoord. Een cijfermatige onderbouwing ontbreekt.

Aansprakelijkheidsrisico’s Stibbe Advocaten heeft advies uitgebracht met een complete onderbouwing van mogelijke gevolgen voor een aansprakelijkheidsstelling achteraf. Deze stukken zijn daarom (zeer) terecht vertrouwelijk. Concurrent zorgaanbieders zouden immers hieruit een slaatje kunnen slaan. Echter, inmiddels zijn deze stukken verstrekt aan alle colleges (en de raden). Mochten in het ergste geval deze stukken bij concurrent zorgaanbieders terechtkomen, dan dienen gemeenten rekening te houden met aansprakelijkheidstellingen en eventuele verzoeken om schadevergoeding. Vraag: in hoeverre acht de stuurgroep dat dit gebeurt reëel nu de stukken veelvuldig zijn gedeeld? Vraag bergen: los van het voorgaande, hoe hoog acht de stuurgroep de kans dat gemeenten achteraf in verband met deze opgetuigde constructie, door (concurrent)derden aansprakelijk worden gesteld (dit geldt eens te meer daar Stibbe adviseert om als grondslag een ‘instandhoudingssubsidie’ te verstrekken, waarvoor gemeenten eigenlijk niet aan de lat staan).

Pagina 10 van 13

Grondslag ‘instandhoudingssubsidie’ en het aanbestedingsrecht Instandhoudingssubsidie en concurrent zorgaanbieders. Vraag Bergen: begeven gemeenten zich niet op zeer glad ijs, door (onder het mom van een instandhoudingssubsidie) financiële steun aan (een) commerciële zorginstelling(en) te leveren? En hoe verhoudt zich het ‘financiële belang’ dat gemeenten na verstrekking van deze subsidie alsdan hebben met o.m. het aanbestedingsrecht bij de eerstvolgende aanbesteding? De lening loopt immers langer dan 10 jaar en de eerstvolgende aanbesteding is al in 2026. Concurrent zorgaanbieders zouden bij deze aanbesteding wel eens de nodige vragen kunnen stellen. Zie hiervoor ook het advies van Stibbe (zij adviseren immers: ‘een algemene instandhoudingssubsidie. Antwoord stuurgroep: Aan de stukken waarvoor dat noodzakelijk is, is geheimhouding opgelegd. Het feit dat u een verwijzing maakt naar risico’s die in de genoemde stukken worden behandeld en gewogen is in het licht van die geheimhouding complex. Wij zullen daarom volstaan met de beantwoording dat de stuurgroep genoemde risico’s Verwaarloosbaar klein acht; zie de vertrouwelijke bijlage bij het collegevoorstel.

Vereiste financiële ratio’s niet haalbaar bij de eerstvolgende aanbesteding in 2026 Er zijn zorgen over het gegeven dat de Mss over 1,5 jaar nog niet voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld bij een (nieuwe) aanbesteding. Van invloed zijn alsdan ook de actuele financiële ratio’s. Vermoed wordt dat deze ratio’s van de Mss tegen die tijd nog niet voldoende zijn. De stuurgroep is voornemens om de aanbestedingsvoorwaarden m.b.t. deze financiële ratio’s daarom naar beneden bij te stellen, zodat ook de Mss mee kan doen met de aanbesteding. Verder is de zorg uitgesproken dat er door verlaging van de financiële ratio’s inferieure zorgaanbieders zullen meedoen met een aanbesteding. Dan komt mogelijk weer de kwaliteit in het geding. Dat dient volgens de werkgroepen te worden voorkomen. Vraag Bergen: hoe dat kan worden voorkomen is vooralsnog nog ongewis. In hoeverre deelt de stuurgroep deze zorgen en heeft de stuurgroep hier inmiddels een oplossing voor gevonden? Antwoord stuurgroep: De zorgen worden niet gedeeld, dit vanwege de prognoses zoals opgenomen in het continuïteitsplan, waarmee wel wordt voldaan aan de huidige gestelde ratio’s. Vergt deze systeemproblematiek geen regionale en landelijke politieke aandacht? Nu financiële steun verlenen aan de Mutsaersstichting zou kunnen betekenen dat andere zorgaanbieders op termijn problemen in de bedrijfsvoering afwentelen op gemeenten.

Dit is een zeer zorgelijke ontwikkeling die uitdrukkelijk politieke aandacht behoeft (zowel regionaal als landelijk). (Vergelijk: Xonar, Buro Maks, Mutsaersstichting, etc.). Vraag Bergen: in hoeverre garandeert de stuurgroep dat van een hernieuwde financiële bijdrage door gemeenten geen sprake is, op basis van het thans voorliggende plan (zonder de verzochte aanpassingen)? Zie hiervoor ook het kopje: ‘Systeemproblematiek in het zorglandschap’ Antwoord stuurgroep: Garanties zijn niet te geven – zie ook de in de voorstellen genoemde kanttekeningen en risico’s. Nieuwe vraag Bergen: in hoeverre kan de stuurgroep nu wel garanties geven? -

Het Rijk heeft al erkend dat er sprake is van systeemproblematiek (zie oprichting Taskforce). Gemeente Bergen pleit uitdrukkelijk voor landelijke (Rijk) en regionale (alle overige Limburgse gemeenten) aandacht hiervoor. Vraag Bergen: acht de stuurgroep het reëel en principieel correct dat gemeenten met deze (financiële) problematiek worden opgezadeld, terwijl deze problematiek in wezen voor het overgrote deel te maken heeft met falende (commerciële) bedrijfsvoering en zo mogelijk wanbeheer en dus is er geen sprake van continuïteit van de zorg maar uiteindelijk louter sprake van ‘het in stand houden van zorginstellingen’?

Pagina 11 van 13

Vraag Bergen: is dit redelijk tegenover andere zorgaanbieders die geen steun krijgen? Kan dan van gemeenten verlangd worden commerciële instellingen in stand te houden, juist nu de uitdrukkelijke insteek was: ‘marktwerking’? Vraag Bergen: kan de stuurgroep onderbouwen waarom het Rijk niet al op dit moment kan worden aangesproken om (financiële) oplossingen voor de Mss te formuleren? Het Rijk is immers ‘eindverantwoordelijke’. Antwoord stuurgroep: Specifiek voor dit soort situaties is het convenant en daarbij behorende draaiboek cruciale jeugdzorg opgesteld. Hoewel er zeker reden is voor Betrokkenheid van het Rijk (specifiek in Limburg) en dit inmiddels onderkend is door het Rijk, kunnen gemeenten zich niet onttrekken aan onze verantwoordelijkheid. Opmerking Bergen: klopt het dat gemeenten zich niet kunnen onttrekken aan deze verantwoordelijkheid en hoe dan ook altijd de rekening moeten betalen? Welke definitie hanteert de stuurgroep aan het brede begrip continuïteit van zorg en het begrip cruciale zorg? Zie tevens onderbouwing hierboven. Fraudeonderzoek(en) Fraudeonderzoek Vraag Bergen: de Mss is zelf doende met een fraudeonderzoek.

Wat is de stavaza op dit moment? Zijn er al resultaten bekend? Welke info mag hierover wel en welke info mag/hoeft volgens u niet (te) worden gedeeld? Vraag Bergen: hebben gemeenten straks voor hun eigen onderzoek (al dan niet via de MGR) toegang tot alle bescheiden in de breedste zin des woords? Zo nee: welke documenten zijn alsdan uitgesloten en welke stukken kunnen t.z.t. wel worden overgelegd? Waarom wel/niet? Antwoord stuurgroep: zie hiervoor de informatie over het onderzoek van de Mutsaersstichting in de RIB. Nieuwe vraag Bergen: ons is ter ore gekomen dat een voormalig bestuurder van de Mutsaersstichting een claim heeft neergelegd bij de Mutsaersstichting. Hoe hoog is deze claim (aangevuld met een schatting van de nodige advocaat- en proceskosten) en in hoeverre is deze claim + kosten van invloed op de haalbaarheid/voortgang van het continuïteitsplan? In hoeverre wordt bij het verweer van deze claim, de resultaten van het fraudeonderzoek meegenomen? (Deze claim zou zo mogelijk kunnen komen te vervallen bij een eventueel faillissement + eventuele doorstart). Zou een indeplaatstelling ook voordelen kunnen hebben? Het ministerie van VWS kan via interbestuurlijk toezicht uiteindelijk een besluit via indeplaatsstelling de gemeenten dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen.

Bij een indeplaatstelling zal het ministerie in het budgetrecht van de gemeenteraad treden en zodoende alsnog een financiële bijdrage af kunnen dwingen. Bij interbestuurlijk toezicht. In geval van het sociaal domein treedt het Rijk (in casu het ministerie van VWS) op als toezichthouder. Het interbestuurlijk toezicht is alleen gericht op de uitvoering van wettelijke medebewindstaken. Het is niet bedoeld om kwaliteit van de taakuitvoering te verbeteren. Ingrijpen gebeurt alleen als wettelijk vastgelegde medebewindstaken niet (juist) worden uitgevoerd. Of als besluiten in strijd zijn met het algemeen belang of het recht. Dan kan de toezichthouder gebruikmaken van deze instrumenten: a. Schorsing en vernietiging: als gemeenten of provincies besluiten nemen die in strijd zijn met het recht of het algemeen belang, kan de Kroon deze besluiten schorsen en/of vernietigen. Dit gebeurt bij Koninklijk Besluit. Om te bepalen of tot ingrijpen wordt overgegaan, doorloopt de toezichthouder een ‘interventieladder’. Deze bestaat uit 6 stappen: van signaleren tot en met het definitief toepassen van het instrument

Pagina 12 van 13

b.

Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing: als een gemeente of provincie een medebewindstaak verwaarloost, kan de toezichthouder die taak overnemen.

Vraag Bergen: is het een optie om voor deze variant te kiezen, omdat zodoende het Rijk verplicht is om het continuïteitsplan te toetsen (mede op de financiële haalbaarheid daarvan)? En worden zodoende de aansprakelijkheidsrisico’s (bijvoorbeeld waar Stibbe op wijst en de risico’s t.a.v. de aanbesteding in 2026, etc.), die nu wordt afgewenteld op gemeenten, daarmee niet nihil? Immers, gemeenten kunnen alsdan naar het Rijk verwijzen? Vraag Bergen: op basis van welke (financiële) gegevens gaat het Rijk onderzoek doen? Antwoord stuurgroep: u gaat voorbij aan de verantwoordelijkheid die gemeenten hebben voor de continuïteit van zorg en de feitelijke situatie bij de Mutsaersstichting. De Mutsaersstichting beschikt mede door toedoen van de door 7 gemeenten reeds geleverde liquiditeitssteun en de subsidie van het Rijk over voldoende middelen om tot de zomer zorg te kunnen leveren. Een strategie waarbij de gemeenten zouden weigeren hun verantwoordelijkheid te nemen en te wachten tot het Rijk hen daartoe dwingt achten wij - naast onbehoorlijk – ook riskant voor de continuïteit van zorg. Het continuïteitsplan is reeds getoetst door het Rijk, vandaar de toekenning vanuit de subsidie. Eventuele vragen aan het Rijk dient u te richten aan het Rijk aangezien de stuurgroep hier niet over gaat.

Wat als de Zuid-Limburgse gemeenten afzien van het verstrekken van financiële steun Als de Zuid-Limburgse gemeenten niet meedoen en het ministerie geen indeplaatsstelling oplegt, dan zal door de gemeenten Noord- en Midden Limburg een extra bijdrage worden verlangd. Vraag Bergen: hoe hoog wordt alsdan dit bedrag voor de gemeente Bergen? Antwoord stuurgroep: Dit is niet aan de orde. Zie ook de update in de nieuwe RIB. Nieuwe vragen Bergen: de Zuid-Limburgse gemeenten zijn thans met elkaar in overleg over de vraag of zij zullen overgaan tot het verlenen van steun aan de Mutsaersstichting. Hierover zijn onder meer een B&W advies en het antwoord van de stuurgroep/Lysias daarop met ons gedeeld. Wij worden in dezen graag structureel op de hoogte gehouden over het verdere verloop. Een bijpraatmoment inplannen waarbij de overige gemeenten slechts worden geïnformeerd over het uiteindelijke standpunt van de Zuid Limburgse gemeenten, is ons inziens niet voldoende. Hoe hoog wordt de steun per gemeente, indien de Zuid-Limburgse gemeenten besluiten geen steun te verlenen?

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16464553/1