Bijlagen bij toelichting Bijlage 9 Geuronderzoek
Tekst van het document
ONDERZOEK GEURHINDER VEEHOUDERIJEN LANDGOED BLEIJENBEEK
1
De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek 20220605.v01 5 augustus 2022 Buro Waalbrug
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4
1.1. 1.2.
Situatie ......................................................................................................................................... 4 Vraagstelling ................................................................................................................................ 6
2.
WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 7
2.1. 2.2. 2.3.
Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................... 7 Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten .......................................... 7 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ............................................................... 7
3.
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN .............................................................................. 9
3.1. Uitgangspunten veehouderijen .................................................................................................... 9 3.2. Geuremissie en geurimmisie ....................................................................................................... 9 3.3. Verschillende beoordelingen ....................................................................................................... 9 3.3.1. Voorgrondbelasting.............................................................................................................. 9 3.3.2. Afstanden ........................................................................................................................... 10 3.3.3. Achtergrondbelasting ......................................................................................................... 11 3.4. 3.5. 3.6.
Geurbelasting versus geurhinder .............................................................................................. 11 Geurgevoelig object ................................................................................................................... 12 Bebouwde kom .......................................................................................................................... 13
4.
GEURBEREKENINGEN ............................................................................................................... 15
4.1. Afstanden ................................................................................................................................... 15 4.2. Voorgrondbelasting ................................................................................................................... 16 4.2.1. Bleijenbeek 13a ................................................................................................................. 16 4.2.2. Bleijenbeek 15a ................................................................................................................. 17 4.2.3. Horsterbeekweg 5.............................................................................................................. 17 4.3. 4.4.
Achtergrondbelasting ................................................................................................................. 17 Beoordeling woon- en leefklimaat ............................................................................................. 19
5. CONCLUSIE.................................................................................................................................. 21 BIJLAGE I. KAART AFSTANDEN ............................................................................................... 22 BIJLAGE II. BEREKENING VOORGRONDBELASTING ............................................................. 23 BIJLAGE III. KAART ACHTERGRONDBELASTING .................................................................... 24 BIJLAGE IV. VEEHOUDERIJGEGEVENS .................................................................................... 25
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
3
1.
INLEIDING
1.1.
Situatie
Initiatiefnemer is voornemens om het Landgoed Bleijenbeek te Afferden verder te ontwikkelen. In diverse gebieden worden nieuwe woningen ontwikkeld. Om te bepalen of realisatie van deze woningen mogelijk is, is een geuronderzoek veehouderijen noodzakelijk. Het landgoed is gelegen aan de rand van Afferden in de gemeente Bergen te Limburg. Een tekening van de visie Landgoed Bleijenbeek met de locaties van de verschillende deelgebieden is weergegeven op afbeelding 1.
Afbeelding 1. Visie Landgoed Bleijenbeek
In de volgende deelgebieden worden woningen toegevoegd welke meegenomen worden in dit geuronderzoek: 4. Deelgebied Bleijenbeek 15: een bestaand agrarisch bedrijf (waarvan geen dieren bekend zijn) met bedrijfswoning wordt hier gesaneerd. Vervolgens worden er twee burgerwoningen teruggebouwd. 5. Deelgebied ten zuiden van Bleijenbeek 15: vijf woonkavels worden hier toegevoegd. Het plangebied met de beoogde indeling is weergegeven op afbeelding 2.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
4
Afbeelding 2. Plangebied en beoogde indeling
In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. In dit rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
5
1.2.
Vraagstelling
Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Wet geurhinder en veehouderij. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
6
2.
WETTELIJK KADER
2.1.
Wet geurhinder en veehouderij
In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen uit de Wgv die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.
2.2.
Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten
Op 1 januari 2013 is een grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling in werking getreden. Met de wijziging zijn meer veehouderijen onder de regels van het Activiteitenbesluit komen te vallen. Daarbij is onder meer de beoordeling van geur conform de Wet geurhinder en veehouderij (zoals toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport) meegenomen. De toetsing aan middels geurverordeningen aangepaste geurnormen en afstanden geldt ook voor veehouderijen die onder de regels van het Activiteitenbesluit vallen.
2.3.
Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wgv worden uitgevoerd. De geplande geurgevoelige objecten moeten zijn gelegen buiten de wettelijk geldende geur- en afstandscontouren van de aanwezige veehouderijen. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak
1
ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
7
worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Een te bestemmen geurgevoelig object moet buiten de wettelijk geldende geurcontouren van de omliggende veehouderijen liggen, om niet blootgesteld te worden aan te veel geurhinder. Bij veehouderijen met dieren waarvoor afstanden gelden moet het nieuwbouwplan buiten de wettelijk geldende minimale afstand plaatsvinden.
Binnen de geur- en afstandscontouren rondom de (bouwvlakken van de) veehouderijen, is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit houdt in dat binnen deze contouren geen nieuwe bestemming mag worden vastgelegd, die het realiseren van geurgevoelige objecten mogelijk maakt. Op die manier wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd en wordt voorkomen dat het veehouderijbedrijf in haar mogelijke ontwikkeling belemmerd wordt. Het woon- en leefklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
8
3.
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN
3.1.
Uitgangspunten veehouderijen
Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en leefklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen.
3.2.
Geuremissie en geurimmisie
De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Rgv. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden.
3.3.
Verschillende beoordelingen
3.3.1.
Voorgrondbelasting
Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij Binnen bebouwde kom Ligging geurgevoelig object2* Concentratiegebied Geen concentratiegebied * de gemeente Bergen ligt in een concentratiegebied.
2
3 ouE/m3 2 ouE/m3
Buiten bebouwde kom 14 ouE/m3 8 ouE/m3
gebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
9
De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt in een gebied waarvoor in de ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2007’ van de gemeente Bergen geen aangepaste geurnorm is vastgesteld, zie afbeelding 3.
Plangebied: norm 14 ouE/m3
Afbeelding 3. Geurnormen
Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Om een goed beeld van de geurbelasting te verkrijgen is het wenselijk om geurcontouren te kunnen berekenen en tekenen. Dit is mogelijk met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied.
3.3.2.
Afstanden
Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. De gemeente Bergen heeft in de geurverordening afwijkende afstanden voor een veehouderij tot een geurgevoelig object bij een (voormalig) veehouderij vastgesteld, deze afstand dient minimaal 25 meter te bedragen. Ook geldt er een afstand van 50 meter van een grote camping tot een veehouderij. Deze afwijkende afstanden voor nertsenhouderijen zijn voor het bestemmingsplan niet relevant, omdat er geen sprake is van
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
10
een geurgevoelig object bij een veehouderij of een grote camping. Daarom gelden de standaard afstanden uit de Wgv. De afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt overigens niet aangemerkt als geurgevoelig object. Ten slotte geldt voor een geurgevoelig object dat deel uitmaakt van een (voormalig) veehouderij een afstand van 50 meter als deze is gelegen buiten de bebouwde kom en een afstand van 100 meter als deze is gelegen binnen de bebouwde kom. Voor geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een veehouderij wordt dus niet getoetst aan de normen voor de voorgrondbelasting, zoals weergegeven in paragraaf 3.3.1.
3.3.3.
Achtergrondbelasting
De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 3. Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 3 ouE/m3 11 ouE/m3
4 ouE/m3 6 ouE/m3
Afbeelding 3. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting
De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.
3.4.
Geurbelasting versus geurhinder
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
11
In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2. Tabel 2.
Woon- en leefklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting* Achtergrondbelasting* Zeer goed 0–5% 0 – 1,5 ouE/m3 0 - 3 ouE/m3 3 Goed 5 – 10 % 1,5 – 3,7 ouE/m 3 - 8 ouE/m3 3 Redelijk goed 10 – 15 % 3,7 - 6,5 ouE/m 8 – 13 ouE/m3 3 Matig 15 – 20 % 6,5 – 10 ouE/m 13 – 20 ouE/m3 Tamelijk slecht 20 – 25 % 10 – 14 ouE/m3 20 – 28 ouE/m3 Slecht 25 – 30 % 14 – 19 ouE/m3 28 – 38 ouE/m3 Zeer slecht 30 – 35 % 19 – 25 ouE/m3 38 – 50 ouE/m3 3 Extreem slecht 35 – 40 % 25 – 32 ouE/m 50 – 65 ouE/m3 * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Bergen ligt in een concentratiegebied.
De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten.
3.5.
Geurgevoelig object
Een geurgevoelig object is in de Wgv gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen. Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
12
Gezien de toelichting op de Wgv betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf. Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn. Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan. Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken. Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012). Het plan voorziet in de realisatie van geurgevoelige objecten.
3.6.
Bebouwde kom
Het begrip bebouwde kom is in de Wgv niet gedefinieerd, evenmin als in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro). In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. InfoMil concludeert in haar handleiding behorend bij de Wgv dat het voor de hand ligt om voor de grenzen van de bebouwde kom aan te sluiten bij wat in de ruimtelijke ordening (het plaatselijke bestemmingsplan) daaronder wordt verstaan. Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter. Mogelijk dat ook de historische situatie een rol speelt. Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
13
meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. De te realiseren geurgevoelige objecten maken geen onderdeel uit van de bebouwde kom.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
14
4.
GEURBEREKENINGEN
In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 4.
Afbeelding 4. Veehouderijen en geuremissies
4.1.
Afstanden
In paragraaf 3.3.2 is toegelicht dat voor dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld een afstand van 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen het plangebied in acht moet worden genomen. Op afbeelding 5 en op de kaart in bijlage I is de afstandscontour van 50 rondom het plangebied weergegeven.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
15
Afbeelding 5. Afstanden
Bouwvlakken van veehouderijen liggen buiten de afstandscontour van 50 meter rondom het plangebied. De bouw van de woningen zal geen belemmering vormen voor de veehouderijen. Hierbij is rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden van de veehouderijen.
4.2.
Voorgrondbelasting
Gelet op de totale geuremissie en de afstand tot het plangebied zijn de veehouderijen aan de Bleijenbeek 13a, Bleijenbeek 15a en Horsterbeekweg 5 maatgevend voor de voorgrondbelasting.
4.2.1.
Bleijenbeek 13a
Voor deze veehouderij is een vergunning verleend voor het houden van 5 melk- en kalfkoeien, 35 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar en 70 vleesstieren en overig vleesvee van circa 8 tot 24 maanden. Voor de diercategorie vleesstieren en overig vleesvee van circa 8 tot 24 maanden is een geuremissiefactor vastgesteld. Hiervoor is een geurberekening uitgevoerd. De geurberekening is uitgevoerd op basis van de omgekeerde werking van de Wgv, uitgaande van de rand van het bouwvlak zo dicht mogelijk bij het plangebied. De geurbelasting is berekend met het rekenprogramma V-Stacks vergunning 2020 (meest recente milieuhygiënische inzichten). De geurberekening is opgenomen in bijlage II.
De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied waarvoor een geurnorm van 14 ouE/m3 geldt bedraagt 7,2 ouE/m3.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
16
4.2.2.
Bleijenbeek 15a
Voor deze veehouderij is een vergunning verleend voor het houden van 15 zoogkoeien, 45 stuks vrouwelijk jongvee, 44 vleesstieren en overig vleesvee van circa 8 tot 24 maanden, 44 fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar, 835 vleesvarkens, 5 volwassen paarden en 3 paarden in opfok. Aangegeven is dat gestopt zal worden met het houden van varkens. In dit geval is ‘vleesstieren en overig vleesvee van circa 8 tot 24 maanden’ de enige diercategorie waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld. Hiervoor is een geurberekening uitgevoerd. De geurberekening is uitgevoerd op basis van de omgekeerde werking van de Wgv, uitgaande van de rand van het bouwvlak zo dicht mogelijk bij het plangebied. De geurberekening is opgenomen in bijlage II. De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied waarvoor een geurnorm van 14,0 ouE/m3 geldt bedraagt 3,9 ouE/m3.
4.2.3.
Horsterbeekweg 5
Voor deze veehouderij is op 25 juni 2014 een vergunning verleend voor het houden van 43.540 legkippen, 50.000 opfokhennen en -hanen van legrassen (jonger dan 18 weken), 5.450 (groot-) ouderdieren van vleeskuikens, 7.860 (groot-) ouderdieren van vleeskuikens in opfok (jonger dan 19 weken). Voor al deze diercategorieën zijn geuremissiefactoren vastgesteld. Er is een geurberekening uitgevoerd. De geurberekening is uitgevoerd op basis van de omgekeerde werking van de Wgv, uitgaande van de rand van het bouwvlak zo dicht mogelijk bij het plangebied. Als parameters is uitgegaan van de standaardparameters behorende bij mechanische ventilatie. De geurberekening is opgenomen in bijlage II. De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied waarvoor een geurnorm van 14,0 ouE/m3 geldt bedraagt 0,8 ouE/m3.
4.3.
Achtergrondbelasting
De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Op basis van IGO veehouderijen Limburg zijn de relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige (algemene) parameters voor de geurberekeningen bepaald. De gegevens zijn opgenomen in bijlage IV. De achtergrondbelasting is berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De rekeninstellingen zijn als volgt:
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
17
De achtergrondbelasting is weergegeven op afbeelding 7 en op de kaart in bijlage III. De achtergrondbelasting is weergegeven in verschillende klassen van het woon- en leefklimaat (zie tabel 2 paragraaf 3.4).
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
18
Afbeelding 7. Achtergrondbelasting
Onderstaande is het resultaat op de verschillende toetspunten: Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurnorm Geurbelasting [OU/m3] 101 201304 406026 14.00 3.22 102 201346 406041 14.00 3.81 103 201548 405619 14.00 2.67 104 201548 405720 14.00 2.71
De hoogst berekende geurbelasting op een bouwvlak binnen het plangebied bedraagt ongeveer 3,81 ouE/m3. Duidelijk is dat de individuele geurbelasting van de veehouderijen aan de Bleijendijk 13a en Bleijendijk 15a maatgevend zijn voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.
4.4.
Beoordeling woon- en leefklimaat
Uit voorgaande paragrafen blijkt dat ter plaatse van het hoogst belaste punt op de rand van een bouwvlak binnen het plangebied: - Binnen het plangebied wordt voldaan aan de afstandseis van 50 meter; - de voorgrondbelasting op zijn hoogst 7,2 ouE/m3 bedraagt; - de achtergrondbelasting op zijn hoogst 3,81 ouE/m3 bedraagt. Omdat veehouderijen ver genoeg van het plangebied zijn gelegen kan worden gesteld dat ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied. De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied bedraagt 7,2 ouE/m3. Deze waarde voor de voorgrondbelasting komt volgens tabel 2 in paragraaf 3.4 overeen met een
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
19
‘matig’ woon- en leefklimaat. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat de geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied 14,0 ouE/m3 bedraagt. Aan deze geurnorm (die overeenkomt met een ‘slecht’ woon- en leefklimaat) wordt voldaan. De achtergrondbelasting van maximaal 3,81 ouE/m3 komt overeen met een ‘goed’ woon- en leefklimaat. Het woon- en leefklimaat op grond van de achtergrondbelasting is daarom gelijk aan of beter dan het ‘slecht’ woon- en leefklimaat dat op grond van de voorgrondbelasting aanvaardbaar wordt geacht. De achtergrondbelasting vormt geen belemmering voor het plan.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
20
5.
CONCLUSIE
In dit onderzoek is de geur van veehouderijen ten aanzien van het plan van Landgoed Bleijenbeek te Afferden onderzocht. In deze conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen, zoals gesteld in paragraaf 1.2. In hoofdstuk 4 van dit rapport is toegelicht dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de belangen van veehouderijen niet worden geschaad.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
21
BIJLAGE
I. KAART AFSTANDEN
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
22
BIJLAGE
II. BEREKENING VOORGRONDBELASTING
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
23
Gegenereerd op: 5-08-2022
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: Nog niet bekend Gemaakt op: 2022-08-05 11:40:50 Rekentijd: 0:00:20 Naam van het bedrijf: Bleijenbeek 13a Berekende ruwheid: 0,275 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
Rand bouwvlak
X-coord. 201 392
Y-coord. 406 046
EP Hoogte 1,5
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
Geurnorm
Geurbelasting
2
Plangebied TP1
201 350
406 014
14,0
7,2
3
Plangebied TP2
201 366
405 990
14,0
5,8
4
Plangebied TP3
201 430
405 869
14,0
0,8
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 0,40
2 492
Geb. Hoogte 1,5
Gegenereerd op: 5-08-2022
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: Nog niet bekend Gemaakt op: 2022-08-05 11:49:57 Rekentijd: 0:00:10 Naam van het bedrijf: Bleijenbeek 15a Berekende ruwheid: 0,338 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
Rand bouwvlak
X-coord. 201 478
Y-coord. 405 909
EP Hoogte 1,5
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
Geurnorm
Geurbelasting
2
Plangebied TP01
201 439
405 869
14,0
3,9
3
Plangebied TP2
201 380
405 970
14,0
1,3
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 0,40
1 566
Geb. Hoogte 1,5
Gegenereerd op: 1-08-2022
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: Nog niet bekend Gemaakt op: 2022-08-01 14:46:39 Rekentijd: 0:00:21 Naam van het bedrijf: Hosterbeekweg 5 Berekende ruwheid: 0,198 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
Rand bouwvlak
X-coord. 202 405
Y-coord. 405 777
EP Hoogte 5,0
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
Geurnorm
Geurbelasting
2
Plangebied TP01
201 595
405 649
14,0
0,8
3
Plangebied TP02
201 556
405 702
14,0
0,7
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 4,00
30 657
Geb. Hoogte 6,0
BIJLAGE
III. KAART ACHTERGRONDBELASTING
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
24
BIJLAGE
IV. VEEHOUDERIJGEGEVENS
Onderzoek geurhinder veehouderijen Landgoed Bleijenbeek te Afferden Datum: 5 augustus 2022 ; Referentie: 20220605.v01
25
Bijlage IV - Veehouderijgegevens IDNR X Y EPH 10569 199551 403152 10566 199643 403629 10586 199880 403714 10633 200830 403803 10565 199469 404055 10585 199555 404316 10637 203402 404487 10629 202313 404494 10631 202595 404931 10630 202336 405025 10632 202695 405049 10589 203360 405720 10623 202429 405747 10588 203245 405767 10587 203307 405828 10581 201498 405931 10580 201430 406056 10622 202621 406517 10596 203076 406574 10582 201553 406802 10583 201532 407002 10593 203052 407179 10614 203382 407221 10594 202089 407336 10595 202956 407377 10584 201108 407439 10611 203123 407554
GEBH 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
DIAM 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5 6 0.5
UITTR
EVERG EMAX Stal 4 1554.8 1554.8 mid 4 195 195 mid 4 0 0 mid 4 0 0 mid 4 22638 22638 mid 4 0 0 mid 4 0 0 mid 4 0 0 mid 4 16008 16008 mid 4 0 0 mid 4 64339.2 64339.2 mid 4 30651.6 30651.6 mid 4 30657.3 30657.3 mid 4 0 0 mid 4 0 0 mid 4 1.566,40 1.566,40 mid 4 2492 2492 mid 4 175742 175742 mid 4 0 0 mid 4 0 0 mid 4 0 0 mid 4 26333.9 26333.9 mid 4 0 0 mid 4 11500 11500 mid 4 129573.5 129573.5 mid 4 1334 1334 mid 4 0 0 mid
Adres Gemeente Heukelom 30 5851AB Afferden L Bergen Heukelom 23 5851AA Afferden L Bergen Berkenkamp 7 5851GA Afferden L Bergen Smal 7 5854PH Bergen L Bergen Heukelom 15A 5851AA Afferden L Bergen Berkenkamp 1 5851GA AFFERDEN LBBergen Ceresweg 5 5854PK Bergen L Bergen Siebengewaldseweg 141 5854PB Bergen Bergen L Siebengewaldseweg 153 5854PB Bergen Bergen L Siebengewaldseweg 145 5854PB BERGEN Bergen LB Siebengewaldseweg 157 5854PB Bergen Bergen L Gochsedijk 2B 5853AC SIEBENGEWALD Bergen Horsterbeekweg 5 5853GD SIEBENGEWALD Bergen Gochsedijk 9 5853AA Siebengewald Bergen Gochsedijk 11 5853AA SiebengewaldBergen Bleijenbeek 15A 5851EE AFFERDEN LB Bergen Bleijenbeek 13A 5851EE Afferden L Bergen Kleine Horsterweg 2 5853GC Siebengewald Bergen Ottenskamp 1 5853EH SiebengewaldBergen Lakei 2 5851EG AFFERDEN LB Bergen Lakei 3A 5851EG AFFERDEN LB Bergen Koekoek 1 5853EG Siebengewald Bergen Pannenweg 11 5853ES SiebengewaldBergen Koekoek 38 5853EG Siebengewald Bergen Koekoek 4A 5853EG SIEBENGEWALDBergen Lakei 7 5851EG Afferden L Bergen Nieuweweg 81 5853EP SIEBENGEWALD Bergen
Dossiernr. 5851AB30 5851AA23 5851GA7 5854PH7 5851AA15A 5851GA1 5854PK5 5854PB141 5854PB153 5854PB145 5854PB157 5853AC2B 5853GD5 5853AA9 5853AA11 5851EE15A 5851EE13A 5853GC2 5853EH1 5851EG2 5851EG3A 5853EG1 5853ES11 5853EG38 5853EG4A 5851EG7 5853EP81