CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting Bijlage 7 Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 15

Gemeenteraad 30 mei 2023, gemeente BergenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan landgoed Bleijenbeek e.o. 2022;26.533 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT:

Diverse verkennende en nader (bodem)onderzoeken Landgoed Bleijenbeek te Afferden Locatie 4: Bleijenbeek 15

PROJECTNUMMER: B22.8512D Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse verkennende en nader (bodem)onderzoeken, Landgoed Bleijenbeek te Afferden, Locatie 4: Bleijenbeek 15

PROJECTNUMMER: B22.8512D Versie: 01

OPDRACHTGEVER: ASR Levensverzekering NV

DATUM: 17 november 2022

Auteur:

Autorisatie:

R.W.A. van der Sangen Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B22.8512D/R8512D-01/RS Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 SAMENVATTING ASR Levensverzekering NV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse verkennende en nader (bodem)onderzoeken, inclusief historisch onderzoek ter plaatse van de Bleijenbeek 15 te Afferden. De onderzoeken zijn in 2 fasen uitgevoerd. In fase 1 (oktober 2022) zijn de verkennende onderzoeken uitgevoerd (inclusief asbestonderzoek) en in fase 2 (november 2022) is een nader grondonderzoek naar chroom uitgevoerd. Voorliggende rapportage betreft de resultaten, conclusies en aanbevelingen van zowel de verkennende onderzoeken (fase 1) als het nader onderzoek (fase 2). De diverse verkennende (bodem)onderzoeken en het nader onderzoek worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5707/C2:2017 [3] en conform de NTA 5755:2010 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) en Bodem Expert B.V. (certificaatnummer: K97733/03, afgegeven door KIWA) zijn gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.

Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: • Vanwege de aanwezigheid van de Eckeltse beek en eventuele aanwezigheid van een ophooglaag is mogelijk sprake van verhoogde gehalten aan arseen en/of chroom; • Ter plaatse is geen sprake van mogelijk (gedempte) watergangen, overige dempingen en/of ophogingen en/of boomgaarden; • Ter plaatse van de locatie mogelijk sprake van de aanwezigheid van asbesthoudende puinlagen ter plaatse van de erfverharding; • Aangezien geen sprake is van grondverzet, is géén rekening gehouden met een aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag op PFAS. Op basis van het historisch onderzoek dient een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de locatie, waarbij rekening dient te worden gehouden met het verdachte erf met bebouwing, verhardingen en mogelijke aanwezigheid van arseen en/of chroom in verband met de Eckeltse beek en/of eventuele ophooglaagen overige bijzonderheden. Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 ter plaatse van het erf met mogelijke puin- en/of funderingslagen.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

3 Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek (fase 1) Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Het voorkomen van arseen en chroom vormt een aandachtspunt Uit de resultaten van het verkennend en aanvullend analytisch onderzoek blijkt dat voor wat betreft de algemene NEN-kwaliteit (incl. arseen en chroom) sterk verhoogde gehalten voor chroom in de bovengrond (boring B402, B404 en B405) zijn aangetoond. Derhalve dient de hypothese van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging te worden aangenomen en derhalve is direct een nader onderzoek uitgevoerd (fase 2). In de overige bovengrondmonsters zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen, minerale olie en/of PAK aangetoond, die de interventiewaarden niet overschrijden. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor barium en nikkel aangetoond, die eveneens de interventiewaarden niet overschrijden. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Nader grondonderzoek (fase 2) Middels het uitgevoerde verkennend en nader bodemonderzoek is de horizontale en verticale omvang van de sterke grondverontreiniging met chroom in voldoende mate in beeld gebracht en nader onderzocht.

Op basis van de resultaten van huidig onderzoek is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met chroom in de bovengrond (tot 0,7 m-mv) ter plaatse van en in de omgeving van boringen B402, B404, B405, B4005 t/m B4008 en B4011. De verontreiniging is binnen de onderzoeksgrenzen aanwezig over een oppervlakte van circa 590 m². Binnen de verontreinigingscontouren zijn enkele boringen meegenomen, waar in de bovengrond de interventiewaarde voor chroom niet wordt overschreden, maar wel de achtergrondwaarde wordt overschreden. Buiten de contour wordt nog in een enkele boring (vanuit het verkennend onderzoek) de index van 0,5 overschreden, maar zijn geen sterk verhoogde gehalten in omliggende boringen aangetroffen en wordt de interventiewaarde niet benaderd. De contouren zijn weergegeven op de situatieschets in bijlage 2b. Uitgaande van een laagdikte van 0,7 meter voor chroom wordt de omvang van de sterke grondverontreiniging met chroom, binnen de onderzoeksgrenzen, geschat op circa 410 m³. Den verhoogde gehalten voor chroom in de grond zijn vermoedelijk te relateren aan de ophooglaag met bodemvreemd materiaal. Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging.

Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien op de locatie zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (vegetatie en verhardingen) op het maaiveld. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

4 Algehele conclusie en aanbevelingen Verontreinigingssituatie Met de uitgevoerde onderzoeken is de algemene bodemkwaliteit (inclusief asbest) en de verontreinigingssituatie met betrekking tot de chroom verontreiniging in de grond ter plaatse van Bleijenbeek 15 te Afferden, binnen de onderzoeksgrenzen, in voldoende mate in beeld gebracht. In onderstaande tabel 1 is de verontreinigingssituatie met omvang, binnen de onderzoeksgrenzen, schematisch weergegeven. De contouren zijn weergegeven op de situatieschets in bijlage 2b. Tabel 1: Verontreinigingssituatie grond Deellocatie Ter plaatse van en in de omgeving van boringen B402, B404, B405, B4005 t/m B4008 en B4011

Stof Chroom

Oppervlakte (m2)

>I ± 590

Traject (m-mv)

± 0,00 - 0,70

Gemiddelde dikte

0,70 meter

3

Omvang (m )

± 410

Toelichting tabel 1: I: Interventiewaarde.

Opgemerkt wordt dat de verontreiniging met chroom is afgeperkt tot beneden de interventiewaarden binnen de onderzoeksgrenzen. Voor de overige parameters in de grond en in het grondwater zijn verder maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Tevens is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. Ernst en spoed Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. Op basis van de resultaten van voorliggende onderzoeken is voor de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met chroom, aangezien meer dan 25 m3 grond met gehalten boven de interventiewaarden aanwezig zijn. Op basis van de Sanscrit rapportage (bijlage 9) behoeft de chroom verontreiniging niet met spoed te worden gesaneerd, uitgaande van de functie wonen met tuin. Aanbevelingen Voor de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen wordt geadviseerd om sanerende maatregelen uit te voeren met betrekking tot de sterk verhoogde gehalten met chroom in de grond tot 0,7 m-mv.

Alle sanerende maatregelen dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Voorgesteld wordt een BUS-melding op te stellen en deze in te dienen bij het bevoegd gezag. Opgemerkt wordt dat de kans bestaat dat, gezien de heterogeniteit, de omvang van de sterke grondverontreiniging binnen de perceelsgrenzen tijdens de sanering in de praktijk afwijkt van de hiervoor genoemde omvang. De hoeveelheden af te voeren sterk verontreinigde grond kunnen dus hoger of lager uitvallen dan de geschatte hoeveelheid op basis van voorliggende onderzoeken. Conform de CROW 400 wordt geadviseerd de maatregelen toe te passen voor de sanering van de chroomverontreiniging in de grond die gelden voor de veiligheidsklasse ”Rood Niet-vluchtig” (zie bijlage 8).

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

5

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met de resultaten van voorliggende onderzoeken en dienen bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen en onderzoeken worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

6 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 7

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 7

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 7 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 7 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725) ...................................................................................................... 8 3.3 CONCLUSIES HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK.................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 9

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 9

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE BODEMONDERZOEKEN .................................................................. 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 11

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 13 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 13 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 14

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 15 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 15 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 16 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 20

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELING ....................................................................................................... 23 9.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK (FASE 1) ............................................................................................ 23 9.2. NADER GRONDONDERZOEK (FASE 2)........................................................................................................ 23 9.3. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST................................................................................................ 23 9.4. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 24

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 26

BIJLAGEN 1. 2a. 2b. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

Situering in de regio Situatieschets overzicht diverse deellocaties Situatieschets met boringen, peilbuis, proefgaten en verontreinigingscontour met chroom Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Toetsing PFAS Veldwerkformulieren verkennend onderzoek naar asbest incl foto’s CROW400 toetsing Sanscrit bepaling Relevante historische informatie

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

7 1.

INLEIDING ASR Levensverzekering NV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse verkennende en nader (bodem)onderzoeken, inclusief historisch onderzoek ter plaatse van de Bleijenbeek 15 te Afferden. De onderzoeken zijn in 2 fasen uitgevoerd. In fase 1 (oktober 2022) zijn de verkennende onderzoeken uitgevoerd (inclusief asbestonderzoek) en in fase 2 (november 2022) is een nader grondonderzoek naar chroom uitgevoerd. Voorliggende rapportage betreft de resultaten, conclusies en aanbevelingen van zowel de verkennende onderzoeken (fase 1) als het nader onderzoek (fase 2). De diverse verkennende (bodem)onderzoeken en het nader onderzoek worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5707/C2:2017 [3] en conform de NTA 5755:2010 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) en Bodem Expert B.V. (certificaatnummer: K97733/03, afgegeven door KIWA) zijn gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing.

M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie vast te leggen om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering van agrarisch naar wonen. Op basis van de resultaten van de verkennende onderzoeken (sterke grondverontreiniging met chroom, beiden in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv)) is in fase 2 een nader onderzoek uitgevoerd. Het nader onderzoek heeft tot doel om de sterke bovengrondverontreiniging met chroom nader te onderzoeken en de omvang van de sterke grondverontreiniging te bepalen. Op basis hiervan wordt bepaald of sprake is van een (spoedeisend) geval van ernstige bodemverontreiniging voor wat betreft chroom.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De te onderzoeken deellocatie is gelegen aan de Bleijenbeek 15 en maakt onderdeel uit van landgoed Bleijenbeek, welke gesitueerd is langs de Eckeltse beek ten oosten van Afferden. Het landgoed wordt aan de noord-, west- en zuidzijde omsloten door nationaal park Maasduinen. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Bergen (Limburg), sectie R, nummer 1279 (ged.) en heeft een oppervlakte van circa 3.248 m2. Op de locatie is een boerderij aanwezig die gebruikt wordt als opslag voor de onderhoudsapparatuur voor het onderhouden van de golfbaan. Inpandig is een betonvloer aanwezig. Uitpandig is een beton-, grind/puin- en tegelverharding aanwezig. Daarnaast is de locatie deels braakliggend en begroeid met gras. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

8 3.2.

Historisch onderzoek (NEN 5725)

Voorafgaand aan de verkennende (bodem)onderzoek is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (landbodem). De historische informatie is separaat gerapporteerd door VMT met kenmerk B22.8512/HO, d.d. 19 april 2022. De relevante conclusies zijn onderstaand samengevat en het historische onderzoek is opgenomen in bijlage 10. PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend die een verontreiniging met PFAS hebben kunnen veroorzaken. Aangezien voor de diverse deellocaties vooralsnog geen grondverzet is voorzien, is geen onderzoek naar PFAS opgenomen. Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek is geen asbestverdachte dakbedekking waargenomen of andere waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Wel zijn diverse verhardingen waargenomen, waaronder mogelijk een ophooglaag aanwezig is. 3.3

Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek

Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: • Vanwege de aanwezigheid van de Eckeltse beek en eventuele aanwezigheid van een ophooglaag is mogelijk sprake van verhoogde gehalten aan arseen en/of chroom; • Ter plaatse is geen sprake van mogelijk (gedempte) watergangen, overige dempingen en/of ophogingen en/of boomgaarden; • Ter plaatse van de locatie mogelijk sprake van de aanwezigheid van asbesthoudende puinlagen ter plaatse van de erfverharding; • Aangezien geen sprake is van grondverzet, is géén rekening gehouden met een aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag op PFAS. Op basis van het historisch onderzoek dient een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de locatie, waarbij rekening dient te worden gehouden met het verdachte erf met bebouwing, verhardingen en mogelijke aanwezigheid van arseen en/of chroom in verband met de Eckeltse beek en/of eventuele ophooglaagen overige bijzonderheden. Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 ter plaatse van het erf met mogelijke puin- en/of funderingslagen. 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Op de onderzoekslocatie is een circa 3 meter dikke deklaag aanwezig behorend tot de formatie van Kreftenheye, welke bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand. Het onderliggende eerste watervoerend pakket is circa 7 m dik en bestaat uit grof tot midden zand met plaatselijk grind van de Formatie van Beegden. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend pakket tot circa 19 mmv bestaande uit midden of grof zand, Formatie van Kiezeloöliet.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

9 4.2.

Geohydrologie

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater is naar verwachting globaal zuidwestelijk gericht, in de richting van de rivier de Maas. De stromingsrichting van het (ondiepe) grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Hierbij vormt het mogelijk voorkomen van verhoogde gehaltes voor arseen en/of chroom een aandachtpunt. Vooralsnog wordt voor de onderzoekslocatie uitgegaan van een eveneens verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Aangezien voor de diverse deellocaties vooralsnog geen grondverzet is voorzien, is geen onderzoek naar PFAS opgenomen.

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse bodemonderzoeken

Verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoeksopzet voor de actualisatie van de algemene bodemkwaliteit van de locatie wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 4.000 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL, < 4.000 m2). Zowel uit- als inpandig zijn (beton)boringen geplaatst. Aangezien ter plaatse van de Eckeltse Beek sprake is van verhoogde arseengehalten en in verband met een mogelijke ophooglaag, worden de standaard NEN-pakketten aangevuld met arseen en chroom. Nader onderzoek Uit de resultaten van de verkennende (bodem)onderzoeken blijkt dat ter plaatse van boringen B402, B404 en B405 sprake is van sterk verhoogde gehalten voor chroom in de bovengrond. Daarnaast zijn er licht verhoogde gehalten aangetoond in de bovengrond van boringen B408 en B410, welke de index van 0,5 voor nader onderzoek benaderen. Vooralsnog is de omvang en daarmee de eventuele ernst en de spoedeisendheid voor de bovenstaande verhoogde gehalten met chroom in de bovengrond niet bekend. Hierdoor kan momenteel niet worden uitgesloten dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging voor chroom.

Op basis hiervan, en in verband met de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering, is direct een nader grondonderzoek uitgevoerd ter plaatse van en in de (directe) omgeving van boringen B402, B404, B405, B408 en B410. De werkzaamheden van het nader grondonderzoek zijn conform de NTA 5755:2010 uitgevoerd. Bij het uitvoeren van een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755:2010 wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model. In tabel 6.1 op de is een conceptueel model uitgewerkt. Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

10 Tabel 6.1: Conceptueel model sterke grondverontreiniging met chroom Conceptueel model Oorzaak van de verontreiniging Ernst van de verontreiniging

Spoed van de sanering / Zorgplicht

Onderzoeksopzet

1.

Naar verwachting ophooglaag Vooralsnog kan niet worden uitgesloten of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in verband met de sterk verhoogde gehalten voor chroom in boring B402 (0,0-0,5 m-mv), B404 (0,0-0,4 mmv) en B405 (0,0-0,5 m-mv). Daarnaast zijn in de bovengrond van boring B408 (0,0-0,4 m-mv) en B410 (0,0-0,4 m-mv) licht verhoogde gehalten aangetoond, welke de index van 0,5 benaderen. Er kan niet worden uitgesloten dat meer dan 25 m3 sterk verontreinigde grond met gehalten boven de interventiewaarde voor chroom aanwezig zijn. De oorzaak van de sterk verhoogde gehalten met chroom is onbekend, maar mogelijk te relateren aan de ophooglaag / bodemvreemde bijmengingen in de grond (sporen- tot sterk baksteenhoudend en sporentot zwak betonhoudend). Momenteel is nog niet bekend of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 1. Ten eerste worden aanvullende analyses ingezet vanuit de beschikbare analyses van het verkennend onderzoek. De ondergrond van de boringen B402 (0,5-1,0 m-mv) en B405 (0,5-1,0 m-mv) worden aanvullend ingezet op chroom voor de verticale afperking. Daarnaast wordt er van de inpandige boring B416 de bovengrond (0,250,75 m-mv) ingezet voor de horizontale afperking van de sterke grondverontreiniging met chroom ter plaatse van boring B402. In totaal worden 3 grondanalyses ingezet op chroom (inclusief organisch stof en lutum).

2.

2. Aanvullend worden ten behoeve van de horizontale afperking van de sterke bovengrondverontreiniging met chroom extra boringen geplaatst rondom de boringen waar de sterke gehaltes en gehalten, welke de index benaderen, zijn aangetoond. Dit zijn in totaal 16 boringen tot 1 m-mv. Hiervan wordt per boring de bovengrond geanalyseerd op chroom (inclusief organisch stof en lutum). In totaal worden hiervoor 16 grondanalyses ingezet op chroom ter horizontale afperking (inclusief organisch stof en lutum). 3. 3. Verder is een PFAS analyse noodzakelijk voor het (mogelijk) afvoeren van verontreinigde grond. Hiervoor is 1 grondanalyse opgenomen voor PFAS.

Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest wordt de NEN 5707:2015/C2:2017 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 4.000 m2. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden met een schep minimaal 14 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Van de meest verdachte grondlagen uit de proefgaten worden minimaal drie mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

11 De veldwerkzaamheden van de diverse onderzoeken zijn zoveel als mogelijk met elkaar gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen, peilbuis en proefgaten is rekening gehouden met de bekende aandachtspunten. 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification en Bodem Expert B.V. (certificaatnummer: K97733/03, afgegeven door KIWA) zijn gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6) en protocol 2001, het plaatsen van handboringen en, afgezien van een efficiënte maaiveld inspectie, protocol 2018, locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.2 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.2: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data Bedrijf Diverse verkennende (bodem)onderzoeken (fase 1) 30 september 2022 Bodem Expert B.V.

Gecertificeerde medewerker

Protocol BRL SIKB

De heer M. Scholten

7 oktober 2022 Nader onderzoek (fase 2) 1 november 2022

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer M.A.H. van Baal

2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer M.A.H. van Baal

2001 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. en Bodem Expert B.V. hebben op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse bodemonderzoeken. Grond Verkennend bodemonderzoek (fase 1) Ten behoeve van het bepalen van de diverse bodemonderzoeken zijn in totaal 16 boringen (B401 t/m B416) geplaatst. Voor het bepalen van de bodemkwaliteit inpandig zijn er 2 boringen geplaatst binnenin de boerderij (B415 en B416). Hierbij is gebruik gemaakt van betonboringen voor het doorboren van de inpandige betonvloer. De boring PB406 is dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. Nader onderzoek (fase 2) In verband met het analytisch aantreffen van sterk verhoogde en licht verhoogde gehalten, welke de index van 0,5 benaderen, voor chroom ter plaatse van boringen B402, B404, B405, B408 en B410 uit het verkennend bodemonderzoek (fase 1) is een nader grondonderzoek (fase 2) uitgevoerd conform het conceptueel model in tabel 6.1. Ten behoeve van de horizontale afperking van de sterk verhoogde en licht verhoogde gehalten welke de index van 0,5 benaderen, zijn in totaal 16 boringen (B4001 t/m B4016) geplaatst.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

12 Verder is tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden inpandig een beperkte olie opslag aangetroffen met lekbak op een vloeistofkerende betonvloer. Op basis hiervan zijn de boringen B4001 en B4002 vanuit het nader onderzoek uitpandig tegen de gevel geplaatst, in directe omgeving van de inpandige olieopslag. Derhalve is er een mengmonster samengesteld van de ondergrond van deze 2 boringen en geanalyseerd op minerale olie. Deze veldwerkzaamheden en bijbehorende analyse betreft een aanvulling op het verkennend onderzoek. In tabel 6.3 zijn de uitgevoerde werkzaamheden van de verkennende bodemonderzoeken en het nader grondonderzoek weergegeven. Tabel 6.3: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen / peilbuis Circa 1,0 m-mv Circa 2,0 m-mv Peilbuis (filterstelling m-mv) Verkennende (bodem)onderzoeken (fase 1) B401, B402, B404, B405, B407 t/m B413, B403, B414 PB406 (2,50-3,50) B415, B416 Nader onderzoek (fase 2) B4001 t/m B4016(#) Toelichting bij tabel 6.3: Geen boring tot betreffende diepte geplaatst; # De boringen B4001 en B4002 zijn in combinatie met het verkennend onderzoek aanvullend bij de extra aangetroffen inpandige olieopslag geplaatst.

Grondwater Het grondwater uit peilbuis PB406 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 7 oktober 2022 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de locatie deels is bedekt met verhardingen en vegetatie (90 %). Derhalve heeft geen efficiënte maaiveldinspectie (> 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de waarnemingen in het veld zijn in totaal 14 proefgaten van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Om een (bodem)verontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv).

In het veld zijn 5 monsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde monsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 7. De situatieschets met de boringen, peilbuis en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

13 7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: ▪ Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. ▪ Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

14 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

15 8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van 3,5 m-mv uit zwak tot matig siltig, matig fijn tot zeer grof zand. De grond is tot maximaal 1,0 m-mv zwak tot matig humeus. Zintuiglijk zijn op de onderzoekslocatie diverse bodemvreemde bijmengingen aangetroffen, zoals weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring

Proefgat

Diepte boring (m -mv) Verkennend bodemonderzoek (fase 1) B401 Ja 1,00 B402 Ja 1,00 B403 Ja 2,00 B404 Ja 1,00

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,40 - 0,70

Zand Zand Zand Zand

B405 PB406 B407 B408

Ja Ja Ja Ja

1,00 3,50 2,00 1,00

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,40

Zand Zand Zand Zand

B409 B410 B411 B412

Ja Ja Ja Ja

1,00 1,00 1,00 1,00

0,00 - 0,40 0,00 - 0,40 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 0,80 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,40 - 0,80

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

sporen baksteen brokken baksteen brokken baksteen resten asfalt, sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend brokken baksteen sporen baksteen brokken baksteen, sporen puin matig baksteenhoudend, resten asfalt, zwak puinhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend sporen baksteen matig baksteenhoudend, brokken puin sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen

+ Zand Zand Zand

B413 Ja 1,00 B414 Ja 2,00 B415 Nee 1,00 Nader grondonderzoek (fase 2) B4001 Nee 1,00 B4002 B4003

Nee Nee

1,00 1,00

0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

B4004 B4005

Nee Nee

1,00 1,00

0,00 - 0,30 0,00 - 0,40

Zand Zand

B4006 B4007

Nee Nee

1,00 1,00

B4008

Nee

1,00

0,00 - 0,30 0,00 - 0,05 0,05 - 0,10 0,10 - 0,40 0,40 - 0,60 0,00 - 0,40

Zand + Zand Zand Zand Zand

B4009 B4010 B4011

Nee Nee Nee

1,00 1,00 1,00

B4012

Nee

1,00

B4013

Nee

1,00

B4014 B4015

Nee Nee

1,00 1,00

0,40 - 0,70 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,05 0,05 - 0,70 0,00 - 0,20 0,20 - 0,50 0,00 - 0,30 0,70 - 1,00 0,00 - 0,30 0,00 - 0,20 0,20 - 0,30

Zand Zand Zand + Zand Zand Zand Zand Zand Zand + Zand

Toelichting bij tabel 8.1: Sporen/resten < 1 % bodemvreemd materiaal; Zwak/brokken ≥ 1 < 5 % bodemvreemd materiaal; Matig ≥ 5 < 10 % bodemvreemd materiaal; Sterk/uiterst ≥ 10 < 20 % bodemvreemd materiaal; Volledig > 50 % bodemvreemd materiaal; + Betreft geen bodem (> 50 % bodemvreemd materiaal)

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

Volledig baksteen Sporen baksteen Sterk baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend, matig betonhoudend Matig baksteenhoudend Sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend, sporen slakken Sporen baksteen Volledig grind Uiterst slakkenhoudend Zwak baksteenhoudend Matig baksteenhoudend Sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend, sporen slakken Zwak baksteenhoudend Zwak slakhoudend, zwak baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend, sporen slakken Volledig grind Sporen baksteen Uiterst slakhoudend Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen, sporen beton Volledig grind Uiterst slakhoudend

16 Verder zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer 13745203

Mengmonster MM01

Parameter

Opmerking

Toelichting

Individuele PAK

Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.

Aangezien het gemeten gehalte voor minerale olie de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Toelichting bij tabel 8.2: PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen;

Grond Verkennend en nader bodemonderzoek Op basis van de onderzoeksopzet, de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden en de bekende gegevens, zijn diverse grondmengmonsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. In verband met de diverse aangetroffen bijmengingen zijn, aanvullend op de NEN 5740, 2 extra grondmonsters op een standaard NEN-pakket (incl. arseen en chroom) ingezet. Op basis van de tussentijdse resultaten zijn mengmonsters MM02 (4 deelmonsters) en MM03 (2 deelmonsters) uitgesplitst en zijn de deelmonsters separaat geanalyseerd op chroom (incl. lutum en organische stof). Tevens zijn op basis van de tussentijdse resultaten aanvullende analyses ingezet op chroom voor een verdere horizontale en verticale afperking. Op basis van de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek is een nader bodemonderzoek naar chroom uitgevoerd rondom boringen B402, B404, B405, B408 en B410. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven.

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

17

Tabel 8.3: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) monster

Omschrijving

Verkennend bodemonderzoek (fase 1) Algemene kwaliteit grond MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen

MM02

Bovengrond, zand Zintuiglijk: brokken/zwak baksteen

MM03

Bovengrond, zand Zintuiglijk: resten asfalt, sterk/matig baksteenhoudend, zwak puinhoudend Bovengrond, zand Zintuiglijk: brokken/matig baksteen, zwak/matig puingranulaathoudend, sporen/brokken puin Ondergrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

MM04

MM05 MM06

MM07

Ondergrond, zand Zintuiglijk: Uitsplitsing MM02 B402-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: brokken baksteen B405-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: brokken baksteenhoud B409-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend B410-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend Uitsplitsing MM03 B404-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: resten asfalt, sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend B408-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: resten asfalt, matig baksteenhoudend, zwak puinhoudend Aanvullende analyses (horizontale afperking) B401-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen B403-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: brokken baksteen B416-2 Grond, zand Zintuiglijk: Aanvullende analyses (verticale afperking ) B402-2 Ondergrond, zand Zintuiglijk: B405-2 Ondergrond, zand Zintuiglijk: Nader grondonderzoek naar chroom (fase 2) B4001-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteenhoudend B4002-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sterk baksteenhoudend B4003-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend, matig betonhoudend B4004-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: matig baksteenhoudend B4005-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend, sporen slakken

Boringen (traject in m -mv)

Analyse-pakket

Resultaten > AW < I >I

B411 (0,06 - 0,50) B413 (0,00 - 0,50) B414 (0,00 - 0,50) PB406 (0,00 - 0,50) B402 (0,00 - 0,50) B405 (0,00 - 0,50) B409 (0,00 - 0,40) B410 (0,00 - 0,40) B404 (0,00 - 0,40) B408 (0,00 - 0,40)

NEN, As, Cr

-

-

NEN, As, Cr

Cr#, PAK, MO

-

NEN, As, Cr

Co, Mo, Ni, PAK Cr

B407 (0,00 - 0,50) B412 (0,00 - 0,50)

NEN, As, Cr

PAK, MO

-

B412 (0,50 - 0,80) B415 (0,40 - 0,80) B403 (0,50 - 1,00) B403 (1,00 - 1,50) B414 (0,50 - 0,80) B414 (1,30 - 1,80) PB406 (1,00 - 1,50) PB406 (1,50 - 2,00) B4001 (0,50 - 1,00) B4002 (0,50 - 1,00)

NEN, As, Cr

-

-

NEN, As, Cr

-

-

MO

-

-

B402 (0,00 - 0,50)

Cr

-

Cr

B405 (0,00 - 0,50)

Cr

-

Cr

B409 (0,00 - 0,40)

Cr

-

-

B410 (0,00 - 0,40)

Cr

Cr*

-

B404 (0,00 - 0,40)

Cr

-

Cr

B408 (0,00 - 0,40)

Cr

Cr*

-

B401 (0,00 - 0,50)

Cr

-

-

B403 (0,00 - 0,50)

Cr

Cr

-

B416 (0,25 - 0,75)

Cr

-

-

B402 (0,50 - 1,00)

Cr

-

-

B405 (0,50 - 1,00)

Cr

-

-

B4001 (0,30 - 0,50)

Cr

-

-

B4002 (0,00 - 0,50)

Cr

-

-

B4003 (0,00 - 0,50)

Cr

Cr

-

B4004 (0,00 - 0,30)

Cr

-

-

B4005 (0,00 - 0,40)

Cr

-

Cr

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

18 Vervolg tabel 8.3: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) monster

Omschrijving

Boringen (traject in m -mv)

Analyse-pakket

Resultaten > AW < I >I

Nader grondonderzoek naar chroom (fase 2) B4006-1 Bovengrond, zand B4006 (0,00 - 0,30) Cr Cr Zintuiglijk: sporen baksteen B4007-1 Bovengrond, zand B4007 (0,05 - 0,10) Cr Cr Zintuiglijk: uiterst slakhoudend B4007-2 Bovengrond, zand B4007 (0,10 - 0,40) Cr Cr* Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend B4008-1 Bovengrond, zand B4008 (0,00 - 0,40) Cr Cr Zintuiglijk: sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend, sporen slakken B4009-1 Bovengrond, zand B4009 (0,00 - 0,30) Cr Cr Zintuiglijk: zwak slakhoudend, zwak baksteenhoudend B4010-1 Bovengrond, zand B4010 (0,00 - 0,30) Cr Cr* Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend, sporen slakken B4011-1 Bovengrond, zand B4011 (0,05 - 0,50) Cr Cr Zintuiglijk: sporen baksteen B4012-1 Bovengrond, zand B4012 (0,00 - 0,20) Cr Zintuiglijk: uiterst slakhoudend B4012-2 Bovengrond, zand B4012 (0,20 - 0,50) Cr Zintuiglijk: sporen baksteen B4013-1 Bovengrond, zand B4013 (0,00 - 0,30) Cr Zintuiglijk: sporen baksteen B4014-1 Bovengrond, zand B4014 (0,00 - 0,30) Cr Cr Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen beton B4015-1 Bovengrond, zand B4015 (0,20 - 0,30) Cr Cr Zintuiglijk: uiterst slakhoudend Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en mine.rale olie (MO), inclusief lutum

en organische stof (humus); As Arseen; Cr Chroom (indien afzonderlijke analyse, inclusief lutum en organische stof); * De gestandaardiseerde meetwaarde overschrijdt de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek; # De gestandaardiseerde meetwaarde benadert de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetroffen / waargenomen.

PFAS Aangezien er (mogelijk) met chroom verontreinigde grond afgegraven wordt is er een monster geanalyseerd op PFAS. Het monster met bijbehorende analyse en resultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Overzicht monster met bijbehorende analyse en resultaten (PFAS) MengMonster

Omschrijving

Boring (traject in m –mv)

Analysepakket

MPFAS01

Resultaten landbouw/natuur > Wonen/industrie (> AW) -

Bovengrond, zand B4006 (0,00 - 0,30) PFAS Zintuiglijk: sporen baksteen Toelichting bij tabel 8.4: PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); Niets aangetroffen / waargenomen.

Grondwater Conform de onderzoeksopzet zijn voor de locatie drie grondwatermonsters geanalyseerd. Het grondwatermonster met de bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten is in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Peilbuis met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis PB406

Filterdiepte (m-mv) 2,50 - 3,50

GWS (m-mv) 1,94

pH 6,0

EC (µS/cm) 487

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

Troebelheid (NTU) 114

Analysepakket NEN, As, Cr

>S<I Ba, Ni

Resultaten >I -

19 Toelichting bij tabel 8.5: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); As Arseen; Cr Chroom; S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit peilbuis PB406 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (<10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is er een maaiveldinspectie uitgevoerd en is per boring en proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal zintuiglijk geïnspecteerd op asbestverdachte materialen en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen. Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen zijn 5 grondmonsters samengesteld. Hiervan zijn 3 mengmonsters aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform de NEN5898:2015 (asbest in grond in de fractie < 20 mm).

De samenstelling van de onderzochte grondmengmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.6 op de volgende pagina weergegeven. Voor de in het veld samengestelde (meng)monsters wordt verwezen naar de asbestformulieren in bijlage 6. Tabel 8.6: Samenstelling grondmonsters asbest Monstercode

Proefgaten / boringen

Zintuiglijke waarnemingen

MMASB01 MMASB02

B409, B410 B401, B406, B411, B413, B414 B407 B412 B404, B408

Zwak baksteen Sporen baksteen

MMASB03 MMASB04

Matig/brokken baksteen Resten asfalt, sterk/matig baksteenhoudend, zwak puinhoudend Brokken baksteen

MMASB05 B402, B403, B405 Toelichting bij tabel 8.6: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in puin < 20 mm.

Traject Soort Analysepakket (m -mv) 0,00 - 0,40 Grond Niet geanalyseerd 0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 0,00 - 0,40 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 0,00 - 0,50 Grond Niet geanalyseerd

De resultaten van de geanalyseerde grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.7. Tabel 8.7: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode

Soort

MMASB02 MMASB03 MMASB04 Toelichting tabel 8.7: Niets aangetoond.

Hechtgebonden

Type

-

-

Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2

Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2

20 8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Verkennend bodemonderzoek (fase 1) Algemene kwaliteit In mengmonster MM02 van de brokken/zwak baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor chroom, PAK en minerale olie aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden, waarbij het gehalte voor chroom (index = 0,45) de indexwaarde van 0,5 (norm voor nader onderzoek) benadert. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM03 van de resten asfalt, sterk/matig baksteenhoudend en zwak puinhoudende bovengrond (0,0-0,4 m-mv, zand) is een sterk verhoogd gehalte voor chroom (index = 2,93) aangetoond. Daarnaast zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt, molybdeen, nikkel en PAK aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De aangetoonde licht verhoogde gehalten blijven ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM04 van de brokken/matig baksteen, zwak/matig puingranulaat en sporen/brokken puinhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor PAK en minerale olie aangetoond.

De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek. In mengmonster MM01 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (zand), in MM05 van de sporen baksteenhoudende ondergrond (zand) en in MM06 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM07 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-1,0 m-mv, zand), welke is samengesteld in verband met het aantreffen van de kleine olieopslag met lekbak tijdens de veldwerkzaamheden van het nader onderzoek, is geen verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Uitsplitsing MM02 In verband met het licht verhoogd gehalte voor chroom, welke de indexwaarde van 0,5 benadert, in mengmonster MM02 is het mengmonster uitgesplitst en zijn de deelmonsters separaat geanalyseerd op chroom (inclusief lutum en organische stof). In het deelmonster B402-1 van de brokken baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) ter plaatse van boring B402 is een sterk verhoogd gehalte voor chroom (index = 4,15) aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde.

In deelmonster B405-1 van de brokken baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) ter plaatse van boring B405 is een sterk verhoogd gehalte voor chroom (index = 9,49) aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. In het deelmonster B410-1 van de zwak baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,4 m-mv, zand) ter plaatse van boring B410 is een licht verhoogd gehalte voor chroom aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde, welke de indexwaarde van 0,5 overschrijdt (index = 0,55). In deelmonster B409-1 van de zwak baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,4 m-mv, zand) ter plaatse van boring B409 is een geen verhoogd gehalte voor chroom aangetoond. Uitsplitsing MM03 Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 15 te Afferden Rapportnr.: B22.8512D versie: 01 datum: 17 november 2022

21 In verband met het sterk verhoogd gehalte voor chroom in mengmonster MM03 is het mengmonster uitgesplitst en zijn de deelmonsters separaat geanalyseerd op chroom (inclusief lutum en organische stof). In het deelmonster B404-1 van de resten asfalt, sterk baksteen en zwak puinhoudende bovengrond (0,0-0,4 m-mv, zand) ter plaatse van boring B404 is een sterk verhoogd gehalte voor chroom (index = 1,32) aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. In het deelmonster B408-1 van de resten asfalt, matig baksteen en zwak puinhoudende bovengrond (0,0-0,4 m-mv, zand) ter plaatse van boring B408 is een licht verhoogd gehalte voor chroom aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde, welke de indexwaarde van 0,5 overschrijdt (index = 0,78). Aanvullende analyses (horizontale afperking) In verband met het sterk verhoogd gehalte voor chroom in monster B402-1, B404-1 en B405-1 zijn ten behoeve van de horizontale afperking aanvullende deelmonsters van de bovengrond ingezet, welke in eerste instantie niet zijn ingezet, ter analyse op chroom (inclusief lutum en organische stof). In het deelmonster B403-1 van de brokken baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) ter plaatse van boring B403 is een licht verhoogd gehalte voor chroom aangetoond.

Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft onder de interventiewaarde, alsmede onder de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek. In deelmonsters B401-1 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) en in B416-2 van de zintuiglijk schone grond (0,25-0,75 m-mv, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor chroom aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Aanvullende analyses (verticale afperking) In verband met het sterk verhoogd gehalte voor chroom in monster B402-1 en B405-1 zijn ten behoeve van de verticale afperking aanvullende monsters van de ondergrond ingezet voor aanvullende analyse op chroom (inclusief lutum en organische stof). In deelmonsters B402-2 en B405-2 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-1,0 m-mv, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor chroom aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB406 is licht verhoogd gehalte voor barium en nikkel aangetoond. De licht verhoogde gehalten in het grondwater overschrijden de betreffende streefwaarden, maar blijven beneden de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5. De overige onderzochte NEN-parameters, inclusief arseen en chroom, zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12667229/1