Bijlagen bij toelichting Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek Bleijenbeek 12
Tekst van het document
RAPPORT:
Diverse (bodem)onderzoeken, Landgoed Bleijenbeek te Afferden Locatie 3: Bleijenbeek 12
PROJECTNUMMER: B22.8512C Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Landgoed Bleijenbeek te Afferden, Locatie 3: Bleijenbeek 12
PROJECTNUMMER: B22.8512C Versie: 01
OPDRACHTGEVER: ASR Levensverzekeringen NV
DATUM: 25 oktober 2022
Auteur:
Autorisatie:
Ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B22.8512C/R512C-01/MH
Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING ASR Levensverzekering NV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de Bleijenbeek 12 te Afferden. De diverse (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen. Tevens wordt de eindsituatie vastgelegd. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707/C2:2017 [3]. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief OCB en asbest) op de onderzoekslocatie te actualiseren c.q. vast te leggen en tevens de eindsituatie vast te leggen van de voormalige bodembedreigende activiteiten (bovengrondse tank, opslag smeerolie en opslag oliedrums), om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.
Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: Vanwege de aanwezigheid van de Eckeltse beek is mogelijk sprake van verhoogde gehalten aan arseen; Ter plaatse is geen sprake van mogelijk (gedempte) watergangen, (voormalige) boomgaarden, overige dempingen en/of ophogingen. Ter plaatse van de agrarische bedrijfsbebouwing is sprake (geweest) van asbestverdachte dakbedekking met mogelijk een slechte afwatering. Tevens is ter plaatse van de Bleijenbeek 12 mogelijk sprake van de aanwezigheid van asbesthoudende puinlagen ter plaatse van de erfverharding; Ter plaatse van de Bleijenbeek 12 is sprake van bodembedreigende activiteiten, deze worden separaat onderzocht; Aangezien geen sprake is van grondverzet, is géén rekening gehouden met een aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag op PFAS. Op basis van het historisch onderzoek dient een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van Bleijenbeek 12, waarbij rekening dient te worden gehouden met het verdacht erf, bodembedreigende activiteiten en overige bijzonderheden. Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 ter plaatse van het erf (met voormalige asbestverdachte dakbedekking zonder goede afwatering en mogelijke puin- en/of funderingslagen).
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
3 Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennende bodemonderzoeken Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit en de voormalige bodembedreigende activiteiten de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Algemene kwaliteit Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrondof streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond. Voormalige bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de onderzochte voormalige bodembedreigende activiteiten zijn in zowel de boven-, ondergrond en/of het grondwater geen verhoogde gehalten voor de verdachte parameters aangetoond (NEN, arseen, chroom, minerale olie en/of vluchtige aromaten). De eindsituatie van de voormalige bodembedreigende activiteiten is derhalve in voldoende mate vastgelegd.
Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Daarnaast kan over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (vegetatie en verhardingen) op het maaiveld. Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de Bleijenbeek 12 te Afferden in voldoende mate onderzocht. Tevens is de eindsituatie vastgelegd ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten.
Er bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden op de locatie. Bij eventuele civieltechnische graafwerkzaamheden in de grond is geen veiligheidsklasse van toepassing volgens de CROW400. VMT heeft slechts een adviserende rol. Geadviseerd wordt om onderhavige rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag ter beoordeling. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met de resultaten van voorliggende onderzoeken en dienen bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 5
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725) ...................................................................................................... 5 3.3. CONCLUSIES HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK.................................................................... 6
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 6 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 6 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 6
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 7
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 7 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE BODEMONDERZOEKEN .................................................................. 7 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 8
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 10 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 10 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 11
8.
RESULTATEN ........................................................................................................................................... 12 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 12 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 12 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 15
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 17 9.1. CONCLUSIES VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..................................................................................... 17 9.2. CONCLUSIES VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST .......................................................................... 17 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 18
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 19
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Situering in de regio Situatieschetsen met boringen, peilbuizen en proefgaten Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren verkennend onderzoek naar asbest Relevante historische informatie
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
5
1.
INLEIDING ASR Levensverzekering NV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de Bleijenbeek 12 te Afferden. De diverse (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen. Tevens wordt de eindsituatie vastgelegd. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief OCB en asbest) op de onderzoekslocatie te actualiseren c.q. vast te leggen en tevens de eindsituatie vast te leggen van de voormalige bodembedreigende activiteiten (bovengrondse tank, opslag smeerolie en opslag oliedrums), om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De te onderzoeken deellocatie is gelegen aan de Bleijenbeek 12 te Afferden en maakt onderdeel uit van landgoed Bleijenbeek welke gesitueerd is langs de Eckeltse beek ten oosten van Afferden. Het landgoed wordt aan de noord-, west- en zuidzijde omsloten door nationaal park Maasduinen. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Bergen, sectie R, nummer 681, 682 en 1090 (allen ged.) en heeft een oppervlakte van circa 3.330 m2. Op de locatie is een boerderij aanwezig met diverse inpandige verdachte deellocaties. Inpandig is een betonvloer aanwezig. Uitpandig zijn beton- en klinkerverhardingen aanwezig. Daarnaast is de locatie deels braakliggend en begroeid met gras. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Historisch onderzoek (NEN 5725)
Voorafgaand aan het verkennend (bodem)onderzoek is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (landbodem). De historische informatie is separaat gerapporteerd door VMT met kenmerk B22.8512/HO, d.d. 19 april 2022. De relevantie conclusies zijn onderstaand samengevat en het historische onderzoek is opgenomen in de bijlage. PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend die een verontreiniging met PFAS hebben kunnen veroorzaken. Aangezien voor de diverse deellocaties vooralsnog geen grondverzet is voorzien, is geen onderzoek naar PFAS opgenomen. Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
6 Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek zijn geen waarnemingen gedaan, buiten de reeds bekende verdachte deellocaties, die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Daarnaast is geen asbestverdachte dakbedekking waargenomen. Volgens informatie van de gebruiker blijkt dat op de locatie geen asbestverdachte dakbedekking en geen (voormalige) druppelzones aanwezig zijn (geweest). 3.3.
Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek
Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: Vanwege de aanwezigheid van de Eckeltse beek is mogelijk sprake van verhoogde gehalten aan arseen; Ter plaatse is geen sprake van mogelijk (gedempte) watergangen, (voormalige) boomgaarden, overige dempingen en/of ophogingen. Ter plaatse van de agrarische bedrijfsbebouwing is sprake (geweest) van asbestverdachte dakbedekking met mogelijk een slechte afwatering. Tevens is ter plaatse van de Bleijenbeek 12 mogelijk sprake van de aanwezigheid van asbesthoudende puinlagen ter plaatse van de erfverharding; Ter plaatse van de Bleijenbeek 12 is sprake van bodembedreigende activiteiten, deze worden separaat onderzocht; Aangezien geen sprake is van grondverzet, is géén rekening gehouden met een aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag op PFAS. Op basis van het historisch onderzoek dient een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van Bleijenbeek 12, waarbij rekening dient te worden gehouden met het verdacht erf, bodembedreigende activiteiten en overige bijzonderheden. Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 ter plaatse van het erf (met voormalige asbestverdachte dakbedekking zonder goede afwatering en mogelijke puin- en/of funderingslagen). 4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
De locatie ligt op circa 14,7 m +NAP. Op de onderzoekslocatie is een circa 1 meter dikke deklaag aanwezig behorend tot de formatie van Boxtel. Het onderliggende eerste watervoerend pakket is circa 14 m dik en bestaat uit fijn tot grof zand met plaatselijk grind van de Formaties van Beegden. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend pakket tot circa 32 m-mv. 4.2.
Geohydrologie
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater is naar verwachting globaal noordwestelijk gericht, in de richting van de Eckeltsche Beek en de rivier de Maas. De stromingsrichting van het (ondiepe) grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
7 5.
HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormen de voormalige bodembedreigende activiteiten aandachtspunten. Vooralsnog wordt voor de onderzoekslocatie uitgegaan van een eveneens verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging.
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategieën diverse bodemonderzoeken
Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit van de locatie wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een locatie van maximaal 4.000 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL, < 4.000 m2). Het onderzoek van het grondwater wordt gecombineerd met het onderzoek bij de voormalige bodembedreigende activiteiten. Voormalige bodembedreigende activiteiten (eindsituaties) Voor de onderzoeksopzet ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten waarvoor de formele eindsituatie dient te worden vastgesteld, wordt uitgegaan van verdachte deellocaties (VEP). Het betreft de bovengrondse HBO-tank (2.200 liter), garage (100 m2) en machinestalling (100 m2). Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest wordt de NEN 5707:2015/C2:2017 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 4.000 m2. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden met een schep minimaal 15 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv.
Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Van de meest verdachte grondlagen uit de proefgaten worden minimaal drie mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). De veldwerkzaamheden van de diverse onderzoeken zijn zoveel als mogelijk met elkaar gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten is rekening gehouden met de diverse bekende aandachtspunten.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
8
6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPRnormen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6) protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6) en. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). Daarnaast is gebruik gemaakt van een oliedetectiepan om de grond te beoordelen op het voorkomen van olie-waterreacties. In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 29 september 2022
Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal
7 oktober 2022
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer M.A.H. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse bodemonderzoek. Verkennende bodemonderzoeken Grond Ten behoeve van het bepalen van de diverse bodemonderzoeken zijn in totaal 24 boringen (B301 t/m B324) geplaatst. Voor het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten zijn er conform de onderzoeksopzet drie boringen geplaatst (B301 t/m B303) ter plaatse van de bovengrondse HBO-tank. De boringen B304 t/m B306 zijn ter plaatse van de garage gesitueerd, de boringen B307 t/m B309 zijn gesitueerd ter plaatse van de machinestalling, waarbij de peilbuis PB308 is geplaatst in combinatie met de algemene kwaliteit. De boringen B310 t/m B324 zijn geplaatst ten behoeve van de algemene kwaliteit. De boringen PB302, PB305 en PB308 zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen / peilbuizen Maximaal 1,0 m-mv Circa 2,0 m-mv Deellocatie A: bovengrondse HBO-tank B301, B303 Deellocatie B: garage B306 B304 Deellocatie C: machinestalling B307, B309 Algemene kwaliteit B310 t/m B312, B314 t/m B317, B319 t/m B313, B318 B324 Toelichting bij de tabel: * In combinatie met de algemene kwaliteit; Niet van toepassing.
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB302 (2,50-3,50) PB305 (2,50-3,50) PB308 (2,50-3,50)* PB308 (2,50-3,50)
Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB302, PB305 en PB308 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 7 oktober 2022 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
9 Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie te worden uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de locatie grotendeels is bedekt met verharding en vegetatie > 2 cm (70 %). Er heeft desondanks wel een efficiënte maaiveldinspectie (> 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de waarnemingen in het veld zijn in totaal 15 proefgaten (B304, B310 t/m B315, B317 t/m B324) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Om een (bodem)verontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv). In het veld zijn 3 monsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde monsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.5 van hoofdstuk 8 weergegeven.
De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 7. De situatieschets met de boringen, peilbuizen en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
10
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
11 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.
De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
12
8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem op onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot aan de maximale boordiepte van circa 3,5 m-mv uit zeer fijn tot matig grof, zwak tot sterk siltig, lokaal zwak tot matig humeus zand. Boring B309 is gestaakt op een volledige betonlaag. Zintuiglijk zijn op de onderzoekslocatie diverse bodemvreemde bijmengingen aangetroffen, zoals weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring/proefgat
Diepte boring Traject Grondsoort (m -mv) (m -mv) B303 0,50 0,05 - 0,50 Zand B304 2,00 0,00 - 0,50 Zand PB305 3,50 0,60 - 1,00 Zand PB308 3,50 0,00 - 1,00 Zand B309 0,50 0,30 - 0,50 + B310 1,00 0,50 - 1,00 Zand B312 1,00 0,50 - 1,00 Zand B313 2,00 0,00 - 0,50 Zand B321 1,00 0,00 - 0,50 Zand B323 1,00 0,00 - 0,50 Zand Toelichting bij de tabel voor de bodemvreemde bijmengingen: Sporen/resten < 1 % bodemvreemde bijmengingen; Zwak > 1 % < 5 % bodemvreemde bijmengingen; Volledig > 50 % bodemvreemde bijmengingen; + betreft geen bodem.
Waargenomen bijzonderheden Sporen baksteen Zwak baksteenhoudend Sporen baksteen Sporen baksteen Volledig beton Sporen baksteen Sporen baksteen Zwak baksteenhoudend Sporen baksteen Sporen baksteen
Verder zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen overige waarnemingen (zoals olie-water reacties ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten) gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer Grond 13744230
(Meng)monster
Parameter
Opmerking
Toelichting
M03
Individuele PAK
De toegevoegde interne standaard vertoont een laag rendement. Hierdoor is de betrouwbaarheid van het resultaat mogelijk beïnvloed.
Aangezien de som parameter voor PAK de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Toelichting bij de ta bel: PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
13 Grond Verkennende bodemonderzoeken (Wbb) Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse (meng)monsters samengesteld. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn twee extra (meng)monsters samengesteld en geanalyseerd op een NEN-pakket. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) monster
Omschrijving
Deellocatie A: bovengrondse HBO-tank MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: MM02
Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen Deellocatie B: garage M03 Bovengrond, zand Zintuiglijk: Deellocatie C: machinestalling MM04 Bovengrond, zand Zintuiglijk: Algemene kwaliteit MM05 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen/zwak baksteenhoudend MM06
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM07
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM08
Ondergrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen
MM09
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
B301 (0,00 - 0,50) PB302 (0,10 - 0,20) PB302 (0,20 - 0,50) B303 (0,05 - 0,50) PB308 (0,00 - 0,50)
MO
-
-
NEN, As, Cr
-
-
PB305 (0,10 - 0,50)
NEN, As, Cr
-
-
B306 (0,15 - 0,50) B307 (0,15 - 0,50) B309 (0,10 - 0,30)
NEN, As, Cr
-
-
B304 (0,00 - 0,50) B313 (0,00 - 0,50) B321 (0,00 - 0,50) B323 (0,00 - 0,50) B310 (0,00 - 0,50) B312 (0,00 - 0,50) B315 (0,00 - 0,50) B316 (0,00 - 0,50) B318 (0,10 - 0,25) B320 (0,10 - 0,50) B322 (0,00 - 0,50) B324 (0,10 - 0,50) B312 (0,50 - 1,00) PB305 (0,60 - 1,00) PB308 (0,50 - 1,00) B313 (0,50 - 1,00) B313 (1,00 - 1,50) B318 (0,75 - 0,90) B318 (1,20 - 1,70) PB308 (1,00 - 1,50) PB308 (1,50 - 2,00)
NEN, As, Cr
PAK, MO
-
NEN, As, Cr
-
-
NEN, As, Cr
-
-
NEN, As, Cr
-
-
NEN, As, Cr
-
-
> AW < I
Resultaten >I
Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); MO As, Cr AW I -
Minerale olie, inclusief organische stof (humus); Arseen en chroom; Achtergrondwaarde; Interventiewaarde; Niets aangetroffen / waargenomen.
Grondwater Conform de onderzoeksopzet zijn voor de locatie drie grondwatermonsters geanalyseerd. De grondwatermonsters met de bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
14 Tabel 8.4: Peilbuizen met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) >S<I >I Deellocatie A: bovengrondse HBO-tank PB302 2,50 - 3,50 1,75 5,8 282 123 MO, BTEXN Deellocatie B: garage PB305 2,50 - 3,50 1,86 6,0 306 25,8 NEN, As, Cr Deellocatie C: machinestalling en algemene kwaliteit PB308* 2,50 - 3,50 1,72 5,7 328 8,43 NEN, As, Cr Toelichting bij tabel 8.4: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); As, Cr Arseen en chroom; MO, BTEXN Minerale olie en de vluchtige aromaten benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen; S Streefwaarde; I Interventiewaarde; * In combinatie met de algemene kwaliteit; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit de peilbuizen PB302 en PB305 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid wordt verwacht (< 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) zijn gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor de troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is er een maaiveldinspectie uitgevoerd en is per boring en proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal zintuiglijk geïnspecteerd op asbestverdachte materialen en puinrestanten. Hierbij zijn op het maaiveld en in de gegraven/opgeboorde grond geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen. Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen zijn drie grondmonsters samengesteld, welke zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform de NEN5898:2015 (asbest in grond in de fractie < 20 mm).
De samenstelling van de grondmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Samenstelling grondmonsters asbest Monstercode
Proefgaten / boringen
Zintuiglijke waarnemingen
MMASB301
B304, B313 t/m B315, B323 Maximaal zwak baksteenhoudend MMASB302 B310 t/m B312, B317, B321 Maximaal sporen baksteen MMASB303 B318 t/m B320, B324 Toelichting bij de tabel: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in puin < 20 mm.
Traject Soort Analysepakket (m -mv) 0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg)
De resultaten van de geanalyseerde grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 8.6.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
15 Tabel 8.6: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode
Soort
MMASB301 MMASB302 MMASB303 Toelichting bij de tabel: Niets aangetoond.
8.3.
Hechtgebonden
Type*
-
-
Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2
Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2
Interpretatie analyseresultaten
Grond Deellocatie A: bovengrondse HBO-tank In mengmonster MM01 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand, 0,0-0,5 m-mv) is geen verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. In mengmonster MM02 van de bovengrond (zand, 0,0-0,5 m-mv) met sporen baksteen, zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Deellocatie B: garage In monster M03 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand, 0,0-0,5 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Deellocatie C: machinestalling In mengmonster MM04 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand, 0,0-0,5 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Algemene kwaliteit In mengmonster MM05 van de sporen en zwak baksteenhoudende bovengrond (zand, 0,0-0,5 mmv) zijn licht verhoogde gehalten voor PAK en minerale olie aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden, alsmede onder de index van 0,5 (norm voor nader onderzoek).
In de mengmonsters MM06 en MM07 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand, 0,0-0,5 mmv) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM08 van de ondergrond (zand, 0,5-1,0 m-mv) met sporen baksteen, zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM09 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand, 0,5-2,0 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Grondwater Deellocatie A: bovengrondse HBO-tank In het grondwater uit peilbuis PB302 ter plaatse van de bovengrondse HBO-tank zijn geen verhoogde gehalten voor minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond, ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
16 Deellocatie B: garage In het grondwatermonster uit peilbuis PB305 ter plaatse van de garage zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond, ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Deellocatie C: machinestalling (i.c.m. algemene kwaliteit) In het grondwatermonster uit peilbuis PB308 ter plaatse van de machinestalling zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN, arseen en chroom) aangetoond, ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld en in het opgeboorde / opgegraven materiaal zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In de grondmonsters MMASB301, MMASB302 en MMASB303 van de bovengrond met diverse bijmengingen uit de proefgaten B304, B313 t/m B315, B323, B310 t/m B312, B317, B321, B318 t/m B320 en B324 (0,0-0,5 m-mv) is analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.).
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
17
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.
Conclusies verkennend bodemonderzoek
Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit en de voormalige bodembedreigende activiteiten de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Algemene kwaliteit Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrondof streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond. Voormalige bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de onderzochte voormalige bodembedreigende activiteiten zijn in zowel de boven-, ondergrond en/of het grondwater geen verhoogde gehalten voor de verdachte parameters aangetoond (NEN, arseen, chroom, minerale olie en/of vluchtige aromaten). De eindsituatie van de voormalige bodembedreigende activiteiten is derhalve in voldoende mate vastgelegd. 9.2.
Conclusies verkennend onderzoek naar asbest
Voor het verkennend onderzoek naar asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Daarnaast kan over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (vegetatie en verhardingen) op het maaiveld.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
18
9.3.
Algehele conclusie en aanbevelingen
Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de Bleijenbeek 12 te Afferden in voldoende mate onderzocht. Tevens is de eindsituatie vastgelegd ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten. Er bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden op de locatie. Bij eventuele civieltechnische graafwerkzaamheden in de grond is geen veiligheidsklasse van toepassing volgens de CROW400. VMT heeft slechts een adviserende rol. Geadviseerd wordt om onderhavige rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag ter beoordeling. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met de resultaten van voorliggende onderzoeken en dienen bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
19
10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5725:2017, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 5. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse (bodem)onderzoeken, Bleijenbeek 12 te Afferden Rapportnr.: B22.8512C versie: 01 datum: 25 oktober 2022
Bijlage 1
Bijlage 1
Tekening: B22.8512C
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2016) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 2
9
6304
899
607 926
k ee nb ije Ble
a
13
ee nb je ei
577
k
Bl
680
513
679
k ee nb ije Ble
15
1278
606
k
ee
nb
512
ije
Ble
a
15
1279 605
1068
1280
511
Ble ije nb k ee
k
nbee
Bleije 683 684
682
1281
7325
17
63
1282
Bleijenbeek
17a
1214 1215 1084
1085
1082 1083
k
nbee
Bleije
a
-14
14
534 1087
1086
1165 1088
536
1089
1202
1200
1166 1090 681
1105 1199 682
12
1092
nbeek
1091
Bleije
Bleije
nbeek 574
10 Ble
ijen
bee
k
1096 1095
1277
1094
B22.8512C
1276
1275 1099 1102
1198
1103
Bl
ei
je
nb
ee
k
593
1295
1112
1294
ek
enbe Bleij
1293
1292
8
1296
6a
1274
1090 681
12
1092
1091
Ble ije
nbe e
k
Bijlage 3
Bijlage 3
Boring:
B301
Boring:
PB302
Datum:
29-9-2022
Datum: GWS:
29-9-2022 200
0
0 1
50
50
braak
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 2 50
0 10 20 50
4 150
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Edelmanboor
200
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, neutraal beigegeel, Edelmanboor
5 200
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal beigegeel, Edelmanboor Zand, zeer fijn, sterk siltig, laagjes leem, neutraal beigebruin, Edelmanboor
3 100
150
klinker
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindig, neutraal beigegeel, Edelmanboor
250
300 350
350
Boring:
B303
Boring:
B304
Datum:
29-9-2022
Datum:
29-9-2022
0 5
0 1
50
50
klinker Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
0
0
gazon
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50 2 100
100 3
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
150 4 200
200
Boring:
PB305
Boring:
B306
Datum: GWS:
29-9-2022 200
Datum:
29-9-2022
0 10
0 1 50
2
50 60
3 100
100 4
150
150 5 200
200
250
250
350
Projectcode: B22.8512C getekend volgens NEN 5104
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal beigegeel, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal beigegeel, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, zwartgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, neutraal beigegeel, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, neutraalgrijs, Edelmanboor
300
350
klinker
Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk grindig, neutraal cremegrijs, Edelmanboor
0
0 1 50
beton
15
Kernboor
50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal beigegeel, Edelmanboor
Bijlage 3
Boring:
B307
Boring:
PB308
Datum:
29-9-2022
Datum: GWS:
29-9-2022 200
0 15
0 1 50
50
beton
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal beigegeel, Edelmanboor
0
0
Kernboor
klinker Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50 2 100
100 3
150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, neutraalbeige, Edelmanboor
4 200
250
300
300
350
350
Boring:
B309
Boring:
B310
Datum:
29-9-2022
Datum:
29-9-2022
0 10
0 1
30 50
50
beton
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal beigegeel, Edelmanboor, Gestaakt op beton op 30
0
0
Kernboor
1 50
50 2
100
100
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindig, neutraal geelbeige, Edelmanboor
gazon Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
Volledig beton
Boring:
B311
Boring:
B312
Datum:
29-9-2022
Datum:
29-9-2022
0
0 1 50
50
3 4
100
70
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
100
Projectcode: B22.8512C getekend volgens NEN 5104
gazon
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
2 100
100
gazon Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
Bijlage 3
Boring:
B313
Boring:
B314
Datum:
29-9-2022
Datum:
29-9-2022
0
0 1
50
50 2
gazon Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, neutraalbeige, Edelmanboor
100
0
0 1
50
50
gazon Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
100
3 150 4 200
200
Boring:
B315
Boring:
B316
Datum:
29-9-2022
Datum:
29-9-2022
0
0 1
50
50
gazon
1 50
50 Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
100
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
100
B317
Boring:
B318
Datum:
29-9-2022
Datum:
29-9-2022
0
1 50
50
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
gazon
100
3 4
150
5 6
Projectcode: B22.8512C getekend volgens NEN 5104
0 10 25
2
100
200
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
Boring:
0
gazon
90 120
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalcreme, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, neutraalbeige, Edelmanboor
200
Bijlage 3
Boring:
B319
Boring:
B320
Datum:
29-9-2022
Datum:
29-9-2022
0 10
0 1
50
50 2
100
100
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
0 10
0 1
50
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
100
Boring:
B321
Boring:
B322
Datum:
29-9-2022
Datum:
29-9-2022
0
0 1
50
50 2
100
100
gazon
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
100
1 50
B323
Boring:
B324
29-9-2022
Datum:
29-9-2022
0
50
50 2 100
100
Projectcode: B22.8512C getekend volgens NEN 5104
gazon
0 10
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
gazon Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
100
Datum:
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2
Boring:
0
klinker
1 50
2 100
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Bijlage 4
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Michelle Hennekes De Tweede Geerden 21 5334 LH VELDDRIEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 12
: ASRA : B22.8512C : 13744230, versienummer: 1.
Rotterdam, 11-10-2022
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project B22.8512C. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 12 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 12
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Michelle Hennekes Projectnaam ASRA Projectnummer B22.8512C Rapportnummer 13744230 - 1
Orderdatum 29-09-2022 Startdatum 29-09-2022 Rapportagedatum 11-10-2022
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM01 MM02 M03 MM04 MM05
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 87.0 <1 geen
organische stof (gloeiverlies) organische stof (gloeiverlies)
% vd DS % vd DS
S S
1.2
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS METALEN arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
002
003
004
005
Ja 86.4 <1 geen
Ja 95.9 <1 geen
Ja 96.2 <1 geen
Ja 88.5 <1 geen
2.8
<0.2
0.4
1.9
S
2.0
<2
<2
3.1
S S S S S S S S S S S
4.5 32 0.25 <10 2.5 9.8 0.06 25 <0.5 6.2 53
<4 <20 <0.2 <10 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20
<4 <20 <0.2 <10 2.7 <5 <0.05 <10 <0.5 3.5 <20
5.9 34 0.25 <10 2.4 13 <0.05 25 <0.5 6.1 44
<0.01 0.02 <0.01 0.05 0.03 0.03 0.03 0.04 0.04 0.04 1) 0.294
<0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 1) 0.07
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<0.01 0.40 0.14 0.99 0.72 0.95 0.76 1.4 1.0 1.1 1) 7.467
<1 <1 <1
<1 <1 <1
<1 <1 <1
<1 <1 <1
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S fenantreen mg/kgds S antraceen mg/kgds S fluoranteen mg/kgds S benzo(a)antraceen mg/kgds S chryseen mg/kgds S benzo(k)fluoranteen mg/kgds S benzo(a)pyreen mg/kgds S benzo(ghi)peryleen mg/kgds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds