Bijlagen bij toelichting Bijlage 5 Stikstofdepositieonderzoek
Tekst van het document
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE MOSAÏQUE 7B-7F/ KEULERSTRAAT 1-1B TE NIEUW-BERGEN
Onderzoek stikstofdepositie Mosaïque 7b-7f/ Keulerstraat 1-1b te Nieuw-Bergen Opdrachtgever
Buro Waalbrug Schoenaker 10 6641 SZ Beuningen
Rapportnummer Versienummer
51029735 (Sweco) /14555.002 (Econsultancy) D5
Datum
21 mei 2025
Opsteller
Nico Berends
Kwaliteitscontrole
Julia Löhr
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
TOETSINGSKADER ................................................................................................................... 2
3
UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................. 2 3.1
3.2
4
Aanlegfase ........................................................................................................................ 2 3.1.1 Mobiele werktuigen ............................................................................................ 2 3.1.2 Verkeersbewegingen .......................................................................................... 3 3.1.3 Koude start ......................................................................................................... 3 3.1.4 Stationair draaien vrachtverkeer ........................................................................ 3 Gebruiksfase ..................................................................................................................... 4 3.2.1 Verkeersbewegingen .......................................................................................... 4 3.2.2 Koude start ......................................................................................................... 5
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING ........................................................................ 7
BIJLAGEN: 1. - AERIUS-berekening projecteffect aanlegfase 2. - AERIUS-berekening projecteffect gebruiksfase 51029735 (SWECO) /14555.002
1
INLEIDING
Aan de Mosaïque 7b-7f/ Keulerstraat 1-1b te Nieuw-Bergen is men voornemens het bestaand winkeloppervlak (705 m2), 200 m2 kantoorruimte, 365 m2 horecagelegenheid en 4 middeldure huur appartementen te slopen en 13 middeldure koopappartementen, 12 middeldure huurappartementen en 250 m2 horecagelegenheid te realiseren. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. In figuur 1.1 is de situering van het plan en de omliggende Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 1.1
Situering plan en omliggende Natura 2000-gebieden
Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’ ligt op circa 1 kilometer afstand het meest nabij het plan.
Rapport 51029735 (Sweco) /14555.002 versie D5
Pagina 1 van 7
2
TOETSINGSKADER
De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het beoogde plan mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
3
UITGANGSPUNTEN
De aanleg- en gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. 3.1 Aanlegfase Met het plan wordt de sloop van de bestaande bebouwing en de bouw van 13 koopappartementen, 12 huurappartementen en 250 m2 horecagelegenheid (café/bar/cafetaria/restaurant) mogelijk gemaakt . De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen, het vervoer van personeel, het stationair draaien van het vrachtverkeer, koude starts als gevolg van de motorvoertuigen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. De aanlegfase betreft een tijdelijke ontwikkeling. In het eerste jaar zal de sloop van de bestaande panden plaatsvinden. In het daarop volgende jaar zal de bouw plaatsvinden. In onderhavig onderzoek worden de 12 maatgevende maanden inzichtelijk gemaakt. Tijdens de bouw van de ontwikkeling zijn meer activiteiten voorzien die leiden tot een emissie van stikstofoxiden en ammoniak. Derhalve zijn, voor het inzichtelijk maken van de 12 maatgevende maanden, de werkzaamheden van tijdens de (af)bouw inzichtelijk gemaakt. Voor de berekening is peiljaar 2025 gehanteerd.
3.1.1 Mobiele werktuigen De benodigde gegevens (bouwjaar, brandstof, vermogen en draaiuren) voor de aanlegfase zijn bepaald aan de hand van kengetallen van representatieve projecten uitgevoerd door Sweco. De emissiefactoren van de werktuigen zijn tevens gebaseerd op het in AERIUS Calculator opgenomen kentallen bij reguliere werkzaamheden. Het dieselverbruik in combinatie met het verbruik van Adblue is gebaseerd op onderzoek van TNO in opdracht van het RIVM 1. Voor de aanlegfase is de inzet van de in tabel 2.1 opgenomen mobiele werktuigen voorzien. Voor overig (klein) materieel wordt uitsluitend gebruik gemaakt van elektrisch aangedreven werktuigen. Het aantal draaiuren betreft alle tijd dat de motor van het werktuig aan staat, dus ook de tijd dat het werktuig stationair staat te draaien.
1 TNO, AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NO x en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, rapport 2021 R12305, publicatiedatum 27 maart 2023.
Rapport 51029735 (Sweco) /14555.002 versie D5
Pagina 2 van 7
Tabel 3.2
inzit mobiele werktuigen
werktuig
vermogen [kW]
brandstof
stageklasse
draaiuren [u/j] brandstofverbruik [l/j]
AdBlue [l/j]
mobiele kraan
100
diesel
IV
200
2.035
122
betonstorter
150
diesel
IV
50
702
42
hijskraan
100
diesel
IV
100
1.018
61
minigraver
20
diesel
IV
50
125
n.v.t.
3.1.2 Verkeersbewegingen Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het plan. Naar verwachting zullen er voor de gehele aanlegfase 4.000, 700 en 300 verkeersbewegingen met respectievelijk lichte, middelzware en zware motorvoertuigen plaatsvinden. Voor de ontsluiting van het verkeer sluit de gemeente Bergen aan bij de vuistregel van de provincie Gelderland. De provincie Gelderland hanteert voor de Natura 2000-gebieden voor de ontsluiting van het verkeer de vuistregel dat licht en zwaar verkeer binnen de bebouwde kom na respectievelijk 50 en 150 meter is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Ter plaatse van de openbare weg, is op aangeven van de gemeente, een stagnatiefactor van 10% gehanteerd. Voor het manoeuvreren op de werkplaats is een stagnatiefactor van 100% gehanteerd. 3.1.3 Koude start Bij het verlaten van het plangebied kan er sprake zijn van een koude start voor het bouwverkeer. Voor lichte voertuigen gaan we in de berekening ervan uit dat 100% van de voertuigen, voor onderhavig project 2.000 voertuigen, een koude start maakt. Hiermee wordt een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt, aangezien er ook veel lichte voertuigen zullen zijn die minder dan 2 uur de motor uitgeschakeld hebben.
Voor het middelzware en zware vrachtverkeer zullen geen koude starts voordoen aangezien deze met een warme motor aan- en afrijden, dan wel niet stationair draaien. 3.1.4 Stationair draaien vrachtverkeer Tijdens het laden en lossen van materialen bestaat de kans dat er vrachtwagens binnen het bouwterrein stationair draaien. De bijbehorende emissies zijn gesimuleerd op basis van de rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer5. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor “verkeer stad stagnerend” welke voor middelzwaar en zwaar vrachtverkeer respectievelijk 64,65 en 92,49 gram NOx per uur en 0,71 en 0,90 gram NH3 per uur bedragen2. In onderhavig onderzoek wordt er vervolgens van uitgegaan dat elke vrachtwagen per locatiebezoek 5 minuten stationair draait. Op basis van het totaal aantal vrachtwagens dat de locatie zal aandoen (250 middelzware en 200 zware vrachtwagens), de gemiddelde tijd dat de vrachtwagens stationair zullen draaien (5 minuten) en bovenstaande emissiefactoren bedraagt de totale emissie als gevolg van het stationair draaien van het vrachtverkeer binnen het bouwterrein 2,89 kg NOx en 0,03 kg NH3.
2 emissiefactoren voor peiljaar 2025.
Rapport 51029735 (Sweco) /14555.002 versie D5
Pagina 3 van 7
In figuur 3.2 zijn de emissiebronnen van tijdens de aanlegfase weergegeven. De paarse lijnbron betreffen de emissies ten gevolge van het verkeer, bron 2 de emissies ten gevolge van het gebruik van de mobiele werktuigen, bron 3 de emissies als gevolg van het stationair draaien van het vrachtverkeer en bron 4 de emissies als gevolg van de koude starts.
Figuur 3.2
Emissiebronnen aanlegfase
3.2 Gebruiksfase Met het plan wordt de bouw van 12 middeldure huurappartementen, 13 middeldure koopappartementen en 250 m2 horecagelegenheid (café/bar/cafetaria/restaurant) mogelijk gemaakt. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van peiljaar 2026. 3.2.1 Verkeersbewegingen In tabel 3.2 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van 12 middeldure huurappartementen, 13 middeldure koopappartementen en 250 m2 horecagelegenheid opgenomen. Voor de horecagelegenheid zijn enkel parkeercijfers opegenomen in het CROW. Voor het centrumgebied geldt voor de horecagelegenheid een maximale parkeerbehoefte van 11 parkeerplekken per 100 m2. Uitgaande van een turnover van 2 per parkeerplek, resulteert dit in maximaal 110,0 verkeersbewegingen per etmaal.
Rapport 51029735 (Sweco) /14555.002 versie D5
Pagina 4 van 7
Tabel 3.1 verkeersgeneratie plan
functie plan huur, appartement, vrije sector, 75 – 100 m² bvo 12 woningen koop, appartement, 75 - 100 m² bvo 13 woningen café/bar/cafetaria 250 m2 totaal
eenheid 1 woning 1 woning 100 m2
verkeersgeneratie per eenheid min max 3,3 4,1 5,4 6,2 27,5 plekken
verkeersgeneratieplan min max gem 39,6 49,2 44,4 70,2 80,6 75,4 110,0 219,8 239,8 229,8
Uitgaande van de gemiddelde bandbreedte genereert het totale plan 229,8 verkeersbewegingen per weekdag, waarvan 2% is opgenomen als middelzwaar vrachtverkeer. Voor de ontsluiting van het verkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1. 3.2.2 Koude start Ingevolge de Handreiking Koude Start dient voor woningbouw te worden gerekend met 2 koude starten per woning en/of één koude start per parkeerplaats. Ten gevolge van de 25 appartementen worden 50 koude starts verwacht. Voor de cafetaria is op basis van de parkeerbehoefte bepaald hoeveel koude starts zullen plaatsvinden per etmaal. De parkeerbehoefte in de huidige situatie is, op basis van de kentallen van het CROW 744 circa 28 parkeerplekken. In totaal wordt dus gerekend met 78 koude starts per etmaal. Voor het middelzwaar vrachtverkeer zal geen sprake zijn van koude starts omdat deze met een warme motor aan- en afrijden. In figuur 3.3 is de emissiebronnen van tijdens het toekomstig gebruik weergegeven. De paarse lijnbron betreft de emissies ten gevolge van het verkeer dat van het naar het gebied beweegt. Bron 2 betreft de emissies als gevolg van de koude starts.
Rapport 51029735 (Sweco) /14555.002 versie D5
Pagina 5 van 7
Figuur 3.1
Emissiebronnennen gebruiksfase
Rapport 51029735 (Sweco) /14555.002 versie D5
Pagina 6 van 7
4
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING
De berekeningen van het projecteffecten van de aanleg- en gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2024.2.1). In bijlage 1 en 2 is de AERIUS-)berekening van de aanleg- en gebruiksfase opgenomen. Het projecteffect op het Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’ is als gevolg van de aanleg- en de gebruiksfase groter dan 0,00 mol/ha/jaar. In tabel 4.1 zijn de resultaten van de berekeningen samengevat. Tabel 4.1 Stikstofdepositie op Natura2000-gebied fase
aanleg
gebruik
habitattype
areaal met effect [ha]
max. projecteffect [mol/ha/jaar]
LG13 Bos en arme zandgronden
197,25
0,03
H4030 Droge heiden
18,90
0,03
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
9,31
0,03
H2330 Zandverstuivingen
7,44
0,02
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
3,56
0,02
H3160 Zure vennen
4,36
0,01
Lg09 Droog struisgrasland
2,11
0,01
Lg10 Kramgrasweide & Bloemrijk weidevogelgras1,27 land van het zand- en veengebied
0,01
Lg 04 Zuur ven
0,87
0,01
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,64
0,01
ZGH3160 Zure vennen
0,34
0,01
ZGH7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,11
0,01
H91D0 Hoogveenbossen
0,11
0,01
H4010A Voctige heiden (hogere zandgronden)
0,02
0,01
LG13 Bos en arme zandgronden
34,18
0,02
H4030 Droge heiden
3,96
0,02
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
1,92
0,02
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
2,08
0,01
H2330 Zandverstuivingen
1,57
0,01
H3160 Zure vennen
1,05
0,01
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,64
0,01
Lg09 Droog struisgrasland
0,62
0,01
ZGH3160 Zure vennen
0,34
0,01
ZGH7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,11
0,01
H91D0 Hoogveenbossen
0,11
0,01
Lg 04 Zuur ven
0,10
0,01
Aanvullend ecologisch onderzoek is noodzakelijk om te onderzoeken of deze toenames in depositie tot significant negatieve effecten kunnen leiden binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen. Een dergelijke voortoets dient onderdeel uit te maken van de vergunningsaanvraag voor de ontwikkeling
Rapport 51029735 (Sweco) /14555.002 versie D5
Pagina 7 van 7
BIJLAGE 1. AERIUS-berekening projecteffect aanlegfase
BIJLAGE 2. AERIUS-berekening projecteffect gebruiksfase