CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting Bijlage 4 Aanvullend ecologisch onderzoek

Gemeenteraad 7 oktober 2025, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Mosaïque 7 - Keulerstraat 1b Nieuw Bergen;3.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend onderzoek ecologie Mosaïque 7B-7F en Keulerstraat 1-1B te Nieuw-Bergen Aanvullend onderzoek naar huismus, gierzwaluw en vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Status:

Definitief

Project:

2021-785

Datum:

30 september 2022

Samensteller:

ir. L. Davids

Collegiale toets:

ir. T.W.D. Schrader

Opdrachtgever:

Buro Waalbrug

Contactpersoon:

R. van den Oetelaar

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel

4

1.3

Beschrijving plangebied

5

1.4

Voorgenomen werkzaamheden

5

1.5

Mogelijk aanwezige soorten

5

1.6

Kader Wet natuurbescherming

6

2 Methode onderzoek

7

2.1

Theoretisch kader

7

2.2

Praktische uitvoering

7

2.3

Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes

9

2.4

Veldbezoeken

9

2.5

Specifieke omstandigheden

9

3 Resultaten

10

3.1

Huismus

10

3.2

Gierzwaluw

10

3.3

Vleermuizen

11

3.4

Overige soorten

12

4 Conclusie

14

4.1

Huismus

14

4.2

Gierzwaluw

14

4.3

Vleermuizen

14

4.4

Overige soorten

14

4.5

Samenvatting

15

4.6

Vervolgstappen

15

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Aan de Mosaïque 7B-7F en Keulerstraat 1-1B te Nieuw-Bergen is een samengesteld pand met meerdere bedrijfspanden en appartementen gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens het bestaande pand te slopen ten behoeve van nieuwbouwappartementen te realiseren (figuur 1.1).

Figuur 1.1

Het plangebied is gelegen aan de Mosaïque 7B-7F en Keulerstraat 1-1B te Nieuw-Bergen.

Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) is een quickscan Wnb uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Econsultancy, 2021). Op basis van de quickscan Wnb kon de aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels (huismus en gierzwaluw) en vleermuisverblijfplaatsen niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Buro Waalbrug heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.

1.2

Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn huismus, gierzwaluw en vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?

4

1.3

Beschrijving plangebied Het plangebied betreft samengesteld pand van bedrijfspanden en appartementen te Nieuw-Bergen (figuur 1.1). De bebouwing is opgetrokken uit stenen muren en heeft zowel een gedeelte dakpannen dak als plat dak (figuur 1.2). Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Ecosultancy, 2021).

Figuur 1.2 De bebouwing in het plangebied betreft een samengestelde pand van bedrijfspanden en appartementen.

1.4

Voorgenomen werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om het pand in het plangebied te slopen ten behoeve van 20 nieuwbouwappartementen. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

1.5

Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Econsultancy, 2021) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties en/of vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn (tabel 1.1). In tabel 1.2 wordt de potentie naar vleermuissoort en type verblijfplaats gespecificeerd.

5

Tabel 1.1

Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Econsultancy, 2021). Onderzoek nodig

Bescherming Wnb

Ja

Art. 3.5

Verblijfplaatsen

Huismus

Ja

Art. 3.1

Nestlocaties

Gierzwaluw

Ja

Art. 3.1

Nestlocaties

Soortgroep

Mogelijke functie plangebied

Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4)

Vogels (Algemeen en cat. 5)

Tabel 1.2

Overzicht van de potentie voor vleermuissoorten en type verblijfplaatsen (Econsultancy, 2021).

Vleermuissoort

1.6

Zomer

Kraam

Paar

Massawinter

Gewone dwergvleermuis

Ja

Ja

Ja

Nee

Ruige dwergvleermuis

Ja

Nee

Ja

Nee

Laatvlieger

Ja

Ja

Ja

Nee

Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de gierzwaluw en huismus valt onder de Vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.1 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Wnb, art. 3.5 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Aannemelijk zal per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treden. Binnen de Omgevingswet blijven de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats. Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.

6

2 Methode onderzoek 2.1

Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus en de gierzwaluw zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). Voor vleermuizen geldt het meest actuele Vleermuisprotocol (momenteel NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1

Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol.

Soort

Type

Periode

Omschrijving

Huismus

Nest

1 april t/m 15 mei

2 veldbezoeken, idealiter in de ochtend. Inventariseren van baltsende mannetjes, nestbezoeken en het gebruik van leefgebied.

Gierzwaluw

Nest

15 mei t/m 15 juli

3 veldbezoeken in de avond, waarvan 1 tussen 20 juni en 7 juli. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen.

Cat. 5 vogels Algemene broedvogels

Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen

De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.

Nest

Kraam

15 mei t/m 15 juli

Zomer

15 april t/m 15 aug.

Paar

15 aug. t/m 30 sep.

Minimaal 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Veldbezoeken kunnen gecombineerd worden uitgevoerd. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen alsmede gedrag indicatief voor een verblijfplaats (o.a. baltsende dieren).

2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep.

7

Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd. Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Tijdens het aanvullend onderzoek huismus wordt met name gebruik gemaakt van strategische looproutes waarbij alle potentiële nesten gedurende het veldbezoek visueel gecontroleerd worden.

Hierbij wordt specifiek gelet op de aanwezigheid van baltsende mannetjes, het gebruik van het leefgebied en het in/uit vliegen bij de nestlocaties. Voor huismus geldt dat strategische punten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. Tijdens het aanvullend onderzoek gierzwaluw wordt met name gebruik gemaakt van strategische punten. Deze strategische punten worden gekozen op basis van overzicht van het onderzoeksgebied, relatieve potentie, sporen van nesten en in latere rondes de gegevens van de eerdere bezoeken. Tijdens het gehele veldbezoek worden het aantal laagvliegende gierzwaluwen geteld voor het inschatten van het aantal nesten op locatie. De wisseling van de strategische punten is een reactie op het gedrag van de gierzwaluw, de waarnemer verandert van strategisch punt als er sprake is van laagvliegende, bouncende en roepende gierzwaluwen in een bepaald deel van het onderzoeksgebied. Het onderzoek wordt afgerond rond zonsondergang. De onderzoeker verlaat het onderzoeksgebied echter pas wanneer alle gierzwaluwen zijn ingevlogen of uit het gebied weggetrokken zijn. Afhankelijk van de periode kan het onderzoek daardoor doorlopen tot circa 30 minuten na zonsondergang. Tijdens deze laatste 30 minuten is er vaak sprake van relatief lage activiteit waardoor dit onderzoek waar nodig zonder kwaliteitsrisico’s kan overlopen in de veldbezoeken ten aanzien van vleermuizen.

Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen. Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is. Voor alle onderzoeken geldt dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar.

De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol, dus per datum, per loopronde en per moment. Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment.

8

De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke nesten en/of verblijfplaatsen te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit te sluiten. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden. Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten en/of verblijfplaatsen op die momenten binnen het onderzoeksgebied.

2.3 Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes Het huismus- en gierzwaluwonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker. Tijdens het gierzwaluwonderzoek is gebruik gemaakt van een speaker voor het afspelen van gierzwaluwgeluiden. Indien wordt teruggeroepen door jongen of ouderdieren kunnen hiermee nestlocaties van gierzwaluwen worden geïdentificeerd. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector, type Petterson D-200x/D-240x. Deze type zijn heterodyne en D-240x heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden.

2.4 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2

Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.

Veldbezoek

Functie

Huismus 1

Nest

Huismus 2

Aantal

Datum

Zon

Tijd

Weersomstandigheden

1

13-04-2022

06.00

06.30-08.30

0/8, droog, 1-2 Bft, 9˚C

Nest

1

02-05-2022

06.30

06.30-08.30

1/8, droog, 1-2 Bft, 7˚C

Gierzwaluw 1

Nest

2

24-05-2022

21.35

19.30-21.30

2/8, droog, 2-3 Bft, 14˚C

Gierzwaluw 2

Nest

2

16-06-2022

21.55

19.50-22.00

0/8, droog, 1-2 Bft, 14˚C

Gierzwaluw 3

Nest

1

05-07-2022

21.55

19.50-22.15

1/8, droog, 2-3 Bft, 23˚C

Vleermuis 1

Kraam + zomer

2

24-05-2022

21.35

21.30-23.35

2/8, droog, 1-2 Bft, 13˚C

Vleermuis 2

Kraam + zomer

2

16-06-2022

21.55

22.00-00.00

0/8, droog, 1-2 Bft, 19˚C

Vleermuis 3

Kraam + zomer

1

23-06-2022

05.15

03.15-05.15

1/8, droog, 1-2 Bft, 17˚C

Vleermuis 4

Paar

1

30-08-2022

20.26

23.00-01.00

0/8, droog, 1-2 Bft, 19˚C

Vleermuis 5

Paar

1

22-09-2022

19.35

20.30-22.35

1/8, droog, 1-2 Bft, 12˚C

pers.

2.5 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.

9

3 Resultaten 3.1

Huismus Tijdens de veldbezoek zijn er geen huismussen waargenomen binnen de planlocatie. Er zijn dan ook geen huismusnesten vastgesteld binnen de planlocatie. Wel zijn er circa 25 huismusnesten vastgesteld in de omgeving van de planlocatie. Gezien het aantal van de vastgestelde nestlocatie is er sprake van een grote populatie in de omgeving van het onderzoeksgebied (klein < 10 paar, gemiddeld 10-25 paar, groot > 25 paar). Deze huismusnesten worden niet weggenomen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling resulteert derhalve niet in het wegnemen van huismusnestlocaties. Binnen het plangebied is geen sprake van functioneel leefgebied van huismussen gezien de geringe hoeveelheid groenstructuren.

Figuur 3.1 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties en leefgebied van huismussen binnen het onderzoeksgebied.

3.2 Gierzwaluw Per veldbezoek zijn er circa 5 gierzwaluwen waargenomen. Deze zijn niet binnen het plangebied waargenomen. Gedurende het onderzoek is slechts één nestlocatie van gierzwaluw vastgesteld ter hoogte van Bommelroystraat 7 (figuur 3.2). Deze wordt niet weggenomen ten gevolge van de beoogde ingreep. Binnen het plangebied zijn geen nesten van gierzwaluw vastgesteld. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot het wegnemen van gierzwaluwnestlocaties. Het functioneel leefgebied van gierzwaluwen laat zich vrijwel niet definiëren.

10

Figuur 3.2 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van gierzwaluw binnen het onderzoeksgebied.

3.3 Vleermuizen Tijdens de onderzoeksrondes is alleen de gewone dwergvleermuis waargenomen (tabel 3.1). Tevens is het aantal waargenomen individuen zeer beperkt. Er zijn weinig vleermuizen waargenomen binnen de planlocatie, er is dus sprake van een kleine lokale populatie. Dit onderschrijft de bevindingen van de veldbezoeken. Tabel 3.1

Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken in het onderzoeksgebied. Een verblijfplaats kan bij meerdere veldbezoeken zijn vastgesteld, het totaal aantal verblijfplaatsen wordt weergegeven in tabel 3.2 en figuur 3.3.

Veldbezoek Vleermuis 1

Soort

Aantal individuen

Gedrag en verblijfplaatsen

-

-

-

Gewone dwergvleermuis

2

Foeragerend

Vleermuis 3

Gewone dwergvleermuis

1

Foeragerend

23-06-2022

Gewone dwergvleermuis

3

Zomerverblijfplaats vastgesteld 2x

Gewone dwergvleermuis

2

Paarverblijfplaats vastgesteld 2x

-

-

-

24-05-2022 Vleermuis 2 16-06-2022

Vleermuis 4 30-08-2022 Vleermuis 5 22-09-2022

Gedurende het vleermuisonderzoek zijn 4 vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld, welke alle buiten het plangebied bevinden. De exacte vindplaats van de vleermuisverblijfplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.2 en in figuur 3.3. Binnen het plangebied zijn geen vleermuizen waargenomen welke binding toonde met de bebouwing. De beoogde ontwikkeling resulteert derhalve niet tot het wegnemen van vleermuisverblijfplaatsen.

11

Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of essentieel foerageergebied vastgesteld. Op basis van het aantal waargenomen individuen is de aanwezigheid van een veel gebruikte vliegroute en/of foerageergebied uitgesloten. Daarnaast hebben de werkzaamheden geen invloed op een mogelijke vliegroute en/of foerageergebied. Tabel 3.2

Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

Adres

Soort

Functie

Plangebied

Omschrijving

Bommelroystraat 10

Gewone dwergvleermuis

Paar

Buiten

1 bouncende individu

Keulerstraat 4

Ruige dwergvleermuis

Paar

Buiten

1 individu baltsend rondom bebouwing

Keulerstraat 7

Gewone dwergvleermuis

Zomer

Buiten

1 individu invliegend via nokpan

Sint Petrusstraat 24

Gewone dwergvleermuis

Zomer

Buiten

2 individuen binding met gebouw

Figuur 3.3 Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

3.4 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: houtduif, kauw, koolmees, merel, pimpelmees, roodborstje, scholekster, spreeuw, stadsduif, tjiftjaf, Turkse tortel, vink en zwarte kraai. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. In enkele gevallen zijn nesten of verblijfplaatsen van deze soorten waargenomen. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3.4. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is geen sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen.

12

Figuur 3.4 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van algemene broedvogels en vogels die vallen onder cat. 5.

13

4 Conclusie 4.1

Huismus In april 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in het plangebied aan de Mosaïque 7B-7F en Keulerstraat 1-1B te Nieuw-Bergen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek zijn geen huismusnesten vastgesteld binnen het plangebied. Tevens is er geen sprake van functioneel leefgebied binnen het plangebied. Derhalve leidt de beoogde ontwikkeling niet tot het wegnemen van huismusnesten. De beoogde ingreep leidt derhalve niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing Wet natuurbescherming huismus is niet noodzakelijk.

4.2 Gierzwaluw In de periode mei-juli 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de gierzwaluw in het plangebied aan de Mosaïque 7B-7F en Keulerstraat 1-1B te Nieuw-Bergen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek zijn geen gierzwaluwnesten aangetroffen binnen het plangebied. Derhalve leidt de beoogde ontwikkeling niet tot het wegnemen van gierzwaluwnesten. De beoogde ingreep leidt derhalve niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing Wet natuurbescherming gierzwaluw is niet noodzakelijk.

4.3 Vleermuizen In de periode mei-september 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Mosaïque 7B-7F en Keulerstraat 1-1B te Nieuw-Bergen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied vastgesteld. In de omgeving van het plangebied zijn 4 verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis vastgesteld, deze worden echter niet weggenomen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Er is geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt derhalve niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing Wet natuurbescherming vleermuizen is niet noodzakelijk.

4.4 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn geen nesten van vogelsoorten of cat.5 vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

14

4.5 Samenvatting Tabel 4.1

Samenvatting van de aangetroffen nestlocaties en vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

Soort

Type

Aantal wegnemen

Aantal behouden

Bescherming Wnb

Ontheffing nodig

Huismus

Nest

0

25

Art. 3.1

Nee

Gierzwaluw

Nest

0

1

Art. 3.1

Nee

Zomer

0

2

Paar

0

2

Art. 3.5

Nee

Kauw

0

3

Scholekster

0

1

Art. 3.1

Nee

Gewone dwergvleermuis Nesten broedvogels en cat. 5 vogels

4.6 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is geen ontheffing Wnb nodig (tabel 4.1). Er gelden in het kader van de Wnb geen verdere vervolgstappen.

15

Bronvermelding Vullings, P.P.J., 2021. Rapportage quickscan Wnb Mosaïque 7b-7f en Keulerstraat 1-1b te Nieuw-Bergen. Econsultancy, Boxmeer. NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021.

Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)

16

Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288

blomecologie.nl 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15927519/1