CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij motivering Bijlage 7 Foerageergebiedsanalyse das

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel een bindend advies te geven op de aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van 37 woningen in het woningbouwplan 'Westflank Well';3.448 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Foerageergebiedsanalyse das Elsterendijk ong. te Well (L) Aanvullend onderzoek naar das in het kader van de Omgevingswet

Colofon Status:

Definitief

Project:

6 februari 2025

Samensteller(s):

ir. ing. K.J. Rebergen

Collegiale toets:

ing. G. Fairhurst

Opdrachtgever:

Gemeente Bergen

Contactpersoon:

E. Dohmen

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Werkzaamheden

5

1.3

Onderzoeksvragen

5

1.4

Omgevingswet: beschermingsregime das

6

2 Methode onderzoek

7

2.1

Uitgangspunt

7

2.2

Onderzoeksgebied

8

2.3

Veldbezoeken

8

3 Resultaten

9

3.1

Dassenburchten

9

3.2

Foerageergebieden

9

3.3

Cumulatieve effecten foerageergebieden

10

4 Conclusie

13

Bijlage 1 Dassenburchten

15

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Aan de Elsterendijk ong. te Well zijn meerdere graspercelen gesitueerd. De gemeente Bergen is voornemens op de bestaande graspercelen 35 woningen te realiseren. Het zuidelijke perceel zal uit 34 woningen bestaan. Op het noordelijke perceel wordt een vrijstaande woning gerealiseerd (figuur 1.2). Tevens worden er meerdere (fruit)bomen gekapt voor de beoogde ontwikkeling.

Figuur 1.1 De planlocatie is gelegen aan de Elsterendijk ong. te Well.

Figuur 1.2 De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Elsterendijk ong. te Well.

25

De beoogde ruimtelijke ingreep heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Gezien vorengenoemde is in november 2022 een quickscan uitgevoerd (Vleeshouwers & Snoeijink, 2024). Naar aanleiding hiervan is in de periode maart – mei 2024 en september – oktober 2024 aanvullend vervolgonderzoek uitgevoerd, onder andere naar de das. De das is op de wildcamera’s meerdere malen waargenomen én er zijn veel indicaties op frequent gebruik gevonden, zoals wissels, neusputten en latrines (Snoeijink, 2024). Hieruit volgde dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling tot overtreding van een verbodsbepaling zoals geformuleerd in de Bal artikel 11.54 leidt. Een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is derhalve benodigd. Een foerageergebied van een das is enkel beschermd indien het een essentiële functie vervult voor de soort. De gemeente Bergen heeft vervolgens Blom Ecologie gevraagd een foerageergebiedsanalyse uit te voeren, om te kijken of er voor de aanwezige dassenburchten voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is en er derhalve beoordeeld kan worden of de planlocatie een essentiële functie bevat voor alle aanwezige actieve kraamburcht in de directe omgeving.

1.2

Werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om op de planlocatie 35 woningen, waaronder 8 twee-onder-éénkap, 3 vrijstaande woningen en 24 rijwoningen, te realiseren. Op het noordelijke perceel zal een vrijstaande woning gerealiseerd worden. Hiervoor worden 10 fruitbomen gekapt. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • • • • •

1.3

kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer van hout; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

Onderzoeksvragen In de omgeving van Well (Limburg) is het voorkomen van dassen bekend (NDFF 2019-2025). In dit aanvullend onderzoek worden binnen een straal van 2 km rondom de planlocatie alle dassenburchten in kaart gebracht. Een foerageergebied van een das kan tussen de 1,5 en 12 kilometer liggen. In optimaal gebied, waar hier sprake van is, zal het foerageergebied op een relatief kortere afstand liggen. Derhalve is ervoor gekozen om een straal van 2 km rondom de planlocatie te nemen. Tijdens het onderzoek wordt gekeken hoe groot de bestaande burchten zijn, of de burchten momenteel actief bezet worden en hoeveel primair en secundair foerageergebied er binnen 2 km van elke aanwezige burcht voorhanden is. Voor de foerageergebiedsanalyse zijn voor dit aanvullende ecologische onderzoek de volgende onderzoeksvragen gesteld: 1. Hoeveel burchten zijn er aanwezig binnen een straal van 2 km rondom de planlocatie?; 2. Hoe groot (c.q. aantal dassenpijpen) zijn deze burchten?; 3. Welke functie hebben deze burchten (kraam-, of bijburcht?); 4. Hoeveel hiervan bedragen actieve burchten?; 5. Hoeveel primair en secundair foerageergebied heeft elke burcht tot zijn beschikking? Het hoofddoel is uiteindelijk om de onderstaande onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden: Resulteert de voorgenomen realisatie van een woonwijk (c.q.

het wegnemen van weides) in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde verblijfplaatsen en/of essentiële onderdelen van het leefgebied van de das? Is een omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit in het kader van de Omgevingswet noodzakelijk voordat de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?

25

1.4

Omgevingswet: beschermingsregime das De soortenbescherming van het onderdeel Natuur binnen de Omgevingswet valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (Bal art. 11.37), Habitatrichtlijn (Bal art. 11.46) en de nationaal beschermde soorten (Bal art. 11.54). De bescherming van de das valt onder de nationaal beschermde soorten. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Ow, art. 5.1 Lid g: Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: een flora- en fauna-activiteit, voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt aangewezen welke schadelijke handelingen hiermee worden bedoeld. Foerageergebieden van nationaal beschermde soorten worden in beginsel niet beschermd via het soortenbeschermingsregime van de Omgevingswet. Dit is alleen anders als: 1. het foerageergebied samenvalt met een vaste voortplantings- of rustplaats, of 2. sprake is van essentieel foerageergebied (ABRvS 7 juli 2021, ECLI:NL: RVS:2021:1457). Onder het essentieel foerageergebied wordt verstaan:

‘een foerageergebied dat van wezenlijk belang is voor het functioneren van de voortplantings- of rustplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om eventuele aantasting daarvan op te vangen’ (ABRvS 10 januari 2018, ECLI:NL: RVS:2018:12).

25

2 Methode onderzoek 2.1

Uitgangspunt In het Kennisdocument Das (BIJ12, 2017) wordt aangegeven dat de grootte van een territorium afhankelijk is van het voedselaanbod en dus de kwaliteit van het leefgebied. De grootte varieert van 30 tot 150 hectare in optimaal gebied, en van 150 tot 600 hectare in marginaal gebied. Het foerageergebied ligt tot ongeveer 1,5 tot 12 kilometer van de burcht. Er moet voldoende foerageergebied liggen binnen 500 meter tot enkele kilometers. Hierdoor zijn allereerst middels een veldbezoek alle dassenburchten binnen een straal van 2 km rondom de planlocatie in kaart gebracht, gezien foerageergebied tussen de 1,5 en 12 kilometer kán liggen, maar in optimaal gebied vaak aan de lagere kant ligt. Vanuit NDFF is bekend dat in de omgeving van Well een relatief grote populatie dassen aanwezig is, dat duidt op een optimaal gebied. Vervolgens wordt bepaald of de vastgestelde dassenburchten ook daadwerkelijk actief zijn, aan de hand van sporen rondom de burchten en in de directe omgeving ervan. Bij actieve kraamburchten is er vers gegraven zand aanwezig, nestmateriaal in de pijp en haren rondom de openingen. Als laatste worden alle potentieel geschikte gronden binnen 2 km van deze vastgestelde actieve burchten in kaart gebracht en gecategoriseerd (primair of secundair foerageergebied of niet geschikt voor de das).

De beoordeling vindt plaats middels luchtfoto’s en gebruiksdata van de gebieden/percelen, naast een veldbezoek om de huidige situatie c.q. gebruik van de percelen te beoordelen. Voor het veldbezoek zijn alle potentieel geschikte gebieden (bosgebieden/houtwallen) beoordeeld op eventuele aanwezigheid van een dassenburcht. Vervolgens zijn deze gebieden middels 2 separate veldbezoeken grondig nagelopen. Voor dassen geldt dat belangrijke foerageergebieden percelen betreffen waar het hele jaar eten te vinden is, zoals bemeste graslanden met gras korter dan 5 centimeter. In dergelijke graslanden is er voor de das veel voedselaanbod in de vorm van regenwormen. In oude en structuurrijke eikenbossen en kleine bossen kan de das ook het gehele jaar voldoende en gevarieerd voedselaanbod vinden. Bepaalde onderdelen binnen een leefgebied, zoals (maïs)akkers, hoogstamboomgaarden en ruigten bieden enkel in een bepaald deel van het jaar voedsel. Deze onderdelen zijn echter wel van belang voor het opbouwen van een vetlaag om de winterperiode door te kunnen komen. Binnen een straal van 2 km van elke burcht zijn de percelen derhalve in onderstaande categorieën ingedeeld, indien van toepassing: •

•

Primair foerageergebied: o Weiland – koeien; o Weiland – paarden; o Weiland – schapen; o Weiland – alpaca’s; o Weiland – begrazing onbekend; o Grasland. Secundair foerageergebied: o Bosschage; o Akker – mais; o Boomgaard; o Hoogstamboomgaard.

Overige agrarische percelen zijn niet meegenomen in de berekening omtrent primaire en secundaire foerageergebieden, gezien deze maar een zeer klein onderdeel van het dieet van dassen uitmaakt.

25

2.2 Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied bestaat uit een straal van 2 km rondom de planlocatie aan de Elsterendijk ong. te Well (figuur 2.1). Alle potentieel geschikte gebieden zoals bosgebieden, houtwallen of andere verhoogde en bedekte gebieden voor een dassenburcht zijn hierbij nagelopen. De zuidzijde van de Maas is doordat deze een barrière bevat voor de das niet onderzocht.

Figuur 2.1 Het onderzoeksgebied betreft een straal van 2 km rondom de planlocatie aan de Elsterendijk ong. te Well. Deze gebieden zijn nagelopen op aanwezig van een burcht. Vervolgens is gezocht naar sporen om te kijken of er sprake was van een actief c.q. recentelijk gebruikte dassenburcht, zoals vers gegraven zand, nestmateriaal en/of dassenharen rondom de opening.

2.3 Veldbezoeken De veldbezoeken zijn uitgevoerd op 2 januari 2025 en 16 januari 2025. Hierbij zijn potentieel geschikte gebieden nagelopen en zijn de percelen binnen een straal van 2 km beoordeeld op functie (c.q. primair/secundair/niet geschikt). Tabel 2.1 geeft de betreffende weersomstandigheden en onderzoeksdata per veldbezoek weer.

Tabel 2.1

Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek met de bijbehorende weersomstandigheden.

Veldbezoek

Datum

Weersomstandigheden

Medewerker(s)

Ronde 1

02-01-2025

8/8, droog, 2 Bft, 7˚C

P. Kalkman en K.J. Rebergen – Blom Ecologie

Ronde 2

16-01-2025

0/8, droog, 1 Bft, 2˚C

P. Kalkman en K.J. Rebergen – Blom Ecologie

25

3 Resultaten 3.1

Dassenburchten In totaal zijn 4 actieve kraamburchten vastgesteld (figuur 3.1). Deze burchten betroffen veel vers gegraven grond, nestmateriaal in de pijp(en) en/of dassenharen rondom de openingen. Tijdens het onderzoek zijn tevens een aantal bijburchten vastgesteld. Deze zijn echter niet weergegeven in de kaart. Bijburchten c.q. vluchtpijpen worden veelal gebruikt door mannetjes die tijdens de jongen door het vrouwtje verstoten worden. Een bijburcht ligt vaak op een geringe afstand van de kraamburcht en maken beide onderdeel uit van één dassenfamilie. De oostelijk gelegen bosgebieden, binnen de straal van 2km, zijn niet vlakdekkend onderzocht. Bij eventuele aanwezigheid van burchten is het aannemelijk dat de weides en grasland ten noordoosten als primair foerageergebied dienen, zeker gezien de aanwezigheid van de kraamburcht 2 (Bosserheide) en derhalve een bijbehorend territorium. De actieve burchten zijn genummerd van 1 tot en met 4. De grootte van de dassenburchten varieerde van slechts enkele actieve pijpen tot maximaal 37 (met deels actieve en deels inactieve pijpen). De activiteit van een burcht werd bepaald door aanwezig van vergaven grond voor de ingang, nestmateriaal voor de ingang, haren rondom de opening en prenten in de directe of ruime omgeving. Daarnaast duidt aanwezigheid van latrines veelal op afbakening van een territorium.

Figuur 3.1 Overzicht van dassenburchten binnen een straal van 2 km vanaf de planlocatie. De grootte van het symbool van de das komt overeen met de grootte van de burcht. Hoe groter het logo, hoe meer dassenpijpen er zijn aangetroffen. Burcht 1: 37 pijpen, burcht 2: 2 pijpen, burcht 3: 20 pijpen en burcht 4: 35 pijpen.

3.2 Foerageergebieden Uit het aanvullend onderzoek (Snoeijink, 2024) is gebleken dat de planlocatie circa 1,3 ha aan primair foerageergebied bevat. In tabel 3.1 worden de berekende oppervlaktes in hectare van primair foerageergebied weergegeven. De dassenfamilies hebben namelijk variërend van 160 tot 281 ha aan primair foerageergebied en 135 – 429 ha aan secundair foerageergebied tot hun beschikking.

25

Tabel 3.1

Overzicht van oppervlaktes primair per burcht (ha) en afstand tot de planlocatie. Hierbij worden de weilanden – koeien, paarden en alpaca’s en grasland tot primair foerageergebied gerekend en is bij elkaar opgeteld. Tevens zijn het aantal pijpen per burcht weergegeven. Primair foerageergebied (ha)

Secundair foerageergebied (ha)

37

281

429

2

258

518

1,3

20

160

135

1,2

35

160

168

Burcht

Locatie

Afstand tot planlocatie (km)

Aantal pijpen

1

Het leuken

0,8

2

Bosserheide

0,5

3

Uiterwaarden

4

Uiterwaarden

Figuur 3.2 De primaire, secundaire en niet geschikte foerageergebieden voor de das. Een grasland ten zuidwesten is niet beoordeeld, gezien deze in huidige situatie niet meer bestaat. Dit betreft momenteel water. Dassen leven echter in separate clans. In de praktijk vindt er namelijk vrijwel geen overlap plaats tussen foerageergebieden van deze clans. Dassen hebben namelijk een bepaald territorium waarbinnen hun essentiële foerageergebieden liggen. Met de berekening dient rekening gehouden te worden met cumulatieve effecten. In de volgende paragraaf wordt deze beoordeling uitgewerkt.

3.3 Cumulatieve effecten foerageergebieden In het Kennisdocument Das van BIJ12, 2017 staat aangegeven dat de grootte van een territorium afhankelijk is van het voedselaanbod en dus van de kwaliteit van het leefgebied. De grootte varieert van 30 tot 150 hectare in optimaal gebied, en van 150 tot 600 hectare in marginaal gebied. Het foerageergebied ligt tot ongeveer 1,5 tot 12 kilometer van de burcht. Binnen een straal van 2 km van de planlocatie zijn 4 actieve kraamburchten waargenomen. Deze bevinden zich op een relatief korte afstand van elkaar. Dit laat zien dat in de omgeving van Well voldoende optimaal gebied aanwezig is. De planlocatie zal mogelijk alleen van belang zijn voor de burchten 1 en 2. Voor de burchten 3 en 4 geldt dat er voldoende alternatief primair foerageergebied in de omgeving aanwezig is. Daarnaast is het, gezien de minimale afstand tussen deze burchten (circa 400 meter) zelfs aannemelijk dat het dezelfde clan dassen betreft. Daarnaast zijn er enkel latrines gevonden aan de noordzijde van de planlocatie. Dat duidt op een territorium aan de noordoost-, en noordwestzijde van de planlocatie. Door vorengenoemde is verder ingezoomd op de primaire foerageergebieden van burchten 1 en 2 en is hun vermoedelijk territorium ingetekend (figuur 3.3).

25

Indien de primaire foerageergebieden voor beide territoria en dus burchten worden berekend, is er resp. 143 ha voor burcht 1 en 42 ha voor burcht 2 voorhanden. Bij verlies van circa 1,3 ha, gezien beide burchten er mogelijk gebruik van maken, zal er procentueel 0,9% voor burcht 1 en 3% voor burcht 2 verloren gaan. Door de procentuele afname zal er 141,7 ha en 40,7 ha overblijven. Dit is meer dan de benodigde 30 ha voor een territorium in optimaal gebied.

Figuur 3.3

De toegekende territoria van burchten 1 en 2. Al het primair foerageergebied (weilanden koeien, paarden en alpaca’s en graslanden) is berekend, welke binnen deze territoria vallen. Deze 2 burchten zullen mogelijk gebruik maken van de planlocatie. Voor de overige 2 burchten geldt dat er voldoende alternatieve foerageergebied in de buurt aanwezig zijn én het vermoeden bestaat dat door territoriumafbakening zij minder tot geen gebruik zullen maken van de planlocatie.

Tabel 3.2

Overzicht van oppervlaktes primair foerageergebied voor de burchten 1 en 2, rekening houden met territoria en derhalve cumulatieve effecten. Tevens vermeld zijn de secundaire foerageergebieden

Burch t

Adres

Primair foerageergebied (ha)

% verlies primair foerageergebied

Secundair foerageergebied (ha)

1 2

Het Leuken

143

0,91

222

Bosserheide

42

3,1

180

Met name primair foerageergebieden zijn belangrijk voor het behouden van de functionaliteit van een kraamburcht. Op de website van Das&Boom staat het volgende vermeldt: “Voor een hoofdburcht is het

van essentieel belang, dat er binnen een straal van 500 meter voldoende voedselaanbod (primair voedselgebied zoals grasland met voldoende aanbod van regenwormen) en beschutting aanwezig is (blijft). Omdat elke (hoofd)burcht als kraamburcht gebruikt kan worden, moeten de eisen, die aan kraamburchten gesteld worden, gelden voor alle (hoofd)burchten.

25

Deze norm van 500 meter wordt onderbouwd in Hoogerwerf, Drs. G., Methodiek Natuurcompensatie Limburg, en is terug te vinden in overheidsbesluiten, zoals ANW in advies 30-9-2016: "Wanneer voedsel limiterend wordt (globaal in de kraam- en zoogperiode vanaf december tot medio juni) dan zijn de graslanden van belang. Omdat het een kraamburcht betreft moeten die graslanden op relatief korte afstand (maximaal 500 m) van de burcht gelegen zijn" , en RVO Aanvraagnummer FF/75C/2013/0248 .toek.jb: "Deze hoofdburcht fungeert ook als kraamburcht voor de das en ligt op 500 meter van het plangebied. " "Voor het functioneren van de burchtlocatie is het van belang dat er jaarrond binnen circa 500 m een grote variatie aan voedsel en beschutting aanwezig is. Tot ongeveer 1000 m uit de burcht is het voor dassen nog efficiënt om voedsel te zoeken." Voor elke vastgestelde burcht geldt dat deze zich bevindt op een afstand van 0,5 km vanaf de planlocatie (burcht 2; Bosserheide) tot 1,3 km (burcht 3; Uiterwaarden). In figuur 4.1 is een visuele weergave gemaakt van alle primaire foerageergebieden van de burchten binnen een straal van 500 meter van de betreffende burchten. Hierop is zichtbaar dat de burchten voldoende alternatieven voorhanden hebben in de vorm van weilanden (m.n. koeien) en grasland.

Alleen burcht 2 (Bosserheide) lijkt relatief minder alternatieven foerageergebieden te hebben in vergelijking met de andere burchten, maar betreft ook de kleinste burcht met 2 pijpen.

Figuur 3.4 De primaire foerageergebieden voor de dassenburchten binnen een straal van 500 meter.

25

4 Conclusie De planlocatie bestaat uit circa 1,3 ha aan primair foerageergebied. Voor de burchten aan Het Leuken en de Bosserheide geldt dat dit gebied mogelijk onderdeel uit kan maken van het essentieel leefgebied. Het door Blom Ecologie uitgevoerd onderzoek laat zien dat er circa 0,9% voor burcht 1 (Het Leuken) en 3,1% voor burcht 2 (Bosserheide) aan essentieel primair foerageergebied verloren gaat. In de periode januari 2025 is een foerageergebiedsanalyse t.a.v. de das uitgevoerd. Hierbij zijn (a) binnen een straal van 2 km van de planlocatie alle burchten in kaart gebracht, (b) gekeken welke burchten hiervan actief waren en (c) alle gebieden binnen een straal van 2 km vanaf elke burcht beoordeeld op de essentiële functie ervan. Naar aanleiding van de verkregen resultaten is Blom Ecologie van mening dat er voor alle 4 actieve burchten voldoende alternatief foerageergebied voorhanden is. Slechts 1-3% van het primair foerageergebied wordt aangetast. Met name gebieden binnen een straal van 500 meter van de burchten zijn veelal van essentieel belang voor de das en dienen de burcht jaarrond van voedsel te kunnen voorzien. De vastgestelde burchten liggen op een afstand tussen 0,5 – 1,3 km vanaf de planlocatie. Als daarnaast wordt ingezoomd op de burchten die aannemelijk gebruik maken van de planlocatie, blijft er na afname van het primair leefgebied nog resp.

141,7 ha en 40,7 ha voor de burchten 1 (Het Leuken) en 2 (Bosserheide). Alhoewel de eerder verkregen resultaten (Snoeijink, 2024) erop duiden dat er binnen de planlocatie aanwezige territoriale grenzen gelden, heeft de planlocatie door nader onderzoek naar de aanwezigheid van burchten binnen een straal van 2 km, geen essentieel belang voor de dassenpopulatie. In de omgeving zijn namelijk voldoende alternatieven voorhanden. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling c.q. realisatie van de woonwijk bestaande uit 35 woningen leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling zoals geformuleerd in de Bal artikel 11.54. Een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is derhalve niet benodigd. Voor de uitvoering van de beoogde ruimtelijke ingreep is geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig. Er gelden in het kader van natuurwetgeving geen verdere vervolgstappen ten aanzien van de das.

25

Bronvermelding Vleeshouwers, B.C.E. & Snoeijink, E., 2024. Quickscan Wet natuurbescherming Elsterendijk ong. te Well. Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. Snoeijink, E., 2024. Aanvullend onderzoek ecologie Elsterendijk ong. te Well. Blom Ecologie B.V., Waardenburg.

Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Das (Meles meles) Geraadpleegde websites www.advies.dasenboom.nl www.boerenbunder.nl www.dassenwerkgroepbrabant.nl www.zoogdiervereninging.nl Bijlagen Bijlage 1 Dassenburchten

25

Bijlage 1 Dassenburchten In onderstaande figuren zijn een aantal foto’s van de vastgestelde actieve dassenburchten weergegeven.

Figuur 1

De actieve dassenburcht welke correleert met nummer 1 in figuur 3.1.

25

Figuur 2

De actieve dassenburcht welke correleert met nummer 2 in figuur 3.1.

Figuur 3

De actieve dassenburcht welke correleert met nummer 3 in figuur 3.1. 25

Figuur 4

De actieve dassenburcht welke correleert met nummer 4 in figuur 3.1.

Figuur 5

Een dubbele dassenprent in de omgeving van een van de dassenburchten. 25

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16227000/1