Bijlage bij antwoorden Kern handreiking Duurzame landbouw in het regeerakkoord
Tekst van het document
Duurzame landbouw in het Regeerakkoord Handreiking vanuit het Duurzaamheidsoverleg Politieke Partijen 2025
Voorwoord De Nederlandse agrarische sector staat voor grote uitdagingen om verder te verduurzamen. Daarbij staat de vraag centraal hoe we gezond en voldoende voedsel produceren op een manier die ons milieu niet overvraagt? Als bestuurders van de duurzaamheidsnetwerken en -werkgroepen van vier politieke partijen kijken we met vertrouwen naar de toekomst van de land- en tuinbouw in Nederland. We hebben niet één gedeeld toekomstbeeld. Maar we delen een optimisme over wat mogelijk is. En een gevoel van urgentie om uit de impasse te komen. We willen niet doormodderen; het is tijd voor doorbraken. Deze tekst is het resultaat van een zoektocht naar een gezamenlijke visie van diverse partijen. Een transitie kent niet alleen winnaars. Er zal ook verlies moeten worden genomen. Om door die zure appel heen te bijten, schetsen we een beeld van hoe het volgens ons beter kan. Een volgend kabinet moet duidelijke keuzes maken om het land van het slot te krijgen. Dat betekent niet: kiezen voor óf de natuur óf voedselproductie. We verwerpen de tegenstelling tussen natuur en dierenwelzijn enerzijds en boeren en voedselzekerheid anderzijds. De sleutel ligt in integrale oplossingen die alle vier vooruit helpen. We kiezen ervoor om minder afhankelijk te worden van chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest en geïmporteerd veevoer. We onderschrijven de uitgangspunten van kringlooplandbouw.
Boeren hebben een nieuw verdienmodel nodig en strategisch grondbeleid om die verandering te kunnen maken. Dat vergt inzet van de hele keten: van leverancier tot boer tot verwerker tot consument. De transitie is kennisintensief, wat een impuls kan geven aan de (door)ontwikkeling van nieuwe teelten en technieken en zelfs hele nieuwe manieren om voedsel te produceren. Ook heeft de transitie een ruimtelijk aspect dat een nieuwe, ‘groene’ ruilverkaveling vereist. Diverse opgaven, in de landbouw, maar ook in natuurbeheer, de energietransitie, klimaatadaptatie en woningbouw, concurreren om de ruimte. Alleen het Rijk kan hierin regie voeren. Natuur en biodiversiteit staan onder druk vanwege een versnippering van natuurgebieden, de klimaatverandering, verdroging, het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en emissies uit mest. Wij stellen voor om natuurgebieden te verbinden en te vernatten; boeren te betalen voor groenblauwe diensten; en verborgen milieukosten zichtbaar te maken en door te rekenen in de keten. We willen van gezond, gevarieerd eten – meer vers, meer plantaardig, minder bewerkt – de logische en betaalbare keuze maken. Hierbij zal sprake zijn van een eiwittransitie. Een plantaardiger voedingspatroon maakt het mogelijk om het dierenwelzijn in de veehouderij te verbeteren én is gezonder voor onze leefomgeving en onszelf.
Vergroening van land- en tuinbouw 1
We zorgen ervoor dat boeren en tuinders verder kunnen verduurzamen door te kiezen voor een circulaire, klimaatneutrale of natuurinclusieve bedrijfsvoering. We verminderen het gebruik van chemische bestrijdings- en gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest, en kiezen voor een meer grondgebonden akkerbouw en veehouderij door mest en veevoer zoveel mogelijk in regionale kringlopen te houden. We intensiveren hiervoor langetermijnsamenwerking tussen akkerbouwers, tuinders en veehouders, en stimuleren mengteelten en technologische innovaties.
2
We maken zo veel mogelijk gebruik van dierlijke mest, aangevuld met Renure. De aparte plaatsingsruimte voor kunstmest vervalt. We vergroenen gewasbescherming met hulp van weerbaarheid, predatoren en biodiversiteit. Chemie wordt enkel ingezet als sluitpost.
3
Waar mogelijk vervangen we gebruiksnormen en middelvoorschriften met doelsturing, zoals een afrekenbare stoffenbalans.
4
We stimuleren de afzet van biologische producten om de biologische en gangbare landbouw meer naar elkaar toe te laten groeien. De Deense aanpak zien wij als een goed voorbeeld.
5
We maken de omslag naar een dierwaardige veehouderij in uiterlijk 2040. Daarvoor worden gedragsbehoeften per diersoort wetenschappelijk vastgesteld en uitgewerkt in heldere normen en tijdlijnen. We fokken robuuste dieren. We passen niet alleen houderijsystemen aan dieren aan, maar ook transporten en slacht. Waarbij het voorkomen van zoönosen ook randvoorwaardelijk is.
6
We vergroenen de Europese landbouwsubsidies en vullen deze zo nodig nationaal aan. Daar mogen extra voorwaarden tegenover staan. We vervangen de inkomenssteun met betalingen voor ecosysteemdiensten. We schaffen de rode diesel af.
7
De transitie is kennisintensief en vraagt vakmanschap. Boeren worden in gebiedsprocessen ondersteund door onafhankelijke landbouwadviseurs zonder winstoogmerk die in verbinding staan met bestaande kennisnetwerken. Zo ontstaat een kruisbestuiving aan ideeën, waarbij vanuit wederzijds vertrouwen wordt gewerkt.
8
We investeren strategisch in agro-ecologische kennisclusters en high-tech sectoren, waarvan we de meeste toegevoegde waarde verwachten voor onze economie en leefomgeving. We willen toonaangevend blijven en zijn in precisielandbouw, (zaad)veredeling en nieuwe teeltmethodes en technieken voor de eiwittransitie, zoals fermentatie, kweekvlees, maricultuur en plantaardig met de kleinst mogelijke ecologische voetafdruk.
9
Gentechnologie kan kansen bieden in de verduurzaming van de land- en tuinbouw. We doen bij de toepassing recht aan ethische bezwaren en houden het kwekersrecht in stand. Gentech moet een keuze blijven en zijn voor zowel boeren en tuinders als consumenten.
10 We zien kansen voor de teelt van biobased (bouw)materialen op gronden die minder, of niet meer, geschikt zijn voor (intensieve) landbouw. 11 Door de uitbreiding van beschermde natuur op de Noordzee blijft er minder ruimte over voor wildvangst. Duurzame en dierwaardige visteelt op land biedt een onderscheidend alternatief. Verder zien we groeikansen voor de kweek van schelpdieren en zeewier in kustwateren en windparken.
Regie van het Rijk 12 Er komt een ruimtelijke visie vanuit het Rijk voor de diverse opgaven zoals het verbinden van natuurgebieden, een grondgebonden landbouw, groenblauwe dooradering, de energietransitie, klimaatadaptatie en ruimte voor voldoende woningen. We zijn zuinig op onze ruimte en maken gebruik van meervoudige functies. 13 In de uitwerking en uitvoering van de Rijksvisie wordt zo veel mogelijk gewerkt vanuit gebiedsprocessen. Daarvoor brengen we het transitiefonds terug. De opkoopregeling wordt doorgezet. Boeren, terreinbeheerders, provincies en waterschappen krijgen en houden ruimte voor maatwerk en vakmanschap. Er is behoefte aan experimenten. Geslaagde initiatieven kunnen vervolgens worden opgeschaald. 14 We betalen boeren en andere landeigenaren voor ecosysteemdiensten, zoals groenblauwe dooradering, met langetermijncontracten. Zo verbinden we natuurgebieden en versterken we de biodiversiteit. 15 De overheid zet strategisch grondbeleid in om boeren te helpen de omslag te maken naar een grondgebonden bedrijfsvoering. We kopen actief grond op van stoppende boeren en verkopen of verpachten deze voor een betaalbare prijs aan (jonge) boeren die hun bedrijf verduurzamen. Bij ruilverkaveling worden dier- en fosfaatrechten uit de markt genomen. 16 De pachtwetgeving wordt herzien om volledige contractsvrijheid te bieden voor verdere verduurzaming.
Langdurige pacht geeft boeren zekerheid over grond en wordt de norm. Er komt betere handhaving op illegale pachtconstructies en hobbymatig gebruik van landbouwgrond. Hiervoor komen onder meer een bedrijfsmatigheidstoets en een AOW-toets. 17 Overheden met grondposities in het landelijk gebied verpachten niet meer per se aan de hoogste bieder. Duurzaamheidscriteria worden doorslaggevend. 18 Natuurorganisaties krijgen ruimte om grond te verpachten op een manier die past bij de beoogde natuurdoelstellingen. Wanneer dit vraagt om ander beheer, kunnen pachtovereenkomsten worden gewijzigd.
Voedselketen en -omgeving 19 We verwachten van alle schakels in de voedselketen dat zij bijdragen aan de verduurzaming. We beprijzen, belonen en normeren. Bijvoorbeeld met heffingen op inputs en/of verhandelbare rechten voor emissies, uitspoeling en voedselverspilling. 20 We zetten subsidies alleen in om transities aan te jagen. 21 De vrijstelling van soja van Europese handelstarieven creëert oneerlijke concurrentie en werkt ontbossing elders in de wereld in de hand. Daarom pleiten wij voor afschaffing. 22 De overheid vergroot de markt voor dier- en milieuvriendelijke producten door in de eigen inkoop voorkeur te geven aan de beste, onafhankelijk gecertificeerde keurmerken. Het liefst kopen lokale kantoren lokaal in. 23 We nemen barrières weg voor gemeenschapslandbouw, korte ketens en streekproducten. 24 We versterken een gezonde voedselcultuur in ons onderwijs. Kinderen krijgen gratis of zelfgekookte gezonde lunch op school. 25 We geven gemeenten bevoegdheid over hun voedselomgeving. Zo mogen zij gezondheid meewegen in het verlenen van nieuwe vergunningen. 26 Er komen wettelijke doelstellingen voor het aanbod gezond eten en drinken in supermarkten. Als de Nationale Aanpak Productverbetering onvoldoende voortgang laat zien, nemen we ook de normen voor toegevoegde vetten, suiker en zout op in de wet.
Colofon Dit document is de uitkomst van meerdere gesprekken die sinds november 2024 zijn gevoerd in het Duurzaamheidsoverleg Politieke Partijen door: Arjan de Boer, voorzitter van de werkgroep Landbouw, Voedsel en Biodiversiteit van de D66 Thema-Afdeling Duurzaam. Jolan Knol, voorzitter van de werkgroep Landbouw, Natuur, Dierenwelzijn en Voedsel van GroenLinks-PvdA. Leen van den Oever, bestuurslid van het CDA Duurzaamheidsnetwerk. Nick Ottens, voorzitter van Liberaal Groen. Basis voor de gesprekken waren de meest recente verkiezingsprogramma’s – voor het Europees Parlement en de Tweede Kamer – van onze politieke partijen, onze eigen inbreng en amendementen op deze programma’s, en voor GroenLinks-PvdA de gezamenlijke Landbouwvisie ‘Goed Eten, Goed Boeren’. Tussentijds zijn ook andere bestuursleden van, en specialisten in, de deelnemende netwerken en werkgroepen geregeld geraadpleegd. We hebben raakvlakken opgezocht zonder te onderhandelen of uit te ruilen. Dat is immers een taak van onze nieuwe Tweede Kamerfracties. Er zijn dan ook onderwerpen die weliswaar relevant zijn voor de verduurzaming van de landbouw en voedsel in Nederland, maar in dit document niet of hoogstens summier worden genoemd. Wel zijn we bereid geweest om elkaar één en ander te gunnen. Die geest geven wij graag mee.
Want het is onze ervaring dat zo het nodige vertrouwen en gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid groeit om de knopen door te hakken die volgens ons nodig zijn.
Neem voor meer informatie of vragen contact op met: Arjan de Boer: lvb[at]d66duurzaam.nl Jolan Knol: werkgroeplndv[at]groenlinks.nl Leen van den Oever: oever.lvanden[at]gmail.com Nick Ottens: n.ottens[at]gmail.com