CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 6 Quickscan natuurwetgeving

Commissie Ruimte en Economie 17 september 2025, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen TAM-IMRO-plan 'Bergse Heide, Nieuw Bergen fase II';4.814 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen

In opdracht van: Venterra Tweede versie 9 juli 2025 (Eerste versie 24 juni 2024) R. Rijnders BSc en ir. J.P.M. Hovens

Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:

Venterra R. Rijnders BSc / ir. J.P.M. Hovens R. Rijnders BSc en P.J.C.A. op het Veld

Faunaconsult B.V. werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en we zijn PSO gecertificeerd.

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen

1

Inhoud 1

Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 3 1.2 Doel en status van dit document .............................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................... 3 2 Wet- en regelgeving ........................................................................................................................ 4 2.1 Inleiding................................................................................................................................... 4 2.2 Bescherming van Natura 2000-gebieden................................................................................. 4 2.3 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................... 4 2.4 Beschermde planten en dieren .................................................................................................

5 3 Werkwijze ....................................................................................................................................... 6 3.1 Beschrijving van de werkzaamheden ...................................................................................... 6 3.2 Werkwijze ............................................................................................................................... 6 4 Aanwezige beschermde natuurwaarden .......................................................................................... 7 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 7 4.2 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................. 7 4.3 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................... 8 4.4 Beschermde planten en dieren ................................................................................................. 9 5 Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden ....................................................................... 14 5.1 Natura 2000 ...........................................................................................................................

14 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 14 5.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 14 6 Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 16 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 16 6.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 16 6.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 16 Literatuur ............................................................................................................................................... 17

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen

2

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Venterra begeleidt de realisatie van 17 woningen aan Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen. De voorgenomen ontwikkeling heeft in 2024 aanleiding gegeven voor een quickscan natuurwetgeving. Hierin werd nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden. In 2025 is de quickscan geactualiseerd (het voorliggende document).

1.2

Doel en status van dit document

Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Omgevingswet en het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Omgevingswet. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen

3

2

Wet- en regelgeving

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) verving drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden; de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende plantenen diersoorten; de Boswet regelde de kap van bomen buiten de bebouwde kom (als bedoeld in de Boswet). Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en de Wet natuurbescherming is daarin geïntegreerd. Zo wordt in artikel 5.18 van de Omgevingswet gesteld dat er per algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels worden gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor o.a. bouwactiviteiten. In artikel 5.10 van de Omgevingswet is geregeld dat per AmvB voor bepaalde ‘flora- en fauna-activiteiten’ wordt bepaald dat Gedeputeerde Staten op de aanvraag voor een omgevingsvergunning mogen beslissen. ‘Flora- en fauna-activiteiten’ zijn de verboden die de Wet natuurbescherming (Wnb) stelde ten aanzien van Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 Wnb); Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5 Wnb) en Overige beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb).

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Het is een verzameling van Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden en Wetlands (die worden beschermd middels de internationale Conventie van Ramsar). De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn geïmplementeerd in de Nederlandse regels. In artikel 2.44 van de Omgevingswet is geregeld dat de Minister voor Natuur en Stikstof dergelijke gebieden kan aanwijzen en in artikels 3.58 en 3.59 Besluit kwaliteit leefomgeving (vanaf hier: Bkl) zijn de begrenzing en instandhoudingsmaatregelen geregeld, om de vanuit de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn gestelde doelen te halen. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.

Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning wordt aangevraagd, om die vervolgens passend te beoordelen (op grond van artikel 16.53c van de Omgevingswet. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000beheerplannen, de wettelijke basis daarvoor is geregeld in artikel 10.18 van het Omgevingsbesluit (vanaf hier: Ob). Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden.

2.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen

4

• • • •

gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.4

Beschermde planten en dieren

De Omgevingswet kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven: - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving; vanaf hier: Bal). Verder nemen de meeste provincies de onder de Wet natuurbescherming benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); - Overige beschermde soorten in het wild levende soorten genoemd in bijlage IX, onder A en B bij artikel 11.54 (Bal). Onder A vallen een aantal in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers.

Onder B vallen een aantal vaatplanten. In A vallen onder meer de ‘algemene’ zoogdiersoorten die onder de Wnb bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft deze vastgelegd in ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017) en Omgevingsverordening Limburg (Provinciale Staten van Limburg, 2025). De laatste is per 1 januari 2024 ingegaan. Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Omgevingswet als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd.

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen

5

3

Werkwijze

3.1

Beschrijving van de werkzaamheden

Op een grasveld direct ten zuiden van de woning aan Steenuil 12 te Nieuw-Bergen worden 17 woningen gerealiseerd. Hiertoe word de grasvegetatie verwijderd. Zie figuur 3.1 voor een schets van de voorgestane situatie.

Figuur 3.1. De voorgestane situatie. Bron: Van Plan.

3.2

Werkwijze

De quickscan is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een bronnenonderzoek. Op 3 januari 2024 heeft Faunaconsult B.V. het plangebied bezocht, evenals de omringende zone. Hierbij werden beschermde planten geïnventariseerd en werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Op 1 juli 2025 is het plangebied en de omringende zone nogmaals bezocht voor een update. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Beschermde SoortenIndicator (BeSI); - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www.natura2000.nl/gebieden); - RAVON (www.ravon.nl); - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen

6

4

Aanwezige beschermde natuurwaarden

4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 4.1 en de foto’s op het voorblad) is gelegen aan de zuidrand van NieuwBergen. Aan de noord- en oostzijde bevinden zich woningen met bijbehorende tuinen. Aan de westzijde bevindt zich een bosgebied met een begraafplaats en het gebied ten zuiden van het plangebied betreft akkerland. Het plangebied zelf bestaat geheel uit grasland.

Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: KadastraleKaart.

4.2

Natura 2000-gebieden

In tabel 4.2. is een overzicht weergegeven van de Natura 2000-gebieden binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied. Figuur 4.2 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van Natura 2000gebieden. Tabel 4.2. Overzicht van de natura 2000 gebieden binnen een afstand van 10 km van het plangebied.

Natura 2000 gebieden Maasduinen Boschhuizerbergen

Afstand tot plangebied (km) 0,2 4,8

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen

7

Figuur 4.2. Natura 2000-gebieden (rood en blauw gearceerd) ten opzichte van het plangebied (rode stip). Bron: Natura 2000 Network Viewer.

4.3

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt op zo’n 230 meter afstand ten westen van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat bestaat uit het beheertype N15.02 ‘dennen-, eiken-, en beukenbos’ (zie figuur 4.3)

N14.01

Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het NNN (gekleurde delen; N12.02 = kruiden- en faunarijk grasland, N12.05 = kruiden-en faunarijke akker, N14.01 = rivier- en beekbegeleidend bos, N15.02 = dennen-, eiken-, en beukenbos, N16.03 = droog bos met productie). Bron: Provincie Limburg.

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen

8

4.4

Beschermde planten en dieren

Zoogdieren en vogels Volgens BeSI kwamen de volgende beschermde vogels en zoogdieren in/rond het plangebied voor: boerenzwaluw, gierzwaluw, steenuil, huismus, spreeuw, kauw, gebouwbewonende vleermuizen en steenmarter. In het plangebied bevinden zich geen gebouwen of holle bomen. Daarmee is het voorkomen van boerenzwaluw-, gierzwaluw-, steenuil-, huismus-, spreeuwen- en/of kauwennesten, en verblijven van gebouwbewonende vleermuissoorten in het plangebied uitgesloten. Omdat konijnenholen afwezig zijn, is ook het voorkomen van steenmarterverblijven uitgesloten. Huismussen zijn tijdens de veldbezoeken niet waargenomen en het plangebied biedt hen geen dekking om veilig te kunnen foerageren. Verder is er ook in de wijde omgeving veel groen dat als foerageergelegenheid voor de huismus zou kunnen dienen, waarbij er wel dekking aanwezig is. Bomen zijn in het plangebied afwezig; de bomen en struiken direct buiten het plangebied (de houtsingel aan de westzijde en de bosrand aan de oostzijde) bevatten tijdens beide veldbezoeken geen eekhoornnesten of (roof)vogelnesten. Het is wel mogelijk dat algemene vogelsoorten als de veldleeuwerik gedurende het broedseizoen in de grasvegetatie in het plangebied gaan broeden. Daarnaast fungeert de bosrand mogelijk als vaste vliegroute of foerageergebied voor vleermuizen.

Omdat vaste vliegroutes en foerageergebieden onder de Omgevingswet als vaste rust- en verblijfplaats worden gezien, is een aantal vleermuissoorten in tabel 4.4 opgenomen. Volgens de natuurgegevens van de Provincie Limburg (z.d.) kwamen er in 2013 in het kilometerhok waarin het plangebied zich bevindt, geen territoria voor van roofvogels/uilen. Het kilometerhok is volgens de natuurgegevens van de Provincie Limburg onvolledig onderzocht. Uit het eerste en tweede veldbezoek blijkt echter dat nesten van deze soorten zeker niet in het plangebied voorkomen. Tijdens het eerste veldbezoek bleken zich in de tuin van Bergse Heide 5 een kerkuilennestkast (in een schuur) en een steenuilennestkast (in een boom direct ten noorden van de schuur) te bevinden (zie figuren 4.4.1 en 4.4.2).

Figuur 4.4.1. Het plangebied (rood omlijnd) met de kerkuilennestkast (gele ster) en de dassenburcht (blauwe ovaal).

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen

9

Figuur 4.4.2. Invliegopening van de kerkuilennestkast in de schuur (l) en de steenuilennestkast in een boom (r) in de tuin van Bergse Heide 5.

Tijdens het eerste veldbezoek liet de eigenaar weten dat in 2023 kerkuilen in de kerkuilennestkast hebben gebroed, waarbij 3 jongen zijn grootgebracht (zie figuur 4.4.3). In 2025 heeft de voormalige eigenaar (inmiddels verhuisd) laten weten dat er in 2024 en in 2025 geen kerkuilen meer in de nestkast hebben gebroed. De heer F. Peters, uilendeskundige van het IVN, gaf ook aan dat er al 2 jaar geen kerkuilen meer op deze locatie zijn geringd. Tijdens het tweede veldbezoek (1 juli 2025) is de nestkast geïnspecteerd, maar hier bleken dan ook geen kerkuilen (maar wel kauwen) in te hebben gebroed. Sporen van kerkuilen werden niet aangetroffen. Een nestkast waarin 2 jaar achtereen niet meer wordt gebroed, wordt niet meer als een jaarrond beschermd nest beschouwd. Tijdens het tweede veldbezoek zijn geen andere kerkuilennesten meer gevonden. Er mag dus worden geconcludeerd dat het plangebied niet fungeert als foerageergebied voor de kerkuil. Tot op heden hebben geen steenuilen in de steenuilennestkast gebroed, maar de voormalige eigenaar liet tijdens het eerste veldbezoek weten wel eens steenuilen in de omgeving te hebben waargenomen. Voor de steenuil is het plangebied echter maar matig geschikt door de ligging nabij een bos (kans op predatie door bijvoorbeeld de bosuil), de afwezigheid van weipalen die als uitkijkpost kunnen dienen en doordat het grasveld niet begraasd wordt.

Op zo’n 200-250 meter ten zuidwesten van het plangebied bevinden zich rondom de Rijksweg vele dierenweides met uitkijkpaaltjes en bomenrijen; deze zijn veel geschikter als foerageergebied voor de steenuil. Het plangebied zal daardoor waarschijnlijk geen belangrijke functie hebben als foerageergebied voor de steenuil.

Figuur 4.4.3. Jonge kerkuilen in de kerkuilennestkast in de schuur van Bergse Heide 5. Bron: J. van Lin (bewoner van Bergse Heide 5 in 2023).

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen 10

Dassenburchten, -wissels, -latrines etc. zijn in het plangebied zelf afwezig, maar tijdens het eerste veldbezoek is op zo’n 500 meter ten zuiden van het plangebied een dassenburcht met zo’n 15 pijpen gevonden (zie figuren 4.4.1 en 4.4.4). De voormalige bewoner van Bergse Heide 5 heeft ook foto’s gemaakt van een das op de burcht (eind 2022) en van een das bij de tuinafrastering (voorjaar 2023) (zie figuur 4.4.5). Aangezien er zowel tijdens het eerste als het tweede veldbezoek geen dassenburchten dichter bij het plangebied zijn gevonden, is het aannemelijk dat de das bij de tuinafrastering afkomstig is van de voorgenoemde burcht. Het is dus mogelijk dat het plangebied deel uitmaakt van het foerageergebied van de das. Voor kleine marterachtigen als de wezel is er onvoldoende dekking in het plangebied zelf, maar ze maken mogelijk wel gebruik van de dekking van de houtsingel en de bosrand aan de west- en oostzijde van het plangebied om in het grasland te jagen. Algemene zoogdieren als de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen.

Figuur 4.4.4. Diverse dassenpijpen van de dassenburcht ten zuiden van het plangebied.

Figuur 4.4.5. Een das op de dassenburcht (l) en een das bij de tuinafrastering van Bergse Heide 5 (r). Bron: J. van Lin (bewoner Bergse Heide 5).

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen 11

Amfibieën en andere diersoorten Volgens BeSI hoeft er met reptielen, amfibieën of andere diersoorten geen rekening te worden gehouden. In en rond het plangebied zijn geen wateren aanwezig. Wateren die als voortplantingswater of leefgebied voor amfibieën en vissen kunnen dienen zijn in en rond het plangebied dus afwezig. Het is wel mogelijk dat algemene amfibieënsoorten als de gewone pad en bruine kikker in het plangebied voorkomen. Reptielen en vlinders zijn wegens het aanwezige biotoop (grasveld nabij woningen en akkerland), de soortenarme vegetatie en de afwezigheid van nectarplanten en luwte niet te verwachten in het plangebied. Andere soorten, die beschermd zijn onder de Omgevingswet, zijn evenmin in het plangebied te verwachten. Planten In het plangebied zijn tijdens het eerste en tweede veldbezoek alleen algemene, niet-beschermde planten waargenomen als braam, grote brandnetel, vogelmuur, paardenbloem, ridderzuring, boerenwormkruid, brem, zachte ooievaarsbek, smalle weegbree, knikkend wilgenroosje en sint Janskruid. Volgens de natuurgegevens van de Provincie Limburg (z.d.) groeiden er in 2012 en 2015 in het kilometerhok waarin het plangebied zich bevindt, geen planten die onder de Omgevingswet zijn beschermd. Ook volgens de BeSI komen deze er niet voor.

Tabel 4.4 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben.

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen 12

Tabel 4.4. (Potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Omgevingswet is eveneens weergegeven.

Vogels Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Algemene in grasvegetatie broedende vogels Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Das (Meles meles) Wezel (Mustela nivalis) Veldmuis (Microtus arvalis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Rosse woelmuis (Myodes glareolus) Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo)

Internationaal beschermde soorten

Overige beschermde soorten

X X X X X X X X X X X X

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen 13

5

Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden

5.1

Natura 2000

Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’ op een afstand van circa 0,2 kilometer van het plangebied. Vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen direct effect op bovengenoemd Natura 2000-gebied. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De bouw en de bewoning van de woningen, en de extra verkeersbeweging zullen tijdelijk leiden tot wat stikstofuitstoot. Door de geringe afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, ontstaat er mogelijk een significant negatief effect door stikstofdepositie op de habitattypes in het Natura 2000-gebied.

5.2

Natuurnetwerk Nederland

Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt op circa 230 meter afstand van het plangebied (zie figuur 4.3). Vanwege de afstand hebben de werkzaamheden waarschijnlijk geen noemenswaardig effect op de natuurwaarden in het NNN.

5.3

Beschermde planten en dieren

- Door de vegetatie tijdens het broedseizoen te verwijderen, leidt dit mogelijk tot verstoring of sterfte van broedende vogels, hun jongen en/of hun eieren. Ook kan dit leiden tot de vernietiging van een beschermd nest. - De bosrand aan de oostzijde fungeert mogelijk als vaste vliegroute of foerageergebied voor vleermuizen. Indien er vanaf het plangebied buitenverlichting op de bosrand wordt gericht, kan dit een verstoring van de vliegroute opleveren. - Op zo’n 500 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich een door dassen bewoonde dassenburcht. Doordat er ook een das in het voorjaar van 2023 nabij het plangebied is waargenomen, is het mogelijk dat het plangebied fungeert als foerageergebied voor de das. Een dassenterritorium varieert tussen de 30 en 150 hectare. Doordat de omgeving rondom de dassenburcht vrijwel geheel bestaat uit bos en akkerland met een oppervlakte van meer dan 150 hectare, zal de omvorming van het grasland in het plangebied naar woningen geen noemenswaardig negatief effect hebben op het leefgebied van de das. Daarnaast bevindt het plangebied zich aan de rand van het enigste dorp in de nabijheid van de dassenburcht; ondanks de waarneming van de das nabij het plangebied zullen dassen een voorkeur hebben voor gebieden met minder menselijke activiteit.

- Bij de werkzaamheden kunnen vaste voortplantings- en of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden verstoord. Individuen kunnen hierbij worden verstoord en/of gedood. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen 14

Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Bal. De letters in de tabel corresponderen met die van de verboden in onderstaande tekst.

Soort Algemene in grasvegetatie broedende vogels Vleermuizen Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Beschermingsregime Omgevingswet Vogels Internationaal beschermde soorten Andere soorten

Art. 11.37 Art. 11.46 Art. 11.54 lid 1 lid 1 lid 1 a,b,d b a,b

Artikel 11.37, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Vogelrichtlijnsoorten) a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. Artikel 11.46, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Habitatrichtlijnsoorten) a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e.

het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Artikel 11.54, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen andere soorten) a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 11.54, lid 2 Bal).

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen 15

6

Conclusies en aanbevelingen

6.1

Natura 2000

De plannen zullen naar onze mening waarschijnlijk geen direct effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Het is wel mogelijk dat de komst van de woningen zal leiden tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het is daarom nodig te laten bepalen of dat het geval is. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Omgevingswet.

6.2

Natuurnetwerk Nederland

Door de werkzaamheden gaat er geen NNN verloren. De bouw van de woningen en de toenemende verkeersbewegingen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNN. Omdat er geen negatieve effecten op het NNN zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

6.3

Beschermde planten en dieren

Algemene in grasvegetatie broedende vogels In de grasvegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Omgevingswet. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield. Vleermuizen: verstoring vliegroute/foerageergebied De bosrand aan de westzijde van het plangebied fungeert mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Dergelijke vliegroutes / foerageergebieden zijn onder de Omgevingswet beschermd.

Deze bomen blijven behouden maar om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017). Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Omgevingswet zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde andere beschermde soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten voor is verkregen (deze soorten zijn opgenomen in Bijlage X van de Omgevingsverordening Limburg; Provinciale Staten van Limburg, 2023). Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 11.27 Bal); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen 16

Literatuur • • • •

•

Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Provinciale Staten van Limburg. 2025. Omgevingsverordening Limburg. Provinciaal blad 2025, 1614. Spoelstra, K, R.H.A. van Grunsven, J.J.C. Ramakers, K.B. Ferguson, T. Raap, M. Donners, E.M. Veenendaal en M. E. Visser. 2017. Response of bats to light with different spectra: lightshy and agile bat-presence is affected by white and green, but not by red light. The Royal Society Publishing. www.rspb.royalsocietypublishing.org Zoogdiervereniging, 2011. Een vleermuisvriendelijke kleur voor verlichting. www.zoogdiervereniging.nl/een-vleermuisvriendelijke-kleur-voor-verlichting

Quickscan natuurwetgeving Bergse Heide ong. te Nieuw-Bergen 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15927323/1