CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 5 Voortoets ecologische beoordeling Bergse Heide Bergen

Commissie Ruimte en Economie 17 september 2025, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststellen TAM-IMRO-plan 'Bergse Heide, Nieuw Bergen fase II';27.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ook treedt eutrofiëring op, als gevolg van toestroming van nutriënten- en sulfaatrijk grondwater. Een laatste knelpunt voor het habitattype is aangrenzende bosontwikkeling. Dit kan leiden tot een teveel aan schaduw en bladval en heeft het verdwijnen van soorten door verdroging, eutrofiëring en een gebrek aan zonlicht tot gevolg (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022).

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

27/80

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H3160 heeft een matige kwaliteit met een positieve trend. Op 22,2% van het areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Vennen en vochtige heiden’ voor, daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H3130 vergelijkbaar voor dit habitattype. Wat nog extra benoemd kan worden is de invloed van het Maaspeil. In de huidige tijd is het waterpeil verhoogd en gestabiliseerd als gevolg van stuwing en normalisatie van de Maas. Dit heeft ongeveer 80 jaar geleden plaatsgevonden. Wat hiervan de hydrologische effecten zijn op de Maasduinen is nog niet bekend. Het is, in het kader van het knelpunten al eerder benoemd onder H3130, met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe toename van 0,01 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering oppervlak en kwaliteit) van H3160 in Maasduinen.

H4010A - Vochtige heiden (hogere zandgronden) Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H4010A heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is positief. De positieve trend lijkt echter tijdelijk van aard, aangezien vegetaties als gevolg van hoge stikstofdepositie dreigen te degraderen naar soortenarme vegetaties (Beheerplan-145, 2020). Het habitatype komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide samen met H3160, H4010A, H7110B en H7150. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over de 4 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 0,01% (0,02 ha) van het aanwezig areaal met H4010A vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

28/80

Figuur 4.6:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Vochtige heiden (hogere zandgronden) (H4010A).

Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn hoge stikstofdepositie, vermesting, verzuring, verdroging en het ontbreken van dynamiek. Als gevolg van de hoge stikstofdepositie treedt vermesting en verzuring op. Door vermesting ontwikkelt pijpenstrootje sterk, wat ten koste gaat van gewone dopheide en de kwaliteit van het habitattype. Verzuring kan er toe leiden dat sommige kenmerkende vegetaties binnen de grenzen van het habitattype in het gedrang komen. Dit leidt tot kwaliteitsvermindering (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Het habitattype heeft te maken met verdroging en sterk schommelende waterstanden. In combinatie met de overmatige stikstofdepositie leidt dit tot struweelvorming en verbossing. Er vindt met name een toename plaats van berkenopslag en bramenstruwelen (Beheerplan-145, 2020). Omdat het habitattype voor een belangrijk deel versnipperd en in kleine oppervlakten voorkomt, zijn de effecten van verbossing en ontwatering uit de omgeving extra groot (Gebiedsanalyse-145, 2017). Verder zijn vochtige heiden zeer gevoelig voor betreding van het gebied. Dit zou vooral effect hebben wanneer grote grazers het gebied betreden (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022).

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H4010A heeft een matige kwaliteit met een positieve trend. Op 0,01% van het areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Vennen en

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

29/80

vochtige heiden’ voor, daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H3130 vergelijkbaar voor dit habitattype. Veel van de versnippering binnen de habitattypen voor de vennen (H3130, H3160, H7110B en H7150) leidt tot een afname in dynamiek wat zorgt voor een voortschrijdende successie naar dit habitattype H4010A. Echter, dynamiek wordt tegenwoordig nagebootst door kleine stukken natte heide te plagen. Het is, in het kader van het knelpunten al eerder benoemd onder H3130 en bovenstaande benoemde knelpunten, met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe toename van 0,01 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering oppervlak en kwaliteit) van H4010A in Maasduinen.

H4030 - Droge heiden Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H4030 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling voor oppervlak en kwaliteit. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig en de trend in kwaliteit is negatief. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster droge zandduinen samen met H2130 en H2330 en verscheidene vogelsoorten. Het habitattype komt verspreid over de vier deelgebieden in de Maasduinen voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 6,6% (17,49 ha) van het aanwezig areaal met H4030 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,05 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

30/80

Figuur 4.7:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Droge heiden (H4030).

Knelpunten Veel van de knelpunten welke hier worden benoemd komen overeen met H2310. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie, vermesting, verzuring en versnelde successie. Als gevolg van de te hoge stikstofdepositie is de vegetatiebedekking toegenomen. Door de verzurende invloed van stikstofdepositie kan er sprake zijn van achteruitgang van typische soorten. De meeste typische soorten vaatplanten komen voor op de relatief iets beter gebufferde plekken in droge heiden. Deze soorten zijn gevoelig voor verzuring en/of voor het hoge gehalte van ammonium en/of aluminium als gevolg van de depositie (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Een algemene soort zoals struikheide is veel minder gevoelig voor ammonium (Gebiedsanalyse-145, 2017). Ten gevolge van vermesting is er sprake van vergrassing (met bochtige smele) en opslag van bomen. Een te sterke dominantie van grove den en berk kan het behoud van de heide in gevaar brengen. Achterstallig onderhoud uit het verleden versterkt het opkomen van met name jonge berken. Plaggen van oude heide om verjonging te stimuleren ging doorgaans vergezeld met het afvoeren van de strooisellaag. Doordat dit langdurig en op grote schaal is toegepast, is (plaatselijk) kale grond aanwezig.

Op de kale grond blijkt de heide zich niet goed te ontwikkelen, in tegenstelling tot de jonge berken (en in mindere mate grove dennen) (Beheerplan-145, 2020). Hoge stikstofdepositie is het voornaamste knelpunt voor het habitattype H4030 Droge heiden. Toch biedt de relatief brede verspreiding van H4030 binnen het Maasduinengebied kansen voor herstel, vooral op locaties met een gunstigere buffering of met actieve beheermaatregelen. In delen waar gericht beheer plaatsvindt, zoals gefaseerd plaggen, begrazing en het verwijderen van opslag, wordt lokaal herstel van heidevegetatie waargenomen. In deze zones keren typische soorten als

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

31/80

kruipbrem en stekelbrem terug, wat wijst op een veerkracht binnen dit habitattype. Bovendien laat de Gebiedsanalyse zien dat enkele droge heiden in de Maasduinen nog een relatief goede structuurkwaliteit behouden, met open plekken, variatie in vegetatiehoogte en aanwezigheid van pionierssoorten (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H4030 heeft een matige kwaliteit met een negatieve trend. Op 6,6% van het areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Droge zandduinen’ voor, daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H2310 vergelijkbaar voor dit habitattype. Daarnaast hebben grote delen van het habitattype te lijden onder effecten veroorzaakt door de grootschalige plagmethodes die in het verleden zijn toegepast. Plaggen van oude heide om verjonging te stimuleren ging doorgaans vergezeld met het afvoeren van de strooisellaag. Hierdoor werd echter niet alleen de biomassa afgevoerd, maar feitelijk ook het kiembed voor de jonge vegetatie. Op de kale grond blijkt de heide zich niet goed te ontwikkelen in tegenstelling tot de jonge berken.

Desondanks blijkt uit recente beheervelden dat herstel mogelijk is bij een aangepaste beheerstrategie, waarbij behoud van strooisellaag en gefaseerde plag toegepast worden. Ook toont monitoring aan dat sommige delen van H4030 binnen Maasduinen, ondanks verhoogde depositie, hun biodiversiteit gedeeltelijk weten te behouden. Er is dus sprake van ecologische veerkracht, als adequaat beheer wordt voortgezet. Daarnaast lijkt de stikstofdepositie op regionaal niveau sinds het piekjaar licht af te nemen, wat op termijn bijdraagt aan stabielere condities. Het is, in het kader van het knelpunten al eerder benoemd onder H2310 en het bovenstaande, met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe toename van 0,05 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering oppervlak en kwaliteit) van H4030 in Maasduinen.

H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes) Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H7110B heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Het betreft een prioritair habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is lichtelijk negatief en lokaal soms positief. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide samen met H3130, H3160, H4010A en H7150. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over de 4 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 1,6% (0,11 ha) van het aanwezig areaal met H7110B vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

32/80

inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Figuur 4.8:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Actieve hoogvenen (heideveentjes) (H7110B).

Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie, vermesting en verdroging (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Als gevolg van een te hoge stikstofdepositie treedt in H7110B vermesting op. Op de licht uitdrogende acrotelm kan in het voorjaar en de zomer massaal berk kiemen en uitgroeien. Daarnaast is sprake van dominantie van pijpenstrootje, waardoor veelal sprake is van een verarmde vegetatie. Lokaal zijn er verrijkte delen met veel pitrus (Gebiedsanalyse-145, 2017). De effecten van stikstofdepositie en verdroging versterken elkaar, maar verdroging lijkt het voornaamste knelpunt. Sterke waterstandwisselingen en droogval zijn funest voor H7110B en vormen een sterke bedreiging voor het voortbestaan van het habitattype (Beheerplan-145, 2020). Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H7110B heeft een matige kwaliteit met een lichtelijk negatieve trend. Op 1,6% van het areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak voor in gradiënt met H4010A.

Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Vennen en vochtige heiden’ voor, daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H3130 vergelijkbaar voor dit habitattype. Specifiek moet er nog wel benoemd worden dat sterke

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

33/80

waterstandswisselingen en droogval voor dit habitattype zeer veel impact kan hebben en ook een sterke bedreiging voor het voortbestaan van dit habitattype is. Gezien het feit dat hydrologische invloeden op het habitattype de overhand hebben in de knelpunten kan er, met wetenschappelijke zekerheid, worden benoem dat in deze situatie een geringe toename van 0,01 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (verbetering oppervlak en kwaliteit) van H7110B in Maasduinen.

H7150 - Pioniervegetaties met snavelbiezen Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H7150 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is positief. Het habitatype komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide samen met H3130, H3160, H4010A en H7110B. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over de 4 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 1,3% (0,22 ha) van het aanwezig areaal met H7150 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,03 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

34/80

Figuur 4.9:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Pioniervegetaties met snavelbiezen (H7150).

Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie, verzuring, vermesting en verdroging. Verzuring als gevolg van te hoge stikstofdepositie veroorzaakt suboptimale omstandigheden voor het voorkomen van kenmerkende vegetatietypen. Op soortniveau gaan plantensoorten van zwak gebufferde standplaatsen achteruit door verzuring, omdat verzuring de vestiging, kieming en groei verslechtert. Vermesting door een te hoge stikstofdepositie zorgt eveneens voor een afname in kenmerkende vegetatietypen, aangezien deze alleen onder zeer voedselarme omstandigheden voorkomen (Gebiedsanalyse-145, 2017). Als gevolg van de hoge stikstofdepositie verloopt de successie dermate snel dat het habitattype Pioniervegetaties met snavelbiezen momenteel nauwelijks een natuurlijk voorkomen kent. Een versnelde successie als gevolg van de hoge stikstofdepositie zorgt voor een voortschrijdende successie van Pioniervegetaties met snavelbiezen naar natte heide met veenmossen en Pitrus. Bij verdergaande eutrofiëring ontstaan er eutrofe moerasvegetaties (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022).

Het voorkomen is sterk afhankelijk van menselijk ingrijpen (plaggen, waterstanden opzetten en betreding), maar bij voortzetting van het huidig beheer is het perspectief goed (Gebiedsanalyse145, 2017). Verdroging versterkt de effecten van met name vermesting en maakt het habitattype kwetsbaar, omdat kenmerkende soorten zich goed ontwikkelen op vochtige open bodems (Gebiedsanalyse-145, 2020).

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

35/80

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H7150 heeft een matige kwaliteit met een positieve trend. Op 1,3% van het volledige areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak voor in gradiënt met H4010A. Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Vennen en vochtige heiden’ voor, daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H3130 vergelijkbaar voor dit habitattype. Door eerder menselijk ingrijpen is het habitattype nog in goede stand gehouden. Het is, in het kader van het bovenstaande, met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe toename van 0,03 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering oppervlak en kwaliteit) van H7150 in Maasduinen.

H91D0 - Hoogveenbossen Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H91D0 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behouds- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig, de trend in kwaliteit is negatief. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster bossen samen met H9120, H9190, H91E0C en H91F0. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over 3 deelgebieden voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 6,5% (1,96 ha) van het aanwezig areaal met H91D0 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 16,6% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 1,1% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

36/80

Figuur 4.10:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Hoogveenbossen (H91D0).

Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster, zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn vermesting en verdroging. Vermesting treedt in beperkte mate op. Wanneer niet alle beschikbare stikstof wordt opgenomen door het veenmospakket, komt stikstof beschikbaar voor hogere planten. Hierdoor neemt de groei van bomen en grassen toe, waardoor ook de beschaduwing toeneemt (Gebiedsanalyse145, 2017). Verdroging vormt het voornaamste knelpunt voor het habitattype. Als gevolg van tegenstrijdige belangen vanuit de aangrenzende gebieden zoals landbouw, maar ook afvoer van bebouwd gebied (Lommerbroek), is de hydrologische situatie niet optimaal. De hoogveenbossen maken feitelijk onderdeel uit van natte laagten met vochtige heiden en vennen in de vorm van Berkenbroek met Zachte berk. Hierdoor zijn ze erg gevoelig voor verdroging (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Verdroging leidt tot degradatie van de vegetaties van H91D0, als eerst herkenbaar door het uitdrogen en verdwijnen van de veenmosvegetaties (Beheerplan-145, 2020). Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H91D0 heeft een matige kwaliteit met een negatieve trend.

Op 1,1% van het totale areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak in gradiënt met andere habitattypen bos (H9120, H9160AB, H91E0AB) voor. De effecten van aanwezige knelpunten en de invloed ervan op het habitattype onder H9120 zijn daardoor ook toepasbaar voor H91D0. Stikstofdepositie vormt een knelpunt voor het habitattype, maar vermesting door stikstofdepositie treedt

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

37/80

in beperkte mate op en verdroging vormt ook hier het voornaamste knelpunt. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de geringe hoeveelheid van het areaal dat een depositietoename heeft kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van 0,01 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriëntenbeschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoud en verbetering van het oppervlak en de kwaliteit respectievelijk) van H91D0 in Maasduinen.

4.4

Beoordeling habitatsoorten

Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het stikstofgevoelige leefgebied van 3 stikstofgevoelige habitatsoorten (zie onderstaande tabel). De leefgebieden van de in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige habitatsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 4.6:

Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen. De tabel bevat enkel soorten met een projecteffect op het leefgebied ≥0,01 mol N/ha/jaar. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS-Calculator (AERIUS 2024.2.1) en worden weergegeven in mol N/ha/jaar.

Soortcode

Habitatsoort

Leefgebied1

H1042 H1166 H1831

Gevlekte witsnuitlibel Kamsalamander Drijvende waterweegbree

H3130 H3130 H3130

KDW2

Maximale achtergrond depositie3

Maximaal effect4

Maximaal relevant effect5

500 500 500

1634 1634 1634

0,01 0,01 0,01

0,01 0,01 0,01

1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename van stikstofdepositie binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020) 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens Wamelink et al. (2023) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS-Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS-Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.

Voor de effectbeoordeling op de aangewezen stikstofgevoelige leefgebieden van habitatsoorten met een relevante toename aan stikstofdepositie (zie bovenstaande tabel), wordt de belangrijkste informatie samengevat in onderstaande tabel.

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

38/80

Tabel 4.7:

Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op leefgebieden van habitatsoorten binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen.

Soortcode

Habitatsoort

Leefgebied1

H1042 H1166 H1831

Gevlekte witsnuitlibel Kamsalamander Drijvende waterweegbree

H3130 H3130 H3130

Maximaal relevant effect2

Areaal met relevant effect (ha)3

Relevant t.o.v. totaal areaal (%)4

0,01 0,01 0,01

0,73 0,73 0,73

1,3% 1,3% 1,3%

1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020). 2. Maximale toename aan stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief het berekende stikstofeffect. 3. Totaal gekarteerd oppervlak met een relevante toename aan stikstofdepositie op basis van de meest recente habitattypenkaart (AERIUS 2024.2.1). 4. Het percentage aan areaal met een relevante toename aan stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied.

In de volgende paragrafen wordt de toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van iedere habitatsoort uit bovenstaande tabel beoordeeld. Zie bijlage 1 voor een algemene omschrijving per soort.

H1042 - Gevlekte witsnuitlibel Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de gevlekte witsnuitlibel in Natura 2000gebied Maasduinen is uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie. Huidig voorkomen en trend in populatie Gevlekte witsnuitlibel komt voor in alle deelgebieden, maar de aantallen zijn op alle vindplaatsen laag. De habitatsoort komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide. Omschrijving leefgebied Het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel heeft een grote overlap met verlandingsstadia binnen het habitattype zwakgebufferde vennen en deels ook zure vennen. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 1,3% (0,73 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de habitatsoort Gevlekte witsnuitlibel vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

39/80

Figuur 4.11:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Gevlekte witsnuitlibel (H1042).

Knelpunten Stikstofdepositie leidt tot afname van het leefgebied van de gevlekte witsnuitlibel. Verder is een te kleine populatie een knelpunt voor de soort. Voor duurzame levensvatbare populaties van Gevlekte witsnuitlibel wordt een aantal van ca. 1000 individuen per jaar aangehouden. Op geen van de locaties waar de soort wordt aangetroffen is hiervan sprake, sterker nog. Behoudens de Ravenvennen worden op de andere locaties jaarlijks slechts enkele exemplaren aangetroffen en in sommige jaren lijkt de soort zelfs te ontbreken als imago (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel is matig. Op 1,3% van het volledige areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. De populatie in de Maasduinen is afgenomen. Veel van de knelpunten benoemd onder H3130 zijn ook te benoemen als knelpunten voor deze habitatsoorten vanwege de overlap in leefgebied. Verdroging, stikstofdepositie en versnippering vormen de voornaamste knelpunten voor de H1042. Daarnaast zijn er op het moment zeer weinig levensvatbare populaties van H1042 en ondervindt de soort druk dankzij predatie door exotische vissen.

Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de druk vanuit knelpunten specifiek op de Gevlekte witsnuitlibel kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van 0,01 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen op de bestaande populatie of op de kansen tot uitbreiding van deze habitatsoort binnen het aanwezige leefgebied. Het voorgenomen project zal

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

40/80

daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie) van de H1042 in Maasduinen.

H1166 - Kamsalamander Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de kamsalamander in Natura 2000-gebied Maasduinen is uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie. Huidig voorkomen en trend in populatie Een goed beeld van de verspreiding is niet bekend. Van het deelgebied de Ravenvennen zijn de meeste waarnemingen bekend. Verder zijn er enkele waarnemingen bekend van gevangen exemplaren in vennen. De voedselarme vennen vormen echter marginaal leefgebied. De habitatsoort komt voornamelijk voor in het cluster bossen. Het is onbekend in hoeveel deelgebieden het voorkomt. Omschrijving leefgebied Het voortplantingsleefgebied van de Kamsalamander bestaat uit wat voedselrijke poelen in cultuurgebied. Dergelijk leefgebied is slechts beperkt beschikbaar in de Maasduinen. Leefgebieden worden vooralsnog aangewezen in de vorm van vennen. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 1,3% (0,73 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de habitatsoort Kamsalamander vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie.

Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

41/80

Figuur 4.12:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Kamsalamander (H1166).

Knelpunten Migratie barrières vormen een knelpunt voor de kamsalamander. Migratie door kamsalamanders vindt doorgaans plaats tot een afstand van maximaal 700 meter. Barrières bestaan uit verharde wegen, brede wateren, bebouwde terreinen intensief gebruikte graslanden en -akkers. Verder vormt introductie van vis in de voortplantingswateren een bedreiging voor de Kamsalamander. Vissen prederen op de eitjes en de larven, waardoor er onvoldoende jonge aanwas overleeft om de populatie op peil te houden. In veel gevallen kunnen populaties zelfs als gevolg hiervan verdwijnen. De waterbiotopen waar Kamsalamanders binnen de begrenzing van het N2000-gebied Maasduinen voorkomen betreffen een aantal wateren waar habitattypen van de groep van Vochtige heiden voorkomt (vooral H3130 en H3160). Het beheer van deze vennen is gericht op het handhaven van zure of zwakgebufferde voedselarme situaties. Dit is niet conform met de optimale biotoopeisen van de Kamsalamander die de voorkeur geeft aan voedselrijke poelen met een dichte waterbegroeiing (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Kamsalamander is onbekend, maar op basis van de habitattypen in zijn cluster kan het worden vastgesteld op matig tot slecht.

Op 1,3% van het volledige areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. De grote van de aanwezige populatie is onbekend, er is alleen bekend dat er exemplaren aanwezig zijn in het deelgebied Ravenvennen. Veel van de knelpunten benoemd onder H9120 zijn ook te benoemen als knelpunten voor deze habitatsoorten vanwege de overlap in leefgebied. Verdroging, stikstofdepositie en versnippering vormen de voornaamste knelpunten voor de H1166.

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

42/80

Daarnaast ondervind de soort druk vanwege predatie door vissen in de voortplantingswateren en vindt er op het moment tegenstrijdig beheer plaats van de waterbiotoop. Het beheer op het moment is voornamelijk gericht op het handhaven van zure of zwakgebufferde voedselarme situaties en dit is niet conform de optimale biotoopeisen voor H1166. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de druk vanuit knelpunten specifiek op de Kamsalamander kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van 0,01 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen op de bestaande populatie of op de kansen tot uitbreiding van deze habitatsoort binnen het aanwezige leefgebied. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie) van de H1042 in Maasduinen.

H1831 - Drijvende waterweegbree Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de drijvende waterweegbree in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied en behoud van de populatie. Huidig voorkomen en trend in populatie De staat van instandhouding van de drijvende waterweegbree in Maasduinen is ongunstig. Het aantal groeiplaatsen is afgenomen (Beheerplan-145, 2020). De instandhoudingsdoelstelling wordt niet behaald. De habitatsoort komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide. Het komt in dit cluster verspreid over 2 deelgebieden voor. Er zijn buiten het Natura 2000gebied 2 grote groeiplaatsen aanwezig voor de soort. Omschrijving leefgebied Drijvende waterweegbree groeit in uiteenlopende stilstaande of zwak stromende wateren, zoals heide- en veenplassen, duinplassen, meren, afgesloten rivierarmen, laaglandbeken, kanalen, sloten en vijvers. Het best gedijt deze waterplant in water dat helder, voedselarm of hooguit matig voedselrijk, fosfaatarm en kalkarm is. Op sommige plaatsen bevat het water daarbij veel ijzer. In voedselrijkere omgeving staat de soort het meest op plaatsen met menging van regenwater met kwelwater.

In specifieke omstandigheden, namelijk bij een lage beschikbaarheid van fosfaat, kan de drijvende waterweegbree nitraat- en ammoniakrijk water verdragen (Natura 2000-profielendocument; H1831). In Maasduinen heeft de drijvende waterweegbree geschikt leefgebied in het stikstofgevoelige habitattype Zwakgebufferde vennen (H313) en de stikstofgevoelige leefgebiedtypen Zwakgebufferde sloot (Lg03) en Zwakgebufferde vennen (L3130). De kwaliteit van het leefgebied is slecht (Beheerplan-145, 2020). Berekende toename aan stikstofdepositie Op 1,3% (0,73 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de habitatsoort Drijvende waterweegbree vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

43/80

Figuur 4.13:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Drijvende waterweegbree (H1831).

Knelpunten Knelpunten voor het voorkomen van de drijvende waterweegbree zijn stikstofdepositie, verdroging en fosfaatbelasting. De drijvende waterweegbree gedijt het best in helder water dat voedselarm of hooguit matig voedselrijk, fosfaatarm en kalkarm is (Natura 2000-profieldocument, H1831). De drijvende waterweegbree is bestand tegen incidentele droogval, maar langdurige droogval van vennen en/of oevers kan negatieve gevolgen hebben voor de soort (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Stikstofdepositie leidt tot vermesting en verzuring van de groeiplaatsen. De optimale groeiomstandigheden nemen hierdoor af en de groeisnelheid van snelgroeiende waterplanten neemt ten gevolge van overbelasting door stikstofdepositie toe, waardoor de drijvende waterweegbree verdrongen wordt. Hetzelfde gebeurt als gevolg van een te hoge fosfaatbelasting. Door bemesting van het oppervlaktewater met fosfaat vanuit nabije landbouwgronden zijn fosfaatconcentraties te hoog. De achteruitgang van de drijvende waterweegbree wordt hier voor een belangrijk deel aan toegeschreven (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Drijvende waterweegbree is ongunstig. Op 1,3% van het volledige areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie.

De populatie Drijvende waterweegbree binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen komt vooral voor in deelgebied Ravenvennen. Veel van de knelpunten benoemd onder H3130 zijn

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

44/80

ook te benoemen als knelpunten voor deze habitatsoorten vanwege de overlap in leefgebied. Verdroging, stikstofdepositie en een te hoge fosfaatbelasting vormen de voornaamste knelpunten voor de drijvende waterweegbree. De achteruitgang van Drijvende waterweegbree wordt voor een belangrijk deel toegeschreven aan de bemesting van het oppervlaktewater met fosfaat vanuit nabije landbouwgronden. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de druk vanuit knelpunten specifiek op de Drijvende waterweegbree kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van 0,01 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen op de bestaande populatie of op de kansen tot uitbreiding van deze habitatsoort binnen het aanwezige leefgebied. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie) van H1831 in Maasduinen.

4.5

Beoordeling broedvogels

Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het stikstofgevoelige leefgebied van 8 stikstofgevoelige broedvogels (zie onderstaande tabel). De leefgebieden van de in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige broedvogelsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 4.8:

Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen. De tabel bevat enkel soorten met een projecteffect op het leefgebied ≥0,01 mol N/ha/jaar. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS-Calculator (AERIUS 2024.2.1) en worden weergegeven in mol N/ha/jaar.

Soortcode

Broedvogel

Leefgebied1

A004

Dodaars

A008

Geoorde fuut

A224

Nachtzwaluw

A236 A246

Zwarte Specht Boomleeuwerik

A249 A276

Oeverzwaluw Roodborsttapuit

A338

Grauwe Klauwier

H3130, H3160, ZGH3160, Lg04 H3130, H3160, ZGH3160, Lg04 ZGH7110B, H4030, H2330, H2310, Lg09, Lg13, Lg14, H4010A, Lg10 Lg13, Lg14 H2330, H4030, H2310, Lg09, Lg10 H3130 H4030, H2310, Lg09, H4010A H3130, ZGH7110B, H3160, ZGH3160, H4030, H2310, Lg09, H4010A, Lg10

KDW2

Maximale achtergrond depositie3

Maximaal effect4

Maximaal relevant effect5

500

1634

0,01

0,01

500

1634

0,01

0,01

714

2487

0,19

0,19

1071 714

2487 2189

0,19 0,05

0,19 0,05

500 714

1634 2189

0,01 0,05

0,01 0,05

500

2189

0,05

0,05

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

45/80

1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename van stikstofdepositie binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020). 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens Wamelink et al. (2023) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS-Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS-Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.

Voor de effectbeoordeling op de aangewezen stikstofgevoelige leefgebieden van broedvogels met een relevante toename aan stikstofdepositie (zie bovenstaande tabel), wordt de belangrijkste informatie samengevat in onderstaande tabel. Tabel 4.9:

Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op leefgebieden van broedvogels binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen.

Soortcode

Broedvogel

Leefgebied1

A004

Dodaars

A008

Geoorde fuut

A224

Nachtzwaluw

A236 A246

Zwarte Specht Boomleeuwerik

A249 A276

Oeverzwaluw Roodborsttapuit

A338

Grauwe Klauwier

H3130, H3160, ZGH3160, Lg04 H3130, H3160, ZGH3160, Lg04 ZGH7110B, H4030, H2330, H2310, Lg09, Lg13, Lg14, H4010A, Lg10 Lg13, Lg14 H2330, H4030, H2310, Lg09, Lg10 H3130 H4030, H2310, Lg09, H4010A H3130, ZGH7110B, H3160, ZGH3160, H4030, H2310, Lg09, H4010A, Lg10

Maximaal relevant effect2

Areaal met relevant effect (ha)3

Relevant t.o.v. totaal areaal (%)4

0,01

6,15

9,2%

0,01

6,15

9,2%

0,19

224,82

7,2%

0,19 0,05

179,11 45,58

6,8% 10,7%

0,01 0,05

0,73 24,23

1,7% 7,2%

0,05

29,73

6,6%

1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020). 2. Maximale toename aan stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief het berekende stikstofeffect. 3. Totaal gekarteerd oppervlak met een relevante toename aan stikstofdepositie op basis van de meest recente habitattypenkaart (AERIUS 2024.2.1). 4. Het percentage aan areaal met een relevante toename aan stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied.

In de volgende paragrafen wordt de toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van iedere broedvogelsoort uit bovenstaande tabel beoordeeld. Zie bijlage 1 voor een algemene omschrijving per soort.

A004 - Dodaars Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de dodaars in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 50 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie Het langjarig seizoensgemiddelde van de dodaars in Maasduinen is onbekend.

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

46/80

Volgens het Beheerplan schommelde het aantal dodaarzen in de periode 19932022 tussen de 16 en 40 broedparen, waarmee de instandhoudingsdoelstelling niet behaald wordt. De trend in aantal broedparen sinds 2007 is onzeker, de trend sinds 1990 is negatief (Sovon). Omschrijving leefgebied Het broedbiotoop van de dodaars bestaat uit ondiepe, voedselarme tot matig voedselrijke zoete wateren met een weelderige oevervegetatie. Voedsel zoekt de dodaars in 1-2 m diep water (Natura 2000-profielendocument; A004). De dodaars heeft in Maasduinen geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen zwakgebufferde vennen (H3130) en zure vennen (H3160) en het stikstofgevoelige leefgebiedtype zuur ven (Lg04). De dodaars broedt in heidevennen verspreid over het gehele Natura 2000-gebied (Gebiedsanalyse145, 2017). De kwaliteit van het leefgebied is matig (Beheerplan-145, 2020). Berekende toename aan stikstofdepositie Op 9,2% (6,15 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Dodaars vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie.

Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Figuur 4.14:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Dodaars (A004).

Knelpunten De belangrijkste factor die het voorkomen van de dodaars in Maasduinen bepaalt, is verdroging. Door het vroegtijdig droogvallen van vennen waar vogels

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

47/80

broeden mislukt het broedseizoen, vanwege gebrek aan voedsel. Dodaarzen kunnen alleen in open water foerageren en niet-vliegvlugge vogels kunnen bij het droogvallen van een ven niet wegkomen (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Stikstofdepositie wordt in de Gebiedsanalyse en het Beheerplan niet als knelpunt beschreven (Gebiedsanalyse-145, 2017; Beheerplan-145, 2020). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Dodaars is matig en het langjarige seizoensgemiddelde van de Dodaars is lager dan de instandhoudingsdoelstelling. Op 9,2% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Stikstofdepositie vormt geen knelpunt voor de Dodaars in het Natura 2000gebied Maasduinen. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Dodaars worden ook al benoemd onder H3130. Voornamelijk verdroging vormt het voornaamste knelpunt voor A004, maar stikstofdepositie vormt geen knelpunt voor de Dodaars. In het kader van het bovenstaande, en de eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied, zal een geringe toename van 0,01 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het leefgebied van de Dodaars.

Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities (bodem pH, nutriënten beschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat, in het kader van het bovenstaande, er dan ook niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 50 broedparen) gehaald kan worden.

A008 - Geoorde fuut Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de geoorde fuut in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 7 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie De geoorde fuut komt met een langjarig seizoensgemiddelde van minder dan 1 broedpaar voor in Maasduinen, waarmee de instandhoudingsdoelstelling niet wordt behaald. De trend in aantal broedparen is sinds 2007 sterk negatief, de trend sinds 1990 is stabiel (Sovon). Omschrijving leefgebied De geoorde fuut is een broedvogel van ondiepe wateren, die vaak broedt in heidevennen met een kokmeeuwenkolonie of in duinmeren. De plassen moeten een weelderige, maar niet te hoge oevervegetatie hebben van bijvoorbeeld pitrus of riet en een vlakke, geleidelijk aflopende oever. Het nest drijft, bestaat uit plantaardig materiaal en wordt verankerd aan omringende vegetatie (Natura 2000-profielendocument; A008). De geoorde fuut heeft in Maasduinen geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Zwakgebufferde vennen (H3130) en Zure vennen (H3160) en het stikstofgevoelige leefgebiedtype Zuur ven (Lg04). De dodaars broedt in heidevennen verspreid over het gehele Natura 2000-gebied (Gebiedsanalyse-145, 2017). De kwaliteit van het leefgebied is matig (Beheerplan-145, 2020).

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 9,2% (6,15 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Geoorde fuut vindt, ten gevolge van de voorgenomen

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

48/80

ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Figuur 4.15:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Geoorde fuut (A008).

Knelpunten Knelpunten voor het voorkomen van geoorde fuut als broedvogel zijn verdroging en het ontbreken van herkolonisatie. Door het vroegtijdig droogvallen van vennen waar vogels broeden mislukt het broedseizoen, vanwege gebrek aan voedsel. geoorde fuuten kunnen alleen in open water foerageren en niet-vliegvlugge vogels kunnen bij het droogvallen van een ven niet wegkomen (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Na het uitvoeren van ven herstelprojecten, waarbij vennen opgeschoond zijn, is geen sprake van herkolonisatie door geoorde futen. De oorzaak hiervan is onbekend, maar zeer waarschijnlijk ligt er een verband met het verdwijnen van de kokmeeuwenpopulaties. Kokmeeuwen vormen namelijk vaak kolonies die andere vogels, zoals geoorde futen, bescherming bieden tegen roofdieren. Zonder de aanwezigheid van deze meeuwen voelen geoorde futen zich mogelijk minder veilig om er te broeden. Stikstofdepositie wordt in de Gebiedsanalyse en het Beheerplan niet als knelpunt beschreven (Gebiedsanalyse-145, 2017; Beheerplan-145, 2020). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Geoorde fuut is matig en het langjarige seizoensgemiddelde van de geoorde fuut is lager dan de

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

49/80

instandhoudingsdoelstelling, de populatietrend is negatief. Op 9,2% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Geoorde fuut worden ook al benoemd onder H3130. Verdroging en het niet optreden van herkolonisatie vormen de voornaamste knelpunten voor de Geoorde fuut, stikstofdepositie vormt echter geen knelpunt voor A008. In het kader van het bovenstaande, en de eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied, zal een geringe toename van 0,01 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het leefgebied van de Geoorde fuut. Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities (bodem pH, nutriënten beschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat, in het kader van het bovenstaande, er dan ook niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 7 broedparen) gehaald kan worden.

A224 - Nachtzwaluw Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de nachtzwaluw in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 30 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie De nachtzwaluw komt met een langjarig seizoensgemiddelde van naar schatting 100 broedparen voor in Maasduinen, waarmee de instandhoudingsdoelstelling wordt behaald. De trend in aantal broedparen is stabiel (Sovon). Omschrijving leefgebied De nachtzwaluw komt voor in deels dichtgegroeide maar niet-vergraste zandverstuivingen en halfopen landschappen op schrale, zandige bodems, zoals boomheiden, heidevelden met boomgroepen of vliegdennen en kap- of brandvlakten (Natura 2000-profielendocument; A224). De nachtzwaluw heeft geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Stuifzandheiden met struikhei (H2310), Zandverstuivingen (H2330), Vochtige heiden (hogere zandgronden) (H4010A), Stroomdalgraslanden (H6120), Actieve hoogvenen (heideveentjes) (H7110B) en Oude eikenbossen (H9190) en de stikstofgevoelige leefgebiedtypen Droog struisgrasland (Lg09), Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied (Lg10), Bos van arme zandgronden (Lg13) en Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden (Lg14). De kwaliteit van het leefgebied is goed (Beheerplan-145, 2020).

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 7,2% (224,82 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Nachtzwaluw vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 0,19 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur).

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepositie Bergen - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51031960 Datum 17-07-2025

Versie D1

Document referentie Ecologische beoordeling (51031960 D1) Bergse Heide Bergen.docx

50/80

Figuur 4.16:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Nachtzwaluw (A224).

Knelpunten De belangrijkste knelpunten voor de nachtzwaluw zijn verbossing door een versnelde successie. De nachtzwaluw broedt op open plekken op de grond. Door een versnelde successie gaat openheid en daarmee broedgebied verloren, wat een negatief effect heeft op de soort. Verbossing wordt veroorzaakt door natuurlijke successie. Stikstofdepositie leidt tot een versnelde successie en daarmee tot versnelde verbossing. De trend in aantal broedparen is echter positief als gevolg van het ingezette heidebeheer en de realisatie van open kapvlaktes en heidecorridors in het bos (Natuurdoelanalyse Maasduinen, 2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Nachtzwaluw is goed en het langjarige seizoensgemiddelde van de nachtzwaluw is hoger dan de instandhoudingsdoelstelling en de populatietrend is stabiel. Op 7,2% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Nachtzwaluw worden ook al benoemd onder H2310. Stikstofdepositie en verbossing vormen knelpunten voor de soort. Echter, de soort heeft een zeer goede staat van instandhouding in betrekking tot het leefgebied en de soort zelf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15927322/1