Bijlage 3a Toelichting ontwerp - Murseltseweg Nieuw Bergen
Tekst van het document
De milieuruimte van de milieubelastende functies in de omgeving is geïnventariseerd aan de hand van de toegestane milieucategorie en de grootste bijbehorende richtafstand voor geur, stof, geluid en gevaar. Bedrijf
Adres
SBI2008 -
Detailhandel Supermarkt
Jeroen Boschstraat 1a, 1b en 1c Raadhuisstraat 7
Maatschappelijk
Murseltseweg 4 - 4a
Dienstverlening/ kantoor
Jeroen Boschstraat 2
461
Bedrijfsverzamelgebouw
Jeroen Boschstraat 10-26
461
Bedrijfsverzamelgebouw
Jeroen Boschstraat 18-26
461
Sportschool/ zwembad
Den Asseldonk 2
931
471
Aan te houden afstanden Grootste richtafstand: 0 meter Geur Stof Geluid Gevaar Geur Stof Geluid Gevaar Geur Stof Geluid Gevaar Geur Stof Geluid Gevaar Geur Stof Geluid Gevaar Geur Stof Geluid Gevaar
0 meter 0 meter 10 meter 0 meter 0 meter 0 meter 10 meter 0 meter 0 meter 0 meter 10 meter 0 meter 0 meter 0 meter 10 meter 0 meter 0 meter 0 meter 10 meter 0 meter 0 meter 0 meter 30 meter 0 meter
Afstand tot plangebied 0 meter 15 meter
40 meter
50 meter
70 meter
95 meter
110 meter
Onderzocht is of de hindercontouren het plangebied overlappen. Er is géén hindercontour die het plangebied overlapt. Omliggende bedrijven vormen dan ook geen belemmering voor de nieuwe woning en er is in de nieuwe woning een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Daarnaast worden de omliggende bedrijven niet belemmerd door de voorgenomen ontwikkeling, ook zijn er de reeds omliggende woningen al dichterbij gelegen. 5.1.3 Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft (zie onderstaande tabel), met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
21
Aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2
Breedte van de geluidszone (in meters) Buitenstedelijk Stedelijk 600 350 400 350 250 200
Voor geluidsgevoelige objecten geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In feite mogen nieuwe geluidsgevoelige objecten niet worden gerealiseerd, wanneer er een geluidsbelasting van wegverkeer optreedt van 48 dB of hoger, tenzij ontheffing is verleend door het College van burgemeester en wethouders (tot maximaal 63 dB). Hiervoor dient tegelijkertijd met de bestemmingsplanprocedure een hogere waarden procedure op grond van de Wgh te worden gevoerd. Als een nog hogere geluidbelasting wordt ondervonden is woningbouw alleen mogelijk als de woningen worden uitgevoerd met een dove gevel op de gevel(s) waar de geluidbelasting meer bedraagt dan 63 dB. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de N271, derhalve is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai2 uitgevoerd. Wet geluidhinder Toetsing van de berekende geluidsbelasting aan de voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde dient per geluidbron (weg) afzonderlijk te geschieden op de gevels van de geluidsgevoelige bestemming. De voorkeursgrenswaarde bedraagt bij nieuwe bestemmingen met een woonfunctie 48 dB. Verder is bij de aanwezige wegen en nog niet geprojecteerde geluidgevoelige objecten onder bepaalde voorwaarde een ontheffing tot maximaal 58 dB mogelijk. Geconcludeerd kan worden dat ten gevolge van de rijksweg (N271) de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevels niet wordt overschreden.
Dit betekent dat voor de woning verder geen geluidreducerende maatregelen noodzakelijk zijn. De hoogste geluidsbelasting op de woning bedraagt 34 dB op de voorgevel. De geluidsbelastingen zijn inclusief de wettelijke aftrek conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Ruimtelijke ordening De hoogste cumulatieve geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe woning bedraagt 44 dB. De binnenwaarde in de verblijfsruimte wordt getoetst/gewaarborgd door de vereisten uit het Bouwbesluit, te weten 33 dB. Om deze binnenwaarde te halen, moet bij onderhavig project met deze geluidsbelasting op de gevel de minimale geluidsisolatie van (44-33=) 11 dB worden bereikt. Dit wordt reeds bewerkstelligd door de minimumeis volgens het Bouwbesluit 2012 van 20 dB gevelwering. Hierdoor is een goed woon- en leefklimaat ook in de woning gegarandeerd. Het aspect wegverkeerslawaai vormt derhalve geen belemmering in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. 5.1.4
Luchtkwaliteit
Algemeen Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en sindsdien staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging;
2 Akoestisch onderzoek, M&A Advies (d.d. 22 mei 2023, kenmerk: 223-NBMu6-wl-v1)
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
22
d.
een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Het Besluit NIBM Deze AMvB legt vast, wanneer een project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. De achtergrond van het beginsel 'Niet in betekende mate' is dat de gevolgen van een ontwikkeling voor de luchtkwaliteit in een aantal gevallen (beschreven in de ministeriële Regeling NIBM) worden tenietgedaan door de ontwikkeling van bijvoorbeeld schonere motoren in het gehele land. Op 1 augustus 2009 is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uitgegaan van de normen uit de interimperiode. Nu het NSL in werking is getreden is een project NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Regeling NIBM Binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM draagt een project altijd niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningen gelden in de Regeling NIBM de volgende getalsmatige grenzen:
Woningen (maximaal)
Minimaal 1 ontsluitingsweg 3%-norm 1.500
Minimaal 2 ontsluitingswegen 3%-norm 3.000
Het voorliggend initiatief voorziet in fors minder woningen, slechts één woning. Er kan dan ook worden geconcludeerd dat het initiatief NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Achtergrondwaarden Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. De grenswaarde per 1 januari 2010 voor de jaargemiddelde NO2 concentratie bedraagt 40 µg/m³. Ook de grenswaarde voor de jaargemiddelde PM10 concentratie bedraagt 40 µg/m³. De grenswaarde als 24-uursgemiddelde die 35 keer per jaar mag worden overschreden bedraagt 50 µg/m³. Sinds 1 januari 2015 moet ook getoetst worden aan een grenswaarde voor PM2,5, een kleinere fractie van fijn stof. De grenswaarde voor de jaargemiddelde PM2,5 concentratie bedraagt 25 µg/m³. Rondom het plangebied bevinden zich diverse wegen als emissiebronnen van luchtverontreinigende stoffen (uitlaatgassen van verkeer). Deze bronnen zijn opgenomen in de achtergrondconcentraties, zoals die door het RIVM jaarlijks in kaart worden gebracht.
Normaal gesproken zijn er in het oosten en zuiden van Nederland geen knelpunten op het gebied van de luchtkwaliteit met betrekking tot fijn stof en stikstofdioxide te verwachten. De grootschalige concentratiekaart Nederland (GCN) geeft per km-vak de huidige achtergrondconcentraties weer. Volgens de kaarten van het RIVM bedraagt momenteel de concentratie fijn stof (PM2,5) ter plaatse 8,5 µg/m³, de concentratie fijn stof (PM10) 15,8 µg/m³ en de concentratie stikstofdioxide (NO2) 10,8 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende voor de realisatie van een woning. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren.
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
23
Conclusie luchtkwaliteit Gezien de bestaande concentraties is er geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm lid 1 onder a. Het initiatief voor slechts één woning zal ook nauwelijks extra verkeersaantrekkende werking met zich meebrengen. Daarnaast draagt het initiatief niet in betekende mate bij aan de luchtkwaliteit, waarmee wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm, lid 1 onder c. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief niet bezwaarlijk is in het kader van de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer en dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. 5.1.5 Geur Geur kan hinder veroorzaken in de leefomgeving. Wanneer deze hinder inderdaad ondervonden wordt, kan dit zelfs invloed hebben op de gezondheid. Geurhinder dient daarom zoveel mogelijk beperkt te worden door regels te stellen aan de uitstoot van geuremissies en bepaalde afstanden aan te houden ten opzichte van geurgevoelige objecten. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) kent bescherming toe aan geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in het algemeen om gebied bestemd voor wonen en verblijf. De woningen betreffen zodoende geurgevoelige objecten. Vanwege de ligging in de bebouwde kom van Nieuw Bergen liggen er in de directe omgeving van het plangebied (afstand < 500 meter) geen veehouderijen.
De afstand van het plangebied tot aan het bouwvlak van de meest nabijgelegen veehouderij bedraagt ruim 600 meter (Daem van Kekenstraat 10). Gesteld kan worden dat veehouderijen op deze grote afstand geen nadelige effecten hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied voor wat betreft geur. Daarnaast brengt een (nieuwe) woning op deze grote afstand geen belemmeringen voor de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden voor de veehouderijen met zich mee. Bestaande woningen zijn dichterbij de betreffende veehouderijen gelegen en zijn daarmee maatgevend c.q. bepalend voor de huidige bedrijfsvoering en toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van deze veehouderijen. 5.1.6 Externe veiligheid Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden te worden met het aspect externe veiligheid. Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico’s vastgelegd in diverse besluiten.
De belangrijkste zijn: ▪ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ▪ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); ▪ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijke harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
24
iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verwantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico’s in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal bij de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, Rijks- en waterwegen (Bevt)
Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaaarde
Indien de verantwoordingsplicht niet juist is uitgewerkt terwijl dit wel verplicht is, kan dit tot vernietiging van het ruimtelijk besluit door de Raad van State leiden. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Inventarisatie risicobronnen Door de provincie Limburg is een risicokaart samengesteld waarop de risico veroorzakende bedrijven en objecten zijn weergegeven. In de nabijheid van het plangebied is sprake van géén risicovolle inrichtingen en/of transportroutes. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het oprichten van de nieuwe woning.
5.2 Kabels en leidingen Grotere kabels en leidingen krijgen in een bestemmingsplan veelal een planologische beschermingszone door middel van een dubbelbestemming. Hiermee wordt de bedrijfszekerheid en de veiligheid van de betreffende leiding gewaarborgd. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is er geen sprake van een dergelijke dubbelbestemming in of in de nabijheid van het plangebied. Blijkens kaarten van Gasunie, TenneT en Waterschapsbedrijf Limburg bevinden er zich in of in de nabijheid van het plangebied geen belangrijke (ondergrondse) leidingen.
5.3 Natuur De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van soort- en gebiedsbescherming, uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten en natuurgebieden (Natura2000-gebieden) te beschermen en in stand te houden.
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
25
Flora en fauna Om het voorkomen van flora en fauna in het plangebied aan te tonen en het effect van de ontwikkeling hierop te onderzoeken is een quickscan flora en fauna3 uitgevoerd. Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie vis aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna voor kunnen komen. In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in april 2023 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten. Het veldonderzoek, uitgevoerd in de dag- en avondperiode op 25 april 2023, zijn binnen het broedvogelseizoen uitgevoerd. Desondanks is er speciale aandacht besteed aan ander e kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten, achtergebleven nestmaterialen en vraatsporten zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoering worden beschouwd. Bij de inventarisaties is ook aandacht besteed aan verblijfsplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporten, keutels en vraatsporen. Op de bouwlocatie van de woning is in de coniferenhaag een merelnest aangetroffen.
Geadviseerd wordt daarom om het verwijderen van deze haag en de nieuwbouw van de woning buiten het vogelbroedseizoen plaats te laten vinden. De afstanden tot de ecologische verbindingszones zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied een positieve invloed zullen hebben op de beschermde natuurgebieden. Door de nieuwbouw van de woning op het perceel, wordt het karakter van het gebied nauwelijks beïnvloed. Er verdwijnen echter geen verblijfs- of broedmogelijkheden, gezien de resultaten van het veldonderzoek. Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan te besteden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan te veel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden, mits de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen. Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, het gebied “Maasduinen”, ligt op circa 0,6 km van het plangebied. In de Wnb is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een Wnb-vergunning vereist is.
Over een afstand van 0,6 km of meer zijn negatieve effecten vanuit het plangebied op Natura2000-gebieden uit te sluiten, behoudens wat betreft verzuring en/of vermesting. Verzuring en vermesting zijn een van de mogelijk negatieve effecten van een initiatief op een Natura2000-gebied en kan een groot bereik hebben daar stikstof (in de vorm van NOx of NH3), welke verzuring en vermesting veroorzaakt, door de atmosfeer kan neerslaan in een Natura2000-gebied. Gebruiksfase Sinds 1 juli 2018 krijgen nieuwe bouwwerken geen gasaansluiting meer, derhalve vindt de uitstoot van stikstof in het geval van de nieuwe woning uitsluitend plaats door verkeer van en naar de locatie. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeercijfers naar parkeernormen’. Er is uitgegaan van de volgende gegevens: ▪ Functie koop, huis, vrijstaand; ▪ Gebiedstype: rest bebouwde kom in matig stedelijk gebied;
3 Quickscan flora en fauna, M&A Advies (d.d. 17 mei 2023, kenmerk: 223-NBMu6-nw-v1)
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
26
Op basis van de kencijfers genereert een dergelijke woning per etmaal minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereert het initiatief dagelijks 8,6 verkeersbewegingen. Vanwege het karakter van het initiatief wordt verondersteld dat de voertuigen van en naar de locatie lichte voertuigen betreffen (personenauto’s). Uit de ingevoerde gegevens blijkt dat door de toename van het verkeer de emissie NOx met 0,2 kg/jaar toeneemt vanuit de locatie. Bouwfase Het voornemen bestaat ten noorden van de woning Kievitsweg 15 een nieuwe, levensloopbestendige, woning te realiseren. Bij de realisatie van de woning en de inrichting van het perceel wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof, deze emissie is berekend. De bouwtijd van de woning zal in totaliteit circa 20 weken bedragen (100 bouwdagen). Voor de inzet van (mobiele) werktuigen, alsmede het bepalen van de verkeersgeneratie, is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de aanpak van de openbare ruimte en de realisatie van woningen.
Dit betreffen de volgende gegevens: ▪ Aanvoer beton voor fundering en vloer: 2 vrachtwagens (waarvan 1 betonpomp); ▪ Aanvoer stenen: 1 vrachtwagens; ▪ Aanvoer dakplaten en dakbedekking: 2 vrachtwagens; ▪ Aanvoer divers klein materiaal (kozijnen, ramen, deuren, etc.): 1 vrachtwagens en 4 bestelbusjes; ▪ Afvoer afval en materiaal: 2 vrachtwagens en 4 bestelbusjes Uitgaande van een worst-case scenario doen op de meest drukke dag 2 vrachtwagens de bouwlocatie aan. In totaliteit doen 8 bestelbusje de bouwlocatie aan, dit is gemiddeld 0,1 (0,08) bestelbusje per dag. Dagelijks zal ook personeel (bouwvakkers) de bouwlocatie bezoeken om bouwwerkzaamheden aldaar te verrichten. Het personeel komt over het algemeen gezamenlijk in 1 bestelbusjes. Voor overige bezoekers is eveneens 1 bestelbusjes aangehouden per dag. Een worst-case scenario is ingevoerd in de AERIUS Calculator, bestaande uit 2 zware voertuigen en 2,1 middelzware voertuigen per dag tijdens de bouwfase.
Vermogen (kW)
Belasting (%)
Liters diesel per uur*
Draaiuren
Betonpomp Mobiele hijskraan Graafmachine
Brandstof
Werktuig
Bouwjaar
Voor het bepalen van de emissie afkomstige van mobiele werktuigen op de locatie tijdens de bouwfase is eveneens gebruik gemaakt van kengetallen.
2014 2015 2014
Diesel Diesel Diesel
200 100 200
50 50 60
27,78 14,02 33,09
20 60 20
Uit de ingevoerde gegevens blijkt dat de emissie NOX met 4,2 kg/jaar toeneemt tijdens de verbouwing. Met de ingevoerde gegevens geeft AERIUS Calculator aan dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief tijdens de bouwfase.
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
27
5.4 Waterhuishouding In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundig systeem in het projectgebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. 5.4.1
Beleidskader
Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Bergen (Gemeentelijk Rioleringsplan, GRP) een het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Het Waterschap Limburg hanteert daarbij de volgende uitgangspunten: 1. afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is; 2. de trits vasthouden-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik dan wel infiltratie van schoon hemelwater de voorkeur heeft; 3. verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden; 4. grondwateroverlast dient voorkomen te worden; 5. een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewater is toegestaan. 5.4.2
Waterhuishoudkundige situatie plangebied (huidige situatie)
Bodemgesteldheid en grondwater Op de Bodemkaart van Nederland bestaat de grond in uit plangebied uit duinvaaggrond, bestaande uit grof zand. Conform de algemene gegevens van het Waterschap Limburg blijkt de omgeving van het plangebied een zeer goede bodemdoorlatendheid te hebben van 1,5 tot 10 m/dag. Grondwaterbescherming Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening 2021. Oppervlaktewater Op de leggerkaarten van Waterschap Limburg is te zien dat binnen het plangebied geen oppervlaktewater ligt. In de nabijheid van het plangebied, op een afstand van 160 meter, is een waterkering gelegen. Deze is echter door het waterschap aangewezen als ‘te verwijderen’ en zal dus worden verwijderd. Daarnaast is het plangebied niet gelegen binnen de beschermingszone van deze waterkering. Afvalwater / riolering Het afvalwater van de nieuwe woning zal worden geloosd op de aanwezige riolering. Het stelsel is voldoende van omvang om van slechts één woning en de daarmee gepaard gaande geringe toename aan afvalwater te kunnen verwerken. Met het aansluiten van de nieuwe woning dient voldaan te worden aan de uitgangspunten uit het GRP Bergen (L.) 2020-2025 uit 2019 en conform Afd. 3 Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen (L.) 2022. Grondwaterbescherming Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
5.4.3 Water in relatie tot de ontwikkeling (nieuwe situatie) De voorwaarde vanuit het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is dat ontwikkelingen hydrologisch neutraal moeten zijn. In de huidige situatie wordt het hemelwater op eigen terrein geïnfiltreerd. Met onderhavige ontwikkeling blijft de waterhuishoudkundige situatie gelijk aan de bestaande situatie. Derhalve wordt er voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in het GRP. Onderhavige ontwikkeling voorziet niet in een wijziging van de waterhuishoudkundige situatie. Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
28
Het hemelwater dat valt op nieuwe verharding zal conform het beleid niet aangesloten worden op het rioleringsstelsel maar op eigen terrein worden geïnfiltreerd. Conform richtlijnen van het waterschap dient de infiltratievoorziening gedimensioneerd te worden op een bui waarbij 100 mm neerslag valt. In de voortuin en oprit bij de woning worden infiltratiekratten gerealiseerd. De exacte afmetingen en omvang van de infiltratiekratten zullen worden uitgewerkt met het definitieve bouwplan in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor de woning, de bijgebouwen en andere verhardingen. Waterschap Limburg streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Van initiatiefnemer wordt verwacht, voor zover relevant, geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen.
5.5 Archeologie en cultuurhistorie 5.5.1 Archeologie Op 13 november 2012 heeft de gemeenteraad de ‘Nota Archeologiebeleid Bergen’ vastgesteld. Hiermee is de Wet op de archeologische monumentenzorg geïmplementeerd in het gemeentelijk beleid. Op basis van de inventarisaties is een archeologisch en cultuurhistorische verwachtingsmodel opgesteld.
Afbeelding 10 Uitsnede archeologische beleidskaart
Op basis van de beleidskaart is het plangebied grotendeels gelegen in categorie 6: gebieden met een lage archeologische verwachting, voor deze gebieden geldt geen onderzoeksplicht. Derhalve vormt het aspect archeologie geen belemmering voor onderhavig initiatief.
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
29
5.5.2 Cultuurhistorie Met de komst van de Erfgoedwet is het verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. Conform het vigerende bestemmingsplan en de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Limburg heeft het plangebied geen aanduidingen die eventuele historische facetten beschermen. Ook op de kaart behorende bij het Landschapsplan gemeente Bergen zijn ter plaatse van het plangebied geen aanduidingen voor enige cultuurhistorische waarden. Door het ontbreken van cultuurhistorische waarden in de omgeving van het plangebied heeft het initiatief hier geen nadelige effecten op.
5.6 Verkeer en parkeren Het toevoegen of wijzigen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit effect heeft op het wegverkeer en het parkeren. Verkeer Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeercijfers naar parkeernormen’. Er is uitgegaan van de volgende gegevens: ▪ Functie koop, huis, vrijstaand; ▪ Gebiedstype: rest bebouwde kom in matig stedelijk gebied; Op basis van de kencijfers genereert een dergelijke woning per etmaal minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereert het initiatief dagelijks 8,6 verkeersbewegingen. De woning wordt ontsloten via de Murseltseweg. Gezien het profiel van de weg zal deze de geringe toename van het aantal verkeersbewegingen door slechts één nieuwe woning goed kunnen verwerken. Parkeren De gemeente Bergen heeft haar parkeernormen vastgelegd in de ‘Parkeernota Bergen’ (vastgesteld d.d. 23 april 2023). Gemeente Bergen beoordeelt parkeeroplossingen van ruimtelijke initiatieven op basis van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeercijfers naar parkeernormen’. Conform de parkeernota is het plangebied gelegen in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’.
In het gebiedstype rest bebouwde kom geldt een parkeernorm van 2,3 per woning. Aan de achterzijde van de nieuwe woning is thans een parkeervoorziening gelegen met een drietal garageboxen. De garageboxen zijn in eigendom en in gebruik door initiatiefnemers. Daarnaast wordt het parkeerterrein sporadisch gebruikt door bezoekers van de schoonheidssalon. In de toekomstige situatie zijn er 5 parkeerplaatsen, waarvan 3 in de garageboxen voorzien. Aannemelijk is dat met 5 parkeerplaatsen voor 2 woningen, waarvan één levensloopbestendig voldoende om te voldoen aan de parkeerbehoefte voor deze locatie.
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
30
5.7
Volksgezondheid
Het RIVM doet onderzoeken naar de effecten van veehouderijen op de gezondheid van omwonenden, veehouders, de gezinnen van veehouders en mensen die op de veehouderij werken. Dieren kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden zoals Q-koorts of Salmonella. Daarnaast kunnen fijnstof en endotoxinen (celwandbestanddelen van bepaalde bacteriën) gezondheidsproblemen veroorzaken. Ook kan het voorkomen dat mensen hinder ondervinden van de stank die afkomstig is van de mest uit de veehouderijen. In Noord-Limburg wonen veel mensen in de buurt van een of meerdere veehouderijen. Sommige mensen vragen zich af of het ongezond is om in de buurt van een veehouderij te wonen. Daarom is een grootschalig onderzoek gedaan naar de gezondheid van omwonenden bij veehouderijen. In 2016 zijn de resultaten gepubliceerd van het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO). In dit onderzoek is gekeken naar de gezondheidseffecten bij omwonenden van ziekteverwekkers en luchtverontreiniging afkomstig van veehouderijen. In 2017 is er een tweede rapport ‘Veehouderij en gezondheid omwonenden – aanvullende studies’ gepubliceerd. Daarin zijn nieuwe analyses gedaan om de eerdere resultaten nog eens extra bevestigd te krijgen.
Endotoxine (pluimvee- en varkenshouderijen) Uit onderzoeken is aangetoond dat omwonenden rondom veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie afkomstig van veehouderijen. In de omgeving van het plangebied zijn geen (intensieve) veehouderijen gelegen. Gesteld kan worden dat daarom een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd op het gebied van volksgezondheid. Geitenhouderijen in de omgeving Uit het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) komt naar voren dat omwonenden van intensieve veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen. Zo lopen omwonenden van voornamelijk pluimveehouderijen en geitenhouderijen meer risico op het krijgen van longontstekingen. Naar aanleiding van het rapport VGO adviseert de GGD aan gemeenten geen nieuwe gevoelige objecten planologisch mogelijk te maken binnen een afstand van 2 kilometer tot een geitenhouderij. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogd aantal gevallen longontsteking voordoet. Het plangebied ligt verder dan 2 km verwijderd van geitenhouderijen. Er is derhalve geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
31
6. JURIDISCHE ASPECTEN Een bestemmingsplan geeft bestemmingen met de bijbehorende regels. Het bestaat niet alleen uit een tekstdocument, maar ook uit een verbeelding (plankaart). Alle toegelaten functies zijn met een eigen bestemming op de verbeelding opgenomen. Samen met de regels vormt de (digitale en analoge) verbeelding het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting hoort wel bij het bestemmingsplan, maar is geen onderdeel daarvan: de toelichting is niet juridisch bindend. Dat betekent, dat indien er onverhoopt verschillen zouden bestaan tussen de toelichting en het bestemmingsplan, de regels en de verbeelding (plankaart) doorslaggevend en bindend zijn en de toelichting niet. De toelichting beschrijft wat de doelstellingen van het bestemmingsplan zijn en hoe de regels van het bestemmingsplan moeten worden geïnterpreteerd. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan is digitaal opgesteld en beschikbaar. Van het elektronische document is een papieren versie gemaakt. Bij een onbedoeld verschil tussen de papieren versie en de elektronische versie gaat de laatste voor.
6.1
Toelichting op de verbeelding
De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemming voor de gronden geldt. De bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming. Er zijn voor de gronden meerdere tekens opgenomen. Het gaat dan om aanduidingen (functie- of gebiedsaanduidingen) of dubbelbestemmingen. Voor een aanduiding of dubbelbestemming zijn in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit de verbeelding kan afgeleid worden op welk gebied het bestemmingsplan betrekking heeft, omdat daarop de plangrens is aangegeven. De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. De analoge verbeelding bestaat uit één plankaart met een legenda. Het gehele plangebied blijft bestemd als ‘Wonen’. Er is echter een bouwvlak aan het plangebied toegekend. Door dit bouwvlak is één woning hier toegestaan. Door de aanduiding ‘vrijstaand’ en ‘levensloopbestendige woning’ dient dit een vrijstaande, levensloopbestendige, woning te zijn. De voorzijde van het bouwvlak ligt gelijk aan de voorgevel van de naastgelegen woning met huisnummer 6. De voorgevel van de nieuwe woning dient binnen 3 meter van deze grens van het bouwvlak te worden gepositioneerd. Ten slotte is een maatvoeringsaanduiding opgenomen voor een maximale goot- en bouwhoogte van 4,5 en 8 meter.
6.2
Toelichting op de planregels
Alle gronden binnen het plangebied hebben een bestemming. Een bestemming geeft de functie aan, die de gemeenteraad aan een gebied heeft toebedacht. Bij deze bestemmingen horen gebruiksregels. Het kan gaan om regels voor bouwen, werken en werkzaamheden, slopen en het gebruik van grond en de opstallen voor bepaalde activiteiten. De bestemming en de regels bepalen gezamenlijk welke activiteiten en handelingen zijn toegestaan. Het gevolg van het leggen van een bestemming is, dat de betreffende gronden alleen overeenkomstig deze bestemming mogen worden gebruikt. In die zin houdt een bestemming dus een inperking in van het eigendomsrecht. De bevoegdheid om bestemmingen te leggen is toegekend aan de gemeenteraad. Dit is geregeld in artikel 3.1 van de Wro. Een gemeenteraad mag niet zomaar een bestemming leggen, maar moet daarvoor vanuit het algemeen belang van een “goede ruimtelijke ordening‟ redenen hebben. Het leggen van een bestemming betekent overigens niet, dat er een verplichting bestaat voor een grondgebruiker Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
32
om die bestemming te realiseren. 'Bestemming' heeft slechts een passieve betekenis: of een bestemming gerealiseerd wordt, is afhankelijk van het handelen van de rechthebbende(n) op de grond (eigenaar, huurder, pachter). Een bestemming geeft alleen aan welk handelen toegelaten is. Daaruit kan worden afgeleid dat ander handelen niet is toegelaten. De artikelen 2.1 en 2.2 van de Wabo en enkele andere wetten verbieden het handelen in strijd met het bestemmingsplan. Om misverstanden te voorkomen wordt bij de bestemming aangegeven wat “in ieder geval‟ beschouwd moet worden als in strijd met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een juridisch plan: de daarin opgenomen bepalingen zijn bindend voor burgers en bedrijven en voor de overheid. Bij het opstellen van de regels is zo veel mogelijk uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de gemeentelijke standaard uit het bestemmingsplan “Nieuw Bergen”. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: ▪ Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; ▪ Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels.
Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; ▪ Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkings- en wijzigingsregels; ▪ Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven. Hoofdstuk 1: INLEIDENDE REGELS In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Hoofdstuk 2: BESTEMMINGSREGELS In deze artikelen worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Hoofdstuk 3: ALGEMENE REGELS Deze artikelen bevatten bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in een afzonderlijke paragraaf onder te brengen. Hoofdstuk 4: SLOT- EN OVERGANGSREGELS Hier wordt omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht.
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
33
7. UITVOERBAARHEID
7.1
Economische uitvoerbaarheid
De realisatie van het initiatief geschiedt volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Initiatiefnemer beschikt over voldoende financiële middelen om het initiatief te voltooien, alsook eventuele planschade te compenseren. De gemeentelijke financiën zijn hierbij dus niet in het geding. Verder zijn de gronden eigendom van de initiatiefnemer. Deze gronden zijn niet belast met beperkt zakelijke rechten van derden. Kostenverhaal is geregeld in een tussen de gemeente Bergen en de initiatiefnemer af te sluiten overeenkomst, waarin het planschadeverhaal wordt opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Bergen komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Omgevingsdialoog Initiatiefnemers hebben voorafgaand aan de feitelijke bestemmingsplanprocedure de naastgelegen buren ingelicht over de voorgenomen ontwikkeling. Deze zijn groot voorstander en hebben de gemeente via een ondertekend schrijven laten weten geen bezwaar te hebben tegen de ontwikkeling. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van XXYY tot en met XXYY voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerpbestemmingsplan wel/geen zienswijzen ingediend.
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
34
8. PROCEDURE De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Vooroverleg met betrokken instanties; ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door eenieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; ▪ Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de
Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ontwerp – ‘Murseltseweg 6, Nieuw Bergen’
35
BIJLAGE 1
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Bureau Leefomgeving Murseltseweg 6, 5854CW Nieuw Bergen Murseltseweg 6 Gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RcRB9GWmK6AN 19 april 2023, 14:53 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RcRB9GWmK6AN (19 april 2023)
2023 -
14,3 g/j
0,2 kg/j
2/6
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
RcRB9GWmK6AN (19 april 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
14,3 g/j
0,2 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RcRB9GWmK6AN (19 april 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RcRB9GWmK6AN (19 april 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Wegverkeer X:201011,02 Y:401659 277,39 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Type scherm - NO₂ 45,2 g/j Hoogte - NH₃ 14,3 g/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
8,6 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RcRB9GWmK6AN (19 april 2023)
6/6
BIJLAGE 2
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Bureau Leefomgeving Murseltseweg 6, 5854CW Nieuw Bergen Murseltseweg 6 Bouwfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RNwVgeULCGCv 19 april 2023, 15:17 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Bouwfase - Beoogd Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RNwVgeULCGCv (19 april 2023)
2023 -
45,8 g/j
4,2 kg/j
2/6
Projectberekening
Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bouwlocatie Verkeersnetwerk
RNwVgeULCGCv (19 april 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
18,0 g/j 27,8 g/j
3,0 kg/j 1,2 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RNwVgeULCGCv (19 april 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RNwVgeULCGCv (19 april 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Bouwfase, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Wegverkeer X:201011,02 Y:401659 277,39 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Links Rechts NOₓ 1,2 kg/j Type scherm - NO₂ 0,3 kg/j Hoogte - NH₃ 27,8 g/j Afstand tot de weg - -
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Voertuigbewegingen
In file
0,0 p/etmaal 2,1 p/etmaal 2,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Bouwlocatie X:201005,3 Y:401722,26 0,05 ha
Naam
Stageklasse
Betonpomp
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Mobiele hijskraan
NOₓ NH₃
3,0 kg/j 18,0 g/j
Brandstofverbruik
Draaiuren AdBlue verbruik
20 u/j
0 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
14 l/j
60 u/j
0 l/j
Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
33 l/j
20 u/j
0 l/j
28 l/j
Stof Emissie
NOₓ
1,0 kg/j NH₃ 6,7 g/j NOₓ 0,8 kg/j NH₃ 3,4 g/j NOₓ 1,2 kg/j NH₃ 7,9 g/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RNwVgeULCGCv (19 april 2023)
6/6