CConstaterende datBergen (L)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Toelichting + regels ontwerp bestemmingsplan 'Knikkerdorp 11'.doc

Gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente Bergen (L)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Knikkerdorp 11 Well;24.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

52

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

6. de oppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, mag maximaal 30 % van het totale oppervlak van de gebouwen bedragen; 7. er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking; 8. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; 9. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; 10. geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt; 11. voor bed & breakfast daarnaast de volgende voorwaarden gelden:  er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok;  er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt;  degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert;  het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6;  de maximum oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m²;  de bed & breakfast mag worden opgericht in het hoofdgebouw of een bestaand bijbehorend bouwwerk. 4.6.3

Paardenbakken

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken het bepaalde in lid 5.14.1 ten behoeve van het realiseren van een paardenbak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. per bouwperceel is maximaal één paardenbak toegestaan; b. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij in ieder geval een afstand van minimaal 30 m wordt aangehouden ten opzichte van (bedrijfs)woningen van derden; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; d. er wordt zorggedragen voor een goede landschappelijke inpassing; e. voor afrasteringen gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van afrasteringen mag niet meer bedragen dan 1,5 m; 2. afrasteringen worden uitgevoerd in een open constructie. 4.6.4

Bijzondere huisvesting

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het gebruik van het hoofdgebouw voor bijzondere huisvesting, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het aantal te huisvesten werknemers maximaal 10 bedraagt; b. parkeren op eigen terrein plaatsvindt. 4.7

Wijzigingsbevoegdheid

4.7.1

Agrarisch met waarden

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden' onder de voorwaarden dat: a. de gronden geen woonfunctie meer hebben; b. de wijziging alleen geschiedt bij vrijwillige medewerking van de desbetreffend grondeigenaren.

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

53

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Omgevingsvergunning a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld; b. Een onderzoek als bedoeld in sub a is niet vereist indien naar oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; c. Een onderzoek als bedoeld in sub a is eveneens niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring dan wel een onderzoek naar de verstoorde bodemlagen aantoont dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte; d. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning verlenen indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 5.2.2 Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen a.

In de situatie als bedoeld in sublid 5.2.1 onder d kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; b. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 5.2.3

Uitzonderingen

Het bepaalde in sublid 5.2.1 en sublid 5.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 250 m²; b. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 250 m² en een verstoringsdiepte van meer dan 0,4 m onder maaiveld; c. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van meer dan 250 m² en een verstoringsdiepte van niet meer dan 0,4 m onder maaiveld; d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte tot 3,0 m; e. een reeds legaal in uitvoering zijnde bouwwerk op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; f. een bouwwerk dat mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

54

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1

Verbodsbepaling

Het is verboden op of in de lid 5.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; c. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; e. het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; f. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; g. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van gras of akkerland in grond voor de teelt van laanbomen; i. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; j. het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,5 m bedragen; k.

het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; l. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; m. het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie. 5.3.2 Uitzonderingen a. Het bepaalde in sublid 5.3.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: 1. werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van ten hoogste 250 m², tenzij het werkzaamheden betreffen genoemd in sublid 5.3.1 sub h, l en m; 2. werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van ten hoogste 250 m² en een verstoringsdiepte van meer dan 0,4 m onder maaiveld tenzij het werkzaamheden betreffen genoemd in sublid 5.3.1 sub h, l en m; 3. werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m² en een verstoringsdiepte van niet meer dan 0,4 m onder maaiveld; 4. ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; 5. het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 6. het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 0,4 m onder maaiveld wordt geroerd; 7.

plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; 8. een reeds legaal in uitvoering zijnde werk op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; 9. een werk dat mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. b. Het verbod als bedoeld in sublid 5.3.1 is ook niet van toepassing indien: 1. de werkzaamheden vooraf bij burgemeester en wethouders zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van burgemeester en wethouders uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan de diepte van het akkerdek, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder sublid 5.3.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop burgemeester en wethouders op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist; 2. de werkzaamheden vooraf bij burgemeester en wethouders zijn gemeld, voorzien van een

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

55

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld in sublid 5.3.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop burgemeester en wethouders op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist. 5.3.3 Rapport en toelaatbaarheid a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 5.3.1 die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar oordeel van de gemeente in voldoende mate is vastgesteld; b. Een onderzoek als bedoeld in sub a is niet vereist indien naar oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; c.

Een onderzoek als bedoeld in sub a is eveneens niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring dan wel een onderzoek naar de verstoorde bodemlagen aantoont dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte; d. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 5.3.4 Voorschriften omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden a. In de situatie als bedoeld in sublid 5.3.3 onder d van toepassing is, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. b. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 5.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de voor 'Waarde Archeologie 4' aangewezen gronden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.

56

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 5

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

6.2

Bouwregels

6.2.1 Omgevingsvergunning a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld; b. Een onderzoek als bedoeld in sub a is niet vereist indien naar oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; c. Een onderzoek als bedoeld in sub a is eveneens niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring dan wel een onderzoek naar de verstoorde bodemlagen aantoont dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte; d. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning verlenen indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 6.2.2 Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen a.

In de situatie als bedoeld in sublid 6.2.1 onder d kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; b. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 6.2.3

Uitzonderingen

Het bepaalde in sublid 6.2.1 en sublid 6.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; b. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 2.500 m² en een verstoringsdiepte van meer dan 0,4 m onder maaiveld; c. een bouwwerk met een bruto oppervlakte van meer dan 2.500 m² en een verstoringsdiepte van niet meer dan 0,4 m onder maaiveld; d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte tot 3,0 m; e. een reeds legaal in uitvoering zijnde bouwwerk op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; f. een bouwwerk dat mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

57

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1

Verbodsbepaling

Het is verboden op of in de lid 6.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; c. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; e. het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; f. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; g. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van gras of akkerland in grond voor de teelt van laanbomen; i. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; j. het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,5 m bedragen; k.

het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; l. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; m. het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie. 6.3.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in sublid 6.3.1 is niet van toepassing: a. werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van ten hoogste 2.500 m², tenzij het werkzaamheden betreffen genoemd in sublid 6.3.1 sub h, l en m; b. werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van ten hoogste 2.500 m² en een verstoringsdiepte van meer dan 0,4 m onder maaiveld tenzij het werkzaamheden betreffen genoemd in sublid 6.3.1 sub h, l en m; c. werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m² en een verstoringsdiepte van niet meer dan 0,4 m onder maaiveld; d. ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; f. het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 0,4 m onder maaiveld wordt geroerd; g. plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; h. een reeds legaal in uitvoering zijnde werk op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; i. een werk dat mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. j.

Het verbod als bedoeld in sublid 6.3.1 is ook niet van toepassing indien: 1. de werkzaamheden vooraf bij burgemeester en wethouders zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van burgemeester en wethouders uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan de diepte van het akkerdek, en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld in sublid 6.3.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop burgemeester en wethouders op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist;

58

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

2. de werkzaamheden vooraf bij burgemeester en wethouders zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld in sublid 6.3.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop burgemeester en wethouders op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist. 6.3.3 Rapport en toelaatbaarheid a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 6.3.1 die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar oordeel van de gemeente in voldoende mate is vastgesteld; b. Een onderzoek als bedoeld in sub a is niet vereist indien naar oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; c.

Een onderzoek als bedoeld in sub a is eveneens niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring dan wel een onderzoek naar de verstoorde bodemlagen aantoont dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte; d. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 6.3.4 Voorschriften omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden a. In de situatie als bedoeld in sublid 6.3.3 onder d van toepassing is, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; 3.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. b. Indien het bepaalde onder a sub 3 van toepassing is, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden. 6.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de voor 'Waarde Archeologie 5' aangewezen gronden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

59

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

60

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Ondergrondse werken en werkzaamheden

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

8.2

Ondergrondse bouwwerken

8.2.1

Bouwregels

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; indien geen bouwvlak is opgenomen, dan zijn ondergrondse bouwwerken uitsluitend toegestaan onder het hoofdgebouw; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²; c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 m onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6,0 m onder peil gebouwd mag worden. 8.2.2

Afwijking

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in sublid 8.2.1 onder c omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,5 m onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 8.2.3

Zwembaden

Op een bouwperceel is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 m van de zijdelingse en van de achterste perceelsgrens; b. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; c. de oppervlakte van het zwembad mag maximaal 50 m² bedragen; d. de diepte van het zwembad bedraagt maximaal 3,0 m onder peil. 8.2.4

Hydrologisch neutraal bouwen

Het bebouwen van de gronden is slechts toegestaan indien dit geen negatieve hydrologische gevolgen heeft voor de omliggende gronden. De aanleg van een waterhuishoudkundige voorziening dient op eigen terrein plaats te vinden en in stand te worden gehouden.

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

61

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik, als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een erotisch (getint) bedrijf of (straat)prostitutie, tenzij de gronden de bestemming 'Cultuur en Ontspanning Seksinrichting' hebben; b. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens als coffeeshop; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte, tenzij dit op grond van de bestemming is toegestaan; d. het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het inpandig of in de openlucht opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het inpandig of in de openlucht opslaan en/of opgeslagen houden van goederen behoudens voor zover inherent is aan het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; g.

het gebruik en/of laten gebruiken van gronden en gebouwen voor tijdelijke of permanente bewoning, tenzij dit op grond van de bestemming is toegestaan. h. het innemen van een ligplaats met een vaartuig, waarbij ter plaatse sprake is van horeca-activiteiten, of met een vaartuig dat gebruikt wordt ten behoeve van een seksinrichting of prostitutie; i. het gebruik van gronden als staanplaats voor onderkomens en/of kampeerterrein, uitgezonderd ter plaatse van de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie; j. het gebruik van gronden als terrein voor het crossen c.q. racen met motorvoertuigen, al dan niet in wedstrijdverband; k. het gebruik van gronden voor detailhandel, niet zijnde ondergeschikte detailhandel. 9.2

Landschappelijke inpassing (voorwaardelijke bepaling)

9.2.1

Voorwaardelijke verplichting inpassing en/of sloop

Voor de hierna genoemde locaties is het gebruik van de toegevoegde bouw- en/of gebruiksmogelijkheden ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan, zoals dat gold op de datum van het besluit over het inpassingsplan zoals opgenomen in de tabel landschappelijke inpassing bij deze regels, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat sprake is van een landschappelijke inpassing en/of van sloop van bebouwing overeenkomstig het inpassingsplan zoals genoemd in de tabel landschappelijke inpassing bij deze regels, waarbij het volgende in acht moet worden genomen: a. De inpassing wordt gerealiseerd overeenkomstig het inpassingsplan en uiterlijk op de datum genoemd in de volgende tabel en wordt vervolgens in stand gehouden; b. De sloop vindt plaats overeenkomstig het inpassingsplan en uiterlijk op de datum genoemd in de volgende tabel: Tabel landschappelijke inpassing locatie/adres

datum besluit inpassingsplan

inpassingsplan en/of sloopverplichting

dient gerealiseerd te zijn op

Knikkerdorp 11 Well

PM 2023 (= vaststellingsdatum BP)

sloop en/of inpassing dient te geschieden overeenkomstig het inpassingsplan, zoals bij deze regels gevoegd als bijlage 9

inpassing: binnen 1,5 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen

62

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

9.2.2

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen een inpassingsplan dat is opgenomen als bijlage bij deze planregels wijzigen en daarmee een alternatieve landschappelijke inpassing of een alternatieve sloopverplichting toestaan, mits de gewijzigde inpassing of sloopverplichting in ruimtelijk opzicht en/of qua omvang minimaal gelijkwaardig is aan de inpassing of sloopverplichting zoals opgenomen in het inpassingsplan in de bijlage 9 bij deze regels.

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

63

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Artikel 10 10.1

Algemene aanduidingsregels

Overige zone - ruïne

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ruïne' heeft in het verleden de Michelsmolen gestaan. Deze aanduiding heeft een signaleringsfunctie. Ter plaatse zijn geen aanvullende regels van toepassing.

64

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Artikel 11 11.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in de regels gegeven (inhouds)maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10 % van die maten, afmetingen en percentages; b. de regels, en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft tot een maximale afmeting van 3,0 m; c. de regels ten aanzien van de dakhelling van de kap van gebouwen, indien het stedenbouwkundig beeld zich hiervoor leent ten behoeve van een bijzonder gebouw; d. de regels ten aanzien van de (bouw)hoogte van overige bouwwerken, en toestaan dat de bouwhoogte van overige bouwwerken wordt vergroot: 1. ten behoeve van de bouw van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 65,0 m boven NAP, onder de voorwaarden dat:  deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; 2. ten behoeve van speelvoorzieningen, beeldende kunst en dergelijke tot maximaal 10,0 m; 3. ten behoeve van de bouw van andere overige bouwwerken tot 8,0 m; e. de situering en de begrenzing van bouwpercelen dan wel bouwvlakken of bestemmingsvlakken, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de ingekomen aanvragen nodig zijn ter uitvoering van een plan, mits de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, dan wel bouwvlak, met niet meer dan 10 % zal worden gewijzigd.

f. het gebruiken van bouwwerken en gronden, waarop krachtens de regels van dit bestemmingsplan niet mag worden gebouwd, ten behoeve van de realisering van voorzieningen voor duurzame-energieopwekking, zoals passieve, actieve en fotovoltaïsche zonne-energie en kleinschalige windmolens, waarbij geldt dat: 1. de energieopwekking voor eigen gebruik is; 2. de voorzieningen voor duurzame-energieopwekking worden opgericht binnen een zone van maximaal 100 m aansluitend aan een agrarisch bouwvlak, danwel het bestemmingsvlak 'Bedrijf', 'Recreatie', 'Sport' of 'Wonen'; 3. de bouwhoogte van windmolens maximaal 15 m mag bedragen; 4. de bouwhoogte van overige voorzieningen voor duurzame-energieopwekking maximaal 5,0 m mag bedragen; 5. grondgebonden zonnepanelen uitsluitend zijn toestaan binnen de gebieden die zijn aangemerkt als zone 2 en 3 zoals opgenomen op de in bijlage 8 bij deze regels opgenomen 'geschiktheidskaart zonne- en windenergie Bergen' danwel diens rechtsgeldige opvolger; 6. windmolens dienen te worden uitgeschakeld bij een snelheid van < 6 m/s; 7. er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van de belangen van omwonenden; 8. er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van landschappelijke, natuurlijke en/ of cultuurhistorische waarden.

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

65

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Artikel 12 12.1

Algemene wijzigingsregels

Algemeen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot. c. het verwijderen van een aanduiding zoals genoemd in de artikelen 3 t/m 4, indien het betreffende gebruik definitief is beëindigd danwel de betreffende bebouwing en/of waarden niet meer aanwezig zijn.

Artikel 13 13.1

Algemene procedureregels

Procedureregels bij het stellen van nadere eisen aan een omgevingsvergunning

Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van nadere eisen is de volgende procedure van toepassing: a. het ontwerpbesluit, met bijbehorende stukken, ligt gedurende twee weken in het gemeentehuis ter inzage; b. van de ter inzage legging wordt tevoren in één of meer dag- of nieuws- of huis-aan-huisbladen kennisgegeven; c. de bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen in; d. gedurende de in lid a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerpbesluit tot het stellen van nadere eisen; e. indien tegen het voornemen zienswijzen zijn ingediend, wordt het besluit met redenen omkleed; f. Burgemeester en Wethouders maken aan hen, die zienswijzen naar voren hebben gebracht, de beslissing op die zienswijzen bekend.

66

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Artikel 14 14.1

Overige regels

Cultuurhistorische waarden

14.1.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden zoals die zijn aangegeven op de in bijlage 2 bij deze regels opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in bijlagen 3 en 4 opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; d. het verwijderen van cultuurhistorische elementen; e. het verwijderen van (historische) zandwegen; f. het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding; g. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering; h. het doorbreken, wijzigen en/of verleggen van bestaande wegen, paden en/of andere (infra)structuren; i.

het toevoegen van natuur-/landschapselementen en/of kunstwerken die de in sublid 14.1.1 in de aanhef genoemde aanwezige waarden aan het zicht onttrekken of verstoren, of anderszins schade toebrengen. 14.1.2 Uitzondering Het onder 14.1.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen; b. die reeds legaal in uitvoering of vergund waren op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. die plaatsvinden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; d. die zijn gericht op de instandhouding, het herstel en/of versterking van gebouwen en terreinen met cultuurhistorische en aardkundige waarden. 14.1.3 Afwegingskader De omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 14.1.1 kan slechts worden verleend, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden tot herstel van genoemde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

Zo nodig kunnen voorwaarden aan de aanlegvergunning verbonden worden ter voorkoming of vermindering van de nadelige effecten van de voorgenomen werken of werkzaamheden (mitigatie) of ter compensatie van waarden die door de voorgenomen werken en werkzaamheden verloren zullen gaan.

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

67

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

14.2

Landschappelijke waarden

14.2.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden zoals die zijn aangegeven op de in bijlage 5 bij deze regels opgenomen Kaart Landschappelijke waarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen van (historische) zandwegen; d. het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadigingen van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging. 14.2.2 Uitzondering Het onder 14.2.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen; b. die reeds legaal in uitvoering of vergund waren op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. die plaatsvinden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; d. die zijn gericht op de instandhouding, het herstel en/of versterking van landschappelijke waarden.

14.2.3 Afwegingskader De omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 14.2.1 kan slechts worden verleend, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de landschappelijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden tot herstel van genoemde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Zo nodig kunnen voorwaarden aan de aanlegvergunning verbonden worden ter voorkoming of vermindering van de nadelige effecten van de voorgenomen werken of werkzaamheden (mitigatie) of ter compensatie van waarden die door de voorgenomen werken en werkzaamheden verloren zullen gaan.

14.3

Parkeren

a. Bij het bouwen zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in Hoofdstuk 2, moet voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid (inclusief fietsparkeren) overeenkomstig de parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren', of de rechtsopvolger daarvan; b. Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

68

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. c. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 16

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Knikkerdorp 11'.

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

69

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Bijlagen bij regels

70

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

71

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Bijlage 2

72

Kaart Cultuurhistorische waarden

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Bijlage 3

Tabel Cultuurhistorische waarden

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

73

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Bijlage 4

74

Tabel Cultuurhistorische waarden geomorfologie

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Bijlage 5

Kaart Landschappelijke waarden

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

75

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Bijlage 6

76

Veehouderijlocaties gemeente Bergen

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Bijlage 7

Ontwerpprincipes en ruimtelijke kwaliteit

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

77

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Bijlage 8

78

Geschiktheidskaart zonne- en windenergie Bergen

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

bestemmingsplan Knikkerdorp 11

Bijlage 9

Landschappelijke inpassing

bestemmingsplan "Knikkerdorp 11" (ontwerp)

79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13788859/1