Bijlage 2 Toelichting en regels BP Brouwerstraat 12 ontwerp
Tekst van het document
Toelichting en regels
Ontwerp
Bestemmingsplan
Brouwerstraat 12
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Inhoudsopgave
Toelichting
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend(e) bestemmingsplan(nen) 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 7
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
9
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Gemeentelijk beleid 3.3 Conclusie
11 11 11 12
Hoofdstuk 4
13
Milieu- & omgevingsaspecten
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen
14 14 15
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Inspraak
16 16 16
2
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Regels
18
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
19 19 23
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Wonen
24 24
Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
27 27 27 28 28 29
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
30 30 30
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
3
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Toelichting
4
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De eigenaar (hierna: verzoeker) van een perceel grond tussen Brouwerstraat 12 en Brouwerstraat 14 in Well L., kadastraal bekend als gemeente Bergen, sectie F, nr. 5.683, heeft de gemeente verzocht om de bestaande bouwmogelijkheid uit het geldende bestemmingsplan 'Well' voor één vrijstaande woning te laten vervallen. Hij heeft het betreffende perceel in het verleden niet gekocht van de gemeente als bouwgrond en hem is al jaren geleden toegezegd dat de gemeente het bestemmingsplan hierop zou aanpassen. De bouwkavel is inmiddels in eigendom bij verschillende eigenaren (Bewoners Brouwerstraat 12, Brouwerstraat 14 en Sterrenbos 30) waardoor kadastraal perceel 5.683 gesplitst is in meerdere percelen: 5.683, 5.684, 5.749, 5.750 en 5.751. Deze drie eigenaren hebben te kennen gegeven dat zij geen gebruik meer van willen maken van de in het geldende bestemmingsplan opgenomen bouwmogelijkheid. Zij hebben dit ook schriftelijk bevestigd in een gezamenlijke brief. Daarbij komt dat er in het verleden aan de oorspronkelijke koper (en eigenaar van het grootste deelperceel) al is toegezegd dat deze bouwmogelijkheid uit het bestemmingsplan verwijderd zou worden. Tot nu toe is dit echter nog niet gebeurd. Met onderhavig bestemmingsplan wordt deze bouwmogelijkheid definitief uit het geldende bestemmingsplan verwijderd.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen midden in de bebouwde kom tussen Brouwerstraat 12 en Brouwerstraat 14 in Well L. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 627 m² en betreft de kadastrale percelen 5.683, 5.684, 5.749, 5.750 en 5.751. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Globale ligging plangebied in groter verband (rode druppel, bron: maps.google.nl)
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
5
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Globale begrenzing plangebied (rode omkadering, bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Geldend(e) bestemmingsplan(nen)
Voor de gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Well', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 4 november 2013. In het bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de bestemming 'Wonen (artikel 16)' met over het hele plangebied aanduidingen voor een bouwvlak, een maximum goot- en bouwhoogte van 6,5 respectievelijk 10,0 m, een bouwaanduiding 'vrijstaand' en de aanduiding maximum aantal wooneenheden voor één (vrijstaande) woning.
6
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Gezien de wens van de eigenaren om de bouwmogelijkheid voor de vrijstaande woning uit het bestemmingsplan te verwijderen, worden de aanduidingen 'maximum aantal wooneenheden' en 'vrijstaand' van de verbeelding verwijderd. De enkelbestemming 'Wonen' en de aanduidingen 'bouwvlak' en 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' blijven, in aansluiting op de bestemmingssystematiek van het geldende bestemmingsplan, gehandhaafd. De bestemming blijft dus 'Wonen' zodat de verschillende eigenaren hun eigen percelen nog kunnen benutten ten behoeve van de woonfunctie, als erf bij hun woning. Uit de bouwregels (zie lid 3.2 van de regels) blijkt dat de bouw van een nieuwe woning hier niet mogelijk is. Daarin is namelijk opgenomen 'er mogen geen nieuwe woningen worden gebouwd, behoudens herbouw ter plaatse'.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied.
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
7
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
8
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
In 1990 is verzoeker eigenaar geworden van de betrokken percelen (eerst alleen kadastraal perceel 5.683, later gesplitst in meerdere percelen en deels doorverkocht: 5.683, 5.684, 5.749, 5.750 en 5.751). De gemeente heeft de percelen aan hem verkocht als 'groenstrook die direct aan zijn huis grenst'. De percelen zijn nadrukkelijk niet als bouwgrond gekocht. Destijds is ook aangegeven dat het bestemmingsplan hierop zou worden aangepast. Dit is echter tot op heden nog niet gebeurd. Een belangrijke reden voor de wens om de bouwmogelijkheid te laten schrappen is gelegen in de slechte bereikbaarheid van het perceel. Kadastraal perceel 5.683 is alleen bereikbaar via perceel 5.751 (zie navolgende afbeelding):
Op perceel 5.751 staat inmiddels een carport. Hierdoor is een vrije doorgang naar het nog resterende deel van de bouwkavel (kadastraal perceel 5.683), wat nu in gebruik is als tuin, redelijkerwijs niet meer mogelijk. De eigenaar van de carport is overigens ook de eigenaar van laatst genoemd kadastraal perceel.
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
9
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Er zijn meerdere eigenaren betrokken bij deze bouwkavel. Het betreft drie omwonenden (eigenaren Brouwerstraat 12, Brouwerstraat 14 en Sterrenbos 30). Zij hebben samen schriftelijk verklaard geen gezamenlijk belang te hebben bij het handhaven van de bouwmogelijkheid voor één vrijstaande woning uit het geldende bestemmingsplan. De eigenaar van Brouwerstraat 12 heeft in het verleden al enkele keren een te hoge WOZ taxatie ontvangen omdat de gronden nog een bouwbestemming hebben. Zolang het geldende bestemmingsplan 'Well' niet is herzien op dit onderdeel kan dit nog vaker voorkomen. Met een herziening van het bestemmingsplan kan dit voor de toekomst worden voorkomen. Gezien de wens van de drie eigenaren om de bouwmogelijkheid voor de vrijstaande woning uit het geldende bestemmingsplan te schrappen, worden daarom de aanduidingen 'maximum aantal wooneenheden' en 'vrijstaand' van de verbeelding verwijderd. De enkelbestemming 'Wonen' en de aanduidingen 'bouwvlak' en 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' blijven, in aansluiting op de bestemmingssystematiek van het geldende bestemmingsplan, gehandhaafd. Hierdoor blijft de mogelijkheid voor het ter plaatse oprichten van bijbehorende bouwwerken bestaan. Met deze herziening wordt ook een stukje “harde plancapaciteit” uit het bestemmingsplan Well gehaald. Er kan volgens het geldende bestemmingsplan nog een woning gebouwd worden.
Deze mogelijkheid wordt er nu uit gehaald.
10
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk
gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Conform actuele jurisprudentie wordt een ontwikkeling van 12 woningen of meer gezien als stedelijke ontwikkeling. Planspecifiek Met het voorliggende bestemmingsplan wordt in planologische zin de bouwmogelijkheid (harde plancapaciteit) voor één vrijstaande woning geschrapt. Er kan daarmee één woning minder gebouwd worden, dan voorheen het geval was. Gelet hierop is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en hoeft niet verder getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.1.2
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Gemeentelijk beleid
3.2.1
Woonvisie gemeente Bergen 2017 - 2021
De gemeenteraad heeft op 12 december 2017 een gemeentelijke woonvisie vastgesteld waarbij rekening is gehouden met de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Er ligt een grote opgave om de bestaande woningvoorraad toekomstbestendig (inspelen op de grote groei van het aantal ouderen) en duurzaam te maken. Bij nieuwe woningbouwinitiatieven richt de gemeente zich sterk op het toevoegen van de juiste woningen (kwalitatieve aanvulling op het bestaande woningaanbod) op de juiste locatie.
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
11
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Daarnaast heeft de gemeente een opgave om te schrappen in de bestaande planvoorraad. Om een goede afweging te kunnen maken, zowel als het gaat om het schrappen van een deel van de harde planvoorraad als het beoordelen van nieuwe initiatieven, is in de woonvisie een kwalitatief afwegingskader opgenomen. In dit afwegingskader worden kwaliteiten genoemd voor de locatie en voor de woning. Dat betekent dat inbreiding voor uitbreiding gaat en wordt ingezet op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit (o.a. herbestemmingsmogelijkheden, invulling ‘rotte plekken’ bijdrage aan gevarieerde wijkopbouw). Wat betreft de kwaliteiten van de woning wordt ingezet op levensloopbestendige woningen, duurzaamheid, excellente woonmilieus, consumentgericht ontwikkelen en bijzondere doelgroepen. Planspecifiek Met het voorliggende bestemmingsplan wordt in planologische zin de bouwmogelijkheid (harde plancapaciteit) voor één vrijstaande woning geschrapt. Er kan daarmee één woning minder gebouwd worden, dan voorheen het geval was. Dit sluit aan bij het met de woonvisie nagestreefde doel om ongebruikte bouwmogelijkheden, indien gewenst, te schrappen.
3.2.2
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
3.3
Conclusie
Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de verschillende overheden.
12
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Hoofdstuk 4
Milieu- & omgevingsaspecten
Omdat de gronden in het plangebied al de enkelbestemming 'Wonen' hebben en met het voorliggende bestemmingsplan in planologische zin de bouwmogelijkheid (harde plancapaciteit) voor één vrijstaande woning geschrapt, treedt er (hoewel beperkt) voor meerdere milieu- en omgevingsaspecten een verbetering op. Dit omdat de circa 9 voertuigbewegingen die gemiddeld per etmaal per vrijstaande woning plaatsvinden, niet langer aan de orde zijn. Qua luchtkwaliteit, stikstofdepositie en verkeersdrukte treedt daarom een lichte verbetering op voor de omgeving. Ook wordt er naar verwachting minder verhard oppervlak gerealiseerd. De bouwmogelijkheid voor een vrijstaande woning inclusief bijbehorende bouwwerken (90 m² bij een bouwperceel van 627 m²) verdwijnt immers.
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
13
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente, meer specifiek het bestemmingsplan 'Well'. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.
5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde.
5.1.2
Opbouw bestemmingen
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
14
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
5.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat regels over strijdig gebruik. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling zijn regels opgenomen ten aanzien van afwijkingsmogelijkheden die voor het hele plangebied gelden en die Burgemeester en wethouders de benodigde flexibiliteit bieden ten aanzien van het bestemmingsplan. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingen
Het bestemmingsplan kent drie bestemmingen: Artikel 3 Wonen Met het voorliggende bestemmingsplan wordt in planologische zin de bouwmogelijkheid (harde plancapaciteit) voor één vrijstaande woning geschrapt. Er kan daarmee één woning minder gebouwd worden, dan voorheen het geval was. Ter plaatse van deze bestemming is het bouwen van hoofdgebouwen niet langer toegestaan. Het realiseren van bijbehorende bouwwerken ter plaatse blijft wel mogelijk.
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
15
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaatsvinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Het voorliggende plan staat een ontwikkeling in de zin van artikel 6.2.1 Bro toe. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waar sprake is van een ontwikkeling in de zin van artikel 6.2.1 Bro, een exploitatieplan vaststelt tenzij kostenverhaal op een andere wijze is verzekerd. Regulier komen de kosten van een herziening van een bestemmingsplan voor rekening van de verzoeker. Deze heeft echter de betrokken percelen niet gekocht van de gemeente als bouwgrond en in het verleden al de toezegging gekregen dat de bestemming herzien zal worden. Dit is echter niet gebeurd. Hier heeft verzoeker bij WOZ taxaties en bouwplannen voor een carport overlast van ondervonden. De kosten voor de herziening van het bestemmingsplan komen daarom voor rekening van de gemeente en worden gedekt vanuit de post 'planologie'. De financieel-economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2
Inspraak
Zienswijzen Te zijner tijd zullen eventueel ingediende zienswijzen hier of in een separate nota van een gemeentelijke reactie worden voorzien.
16
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
17
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Regels
18
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Brouwerstraat 12 met identificatienummer NL.IMRO.0893.22009BR12WELON01 van de gemeente Bergen (L.); 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan-huis-verbonden-bedrijf het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.6 aan-huis-verbonden-beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend.
1.7 achtergevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel; 1.8 afhankelijke woonruimte een (aangebouwd) bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding gehuisvest is; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat het grootste deel van het bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat minimaal dan wel maximaal mag worden bebouwd; hierbij worden ondergrondse bouwwerken die zichtbaar zijn boven peil meegerekend, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen; 1.11 bed and breakfast het binnen en ondergeschikt aan de woonfunctie bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, al dan niet in combinatie met het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide ontbijtmaaltijden en nietalcoholhoudende dranken. 1.12 bestaand bouwwerk een bouwwerk dat: op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan bestaat of in uitvoering is; na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens of bij de woningwet. 1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
19
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk bouwen, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.23 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.24 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.25 hoofdbebouwingsvlak een bouwvlak waarin het hoofdgebouw wordt opgericht en qua grootte wordt gepaald door gevellijn, horizontale diepte en afstand tot de zijdelingse perceelsgrens; 1.26 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.27 huishouden een persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen;
20
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
1.28 kamerbewoning het gebruik van een hoofdgebouw of met het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken door meer dan twee onzelfstandige huishoudens; 1.29 ondergeschikt bouwdeel een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak; 1.30 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil; 1.31 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; 1.32 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal drie wanden, waarvan maximaal één eigen wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport; 1.33 parkeervoorzieningen elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd vervoer; 1.34 parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; 1.35 peil voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; voor gebouwen in het talud van de dijk: de gemiddelde hoogte van het bestaande
aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de van de dijk afgekeerde zijde van het gebouw; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.36 perceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.37 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.38 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.39 stedenbouwkundige kwaliteit de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied; 1.40 twee-aaneen gebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen; 1.41 voorgevel de op de weg georiënteerde gevel van een hoofdgebouw dat maximaal één voorgevel heeft; 1.42 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
21
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
1.43 vrijstaande woning een woning die hoogstens door middel van de bijbehorende bouwwerken met een andere woning verbonden is en waarvan geen van beide zijgevels in de zijdelingse perceelgrens staan; 1.44 wonen een permanente verblijfplaats ten behoeve van de huisvesting van een huishouden in een woning; 1.45 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.46 zijgevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw, niet zijnde achtergevel of voorgevel; 1.47 zolder een ruimte onder een kap voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 0,8 m boven de vloer is gelegen.
22
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
23
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep in hoofd- en bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat maximaal 40 % van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep, met een maximum van 60 m²; b. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen; met de daarbij behorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen; e. voorzieningen van algemeen nut. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Hoofdgebouwen
Er mogen geen hoofdgebouwen worden gebouwd.
3.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximum goothoogte bedraagt 3,2 m; c. de maximum bouwhoogte bedraagt 5,0 m; d. bijbehorende bouwwerken mogen in op of minimaal 1,0 m afstand van de zijdelingse perceelsgrens worden opgericht; e. indien een bijbehorend bouwwerk met één gevel op de perceelsgrens wordt opgericht bedraagt de maximum bouwhoogte aan de zijde van de betreffende gevel 3,2 m; f. de minimum afstand tot de naar de weg gekeerde bouwgrens bedraagt 1,0 m; g. de maximum gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken gelegen buiten het hoofdbebouwingsvlak, mits het bebouwingspercentage in sublid 3.2.1 onder e niet wordt overschreden, bedraagt: totale oppervlakte per bouwperceel (m²)
maximum gezamenlijke oppervlakte (m²)
tot 300
60
van 300 tot 500
80
van 500 tot 750
90
van 750 tot 1.000
100
van 1.000 en meer
150
24
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de lijn vanaf 1,0 m achter de voorgevel bedraagt: 1. voor een gesloten erfafscheiding ten hoogste 1,0 m; 2. voor open hekwerken in de zijdelingse perceelsgrens, voor zover niet gesitueerd in de voortuin ten hoogste 2,0 m; 3. voor pergola's 2,5 m. b. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt vanaf minimaal 1,0 m achter de voorgevel 2,0 m; met dien verstande dat voor hoekpercelen de naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte erfafscheiding, indien hoger dan 1,0 m, open dient te worden uitgevoerd; c. de maximum bouwhoogte van een overkapping bedraagt 4,0 m, met dien verstande dat er slechts één overkapping per bouwperceel gerealiseerd mag worden, met een maximum oppervlakte van 30 m² en enkel opgericht mag worden binnen het bouwvlak; d. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2,5 m. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampen bestrijding. 3.4
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van: a. het bepaalde in sublid 3.2.2 onder e ten behoeve van het toestaan van een maximum bouwhoogte van 5,0 m, mits stedenbouwkundig en ruimtelijk toelaatbaar; b. het bepaalde in sublid 3.2.2 onder e ten behoeve van het toestaan van een bouwhoogte van maximaal de goothoogte van de woning, mits stedenbouwkundig en ruimtelijk toelaatbaar en mits het een aangebouwd bijbehorend bouwwerk betreft en het uitsluitend de goothoogte van de gevel betreft waartegen wordt gebouwd; c. het bepaalde in sublid 3.2.2 onder g ten behoeve van het vergroten van de maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep op hetzelfde bouwperceel, met dien verstande dat: 1. de omvang van de oppervlakte ten behoeve van het aan huis gebonden beroep niet meer bedraagt dan 60 m²; 2. het bebouwingspercentage met niet meer dan 5 % wordt verhoogd; 3. voor het overige het bepaalde in sublid 3.2.2 in acht wordt genomen. 3.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. permanente of tijdelijke bewoning voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. bewoning als afhankelijke woonruimte; c. kamerbewoning; d. seksinrichtingen.
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
25
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
3.6
Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1
Bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor de uitoefening van een Bed & breakfast in hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. bedoeld gebruik geen hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; c. bedoeld gebruik geen belemmering voor de omliggende bedrijven mag opleveren; d. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; e. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; f. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; g. het geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer; h. er dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; i. de Bed and Breakfast-voorziening dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; j. maximaal 40 % van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een Bed and Breakfast in gebruik mag zijn, zulks met een absoluut maximum van 60 m². 3.6.2
Aan huis verbonden bedrijf
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.5 onder a voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf in een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd moet blijven. Dit betekent dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; 2. degene die de gebruiker is van de woning, ook degene is die het aan huis verbonden bedrijf uitoefent; 3. de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m²; b. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren c.q. geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of de buurt. Dit betekent dat: 1. geen medewerking wordt verleend aan bedrijven die vergunnings- of meldingsplichtig zijn krachtens de milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie niet zal aantasten; 2. activiteiten die in de regel worden uitgeoefend op een industrieterrein of bedrijventerrein niet zijn toegestaan in de woning; 3. geen verstoring mag plaatsvinden in de evenwichtige opbouw in de voorzieningenstructuur; 4. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte detailhandel ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis verbonden bedrijf mits de te koop aangeboden goederen en/of producten een relatie hebben met het aan huis verbonden bedrijf; 5.
voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 6. geen vanaf het openbaar gebied zichtbare reclame-uitingen worden aangebracht, tenzij het een reclame-uiting betreft die voldoet aan het bepaalde in de Algemene Plaatselijke Verordening en die niet is aan te merken als een bouwwerk.
26
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 5
Algemene bouwregels
5.1
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
5.1.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
5.1.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 35 %; c. in aanvulling op het bepaalde sub a en b is maximaal één niet - overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3,0 m van de zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijbehorende bouwwerken als bedoeld in sublid 3.2.2 in acht wordt genomen; 3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; 4. per perceel mag maximaal één zwembad worden gebouwd; d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4,0 m onder peil; e. bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen. 5.1.3
Afwijking
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 5.1.2 onder d voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse maximum bouwdiepte van 10,0 m onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 5.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,0 m bedraagt.
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
27
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
5.3
Algemene regels over bestaande afstanden en andere maten
5.3.1
Maximum maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
5.3.2
Minimum maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
5.3.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in sublid 5.3.1 en sublid 5.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
Artikel 6 6.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik van bijbehorende bouwwerken behorende bij (bedrijfs-)woningen als afhankelijke woonruimte.
Artikel 7 7.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de voorgeschreven maximum maten, afmetingen, percentages tot ten hoogste 10 % van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of – intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot 10,0 m; e. het bepaalde ten aanzien van de maximum (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen, mits: 1. de maximum oppervlakte van de vergroting 10 % van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de hoogte maximaal 1,25 maal de maximum bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen.
28
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Artikel 8 8.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3,0 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of – intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3,0 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot; c. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)
29
bestemmingsplan Brouwerstraat 12
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. c. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2
Overgangsrecht gebruik
a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 9.3
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Brouwerstraat 12'.
30
bestemmingsplan "Brouwerstraat 12" (ontwerp)