Besluit herstel ELWM
Tekst van het document
Besluit van de gemeenteraad
Onderwerp Herstelbesluit vaststelling Energielandgoed Wells Meer
De raad van de gemeente Bergen, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 maart 2022
Besluit Het bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer met identificatienummer NL.IMRO.0893.BP20005ELWMWEL-VA01 opnieuw gewijzigd vast te stellen met de daarin doorgevoerde aanpassingen zoals beschreven in bijlage A. Het nieuwe plan krijgt het identificatienummer NL.IMRO.0893.BP20005ELWMWEL-VA02
Bergen (L), 25 april 2022
I.C. van ’t Hof De griffier
M.H.E. Pelzer De voorzitter
Pagina 1 van 9
Bijlage A Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer met de IMRO-code NL.IMRO.0893.BP20005ELWMWEL-VA01 aan te passen op de volgende onderdelen: Paragraaf 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro3.1.6 tweede lid) Deze paragraaf wordt ten aanzien van het onderdeel over de ‘toets ladder duurzame verstedelijking Energieboulevard’ aangevuld met een quick scan met een extra kwalitatieve en kwantitatieve onderbouwing van de behoefte aan bedrijfsverzamelgebouwen in de regio. De bestaande conclusie op pagina 29 van de toelichting komt te vervallen en wordt vervangen door de volgende tekst: Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het zonnepark en de windturbines voorzien in een behoefte en dat de realisatie binnen bestaand stedelijk gebied niet mogelijk is. Daarnaast is de ladder voor duurzame verstedelijking voor de Energieboulevard positief doorlopen. Zie hiervoor ook de uitgevoerde ‘Quickscan bedrijfsverzamelgebouw Energielandgoed Wells Meer (Stec groep, nr 22053/DD bijlage A1) In het kader van een goede ruimtelijke ordening en de ladder van duurzame verstedelijking wordt de ontwikkeling daarom haalbaar geacht.
Tevens wordt de toelichting aangepast die nu aanwezig is op pagina 27 ten aanzien van de volgende passage: “Het realiseren van de energieboulevard als onderdeel van het energielandgoed is dan ook noodzakelijk om het beoogde eindprofiel van het energielandgoed te kunnen realiseren. Zonder deze functies is het niet mogelijk ter plaatse het beoogde doel te bereiken.”. Deze passage op pagina 27 van de toelichting wordt vervangen door deze tekst: Het realiseren van de energieboulevard als onderdeel van het Energielandgoed is wenselijk om het beoogde eindprofiel van het Energielandgoed te kunnen realiseren. Hierbij wordt nadrukkelijk gemeld dat het primaire doel van het Energielandgoed Wells Meer is om duurzame energie op te wekken. Daarnaast willen we bedrijvigheid die ten dienste van het Energielandgoed nodig is graag in het gebied huisvesten. Er is echter geen noodzaak om de beschikbare oppervlakte bedrijfsoppervlakte volledig te benutten. Uit de business case blijkt namelijk dat het project met uitsluitend zonnepanelen en windturbines rendabel is. Vanuit deze optiek is er dus geen noodzaak voor de realisatie van de energieboulevard om het beoogde eindresultaat van het Energielandgoed te kunnen realiseren, het primaire doel van het Energielandgoed is immers om duurzame energie op te wekken.
Paragraaf 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Pagina 38 passage over de Goudgroene natuurzone Binnen deze passage werd verwezen naar een compensatieplan van 4 maart 2021. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer op 9 februari 2021 maakte dit compensatieplan geen onderdeel uit van het besluit. Het “Compensatieplan Energielandgoed Wells Meer, Pondera, 4 maart 2021”, zie bijlage A2 maakt hiermee onderdeel uit van het vaststellingsbesluit
De plantoelichting is dan op dit punt in lijn met dit compensatieplan. De passage over de Goudgroene natuurzone op pagina 38 en 39 van de toelichting luidt dan als volgt: Goudgroene natuurzone
Pagina 2 van 9
In artikel 2.6.2 van de verordening is opgenomen dat een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied dat deel uitmaakt van de Goudgroene natuurzone geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maakt die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten. Dit is in het voorliggende plan gewaarborgd binnen de bestemming ‘Natuur’, welke overal ter plaatse van de Goudgroene natuurzone is opgenomen. Binnen de bestemming ‘Natuur’ kunnen alleen werken of werkzaamheden worden uitgevoerd als hierdoor geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige waarde van het gebied. Een uitzondering hierop vormt een kleine zone in de zuidwesthoek van het plangebied (zie volgende afbeelding). Hier komen zonnepanelen in een kleine strook van de goudgroene natuurzone te liggen. Hiermee vindt een aantasting plaats van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied en wordt niet voldaan aan het bepaalde in artikel 2.6.2. van de ruimtelijke verordening.
Ligging goudgroene natuurzone (groene vlakken) in omgeving plangebied, met aanduiding locatie waar de bestemming ‘Energielandgoed’ in de goudgroene natuurzone ligt (rode cirkel)
In artikel 2.6.5. van de verordening is het volgende opgenomen: “Het verbod van artikel 2.6.2 is niet van toepassing op een individuele, kleinschalige ingreep die leidt tot een verbetering van de Goudgroene natuurzone in het desbetreffende gebied.” Toepassing hiervan is alleen mogelijk indien uit het ruimtelijk plan blijkt dat: a. de voorgestelde ingreep slechts leidt tot een beperkte aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van de Goudgroene natuurzone in het desbetreffende gebied; b. de voorgestelde ingreep leidt tot een kwalitatieve versterking van de Goudgroene natuurzone; c. de oppervlakte natuur van de Goudgroene natuurzone ten minste gelijk blijft, en d. de kwaliteitswinst niet wordt gefinancierd uit reguliere middelen voor realisatie van de Goudgroene natuurzone. Met het voorliggende plan wordt een kleinschalige ingreep mogelijk gemaakt. Er is een compensatieplan opgesteld, waaruit blijkt dat de optredende aantasting
Pagina 3 van 9
van de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van de Goudgroene natuurzone in het betreffende gebied beperkt is. Daarnaast is hierin onderbouwd dat de ingreep leidt tot een versterking van de Goudgroene natuurzone en dat de oppervlakte natuur ten minste gelijk blijft. De kwaliteitswinst zal tot slot niet worden gefinancierd uit reguliere middelen voor realisatie van de Goudgroene natuurzone. De uitvoering van deze visie is in het voorliggende plan gewaarborgd middels een voorwaardelijke verplichting.
Pagina 40 passage over Artikel 2.4.5 Bedrijventerreinen Hier staat aangegeven op pagina 41 “Met het voorliggende plan wordt de realisatie van kleinschalige energie gerelateerde bedrijvigheid mogelijk gemaakt. In paragraaf 3.3.1 is het voorliggende plan getoetst aan de visie bedrijventerreinen Noord-Limburg en geconcludeerd wordt dat deze niet van toepassing is”. De passage “en geconcludeerd wordt dat deze niet van toepassing is” wordt verwijderd. De plantoelichting op pagina 41 wordt als volgt aangepast: Met het voorliggende plan wordt de realisatie van kleinschalige energie gerelateerde bedrijvigheid mogelijk gemaakt. In paragraaf 3.3.1 is het voorliggende plan getoetst aan de visie bedrijventerreinen Noord-Limburg. Op pagina 43 staat vervolgens in paragraaf 3.3.1 onder het kopje “Toetsing”: “Met het voorliggende plan wordt een bedrijfsverzamelgebouw mogelijk gemaakt voor aan het Energielandgoed verbonden bedrijven die zijn gerelateerd aan de duurzame energiesectoren en noodzakelijker- of logischerwijs op het Energielandgoed gevestigd dienen te zijn. Op deze wijze is uitgesloten dat in het plangebied een bedrijventerrein ontstaat, waardoor het regionale beleid voor bedrijventerreinen niet van toepassing is”. De passage “, waardoor het regionale beleid voor bedrijventerreinen niet van toepassing is” komt ook hier te vervallen.
De plantoelichting op pagina 43 wordt als volgt aangepast: “Met het voorliggende plan wordt een bedrijfsverzamelgebouw mogelijk gemaakt voor aan het Energielandgoed verbonden bedrijven die zijn gerelateerd aan de duurzame energiesectoren en noodzakelijker- of logischerwijs op het Energielandgoed gevestigd dienen te zijn. Op deze wijze is uitgesloten dat in het plangebied een bedrijventerrein ontstaat”. Daarnaast wordt de plantoelichting wordt op pagina 43 onder de paragraaf “Toetsing” met de onderstaande tekst aangevuld: Er heeft specifiek en nadrukkelijk regionale afstemmingplaats gevonden over het bedrijfsverzamelgebouw. In het portefeuillehouder overleg van Ondernemen en Innoveren op 26 januari 2022 en het portefeuillehouderoverleg Landelijk gebied en Ruimte op 3 februari 2022 is dit afgestemd. Beide hebben op basis van de bijgevoegde adviesnotities ingestemd met het niet salderen van het bedrijfsverzamelgebouw. Zie bijlage A3 Adviesnotities en verslagen van beide overleggen.
Paragraaf 4.14 Verkeer en Parkeren Paragraaf 4.14.1 Verkeer In deze paragraaf is op pagina 87 het volgende opgenomen “In de regels van het voorliggende plan is opgenomen dat het energielandgoed jaarlijks door maximaal 15.000 auto’s bezocht mag worden (30.000 motorvoertuigbewegingen). Dit betekent dat het daadwerkelijk aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal ruim onder de gestelde theoretische restcapaciteit van de Wezerweg van 2.000 motorvoertuigbewegingen zal liggen en dat het verkeer op een veilige wijze kan worden afgewikkeld op het bestaande wegennet”.
Pagina 4 van 9
Gebleken is dat het na de aanlegfase mogelijk is om, onder bepaalde voorwaarden, meer motorvoertuigen mogelijk te maken. Daartoe wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid toegevoegd aan de regels van het plan. Op pagina 87 van de toelichting wordt daarom onder de laatste alinea van paragraaf 4.14.1 Verkeer (net boven paragraaf 4.12.2 Parkeren) de volgende tekst toegevoegd: Alleen na de aanlegfase kan hier, onder voorwaarden, middels een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid van worden afgeweken.
Paragraaf 4.14.2 Parkeren In deze paragraaf is het volgende opgenomen “Voor het bezoekerscentrum en het bedrijfsverzamelgebouw is het belangrijk dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. In het verkeersonderzoek (zie bijlage 10 van bijlage 4 van deze toelichting) is een inschatting gemaakt van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Geschat wordt dat ongeveer 258 parkeerplaatsen nodig zijn, waarbij vermeld is dat dit een grove inschatting is en deze geldt voor recreatiegebieden. Het parkeren zal plaatsvinden in de directe omgeving van het toekomstige bezoekerscentrum en bedrijfsverzamelgebouw. Hier is voldoende ruimte beschikbaar voor de realisatie van deze parkeerplaatsen”. Bijlage 10 van bijlage 4 van deze toelichting is het verkeersonderzoek van 20 februari 2020. De toelichting wordt op dit punt aangevuld met het meest recente verkeersonderzoek van 20 maart 2020, zie bijlage A4. Dit is ook het verkeersonderzoek met de juiste beschrijving van het benodigde aantal parkeerplaatsen.
Akoestiek en slagschaduw (bijlage 7 bij het MER) Naar aanleiding van de inhoud van de beroepschriften hebben we aanvullend op het uitgevoerde akoestisch onderzoek de maximale geluidbelasting in de tuin bij de woning Wezerweg 16a laten berekenen. De resultaten van deze berekening zijn gerapporteerd in de memo “Aanvullende geluidberekeningen Wells Meer, Pondera Consult, 21 maart 2022, versie nummer 2.1, projectnummer 719007” (zie bijlage A5 bij het raadsbesluit). In de tuin is rekening gehouden met geluidreflectie op de gevel van de woning Wezerweg 16a. Op basis van de Algemene Hoogtekaart Nederland 3 (AHN3) is in het akoestisch model voor de woning een akoestisch harde gevel ingevoerd van 8 meter hoog. De woning is nu uitgevoerd met een rietdak, het akoestisch harde deel van de gevel is in werkelijkheid lager dan 8 meter. In het akoestisch onderzoek is uitgevoerd op basis van de windturbines met de hoogste geluidproductie die het bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer toelaat. Er is sprake van een worstcase berekening. Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat de tuin bij de woning Wezerweg 16a buiten de 48 dB Lden en 42 dB Lnight contouren inclusief gevelreflectie ligt. Gelet hierop is een aanvaardbaar akoestisch buitenklimaat geborgd.
De “Aanvullende geluidberekeningen Wells Meer, Pondera Consult, 21 maart 2022, versie nummer 2.1, projectnummer 719007” worden als extra bijlage bij de toelichting gevoegd.
Regels De regels van het bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer met de IMRO-code NL.IMRO.0893.BP20005ELWMWEL-VA01 aan te passen op de volgende wijze: Artikel 5.3.2 Windturbines a. het geluidsniveau op geluidsgevoelige functies en objecten veroorzaakt door alle windturbines ter plaatse van de aanduiding 'windturbine' mag niet meer bedragen dan Lden = 47 dB en Lnight = 41 dB; b. de maximale slagschaduwduur op gevoelige functies en objecten veroorzaakt door alle windturbines ter plaatse van de aanduiding 'windturbine' mag niet bedragen dan 6 uur per jaar.
Pagina 5 van 9
Bij dit artikel moet worden aangegeven dat de maximale slagschaduwduur niet meer mag bedragen dan 6 uur. Het nieuwe artikel komt er dan als volgt uit te zien: 5.3.2 Windturbines a. het geluidsniveau op geluidsgevoelige functies en objecten veroorzaakt door alle windturbines ter plaatse van de aanduiding 'windturbine' mag niet meer bedragen dan Lden = 47 dB en Lnight = 41 dB; b. de maximale slagschaduwduur op gevoelige functies en objecten veroorzaakt door alle windturbines ter plaatse van de aanduiding 'windturbine' mag niet meer bedragen dan 6 uur per jaar. Artikel 5.3.3 Verkeersbewegingen Het Energielandgoed mag jaarlijks door maximaal 15.000 auto's met een verbrandingsmotor bezocht worden. Hierbij geldt dat een bus met een verbrandingsmotor gelijk gesteld wordt aan 3 auto's. In dit artikel moet duidelijk zijn dat die 15.000 geldt voor alle voertuigen met een verbrandingsmotor. Hierbij is het goed om een onderverdeling te maken naar lichtverkeer, middelzwaar verkeer en zwaarverkeer. Ook kan de aanlegfase worden uitgesloten.
Het nieuwe artikel komt er dan als volgt uit te zien: Artikel 5.3.3 Verkeersbewegingen Behoudens de met de aanleg samenhangende vervoersbewegingen mag het Energielandgoed jaarlijks door maximaal 15.000 voertuigen met een verbrandingsmotor behorende tot de categorie lichtverkeer, 200 voertuigen behorende tot de categorie middelzwaar verkeer en 200 voertuigen behorende tot de categorie zwaarverkeer bezocht worden. Hierbij geldt dat een bus met een verbrandingsmotor gelijk gesteld wordt aan 3 motorvoertuigen behorende tot de categorie lichtverkeer. Middels een afwijkingsbevoegdheid wordt het mogelijk gemaakt dat er onder voorwaarden na de aanlegfase meer verkeersbewegingen zijn toegestaan. Dit wordt geregeld middels een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid.
Dit nieuwe artikel in de regels komt er als volgt uit te zien: Artikel 5.4.4 Verkeersbewegingen Burgemeester en wethouders kunnen, na een periode van 5 jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan, bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.3.3 onder de voorwaarden dat: a) de toename van het aantal voertuigen met een verbrandingsmotor behorende tot de categorie lichtverkeer niet meer bedraagt dan 15.000 per jaar (totaal maximaal 30.000 per jaar), waarbij een bus met een verbrandingsmotor gelijk gesteld wordt aan 3 motorvoertuigen behorende tot de categorie lichtverkeer; b) aangetoond is dat het agrarisch gebruik binnen de bestemming Energielandgoed voldoende is beperkt om elke toename van de stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige beschermde natuurwaarde in Natura 2000-gebied als gevolg van de toename van het aantal verkeersbewegingen uit te sluiten. c) de toename van het aantal verkeersbewegingen verkeerstechnisch aanvaardbaar is. d) de toename van het aantal verkeersbewegingen niet leidt tot een overschrijding van de luchtkwaliteitseisen op plaatsen waar representatieve blootstelling is. e) de toename van het aantal verkeersbewegingen niet leidt tot een toename van de geluidbelasting waardoor een aanvaardbaar akoestisch klimaat niet gewaarborgd is.
Pagina 6 van 9
Artikel 11.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2.1 en bepalen dat archeologisch onderzoek achterwege kan blijven indien dit in overeenstemming is met het archeologiebeleid van de gemeente Bergen. Aan dit artikel moet een zinsnede worden toegevoegd namelijk “zoals neergelegd in de Nota Archeologiebeleid Bergen van 24 september 2012 en door de raad vastgesteld op 13 november 2012”. Het nieuwe artikel komt er dan als volgt uit te zien: Artikel 11.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2.1 en bepalen dat archeologisch onderzoek achterwege kan blijven indien dit in overeenstemming is met het archeologiebeleid van de gemeente Bergen zoals neergelegd in de Nota Archeologiebeleid Bergen van 24 september 2012 en door de raad vastgesteld op 13 november 2012 . Artikel 15.2 Landschappelijke inpassing (voorwaardelijke bepaling) 15.2.1 Voorwaardelijke verplichting inpassing Voor de locatie Wezerweg 16a is het gebruik overeenkomstig de bestemming uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat sprake is van realisatie en instandhouding van een landschappelijke inpassing overeenkomstig het inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze regels.
15.2.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen een inpassingsplan dat is opgenomen als bijlage bij deze regels wijzigen en daarmee een alternatieve landschappelijke inpassing toestaan, mits de gewijzigde inpassing in ruimtelijk opzicht en/of qua omvang minimaal gelijkwaardig is aan de inpassing zoals opgenomen in het inpassingsplan in de bijlage 3 bij deze regels.
Artikel 15.2.1. wordt volledig geschrapt omdat dit artikel in de weg staat aan het bestaande woongebruik. Artikel 15.3 Voorwaardelijke verplichting compensatieplan Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone voorwaardelijke verplichting' voor zover niet binnen 36 maanden na de ingebruikname van die bouwwerken uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform het in bijlage 6 opgenomen compensatieplan. Bij dit artikel is een onjuiste termijn aangegeven die niet strookt met de inhoud van het compensatieplan Het nieuwe artikel komt er als volgt uit te zien: 15.3 Voorwaardelijke verplichting compensatieplan Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting' voor zover niet vóór de aanleg van die bouwwerken uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform het in bijlage 6 opgenomen compensatieplan.
Artikel 15.4 Voorwaardelijke verplichting waterberging Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van bouwwerken ter plaatse van de bestemming 'Energielandgoed' voor zover niet binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan minimaal 4.000 m3 waterberging is gerealiseerd. Het is beter om de benodigde hoeveelheid waterberging hier direct te relateren aan de bebouwing die er wordt opgericht en niet te koppelen aan een termijn. Immers de waterberging is nodig ter compensatie van nieuw verhard oppervlak waarvan het regenwater afstroomt.
Pagina 7 van 9
Tevens is het strikt genomen geen voorwaardelijke verplichting, maar een gebruiksbeperking. Daarom is de titel van het artikel ook aangepast. Het nieuwe artikel komt er als volgt uit te zien: Artikel 15.4 Strijdig gebruik waterberging Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van bouwwerken ter plaatse van de bestemming 'Energielandgoed' (artikel 5) voor zover niet voor elke vierkante meter verharde oppervlakte waarvan regenwater afstroomt 100 mm berging is gerealiseerd.
Verbeelding Er is geconstateerd dat er op de verbeelding een aanduiding is vervallen voor opslag op het evenemententerrein. In het voorgaande bestemmingsplan Buitengebied 2018 is een beperkte aanduiding opgenomen op de verbeelding voor een bestaand gebouw op het evenemententerrein. Zie afbeelding hieronder.
In de regels is daarbij de volgende regeling opgenomen.
5.1.6 Opslag Ter plaatse van de aanduiding 'opslag' zijn de in lid 5.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor opslag. Op de verbeelding van het bestemmingsplan voor het Energielandgoed is deze aanduiding abusievelijk niet overgenomen. Zie afbeelding hieronder.
Pagina 8 van 9
Op de verbeelding van het bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer wordt eenzelfde aanduiding als aanwezig was bij het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen. Dus de Functieaanduiding “opslag” op dezelfde plek en hetzelfde formaat als in het Bestemmingsplan Buitengebied 2018. Daarbij wordt er aan Artikel 6 Natuur toegevoegd: 6.1.3. Ter plaatse van de aanduiding 'opslag' zijn de in lid 6.1.1. bedoelde
gronden tevens bestemd voor opslag.
Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5.
Quickscan 21 maart 2022 Stec groep nr. 22.053/DD. Compensatieplan Energielandgoed Wells Meer, Pondera, 4 maart 2021 Verslagen en adviesnotities regionaal overleg bedrijventerreinen (3a, b, c en d) Verkeersonderzoek van 20 maart 2020. Anteagroup nr. 0436912.100. Memo Pondera Aanvullende geluidberekeningen, nr. 719007, 21 maart 2022.
Pagina 9 van 9