CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsvisie Wet inburgering 2022 Definitief

Gemeenteraad 18 oktober 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de beleidsvisie Wet inburgering 2022;9.612 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

3 De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, dan wel b. van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.

Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding • 1 De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250,- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. • 2 De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500,- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. • 3 De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 750,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. • 4 De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000, - indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Hoofdstuk 4 Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige inburgeraars Artikel 11 Aanwijzen van doelgroepen Het college wijst de groepen vrijwillige inburgeraars aan waaraan hij bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria: a. leeftijd; b. inkomen of soort uitkering; c. het hebben van een opvoedingstaak; d.

afstand tot de arbeidsmarkt; e. motivatie, eigen aanmelding/initiatief. Artikel 12 De samenstelling van de voorziening • 1 Het college bepaalt in overleg met de vrijwillige inburgeraar, uitgezonderd geestelijke bedienaren, de samenstelling van de voorziening. • 2 Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten: a. NT-2 onderwijs (taalonderwijs); b. maatschappelijke oriëntatie; c. arbeidsmarktoriëntatie; d. kennis en oriëntatie met betrekking tot opvoeding, gezondheid en onderwijs; e. taalstage; f. voorzieningen zoals genoemd in de vigerende Re-integratie verordening Wet Werk en Bijstand en in de vigerende Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren; g. activiteiten of voorzieningen die in het kader van maatwerk bijdragen tot verbetering van het inburgeringsproces in het algemeen en in de samenleving in het bijzonder.

30

Artikel 13 De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget (PIB) • 1 Het college behandelt het verzoek van de vrijwillige inburgeraar om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een PIB op de volgende wijze: a. De aanvraag voor een PIB wordt schriftelijk ingediend. b. Het college stelt nadere voorschriften met betrekking tot ondersteuning aan de vrijwillige inburgeraar bij zijn keuze van inburgeringsbedrijf en de vormgeving van de inburgering. • 2 Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma: a. naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en b. het regulier inburgeringsaanbod van de gemeente naar het oordeel van het college niet passend is; en c. wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: - ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel; - beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie; - beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma's en taalkennisvoorzieningen.

• 3 Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor het volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening: a. naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en b. het regulier inburgeringsaanbod van de gemeente naar het oordeel van het college niet passend is; en c. wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: - ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel; - beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie; - beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma's en taalkennisvoorzieningen. • 4 Het persoonlijk inburgeringsbudget bedraagt de hoogte van de opleidingskosten met een maximum van € 5.000, - per inburgeraar en wordt per inburgeraar maximaal 1 keer verstrekt. • 5 Als het college de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet, waarin de voorziening in de vorm van een PIB is opgenomen, heeft gesloten, sluit het college een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf. • 6 Het college kan nadere voorwaarden stellen aan de verstrekking van een PIB.

Artikel 14 De inning van de eigen bijdrage • 1 De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt in ten hoogste 10 termijnen betaald. • 2 Het college legt in de overeenkomst de betalingswijze en de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd. 31

Artikel 15 Opleggen van verplichtingen Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet een of meer van de volgende verplichtingen opnemen: a. het deelnemen aan de voorziening; b. het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider; c. het deelnemen aan voortgangsgesprekken; d. voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat in de overeenkomst wordt neergelegd; e. het diezelfde dag melden indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de overeenkomst kan worden voldaan; f. overige verplichtingen die het bereiken van het doel van de voorziening kunnen ondersteunen. Artikel 16 De inhoud van de overeenkomst De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de voorziening; b. een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige inburgeraar; c. de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen; d. de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de verplichtingen niet worden nagekomen; en e. de termijnen en wijze van de betaling van de eigen bijdrage.

Artikel 17 Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst • 1 Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd in de overeenkomst niet of onvoldoende nakomt, kan het college een boete opleggen van € 400,-. • 2 Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd in de overeenkomst opnieuw niet of onvoldoende nakomt, kan het college een boete opleggen van € 500,-. • 3 Indien de vrijwillige inburgeraar stopt met de overeengekomen inburgeringsvoorziening en hem dit te verwijten valt, kan het college een boete opleggen ter hoogte van de kosten die het college voor de inburgeringsvoorziening heeft moeten maken. Artikel 18 Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige inburgeraar Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 19 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 november 2010 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Wet inburgering gemeente Bergen 2010. Artikel 20 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Wet inburgering gemeente Bergen oktober 2010”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 oktober 2010. De griffier De voorzitter W.P.G.M. Scheepens C.W.H.M.

Klaverdijk Klik hier voor de doorverwijzing naar digitale versie van de verordening.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10571022/1