CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsvisie Wet inburgering 2022 Definitief

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de verordening Inburgering gemeente Bergen (L) 2022;9.612 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sociaal Domein Beleidsvisie Wet inburgering 2022

Anke Voesten Gemeente Bergen Sociaal Domein

Samenvatting Iedere inwoner in de gemeente Bergen moet naar eigen kracht en op eigen niveau kunnen participeren binnen onze gemeente. Actief meedoen op het gebied van wonen, werken en het verenigingsleven. Met de nieuwe Wet inburgering die per 1 januari 2022 ingaat wordt hetzelfde beoogd. Het doel van de nieuwe wet is dat nieuwkomers zo snel mogelijk op een zo hoog mogelijk niveau inburgeren en, naar eigen niveau, zo goed mogelijk participeren in de Nederlandse samenleving, het liefst via betaald werk. In de gemeente Bergen hebben we hier al een grote slag in gemaakt. Met de wetswijziging in 2013, toen het Rijk besloot de verantwoordelijkheid van de inburgering bij de inburgeraar te leggen, is de gemeente Bergen de inburgeraar blijven ondersteunen en begeleiden. Samen met zoveel mogelijk partijen is de gemeente Bergen vanaf 2013 het volgende blijven uitvoeren: ▪ Het begeleiden naar (betaald) werk, door eigen re-integratiecoaches vanuit het WSP NoordLimburg i.s.m. lokale bedrijven en organisaties; ▪ Het bieden van maatschappelijke begeleiding, door lokale partij Stichting Welkom Op Weg; ▪ De realisatie van het inloopspreekuur op elke maandag, als vervolg op de maatschappelijke begeleiding.

Bieden van (extra) ondersteuning bij hulpvragen; ▪ Het uitvoeren van het Participatieverklaringstraject, door lokale partij Stichting Welkom Op Weg; ▪ Het bieden van begeleiding en ondersteuning bij de financiële administratie, door lokale partijen Stichting Welkom Op Weg en Humanitas.; ▪ Het bieden van extra ondersteuning en begeleiding bij het leren van de Nederlandse taal en het verhogen van het taalniveau, i.s.m. het Taalhuis, BiblioPlus en Stichting Gilde Bergen. Het feit dat wij als gemeente sinds 2013 taken zijn blijven uitvoeren en de verantwoordelijkheid als gemeente hierin zijn blijven nemen, betekent dat wij met de komst van de nieuwe Wet inburgering per 1 januari 2022 niet alles (opnieuw) hoeven in te regelen. Kortom, focussen op het verbeteren en versterken van de voorzieningen die we al hebben en samen met de consulenten van het Sociaal Team, lokale organisaties en bedrijven toewerken naar één inburgeringstraject, met één uitvoeringsprogramma. Dit doen we aan de hand van 3 pijlers, te kennen: ▪ Eén regisseur - gemeente voert Regie; ▪ Eén plan - alle onderdelen uit het inburgeringtraject werken in elkaars verlengde; ▪ Maatwerk - meedoen op een zo hoog mogelijk niveau en naar eigen vermogen. Met als hoofddoel de “nieuwe Bergense inwoner(s)” zo snel mogelijk te laten participeren en integreren in onze gemeente.

1

Voorwoord Per 1 januari 2022 krijgt Nederland een nieuwe Wet Inburgering. Waarom is deze verandering nodig en wat verandert er precies ten opzichte van de huidige wet? En wat betekent dat voor onze gemeente Bergen? De Rijksoverheid evalueerde in 2018 de werking van het huidige inburgeringsstelsel en daaruit bleek dat deze onvoldoende werkt. Nieuwkomers beheersen bijvoorbeeld niet altijd binnen 3 jaar de Nederlandse taal en financiële problematiek blijkt veel voor te komen. Het nieuwe inburgeringsstelsel moet alle inburgeringsplichtigen beter helpen om snel en volwaardig mee te kunnen doen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. En één van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige wet, is dat gemeenten de regie krijgen en verantwoordelijk worden voor de begeleiding van nieuwkomers die moeten inburgeren. De focus komt op inburgering en participatie te leggen. Het beheersen van de Nederlandse taal en (financiële) zelfredzaamheid zal daarbij het doel zijn. Zoals alle gemeenten in Nederland, krijgt ook de gemeente Bergen twee keer per jaar een opdracht vanuit de Rijksoverheid om een aantal statushouders te huisvesten.

Wat zou het mooi zijn om deze mensen niet alleen welkom te heten en op te nemen in onze prachtige gemeente, maar er ook voor te zorgen dat ze, zo snel als mogelijk is, onze taal leren spreken, onze cultuur leren kennen, dat ze betaald werk vinden en op die manier deel kunnen nemen aan het alledaagse leven van de gemeente Bergen. Voor u ligt de beleidsvisie Wet Inburgering. De nieuwe wet biedt kansen en mogelijkheden, voor onze nieuwkomers maar ook voor onze organisatie. Als gemeente krijgen we de regie en daarmee de mogelijkheid om maatwerk te leveren om zo, samen met onze samenwerkingspartners, onze inburgeraars de best mogelijke start te bieden. Bergen, september 2021 Claudia Ponjee Wethouder Leefbaarheid

2

Inhoud Samenvatting.......................................................................................................................................... 1 Voorwoord .............................................................................................................................................. 2 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 4 2. Visie & ambities................................................................................................................................... 5 3. Wet inburgering .................................................................................................................................. 7 3.1. Huidig landelijke inburgeringsstelsel ............................................................................................ 7 3.2. Nieuwe landelijke inburgeringsstelsel .......................................................................................... 7 3.3. Belangrijkste wijzigingen ............................................................................................................ 9 4. Inburgeren in Bergen ........................................................................................................................ 12 4.1.

Huidig inburgeringsaanbod (2013) ............................................................................................. 12 4.2. Analyse van de inburgering........................................................................................................ 13 4.3. Inburgeringstraject gemeente Bergen (2022) ............................................................................ 14 5. Kaders ................................................................................................................................................ 18 5.1. Algemene Verordening Inburgering ........................................................................................... 18 5.2. Financiële middelen ................................................................................................................... 18 5.3. Implementatie en uitvoering ...................................................................................................... 19 6. Bijlagen.............................................................................................................................................. 20 Bijlage 1: Begrippenlijst ....................................................................................................................20 Bijlage 2 toelichting uitgangspunten en principes Wet inburgering 2022.

........................................24 Bijlage 3 Verordening Wet inburgering gemeente Bergen oktober 2010 .......................................... 27

3

1. Inleiding In juli 2018 heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aangekondigd dat het huidige inburgeringstelsel wordt aangepast. De evaluatie van de huidige wet heeft namelijk laten zien dat het huidige stelsel niet naar tevredenheid functioneert. Zo is een belangrijk knelpunt dat veel inburgeringsplichtigen onvoldoende in staat zijn om zelfstandig een leerroute en taalaanbieder te kiezen die bij hun capaciteiten en leervermogen past. In de nieuwe wet komt de regie weer bij de gemeenten te liggen. Daarmee zijn statushouders niet meer zelf verantwoordelijk voor het inkopen van inburgeringscursussen. Het doel van de nieuwe wet is dat nieuwkomers zo snel mogelijk op een zo hoog mogelijk niveau inburgeren en, naar eigen niveau, zo goed mogelijk participeren in de Nederlandse samenleving, het liefst via betaald werk. Per 1 januari 2022 is de gemeente Bergen verantwoordelijk voor de nieuwe Wet inburgering. In deze wet staat het zo snel mogelijk integreren en participeren in de samenleving, het liefst via betaald werk, centraal. In het huidige inburgeringsstelsel is dit onvoldoende het geval. Daarom wordt het huidige inburgeringsstelsel grondig herzien. Dit wordt ook wel de 'Veranderopgave Inburgering' (VOI) genoemd.

Deze beleidsvisie is bedoeld om enerzijds de nieuwe Wet inburgering kort toe te lichten en anderzijds in beeld te brengen welke uitgangspunten de gemeente Bergen gaat hanteren in de implementatie en uitvoering van deze nieuwe wet. De beleidsvisie en implementatie agenda Wet inburgering 2022 betreft een integraal proces en is in samenwerking met de beleidsadviseurs van het Sociaal Domein, de consulenten van het Sociaal Team en externe (lokale) samenwerkingspartners. Op deze manier is de kennis en expertise van de professionals ook meegenomen in de ontwikkeling van de beleidsvisie en betreft het opstellen van de implementatie agenda een integraal proces. Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering ontvangt de gemeente Bergen financiële middelen vanuit het Rijk. In hoofdstuk 5.2 zijn de financiële middelen die de gemeente Bergen ontvangt in een overzicht weergeven. De implementatie en uitvoering van de nieuwe Wet inburgering wordt door het college van B&W opgepakt. Alle taken en verplichtingen van de nieuwe Wet inburgering zullen binnen de beschikbaar gestelde middelen vanuit het Rijk worden uitgevoerd.

4

2. Visie & ambities Binnen het Sociaal Domein werken we volgens het beleids- en uitvoeringsplan “Samen Verder” 2019-2022. Vanuit dit beleidsplan wordt ingestoken op de transformatie van het Sociaal Domein met als hoofddoel: ‘De sociale positie van onze inwoners te versterken’. Vanuit het hoofddoel wordt gewerkt met een tweetal subdoelen, te kennen: 1. Het versterken van de sociale cohesie; 2. Het aanjagen van eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners. Het versterken van de sociale cohesie is tevens door uw college als speerpunt benoemd. Bovengenoemde doelen zijn vertaald in resultaten. In relatie tot de nieuwe Wet inburgering zijn de belangrijkste resultaten uit het beleidsplan “Samen Verder” 2019-2022 als volgt: ▪ Onze inwoners participeren in de samenleving en slagen erin om problemen zoveel mogelijk zelf of met hun sociaal netwerk op te lossen; ▪ Onze inwoners zijn meer zelfredzaam; ▪ Onze jeugd groeit veilig en gezond op; ▪ Onze inwoners hebben zoveel als mogelijk een baan naar vermogen; ▪ Onze inwoners voeren een passende tegenprestatie uit indien zij een beroep doen op een uitkering. Bij het vaststellen van behaalde resultaten op individueel niveau, wordt gebruik gemaakt van een Persoonlijk inburgeringsplan (PIP). Met het PIP wordt de beginsituatie van inwoners op diverse onderwerpen beoordeeld en worden afspraken en doelstellingen vastgelegd.

Het is belangrijk dat de manier waarop ondersteuning en zorg aan onze inwoners vormgegeven is, zich verder ontwikkelt Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: ▪ De inwoner en zijn/haar eigen kracht staat centraal, voor zichzelf en voor zijn/haar dorp; ▪ Bij ondersteuning werken vanuit één gezin, één plan en één regisseur; ▪ Integrale en creatieve oplossingen; ▪ Minder bureaucratie; ▪ De algemene voorziening gaat voor de maatwerkvoorziening; ▪ Zo lang mogelijk thuis, indien bij jeugd uithuisplaatsing noodzakelijk is, dit zo kort mogelijk; ▪ Sturen op resultaat en budget. De inwoner staat centraal en is binnen het Sociaal Domein met het oog op zijn/haar omgeving en mogelijkheden het belangrijkst. Om de sociale positie van de inwoners te versterken worden inwoners gestimuleerd om zoveel mogelijk actief deel te nemen aan de samenleving. Op basis van genoemde uitgangspunten wordt van de inwoners verwacht dat: ▪ Ze eigen kracht inzetten; ▪ Ze zelfredzaam en zelfstandig zijn; ▪ Meedoen op basis van eigen vermogen; ▪ Het eigen sociale netwerk vergroten; ▪ Vrijwilligerswerk doen naar vermogen; ▪ Ze meer verantwoordelijkheid nemen; ▪ Hulp bieden binnen de eigen leefomgeving; ▪ Mantelzorg verlenen.

5

Op basis van het beleids- en uitvoeringsplan Sociaal Domein “Samen Verder” 2019-2022 zijn met het oog op de nieuwe Wet inburgering de volgende uitgangspunten opgesteld. 1. Zo snel en zo goed mogelijk begeleiden naar integratie We willen nieuwkomers zo snel en zo goed mogelijk begeleiden richting integratie. Volwaardige deelname aan de samenleving en maatschappelijke zelfredzaamheid zijn hierbij het doel. Het doel wordt aan de hand van de volgende vijf principes van de nieuwe Wet inburgering nagestreefd. ▪ Tijdigheid; ▪ Snelheid; ▪ Maatwerk; ▪ Dualiteit; ▪ Kwaliteit. 2. Lokaal wat kan, regionaal wat moet We hebben goede samenwerkingsverbanden met diverse (lokale) aanbieders in de inburgering. Wij gaan voortbouwen op deze samenwerking door de elementen van het nieuwe inburgeringsstelsel primair te laten aansluiten op onze lokale omgeving. We zetten in op intensieve samenwerking met (laagdrempelige) lokale organisaties. Nu al is gebleken dat een intensieve samenwerking tussen de participatie- en werkcoaches van de gemeente en taalaanbieder leidt tot positieve resultaten met betrekking tot sfeer, inburgering en participatie. Regionale samenwerking is gezien de (soms) geringe inburgeringsaantallen noodzakelijk om voor bepaalde onderdelen voldoende volume te kunnen creëren (bijvoorbeeld de onderwijsroute).

We gaan daarom uit van het volgende principe: wat lokaal kan, lokaal doen; wat regionaal moet, regionaal doen. 3. Aandacht voor kwetsbare nieuwkomers en jongeren Binnen de financiële en wettelijke kaders willen we onze kwetsbare nieuwkomers en jongeren ondersteunen. We bieden een vangnet, zetten in op nazorg, zorgen voor een gelijkwaardig aanbod voor statushouders, gezins- en permanent gevestigde arbeidsmigranten en hebben aandacht voor specifieke doelgroepen. In bijlage 1, worden de drie bovengenoemde uitgangspunten en vijf principes volgens de nieuwe Wet inburgering nader toegelicht.

6

3. Wet inburgering Voor de nieuwkomers in Nederland geldt een inburgeringsplicht. Deze plicht is vastgelegd in de Wet inburgering. Deze wet onderscheid 2 categorieën inburgeringsplichtigen: 1. Asielzoekers en; 2. Gezins- en arbeidsmigranten. In de Wet inburgering staat het leren van de taal, zelfredzaamheid en participeren in de samenleving centraal. Inburgeringsplichtigen dienen het inburgeringsexamen binnen 3 jaar succesvol af te leggen. Statushouders zijn mensen die als asielzoekers in Nederland zijn gekomen en nu een tijdelijke verblijfsvergunning van 5 jaar hebben. Statushouders zijn vanaf 18 jaar verplicht in te burgeren. Het Rijk stelt elk half jaar vast hoeveel statushouders gehuisvest moeten worden. Gemeenten krijgen naar rato van hun inwonertal een aantal mensen toegewezen. Dit heet de huisvestingstaakstelling. Het aantal toegewezen statushouders kan sterk fluctueren. Een nieuwkomer hoeft niet verplicht in te burgeren als hij de volgende nationaliteit heeft: een land uit de Europese Unie (EU), Liechtenstein, Noorwegen, IJsland of Zwitserland.

Ook hoeft een nieuwkomer niet in te burgeren als: ▪ Hij/zij jonger is dan 18 jaar; ▪ Ouder is dan de pensioengerechtigde leeftijd; ▪ 8 jaar of langer in Nederland woonde toen hij leerplichtig was; ▪ Hij/zij Nederlandse diploma's, certificaten of bewijsstukken van een bepaalde opleiding in de Nederlandse taal heeft; ▪ Hij/zij tijdelijk naar Nederland komt voor studie of werk (als expat bijvoorbeeld).

3.1. Huidig landelijke inburgeringsstelsel Vóór 1 januari 2013 hadden de gemeenten een uitgebreide regierol in de Wet inburgering. Met de wetswijziging vanaf 1 januari 2013 is dit veranderd en is de huidige Wet inburgering van kracht gegaan. In deze wetgeving is de inburgeraar zelf verantwoordelijk voor het inburgeringstraject. Binnen 3 jaar moeten zij het inburgeringsexamen op taalniveau A2 of hoger behalen. Ze dienen zelf een taalaanbieder te zoeken waar zij taallessen kunnen volgen. Deze moeten zij ook zelf financieren. Als zij dit niet zelf kunnen bekostigen, kunnen zij bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een lening afsluiten die bij een succesvol afgerond traject kwijtgescholden wordt. De gemeente is in het huidige inburgeringsstelsel verantwoordelijk voor: ▪ Huisvesting; ▪ Woninginrichting; ▪ Maatschappelijke begeleiding; ▪ Participatieverklaring. De gemeente heeft daarnaast een duidelijk belang bij het succesvol afleggen van het inburgeringstraject. Er kunnen namelijk grote problemen ontstaan door een gebrekkige inburgering. Zo is er bij deze doelgroep een verhoogd beroep op (zorg-)voorzieningen en is er een hogere kans op werkeloosheid.

3.2. Nieuwe landelijke inburgeringsstelsel De afspraken uit de Wet inburgering 2013 leveren onvoldoende rendement op. Dat concludeerde de rekenkamercommissie in het rapport ‘Inburgering, eerste resultaten Wet Inburgering 2013’ (24 januari 2017). In de Veranderopgave Inburgering (VOI) wordt het huidige inburgeringsstelsel grondig herzien dat leidt tot de nieuwe Wet inburgering. 7

De beoogde ingangsdatum van deze nieuwe Wet is 1 januari 2022. In het nieuwe stelsel krijgt de gemeente de regie over de inburgering. Dit betekent dat de gemeente de inburgeringscursussen gaat inkopen. Inburgeringsplichtige statushouders hoeven dit niet langer zelf te doen, waardoor zij hier ook geen lening meer voor hoeven af te sluiten die tot schulden kan leiden. Het nieuwe inburgeringsstelsel kent drie leerroutes om de Nederlandse taal te leren. De leerroutes worden afgesloten d.m.v. een inburgeringsexamen: ▪ De onderwijsroute voor de jonge inburgeringsplichtige en gericht op het behalen van een schooldiploma in het MBO, HBO of WO; ▪ De Z-route voor mensen die onvoldoende leerbaar zijn; ▪ De B1-route voor alle overige inburgeraars. De inburgeringsplicht in het nieuwe wetvoorstel bestaat naast een leerroute uit nog twee verplichte onderdelen: ▪ ▪

Een Participatieverklaringstraject (PVT); Een Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP).

Het PVT richt zich op de normen, waarden en rechten en plichten van de Nederlandse Samenleving. De MAP is een leermodule gericht op het in beeld brengen en versterken van de competenties van statushouders en het perspectief op de lokale arbeidsmarkt. Ten slotte is in de nieuwe Wet Inburgering opgenomen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke begeleiding en financiële ontzorging van inburgeringsplichtigen statushouders. De maatschappelijke begeleiding en ondersteuning richt zich op praktische zaken, op een kennismaking met de Nederlandse samenleving en vooral de lokale omgeving. Met de financiële ontzorging betaalt de gemeente de eerste zes maanden de vaste lasten van de statushouders. Het bedrag van de vaste lasten wordt verrekend met de bijstandsuitkering. Daarnaast is het belangrijk dat de statushouders gedurende het inburgeringstraject ondersteund worden bij de ontwikkeling naar financiële zelfredzaamheid. Op het moment dat de regie met betrekking tot de inburgering bij de gemeente komt te liggen ontstaan er voor de gemeente koppelkansen om het integraal werken binnen de gemeente verder vorm te geven. Hiermee ontstaat voor de gemeente ook de kans om de verplichtingen rondom de inburgering te combineren met de verplichtingen vanuit de Participatiewet die voor de meeste inburgeringsplichtigen gelden.

Door het combineren van inburgering- en participatievoorzieningen, zetten we onze gemeentelijke hulp en ondersteuning effectiever in. Daarnaast kan de monitoring van de ontwikkelingen en vorderingen op het gebied van inburgering en participatie gecombineerd worden. Periodiek contact tussen de inburgeringsplichtigen en de aanbieders is hierin van belang. Aan de hand van periodiek overleg kan waar nodig het persoonlijke Plan Inburgering en Participatie (PIP) worden bijgesteld. Het inburgeringsaanbod ziet er als volgt uit:

8

3.3. Belangrijkste wijzigingen Met de ingang van de nieuwe Wet inburgering per 1 januari 2022 wordt de gemeente verantwoordelijk voor het nieuwe inburgeringstraject van de inburgeringsplichtigen. Onderstaand is schematisch weergeven welke veranderingen er zijn in 2022 t.o.v. 2013. Wet inburgering Overdracht

Regelen van huisvesting, woningaanvaarding, woninginrichting, verhuizing en inschrijving van de inburgeraar Intake

Plan Inburgering en Participatie (PIP)

Huidig aanbod Huisvestingsgemeente ontvangt en verwerkt de gegevens uit het TVS van het COA. Consulent Sociaal Team meldt inburgeraar bij Stichting Welkom Op Weg. Woningcorporatie Destion wijst woning toe, Consulent Sociaal Team aanvaard woning, Stichting Welkom Op Weg begeleidt de inburgeraar bij het betrekken van de woning en ondertekenen van contracten i.s.m. rechtmatigheidsconsulenten van de gemeente Bergen. In de huidige wet wordt de intake verzorgd door de taalaanbieders. Met de intake bepalen taalaanbieders het taalniveau van de inburgeraar en binnen welke groep zij gaan deelnemen aan de taallessen.

Nieuw aanbod Huisvestingsgemeente ontvangt en verwerkt de gegevens uit het TVS van het COA. Consulent Sociaal Team meldt inburgeraar bij de maatschappelijke begeleider Woningcorporatie Destion wijst woning toe, Consulent Sociaal Team aanvaard woning, de maatschappelijke begeleider begeleidt de inburgeraar bij het betrekken van de woning en ondertekenen van contracten i.s.m. rechtmatigheidsconsulenten van de gemeente Bergen. Er vindt een brede intake plaats van maximaal 10 weken. Met de brede intake wordt de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeraar op het gebied van zelfredzaamheid, inburgering en participatie bepaald De brede intake bestaat in ieder geval uit drie vaste onderdelen: - Leerbaarheidstoets; - Onderzoek naar gevolgd onderwijs en opgedane werkervaring in het land van herkomst; - Een onderzoek naar de persoonlijke omstandigheden, waaronder fysieke en mentale gezondheid. Het PIP wordt in de vorm van een beschikking na afronding van de brede intake vastgesteld. Vaststelling gebeurt a.d.h.v. een drie-gesprek tussen de inburgeraar, consulent Sociaal Team en de maatschappelijke begeleider. In het PIP wordt het volgende vastgelegd: - Afspraken en verplichtingen inburgeraar; - Doelstellingen m.b.t. onderwijs en werk; - Mate van leerbaarheid; - Mate van zelfredzaamheid; - Duur inburgeringstraject.

Inburgeringsaanbod

Gemeente Bergen schakelt Stichting Welkom Op Weg in voor het doen van: De maatschappelijke begeleiding; Participatieverklaringstraject (PVT)

Leerroutes

In de huidige wet bieden de taalaanbieders vergelijkbare leerroutes aan zoals dat straks in de nieuwe wet ook gebeurt. Echter heeft de inburgeraar nu zelf de regie. De inburgeraar koopt een leerroute in bij een taalaanbieder. Mede afhankelijk van het advies van de taalaanbieder kiest de inburgeraar welke leerroute deze gaat volgen.

Participatieverklaringstraject (PVT) Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) (Financieel) ontzorgen

Maatschappelijke begeleiding

Stichting Welkom Op Weg voert het participatieverklaringstraject uit. Momenteel is dit een examenonderdeel, te kennen Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA). Dit onderdeel wordt afgerond door INTOS. Consulent Sociaal Team vraagt de uitkering aan voor de inburgeraar

Stichting Welkom Op Weg begeleidt de inburgeraar voor 6 maanden t.b.v. de bevordering van de zelfredzaamheid van de inburgeraar.

10

Na vaststelling PIP wordt er een passend inburgeringsaanbod gedaan, bestaande uit: - Leerroute; - Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP); - Participatieverklaringstraject (PVT); - Begeleiding en ondersteuning van de voortgang; - Maatschappelijke begeleiding; - Financiële ontzorging. Bovengenoemde taken zijn belegd bij diverse partijen. De regie en eindverantwoordelijkheid ligt bij de Consulent Sociaal Team. In de nieuwe Wet inburgering worden er drie leerroutes aangeboden: - Z-Route; - B1-Route; - Onderwijsroute; Op basis van de brede intake en de vastgestelde PIP stroomt de inburgeraar in bij een van deze drie leerroutes. Bij positieve afsluiting van een leerroute, wordt DUO geïnformeerd om tot afronding van de inburgering te komen. Een nader te bepalen partij voert het participatieverklaringstraject uit. De MAP is de vervanger van de ONA en wordt een vast onderdeel van het inburgeringstraject en zal duaal aan de leerroutes worden uitgevoerd. Consulent Sociaal Team vraagt de uitkering aan voor de inburgeraar. De inburgeraar wordt financieel ontzorgd voor ten minste de eerste zes maanden. Gedurende deze periode van het inburgeringstraject is er ook aandacht voor het vergroten van de financiële zelfredzaamheid en wordt de inburgeraar hierin ondersteund. De maatschappelijke begeleider begeleidt de inburgeraar voor 6 maanden t.b.v.

de bevordering van de zelfredzaamheid van de inburgeraar.

Na 6 maanden stopt de maatschappelijke begeleiding, maar is er een inloopspreekuur ingericht voor inburgeraars die nog extra hulp en ondersteuning nodig hebben. Toezien en naleving van inspanningsverplichtingen

Na 6 maanden stopt de maatschappelijke begeleiding, maar is er een inloopspreekuur ingericht voor inburgeraars die nog extra hulp en ondersteuning nodig hebben. De inburgeraar is zelf verantwoordelijk en verplicht tot het volgen en afronden van het inburgeringstraject. Voor de Z-route geldt minimaal een urenverplichting van 800 uur Voor de B1- en onderwijsroute geldt een resultaatverplichting. Voor het meermaals niet nakomen van de inspanningsverplichtingen kan door de gemeente een geldboete worden opgelegd aan de inburgeraar.

11

4. Inburgeren in Bergen 4.1. Huidig inburgeringsaanbod (2013) Met de wetswijziging in 2013 heeft het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Bergen (hierna te noemen college van B&W) op 29 januari 2013 besloten om zoveel mogelijk de regie te houden op de inburgering. Hoewel dit geen wettelijke taak was, zijn alle inburgeringsinstrumenten die de gemeente heeft gebundeld ingezet. Globaal ziet het inburgeringsstelsel er in de gemeente Bergen als volgt uit: Huisvesting in de gemeente Bergen

Stichting Welkom op Weg

Maatschappelijke begeleiding = ondersteunen bij en regelen van zaken rondom financiën en leven in Nederland

Participatieverklaringstraject

Participatieen werkcoaches

Begeleiden bij het vinden van werk en participatie in de samenleving i.s.m. INTOS

Aanbieders van het inburgeringsexamen

Alfabetiserings onderwijs en taallessen

Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)

Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA)

Aanbieders inburgeringstraject In het huidige inburgeringsstelsel werkt de gemeente Bergen (L) samen met verschillende aanbieders m.b.t. het inburgeringstraject, dit zijn als volgt: ▪ Stichting Welkom Op Weg; ▪ Nederlands de Baas; ▪ Kusters Scholing en Training; ▪ Stichting Gilde Bergen; ▪ Werkgevers Service Punt (WSP) Noord-Limburg; ▪ INTOS. De inburgeraar is in dit inburgeringsstelsel zelf verantwoordelijk voor zijn of haar inburgering en kiest naar gelang ook zelf een partij uit waar het inburgeringstraject op het gebied van scholing gevolgd wordt.

4.2. Analyse van de inburgering Statushouders in Bergen Peildatum 30-06-2020 Aantal 100 statushouders zijn woonachting in Bergen

Leeftijd 0-17 (46%) | 18-26 (10%) 27-44 (30%) | 45-64 (11%) > 65 (2%)

Nationaliteit Syrië (71%) | Eritrea (21%) Anders (5%)

Geslacht Man (51%) | Vrouw (49%)

Burgerlijke staat Partner in paar met kinderen (32%) Alleenstaand (7%) Partner in paar zonder kinderen (5%) Thuiswonend kind (50%)

Gemeentelijke huisvestingstaakstelling statushouders Gemeenten krijgen tweemaal per jaar een huisvestingstaakstelling opgelegd van uit ministerie van BZK voor de huisvesting van statushouders. Deze huisvestingstaakstelling wordt naar rato van het inwoneraantal verdeeld over alle gemeenten. De hoogte van de huisvestingstaakstelling fluctueert sterk en is mede afhankelijk van de landelijke instroom van asielzoekers. Op basis van voorgaande jaren hanteren we voor de gemeente Bergen een gemiddelde huisvestingstaakstelling van 15 statushouders per heel jaar. Van deze huisvestingstaakstelling is ongeveer 70% inburgeringsplichtig. Nadat een statushouder is gekoppeld aan de gemeente Bergen, neemt de betreffende medewerker ‘huisvesting statushouders’ contact op met woningcorporatie Destion voor een geschikte woning. Soms ontvangt de medewerker ‘huisvesting statushouders’ een klantprofiel via het Taakstelling Volgsysteem (TVS). Het gaat hierbij om een landelijk volgsysteem vanuit het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA). Ondertussen-groep Met de ingang van de nieuwe Wet inburgering per 1 januari 2022 ontstaat er ook een ondertussengroep. Dit betreft de inburgeringsplichtigen die momenteel nog bezig zijn met het inburgeringstraject en straks onder het oude stelsel vallen.

Er wordt getracht deze groep inburgeringsplichtigen zo goed en efficiënt mee te laten lopen binnen het nieuwe inburgeringstraject.

13

4.3. Inburgeringstraject gemeente Bergen (2022) Met de verandering van de Wet inburgering in 2013 is de gemeente een aantal zaken rondom de inburgering blijven uitvoeren. Dit betekent dat er met de komst van de nieuwe Wet Inburgering 2022 de gemeente Bergen een aantal van de “nieuwe” verplichtingen momenteel al uitvoert en waar nodig bij moet stellen. Dat de gemeente Bergen vanaf 2013 inburgeringstaken is blijven uitvoeren, heeft nu als voordeel dat er meer gefocust kan worden op de inrichting van het inburgeringstraject met parallel daaraan het ontzorgen van de inburgeraar. Onderstaand wordt ingegaan op het inburgeringstraject met parallel daaraan het ontzorgen van de inburgeraar. In het inburgeringstraject wordt het volgende uitgelicht: ❖ De route van het nieuwe inburgeringstraject; ❖ De inrichting van het traject, met per onderdeel benoemd; ▪ De taken en verplichtingen; ▪ De samenwerkingspartners; De regievoerder en verantwoordelijke per onderdeel.

14

Met de komst van nieuwe Wet Inburgering per 1 januari 2022 komen er (een aantal nieuwe) taken richting de gemeente. Onderstaand is de route van het inburgeringstraject weergeven. Aan de hand van deze route wordt per onderdeel ingegaan op de nieuwe taken en verplichtingen voor onze gemeente

In het AZC Taken & verplichtingen Een statushouder wordt door het COA toegewezen aan een gemeente Regie Gemeente Bergen Duur n.v.t. Samenwerkingspartners COA, Woningcorporatie Destion Kennismaking statushouder Taken & verplichtingen Kennismaking met statushouder(s), Sleuteloverdracht woning. In orde maken contracten/ overeenkomsten. Regie Consulent Sociaal Team Duur 2 gesprekken Samenwerkingspartners Woningcorporatie Destion & Rechtmatigheidsconsulent gemeente Bergen Huisbezoek en intake Taken & verplichtingen Beeldvorming van de thuissituatie, Bespreken VVE, Uitleg inburgeringstraject, Advies voor passende taalschool, Evt. Uitnodiging startbijeenkomst. Regie Consulent Sociaal Team Duur Maximaal 3 dagdelen Samenwerkingspartners Gemeente Bergen en taalaanbieder Brede intake Taken & verplichtingen Afnemen leerbaarheidstoets, Ophalen achtergrondinformatie i.r.t. land van herkomst, gevolgd onderwijs en werkervaring, In kaart brengen persoonlijke omstandigheden, Bepalen taalniveau, Bepalen mate van arbeidsparticipatie, Bepalen niveau zelfredzaamheid. Maatschappelijke begeleiding Regie Maatschappelijk begeleider Duur 10 weken Samenwerkingspartners Gemeente Bergen, taalaanbieder

Vaststellen PIP Bepalen einde Inburgeringstraject, Vastleggen intensiteit programma, Vastleggen afspraken rondom PVT, Vastleggen afspraken rondom MAP, Opnemen doelstellingen inburgeraar, Vastleggen afspraken rondom inburgeringstraject Vastleggen afspraken rondom leerroute Regie Gemeente Bergen Duur 1 gesprek Samenwerkingspartners Taalaanbieder N.t.b. Taken & verplichtingen

Oriëntatie & start inburgeringsroute Taken & verplichtingen Wekelijks coaching moment met inburgeraar, Participatieverklaringstraject, Stage/ werk (MAP), Verdere oriëntatie arbeids- of onderwijsroute, Volgen leerroute B1, Z-route of onderwijsroute, Aanvullende modulen omgeving Maatschappelijke begeleiding Regie Taalaanbieder Duur 16 weken Samenwerkingspartners Gemeente Bergen N.t.b.

17

5. Kaders 5.1. Algemene Verordening Inburgering De gemeente Bergen kent met betrekking tot de Wet inburgering een Algemene Verordening Inburgering (AVI). Deze AVI is in 2010 voor het laatste geactualiseerd en vastgesteld, bijlage 2. Met de komst van de nieuwe Wet Inburgering kan de huidige verordening in stand worden gehouden. De wijzigingen van taken en verplichtingen uit de nieuwe Wet inburgering zijn veelal opgenomen in aanpalende beleidsnota’s. Gemeente Bergen werkt in regionaal verband samen met de andere gemeenten uit Noord-Limburg. Vanuit de regio wordt momenteel gekeken of er in gezamenlijkheid beleidsregels worden opgesteld. Met het opstellen van beleidsregels is het mogelijk om belangrijke wijzigingen en verplichtingen van samenwerkende organisaties en inburgeringsplichtigen goed te waarborgen. Afhankelijk van deze ontwikkelingen zal de gemeente Bergen te zijner tijd besluiten of de huidige verordening getoetst en waar nodig aangepast wordt, er wordt aangesloten bij regionaal op te stellen beleidsregels of dat de gemeente eigen beleidsregels opstelt. In dit laatste geval betekent het dat de huidige AVI zal worden ingetrokken.

5.2. Financiële middelen Voor de implementatie en uitvoering van de nieuwe Wet inburgering ontvangt de gemeente Bergen financiële middelen vanuit het Rijk. De financiële middelen komen op twee manieren binnen, te weten: ▪ Als Specifieke Uitkering (SPUK); ▪ Via een Integratie Uitkering. De implementatie en uitvoering van de nieuwe Wet inburgering geschiedt binnen de financiële middelen die hiervoor vanuit het Rijk beschikbaar worden gesteld. In onderstaand overzicht is weergeven welke financiële middelen de gemeente Bergen ontvangt t.b.v. de implementatie en uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. Financiële middelen beschikbaar gesteld vanuit de Specifieke Uitkering Onderdelen Wet inburgering ** Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Participatieverklaringstraject Module Arbeidsmarkt & Participatie

Financiële middelen per inburgeringsplichtige € 10.000,00 € 2.000,00 € 250,00 € 462,00

Totaal

€ 12.712,00 *

* de financiële middelen die wij als gemeente ontvangen per inburgeringsplichtige worden uitgesmeerd over drie jaar. ** de inzet van de financiële middelen uit de SPUK moeten verantwoord worden op de genoemde onderdelen van de Wet inburgering.

18

Uitvoeringsbudget beschikbaar gesteld via een Integratie Uitkering * Ten behoeve van de implementatie en uitvoering van: Brede intake, PIP en Financiële ontzorging

Jaargang

Financiële middelen

2022 2023 2024 2025

€ 36.493,00 € 40.147,00 € 40.147,00 € 40.147,00

* De hoogte van de decentralisatie uitkering wordt bepaald op basis van de huisvestingstaakstelling van de gemeente Bergen en is sterk afhankelijk van de landelijke instroom van vluchtelingen. Budget voor de informatievoorziening beschikbaar gesteld via een Integratie Uitkering Ten behoeve van de implementatie van: De informatievoorzieningen voor het registreren van gegevens en voortgang van de inburgeraar.

Jaargang

Financiële middelen

2022

Hoogte van deze financiële middelen worden in de decembercirculaire 2021 vastgesteld.

5.3. Implementatie en uitvoering Met de ingang van 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering van kracht. Voor de inrichting van het inburgeringstraject wordt gebruik gemaakt van een implementatieagenda. De implementatieagenda vloeit voort uit het inburgeringstraject zoals weergeven in hoofdstuk 4.3. Uit de implementatieagenda vloeit per verplicht onderdeel van het inburgeringstraject een uitvoeringsprogramma voort. In het uitvoeringsprogramma worden alle verplichtingen en prestatieafspraken tussen de gemeente en samenwerkingspartners t.b.v. de uitvoering opgenomen. De gemeente legt met elke samenwerkingspartner de afspraken vast in een raam- of dienstverleningsovereenkomst. Deze worden ter vaststelling aan het college van B&W voorgelegd. De implementatieagenda en het uitvoeringsprogramma vormen hiervoor de basis. Koppelkansen: De komst van de nieuwe Wet inburgering per 1 januari 2022 en het ontwikkelen van een nieuw inburgeringstraject heeft voor de gemeente positieve kanten. Het biedt de kans om de implementatie van het inburgeringstraject integraal te benaderen en (nieuwe) taken en verplichtingen van de Wet inburgering te koppelen aan bestaand beleid, zoals onder andere de Participatiewet en de ontwikkeling van de beleidsvisie wonen.

19

6. Bijlagen Bijlage 1: Begrippenlijst COA Nieuwkomer

Asielzoeker

(Asiel)statushouder

Gezinsmigrant

Arbeidsmigrant

Inburgeringsplicht

Inburgeringsplichtige

Voorbereiding op de inburgering

Brede intake

Plan Inburgering en Participatie (PIP)

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers Een vreemdeling tussen de 16- 25 jaar oud, die geen Nederlands paspoort heeft en na 1 januari 2007 in Nederland is komen wonen. Persoon op de vlucht die internationale bescherming zoekt, maar wiens beroep op vluchtelingenstatus nog niet bepaald is. Persoon met en asiel-verblijfsvergunning voor hun familie- en gezinsleden en voor bepaalde tijd Persoon met een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, omdat zij een Nederlandse echtgenoot/partner hebben. Persoon met een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, omdat zij in Nederland (veelal seizoensgebonden) werken. Aan de inburgeringsplicht is voldaan als iemand het inburgeringsexamen van de voor hem geldende leerroute heeft behaald en het Participatieverklaringstraject en de Module Arbeidsmarkt en Participatie heeft afgerond. DUO stelt vast of iemand (wel of niet langer) inburgeringsplichtig is. Persoon vanaf 18 jaar oud, afkomstig buiten de EU en met een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel die volgens de registratie van DUO nog niet heeft voldaan aan zijn/haar inburgeringsplicht. Programma aangeboden door het COA in de periode voordat de statushouder naar onze gemeente verhuist. Dit programma bevat basis-taallessen, een introductie Kennis Nederlandse Maatschappij en individuele casemanagementgesprekken.

Gesprekken tussen gemeente en inburgeringsplichtige waarin we de startpositie, ontwikkelmogelijkheden en behoeften aan hulp en ondersteuning van de inburgeringsplichtige in kaart brengen. Dit gesprek vindt zo snel mogelijk plaats nadat iemand in de Bergen (L) gehuisvest is. Document waarin we, op basis van de in de brede intake verzamelde informatie, vaststellen welke leerroute en participatievoorziening(en) passend zijn voor de betreffende inburgeringsplichtige. Daarnaast 20

Financiële ontzorging

Leerroutes

B1- Route

Zelfredzaamheidsroute (Z-route)

Onderwijsroute

Maatschappelijke begeleiding

Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)

Participatieverklaringstraject (PVT)

staan er in het PIP afspraken over de maatschappelijke begeleiding en financiële ontzorging. Minimaal de eerste zes maanden na binnenkomst in de gemeente betaalt de gemeente een aantal vaste lasten voor inburgeraars (huur, energiekosten en verplichte verzekeringen). Het bedrag voor deze lasten verrekenen we met de bijstandsuitkering. Op deze manier ontzorgen we inburgeringsplichtige inwoners en voorkomen we dat er schulden ontstaan in de beginperiode van hun verblijf in onze gemeente. Een route in het inburgeringstraject gericht op het verhogen van het Nederlandse taalniveau en kennis van de Nederlandse maatschappij Leertraject waarbij in een periode van maximaal 3 jaar gewerkt wordt aan het beheersen van de Nederlandse taal op taalniveau B1. De B1-leerroute bestaat naast taalonderwijs ook uit de module Kennis Nederlandse Maatschappij Leertraject voor mensen voor wie de B1- of Onderwijs-leerroute niet haalbaar is (bijvoorbeeld door een lage leerbaarheid en/of analfabetisme). Het leertraject richt zich in een periode van ongeveer 3 jaar op het beheersen van het Nederlands op een zo hoog mogelijk taalniveau om de zelfredzaamheid zoveel mogelijk te vergroten. De Z-leerroute bestaat naast praktisch taalonderwijs ook uit een module Kennis Nederlandse Maatschappij (op aangepast niveau).

Leertraject voor jonge inburgeringsplichtigen (18+) gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op minimaal taalniveau B1 en instroom in het Nederlands MBO-, HBO- of WO-onderwijs. Begeleiding en ondersteuning bij praktische zaken en bij de kennismaking met de Nederlandse samenleving en specifieke lokale omgeving. Leermodule gericht op het in beeld brengen van de competenties van statushouders en de kansen op de lokale arbeidsmarkt. Daarnaast omvat de module het aanleren van vaardigheden die nodig zijn voor het vinden van een baan of (vrijwillige) werkervaringsplek. Traject van ten minste 12 uur over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Het traject sluit af met het afleggen van de 21

participatieverklaring: “ik verklaar dat ik kennis heb genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat ik deze respecteer. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte krijg van mijn medeburgers”.

Participatie-voorzieningen Taakstellingvolgsysteem (TVS)

Ministerie van BZK Destion VVE

Leerbaarheidstoets

Programma van Eisen (PVE) Suite CBS DUO SPUK

Taalniveau A2

Taalniveau B1

Werk of andere activiteiten gericht op het meedoen in de samenleving. COA en gemeenten delen informatie over statushouders via het TVS. Gemeenten kunnen hierop inloggen voor actuele informatie over de statushouders die zij gaan huisvesten. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Woningcorporatie gemeente Bergen Voor- en vroegschoolse educatie. Onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. Het doel is om peuters met mogelijke (taal)achterstand beter voor te bereiden op de basisschool. Een leerbaarheidstoets geeft inzicht in de mate waarin iemand in staat is nieuwe vaardigheden of theorie eigen te maken, oftewel leerbaar is. Beschrijft alle eisen waaraan het eindresultaat van je project/opdracht aan moet voldoen. Gemeentelijk informatiesysteem voor het verwerken van persoonsgegevens Centraal Bureau voor Statistiek Dienst Uitvoering Onderwijs Staat voor Specifieke Uitkering en is een uitkering van het Rijk, waarbij de bestedingsrichting vooraf is aangegeven. De middelen die via deze uitkering binnen komen zijn door het Rijk geoormerkt. Met taalniveau A2 kan iemand zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang. Iemand kan communiceren in simpele en alledaagse taken die in eenvoudige bewoordingen de omgeving en kwesties op het gebied van diverse behoeften beschrijven.

Met taalniveau B1 kan iemand de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk en op school. Iemand kan zich redden in de meeste 22

situaties die kunnen optreden tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal gesproken wordt. Iemand kan een eenvoudig lopende tekst formuleren over onderwerpen die vertrouwd zijn of van persoonlijk belang. En iemand kan een beschrijving geven van ervaringen, gebeurtenissen, verwachtingen en ambities en kan korte redenen geven voor meningen en plannen.

23

Bijlage 2 toelichting uitgangspunten en principes Wet inburgering 2022. Met het beleidsplan Sociaal Domein “Samen Verder” 2019-2022 in gedachten, zijn de volgende uitgangspunten opgesteld: 1. Zo snel en zo goed mogelijk begeleiden naar integratie We willen nieuwkomers zo snel en zo goed mogelijk begeleiden richting integratie. Volwaardige deelname aan de samenleving en maatschappelijke zelfredzaamheid zijn hierbij het doel. Dit doen we door aan te sluiten bij de 5 principes van de nieuwe wet: Tijdigheid Nadat de inburgeraar is gehuisvest in de gemeente neemt de gemeente contact op met de inburgeraar waarin duidelijk wordt gemaakt wat hij/zij kan verwachten van de gemeente in het kader van de (nieuwe) Wet inburgering. In het geval van een statushouder zal, indien mogelijk, al contact worden opgenomen nadat de statushouder aan de gemeente is gekoppeld. Snelheid Door de inburgeraars te begeleiden en hun voortgang regelmatig te bespreken doorlopen inburgeraars het inburgeringstraject zo snel mogelijk. Dit draagt bij aan het snel bereiken van participatie in de samenleving en zelfredzaamheid. Maatwerk Persoonlijke aandacht en luisteren naar de inburgeraar staan centraal en dragen bij aan een inburgeringstraject (vastgelegd in het PIP) dat past bij de behoeften van de inburgeraar. Om maatwerk te kunnen bieden moet men de inburgeraar goed kennen. Daarvoor is tijd nodig.

Daarom zetten we in op een verlengde brede intake: meerdere gesprekken vormen de basis voor het PIP en er worden bij voorkeur twee leerbaarheidstoetsen afgenomen, waardoor de leerbaarheid over een langere periode beoordeeld kan worden en er een realistischer plan kan worden opgesteld. Ook binnen de leerroutes, de maatschappelijke begeleiding en het financieel ontzorgen wordt binnen de financiële mogelijkheden maatwerk geleverd door het aanbieden van een gedifferentieerd aanbod. Dualiteit De inburgeraar is vanaf aanvang van de inburgeringsplicht continu bezig is met het leren van de taal en/of het verrichten van (on)betaald werk en/of maatschappelijke participatie (bijvoorbeeld bij verenigingen). Hierbij wordt gebruik gemaakt van lokale voorzieningen in de omgeving van de inburgeraar. Zeker gezien de kwetsbare arbeidsmarktpositie van statushouders in combinatie met de impact van corona, is het belangrijk in te zetten op duurzame vormen van participatie. Kwaliteit Kwaliteit van inburgering staat hoog in het vaandel en draagt bij aan het bereiken van zelfredzaamheid en integratie. Door het definiëren van kwaliteitscriteria en eisen voor aanbieders (de organisaties die invulling geven aan onder andere de leerroutes, maatschappelijke begeleiding en ontzorgen) en deze eisen en criteria te monitoren, wordt kwaliteit van de leerroutes gewaarborgd.

Daarbij nemen we ervaringen van de inburgeringsplichtigen van nu en het verleden en ervaringen van de uitvoering mee in de opzet van een realistisch en haalbaar uitvoeringskader, wat de kwaliteit van het inburgeringsstelsel ten goede komt.

24

Aan de andere kant waarborgen we ook door middel van de inzet op cultuursensitief werken de kwaliteit van de inburgering. Iemand die cultuursensitief werkt is bewust van verschillen in achtergrond, normen, waarden, gewoonten en belevingen. Hierdoor wordt beter aangesloten op de leefwereld van de inburgeraar (draagt bij aan maatwerk) en wordt vertrouwen bevordert. Dit heeft uiteindelijk een positief effect op het succes van de inburgering. 2. Lokaal wat kan, regionaal wat moet We hebben goede samenwerkingsverbanden met diverse (lokale) aanbieders in de inburgering. Wij gaan voortbouwen op deze samenwerking door de elementen van het nieuwe inburgeringsstelsel primair te laten aansluiten op de lokale omgeving. We zetten in op intensieve samenwerking met (laagdrempelige) lokale organisaties. Nu al is gebleken dat een intensieve samenwerking tussen de participatie- en werkcoaches van de gemeente en taalaanbieder leidt tot positieve resultaten met betrekking tot sfeer, inburgering en participatie. Regionale samenwerking is gezien de (soms) geringe inburgeringsaantallen noodzakelijk om voor bepaalde onderdelen voldoende volume te kunnen creëren (bijvoorbeeld de onderwijsroute). We gaan daarom uit van het volgende principe: wat lokaal kan, lokaal doen; wat regionaal moet, regionaal doen. 3.

Aandacht voor kwetsbare nieuwkomers en jongeren Binnen de financiële en wettelijke kaders willen we onze kwetsbare nieuwkomers ondersteunen. We bieden een vangnet, zetten in op nazorg, zorgen voor een gelijkwaardig aanbod voor statushouders en overige- en gezinsmigranten en hebben aandacht voor specifieke doelgroepen. Vangnet Statushouders zijn meestal uitkeringsgerechtigd en hebben daarmee recht op verschillende maatwerkvoorzieningen uit ons vangnet, waaronder een uitkering. Ook is het mogelijk dat een statushouder, overige of gezinsmigrant recht heeft op andere vormen van ondersteuning, bijvoorbeeld uit de WMO. We voorkomen dat het vangnet (onnodig lang) nodig is door 1) eerst te kijken wat de inburgeraars zelf kunnen, 2) te kijken naar wat er in de omgeving al aan ondersteuning is en 3) inburgeraars te activeren naar werk. Daarbij wordt er tijdens de inburgering uitvoerig aandacht besteed aan kennis over het leven in Nederland en de lokale organisaties waar men bij vragen of voor hulp terecht kan. Op deze manier zorgen we ervoor dat de nieuwkomer de juiste informatie heeft om vervolgens zelf zijn weg naar hulp of ondersteuning te zoeken. Dit zal de zelfredzaamheid bevorderen. Nazorg Een veel voorkomend geval is dat inburgeraars terugvallen zodra de situatie verandert.

Denk hierbij aan het voltooien van de inburgeringsplicht, waardoor er een groot deel van de dagbesteding wegvalt of aan veranderende financiële omstandigheden doordat men werk heeft gevonden en niet meer in aanmerking komt voor een uitkering. Door in te zetten op langdurige (arbeids-)participatie en nazorg wordt voorkomen dat nieuwkomers terugvallen of problemen krijgen.

In de

Eén lijn: eenzelfde aanbod voor diverse doelgroepen nieuwe Wet inburgering wordt een onderscheid gemaakt tussen statushouders en overige en gezinsmigranten: gemeenten ontvangen middelen om alle onderdelen van de nieuwe wet aan statushouders aan te bieden. Voor overige en gezinsmigranten geldt dat zij de leerroutes zelf dienen te betalen; voor financieel ontzorgen (inclusief begeleiding naar

25

financiële zelfredzaamheid) en maatschappelijke begeleiding vanuit de gemeente komen zij wettelijk gezien niet in aanmerking (zie onderstaande tabel). Wij trekken echter één lijn en zorgen voor eenzelfde aanbod voor zowel statushouders als overige en gezinsmigranten (en andere doelgroepen zoals arbeidsmigranten of uitkeringsgerechtigden). Dit betekent dus dat wij het ook voor kwetsbare overige en gezinsmigranten mogelijk maken dat zij, indien er noodzaak voor of behoefte aan is, maatschappelijke begeleiding kunnen krijgen en geholpen kunnen worden bij financiële zelfredzaamheid. Aan beide groepen wordt dus hetzelfde aanbod gedaan. Het verschil is dat de leerroutes, maatschappelijke begeleiding en begeleiding naar financiële zelfredzaamheid door de overige en gezinsmigranten zelf, via een DUO-lening (leerroutes), of mogelijk via de Participatiewet worden betaald. Op deze manier wordt er voor diverse doelgroepen een integraal aanbod gerealiseerd. Arbeids- en gezinsmigranten Ja

Wettelijke verplichtingen inburgering

Statushouders

Begeleiding bij inburgering (brede intake, PIP, advies, voortgangsgesprekken) Alfabetisering

Ja

De leerroutes (incl. KNM)

Ja

Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) Participatieverklaringstraject (PVT) Maatschappelijke begeleiding Financieel ontzorgen

Ja

Kosten worden door de inburgeraar betaald Kosten worden door de inburgeraar betaald Ja

Ja Ja Ja

Ja Ja Ja

Ja

De “niet-werkende partner” en jongeren Het komt regelmatig voor dat de ingeburgerde partner (doorgaans de man) wordt overvraagd vanuit de privésituatie doordat de partner (doorgaans de vrouw) vaak nog onvoldoende zelfstandig en zelfredzaam is. Door bij het verrichten van maatwerk deze vrouwen (of mannen) extra te ondersteunen naar zelfredzaamheid worden problemen in het dagelijks leven voorkomen. Daarmee wordt voorkomen dat de man overbelast wordt. Dit komt de integratie van zowel de vrouwelijke als mannelijke nieuwkomers ten goede. Ook jongeren behoeven extra aandacht. Het nieuwe inburgeringsstelsel is namelijk alleen gericht op inburgeringsplichtigen: vreemdelingen vanaf 18 jaar van buiten de EU die langdurig in Nederland willen en mogen verblijven. Jongeren zijn dan ook niet inburgeringsplichtig, terwijl zij wel de taal, cultuur en samenleving moeten leren ontdekken en kennen. Voor de kinderen van statushouders is er ook een divers aanbod gerealiseerd. Zo is er aanbod in Vroeg- en Voorschoolse Educatie (VVE) en is er sprake van een schakelklas waarin de kinderen en jongeren extra aandacht en ondersteuning in de taalontwikkeling krijgen. Ook is er een mogelijkheid tot extra huiswerk- en taalbegeleiding.

26

Bijlage 3 Verordening Wet inburgering gemeente Bergen oktober 2010 Verordening Wet Inburgering Gemeente Bergen oktober 2010 De raad van de gemeente Bergen, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 augustus 2010; inzake Verordening Wet inburgering Gemeente Bergen oktober 2010, Gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en de artikelen 8, 19, vijfde lid, 19a, eerste lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid, 24f en 35 van de Wet Inburgering; Overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen over: - de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars, - het vaststellen van een inburgerings- of taalkennisvoorziening ten behoeve van inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgerings- of taalkennisvoorziening is vastgesteld, alsmede - het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd; Besluit vast te stellen de volgende verordening VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE BERGEN oktober 2010 Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en informatieverstrekking Artikel 1 Begripsbepalingen • 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet inburgering (WI), de daarop berustende regelingen en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

• 2 In deze verordening wordt verstaan onder: a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen; b. de wet: de Wet inburgering; c. voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening; d. PIB: persoonlijk inburgering budget. Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars • 1 Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot inburgerings- of taalkennisvoorzieningen. • 2 Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende middelen: a. het verstrekken van schriftelijk voorlichtingsmateriaal; b. een gemeentelijk informatiepunt; c. het geven van digitale informatie op de website van de gemeente Bergen. Hoofdstuk 2 Het vaststellen van een voorziening aan inburgeringsplichtigen Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij voorrang een inburgeringsof taalkennisvoorziening kan vaststellen op basis van de volgende criteria: a. leeftijd; b. inkomen of soort uitkering; c. het hebben van een opvoedingstaak; d. afstand tot de arbeidsmarkt; e. motivatie, eigen aanmelding/initiatief.

27

Artikel 4 De samenstelling van de voorziening • 1 Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. • 2 Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd. • 3 Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten: a. NT-2 onderwijs (taalonderwijs); b. maatschappelijke oriëntatie; c. arbeidsmarktoriëntatie; d. kennis en oriëntatie met betrekking tot opvoeding, gezondheid en onderwijs; e. taalstage; f. voorzieningen zoals genoemd in de vigerende gemeentelijke Re-integratieverordeningen Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren; g. activiteiten of voorzieningen die in het kader van maatwerk bijdragen tot verbetering van het inburgeringsproces in het algemeen en in de lokale samenleving in het bijzonder. Artikel 5 De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget (PIB) • 1 Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een PIB op de volgende wijze: a.

De aanvraag voor een PIB wordt schriftelijk ingediend. b. Het college stelt nadere voorschriften met betrekking tot ondersteuning aan de inburgeringsplichtige bij zijn keuze van inburgeringsbedrijf en de vormgeving van de inburgering. • 2 Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma: a. naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en b. het regulier inburgeringsaanbod van de gemeente naar het oordeel van het college niet passend is; en c. wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: - ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel; - beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie; - beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma's en taalkennisvoorzieningen. • 3 Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening: a. naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en b.

het regulier inburgeringsaanbod van de gemeente naar het oordeel van het college niet passend is; en c. wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: - ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel; - beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie; - beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma's en taalkennisvoorzieningen. 28

•

•

•

4 Het persoonlijk inburgeringsbudget bedraagt de hoogte van de opleidingskosten met een maximum van € 5.000, - per inburgeraar en wordt per inburgeraar maximaal 1 keer verstrekt. 5 Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit het college een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf. 6 Het college kan nadere voorwaarden stellen aan de verstrekking van een PIB.

Artikel 6 De inning van de eigen bijdrage • 1 De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt in ten hoogste 10 termijnen betaald. • 2 Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de voorziening de betalingswijze en de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd. Artikel 7 Opleggen van verplichtingen Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer van de volgende verplichtingen opleggen: a. het deelnemen aan de voorziening; b. het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider; c. het deelnemen aan voortgangsgesprekken; d. voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat door het college wordt bepaald; e. het diezelfde dag melden indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan; f. overige verplichtingen die het bereiken van het doel van de voorziening kunnen ondersteunen. Artikel 8 de inhoud van de beschikking Het besluit tot vaststelling van een inburgerings- of taalkennisvoorziening bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de inburgerings- of taalkennisvoorziening; b. een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige; c.

de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald; d. de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage; en e. ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet, aanvangt. Hoofdstuk 3 De bestuurlijke boete Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen • 1 De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 200,- indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. • 2 De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 400,- indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgerings- of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 7 van deze verordening. 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10774983/1