Beleidsplan Toezien, toezicht & handhaving Wmo en Jeugdwet Noord- en Midden-Limburg juni 2026-2033
Tekst van het document
Toezien, Toezicht en Handhaving Wmo en Jeugdwet Beleidsplan Noord- en Midden-Limburg Juni 2026-2033
Inhoud 1.
Inleiding ...........................................................................................................................1
2.
Visie ................................................................................................................................2
3.
Uitgangspunten visie .........................................................................................................2
4.
Doel en reikwijdte .............................................................................................................4
5.
Vormen van toezicht ..........................................................................................................5
6.
De 7 basisprincipes van toezicht..........................................................................................6
7.
Rol toezichthouder ............................................................................................................7
8.
Handhaving ......................................................................................................................8
9.
Samenwerking met ketenpartners.......................................................................................9
10.
Wettelijke kaders en lokale regelgeving ............................................................................9
11.
Conclusie en vooruitblik ............................................................................................... 11
Geraadpleegde bronnen .......................................................................................................... 12
1. Inleiding Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bieden van passende ondersteuning aan inwoners die dit nodig hebben in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Jeugdwet. Vanuit deze wetten hebben gemeenten daarom de taak gekregen om toezichthouders aan te stellen, die voor de Wmo het complete kwaliteits- en rechtmatigheidstoezicht voor hun rekening nemen. Vanuit de Jeugdwet is het toezicht op de kwaliteit belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)1, waar gemeenten een aanvullende bijdrage op kunnen leveren. Het rechtmatigheidstoezicht is ook bij de Jeugdwet, op grond van de Regeling Jeugdwet, volledig belegd bij de gemeenten. Toezicht en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet zijn beide gericht op het waarborgen dat inwoners passende, veilige en rechtmatige ondersteuning ontvangen. Dit helpt risico’s voor kwetsbare inwoners te beperken en zorgt ervoor dat zij zo goed mogelijk worden geholpen. Daarnaast bevordert dit de doelmatige en efficiënte inzet van de schaarse middelen, wat bijdraagt aan vertrouwen van inwoners in de geboden ondersteuning. Een belangrijk aandachtspunt binnen het toezicht op de Wmo en Jeugdwet is het voorkomen en bestrijden van zorgfraude. Bij zorgfraude gaat het om het constateren van bewuste ondoelmatigheid, onrechtmatigheid en/of gebrek aan kwaliteit van ondersteuning.
Landelijk wordt steeds vaker gesignaleerd dat malafide zorgaanbieders misbruik maken van publieke zorggelden, bijvoorbeeld door het declareren van niet-geleverde zorg, het inzetten van ongekwalificeerd personeel of het beïnvloeden van ondersteuningsindicaties. De verwevenheid tussen zorg, ondersteuning en georganiseerde criminaliteit neemt toe. Gemeenten hebben de taak om deze risico’s te beperken via screening bij inkoop, het opstellen van duidelijke contractvoorwaarden, en het versterken van het rechtmatigheidstoezicht. Door zorgfraude serieus te nemen en structureel te integreren in beleid en uitvoering, kunnen gemeenten de integriteit van het zorgstelsel beter waarborgen en kwetsbare inwoners beschermen. Om uitvoering te geven aan de visie, zoals verwoord in dit beleidsplan, stelt het college een uitvoerend kader vast. Hierin is de werkwijze van toezicht en handhaving uitgewerkt. Samenwerken in de regio op het gebied van toezicht en handhaving In de regio Noord Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo, Venray) en Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) werken veertien gemeenten samen binnen de Wmo en de Jeugdwet. Dat doen de gemeenten op verschillende regionale schaalniveaus, onder andere via de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Limburg-Noord (hierna: MGR).
Het gaat om bijvoorbeeld beschermd wonen, individuele begeleiding of ambulante jeugdhulp. Het kwaliteitstoezicht voor de Wmo en rechtmatigheidstoezicht voor de Wmo en Jeugdwet wordt regionaal uitgevoerd door de toezichthouders kwaliteit en rechtmatigheid.
1
https://www.igj.nl/
1
2. Visie Iedere inwoner moet volwaardig mee kunnen doen in de samenleving “Ons toezicht is en kunnen rekenen op passende, betrouwbare ondersteuning vanuit de Wmo en Jeugdwet. Toezien, toezicht en handhaving zijn daarvoor preventief, stimulerend én belangrijke middelen: ze zorgen ervoor dat de ondersteuning die corrigerend: gericht op inwoners ontvangen betrouwbaar en van goede kwaliteit is. het versterken van Gemeenten in Noord- en Midden-Limburg nemen toezien, toezicht en handhaving serieus en laten daarbij geen ruimte voor misbruik of kwaliteit, maar ook op het nalatigheid. Wij geloven in een aanpak die primair gericht is op het stellen van duidelijke voorkomen van problemen, het versterken van vertrouwen en het grenzen.” stimuleren van verbetering – want voorkomen is beter dan genezen. Tegelijkertijd maken we ook werk van handhaven. Wanneer normen structureel worden overschreden of verbeteracties uitblijven, treden we daadkrachtig en zichtbaar op. Handhaving is daarmee niet alleen een logisch vervolg op toezicht, maar ook een randvoorwaarde om het vertrouwen van inwoners en samenleving te behouden. Ons toezicht is dus preventief, stimulerend én corrigerend: gericht op het versterken van kwaliteit, maar ook op het stellen van duidelijke grenzen.
Zo zorgen we ervoor dat inwoners kunnen vertrouwen op een goed functionerend systeem van ondersteuning binnen de Wmo en Jeugdwet en volwaardig mee kunnen doen in de samenleving.
3. Uitgangspunten visie De visie is vertaald in de volgende concrete uitgangspunten: Integraal toezicht doen we samen Toezien en toezicht is van iedereen en doen we samen. Iedereen heeft zijn eigen bevoegdheden en taken, bijvoorbeeld de contractmanagers zijn bevoegd tot het toezien op de naleving van de contractafspraken. De toezichthouder daarentegen beschikt over bevoegdheden op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), Wmo, Jeugdwet en verordeningen ten behoeve van zijn toezichtstaak. Een integrale aanpak vereist echter goede samenwerking binnen en tussen de gemeentelijke organisatie(s), met aanbieders en bijvoorbeeld met de rijksinspectie(s). Ook de samenwerking met inwoners die ondersteuning ontvangen is van cruciaal belang. Zij weten immers welke ondersteuning ze hebben ontvangen en wat zij hieraan hebben gehad.
Voorbeeld Een toegangsmedewerker ontvangt signalen van een inwoner over onregelmatige huishoudelijke hulp. Samen met de contractmanager wordt gekeken naar eerdere meldingen en gegevens over de aanbieder. De toezichthouder voert vervolgens een formeel onderzoek uit op basis van de Wmo. Gesprekken met medewerkers en dossieronderzoek bevestigen de knelpunten. Dit kan leiden tot verbeterafspraken met de aanbieder over planning, communicatie en kwaliteit.
Vertrouwen als basis voor samenwerking Een goede en duurzame samenwerking tussen inwoners, gemeenten en zorgaanbieders begint bij vertrouwen. Dit vertrouwen is niet vanzelfsprekend, maar groeit door openheid, verantwoordelijkheid en wederzijds begrip. Het groeit wanneer: • Duidelijk gecommuniceerd wordt door de gemeente richting aanbieders en inwoners, met daarbij aandacht voor het verschil in communicatie richting beide partijen. • Geboden ondersteuning transparant en aantoonbaar goed wordt geleverd; • Adequate verantwoording plaatsvindt; • Er sprake is van een toetsbare en lerende houding; 2
• Risico’s realistisch worden ingeschat en beheerst; • En partijen zich inspannen om hun contractuele afspraken na te komen. Toezicht speelt hierin een cruciale rol. Het staat niet los van vertrouwen, maar versterkt het juist. Voorbeeld Toezichthouder signaleert dat zorgaanbieder X moeite heeft met het betrekken van cliënten bij het opstellen van ondersteuningsplannen. In plaats van direct handhavend op te treden, gaat de toezichthouder in gesprek, deelt goede voorbeelden uit de regio en stimuleert reflectie. Door deze benadering ontstaat ruimte voor verbetering, voelt zorgaanbieder X zich serieus genomen en groeit het vertrouwen in het toezicht als een partner in kwaliteit. Ook voor inwoners wordt zichtbaar dat er aandacht is voor hun ervaringen en behoeften, wat het vertrouwen in de ondersteuning vanuit de gemeente versterkt.
Passende ondersteuning voor inwoners Als gemeenten hebben we de taak om tijdig passende ondersteuning te organiseren wanneer inwoners tijdelijk of langdurig hulp nodig hebben. Op dat moment kunnen we spreken van een kwetsbare situatie die kan verergeren wanneer niet tijdig hulp wordt geboden. Om effectief te zijn moet deze hulp doelmatig, rechtmatig en van goede kwaliteit zijn. Met toezien en toezicht stellen we hier kaders voor. Hierdoor kunnen we ook controleren of de schaarse collectieve middelen die ingezet worden voor de ondersteuning een bijdrage leveren aan het doorbreken van de kwetsbare situatie voor inwoners. Toezien, toezicht en handhaving aan de hand van de Cirkel van naleving We geven regionaal uitvoering aan naleving en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet volgens het concept ‘Hoogwaardig Handhaven’. Dit concept bevat vier fasen die samen de ‘Cirkel van naleving’ vormen. Op deze wijze handelen we als regio gemeenten op een eenduidige manier. Ook ligt bij de Cirkel van Naleving eerst de nadruk op verbeteren en stimuleren, daarna pas op controleren en sanctioneren. De Cirkel van naleving richt zich op preventie (voorkomen) en correctie (sanctioneren) en heeft tot doel dat inwoners en aanbieders een grotere bereidheid hebben om zich aan de regels te houden.
Fase 1 (communiceren) en fase 2 (dienstverlenen) zijn vooral gericht op het voorkomen van onder andere kwalitatief onvoldoende ondersteuning of onrechtmatige toekenning en/of gebruik hiervan. In deze fasen worden alle samenwerkingspartners optimaal voorgelicht over hun rechten en plichten en wordt ondersteuning geboden om hieraan te voldoen. Pas in fase 3 (controleren) en fase 4 (sanctioneren) komen de vormen van toezicht en handhaving aan de orde. Op deze manier stimuleren wij inwoners en aanbieders om van hun rechten op de hoogte te zijn en zich aan hun plichten te houden door het vergroten van het bewustzijn hiervan aan de voorkant.
3
Figuur 1. Cirkel van naleving (“Handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet”, VNG Realisatie, juni 2017).
4. Doel en reikwijdte Het beoogde resultaat van het regionaal toezicht is het waarborgen van: • Kwaliteit • Rechtmatigheid van Wmo-ondersteuning en Jeugdhulp2 door aanbieders en (informele) hulpverleners. En hierbij is de doelmatigheid, beschikbaarheid en toegankelijkheid van deze hulp en ondersteuning een belangrijk aandachtspunt voor duurzame hulpverlening. Deze visie heeft betrekking op het toezien, toezicht en handhaving binnen de gemeenten van de regio’s Noord- en Midden-Limburg. Het omvat het kwaliteitstoezicht en het rechtmatigheidstoezicht op zowel Zorg in Natura aanbieders (ZIN) als persoonsgebonden budgetten (pgb). Toezien is een ruimer begrip dan toezicht houden. Toezicht houden maakt wel onderdeel uit van toezien, maar is geen taak van de hele gemeenschap en is alleen een taak van de toezichthouders. • •
•
Toezien houdt in: zorgen dat het goed gaat, zoals bedoeld. Dit gaat over de inkoop van voorzieningen, toegang tot voorzieningen, (regie op de) uitvoering van voorzieningen, maar ook contractbeheer. Toezien is een taak van de hele gemeenschap. Toezicht houdt in: het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het daarna beoordelen van de informatie en het ingrijpen als dit nodig is. Het beoordelen van informatie moet plaatsvinden op basis van vooraf vastgestelde criteria. Het ingrijpen moet – afhankelijk van de maatregel die wordt ingezet – plaatsvinden op basis van rechtsregels. Indien wordt vastgesteld dat een inwoner of aanbieder niet voldoet aan de gestelde eisen of afspraken, kan er worden gehandhaafd. Handhaving betekent: het passend sanctioneren van gedrag van de inwoner of aanbieder dat niet conform de gestelde eisen of afspraken is.
2
Het toezicht op de kwaliteit van jeugdhulp is landelijk belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Echter, het toezien op de kwaliteit van jeugdhulp is wel een taak van (regio)gemeenten.
4
Het toezicht op mogelijk misbruik en oneigenlijk gebruik binnen de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) valt buiten de scope van dit beleidsplan. Dit toezicht is belegd bij de Sociale Recherche van elke gemeente en de kaders hiertoe zijn opgenomen in de lokale verordeningen per gemeente.
5. Vormen van toezicht Er zijn verschillende vormen van toezicht die toezichthouders in kunnen zetten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen preventief, themagericht, signaalgestuurd toezicht en het toezicht op calamiteiten en geweldsincidenten. Het toezichtsmodel in de figuur hieronder zet de verschillende vormen van toezicht af tegen de mate van proactief- en reactief handelen. Toezicht naar aanleiding van calamiteiten en geweldsincidenten is een expliciete bepaling in de Wmo en Jeugdwet3. Er dienen echter ook preventieve onderzoeken plaats te vinden, en er dient getoetst te worden op risico’s, al dan niet op basis van signalen over (mogelijk) onvoldoende kwaliteit of onrechtmatigheid. Hieruit volgen de genoemde vormen van toezicht. Ons toezicht is preventief, stimulerend én corrigerend. Dit betekent dat wij er belang aan hechten dat er niet alleen reactieve vormen van toezicht plaatsvinden, maar juist ook proactieve vormen van toezicht.
Figuur 2. Vormen van toezicht
Preventief toezicht Bij preventief toezicht maken aanbieders kennis met het toezicht op de Wmo en Jeugdwet. De toezichthouders krijgen tevens inzicht in de werkzaamheden van aanbieders en de kwaliteit van 3
Het toezicht naar aanleiding van calamiteiten en geweldsincidenten binnen Wmo is belegd bij de lokale/regionale toezichthouder. Toezicht naar aanleiding van calamiteiten en geweldsincidenten binnen de Jeugdwet is belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
5
ondersteuning. Het doel is dat toezicht zichtbaar en op de hoogte blijft van wat er speelt bij de aanbieders, wat kan leiden tot signalering voor themagericht en signaalgestuurd toezicht. Themagericht toezicht Themagericht toezicht vindt plaats op basis van vooraf vastgestelde thema’s. Deze thema’s zijn gebaseerd op risicoprofielen en signalen vanuit zowel de verschillende gemeenten als externe partijen of betrokkenen. Het doel van themagericht toezicht is om vroegtijdig eventuele knelpunten of gebreken in de kwaliteit en/of rechtmatigheid van de ondersteuning bloot te leggen. De thema’s worden afgestemd met input vanuit de gemeenten, met o.a. contractmanagement en beleid. Ook signalen vanuit inwoners, de gemeenteraad, of aanbieders kunnen onderwerp van themagericht toezicht zijn. Themagericht toezicht kan aangekondigd of onaangekondigd plaatsvinden. Signaalgestuurd toezicht Signaalgestuurd toezicht vindt plaats bij aanbieders, waarover signalen zijn ontvangen. Een signaal betreft alle informatie omtrent de kwaliteit en/of rechtmatigheid van de ondersteuning. Signalen kunnen divers van aard zijn en door verschillende betrokkenen (bijvoorbeeld door medewerkers van de gemeente, hulpverleners of inwoners) gemeld worden. Signaalgestuurd toezicht kan aangekondigd of onaangekondigd plaatsvinden.
Het doel van het toezicht is om vast te stellen of sprake is van gebreken in de kwaliteit en/of rechtmatigheid van de ondersteuning en zo ja, in welke mate. Toezicht op calamiteiten en geweldsincidenten Toezicht op calamiteiten en geweldsincidenten vindt plaats naar aanleiding van meldingen van calamiteiten en/of geweldsincidenten. Het doel van deze vorm van toezicht is om vast te stellen en te beoordelen hoe de kwaliteit van ondersteuning was voorafgaand aan een calamiteit of geweldsincident. Het gaat niet om de schuldvraag. Uitgangspunt is de vraag of een dergelijke calamiteit in de toekomst vermijdbaar is. De toezichthouder verwacht dat een aanbieder (indien mogelijk) zelfonderzoek verricht naar een calamiteit of geweldsincident. Het doel van het zelfonderzoek is dat de aanbieder leert van de calamiteit. Dit verkleint de kans op herhaling en kan uiteindelijk de ondersteuning verbeteren. De toezichthouder kwaliteit verwacht van de aanbieder dat hij ook eventuele verbetermaatregelen formuleert op basis van de oorzaken van de calamiteit.
6. De 7 basisprincipes van toezicht Toezicht kent een zevental basisprincipes die de basis vormen van kwalitatief goed toezicht. Deze basisprincipes worden hieronder kort toegelicht. Toezicht is objectief en onafhankelijk Inwoners en aanbieders moeten kunnen vertrouwen op het objectieve en onpartijdige oordeel van de toezichthouder. Het toezicht is onafhankelijk van bestuur, politiek en van de ambtelijke afdelingen binnen de gemeente die verantwoordelijk zijn voor het beleid en de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet. Het toezicht staat op gepaste afstand van beleid, inkoop, contractmanagement en uitvoering, maar werkt wel samen. Op die manier versterkt toezicht beleid en uitvoering en krijgt de toezichthouder de noodzakelijke informatie om het toezicht vorm te geven. Transparantie in toezicht Transparantie over toezicht (en handhaving) draagt bij aan het vertrouwen van de Noord-Limburgse en Midden-Limburgse gemeenten en haar toezichthouders ten opzichte van aanbieders en inwoners.
6
Samenwerkend Voor toezicht en handhaving zijn er partijen actief op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Samenwerking op het gebied van toezicht is van belang met het oog op de volgende doelen: • Om de toezichtlast bij aanbieders en inwoners beperkt te houden. Aanbieders hebben vaak te maken met meerdere toezichthouders, bijvoorbeeld bij jeugd omdat daar het toezicht is gesplitst tussen gemeente en IGJ. Ook werken aanbieders vaak vanuit meerdere wettelijke kaders waardoor ze te maken krijgen met meerdere toezichthouders zoals zorgkantoren, zorgverzekeraars en de Nederlandse Zorgautoriteit. • Vanwege de effectiviteit van het toezicht, denk hierbij aan de bundeling van signalen en kennisdeling. De geldende juridische kaders voor informatiedeling en privacy (de Algemene verordening gegevensbescherming) (AVG) vormen hierbij de randvoorwaarden. Slagvaardig De toezichthouder stimuleert aanbieder om zelf het gewenste resultaat te bereiken. Het uitgangspunt daarbij is dat het toezicht zacht is waar het kan en hard waar het moet. Het toezicht moet slagvaardig zijn, met name als de situatie dat vereist. Selectief Om goed toezicht te houden voor veertien gemeenten samen – met een groot aantal aanbieders en cliënten – moeten keuzes gemaakt worden over de inzet van het toezicht.
Op basis van in kaart gebrachte risico’s of beleidsthema’s wordt een bewuste keuze gemaakt waarop we onze beperkte toezichtcapaciteit inzetten: meer waar nodig, minder waar het kan. Professioneel Om toezicht en handhaving op professionele wijze te kunnen inrichten zijn gekwalificeerde mensen nodig. Daarbij is onderscheid nodig tussen toezicht op kwaliteit enerzijds en toezicht op rechtmatigheid anderzijds. Bij professionaliteit hoort ook de kwaliteitscyclus van uitvoeren, meten, evalueren en verbeteren. Reflectief De toezichthouders evalueren regelmatig de uitvoering, uitkomsten en bevindingen van het toezicht om de kwaliteit te verbeteren. Bij deze reflectie worden diverse stakeholders betrokken.
7. Rol toezichthouder Een toezichthouder Wmo en Jeugdwet heeft een belangrijke en veelzijdige rol binnen gemeenten, welke vorm is gegeven volgens de vier voorgenoemde vormen van toezicht en de zeven voorgenoemde basisprincipes. De toezichthouder signaleert, controleert en adviseert of de ondersteuning daadwerkelijk en conform de gestelde wettelijke voorwaarden, gemeentelijke verordeningen en contractuele voorwaarden is verleend en of de declaraties rechtmatig zijn geweest. De toezichthouder heeft hierin een onafhankelijke positie en kan conform dit beleidsplan onderzoek doen. De toezichthouder acteert niet alleen op signalen, maar onderzoekt ook proactief. De toezichthouder voert alle vormen van de in hoofdstuk 5 genoemde vormen van toezicht uit. Taken van een toezichthouder in de praktijk Toezicht bestaat uit een aantal facetten: toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid, waarvan doelmatigheid onderdeel uitmaakt. In het hiernavolgend schema is uitgewerkt welke taken onder de verschillende vormen vallen en welke instantie bevoegd is om deze taken uit te voeren.
7
Wet Wmo 2015
Jeugdwet
Toezicht op Kwaliteit
Toezicht door Toezichthouder
Rechtmatigheid
Toezichthouder
Kwaliteit
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) Toezichthouder
Rechtmatigheid
Taak Onderzoeken van calamiteiten en geweldsincidenten bij verstrekking van voorzieningen; Toezichthouden op de gestelde kwaliteitseisen. Onderzoeken of de verstrekte middelen zijn ingezet waarvoor ze zijn bedoeld. Zie website IGJ4.
Onderzoeken of de verstrekte middelen zijn ingezet waarvoor ze zijn bedoeld.
Rol contractmanagement in relatie tot toezicht De toezichthouder werkt nauw samen met contractmanagement. Echter zijn de taken en bevoegdheden richting aanbieders verschillend. In het inkooptraject wordt voorafgaand aan de contractering getoetst of de aanbieder voldoet aan alle algemene en specifieke eisen en worden afspraken gemaakt over de wijze van levering. Een contractmanager geeft aan de hand van de contracten sturing aan de dienstverlening en de naleving van de gestelde eisen en voorwaarden in de contracten door de aanbieder. De contractmanager houdt zich daarnaast bezig met het managen van de relatie tussen aanbieder en gemeente en bouwt daarbij een vertrouwensrelatie op met respect voor de belangen van interne en externe belanghebbenden.
8. Handhaving Handhaving is nauw verbonden met toezicht. Het is een mogelijke vervolgstap of het sluitstuk van toezicht. Toezicht richt zich meer op controle en preventie (naleving). Handhaving is niet altijd aan de orde, maar wordt ingezet wanneer bevindingen vanuit het toezicht vragen om het passend sanctioneren van gedrag dat niet conform de gestelde eisen of afspraken is. Er zijn verschillende maatregelen die kunnen worden ingezet, variërend in zwaarte van maatregel: • • • • •
4
Advies- en stimuleringsmaatregelen Corrigerende maatregelen Bestuursrechtelijke maatregelen Privaatrechtelijke maatregelen Strafrechtelijke maatregelen.
https://www.igj.nl/over-ons
8
Welke maatregel ingezet wordt, wordt altijd zorgvuldig afgewogen op de omstandigheden van een specifiek geval. Uitgangspunt hierbij is dat slagvaardig wordt opgetreden, maar dat de maatregel in verhouding moet staan tot de geconstateerde feiten. Hierbij staat onze visie voorop: voorkomen is beter dan genezen. Ons toezicht is preventief, stimulerend én corrigerend: gericht op het versterken van kwaliteit, maar ook op het stellen van duidelijke grenzen.
9. Samenwerking met ketenpartners Een integrale aanpak is nodig om te borgen dat de inwoners van de regio's Noord-Limburg en Midden-Limburg de ondersteuning die zij nodig hebben daadwerkelijk ontvangen van de wettelijke en contractueel afgesproken kwaliteit. Iedereen heeft hier een rol in en draagt eigen verantwoordelijkheid binnen zijn bevoegdheden. Het vraagt alertheid op kwaliteit, misbruik en onrechtmatigheid van iedereen binnen de gemeentelijke organisaties. Toezicht en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet vereist nauwe samenwerking en duidelijke rolverdeling tussen de gemeenten en de MGR, maar ook samenwerking over de gemeentegrenzen heen met externe partners (bijvoorbeeld de IGJ, het zorgkantoor, het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) of het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Limburg (RIEC)), voor zover dit wettelijk is toegestaan. Binnen de regio's Noord-Limburg en Midden-Limburg wordt samengewerkt met de volgende partners van de 14 gemeenten: Voorbeeld • Aanbieders • Inwoners De toezichthouder bezoekt aanbieder X en constateert dat de • Gemeentelijke toegang VOG’s van de professionals niet op orde zijn en een deel van de • Frontoffices professionals niet over de juiste kwalificaties beschikt.
De • Backoffices aanbieder voert verbetermaatregelen door zodat de • Toezichthouders professionals over de juiste en actuele VOG’s beschikken, maar • Contractmanagers voldoet nog steeds niet over voldoende gekwalificeerde • Data analisten professionals. Omdat de aanbieder ook ondersteuning biedt • Business controllers binnen de Jeugdwet geeft de toezichthouder het signaal door • Beleidsmedewerkers aan de IGJ. • Juristen • Inkopers
10.
Wettelijke kaders en lokale regelgeving
Zoals eerder genoemd zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van zowel de Wmo als de Jeugdwet. In artikel 6.1 lid 1 van de Wmo is de wettelijke grondslag van de toezichthoudende taak vanuit de gemeente opgenomen. Hierin staat omschreven dat het college van burgemeester en wethouders personen aanwijst die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van de Wmo. Deze toezichthouders hebben bevoegdheden zoals opgenomen in titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Jeugdwet omschrijft in artikel 9.1 en 9.2 de toezichthoudende taak van de IGJ op grond van kwaliteit. Op grond van artikel 2.9 van de Jeugdwet dient de gemeenteraad in de verordening regels op te stellen over onder andere de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een pgb, en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Dit biedt de 9
grondslag voor het toezicht op rechtmatigheid en doelmatigheid. In de gemeentelijke verordening is geregeld dat het college van burgemeester en wethouders personen aanwijst die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van de rechtmatige uitvoering van de Jeugdwet. In paragraaf 6b. van de Regeling Jeugdwet is bepaald dat het college materiële controles en fraude-onderzoek kan verrichten. Naast de wettelijke eisen en gestelde eisen in de gemeentelijke verordeningen hebben gemeenten op grond van het privaatrecht overeenkomsten gesloten met aanbieders. Deze overeenkomsten vallen onder het verbintenissenrecht dat geregeld is in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Het toezien op de naleving van de verplichtingen op grond van de overeenkomsten geschiedt door de (regionale) contractmanagers. Wetteksten en inkoopdocumenten Alle wetteksten en lokale regelgevingen zijn terug te vinden op de website www.overheid.nl. Daarnaast zijn de aanbestedingsstukken met (kwaliteits)eisen gepubliceerd en voor iedereen raadpleegbaar op de website van de MGR of (regionale) websites van gemeenten. Algemeen controleplan Jeugdwet De Regeling Jeugdwet schrijft in artikel 6b.3 lid 2 voor dat de gemeente een algemeen controleplan opstelt. Het algemeen controleplan wordt gemaakt op basis van een algemene risicoanalyse.
In het algemeen controleplan beschrijft de gemeente waarop de controle zich richt en welke methodes worden gebruikt. Het algemeen controleplan wordt regionaal opgesteld en wordt als separaat document gepubliceerd. Het algemene controleplan is te vinden op de website van de MGR5. Specifiek controleplan Jeugdwet Naast het algemeen controleplan dient in bepaalde gevallen – namelijk bij het verrichten van een detailcontrole – ook een specifiek controleplan te worden opgesteld op grond van artikel 6b.5 lid 1 sub b van de Regeling Jeugdwet. In dit plan wordt voor één specifieke aanbieder of voor één specifiek thema aangegeven wat het specifieke controledoel is, welke objecten worden gecontroleerd en welke methoden van controleren worden ingezet. Dit plan wordt opgesteld op basis van signalen of risico’s van (vermoedens van) niet-naleving, die naar voren komen uit het algemene controleplan. Proportionaliteit en subsidiariteit Bij de uitvoering van de controles dient de toezichthouder altijd de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit op grond van artikel 3:3 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht in acht te nemen. Het proportionaliteitsbeginsel houdt in deze in dat de gevraagde inspanning door de aanbieder in een acceptabele verhouding moet staan tot het controledoel.
Subsidiariteit betekent dat de gemeenten het minst ingrijpende middel moeten inzetten om het controledoel te bereiken. De subsidiariteit is met name van belang als het gaat om de verwerking van persoonsgegevens. Hier geldt: er worden niet meer persoonsgegevens verwerkt dan noodzakelijk is om het vastgestelde controledoel te kunnen behalen. Wet Bibob De Wet Bibob (Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur) biedt gemeenten de mogelijkheid om de integriteit van zorgaanbieders te toetsen. Op grond van de Wet Bibob is het mogelijk om een Bibob-onderzoek te doen naar zorgaanbieders binnen de Wmo en de Jeugdwet. Dit betekent dat gemeenten bij de gunning of continuering van overeenkomsten voor zorgen jeugdhulpverlening een Bibob-onderzoek kunnen uitvoeren. Het doel van de Wet Bibob is om te voorkomen dat overheidsopdrachten, subsidies en vergunningen worden misbruikt voor criminele activiteiten zoals fraude, witwassen en andere vormen van georganiseerde criminaliteit. 5
Algemeen controleplan MGR | Sociaal Domein Limburg-Noord
10
Door zowel de gemeenten als door MGR kan de Wet Bibob worden toegepast, zowel gedurende inkooptrajecten als gedurende de looptijd van overeenkomsten waarin de wet Bibob is opgenomen. Lokale beleidskaders Daar waar nodig en mogelijk worden lokale verordeningen, beleids- en nadere regels afgestemd op de kaders die in deze visie worden vastgesteld. Deze zijn te raadplegen via de website www.overheid.nl.
11.
Conclusie en vooruitblik
Met dit beleidsplan geven de veertien gemeenten in Noord- en Midden-Limburg gezamenlijk richting aan een professioneel, transparant en effectief toezicht- en handhavingsbeleid binnen het sociaal domein. Door te werken vanuit de visie van “Hoogwaardig Handhaven” en de Cirkel van Naleving, wordt ingezet op het voorkomen van misbruik en het versterken van de kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid van de ondersteuning. De kracht van dit beleid ligt in de integrale samenwerking tussen gemeenten, ketenpartners en inwoners. Vertrouwen, professionaliteit en reflectie vormen de basis voor een lerende organisatie waarin toezicht niet alleen corrigeert, maar ook bijdraagt aan verbetering. We evalueren onze visie en werkwijze via de doelen die we in het uitvoerend kader stellen. Bij het opstellen van een nieuw uitvoerend kader kijken we terug op het afgelopen uitvoerend kader en stellen we nieuwe doelen. Zo creëren we een lerende aanpak, waarbij toezicht en handhaving continu worden verbeterd. De komende jaren blijven we investeren in kennis, samenwerking en innovatie om het toezicht verder te versterken. Daarbij blijven we alert op maatschappelijke ontwikkelingen en passen we ons beleid aan waar nodig. Zo zorgen we ervoor dat iedere inwoner kan rekenen op passende, betrouwbare en toekomstbestendige ondersteuning. Voorkomen is beter dan genezen: samen tegen zorgfraude.
11
Geraadpleegde bronnen Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (2025). Algemene informatie ‘Over ons ‘IGJ’. Opgehaald van https://www.igj.nl/over-ons Landelijke Overheid (2025). Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Opgehaald van wetten.nl - Regeling - Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur - BWBR0013798 Lokale wet- en regelgeving Overheid (2025). Lokale verordeningen, beleids- en nadere regels van de veertien gemeenten in Noord- en Midden-Limburg. Opgehaald van https://overheid.nl Pro Facto. (2025). Groningen: Pro Facto. Opgehaald van https://www.rekenkamers.nl/wpcontent/uploads/2025/05/Zorgfraude-in-beeld-Rekenkameronderzoek-gemeentelijkeaanpak-Noord-Limburg.pdf RIEC Limburg. (2025). Ondermijning in de zorg: Het Limburgse zorgstelsel in gevaar? Maastricht: RIEC Limburg. Opgehaald van https://kennisplatformondermijning.nl/attachment/entity/25bc0de4-d62d-4e0e-82885a13edeecd81 Sociaal Domein Limburg-Noord (2023). Algemeen controleplan ten behoeve van controle Jeugdwet en Wmo voor gecontracteerde partijen MGR sociaal domein Limburg-Noord. Opgehaald van Algemeen_controleplan_MGR.pdf VNG Realisatie. (2017). Handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet. Den Haag: VNG Realisatie. Opgehaald van https://vng.nl/sites/default/files/2024-02/handreiking-handhaving-ennaleving-wmo-2015-en-jeugdwet.pdf
12