Beleidsplan Armoede en schuldhulpverlening 2023 aangepast DEF
Tekst van het document
Bij deze groep is meestal sprake van problematiek op meerdere terreinen. Denk hierbij aan verslaving, psychische problematiek of een ernstige geestelijke beperking. In sommige gevallen is dan eerst behandeling of begeleiding door andere instanties noodzakelijk. In dit geval is de taak van de schuldhulpverlener dan doorverwijzen of overdragen. In andere gevallen kan naast behandeling of begeleiding door een andere instantie wel al schuldhulpverlening opgestart worden. Tot deze groep behoort ook de schuldenaar die zijn gedrag niet wil veranderen om tot een schuldenregeling te komen. Feit is dat door de diversiteit van de problematiek, de motivatie en de vaardigheden van de schuldenaar er niet eenduidig aan te geven is, welk instrument ingezet moet worden. Het meest ingezette instrument zal zijn de ‘flankerende hulp’, voor zover de inwoner nog niet in behandeling is of onder begeleiding staat. Een integrale aanpak is bij deze groep van doorslaggevend belang. Schakelen door de schuldhulpverlener met betrokken netwerkpartners is hierbij van essentieel belang.
Pagina 22 van 24
On-regelbare schuldenaar met on-regelbaar schuldenpakket
On-regelbaar schuldenpakket
On-regelbare schuldenaar Gemeente kan niets of nauwelijks iets betekenen
Bij deze groep is sprake van problematiek op meerdere terreinen en is een schuldregeling pas na heel lange periode of zelfs nooit mogelijk. Langdurige begeleiding door een hulpverlenende instantie is hierbij aan de orde. Vanuit schuldhulpverlening kan wel financiële ondersteuning geboden worden, zoals: • Advisering bij inkomens vergrotende en uitgaven besparende maatregelen; • Hulp bij de omgang met schuldeisers en deurwaarders; • De administratie op orde brengen; • Borgen van betaling van de vaste lasten.
Pagina 23 van 24
Bijlage 4. Samenvatting onderzoek KWIZ
Minimahuishoudens • • •
Aandeel minimahuishoudens net iets lager dan landelijk; Meeste minima hebben een uitkering vanuit de Participatiewet; Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudens.
Minimakinderen tot 18 jaar • •
117 minimakinderen groeien op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent van de Wet Sociaal Minimum (Wsm); Twee derde van de minimakinderen groeit op in het dorp Nieuw-Bergen.
Minimaregelingen • • • •
Het bereik van de collectieve zorgverzekering ligt hoger dan het bereik in andere gemeenten; Het bereik van de bijzondere bijstand ligt redelijk in lijn met het gemiddelde bereik in andere gemeenten; Het bereik van overige regelingen ligt lager dan dat van andere gemeenten; Minimahuishoudens maken meestal gebruik van één regeling.
Meervoudige problematieken • • •
54 minimahuishoudens tot 110 procent Wsm heeft in 2021 een Wmo-voorziening; 60 huishoudens hebben in de analyseperiode een vorm van schuldhulpverlening, daarvan hebben 20 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm. Dat is 9 procent van alle minimahuishoudens (tot 110 procent Wsm); 21 minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm heeft een of meerdere kinderen met een indicatie voor de Jeugdwet.
Pagina 24 van 24