Begroting MGR SDLN 2025-2028 incl gewijzigde begroting 2024 small
Tekst van het document
BEGROTING
2025 - 2028 incl. gewijzigde begroting 2024
Sociaal Domein
MBURG - NOORD
VOORWOORD Hierbij bieden we u de begroting 2025 - 2028 en de gewijzigde begroting 2024 aan van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Limburg-Noord (MGR). Waar de MGR tot nu toe de programmabegroting over de aankomende vier jaren en de gewijzigde begroting van het lopende jaar altijd apart gepresenteerd heeft, is vanaf dit jaar gekozen om de begroting 2025-2028 en de gewijzigde begroting 2024 in één boekwerk op te nemen. Wij zien het als onderdeel van onze opdracht om een begroting voor te leggen waarin de activiteiten en de plannen van de MGR zijn opgenomen. De begroting geeft u, naast inspraak door middel van een zienswijze, inzicht in wat de MGR uitvoert ten behoeve van de deelnemende gemeenten en de baten en lasten die hiermee gemoeid zijn. Venray, april 2024
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding 1.1. Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Limburg-Noord 1.2. Begrotingsuitgangspunten 1.2. Inleiding op de begroting 2025-2028 en de gewijzigde begroting 2024
4 4 5 6
2.
Samenstelling bestuur
7
3.
Programmabegroting 3.1. Uitvoeringsplan en algemene ontwikkelingen 3.2. Module 1 3.3. Module 2 3.4. Kassiersfunctie MGR
8 8 11 13 15
4.
Paragrafen 4.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2. Financiering 4.3. Bedrijfsvoering
16 16 20 21
5.
Financiele begroting 2025-2028 en gewijzigde begroting 2024 5.1. Recapitulatie overzicht van baten en lasten - Uitvoeringslasten 5.2. Recapitulatie van baten en lasten - Programma BW MO B&P 5.3. Meerjarige balans
24 25 30 32
Bijlagen 6.1. Specificatie gemeentelijke bijdrage uitvoeringskosten 2024 en 2025-2028 6.2. Verdeling saldo regionale begroting BW MO B&P 6.3. Incidentele baten en lasten 6.4. Overzicht taakvelden
33 33 34 34 35
6.
3
1. Inleiding 1.1. Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Limburg-Noord Binnen de regio Noord- en Midden-Limburg hebben 14 gemeenten (Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas. Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray en Weert) de samenwerking op een aantal terreinen binnen het sociaal domein geformaliseerd in een Modulaire Gemeenschappelijke Regeling voor het sociaal domein. Binnen de MGR wordt op een aantal terreinen samengewerkt in een tweetal samenwerkingsmodules. De samenwerkingsmodules betreffen: Module 1: initiële inkoop, contractering, contractbeheer, contractmanagement en datamanagement in het sociaal domein Module 2: uitvoering geven aan de regionale samenwerking beschermd wonen, maatschappelijke opvang, bemoeizorg en preventie (hierna: BW MO B&P) door naast de taken uit module 1 tevens beleidscoördinatie, toegangscoördinatie en het financieel beheer van de regionale begroting BW MO B&P uit te voeren. Naast de uitvoeringskosten voor deze module heeft de MGR ook de regionale begroting BW MO B&P in haar begroting opgenomen. De MGR voert voorts de kassiersfunctie uit voor jeugdzorg segment 1, crisiszorg en voor een aantal regionale jeugdzorg taken. In onderstaand schema kunt u aflezen welke gemeenten per onderdeel deelnemen.
4
1.2. Begrotingsuitgangspunten Bij het opstellen van deze begroting is met de onderstaande uitgangspunten rekening gehouden: Gevoerd beleid De MGR voert een solide financieel beleid, waarbij we grote schommelingen voorkomen. Voorspelbaarheid, bestendigheid en orde op zaken voeren de boventoon. Loonindex Bij de berekening van de loonkosten 2024 is rekening gehouden met de in 2024 geldende maximale schaalsalarissen per medewerker. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een loonindex van ca. 4,5% ten opzichte van 2024. Meerjarenraming De meerjarenraming 2025 – 2028 is gebaseerd op een stabiele organisatie waarbij structurele kosten gedekt worden uit de (structurele) bijdragen vanuit de deelnemende gemeenten. In de meerjarenbegroting wordt niet geanticipeerd op ontwikkelingen waarvan de besluitvorming nog niet is afgerond. Hierbij wordt uitgegaan van constante prijzen. Daarbij wordt er naar gestreefd dat een deel van het budget van de MGR flexibel inzetbaar is zodat kan worden ingespeeld op vragen van gemeenten aan de MGR. Voor onvoorziene uitgaven bevat de begroting structureel een bedrag van € 50.000. De beslissingsbevoegdheid over het inzetten van deze middelen ligt bij het algemeen bestuur.
Indeling begroting In de begroting van de MGR wordt onderscheid gemaakt tussen de baten en lasten gepaard gaande met de uitvoering van module 1 (Opdrachtgeven in het sociaal domein) en module 2 (regionale taken BW MO B&P) voor de deelnemende gemeenten enerzijds en de regionale begroting BW MO B&P anderzijds. Netto begroting De MGR is door de belastingdienst aangewezen als btw-ondernemer. Dit betekent dat de gemeenten omzetbelasting verschuldigd zijn aan de MGR over de aan de MGR te betalen deelnemersbijdrage. Deze omzetbelasting kunnen de gemeenten declareren bij de btw- compensatiefonds. De MGR doet ieder kwartaal aangifte omzetbelasting. Daarbij draagt zij btw af over de inkomsten (voornamelijk deelnemers-bijdragen) en brengt zij de door haar betaalde omzetbelasting in vooraftrek. Dit maakt dat alle in deze begroting opgenomen bedragen exclusief omzetbelasting zijn. Lastenverdeling De verdeling van de uitvoeringslasten van de begroting 2025 van module 1 van de MGR gebeurt op basis van het inwoneraantal per 1 januari 2024. Dit is met ingang van 2024 eveneens toegepast op de lasten uit de gewijzigde begroting 2024, waardoor een éénduidige verdeling van de lasten van module 1 wordt gerealiseerd. De verdeling van de lasten van module 2 geschiedt op basis van een combinatie van inwoneraantal en lokale lasten.
Deze verdeelsleutel wordt toegepast vanaf 2022 en zal mogelijkerwijs in 2024 worden herzien. Een eventuele herziening zal worden doorgevoerd in de gewijzigde begroting 2025, die in het voorjaar van 2025 zal worden opgesteld.
5
1.3. Inleiding op de begroting 2025-2028 en de gewijzigde begroting 2024 De begroting van de MGR bevat een beeld van de plannen en verwachte ontwikkelingen in het algemeen en per module. Daarnaast wordt ingezoomd op de onderdelen waarvoor de MGR de kassiersfunctie ten behoeve van de gemeenten verricht. In de programmabegroting wordt per module een aantal onderwerpen toegelicht. In onderstaande tabel zijn de baten en lasten (verdeeld in uitvoering modules en regionale begroting BW MO B&P) op hoofdlijnen opgenomen. Deze worden nader toegelicht in hoofdstuk 5.
6
Uit bovenstaande tabel en zoals verder wordt toegelicht in hoofdstuk 5 blijkt dat de uitvoeringslasten voor beide modules in de gewijzigde begroting 2024 zijn gestegen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2024. Echter door o.a. de inzet van de, ten laste van het boekjaar 2023 gevormde bestemmingsreserves en de gewijzigde verwachting ten aanzien van de rentebaten in 2024, leidt dit in 2024 tot een beperkte verlaging van de deelnemersbijdragen van de gemeenten (€ 12.000). In hoofdstuk 3 wordt een toelichting gegeven op de programmabegroting voor wat betreft de activiteiten van de MGR over de begrotingsperiode. In hoofdstuk 4 zijn een aantal (verplichte) paragrafen opgenomen met betrekking tot de beheersmatige aspecten van de organisatie. Tot slot is in hoofdstuk 5 de financiële begroting 2025 -2028 en de gewijzigde begroting 2024 opgenomen.
aal ein
ORD
2. Samenstelling bestuur De MGR kent een algemeen bestuur (AB) en een dagelijks bestuur (DB). In het algemeen bestuur heeft van elke gemeente een wethouder zitting. Het dagelijks bestuur en de voorzitter worden uit het algemeen bestuur gekozen. De samenstelling van het bestuur op 1 april 2024 is opgenomen in onderstaand schema.
Wethouder Martin Leenders van de gemeente Venray is de voorzitter van de MGR. Vanaf 1 januari 2024 is Janny Kuijpers secretaris-directeur van de MGR.
7
3. Programmabegroting 3.1. Uitvoeringsplan en algemene ontwikkelingen Uitvoeringsplan
Het uitvoeringsplan 2023- 2025 bestaat uit vier ontwikkellijnen. Ontwikkellijn 1: uitbouwen van vertrouwen in de MGR In 2024 en 2025 zal verder geïnvesteerd worden in de relatie met de gemeenten. Onze expertise zal daar ingebracht worden waar het toegevoegde waarde heeft. Dit zal zowel op aanvraag als proactief gebeuren. Doel is een volwaardig en deskundig gesprekspartner van de gemeenten te worden. Het samenwerken met - en aan de voorkant meenemen van de accounthouders zal ook verdere aandacht krijgen. Om deze partner te kunnen zijn zal de MGR o.a. haar opleidingsplan verder uitwerken. De positie van de Midden-Limburgse gemeenten binnen de MGR wordt de komende jaren meegenomen binnen de inhoudelijke aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling met beoogde ingangsdatum 1 januari 2026. Ontwikkellijn 2: organisatie/ functioneren van de MGR in relatie tot de governance in de regio In 2024 met een uitloop naar 2025 zullen er voorstellen volgen die de governance in de regio versterken. Deze aanpassingen zullen in de aanscherping van de gemeenschappelijke regeling worden meegenomen. Ontwikkellijn 3: eenduidige samenwerking tussen de gemeenten en de MGR In deze lijn staat de rol van de accounthouders centraal. Accounthouders van alle gemeenten zijn in positie. Zij zijn het eerste aanspreekpunt van de MGR richting gemeenten en andersom.
De samenwerking wordt verder versterkt door niet alleen elke vergadering van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur met de accounthouders voor te bereiden, maar ook de agenda gezamenlijk binnen een agendacommissie voor te bereiden en vast te stellen. Ontwikkellijn 4: Effectief datagebruik Het datagebruik wordt steeds intensiever. Verdiepingen op de beschikbare data worden steeds vaker gevraagd. Dit zal in 2024 of 2025 de vraag actueel maken of de huidige vorm binnen de BI- tool toekomstbestendig is. Uitvoeringsplan 2026 - 2028 In 2025 zal een proces gaan lopen om te komen tot een uitvoeringsplan 2026 - 2028. Juridische aangelegenheden Een belangrijke ontwikkeling voor de begrotingsperiode 2025-2028 is de inhoudelijke doorontwikkeling van de gemeenschappelijke regeling en de finetuning van de governance. Er is een stevig fundament voor de MGR gelegd waarbij veel zaken goed zijn geregeld, maar waarbij na acht jaar regionale samenwerking ook zaken aan het licht komen die beter kunnen én moeten. Een voorbeeld hiervan is de vertaling van de bestuurlijke opdracht naar de ambtelijke organisatie in de vorm van een actuele en heldere overleg- en besluitvormingsstructuur. Ook landelijke ontwikkelingen op het gebied van samenleving (o.a.
arbeidsmarkt, demografische samenstelling van de bevolking, zorgvraag) en (toekomstige) landelijke regelgeving zoals de Hervormingsagenda Jeugd zijn van invloed op de MGR. De beoogde inwerkingtreding van de geactualiseerde gemeenschappelijke regeling is 1 januari 2026. Tenslotte verwacht de MGR momenteel, voor zover met de huidige informatie daarover een inschatting is te maken, geen lopende juridische procedures.
8
Rechtmatig handelen zorgaanbieders In 2023 is het controleplan voor rechtmatig handelen zorgaanbieders vastgesteld en is de samenwerking met de toezichthouders in de regio is geïntensiveerd. Vanaf dat moment verlopen de rechtmatigheidsonderzoeken bij zorgaanbieders volgens het controleplan. Ook wordt verwacht dat er een aantal detailcontroles zal worden uitgevoerd. Verder zal er vaker gebruik gemaakt gaan worden van audits die steekproefsgewijs worden uitgezet bij een groep van aanbieders om te toetsen of de aanbieders aan de contractvoorwaarden, de rechtmatigheids- en kwaliteitseisen voldoen. Toezicht Jeugdhulp en Wmo Begin 2024 heeft de MGR de opdracht gekregen te gaan onderzoeken of de toezichthouders Wmo en jeugdhulp bij de MGR kunnen aansluiten voor zowel de Noord- als Midden-Limburgse gemeenten vanaf 2025. Op dit moment werkt de MGR al intensief samen met de toezichthouders. Het gaat hierbij om het uitvoeren van het kwaliteitstoezicht op de Wmo en om het rechtmatigheidstoezicht op de Wmo en jeugdhulp. Indien de toezichthouders aansluiten bij de MGR in 2025 zal dat verwerkt worden in de begrotingswijziging 2025. Nieuwe contractering In het voorjaar van 2024 worden de evaluaties van de verschillende zorgcontracten afgerond. Deze evaluaties worden afgesloten met een advies van de MGR aan het bestuur over het wel of niet verlengen van de contracten per 1 januari 2026.
De kosten voor nieuwe contracteringen zijn niet in de begroting meegenomen; deze zullen separaat worden geoffreerd. Huisvesting In 2025 zal gekeken moeten worden naar de huisvesting. Per 1 januari 2026 loopt de huidige huurovereenkomst af. Twee zaken zijn van belang om hierbij in ogenschouw te nemen. Ten eerste de positie van de Midden-Limburgse gemeenten: indien de samenwerking met deze gemeenten intensiever zou worden, is het mogelijk wenselijk op een meer strategische plek in de regio kantoor te houden. Daarnaast moet ook gekeken worden naar de personeelsomvang van de MGR per 2025 en verder, en of in dat licht het huidige kantoor voldoet. Positie Midden-Limburg In de begroting 2025 - 2028 wordt er van uit gegaan dat de Midden-Limburgse gemeenten in ieder geval aangesloten blijven bij jeugdhulp segment 1 en integrale crisishulp jeugd tot 1 januari 2026. Op het moment van schrijven heeft de MGR hier nog geen uitsluitsel over gekregen. Verwerking zienswijzen kaderbrief 2025 In november 2023 hebben de gemeenteraden kennis genomen van de kaderbrief 2025. Enkele gemeenteraden hebben hier een zienswijze op gegeven. In het algemeen bestuur is afgesproken dat de terugkoppeling van de zienswijzen op de kaderbrief in deze begroting wordt meegenomen. Opmerkingen die uit de zienswijzen van de gemeenteraden zijn opgehaald: 1.
Opmerking: het bestuur van de MGR wordt verzocht om zoveel mogelijk prioriteit te geven aan het volledig in beeld brengen van de risico’s waarmee de MGR geconfronteerd wordt en de raden hierover zo vroeg mogelijk in het proces te informeren. Reactie: de MGR stelt voor om dit mee te nemen in de begrotingswijziging 2024 en de begroting 2025-2028 door middel van het uitgebreid ingaan op deze risico’s en de mogelijke gevolgen in de risicoparagraaf. Dit wordt verder uitgewerkt in paragraaf 4.1. 2. Opmerking: het bestuur van de MGR wordt verzocht om de raden tijdig te informeren over de uitkomsten van de evaluatie van de raamovereenkomsten op het gebied van de Jeugdwet, de Wmo, beschermd wonen, maatschappelijke opvang en bemoeizorg & preventie. Reactie: het is aan het algemeen bestuur om te bepalen op welke wijze de gemeenteraden geïnformeerd worden over de uitkomsten van de evaluaties van de raamovereenkomsten. Een mo-
9
gelijke wijze van informeren zou kunnen geschieden via een raadsinformatiebrief. In april 2024 zullen het merendeel van de uitkomsten binnen het algemeen bestuur besproken worden. 3. Opmerking: voorgesteld wordt om de structurele kosten voor extra administratieve ondersteuning voor de verbijzonderde toegang van segment 1 in beeld te brengen. Reactie: de structurele extra kosten voor de verbijzonderde toegang worden in de begroting 2025-2028 inzichtelijk gemaakt en zullen in de begroting worden opgenomen. 4. Opmerking: de MGR wordt verzocht een analyse uit te voeren naar de toenemende vraag naar plekken voor beschermd wonen en welke initiatieven er genomen worden om de doorstroom te verbeteren. Reactie: de MGR is reeds in 2023 gestart met een evaluatie/analyse van hoge instroom op beschermd wonen en naar de initiatieven om de doorstroom te verbeteren. Deze worden momenteel in kaart gebracht en zullen gedurende 2024 worden uitgevoerd. 5. Opmerking: de MGR wordt verzocht de meerwaarde van de verbijzonderde toegang van segment 1 te onderzoeken en de meerwaarde daarvan aan te tonen. Reactie: de verbijzonderde toegang is een contractueel vastgestelde voorziening, die in samenhang met het gehele contract van jeugdhulp segment 1 is vastgelegd.
De taak en rol van de MGR ten aanzien van segment 1 is beperkt tot de contractering, het contractmanagement, het data-management en de financiële afhandeling (kassiersfunctie t.a.v. de lumpsum-financiering van segment 1). Daarnaast is de MGR gevraagd de werkgeversrol van de voorzitter verbijzonderde toegang op zich te nemen. De MGR zelf heeft geen toegangstaken. Op dit moment wordt een evaluatie van de verbijzonderde toegang uitgevoerd in de regio en door de verbijzonderde toegang zelf. De MGR is deelnemer aan deze evaluatie. De uitkomsten van de evaluatie worden gedeeld in het Strategisch Bestuurlijk Overleg (SBO) van segment 1. Voor de MGR is het van belang te weten hoe de voortgang van de verbijzonderde toegang eruit gaat zien, zodat zij daar in haar werkgeversrol goed op kan anticiperen. 6. Opmerking: de MGR wordt verzocht de kostenstijging van jeugdhulp segment 1 inzichtelijk te maken en te onderbouwen per individuele gemeente. Reactie: ten aanzien van jeugdhulp segment 1 is de MGR verantwoordelijk voor de uitvoeringstaken contractering, contractmanagement, data-management en de financiële afhandeling in de vorm van de kassiersfunctie. De regio zelf bepaalt de verdeelsleutel van het lumpsum bedrag van segment 1 en de wijze van afrekening aan het einde van het jaar. De MGR heeft geen rol in de verwijzing naar jeugdhulp segment 1 of het type verwijzing.
De MGR heeft een signalerende functie en kan in de monitor constateren hoeveel cliënten per gemeente er voor een bepaalde zorgvorm verwezen worden en welke zorgvorm gevraagd wordt. De regionale financiële werkgroep houdt zich bezig met de afrekening en bevoorschotting van jeugdhulp segment 1. De afrekening vindt plaats op basis van aantallen cliënten en de intensiteit van de zorg. De MGR is daarbij betrokken, zodat ze weet hoe uitvoering te geven aan de kassiersfunctie en de afhandeling per gemeente. Overigens is het voor kleine gemeenten op deze zorgvorm vaak lastig te begroten, omdat een enkele cliënt meer of minder al grote impact heeft op de begroting, omdat het om een dure zorgvorm gaat. Mocht er bij gemeenten de behoefte bestaan om door de MGR onderzoek te laten doen, dan dient de MGR daar vanuit de regio een opdracht toe te krijgen.
10
Module 1 3.2. Module 1 Inkoop De huidige contracten binnen module 1 lopen tot 1 januari 2026. Er bestaat voor deze contracten de mogelijkheid te verlengen. In het voorjaar van 2024 wordt duidelijk of de regio gaat het verlengen van de huidige contracten of voor een nieuwe contractering. In de begroting 2025 – 2028 is geen rekening gehouden met een nieuwe contractering. In dat geval zal een separate offerte worden overlegd met de regio. In de risico paragraaf in hoofdstuk 4 wordt dit nader toegelicht. Data analyse en monitoring Teneinde het effectief datagebruik verder te ontwikkelen starten we in 2024 (met doorloop naar 2025 en verder) met het doorontwikkelen van de verwerking van datastromen op de achtergrond, waardoor we rekenkracht weghalen uit Power BI en deze onderbrengen in een applicatie die daarvoor beter geschikt is. Hierdoor kunnen de monitoren, die de MGR aan de gemeenten beschikbaar stelt, effectiever functioneren en kunnen we meer en betere inzichten ontwikkelen. Mochten in de toekomst de Midden-Limburgse gemeenten aansluiten voor Jeugd en Wmo in module 1, dan zal dit ook een grote invloed hebben op het datagebruik. De onderliggende database zal dan mogelijk in volume verdubbelen, waardoor de noodzaak om de rekenkracht in een daarvoor bestemde applicatie onder te brengen alleen maar groter wordt.
Afhankelijk van een nieuwe contractering vanaf 2026 zullen de monitoren ook moeten worden heringericht (o.a. nieuwe doelen, nieuwe kpi’s, aangepaste financieringsvormen). Het is aannemelijk dat er voor nieuwe contracten ook input vanuit van de beschikbare data zal worden gevraagd. Verder wordt gewerkt aan de in het uitvoeringsplan gestelde doelen van gestructureerde data, zodat die tijdig en volledig wordt gevuld. Momenteel werken nog niet alle gemeenten op eenduidige wijze (aanleverfrequentie en kwaliteit kunnen nog weleens verschillen). Met een eventuele toetreding van de Midden-Limburgse gemeenten zal deze uitdaging alleen maar groter worden, omdat we moeten sturen op eenduidigheid bij 14 i.p.v. 7 gemeenten. Contractmanagement Jeugd Een van de primaire processen is het voeren van contractgesprekken waarbij het accent ligt op de ambities die zijn gedefinieerd bij Sturing en Inkoop. Op dit moment worden er met 99 gecontracteerde aanbieders (lokaal en regionaal) accountgesprekken gevoerd in een variabele intensiteit, maar tenminste 1 keer per jaar. Op dit moment (maart 2024) worden evaluaties van de contracten uitgevoerd die inzicht geven in hoeverre de huidige contracten een bijdrage leveren aan het halen van de ambities vanuit Sturing en Inkoop. De aanbieders zijn betrokken bij deze evaluaties of zullen hiervoor benaderd worden.
De evaluaties geven input op de bestuurlijke keuze om de contracten wel of niet te verlengen vanaf 2026. De financiële positie van jeugdhulpaanbieders staat stevig onder druk. Daarbij staan ook de tarieven ter discussie. Zorgaanbieders geven aan dat hun kosten harder zijn gestegen dan de tariefstijging, op basis van de contractueel vastgelegde indexaties. Een belangrijk aandachtspunt is dan ook hoe te handelen met aanbieders die in financiële problemen verkeren en de vraag in hoeverre de regio daarmee een dekkend zorgaanbod in het jeugdhulp landschap behoudt. Op dit moment (maart 2024) draagt de MGR bij aan het traject met een cruciale jeugdzorgaanbieder waarvan onze regio de accounthoudende regio is. Met contractmanagement, business control, juridisch advies en diverse ondersteunende activiteiten zet de MGR zich in om het proces dat de regio,
11
Module 1 samen met de Jeugdautoriteit en de aanbieder doorloopt en dat moet leiden tot het borgen van de continuïteit van zorg, zoveel mogelijk te faciliteren. De contracteisen rondom maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) en Social Return On Investment (SROI) worden met aanbieders besproken en de inzet van de aanbieders hierop wordt gemonitord. De implementatie van de Hervormingsagenda Jeugd vraagt van gemeenten ook inspanningen rondom meer eenduidigheid en uniformiteit m.b.t. werkprocessen en productomschrijvingen. Daarin kunnen we als MGR richting gemeenten ook een adviserende rol spelen. In de lijn van de hervormingsagenda, vraagt ook de afstemming en samenwerking met Midden-Limburg aandacht. De focus op preventie blijft een belangrijke rol spelen. Deze focus vraagt om inhoudelijke doorontwikkeling, samen met de aanbieders. Hiervoor zijn onder andere de ontwikkelgesprekken van belang om daarin ook vanuit contractmanagement goed aangehaakt te zijn. Wmo Jaarlijks worden 2 of 3 accountgesprekken met strategische regionale Wmo aanbieders gevoerd. Daarnaast worden periodiek kopgroep bijeenkomsten met vertegenwoordiging van aanbieders, beleidsmedewerkers en contractmanagement voor de 4 Wmo ontwikkeldoelen belegd. Deze ontwikkeldoelen volgen uit het contract en zijn met de aanbieders afgestemd.
Op dit moment (maart 2024) worden evaluaties uitgevoerd op de contracten om te komen tot een besluit om per 1 januari 2026 de contracten te verlengen of een nieuwe contracteringsronde op te starten. Landelijk is er een verbod op resultaatgericht beschikken gekomen. Dit heeft gevolgen voor de regio en voor de aanbieders. Dit betekent dat de gemeentelijke toegangen een gepaste beschikking met een tijdsindicatie voor een maatwerkvoorziening moeten afgeven. De landelijk opgeleverde handreiking zal geïmplementeerd worden. Mogelijk heeft dit consequenties voor onze overeenkomsten met aanbieders. Aanbieders worstelen met gemaakte cao-afspraken met betrekking tot het percentage loonstijging in de komende periode, welke substantieel afwijkt van het indexeringspercentage, zoals berekend aan hand van de afspraken in de gesloten overeenkomsten. Veel aanbieders zien hun financiële positie verslechteren en vragen de regio dringend het indexeringspercentage te verhogen. Er is een grote zorgvraag naar hulp bij huishouden en de verwachting is dat dit voorlopig blijft. Aanbieders hebben echter moeite om voldoende medewerkers hiervoor te vinden en vast te houden. Wachttijden voor nieuwe cliënten lopen met name in de maanden mei tot en met september op. Ook de vervanging bij ziekte of verlof in de vakantieperiode blijkt veelal beperkt mogelijk.
Er zijn afspraken om de meest urgente situaties spoedig te kunnen bedienen. Daarnaast bespreekt contractmanagement met aanbieders hoe de beschikbare capaciteit het best ingezet kan worden.
12
Module 2 3.3. Module 2 Inkoop Ook de contracten die onder module 2 vallen worden geëvalueerd. Deze evaluatie levert informatie op die meegenomen wordt met de beslissing om de contracten te verlengen of naar nieuwe contracten toe te werken per 1 januari 2026. Data analyse en monitoring Voor beschermd wonen is er vraag naar het inzichtelijk maken van de gemeente van herkomst van de cliënt. Nu is enkel de gemeente van vestiging beschikbaar. Met informatie over de gemeente van herkomst is het spreidingsvraagstuk beter inzichtelijk te maken, en daarmee ook de balans tussen vraag en aanbod per gemeente. Hiervoor is een opdrachtomschrijving geschreven. Dit project zal in 2024 gaan lopen en zal doorlopen tot in 2025. Toegang BW MO B&P Toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang blijft een dynamisch proces. We hebben te maken met vaak onverwachte zaken, die zich voordoen in de maatschappij en moeten elke keer een afweging maken of we hier wel of niet (direct) op in moeten spelen. Wat we gezamenlijk gaan doen: 1. Deskundigheids- en kwaliteitsbevordering bij onze eigen toegangen en in de gezamenlijkheid met onze aanbieders. Denk aan scholing en bijeenkomsten. 2. Er zal aandacht komen voor het uitvoering geven aan een concrete oplossing voor de doelgroep jongeren die een tussenstap nodig hebben tussen beschermd wonen en zelfstandigheid.
We zouden graag zien dat er in iedere gemeente een voorziening komt zodat deze doelgroep op de juiste plek de juiste zorg krijgt met als doel duurzame uitstroom. Ook de doorstroom vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang naar zelfstandig wonen zal ook een aandachtspunt blijven. Daarnaast is het ons doel om een passend antwoord te vinden op de problematiek die we zien als het gaat om toegang tot behandeling, de lange wachtlijsten en de gevolgen daarvan. Contractmanagement In onze contracten is opgenomen dat we indexeren aan de hand van het voorlopige OVA percentage. De aanbieders geven het dringende signaal af voor een hogere indexatie, om daarmee knelpunten in de exploitatie van aanbieders te voorkomen. De kosten voor personeel zijn vanwege de vele caostijgingen harder gestegen dat de geïndexeerde tarieven. Dit heeft negatieve consequenties voor de financiële positie van aanbieders. Deze staan al geruime tijd onder druk. Dit heeft de nadrukkelijke aandacht van contractmanagement. De krappe arbeidsmarkt heeft ook zijn weerslag in onze regio bij onze gecontracteerde aanbieders. We zien bij sommige aanbieders dat er sprake is van een hoog verloop, een hoog verzuim en onvervulde vacatures. Er zijn signalen dat het huidige personeel steeds jonger en minder ervaren is. Dat verhoudt zich slecht tot de steeds toenemende complexiteit van de doelgroep.
Door de krapte op de arbeidsmarkt en de neergaande trend in de financiële positie van aanbieders staat de innovatie onder druk en stellen wij voor om hier in de begroting rekening mee te houden.
13
Module 2 In verschillende landelijke rapporten komt duidelijk naar voren dat verwachting is dat de ggz-doelgroep, die gebruik maakt van beschermd wonen, de komende jaren zal toenemen. Als belangrijke redenen daarvoor komen naar voren: het stelsel (met name wachtlijsten in de generalistische en specialistische ggz op basis van Zvw), de vergrijzing (meer ouderen ggz-cliënten met bijkomende ouderdomsproblematiek) en maatschappelijke ontwikkelingen (onder andere toenemende complexiteit, beperkte beschikbaarheid van passende zelfstandige woonruimte). De gecontracteerde aanbieders hebben allemaal te maken met toenemende druk op hun voorzieningen, financiële uitdagingen en moeilijk vervulbare vacatures. Dit kan druk leggen op de onderlinge samenwerking binnen de combinaties en kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van de ondersteuning aan de kwetsbare doelgroep. We verwachten dat aanbieders onderling kritisch zijn naar elkaar en onderlinge audits organiseren t.a.v. kwaliteit van de ondersteuning. Voor de doorstroom uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang is het van belang dat er betaalbare woonruimte beschikbaar is. We zien al jaren dat dit steeds moeilijker wordt. Ook de komende jaren zal dit een uitdaging zijn. We zien dat de periode dat cliënten in beschermd wonen verblijven aan het toenemen is.
De voornaamste redenen hiervoor zijn: een tekort aan betaalbare woonruimte, de toenemende complexiteit van de doelgroep, veel wisselingen onder het begeleidend personeel vanwege ziekte en een tekort aan personeel. Doelstelling voor 2024 en 2025 is het beheersbaar houden van druk op beschermd wonen en het voorkomen van een verdere toename van de instroom en de wachtlijsten. Tijdens contractgesprekken zullen de resultaten van de afgesproken kpi’s besproken worden. Daar waar kpi’s niet voldoen aan de gestelde norm, worden verbeterplannen gevraagd. Binnen de combinaties hebben aanbieders georganiseerd dat er gemonitord wordt op elkaars dienstverlening. Jongeren in de knel zijn goed verspreide pilots waar jongeren kunnen wonen en werken aan hun zelfstandigheid, zonder dat er een beroep gedaan hoeft te worden op beschermd wonen. Vanwege financiële druk en krapte op de arbeidsmarkt kan de kwaliteit van de zorgverlening aan de cliënten onder druk komen te staan. Contractmanagement verzamelt verschillende signalen (via o.a. de toegang, de toezichthouder, de jaarverslagen, kpi’s etc.) en acteert hier alert op. Na een succesvolle aanbesteding is per 1 februari 2024 een start gemaakt met een regionale pool voor ervaringsdeskundigheid bij Markieza. Het contractmanagent daarvoor is belegd bij de MGR. Over de ontwikkelingen en de resultaten van deze pool zal door de MGR gerapporteerd worden.
14
3.4. Kassiersfunctie MGR SDLN De hiervoor beschreven activiteiten in module 1 en module 2 hebben hun weerslag in de exploitatierekening van de MGR. De met deze activiteiten gepaard gaande baten en lasten worden in de exploitatierekening verwerkt. Daarnaast voert de MGR ook een aantal activiteiten uit voor de Noord- en Midden-Limburgse gemeenten die geen weerslag hebben op de exploitatie. De MGR voert voor deze activiteiten financieel gezien de kassiersfunctie uit. Dit betekent dat voor bepaalde zorgtaken de MGR de bijdragen van de gemeenten int en met deze geïnde bedragen de zorgaanbieder uitbetaalt. Na afloop van het jaar wordt dan met de zorgaanbieder afgerekend volgens de door regionale werkgroepen opgestelde en door het algemeen bestuur van de MGR bekrachtigde afrekeningen. Aansluitend wordt ook met de gemeenten afgerekend. De MGR voert deze kassiersfunctie uit voor: Gemeenten Noord-Limburg • Jeugdzorg plus • Integrale vroeghulp en downteam (jeugd) • GZ-psycholoog beschermingstafel (jeugd) • Intensief casemanagement (Wmo) Gemeenten Noord- en Midden-Limburg • Jeugdhulp segment 1 (Jeugdhulp met verblijf en verblijf vervangende jeugdhulp) • Crisiszorg (jeugd)
15
4. Paragrafen Inleiding Een viertal verplichte paragrafen zijn relevant voor de MGR namelijk: 1. 2. 3. 4.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiële kengetallen Financiering Bedrijfsvoering
De overige verplicht gestelde paragrafen zijn voor de MGR niet relevant en worden niet opgenomen. Het betreft de paragrafen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid.
4.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement Risicomanagement is het systematische en cyclische proces van risico’s (tijdig) identificeren, analyseren en adequate maatregelen treffen. De doelstelling van risicomanagement is het beheersen van onzekere gebeurtenissen die een negatieve impact hebben op het realiseren van organisatiedoelstellingen. Een adequate risicobeheersing draagt bij aan het “in control” zijn van de organisatie. De MGR handelt hier ook naar en stelt o.a. tertiaalrapportages op en bespreekt deze ook met alle betrokken partijen. Onderstaand beschrijven we de grootste risico’s die er voor de MGR zijn. Risico’s De risico’s die binnen de MGR op dit moment onderkend worden, naast het niet realiseren van te leveren prestaties, kunnen als volgt worden beschreven: A. Risico’s op de uitvoeringskosten van de MGR Risico op onvoorziene budgetoverschrijdingen: • Kans: 25%, impact € 100.000 • Aangezien de MGR niet over een eigen weerstandsvermogen beschikt, komen budgetoverschrijdingen direct voor rekening van de deelnemende gemeenten. Met het op orde brengen van de bezetting van de MGR, neemt de budgetflexibiliteit af. Dat maakt dat de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen afneemt. Wij sturen op een optimale dienstverlening aan gemeenten binnen het budgettaire kader. Dat maakt dat de kans op overschrijding 25% is.
• Beheersmaatregelen: intern proces van maandrapportages met continue monitoring van de besteding van het budget en rapportage aan het dagelijks bestuur hierover. Aandacht voor spaarzaamheid bij het aangaan van nieuwe uitgaven en zakelijke afspraken over kostenverrekening bij extra opdrachten en bovenregionale inkooptrajecten. Rechtszaken: • Kans: 40%, impact € 100.000 • Aangezien de MGR een veelheid aan inkooptrajecten en overige zaken voor de regio verzorgt met grote belangen voor gemeenten en aanbieders, is de kans realistisch dat hier geregeld rechtszaken uit voortkomen. Hiervoor is weliswaar een budget voor juridische kosten bij de MGR in de begroting opgenomen, de kans bestaat echter dat dit budget onvoldoende kan zijn. • Beheersmaatregelen: vierogen-inzet van aanbestedingsjuristen bij het opstellen van stukken, standaardisatie van inkoopprocedures en leren van doorlopen procedures door deze altijd te evalueren.
16
Bedrijfscontinuïteit / onvoldoende gekwalificeerd personeel • Kans: 25%, impact € 300.000 • De MGR is een betrekkelijk kleine organisatie waardoor een behoorlijk aantal functies solofuncties zijn. Daardoor is het lastig om intern adequaat vervanging bij afwezigheid te organiseren. Bij wisseling of uitbreiding van het personeelsbestand, o.a. als gevolg van de toename van het aantal taken die gemeenten bij de MGR beleggen, constateert de MGR dat het vaak niet mogelijk is om tijdig juist gekwalificeerde medewerkers aan de MGR te verbinden. Om de taken desondanks tijdig uit te kunnen voeren wordt op deze momenten vaker extern personeel ingehuurd. Dit brengt extra kosten met zich mee. De MGR heeft hiervoor wel een generiek budget voor inhuur in haar begroting opgenomen, echter dit budget kan ontoereikend zijn, indien het aantal gevallen dat hierop een beroep moet worden gedaan toeneemt. Wanneer zich gedurende een jaar 3 vacatures zouden voordoen die niet met eigen personeel kunnen worden ingevuld, schatten wij in dat de meerkosten van externe inhuur hiervoor maximaal €300.000 zijn. De kans dat zich een dergelijke situatie voordoet wordt geschat op 25%. • Beheersmaatregelen: Met een gedegen personeelsbeleid werkt de MGR aan een laag verloop van personeel. De MGR werkt actief aan het binden en boeien van haar personeel door het zijn van een aantrekkelijke werkgever.
Hiertoe behoort een adequaat beloningsbeleid, goede opleidingsmogelijkheden en het actief werken aan teambuilding. Bij noodzakelijke uitbreiding of vervanging van personeel wordt de werving tijdig opgestart via de voor de MGR gebruikelijke kanalen. Toevoeging van de lokale toezichthouders aan de formatie van de MGR • Kans: 75%, impact € 400.000 • Medio 2024 wordt door het algemeen bestuur een besluit genomen omtrent de positionering van de toezichthouders. Het centraliseren van de toezichthouders bij de MGR is hierbij een optie. • In de herziene begroting 2024 en begroting 2025 is met een eventuele uitbreiding van de taken van de MGR geen rekening gehouden. Nieuwe contracteringsronde • Kans: 75%, impact € 200.000 • In het voorjaar van 2024 wordt duidelijk of de regio gaat voor het verlengen van de huidige contracten of voor een nieuwe contractering. Op basis van eerdere ervaringen wordt ingeschat dat de extra (externe) kosten voor een nieuwe contractering voor twee percelen jeugd ca. € 200.000 bedragen. Dit betreft een inschatting voor de externe kosten voor inhuur van inkoop-, juridischeen kostprijs expertise. • In de gewijzigde begroting 2024 en de begroting 2025 is hiermee geen rekening gehouden.
Herpositionering van de verbijzonderde toegang • Kans: 50%, impact € 250.000 • Er vindt een evaluatie plaats van de huidige werkwijze en positionering van de verbijzonderde toegang. Medio 2024 wordt door het algemeen bestuur een besluit genomen omtrent de positionering van de verbijzonderde toegang en waar deze activiteit ondergebracht moet worden. • Voor 2024 en 2025 is met een mogelijke wijziging in de positionering van de verbijzonderde toegang geen rekening gehouden. B. Risico’s die betrekking hebben op de regionale begroting BW MO B&P en risico’s die van invloed zijn op de zorgkosten in de gemeentelijke begrotingen Financiële problemen cruciale aanbieders • Kans: 40%, impact € 100.000 • Steeds meer komen financiële problemen dan wel faillissementen bij aanbieders in het nieuws. Indien dit gebeurt bij een aanbieder uit onze regio betekent dit voor de MGR een verhoogde inzet
17
•
op met name het gebied van contractmanagement en business control. De MGR heeft hiervoor geen extra ruimte in haar begroting opgenomen en zal per geval moeten beoordelen hoe deze extra inzet bekostigd kan worden. De kans dat één van de cruciale aanbieders uit de regio in een dergelijke situatie terecht komt schatten wij in op 40%. De extra inzet die op zo’n moment gevraagd wordt van de MGR is afhankelijk van de situatie. Op basis van eerdere ervaringen is de inschatting dat de lasten per gebeurtenis ongeveer € 100.000 bedragen. Beheersmaatregelen: Vroegtijdige signalering van financiële problemen bij aanbieders is standaard onderdeel van de contractmanagement gesprekken die met de aanbieders gevoerd worden. Door tijdig problemen te onderkennen kan mogelijk erger voorkomen worden. Samen met de voor de voor de aanbieder van belang zijnde gemeenten worden oplossingen gezocht.
Hogere kosten zorgaanbieders bij verlenging van bestaande contracten of nieuwe aanbestedingen • Kans: 75%, impact € 500.000 - € 1.000.000 • Bij zowel een verlenging van bestaande contracten dan wel een nieuwe aanbesteding op 1 januari 2026 geldt het criterium dat de vergoeding aan aanbieders gebaseerd dient te zijn op reële tarieven. De nieuwe tarieven in 2026 kunnen leiden tot substantiële hogere kosten. Voor de begroting van de MGR resulteert dit in een lager overschot van de regionale begroting BW MO B&P vanaf het jaar 2026. • Beheersmaatregelen: Beheersmaatregel is op dit moment beperkt. De financiële impact van een tariefsverhoging zal nader onderzoek vragen, zodat dit eind 2024 kenbaar kan worden gemaakt en financieel in de begroting van 2026 kan worden meegenomen. Indexatie tarieven 2024 zorgaanbieders van de regionale begroting • Kans: 15%, impact € 350.000 • De indexatie van tarieven in 2024 is achtergebleven bij de kostenontwikkeling van zorgaanbieders. Een besluit van het algemeen bestuur om de tarieven nog in 2024 te verhogen is uitgesteld in afwachting van eventuele extra middelen vanuit het Rijk. • Voor zowel de gewijzigde begroting 2024 als de begroting 2025 is met een verdere tariefsaanpassing geen rekening gehouden.
Tekort opvangcapaciteit bij beschermd wonen en maatschappelijke opvang • Kans: 50%, impact € 500.000 • De druk op de beschermd wonen en maatschappelijke opvang zal naar verwachting blijven toenemen als gevolg van vergrijzing, instroom vanuit de Zvw en onvoldoende beschikbare woonruimte voor doorstroom. • In de gewijzigde begroting 2024 is een post onvoorzien opgenomen van 2% (€ 366.000), die eventueel ingezet kan worden ter beperking van het risico. • De doelstelling voor 2024 en 2025 is om de opvang te realiseren met de beschikbare opvangcapaciteit bij de aanbieders en acceptabele wachtlijsten. In de nu voorliggende begroting is geen rekening gehouden met een capaciteitsuitbreiding van zowel beschermd wonen als maatschappelijke opvang. Reservepositie en continuïteit De MGR heeft ultimo 2023 een bestemmingsreserve gevormd voor een aantal in 2023 opgestarte eenmalige activiteiten die in 2024 worden afgerond. In de Gemeenschappelijke Regeling (GR) artikel 27.2 staat de procedure voor reservevorming beschreven. Voor de rest heeft de MGR geen eigen reserves om risico’s af te dekken. Een eventueel overschot op de exploitatie wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Een eventueel tekort wordt door de deelnemende gemeenten aangevuld. De begroting bevat wel een post onvoorzien om financiële tegenvallers te compenseren.
Het algemeen bestuur beslist over de benutting van deze post. De begroting is taakstellend, dreigen er overschrijdingen dan wordt in eerste instantie gezocht naar een oplossing binnen de begroting.
18
Weerstandsvermogen Zoals hiervoor aangegeven wordt het rekeningsaldo van de MGR verrekend met de deelnemende gemeenten. De MGR bouwt zelf geen eigen weerstandsvermogen op. Bij de bepaling van het benodigd weerstandsvermogen bij gemeenten brengt de MGR dit tot uitdrukking door de financiële vertaling van risico’s door te rekenen met een factor 2,0. De keuze voor een disconteringsfactor groter dan 1,0 onderstreept daarmee onze risicomijdende grondhouding. Met dit uitgangspunt kan het benodigd weerstandsvermogen als volgt worden becijferd: Risico
Kans
Impact
Factor Benodigdvoorweerstandsvermogen
Onvoorziene budgetoverschrijdingen
25 %
€ 100.000
2,0
€ 50.000
Rechtszaken
40 %
€ 100.000
2,0
€ 80.000
Bedrijfscontinuïteit, onvoldoende gekwalificeerd personeel
25 %
€ 300.000
2,0
€ 150.000
Lokale toezichthouders naar de MGR
75 %
€ 400.000
2,0
€ 600.000
Nieuwe contracteringsronde
75 %
€ 200.000
2,0
€ 300.000
Herpositionering van de verbijzonderde toegang
50 %
€ 250.000
2,0
€ 250.000
Financiële problemen cruciale aanbieders
40 %
€ 100.000
2,0
€ 80.000
Hogere kosten aanbieders bij verlenging contract
75 %
€ 500.000
2,0
€ 750.000
Indexatie tarieven 2024 zorgaanbieders
15 %
€ 350.000
2,0
€ 105.000
Tekort opvangcapaciteit BW en MO
50 %
€ 500.000
2,0
€ 500.000
A. Risico’s op de uitvoeringskosten van de MGR
B. Risico’s op de regionale begroting BW MO B&P
Benodigd aan weerstandsvermogen
€ 2.865.000
Gemeenten wordt geadviseerd om te bezien hoe zij dit verwerken in hun eigen weerstandsvermogen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen naar rato van het inwoneraantal. Financiële kengetallen Door het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen vijf financiële kengetallen opnemen in de begroting en jaarrekening. De kengetallen zijn afgeleid van bestaande informatie en genereren geen ‘nieuwe’ informatie. De kengetallen moeten het bestuur wel gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente/gemeenschappelijke regeling. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de vijf kengetallen vergeleken moeten worden. De gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zijn zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van hun financiële positie. De uitkomsten van de kengetallen zijn daarnaast ook van belang voor de provinciale toezichthouder om zijn oordeel over de financiële positie van de gemeente/gemeenschappelijke regeling te kunnen vormen. Om aan deze verplichting vanuit het BBV te voldoen, zijn onderstaand de financiële kengetallen, welke relevant zijn voor de MGR1 met bijbehorende toelichting opgenomen. Doordat bij de MGR echter geen sprake is van leningen, eigen vermogen etc. zijn alle kengetallen gelijk aan 0%, met uitzondering van de solvabiliteitsratio. Financiële kengetallen
2025
Netto schuldquote
0%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
0%
Solvabiliteitsratio
0%
Structurele exploitatieruimte
0%
1 De kengetallen over grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet relevant voor de MGR.
19
Netto schuldquote Geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de MGR ten opzichte van het totaal van de inkomsten (exclusief mutatie reserves). De netto schuldquote voor de MGR komt uit op 0%. Dit komt doordat het saldo van de schulden en de vorderingen nul is. De kosten die de MGR maakt, worden één op één door de deelnemende gemeenten gedekt. In artikel 26 lid 3 van de gemeenschappelijke regeling is namelijk geregeld dat de deelnemers er zorg voor dragen dat het samenwerkingsverband te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op volledige terugbetaling. Door deze leningen in mindering te brengen op de financiële activa wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. Aangezien de MGR geen geldleningen verstrekt, komt ook dit kengetal uit op nul procent. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de MGR in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (zowel een algemene reserve als bestemmingsreserves).
De bestemmingsreserve ultimo 2023 is geaccordeerd door het algemeen bestuur op basis van artikel 27.2 van de GR. Deze reserve zal worden aangewend in 2024. Voor de jaren 2025 tot en met 2028 is nog geen besluit genomen voor de vorming, dan wel de inzet van een bestemmingsreserve. De MGR beschikt daardoor in 2025 niet over eigen vermogen. Dit betekent dat dit kengetal niet ter zake doet. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is om de structurele lasten te kunnen dragen. Daarnaast geeft het ook aan of de MGR in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Aangezien alle kosten, zowel de structurele als de incidentele, één op één gedekt worden door bijdragen van de deelnemende gemeenten, is het saldo van de structurele baten en lasten nul. Dus ook dit saldo is nul. Het kengetal komt daarmee op 0%.
4.2. Financiering De MGR heeft een beperkte voorfinancieringsfunctie. De financiering vindt plaats door een rekening-courant faciliteit bij de BNG. De MGR trekt geen leningen aan en krijgt haar financiering volledig van deelnemende gemeenten. Bij tijdige betaling van de gemeentelijke bijdragen ontstaan geen liquiditeitstekorten. Overigens is een liquiditeitstekort nog nooit voorgekomen. Bij overschotten hanteert de MGR de regels van de wet FIDO en de wet Schatkistbankieren. De MGR maakt gebruik van een eigen bankrekening. Renterisico In de Wet Fido zijn een kasgeldlimiet (korte schuld) en een renterisiconorm (lange schuld) opgenomen ten einde de invloed van mogelijke rentewijzigingen op de financiële resultaten te beperken. Deze aspecten worden hierna toegelicht. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een instrument voor beheersing van risico’s op korte termijn. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de bruto jaarbegroting en bedraagt 8,2%. Tevens geldt daarbij een minimum van € 300.000. Voor de MGR zou de kasgeldlimiet daarmee € 300.000 bedragen. Indien het financieringstekort deze limiet structureel overschrijdt, dient tot consolidatie
20
van deze vlottende schuld te worden overgegaan. De MGR wordt dan via de wet FIDO verplicht om een langlopende geldlening af te sluiten (te consolideren). Gezien het feit dat er geen sprake is van een financieringstekort en de wijze waarop de MGR wordt voorgefinancierd, zal dit in de praktijk niet het geval zijn. Renterisiconorm De renterisiconorm is een instrument voor beheersing van risico’s op lange termijn. De renterisiconorm geeft het maximumbedrag aan van het deel van de langlopende schuld waarover een renteaanpassing plaats kan vinden. Het doel is om spreiding aan te brengen in de rentetermijnen van de langlopende schuld en zo de invloed van een eventuele rentestijging niet te groot te laten zijn. Door binnen de renterisiconorm te blijven, zal de invloed van een eventuele rentestijging op de exploitatie beperkt blijven. Aangezien er bij de MGR geen (langlopende) leningen zijn afgesloten is de renterisiconorm niet van belang. EMU-saldo Op grond van de Wet houdbare overheidsfinanciën (Hof) dient zowel in de begroting als in de jaarrekening informatie te worden verstrekt over het EMU-saldo. Omdat er geen exploitatiesaldo is (de ontvangen gelden volledig worden besteed of teruggaan naar de gemeenten), geen leningen zijn en er geen sprake is van structurele reserves of voorzieningen, is er geen sprake van een EMU-saldo.
Schatkistbankieren Op grond van de regels rondom het verplichte schatkistbankieren mag de MGR € 1.000.000, zijnde het drempelbedrag, buiten de schatkist houden.
4.3. Bedrijfsvoering De MGR maakt ten behoeve van een aantal belangrijke bedrijfsvoeringsaspecten gebruik van diverse externe dienstverleners. Financieel Voor een aantal financiële basistaken maakt de MGR vanaf 2023 gebruik van een financieel dienstverlener. Om de financiële functie binnen de MGR wat meer robuust te maken, wordt in 2024 de formatie uitgebreid met een parttime financieel ondersteuner. Hierdoor kan enerzijds de externe dienstverlening afgebouwd worden en wordt de business controller ondersteund in zijn dagelijkse taken. Hierdoor ontstaat meer flexibiliteit in de financiële functie. Dit wordt binnen de begroting van de MGR opgevangen. Personeel & Organisatie Voor diverse HR gerelateerde zaken, w.o. de salarisadministratie, is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de gemeente Venray. De MGR streeft er naar om alle functies te bemensen met vaste medewerkers. Daar waar dat (tijdelijk) niet mogelijk of gewenst is vindt externe inhuur plaats. De MGR werft medewerkers op basis van vastgestelde functie- en competentieprofielen. De MGR breidt haar formatie vanaf 2024 uit met een assistent voor de verbijzonderde toegang voor jeugdhulp segment 1 en een ondersteuner op het gebied van financiën. De formatie van de MGR telt voor het jaar 2025 19,39 fte. Hiervan is per april 2024 18,28 fte ingevuld met vaste medewerkers.
Om te werken aan een hecht en vitaal team wordt het volgen van cursussen, opleidingen en seminars bij de MGR actief gestimuleerd. Tevens wordt actief gewerkt aan teambuilding binnen de MGR.
21
Automatisering & Informatie Op het gebied van automatisering en informatievoorziening is het belangrijk dat de MGR over voldoende ICT-voorzieningen beschikt die de naadloze uitvoering van onze taken kunnen ondersteunen en tevens de privacy van burgers garandeert. Daarbij pretendeert de MGR niet bij de kopgroep het gebied van ICT te willen we horen. We kiezen voor bewezen oplossingen die ook direct toegevoegde waarde kunnen leveren aan ons werk. Naast de standaardapplicaties Office 365 is het aantal applicaties beperkt tot een contractbeheersysteem (ISPnext) en een aantal externe informatiesystemen die ons helpen met het verkrijgen van een actueel beeld van aanbieders (Annual Insight en Graydon). Het beheer van de standaardapplicaties is ondergebracht bij een externe leverancier die tevens voorziet in datacommunicatie, back-up, beveiliging en hardware. Voor ons datawarehouse met leveranciersdata (berichtenverkeer) zal in 2024 een onderzoek naar de mogelijkheden plaatsvinden Huisvesting De MGR is gehuisvest in een kantoorpand gelegen aan het Keizersveld 91b in Venray. Gezien de groei van de MGR wordt intern onderzocht of aanpassingen in de huisvestingssituatie noodzakelijk zijn. Juridisch De MGR heeft een juridisch medewerker in vaste dienst. In aanvulling daarop wordt juridische expertise op diverse gebieden ingehuurd, daar waar specifieke situaties daarom vragen.
Functionaris gegevensbescherming en privacy officer Voor de werkzaamheden van de functionaris gegevensbescherming wordt gebruik gemaakt van een externe dienstverlener. De privacy officer wordt, op basis van behoefte, ingehuurd bij de gemeente Venray.
22
Overhead Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor de overhead centraal te begroten en in de begroting een apart overzicht “overhead” op te nemen. Dit leidt ertoe dat in de lasten van module 1 en module 2 alleen de kosten van het primaire proces zijn opgenomen. De bijbehorende overheadkosten zijn separaat opgenomen, maar worden wel per module inzichtelijk gemaakt. Het overzicht “overhead” geeft het algemeen bestuur inzicht in de totale overhead van de MGR. Aan de detaillering van dit overzicht worden door het BBV geen eisen gesteld, met uitzondering van de bepaling dat er minimaal een scheiding moet zijn tussen de lasten en de baten.
23 Personeel Met overhead personeel worden bedoeld de directie, management- en algemene ondersteuning. Huisvesting De MGR is gehuisvest in het bedrijfsverzamelgebouw Keizerveld 91b in Venray. De ruimte van de MGR is gehuurd en biedt naast verschillende typen werkplekken ook een tweetal vergaderruimten. Tevens zijn de aan huisvesting gerelateerde kosten zoals schoonmaak en onderhoud hier opgenomen. Overige bedrijfsvoeringskosten In deze kosten zijn inbegrepen de onderhoudskosten ICT voor het contractmanagement-systeem, een kwaliteitsbewakingssysteem en een datawarehouse. Daarnaast zijn hier de met de dienstverlening van de gemeente Venray gepaard gaande kosten opgenomen. Gemeentelijke bijdrage overhead Volgens de notitie verbonden partijen van de Commissie BBV moet de MGR de baten volledig onder de directe taakvelden neerzetten en niet onder overhead. Dit omdat de taken in mandaat worden uitgevoerd. De kosten voor de inkoop van zorg komen ook niet terug in de begroting en de jaarstukken van de MGR. Om die reden zijn er alleen lasten onder het onderdeel overhead verantwoord. De vier overige volgens de BBV verplicht gestelde paragrafen zijn niet relevant en worden niet opgenomen. Het betreft: • Lokale heffingen • Onderhoud van kapitaalgoederen • Verbonden partijen • Grondbeleid.
Financiele begroting
2025-2028 Incl. gewijzigde begroting
2024
24
5. Financiële begroting 2025 – 2028 en gewijzigde begroting 2024 5.1. Recapitulatie overzicht van baten en lasten – Uitvoeringslasten De MGR maakt voor haar financiële begroting onderscheid tussen de uitvoeringslasten van beide modules en de programmalasten van de regionale samenwerking BW MO B&P. In deze paragraaf zal nader worden ingegaan op de uitvoeringslasten van beide modules en in paragraaf 5.2 treft u nadere toelichting aan op de programmalasten van de regionale samenwerking BW MO B&P. De begroting van de uitvoeringslasten ziet er als volgt uit:
25
De totale uitvoeringslasten nemen in de gewijzigde begroting 2024 toe met € 474.000 ten opzichte van de primitieve begroting 2024 en komen daarmee uit op € 3.376.000 (toename personeelskosten zowel eigen personeel door cao aanpassingen als hoger ingeschat aandeel ingehuurd personeel). Hiervan heeft € 275.000 betrekking op lasten van een aantal ingezette activiteiten die in 2024 worden afgerond en waarvoor ultimo 2023 een bestemmingsreserve ter grootte van € 275.000 is gevormd. Voor 2025 bedragen de begrote uitvoeringslasten € 3.168.000, hetgeen € 208.000 lager is dan de gewijzigde begroting 2024.
Gemeentelijke bijdrage In onderstaande tabel is een overzicht van de gemeentelijke bijdragen in de uitvoeringskosten van de MGR opgenomen.
De gemeentelijke bijdragen nemen in de gewijzigde begroting voor 2024 af met ca. € 12.000. (module 1: toename € 52.000, module 2: afname € 64.000). De hogere uitvoeringskosten worden gecompenseerd door de inzet van de bestemmingsreserve en de opbrengst uit rentebaten die in de begroting van 2024 niet waren opgenomen. Voor 2025 nemen de gemeentelijke bijdragen toe met € 57.000 tot in totaal € 2.841.000. Een specificatie van de berekeningen van de bijdragen voor 2024 en 2025-2028 per gemeente en gesplitst per module is opgenomen in bijlage 1.
26
Overige baten De overige baten bestaan uit de aan de Midden-Limburgse gemeenten door te berekenen uitvoeringslasten voor segment 1 en crisiszorg. Aangezien deze lasten binnen de MGR zijn opgenomen onder module 1 en de Midden-Limburgse gemeenten niet deelnemen in module 1, worden deze kosten apart doorberekend. In de gewijzigde begroting 2024 nemen deze baten toe met € 62.000 als gevolg van de hogere kosten bij de verbijzonderde toegang in 2024. Bij het opstellen van deze begroting is als vooronderstelling gehanteerd dat de Midden-Limburgse gemeenten gedurende de volledige begrotingsperiode blijven deelnemen aan de overeenkomst jeugdhulp segment 1 en integrale crisishulp. Een besluit hiertoe moet echter nog genomen worden. Daarnaast zijn onder de overige baten de verwachte rentebaten opgenomen. De specificatie van deze post, verdeeld per module luidt als volgt:
De verdeling van de uitvoeringskosten segment 1 over de midden-Limburgse gemeenten is gebaseerd op het inwoneraantal op 1 januari 2024. Na afloop van het boekjaar zal een afrekening op basis van de werkelijke kosten plaatsvinden. Personeelskosten
De personele lasten nemen in de gewijzigde begroting 2024 toe met € 515.000 tot in totaal € 2.795.000. Voor de uitvoering van een aantal activiteiten, die in 2023 zijn opgestart en die in 2024 worden afgerond, heeft de MGR in 2023 een bestemmingsreserve gevormd van in totaal € 275.000. De in de bestemmingsreserve genoemde activiteiten leiden in 2024 tot een extra inhuur personeel van € 230.000 en hogere loonkosten personeel in dienst van € 45.000 (tijdelijk dienstverband). Daarnaast zijn er in 2024 extra kosten begroot voor de inhuur van de business controller ten behoeve van het inwerken van de nieuwe business controller en ondersteuning bij onderzoeken bij kwetsbare jeugdaanbieders. De indexatie van het personeel in dienst is € 78.000 hoger dan voorzien in de begroting 2024.
25
Voor de begroting 2025 is de post inhuur verlaagd naar een regulier niveau van € 175.000 op jaarbasis. De huidige onzekerheden en mogelijke risico’s voor extra inhuur zijn opgenomen in de risicoparagraaf 4.1. In onderstaande tabel treft u het formatieoverzicht aan:
28
De MGR breidt haar formatie in 2024 uit met een assistent voor de verbijzonderde toegang voor jeugdhulp segment 1 en een ondersteuner op het gebied van financiën. De formatie van de MGR telt voor het jaar 2025 19,39 fte. Hiervan is per april 2024 18,28 fte ingevuld. Bedrijfsvoeringskosten In de gewijzigde begroting 2024 nemen de bedrijfsvoeringskosten af met € 41.000. De kosten data warehouse zijn € 35.000 lager begroot. Voor de doorontwikkeling van datastromen is een lager budget nodig, dan oorspronkelijk was voorzien. Voor 2025 verwacht de MGR dat de bedrijfsvoeringskosten op ongeveer hetzelfde niveau liggen als in 2024. Voor een overzicht zie onderstaande tabel.
Onvoorzien Voor onvoorziene zaken is in deze begroting een bedrag van € 50.000 opgenomen.
Toerekening van uitvoeringslasten aan activiteiten De MGR legt in haar begroting ook een koppeling tussen de begrote lasten, de activiteiten en gemeentelijke taken. Daartoe hebben we op grond van deze begroting een kosten verdeelstaat opgesteld waarmee dit inzicht kan worden verstrekt. Uitgangspunten die we daarbij gehanteerd hebben, zijn: • Zoveel mogelijk direct toerekenen van budgetten aan activiteiten, waarbij uitgegaan wordt van de kostendragers bestuur, inkoop, contractbeheer, informatiemanagement en contractmanagement. • Er is geen sprake van een getrapte kostenverdeling (we maken omwille van eenvoud en transparantie dus geen gebruik hulpkostenplaatsen). • Kosten van bedrijfsvoering en overige personeelskosten als volgt toerekenen aan de kernactiviteiten / hoofdprocessen van de MGR: Bestuur: 5% Inkoop: 20 % Contractbeheer: 10 % Informatiemanagement: 10 % Contractmanagement: 55 % De toerekening van onderdelen naar gemeentelijke taken vindt plaats op basis van een schatting van de volgende bemoeienispercentages: