Beantwoording Technische vragen PK toekomstbestendige landbouw def
Tekst van het document
Beantwoording van technische vragen PK tbv de behandeling van ‘Toekomstbestendige landbouw op gemeentelijke pachtgronden’. 1.
In de Inleiding staat een omschrijving van transitie in de landbouw achter de dubbele punt (‘consumenten eisen transparantie en duurzaamheid’). Die zal niet allesomvattend zijn? Is er geen sluitende definitie? De regel “Tegelijkertijd is een landbouwtransitie gaande: consumenten eisen transparantie en duurzaamheid” is inderdaad niet allesomvattend. Het is een statement en niet bedoeld als definitie.
2.
Hoeveel agrarische gronden in de gemeente zijn er in bezit van agrariërs, die niet pachtgronden van de gemeente zijn? Dit is onbekend. Overige landbouwgronden zijn ook niet uitsluitend in eigendom van agrariërs. Er zijn ook andere eigenaren.
3.
Het genoemde fonds zou dus alleen gelden voor gemeentelijke pachtgronden om de transitie in de landbouw te helpen? Dat is het uitgangspunt. Wat is er beschikbaar voor de niet gemeentelijke agrarische pachtgronden voor die transitie van de landbouw? Die vallen bijvoorbeeld terug op landelijke en provinciale regelingen of bekostigen alles zelf.
4.
Op welke wijze worden de duurzaamheids- en natuurinclusieve criteria juridisch vastgelegd in de pachtovereenkomsten (bijv. als contractvoorwaarden, bijlagen of prestatie-eisen)? Het ligt voor de hand om deze in de contractvoorwaarden vast te leggen waaraan eventueel kwantificeerbare doelen kunnen worden gekoppeld.
5.
Betreffen deze criteria resultaatsverplichtingen of inspanningsverplichtingen, en waarom is hiervoor gekozen? Zie het antwoord op vraag 4.
6.
Welke sanctiemogelijkheden heeft de gemeente bij niet-naleving (bijv. boete, ontbinding pacht, uitsluiting bij herverpachting)? De verpachter kan (afhankelijk van het geconstateerde feit): - de pachter verzoeken tot uitvoering geven aan de overeenkomst, - de pachtkamer verzoeken de overeenkomst te ontbinden of - niet overgaan tot verlenging of opnieuw aangaan van een pachtovereenkomst.
7.
Welke concrete indicatoren worden gebruikt om naleving te monitoren (bodemkwaliteit, middelengebruik, biodiversiteit, water)? Uitwerking hiervan ligt bij de Marke Stichting. E.e.a. dient wel te passen in wet- en regelgeving, de pachtovereenkomsten en de eventuele systematiek rondom subsidieverlening. Daarnaast zijn diverse partijen betrokken bij de 4 thema’s. Bodemkwaliteit wordt al wel gemonitord door een eerste ronde Eurofins bodemonderzoek in 2025. Agrariërs houden verder een administratie bij van gewasbeschermingsmiddelen. Er is daartoe ook een licentiesysteem. Soort waarnemingen komen in de publiek toegankelijke Nederlandse Data Flora en Fauna
database. Grondwater en oppervlaktewater zijn in beheer bij het waterschap en worden door hen ook gemonitord, zowel voor kwaliteit als kwantiteit. 8.
Wie voert de monitoring uit? De Marke Stichting heeft hierin de regie voor wat betreft de gemeentelijke eigendommen en rapporteert hier periodiek over.
9.
Hoe vaak vindt monitoring plaats en hoe worden de resultaten teruggekoppeld aan de raad? De te monitoren onderdelen zijn zeer divers en gekoppeld aan andere tijdsfrequenties. Ook hangt het samen met in hoeverre het e.e.a. wordt vastgelegd in de pachtovereenkomsten. Het ligt voor de hand om de monitoring en rapportage hierover (ook richting de gemeenteraad) te koppelen aan de 5-jaarlijkse evaluatie tussen gemeente en de Marke Stichting.
10. Welke chemische bestrijdingsmiddelen zijn op dit moment toegestaan op gemeentelijke pachtgronden? Alle gewasbeschermingsmiddelen die conform de wet zijn toegestaan mogen worden toegepast op gemeentelijke pachtgronden. Door voorliggende notitie vast te stellen wordt een gemeentelijk kader gecreëerd waarbij het mogelijk wordt om behoud én verbetering van de kwaliteit van het landbouwwerklandschap en de leefomgeving te bereiken door te sturen op o.a. het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen. 11. Wordt een uitfaseringspad voorzien voor chemische middelen, en zo ja: binnen welke termijn? Ja, dat is wel het streven voor gemeentelijke pachtgronden. Dit hangt echter wel samen met aanpassing van de pachtovereenkomsten. In de notitie hanteren we een termijn van 7 jaar voor de transitie naar een duurzame bedrijfsvoering. Hierbij zullen wij ook rekening houden met wettelijke ontwikkelingen, want op Europees en Rijksniveau zijn ook diverse bewegingen gaande op het gebied van (chemische) gewasbeschermingsmiddelen. 12. Hoe verhoudt het voorgestelde beleid zich tot provinciaal, landelijk en Europees beleid (o.a. Kaderrichtlijn Water)? In hoofdstuk 1.2 van de notitie is al stilgestaan bij beleidsmatige ontwikkelingen bij andere overheden, hierop is aangesloten. De Kaderrichtlijn Water is een Europese richtlijn met diverse verplichtingen.
Deze zijn wettelijk vastgelegd, daarin zijn wij volgend. Voorliggende notitie draagt bij aan het behalen van de doelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water op gemeentelijke gronden. 13. Welke financiële consequenties verwacht het college voor pachters bij invoering van de duurzaamheidscriteria? Dit moet nader worden onderzocht, mede in het kader van het inrichten van de transitiefonds. 14. Is onderzocht of en hoe pachtprijzen worden aangepast aan strengere voorwaarden? Zie antwoord onder vraag 13. Er is verder vooralsnog geen streven om via verlaagde pachtprijzen het verdienmodel van de agrarische ondernemers extra te laten renderen.
15. Op welke wijze worden selectiecriteria transparant gemaakt voor potentiële pachters? Deze notitie is openbaar. Pachters worden schriftelijk en via een bijeenkomst geïnformeerd over het beleidsmatige standpunt van de gemeenteraad en de overdracht naar de Marke Stichting. n.a.v. het artikel “Directeur Henk W (58) sjoemelde met mest en melk, zodat boeren regels konden omzeilen” in De Limburger van dinsdag 6 januari 2026: 1.
Is bij de gemeente (ambtelijk of bestuurlijk) bekend of boeren, wonend of werkend in de gemeente Bergen (L) gebruik maakten van “Bergs Advies”? In het kader van planologische procedures en milieuaanvragen hebben een aantal personen / bedrijven in het verleden gebruik gemaakt van Bergs Advies. Wij hebben in elk geval geen gebruik gemaakt van hun diensten. Inzake mest en melk is het Rijk bevoegd gezag. De gemeente gaat over de opslag van mest en niet over het toepassen van meststoffen.
2.
Zijn bij de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk) situaties in de gemeente Bergen bekend waar: A. Meer ha grasland wordt opgevoerd in de boekhouding als eigendom om meer mest uit te kunnen rijden? En zijn hier ook gemeentelijke (pacht)gronden bij betrokken? Ja, wij hebben signalen ontvangen. Er is in 1 concrete casus door een ondernemer gemeentegrond opgevoerd in zijn boekhouding zonder toestemming van de gemeente. Door het RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) is hiervoor contact opgenomen met de gemeente. B.
Meer melk als omzet wordt opgegeven teneinde meer fosfaatrechten te kunnen kopen en vervolgens meer koeien te kunnen houden? Nee, dat is onbekend en is voor de gemeente ook niet te constateren. Het Rijk is hierin bevoegd gezag.
C.
Waar gefraudeerd is met het systeem teneinde meer ammoniak uit te kunnen stoten, bijvoorbeeld door misbruik van ziektemeldingen van vee? Nee, dat is onbekend en is voor de gemeente ook niet te constateren. De gemeente controleert verder niet op dierziektes, dit ligt bij het NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Ook hierin is het Rijk bevoegd gezag.
3.
Zijn bij de gemeente Bergen (L) (ambtelijk of bestuurlijk) mogelijk andere situaties bekend van fraude/oplichting/gesjoemel, al dan niet op gemeentelijke (pacht)gronden? Zo ja, hoe is vervolgens opgetreden? Naar aanleiding van de vragen uit de Raad omtrent lelieteelt op gemeentegronden is door ons bij RVO onderzocht welk gebruik op onze gronden is geregistreerd. Daarbij is ons in een aantal gevallen gebleken dat gronden, in strijd met de pachtovereenkomst, door derden op naam is gezet. Het vermoeden bestaat dat dit is gebeurd met onder meer oog op het verkrijgen van meer ruimte om drijfmest uit te rijden dan strikt op basis van eigen boekhouding mogelijk zou zijn. Daarnaast is er door de betreffende pachters zelf geen actieve invulling gegeven aan agrarische activiteiten op deze gronden. In veel situaties liggen de bevoegdheden tot opsporing en handhaving bij het Rijk.
4.
Hoe kan de gemeente kennis krijgen van sjoemelpraktijken, als deze zich voor zouden doen in onze gemeente? Zie de beantwoording van vraag 3 hierboven. De gemeente heeft alle ondernemers waar wij onregelmatigheden hebben geconstateerd aangeschreven en hen gewezen op strijdigheid met de afgesloten pachtovereenkomst met de intentie om de overeenkomst te beëindigen. Daar waar wij geen reactie van pachters hebben gekregen, of pachters zich verzetten bereiden wij een ontbinding via de pachtkamer voor. In situaties waarbij sprake is van fraude waarvoor het Rijk bevoegd gezag is, dan neemt het Rijk (RVO / NVWA) contact op met de gemeente en worden wij gehoord. In overige situaties zijn wij afhankelijk van hetgeen wordt gesignaleerd door onze Boa’s en anderen.
5.
Worden gemeentelijke gronden die verpacht zijn, soms doorverpacht zonder dat dat bekend is? Ja, dat is in de afgelopen jaren bij een aantal (6) locaties bij reguliere pacht geconstateerd. Zie verder de beantwoording van vraag 3 en 4. Hoe is handhaving van regels dan mogelijk? Zie beantwoording vragen 3 en 4.