Beantwoording technische vragen Kaderbrief 2023
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN KADERBRIEF 2023 Hieronder treft u de beantwoording van de technische vragen aan zoals die gesteld zijn over de kaderbrief 2023.
Fractie CDA – vraag 1 - Pag. 1 Inleiding, tweede alinea Verwezen wordt naar bijlage vwb de stand van zaken van de reeds gevoteerde kredieten. Dit overzicht is echter niet compleet. Vele investeringen (ook grote bedragen) waarvoor de raad krediet heeft verstrekt staan niet op het overzicht. Zie hiervoor ook de pagina’s 137 t/m 139 uit de concept jaarrekening 2021. Graag een compleet overzicht van de gevoteerde kredieten als bijlage bij het stuk toevoegen. Antwoord: Het klopt dat het overzicht met ‘overzicht lopende investeringen’ langer is dan het overzicht dat bij de Kaderbrief toegevoegd is. Dit komt omdat we steeds bij het maken van de jaarrekening een aantal gevoteerde kredieten afsluiten. Kolom ‘gereed’ geeft aan welke kredieten eind 2021 afgesloten werden. Het gepresenteerde overzicht is derhalve juist.
Fractie CDA – vraag 2 - Pag. 1 Inleiding, tweede alinea Vervolgens is in dezelfde alinea aangegeven: ‘De lasten van deze kredieten zijn uiteraard in de lopende (meerjaren) begroting opgenomen. Klopt het dat de lasten van alle gevoteerde kredieten zijn opgenomen in de lopende (meerjaren) begroting (en dus niet alleen de lasten van het incomplete overzicht dat nu bij de stukken zit) ? Antwoord: Ja
Fractie CDA – vraag 3 – Financieel perspectief op basis van bestaand beleid Voor de jaren 2023 t/m 2025 wordt hier in de tekst verwezen naar de in de vastgestelde begroting 2022 gepresenteerde budgetruimte. De in deze kaderbrief gepresenteerde bedragen wijken echter af van hetgeen is aangegeven in de begroting 2022 (zie pag. 12 van de begroting 2022) Wat zijn de juiste bedragen en als de bedragen anders zijn dan in de vastgestelde begroting 2022 wat is hiervoor dan de verklaring ? Antwoord: Tegelijk met de begroting 2022 heeft uw raad ingestemd met nieuw beleid 2022 en met het verwerken van de septembercirculaire 2022. De drie elementen samen verklaren het gepresenteerde saldo. Kortheidshalve verwijzen wij naar de brief (21 oktober 2021) die wij naar aanleiding van de septembercirculaire naar uw raad gestuurd hebben.
Fractie VVD – vraag 1 – Rioolkosten Deze zouden 2 jaar geleden volgens de presentatie hetzelfde blijven en zijn nu ineens 10 euro duurder. 1
Wat is de reden ? Antwoord: Bij de vaststelling van het GRP heeft de raad ingestemd met een jaarlijkse tariefsverhoging voor de jaren 2023 t/m 2025 van €10,- per jaar met daarnaast een inflatiecorrectie. Vanaf 2026 bedraagt de jaarlijkse verhoging (volgens het GRP) € 5,- met een inflatiecorrectie.
Fractie KERN – vraag 1 – nieuwe taken Welke nieuwe taken moeten gemeenten met ingang van 2023 gaan uitvoeren? Antwoord: In deze kaderbrief zijn geen nieuwe ontwikkelingen of taken opgenomen. Op dit moment is nog niet duidelijk welke nieuwe taken gemeenten vanaf 2023 extra moeten uitvoeren.
Fractie KERN – vraag 2 – kredietoverzicht In het actueel overzicht beschikbaar gestelde kredieten zijn bij de kredieten met een negatieve boekwaarde nog niet alle inkomsten verwerkt. Kunt u dit verduidelijken? Antwoord: Bij een aantal investeringskredieten houden we rekening met een subsidie. Volgens het voorzichtigheidsbeginsel verwerken we de subsidie pas als helemaal zeker is dat we de bijdrage zullen ontvangen. De definitieve subsidieaanvraag kunnen we vaak pas indienen als het project gereed is.
Fractie Dorpsbelangen – vraag 1 – meerjarenbegroting In de inleiding (pagina 1) staat dat voor ons ligt de kaderbrief 2023 en de meerjarenbegroting 20232026. Deze meerjarenbegroting is o.i. niet bijgevoegd? Antwoord: In hoofdstuk 3 van de Kaderbrief is het financiële perspectief voor de komende jaren gepresenteerd.
Fractie Dorpsbelangen – vraag 2 – meerjarenbegroting In 2021 werd rekening gehouden met een inflatie van 1,9%. Is achteraf gebleken dat dit percentage juist was? Zo niet, hoe wordt dan omgegaan met het geconstateerde verschil in de komende meerjarenbegrotingen? Antwoord: We hanteren een systeem waarbij we elk jaar een nieuwe inschatting maken van de inflatie van het komende jaar. Budgetramingen moeten volgens de wettelijke regels realistisch zijn. Dit betekent niet dat alle budgetten automatisch geïndexeerd worden. Op basis van de verwachte gemiddelde prijsstijging houden we rekening met toekomstige prijsstijgingen. Bij welke budgetten deze prijsstijging gerealiseerd wordt is vooraf moeilijk in te schatten. Via planning en control volgen we steeds alle budgetten en passen deze pas aan als dat nodig is. Het belangrijkste moment hiervoor is het maken van de jaarlijkse Berap.
2
Fractie Dorpsbelangen – vraag 3 – afval De tariefberekening afvalstoffenheffing (pagina 3) kan pas gemaakt worden als alle kosten van afval in beeld zijn. Waarom zijn deze kosten niet in beeld? Antwoord: Hoe later we de begroting opstellen hoe makkelijker het is om een inschatting te maken van toekomstige kosten. Voor afval kennen we de kostensoorten zoals personeel, transport en verwerkingskosten. De ontwikkeling van de volumes en prijzen zijn nu nog lastig in te schatten.
Kunnen wij een tariefsopbouw zien van 2020-2021 en wat gedaan is met het verschil tussen begroting en werkelijke kosten? Antwoord: In de Jaarrekening 2021, pagina 57 staat een overzicht van kosten en opbrengsten van afval. Hierbij wordt tevens het verschil gepresenteerd tussen begrote bedragen en werkelijke bedragen.
Fractie Dorpsbelangen – vraag 3 – riool Rioolheffing (pagina 3) heeft evenals afvalstoffenheffing een kostendekkend tarief. Zijn hier, in tegenstelling tot afvalstoffenheffing, wel alle kosten in beeld? Antwoord: Ook hier geldt dat de kosten op dit moment nog moeilijk in te schatten zijn. Dat hoeft ook niet bij het maken van de Kaderbrief. De ramingen zoals ze in de begroting 2023 terecht komen moeten realistisch zijn. Afvalstoffenheffing wordt niet geïndexeerd, rioolheffing daarentegen wel. Waardoor dit verschil? Antwoord: Bij riolering wordt veel geïnvesteerd. Investeringskosten zijn de belangrijkste component van het riooltarief. Investeringen in riolering gaan 60 jaar mee. Daarom wordt een investeringsplan gemaakt dat 60 jaar loopt. Dit is het GRP. Kosten en baten lopen niet gelijk over de periode van 60 jaar, daarom werken we met een egalisatievoorziening. Verschillen tussen baten en lasten in elk jaar worden met de egalisatievoorziening verrekend waarmee we over een periode van 60 jaar kostendekkend zijn. Bij afval wordt niet geïnvesteerd en een investeringsplan is daar dan ook niet aan de orde. Per jaar worden de kosten en baten zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Als de kosten stijgen (bijvoorbeeld door inflatie) dan zal het tarief mee moeten stijgen om kostendekkend te blijven.
Vervolgens wordt bij rioolheffing bovenop de indexatie nog een extra bedrag van € 10 bij de inwoner in rekening gebracht. Volgens het GRP is dit om in de toekomst ergens voldoende middelen te hebben. Is dit kostendekkend voor het jaar 2023? Antwoord: Nee, zie ook het vorige antwoord. Het GRP heeft een looptijd van 60 jaar. Over deze periode is een schatting gemaakt van alle kosten en baten. Over de totale looptijd is de riolering kostendekkend. Het is goed om elke 5 jaar het GRP te actualiseren, waarbij je de aannames steeds kunt bijstellen.
3
Fractie Dorpsbelangen – vraag 4 – loonontwikkeling Brutoloon wordt geïndexeerd met 3,5%. Welke opslag sociale lasten en pensioenlasten en overige personeelskosten hanteerde de Gemeente Bergen in 2020 en 2021 en begroting 2022? Antwoord: Voor gemeenten geldt een voorgeschreven salarisindeling. De salarissen en premies worden periodiek aangepast op basis van CAO-afspraken tussen VNG en rijk. We passen de salarisindeling toe die bij het maken van de begroting actueel is. Voor 2023 is nog geen CAO afgesloten, daarom houden we rekening met een loonindex van 3,5%. Zodra de CAO-afspraken voor 2023 rond zijn passen we de overeengekomen loonstijging toe.
4