CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen CDA ten aanzien van het Programma vrijetijdseconomie Gemeente Bergen

Commissie Ruimte en Economie 8 september 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen Programma Vrijetijdseconomie Gemeente Bergen;991 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen CDA ten aanzien van het Programma vrijetijdseconomie Gemeente Bergen Paragraaf 2.2.1. laatste zin: ‘Voor de gemeente Bergen geldt een afname van 5% tussen 2015 en 2019 terwijl de werkgelegenheid in Noord Limburg toenam in die periode’. Vragen:  Slaat de afname van 5% op totale werkgelegenheid in Bergen of op de werkgelegenheid in de toeristische sector van Bergen? Het betreft de werkgelegenheid in de toeristische sector. 

Wat wordt bedoeld met de werkgelegenheid in Noord Limburg: de werkgelegenheid van de toeristische sector of de totale werkgelegenheid? Het betreft de werkgelegenheid in de toeristische sector.

Wat is de ontwikkeling van de totale werkgelegenheid in Bergen en de regio tussen 2015 en 2019? Helaas hebben we geen cijfers van 2015 - 2019, wel van 2016 - 2019. Ontwikkeling in Bergen is +2,05 % banen.

Wat is de ontwikkeling van de werkgelegenheid in Bergen en de regio tussen 2015 en 2019? Ontwikkeling werkgelegenheid in regio Noord-Limburg tussen 2016 en 2019 is +8,93% banen. Voor toeristische werkgelegenheid geldt:

Paragraaf 2.2.2. laatste zin eerste alinea: Uit het niets komt de zin ‘De gemiddelde bezetting in Bergen is lager dan elders in Noord Limburg’ Vragen:  De gemiddelde bezetting van wat is lager dan elders in Noord Limburg? Wordt bedoeld de gemiddelde bezetting afgezet tegen de beschikbare capaciteit?  Wat is de gemiddelde bezetting in Bergen?  Wat is de gemiddelde bezetting elders in Noord Limburg?  Wat wordt überhaupt bedoeld met ‘elders in Noord Limburg’? Deze conclusie kan getrokken worden als gekeken wordt naar de relatie tussen aantal slaapplaatsen en aantal overnachtingen: Bergen accommodeert 8,8% van het aantal slaapplaatsen en 4% van het aantal overnachtingen. Als de bezetting in de regio Noord-Limburg gelijk verdeeld zou zijn, zou Bergen ook 8,8% van het aantal overnachtingen moeten accommoderen. Maar dit aantal is dus lager. Er zijn geen specifieke statistieken beschikbaar van de bezettingsgraad in Bergen en Regio NoordLimburg. Dit vraagt aanvullend onderzoek. Na vaststelling van het programma zal een nulmeting verricht worden voor de gemeente Bergen om de gewenste groei in bezettingsgraad te kunnen monitoren. Paragraaf 2.2.4 pag 12 tweede alinea: ‘Er spelen enkele grootschalige verblijfsrecreatieve ontwikkelingen in Bergen’: Vragen:  Welke zijn dit? Het gaat hierbij hoofdzakelijk om de ontwikkeling bij Vakantiepark Leukermeer.

Andere initiatieven zijn minder omvangrijk en bevinden zich nog in een initiatieffase. Bij ontwikkelingen zal de raad geïnformeerd worden. 

Wat is de huidige stand van zaken qua realisatie van deze ontwikkelingen/wanneer wordt realisatie verwacht? Binnen nu en vijf jaar

‘Als deze daadwerkelijk doorgang vinden , neemt het aantal slaapplaatsen toe met 13% en het aantal overnachtingen, naar schatting, met 37-50%’ Vragen:  Betekent bovenstaande zin dat het eerder genoemde getal van 7.782 bij realisatie van de plannen verhoogd gaat worden met 13%? Ja 

Betekent bovenstaande zin dat het eerder genoemde getal van 357.000 overnachtingen bij realisatie van de plannen verhoogd gaat worden met naar verwachting 37 tot 50%, met bijbehorende verhoging van de inkomsten verblijfsbelasting? Ja

Er is sprake van 13 dagrecreatieve voorzieningen. Vraag:  Welke zijn deze 13 dagrecreatieve voorzieningen? Graag ontvangen wij een overzicht hiervan.  Ruitersportcentrum Seurenheide  Fiatje Huren  Ballorig  Dagstrand Seurenheide  Nederlands Golfmuseum  Golfbaan Bleijenbeek  Kunsthuis de bakkerij  Tramhalte Bergen  Bezoekerscentrum Maasduinen In de Sluis  Kasteelruïne Bleijenbeek  Bezoekerscentrum Jachthut op den Hamer  Rederij Filia Mosae  Galerie Pictura Onder ‘typering van aanbod’ worden generieke conclusies getrokken: “Ook is een deel van het aanbod verouderd. Dat deel bevindt zich aan het einde van de product-life cycle en daarmee niet toekomstbestending’. Vraag:  Heeft deze conclusie betrekking op het totale aanbod, op overwegend de dagrecreatieve voorzieningen of op de verblijfsrecreatieve voorzieningen. Graag een nadere duiding op hoofdlijnen. Dit heeft betrekking op het totale aanbod en het betreft een beoordeling van de onderzoekers, die ervaren zijn in het uitvoeren van vitaliteitsonderzoeken. Het is hun inschatting dat het aanbod in veel gevallen niet up to date is (sluit niet aan bij kwaliteitsnormen van nu) en het soms duidelijk is te zien dat de investeringen achterblijven. Paragraaf 2.2.5 Gemeld wordt dat de bestedingen een ondergrens kennen van 33 mln en een bovengrens van 44,2 mln.

In tabel 2.2 staan de bestedingen uitgesplitst naar dagrecreatie en verblijfsrecreatie Vragen:  Welke getallen staan er in de tabel. Zijn dat de huidige bestedingen? De ondergrens of de bovengrens?  Wat zijn de huidige bestedingen, de ondergrens en bovengrens uitgesplitst naar dagrecreatie en verblijfsrecreatie? Het zijn de huidige bestedingen, uitgesplitst naar dag- en verblijfsrecreatie. Het totaal van de bestedingen kunnen we niet geven, omdat die cijfers niet voorhanden zijn. Het optellen van dagrecreatieve bestedingen en bestedingen in de verblijfsrecreatie in de tabel is niet mogelijk. In de bestedingscijfers van verblijfstoeristen zitten namelijk ook dagrecreatieve bestedingen. Het optellen van die cijfers zou dus tot dubbeltelling leiden.

Paragraaf 4.1 Pag. 19: Vragen:  Hier wordt de term ‘schouderseizoen’ gebruikt. Wat is dat? Dat zijn de weken die aansluiten op de schoolvakanties. Dus enkele weken voor de vakantie en enkele weken erna. Het zijn vaak de momenten dat gezinnen met nog niet schoolgaande kinderen of gezinnen zonder kinderen vakantie nemen. Verder is sprake op het inzetten op kansrijke (nieuwe) doelgroepen met eigentijdse concepten?  Aan welke doelgroepen wordt gedacht?  Aan welke eigentijdse concepten wordt gedacht? In paragraaf 5.1 van het programma VTE staat weergegeven welke doelgroepen (leefstijlen) kansrijk zijn. Kansrijke concepten om op deze doelgroepen in te spelen vormen een uitwerking van dit programma, maar voor enkele voorbeelden rondom horeca of verblijfsrecreatie zie https://ruimteenvrijetijd.nl/werkvelden/leefstijlen/ Paragraaf 4.4 Pag. 21 ‘Het zou van toegevoegde waarde zijn als ook non-profit organisaties (financiele) toegang hebben om aanbod te ontwikkelen?” Vragen:  Wat wordt hiermee bedoeld?  Aan welke non-profit organisaties wordt gedacht? Buiten ondernemers kunnen ook non profit organisaties, bijvoorbeeld vanuit bewoners, een net zo waardevolle bijdrage aan het toeristisch aanbod leveren. Bijvoorbeeld bij het organiseren van evenementen, cursussen of kleinschalige overnachtingen.

Zo kunnen inwoners ook mee profiteren van toerisme, hetgeen weer bijdraagt aan het draagvlak voor toeristische ontwikkeling. Mogelijke non profit organisaties: stichtingen, verenigingen, etc.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10502533/2