Antwoord op technische vragen fractie CDA bij Financiële verordening artikel 212 GW
Tekst van het document
Antwoord op technische vragen fractie CDA bij Financiële verordening artikel 212 GW
Vraag 1 - Artikel 15 Reserves en voorzieningen Welke gedachten zit er achter het proces om geen voorziening te hebben waartegen verliezen geboekt kunnen worden maar pas bij de jaarrekening als resultaat opgenomen wordt? Antwoord: De gedachte is dat we voorzieningen vormen voor verplichte kosten (uitgaven) in de toekomst. Zodra we de kosten (uitgaven) maken worden die rechtstreeks betaald uit de voorziening. We hebben hierbij geen keuze (wettelijk bepaald) of we de kosten uit de voorziening betalen of ten laste van de begroting. Van verrekening met verliezen bij de jaarrekening is dus nooit sprake. Dit is wezenlijk anders dan bij de egalisatiereserves. Op verschillende plaatsen in de begroting maken we gebruik van reserves. (bijvoorbeeld bij de afvalstoffenheffing, dit is een kostendekkend tarief. Dit tarief is gebaseerd op begrote kosten. Gaandeweg het jaar kunnen er wijzigingen plaatsvinden in bijvoorbeeld de hoeveelheid afval of het aantal containers. Aan het eind van het jaar worden eventuele verschillen verrekend middels de egalisatiereserve. Bij verschillende taakvelden (begrotingsonderwerpen) kan de raad besluiten om eventuele winsten of verliezen bij de jaarrekening te vereffenen met een reserve.
Vraag 2 - Artikel 26 Grondbeleid De grondexploitatie wordt tegen nominale waarde opgenomen. Betekent dit dat eventuele verliezen of winsten pas genomen worden op het moment van verkoop? Is dit gedaan om eventuele grote schommelingen ieder jaar op de grondexploitatie tegen te gaan? Antwoord: Nominale waarde houdt in dat geen rente wordt toegevoegd aan de voorziening. Elke voorziening wordt verplicht elk jaar opnieuw berekend en elk jaar kan de omvang van de voorziening wijzigen. Daarmee zit altijd precies genoeg in de voorziening voor de toekomstige kosten / uitgaven die we kunnen verwachten.