CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

4.a.2.b QAlijstHst6

Gemeenteraad 9 november 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Instemmen met de conclusies en aanbevelingen Rekenkameronderzoek BsGW;1.647 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Q & A-lijst rapport Rekenkamer(commissie)s

Hoofdstuk 6 Conclusies Pag. 83; conclusie 1 Is de fasering en de typering daarvan herkenbaar? BsGW herkent zich in de drie fases en de typering daarvan. Pag. 84; conclusie 2 Hoe valt te verklaren dat raadsleden een minder eenduidig beeld hebben wat de meerwaarde van BsGW betreft? Het feit dat raadsleden een minder eenduidig beeld hebben van de meerwaarde van BsGW kan meerdere oorzaken hebben. Zo is BsGW vanuit historisch perspectief bezien er niet in geslaagd om de raden in kwantitatief en kwalitatief opzicht van de juiste informatie te voorzien. Sinds eind 2020 is hier verbetering in opgetreden, getuige ook de bevindingen van de onderzoekers. Daarnaast geldt evenzeer dat raadsleden zich de aangereikte informatie zelf eigen moeten maken. Ook hier is het rapport duidelijk over. Nu BsGW een college-GR is geworden, is het primair aan de AB-leden resp. portefeuillehouders om de eigen raad actief te informeren. De afstand BSGW <- -> raad wordt hiermee kleiner. Pag. 85; conclusie 3 Klopt het dat er met de uitkomsten van de klanttevredenheidsonderzoeken (uit 2016, 2017 en 2019) lange tijd weinig is gedaan? Het klopt dat er lange tijd weinig is gedaan met de uitkomsten van de klanttevredenheidsonderzoeken.

De noodzaak tot verbetering van de dienstverlening is in 2017 door het Algemeen Bestuur benoemd en vervolgens in 2018 als verbeteropgave in het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) opgenomen. Een van de acties, voortvloeiend uit het OOP, was het opstellen van een nieuwe visie op dienstverlening met dienstverleningsnormen. De uitvoering hiervan is -na afronding van de plaatsingsronde- in 2019 opgepakt, waarbij ook input van deelnemers is meegenomen. Eind 2020 is deze visie vastgesteld door het Algemeen Bestuur van BsGW. Vanwege de urgentie van het verbeteren van dienstverlening zijn vooruitlopend op de vaststelling van de visie reeds enkele projecten opgepakt, waaronder verbetering van de website van BsGW en de verbetering van het aanslagbiljet. Een van de eerste acties na vaststelling van de visie eind 2020 was het inrichten van een nieuwe klantmonitor. Dit moet leiden tot meer inzicht in de kwaliteit van de dienstverlening van BsGW. Deze indicatoren voor het meten van de klanttevredenheid zijn ook opgenomen in de bestuursrapportages en daarmee verankerd in de verantwoording van BsGW aan haar deelnemers.

Pag. 86; conclusie 4a en 4b Het aantal ingediende WOZ-bezwaren ligt bij BsGW aanzienlijk hoger dan bij de andere onderzochte samenwerkingsverbanden, terwijl het gemiddelde percentage gehonoreerde bezwaren juist behoorlijk lager ligt. Geeft dit iets aan over de kwaliteit van de WOZ-waardering? Wanneer er verhoudingsgewijs veel bezwaren worden ingediend bij BsGW, maar verhoudingsgewijs minder bezwaren worden toegekend dan kan geconcludeerd worden dat de WOZ-waardebepaling in algemene zin aan de maat is. Voor het hoge aantal WOZ-bezwaren kunnen de onderzoekers in navolging van de Waarderingskamer, de deelnemers (gemeenten en waterschap) en BsGW geen echte reden aandragen. Daarmee blijft de redeneerlijn overeind dat BsGW, gezien de omvang (ruim 500.000 WOZ-objecten), voor NCNP-bedrijven een interessante partij is. De kans van slagen van een schot hagel op ruim 500.000 WOZ-objecten is immers groter dan bij samenwerkingsverbanden die de helft of meer kleiner zijn. Pag. 86; conclusie 4c In het rapport wordt gesproken over een gemiddelde landelijke score van 3.2 ten opzichte van een score van 3 voor BsGW. Wat valt hier uit af te leiden? De Waarderingskamer kent geen gewogen scores. Een samenwerkingsverband scoort of een 3 (voldoende) of een 4 (goed). Op basis van de score 3 scoort BsGW dus gemiddeld en geeft de Waarderingskamer groen licht voor het traject van waarderen-heffen-innen.

Het mag duidelijk zijn dat BsGW zich ten doel heeft gesteld om binnen afzienbare termijn de score 4 te behalen. Pag. 87; conclusie 5 Hebben andere samenwerkingsverbanden ook te maken (gehad) met een financiële taakstelling? Uit navraag blijkt dat andere samenwerkingsverbanden niet of nauwelijks met een financiële taakstelling van doen hebben (gehad). Belastingsamenwerking Rivierenland is wél aangesproken op te hoge kosten en aangezet tot bedrijfsmatige bezuinigingen. Het is niet uitgesloten dat nog meer samenwerkingsverbanden zullen volgen. BsGW heeft daarentegen te maken met een opeenstapeling van taakstellingen en terugbetaalverplichtingen: (1) een structurele taakstelling van 12,6% (exclusief CBS-inflatie); (2) de kosten van de Stimuleringsregeling (k€ 650); (3a) de kosten van het Ondernemings- en ontwikkelplan (OOP) à M€ 4; (3b) een structurele taakstelling van het Ondernemings- en ontwikkelplan (M€ 1,3 c.q. 20 fte).

Pag. 88; conclusie 6 In het rapport valt te lezen dat na 2016 de afgesproken financiële taakstelling vervalt. Is dit een juiste constatering? Nee, dit is geen juiste constatering. De afgesproken financiële taakstelling is structureel van aard. Klopt de constatering dat de in BsGW deelnemende gemeenten in dubbel opzicht te maken hebben met stijgende proceskosten? Ja, dat klopt. Enerzijds is sprake van een stijging van de proceskosten als zodanig en anderzijds stijgen de kosten voor de deelnemende gemeenten vanwege het feit dat het Waterschap Limburg met ingang van 2021 niet langer meebetaalt aan de proceskosten. De waterschappen hebben via de Unie van Waterschappen op nationaal niveau afspraken gemaakt over de financiële bijdrage aan de proceskosten. Het in BsGW-verband ook nog eens aanslaan van het Waterschap Limburg voor proceskosten zou dubbelop en daarmee onterecht zijn. Pag. 89; conclusie 7 Waarom is het niet mogelijk om de proceskosten per deelnemende gemeente inzichtelijk te maken? In de vergaderingen van 23 maart en 22 juni 2017 heeft het Algemeen Bestuur besloten om vanuit de collectiviteitsgedachte van de GR BsGW niet op deelnemersniveau te (laten) administreren en rapporteren/verantwoorden. Op basis van deze bestuursbesluiten heeft BsGW de administratie niet dusdanig ingericht c.q. aangepast dat (proces)kosten per deelnemende gemeente inzichtelijk te maken zijn.

Het rapport stelt dat BsGW, ondanks diverse maatregelen, vrijwel geen grip op de ontwikkeling van de WOZ-proceskosten heeft. Is BsGW hier uniek in? Nee, ook andere samenwerkingsverbanden hebben in meer- of mindere mate te maken met een stijging van de proceskosten. Diverse onderzoeken op dit vlak tonen dit aan en ook de (onafhankelijke) Waarderingskamer bevestigt dit beeld. Pag. 90; conclusie 8 Het rapport geeft aan dat samenwerking in BsGW loont, maar dat de exacte omvang van de gerealiseerde besparingen niet kan worden vastgesteld. Schiet het onderzoek hier tekort? BsGW was niet betrokken bij de formulering van de hoofd- en deelvragen en de opzet van het onderzoek; anders zou de slager zijn eigen vlees keuren. De financiële nulmetingen zijn in alle gevallen door een extern bureau verricht en inzichtelijk gedocumenteerd. BsGW heeft aan de hand van een aantal concrete voorbeelden inzicht geboden in de wijze waarop de financiële nulmetingen hebben plaatsgevonden. De onderzoekers c.q. de opdrachtgevers hebben dit om hun moverende redenen niet in het rapport opgenomen en niet bij de conclusies en aanbevelingen betrokken. De onderzoekers hebben evenmin nader onderzoek of de toetredende gemeenten te maken hebben gehad met achterblijvende frictiekosten. BsGW heeft geen invloed op het personeelsbestand dat is overgekomen van de nieuwe deelnemers.

Het onderzoek had hier diepgaander kunnen zijn.

Pag. 90; conclusie 9 Zijn er verdere kostenbesparingen en kwaliteitsverbeteringen te realiseren door harmonisatie van de taakuitvoering door BsGW? Momenteel is er binnen BsGW sprake van een grote diversiteit aan heffingsgrondslagen. Dit leidt in de praktijk tot arbeidsintensieve en complexe (fysieke en digitale) processen. Harmonisatie kan bijdragen aan vereenvoudiging van de werkprocessen en daarmee tot een kwaliteitsverbetering. Dit zou o.a. zijn uitwerking moeten krijgen in de WOZ-waardering, het aantal bezwaren en daarmee de proceskosten. Ook zal het een positieve bijdrage leveren in de waardering van BsGW door de Waarderingskamer. Vanwege een opeenstapeling van eerdere taakstellingen en bezuinigingen enerzijds en in afwachting van de uitkomsten van de aanbesteding en vervolgens de implementatie van het nieuwe belastingpakket (incl. hosting) anderzijds is het evenwel te vroeg om in dit stadium van verdere kostenbesparingen te spreken. Pag. 91; conclusie 10 Deelt BsGW de mening dat de informatievoorziening aan de deelnemers te gefragmenteerd en ontoereikend is om inzage te geven in de ontwikkeling van de kwaliteit van de dienstverlening? BsGW is er de afgelopen jaren niet in geslaagd om (de raden van) de deelnemers in kwantitatief en kwalitatief opzicht van de gewenste informatie te voorzien. De concretisering van de vraagstelling was evenwel ook niet bekend.

Eind 2020 (factsheets) en ook in 2021 (proceskosten) is een begin gemaakt met het gerichter, toegankelijker en overzichtelijker informeren van (de raden van) de deelnemers, inclusief de kwaliteitsnormering. BsGW wil deze lijn in co-productie met de deelnemers versterkt en versneld doorzetten. Pag. 92; conclusie 11 Deelt BsGW de mening dat de verstrekte informatie over de kostenontwikkeling te gedetailleerd is en daardoor onvoldoende inzicht en overzicht geeft om een en ander goed te kunnen monitoren? Zie antwoord op conclusie 10. Pag. 92; conclusie 12 Zijn de kaders voor de sturings- en verantwoordingsrelatie tussen BsGW en de deelnemende gemeenten ook in de praktijk toereikend en passend bij een GR? De raden van de in BsGW deelnemende gemeenten hebben ingestemd met het omzetten van de raads-GR in een college-GR. De afstand tot BsGW wordt verkleind vanwege het feit dat (het college van B&W in het algemeen en) de portefeuillehouder als AB-lid (in het bijzonder) de gemeenteraad actief dient te informeren. BsGW onderschrijft de conclusie dat de opzet van de sturings- en verantwoordingskaders corresponderen met hetgeen bij een GR gebruikelijk is.

Pag. 93; conclusie 13 Deelt BsGW de mening dat gemeenten (te) weinig gebruik maken van de sturings- en verantwoordingsrelatie om het functioneren van BsGW aan de orde te stellen? Het is niet aan BsGW om hier een oordeel over uit te spreken. Pag. 93; conclusie 14 Deelt BsGW de mening dat de individuele deelnemers (ook onder de nieuwe GR) weinig tot geen invloed kunnen uitoefenen op de koers van BsGW? De raden hebben nog niet zo lang geleden ingestemd met de nieuwe GR. BsGW gaat er van uit dat de respectievelijke raadsbesluiten op basis van een afweging tot stand zijn gekomen. Een en ander neemt niet weg dat BsGW qua dienstverlening alle deelnemers gelijk behandelt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10674851/1