CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Zienswijzennota ELWM DEF aangepast na commissievergadering

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan en MER en vervolg Energielandgoed Wells Meer;36.050 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Zienswijzennota

Energielandgoed Wells Meer

Gemeente Bergen

Datum: 28 januari 2021 Projectnummer: 190144

INHOUD I

1

INLEIDING

1

2

LEESWIJZER

1

3

THEMATISCHE BEANTWOORDING

1

3.1

INLEIDING

2

3.2

ENERGIEBELEID

2

3.3

ZONNELADDER

3

3.4

MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK

4

3.5

MEEROPBRENGST ENERGIELANDGOED

5

4

ZIENSWIJZEN

7

5

OVERZICHT VAN DE WIJZIGINGEN

148

1

INLEIDING De gemeente Bergen heeft de ambitie om in 2030 als eerste gemeente in Limburg energieonafhankelijk te zijn. De realisatie van Energielandgoed Wells Meer moet een grote bijdrage leveren aan de verwezenlijking van deze ambitie. Dit Energielandgoed betreft een gebied van circa 400 hectare, waar duurzame energie wordt opgewekt met zonnepanelen en windturbines. Daarnaast is hier plaats voor andere functies, zoals een bezoekerscentrum, een bedrijfsverzamelgebouw en natuurontwikkeling. De realisatie van het Energielandgoed is binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2018 niet mogelijk. Het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ is daarom opgesteld als juridisch planologisch kader voor de realisatie van het Energielandgoed. Daarnaast heeft de gemeenteraad van Bergen op 21 april 2020 besloten om de coördinatieregeling toe te passen. Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wellsmeer’ met bijbehorende stukken en bijbehorende gecoördineerde ontwerp-omgevingsvergunningen voor de zonnepanelen en de windturbines en ontwerp-watervergunning hebben zes weken ter inzage gelegen. Eenieder is in de gelegenheid gesteld om in de periode van donderdag 8 oktober 2020 tot en met 18 november 2020 zienswijzen in te dienen over het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpvergunningen. In deze zienswijzennota worden de zienswijzen samengevat en beoordeeld.

Er is voor gekozen de zienswijzen per indiener te behandelen. Op deze manier is het voor de indieners duidelijk wat de reactie is op hun zienswijze is en staan alle wijzigingen naar aanleiding van hun zienwijze overzichtelijk bij elkaar. Er zijn 17 zienswijzen ingekomen. Deze zienswijzen hebben betrekking op het ontwerp bestemmingsplan, de ontwerp omgevingsvergunningen en de ontwerp watervergunning. Alle zienswijzen zijn ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn en zijn derhalve ontvankelijk. De zienswijzen op de watervergunning worden door het waterschap beantwoord in een aparte nota bij de watervergunning.

2

LEESWIJZER Verschillende thema’s worden bij meerdere zienswijzen genoemd. Deze thema’s komen in hoofdstuk 3 aan de orde. In hoofdstuk 4 is elke zienswijze samengevat en beoordeeld. Na de samenvatting en beantwoording van de betreffende zienswijze is aangegeven of dit heeft geleid tot een wijziging van het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ of een wijziging in de omgevingsvergunningen voor de zonnepanelen of de windturbines. De zienswijzen (of onderdelen daarvan) die betrekking hebben op de ontwerp watervergunning worden door Waterschap Limburg beantwoord. Aan het einde van deze nota, in hoofdstuk 5, staat een overzicht van de voorgestelde wijzigingen van het bestemmingsplan en de vergunningen opzichte van het ontwerp (met uitzondering van de watervergunning).

3

T H E M AT I S C H E B E A N T W O O R D I N G

1

3.1

INLEIDING Een aantal thema’s komt bij verschillende zienswijzen terug. In deze paragraaf is voor deze thema’s daarom een thematische beantwoording opgenomen. Hierin

2

komen achtereenvolgens de volgende thema’s aan bod:

3.2

•

energiebeleid: het energiebeleid van de gemeente Bergen;

•

zonneladder: de wijze waarop het energiebeleid (incl. realisatie van het energielandgoed) invulling geeft aan de zonneladder;

•

meervoudig ruimtegebruik: op welke wijze het energielandgoed aansluit op de doelstellingen voor meervoudig ruimtegebruik;

•

meeropbrengst energielandgoed.

ENERGIEBELEID

Energievisie gemeente Bergen In de ‘Energievisie gemeente Bergen, samen op weg naar een energieneutraal Bergen’ van 3 oktober 2017 hebben we het doel geformuleerd om uiterlijk in 2030 energieneutraal te zijn, maar eerder als dat mogelijk is. Op 5 juni 2018 hebben we de ambitie aangescherpt naar een energieonafhankelijke gemeente in 2030. Hiermee dragen we bij aan doelstellingen uit rijks-, provinciaal en regionaal beleid: •

In het Klimaatakkoord heeft het rijk in 2019 afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2030 de helft lager moet zijn dan in 1990;

•

De provincie Limburg heeft in de Omgevingsvisie de ambitie opgenomen om het aandeel duurzaam opgewekte energie uit bronnen die hernieuwbaar zijn te laten toenemen tot 14% in 2020;

•

In de concept Regionale Energie Strategie regio Noord- en Midden Limburg is uitgewerkt dat de RES-regio Noord- en Midden Limburg onder andere wil bijdragen aan het behalen van de ambities van het Rijk en de Provincie door het grootschalig opwekken van 1.200 GWh duurzame energie. Het project Energielandgoed Wells Meer is opgenomen in de RES om deze doelstelling te kunnen behalen.

We hanteren de volgende voorkeursvolgorde bij de ontwikkeling van duurzame energie: 1.

Doe alles wat mogelijk is lokaal decentraal, denk aan zonnecellen op daken;

2.

Vul dit aan voor zover noodzakelijk en mogelijk met lokaal grootschalige initiatieven, denk aan zonnevelden, windenergie, gebiedsontwikkeling van energielandschappen;

3.

Benut biomassa reststromen uit land en bos lokaal voor warmte en elektriciteit;

4.

Wat niet binnen de gemeente mogelijk is, wordt aangevuld met regioprojecten;

5.

Tot slot wordt het restant als dat noodzakelijk is ingevuld met import (bijvoorbeeld wind op zee).

We hebben in de Energievisie de ambitie opgenomen om met de stappen 1 tot en met 3 in onze eigen energiebehoefte te kunnen voorzien, eventueel kunnen we met de stappen 4 en 5 (gedeeltelijk) bijdragen voor de regio.

In de energievisie is geconstateerd dat besparen van energie en het lokaal opwekken van duurzame energie niet voldoende is om energieneutraal te worden: •

referentiecijfers geven weer dat een besparingsdoelstelling van ongeveer 20% realistisch is;

•

als op 75% van de adressen zonnepanelen worden geplaatst, dat ongeveer 0.00004 PJ per jaar op zal leveren. Dat is niet voldoende om de 1,4 PJ aan duurzame energie op te wekken die nodig is om energieonafhankelijk te worden.

Dit betekent dat stap 2 (lokaal grootschalige initiatieven) ook noodzakelijk is. We zetten met de energievisie daarom ook in op een combinatie van besparen (20%), kleinschalige opwekking en innovatie (30%) en opwekken met duurzame bronnen (50%). Om deze doelstellingen te behalen heeft de gemeente het programma VerduurSAMEN2030 opgezet.

Beleidsnotitie Energie uit zon en wind Tegelijk met de Omgevingsvisie Bergen 2030 is op 23 april 2019 de Beleidsnotitie Energie uit Zon en Wind vastgesteld. In deze notitie hebben we het beleid op het gebied van zonne- en windenergie voor de komende jaren vastgelegd. Wat waar wel en niet kan wordt bepaald door het onderliggende landschap. Hierbij hebben we op basis van het landschap enkele belangrijke keuzes gemaakt: •

in de hele gemeente is ruimte voor het toepassen van zonne-energie voor eigen gebruik, op daken en overkappingen. Ook binnen het eigen erf, tuin of bouwvlak zijn (met inpassingseisen) mogelijkheden.

•

voor grootschalige opwekking is het Energielandgoed aangewezen.

We kiezen nadrukkelijk voor concentratie met als doel de invloed op van grootschalige energieopwekking op het landschap zo veel mogelijk te beperken en de benodigde investeringen zo efficiënt mogelijk te benutten. Hiermee willen we het Maasdal en Nationaal Park De Maasduinen vrijwaren van dergelijke ontwikkelingen.

3.3

ZONNELADDER Via de moties Dik-Faber is het kabinet verzocht om in samenspraak met decentrale overheden een zonneladder op te stellen voor de inpassing van zonne-energie, die als nationaal afwegingskader kan worden benut bij het opstellen van Regionale Energie Strategieen (RES’en), opdat primair onbenutte daken en terreinen worden benut en landbouw en natuur zoveel mogelijk worden herzien. Ter beantwoording van de moties heeft minister Wiebes een brief gestuurd naar de Kamer. Hierin wordt gesteld dat een voorkeursvolgorde is overeengekomen. Die zal in de Nationale Omgevingsvisie worden opgenomen en die kunnen provincies en gemeente benutten om af te wegen waar zon-pv het beste kan worden ingezet. In de richtingen die meegeven worden aan de RES’en is daaraan de voorkeur voor grootschalige clustering toegevoegd. Op basis van de beginselen van de moties Dik Faber en de uitwerking daarvan in de brief van de minister en de (ontwerp) NOVI is een eerste vertaalslag gemaakt naar de Limburgse situatie. In de notitie ‘Ruimte voor de zon’ is een (interim) voorstel uitgewerkt voor een Limburgse ‘zonneladder’ als bouwsteen voor de duurzaamheidsladder. In de zonneladder wordt aan de hand van vijf treden een (voorkeurs-)volgorde gehanteerd voor de realisatie van zonnepanelen: 1.

Toepassing van zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen;

3

4

2.

Gebruik van (onbenutte) terreinen in bebouwd gebied;

3.

Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur;

4.

Gronden in gebruik voor landbouw;

5.

Uitsluitingsgebieden.

Volgordelijke toepassing is geen vereiste voor de Limburgse zonneladder. Na het verkennen van de mogelijkheden voor het toepassen van zonne-energie kan gestart worden met het gelijktijdig benutten van de beschikbare mogelijkheden. De gemeente Bergen geeft met de realisatie van het Energielandgoed Wells Meer invulling aan de minimaal benodigde 50% van de energiebehoefte door middel van grootschalige opwek van duurzame energie. Dit sluit aan bij trede 4 van de zonneladder. Uit de energievisie blijkt dat kleinschalige opwek van energie (trede 1 en 2) niet voldoende zal zijn om in de energiebehoefte van de gemeente te kunnen voorzien. Dit betekent dat voor de opwekking van een deel van de energie moet worden gekeken naar tredes 3 en 4 van de zonneladder. Uit het MER bij de Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer volgt dat het Wells Meer de meest geschikte locatie voor een energielandgoed is in de gemeente Bergen. Hierin zijn de volgende vier aspecten meegenomen: de opwekking van duurzame energie, de impact op het ruimtegebruik, de impact op de leefomgeving en de impact op het landschap. Hiermee is een keuze gemaakt voor opwekking van duurzame energie op landbouwgrond, waarbij de trappen van de zonneladder zijn doorlopen.

Geconcludeerd kan worden dat om te voldoen aan de ambities van rijk, provincie en gemeente op het gebied van duurzame energie, de opwek van zonne-energie op landbouwgronden noodzakelijk is. Om hier tot te komen heeft een zorgvuldige afweging plaatsgevonden, waardoor er ook geen sprake is van strijd met provinciaal en gemeentelijk beleid dat ziet op het zoveel mogelijk ontzien van landbouwgronden.

3.4

MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK Het rijk (NOVI), de provincie Limburg (POL 2014 en ontwerp-Omgevingsvisie) en de regio (onder andere in het kader van de RES) stellen in hun beleid dat zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik in het landelijk gebied in de toekomst van belang zal zijn. Met het Energielandgoed sluiten we aan bij deze doelstellingen: In het Energielandgoed worden diverse functies gecombineerd met zon en wind. Denk hierbij aan natuur, educatie, recreatie en innovatie. Agrarisch medegebruik is binnen het landgoed onder voorwaarden mogelijk met een omgevingsvergunning. Daarnaast vindt grootschalige opwek in het Energielandgoed geconcentreerd en geclusterd plaats, waarmee sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.

3.5

MEEROPBRENGST ENERGIELANDGOED Met het programma VerduurSAMEN2030 geeft de gemeente Bergen invulling aan haar verantwoordelijkheden in het kader van de energietransitie. De centrale doelstelling is dat de gemeente in 2030 energieonafhankelijk is; de totale energiebehoefte binnen de gemeente wordt voorzien door opwekking met behulp van bronnen afkomstig uit de eigen gemeente. Met 20% energiebesparing, 30% kleinschalige opwekking en innovatie en 50% grootschalige opwekking in het Energielandgoed Wells Meer kan deze ambitie gerealiseerd worden. Andere verhoudingen zijn ook mogelijk; dat de gemeente Bergen in 2030 energieneutraal moet zijn, staat centraal. Desgewenst kan dit geïnterpreteerd worden dat 20% energie bespaard moet worden, 30% behaald moet worden door kleinschalige opwekking en innovatie en daarmee tot 50% door grootschalige opwekking gerealiseerd mag worden. Dit is echter een beperkte interpretatie van de doelstelling. De doelstelling voor het Energielandschap Wells Meer is maximaal inzetten op het opwekken van duurzame energie, passend binnen de landschappelijke en milieutechnische kaders en normen binnen de gemeentegrenzen. Voor het Energielandgoed heeft de gemeente de regie zelf in handen.

In deze zin is het realiseren van grootschalige opwek in het Energielandgoed Wells Meer voor de gemeente gemakkelijker te organiseren dan besparing, kleinschalige opwekking en innovatie, waar de gemeente veel afhankelijker is van anderen. Mede door de verhoging van het rendement van zonnepanelen kan er meer duurzame energie opgewekt worden in het Energielandgoed dan de doelstelling van 50 % voor grootschalige opwek. Hierbij moet worden opmerkt dat de meeropbrengst door de rendementsverhoging van zonnepanelen evengoed als innovatie beschouwd kan worden. Maar dit neemt niet weg dat ook de vier windturbines nodig zijn in het energieneutraal worden van Bergen. Vanuit deze doelstelling om maximaal energie op te wekken in het Energielandgoed is de gekozen mix van zonnepanelen en windturbines de beste invulling, waarbij er negatieve effecten zijn, maar hierbij is geen sprake van onaanvaardbare negatieve effecten. Uit de volgende tabel blijkt dat na toepassing van de maximale variant van het voorkeursmodel (windenergie in een groot cluster), er nog 136 TJ opgewekt moet worden met behulp van kleinschalige duurzaamheidsinitiatieven.

5

Tabel 1. Elektriciteitsopbrengst per onderzoeks- en voorkeursmodel (maximaal). 6

Productiegericht

Ingepast

Innovatief

VKM

Elektriciteitsopbrengst (in GWh/j)

357

266

261

349

Elektriciteitsopbrengst (in TJ)

1.285

958

940

1.256

Doelstelling ELWM (in TJ)

870

Doelstelling kleinschalige opwek VerduurSamen in TJ

522

Doelstelling totale opwek VerduurSamen (inTJ)

1.392

Resterende opgave opwek VerduurSamen (in TJ)

107

434

136

Onder voorwaarden dat het gaat om de opwek van duurzame energie in een landgoed is de meeropbrengst een positief effect. De meeropbrengst ondersteund de economische uitvoerbaarheid van het plan. De meeropbrengst draagt bij aan de energietransitie en het realiseren van de ambitie van de gemeente om in 2030 energieonafhankelijk te zijn. De meeropbrengst is in goede verhouding met de mogelijkheden en beperkingen met betrekking tot de andere ambities binnen het Energielandgoed waaronder natuur, educatie en recreatie.

4 ZIENSWIJZEN 7 Zienswijzen

Beoordeling

Conclusie: Aanpassing plan

1.

Indiener 01

1.1

Het plan is door indiener beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. Het overleg over het planvoornemen op grond van artikel 3.1.1 Bro, heeft voor indiener niet geleid tot het maken van opmerkingen. Ook ziet indiener geen aanleiding om ten aanzien van het plan een zienswijze in te dienen. Indiener zou het op prijs stellen als de momenteel nog in uitvoering zijnde onderzoeken (bodemonderzoek en onderliggende rapportages natuuronderzoek) voor de vaststelling van het plan ter beoordeling aan indiener worden voorgelegd.

Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunningen.

2.

Indiener 2

2.1

Indiener is het niet eens met het voorontwerpbestemmings-

Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan. De zienswijze

De zienswijze leidt niet

plan Energielandgoed Wells Meer. Indiener woont midden in

wordt hierna beantwoord.

tot aanpassing van het

het plangebied. Het plan heeft nadelige gevolgen voor

bestemmingsplan of de

indiener en is in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

omgevingsvergunningen.

Dit wordt in de verdere zienswijze toegelicht. 2.2

Indiener is van mening dat het bestemmingsplan het

•

De benamingen van de geldende bestemmingen in het

De zienswijze leidt niet

woongenot van indiener aantast:

plangebied geven met name aan dat er binnen het plange-

tot aanpassing van het

•

Op grond van het vigerende bestemmingsplan heeft het

bied veel verschillende functies aanwezig zijn. Verder kun je

bestemmingsplan of de

plangebied de bestemmingen 'Natuur', 'Agrarisch met

eruit opmaken dat delen van het gebied natuurwaarden

omgevingsvergunningen.

waarden', 'Wonen', 'Groen', 'Water', 'Bos' en 'Verkeer'.

zullen hebben, gezien de bestemming ‘Natuur’. Verder wor-

Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Ar-

den in de bodem archeologische waarden verwacht. Hieruit

cheologie 4', 'Waarde - Archeologie 5' en 'Waterstaat -

kan echter niet geconcludeerd worden dat het plangebied

Beschermingszone waterkering' opgenomen. Het gaat

bestaat uit kwetsbare landschappen of gebieden met hoge

8

•

dus om een gebied met kwetsbare landschappen of ge-

natuurwaarden. Een dergelijke benaming wordt gegeven

bieden met hoge natuurwaarden.

aan gebieden als het Maasdal en Nationaal Park de Maas-

In de nota van inspraakreactie is bevestigd dat de zonnepanelen ten noorden van de woning van indiener

•

duinen. Deze liggen niet binnen het plangebied. •

2,5 meter hoog worden geplaatst. Echter, het ontwerp-

ten noorden van de woning van indiener zonnepanelen met

bestemmingsplan sluit niet uit dat de zonnepanelen met

een hoogte van maximaal 2,5 meter mogelijk maakt. Binnen

deze hoogte ook rondom de woning van indiener ko-

de bestemming Energielandgoed zijn direct ten noorden van

men. Indiener geeft aan dat de zonnepanelen volgens

de Veenweg zonnepanelen met een bouwhoogte van maxi-

het bestemmingsplan direct naast zijn woning worden

maal 1,6 meter hoogte toegestaan. Zonnepanelen kunnen

gerealiseerd en het bestemmingsplan heeft een hoogte

nooit direct naast de woning van indiener worden gereali-

van 2,5 meter niet uitgesloten.

seerd. In artikel 5.2.4. van de regels van het bestemmings-

Rondom de woning van indiener komen geen zonnepar-

plan is geregeld dat de afstand van zonnepanelen tot ge-

ken, maar zonnevelden. Volgens de definitiebepaling van

luidgevoelige bestemmingen niet minder mag bedragen dan

artikel 1.89 van het bestemmingsplan zijn zonnevelden

25 meter. Een woning is een geluidgevoelige bestemming.

gronden die intensief zijn ingericht met zonnepanelen op

Dit betekent dat zonnepanelen altijd op minimaal 25 meter

een constructie, met bijbehorende voorzieningen. Indie-

afstand van de woning van indiener moeten worden gerea-

ner vreest negatieve effecten op zowel de gezondheid, de bodem als een aantasting van het landschap. •

•

Het klopt dat het bestemmingsplan op ongeveer 300 meter

liseerd. •

De zonnepanelen komen op een afstand van minimaal 25

Verder komen er vier windturbines. De windturbines

meter van de woningen van indiener te liggen. De mogelijke

komen achter de woning van indiener en hebben een

gevolgen van het voorliggende plan voor gezondheid heb-

tiphoogte van 250 meter.

ben we behandeld in paragraaf 4.6 van de toelichting. Hier-

In het bestemmingsplan is er plaats gemaakt voor

in wordt verwezen naar bijlage 5 van het MER. Geconclu-

andere functies, zoals een bezoekerscentrum, een be-

deerd wordt dat er geen reden is om aan te nemen dat er

drijfsverzamelgebouw en natuurontwikkeling. Het be-

negatieve gezondheidseffecten optreden.

zoekerscentrum krijgt een oppervlakte van 1300 m2 en

•

In het MER is de meest recente kennis ten aanzien van de

een maximale bouwhoogte van 10 meter. Ook wordt het

effecten van zonnepanelen op de bodem meegenomen in

mogelijk gemaakt om horecagelegenheid bij het bezoe-

de effectbeoordeling. Hierin zijn zowel positieve als negatie-

kerscentrum te realiseren. Dit betekent dat er veel toe-

ve effecten benoemd. Mede in reactie op het advies van de

risme in de buurt wordt aangetrokken.

commissie voor de m.e.r. zijn wij voornemens om monitoring te laten plaatsvinden op de van de effecten van de zonnepanelen op de bodem. •

Het realiseren van een Energielandgoed van dit formaat betekent inderdaad een ingrijpende verandering in het

landschap. Er is voor gekozen om de ontsluitings- en kavelstructuur aan te passen, om een efficiënte invulling van het 9

gebied mogelijk te maken en rommelige rafelranden te voorkomen voor een betere ruimtelijke beleving. Bij het vormgeven en inrichten van het landgoed is verder echter zoveel mogelijk rekening gehouden met de landschappelijke kenmerken van het omliggende gebied. Zo is gekozen voor een heldere ruimtelijke structuur en het zoveel mogelijk handhaven van de openheid die kenmerkend is voor het gebied, door de zonnepanelen een hoogte onder ooghoogte te geven en de wegen en paden iets hoger te leggen dan maaiveld. •

Het klopt dat er vier windturbines met een tiphoogte van maximaal 250 meter in het plangebied worden gerealiseerd. Zoals opgenomen in de nota inspraak en overleg komt de dichtstbijzijnde windmolen op circa 770 meter van de woning van indiener te liggen.

•

Het is inderdaad mogelijk dat in de toekomstige situatie recreanten gebruik zullen maken van het gebied.

2.3

Indiener vindt de regels in het bestemmingsplan onduidelijk:

We lichten de regels graag aan u toe:

De zienswijze leidt niet

•

•

In artikel 5.2.4 zijn onder lid a de bouwregels voor zonne-

tot aanpassing van het

de hoogtes van de zonnepanelen beschreven. Nergens

panelen opgenomen. Onder 2 staat dat de bouwhoogte van

bestemmingsplan of de

in de planregels staat de maximale hoogte van de zon-

zonnepanelen niet meer mag bedragen dan 1,60 meter.

omgevingsvergunningen.

nepanelen met de functieaanduiding 'specifieke vorm

Hierop is geen uitzondering gemaakt voor zonnepanelen

van bedrijven - zonnevelden' beschreven.

met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijven –

Bovendien is in diezelfde bepaling het bebouwingsper-

zonnevelden'. Dit betekent dat de maximale bouwhoogte

centage geregeld. In deze bepaling (en andere bepa-

dus 1,60 meter is.

•

In artikel 5.2.4. van het ontwerpbestemmingsplan staan

lingen in de bestemmingsplanregels) is niet duidelijk

•

Onder 1 is opgenomen dat het bebouwingspercentage van

beschreven wat het bebouwingspercentage is bij de

zonnepanelen niet meer mag bedragen dan 75%. Hierop is

functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijven - zon-

geen uitzondering gemaakt voor ‘specifieke vorm van be-

nevelden'.

drijven – zonnevelden'. Dit betekent dat het maximale bebouwingspercentage 75% is.

2.4 10

Indiener geeft aan dat de ontwerpvergunningen die in het

In de regels behorend bij het bestemmingsplan, zijn in artikel

De zienswijze leidt niet

kader van het coördinatiebesluit zijn aangevraagd, niet in lijn

5.2.4 de maximale bouwhoogtes en bebouwingspercentages

tot aanpassing van het

zijn met het bestemmingsplan. Doordat onduidelijkheid is

voor de zonnepanelen vastgelegd. In de vergunningaanvraag

bestemmingsplan of de

over de hoogte van de zonnepanelen en de bebouwingsper-

zijn het aantal panelen per hectare en de bouwhoogte opgeno-

omgevingsvergunningen.

centage bij de functieaanduiding 'specifieke vorm van

men. Dit is conform de afmetingen en het percentage in het

bedrijven - zonnevelden', is niet duidelijk waar de bouwhoog-

bestemmingsplan. Hierdoor is de vergunningaanvraag niet

te en bebouwingspercentage van de ontwerp omgevingsver-

strijdig met het bestemmingsplan. Doordat de aanvraag

gunning voor de bouw van zonnevelden op is gebaseerd. Dit

onderdeel is van de vergunning, is dit bindend voor de realisatie

is volgens indiener in strijd met de strekking van de coördi-

van de zonnevelden.

natieregels.

2.5

Indiener vreest dat het plan voor geluidsoverlast zorgt door

De zonnepanelen zelf zijn geen milieuhinderlijke bedrijfsactiviteit

De zienswijze leidt niet

de panelen met alle bijbehorende apparatuur, bijvoorbeeld

en produceren geen geluid. De transformatoren die nodig zijn in

tot aanpassing van het

transformatoren en omvormers. De ruimtelijke onderbouwing

een zonnepark produceren wel geluid. Zoals onderbouwd in

bestemmingsplan of de

en de inspraaknota zeggen dat er geen geluidsbelasting is

paragraaf 4.4.2 van de toelichting moet op basis van de

omgevingsvergunningen.

gezien de afstand tot de woningen, maar een akoestisch

publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ een richtafstand van 50

rapport ontbreekt om dit te onderbouwen. De gevolgen van

meter worden aangehouden tot transformatoren. Buiten deze

het plan zijn daarom niet goed onderzocht.

afstand zal geen sprake zijn van geluidoverlast voor omliggende woningen. Alleen wanneer transformatoren op kortere afstand dan 50 m van een woning worden gerealiseerd, is onderzoek noodzakelijk om aan te tonen dat wordt voldaan aan geluidsnormen. In de regels van het ontwerpbestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ is vastgelegd dat binnen 50 meter afstand van gevoelige functies geen transformatoren gerealiseerd mogen worden. Op deze wijze is gewaarborgd dat wordt voldaan aan de richtafstand en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van gevoelige functies in en rondom het plangebied. Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

2.6

Indiener vraagt zich af of het geluid van de Wezerweg, de

Zonnepanelen kunnen geluid als gevolg van wegverkeerslawaai

De zienswijze leidt tot

Veenweg en de provinciale weg over de grens in Duitsland

reflecteren. Door de schuine opstelling van de panelen zal het

aanpassing van de

door de panelen wordt versterkt. Het zijn allen druk bezochte

meeste geluid door de voorzijde van panelen naar boven worden

toelichting van het

wegen. Als in het gebied op grote schaal zonnepanelen

gereflecteerd en door de achterzijde naar beneden.

bestemmingsplan.

worden geplaatst, komt er een zodanig verhard oppervlak bij, dat indiener zich afvraagt of het geluid niet via de

In het akoestisch onderzoek dat ten behoeve van het MER is

panelen wordt versterkt. Er is onderzoek uitgevoerd naar

uitgevoerd (bijlage 7 bij het MER) is een vergelijking gemaakt

onder meer cumulatie van geluid. Echter, uit het onderzoek

tussen de huidige situatie zonder zonnevelden en de toekomsti-

blijkt niet of zonnevelden zijn meegenomen (enkel zonne-

ge situatie met zonnevelden en een toename van verkeer.

park). Ook blijkt niet of het akoestisch onderzoek ook in relatie met reflectie van geluid tot wegverkeer is gedaan en

Indien alle activiteiten die het bestemmingsplan toelaat ook

dat met name in relatie met de provinciale weg.

daadwerkelijk worden uitgevoerd zal de gecumuleerde geluidbelasting op de woning van indiener met 1 dB toenemen (van 60 dB(A) naar 61 dB(A). Deze verslechtering is meegewogen in het MER. Aan de hand van de methode Miedema is geoordeeld dat hier sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat. Dit zal in de toelichting van het bestemmingsplan worden aangevuld.

2.7

Indiener vreest voor hinder door het glinsteren van zonne-

In het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ is in

De zienswijze leidt niet

panelen. Volgens de milieueffectrapportage is de reflectie

paragraaf 4.6 een onderbouwing met betrekking tot het aspect

tot aanpassing van het

van zonlicht niet uitgesloten. Zeker doordat de zonnepanelen

gezondheid opgenomen. Hierin is onder andere lichtreflectie van

bestemmingsplan of de

hoog komen te staan en de zonnepanelen volgens indiener

zonnepanelen meegenomen, waarbij wordt verwezen naar

omgevingsvergunningen.

tegen zijn woning aangebouwd kunnen worden, is er sprake

bijlage 5 van het MER. Geconcludeerd wordt dat er geen reden

van glinsteringen van zonnepanelen. Dit is volgens indiener

is om aan te nemen dat er negatieve gezondheidseffecten

ruimtelijk niet aanvaardbaar en heeft enorme invloed op het

optreden.

woon- en leefklimaat. Bovendien is er volgens indiener onvoldoende onderzoek gedaan naar het glinsteren van de zonnepanelen. Uit onderzoek blijkt slechts dat er sprake is van glinsteringen van de zonnepanelen. In het onderzoek is niet ingegaan naar de intensiteit en hinder door de glinsteringen. Er had een

11

uitgebreider onderzoek moeten plaatsvinden naar de weerkaatsing van zonlicht bij verschillende weersomstandig12

heden en bij de verschillende standen van de zon in het jaar. Over het laatste is niets terug te lezen. Ook is geen onderzoek gedaan naar de impact van glinsteringen op omwonenden van een hogere leeftijdscategorie. 2.8

Indiener geeft aan dat het een feit van algemene bekendheid

De effecten van warmte op de gevel zijn niet onderzocht in het

De zienswijze leidt niet

is dat de temperatuur oploopt door zonnepanelen. Een

MER. Het kan zo zijn dat de aanwezigheid van zonnepanelen

tot aanpassing van het

zonnepaneel kan heet worden. Als er een zonneveld met

ervoor zorgt dat er een geringe toename van de warmte in de

bestemmingsplan of de

meerdere zonnepanelen staat, stijgt de temperatuur in de

omgeving plaats vindt. De verwachting is echter dat dit niet een

omgevingsvergunningen.

omgeving. Indiener vreest dat de temperatuurstijgingen

invloed van betekenis is ten opzichte van de huidige situatie.

nadelige effecten hebben op het woon- en leefklimaat en onder andere leiden tot onbehagelijke omstandigheden. In de zomermaanden is de zijgevel van indiener 50 graden Celsius. Dit komt door de ligging van de woning van indiener in het gebied. Er is niet onderzocht wat de effecten zijn van de zonnepanelen door de temperatuurstijging op de omgeving, met name de woning van indiener. 2.9

Indiener geeft aan dat het landschap onnodig wordt aange-

Juist het landschap bepaalt wat wel en niet kan bij het opwek-

De zienswijze leidt niet

tast. In de zonneladder zijn afwegingsprincipes opgenomen

ken van duurzame energie in onze gemeente. We verwijzen

tot aanpassing van het

die leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en

hiervoor naar de thematische beantwoording in hoofdstuk 3 van

bestemmingsplan of de

gevels van gebouwen. Waar al sprake is van bebouwing zal

deze nota met betrekking tot het gemeentelijk beleid en de

omgevingsvergunningen.

het introduceren van panelen op deze plekken meestal

zonneladder.

minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Vanuit diezelfde principes hebben daarna

Met het hierin beschreven gemeentelijk beleid (waar de realisa-

onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur.

tie van het energielandgoed onderdeel vanuit maakt) bescher-

Wanneer vanwege de grote energieopgave locaties in het

men we het landschap in onze gemeente en voldoen we aan de

landelijk gebied nodig zijn, gaat ook in dat geval de voorkeur

doelstelling om compacter, geconcentreerder en multifunctione-

uit naar gronden met een andere primaire functie dan

ler met de opwekking van duurzame energie om te gaan.

landbouw of natuur. Eind oktober 2019 heeft het College van Rijksadviseurs bovendien aan het kabinet geadviseerd het

landschap veel beter te beschermen en grootschalige bebouwing op nog 'groene' grond te verbieden. Het moet 13

minder, compacter, geconcentreerder en multifunctioneler. 2.10

Indiener geeft aan dat het plan in strijd is met de Nationale

We verwijzen voor het antwoord op deze zienswijze naar de

De zienswijze leidt niet

Omgevingsvisie. In de uitvoeringsagenda is de zonneladder

thematische beantwoording in hoofdstuk 3 van deze nota.

tot aanpassing van het

opgenomen die inzet op het beperken van de benutting van

bestemmingsplan of de

landbouwgrond en natuur voor energieopwekking in de

omgevingsvergunningen.

volgorde zoals in bovengenoemde reactie. De onderbouwing van het plan voldoet hiermee niet aan de omgevingsvisie van het Rijk.

2.11

De ruimtelijke onderbouwing gaat onvoldoende in op de

In paragraaf 1.3 van de toelichting van het bestemmingsplan

De zienswijze leidt niet

bestaande bestemmingen: ‘Agrarisch met waarden’, ‘Waarde

‘Energielandgoed Wells Meer’ zijn de geldende bestemmingen in

tot aanpassing van het

archeologie’, ‘Natuur’, ‘Wonen’ en ‘Bos’. Volgens de planre-

het plangebied benoemd. Deze bestemmingen worden met het

bestemmingsplan of de

gels van het geldende bestemmingsplan zijn de gronden

voorliggende plan gewijzigd in onder andere de bestemming

omgevingsvergunningen.

bestemd voor de ontwikkeling van natuurwaarden, grondge-

‘Energielandgoed’. In de toelichting bij het bestemmingsplan

bonden landbouw, beheer en ontwikkeling flora en fauna en

‘Energielandgoed Wells Meer’ is onderbouwd waarom de nieuwe

recreatief medegebruik. Zowel in de inspraakreactie als in de

bestemmingen passend zijn op deze locatie, waarbij onder meer

ruimtelijke onderbouwing is onvoldoende gemotiveerd

is onderbouwd dat kan worden voldaan aan wetgeving en een

ingegaan op waarom deze beoogde ontwikkelingen wel

goede ruimtelijke ordening. Wat op basis van deze bestemmin-

passend zou moeten zijn.

gen in de huidige planologische situatie mogelijk is, is in het kader van dit bestemmingsplan niet relevant om in het algemeen uitgebreider toe te lichten.

2.12

Indiener geeft aan dat het plan het doel overschrijdt.

Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen we naar

De zienswijze leidt niet

Volgens de milieueffectrapportage wordt er meer energie

de thematische beantwoording in hoofdstuk 3 van deze nota

tot aanpassing van het

opgewekt dan het gestelde doel. Er wordt namelijk tussen de

met betrekking tot de meeropbrengst van het energielandgoed

bestemmingsplan of de

32 en 45 % meer energie opgewekt. Dit botst met de

en de zonneladder.

omgevingsvergunningen.

strekking van de zonneladder. Het is namelijk mogelijk om minder zonnepanelen of windmolens te realiseren en toch genoeg energie op te wekken.

2.13 14

Indiener geeft aan dat de bodem in ernstige mater wordt

In het MER is de meest recente kennis ten aanzien van de

De zienswijze leidt niet

aangetast door realisering van dit plan. De zonnevelden

effecten van zonnepanelen op de bodem meegenomen in de

tot aanpassing van het

komen tussen de bestaande natuurgebieden. Uit weten-

effectbeoordeling. Mede in reactie op het advies van de commis-

bestemmingsplan of de

schappelijke studies blijkt dat zonneparken een negatieve

sie voor de m.e.r. zijn wij voornemens om monitoring te laten

omgevingsvergunningen.

invloed kunnen hebben op biodiversiteit, watergebruik en

plaatsvinden op de van de effecten van de zonnepanelen op de

bodemkwaliteit. Als minder / diffuus licht de bodem bereikt,

bodem.

heeft dat gevolgen voor de fotosynthese. Er is onderzoek dat laat zien dat na 3 jaar 92% minder fotosynthese wordt gemeten bij gras onder zonnepanelen. Er komt dus minder organisch materiaal in de bodem. De bodem wordt ook droger. En is sprake van uitloging van metaal van de stalen constructies. De conclusie is dat zonne-energie beter kan worden opgewekt op andere oppervlakten dan op de bodem. Het advies van de onderzoekers is dat er veel meer onderzoek moet worden gedaan naar de schadelijke gevolgen voor de bodem. 2.14

Indiener geeft aan dat het plan schaduwhinder dreigt te

•

De effecten van slagschaduw zijn onderzocht in zowel het

De zienswijze leidt niet

veroorzaken:

MER als in het kader van de vergunningaanvraag. Ook voor

tot aanpassing van het

•

de woning van indiener.

bestemmingsplan of de

De effecten van slagschaduw op de gevel en in de omge-

omgevingsvergunningen.

De uitvoering van het plan beperkt de inval van zonlicht op het perceel van indiener door slagschaduw van wind-

•

•

turbines. De windturbines staan ruim binnen een straal

ving van de woning van indiener zijn meegenomen in het

van 800 meter van de woning van indiener. Dit valt bin-

MER. In afbeelding 17.7 is de woning van indiener opgeno-

nen de twaalf maal rond de diameter.

men in een kaart met daarop de contouren van verwachte

Bovendien komen de windturbines ten zuidwesten van

slagschaduw van het VKM dat in het bestemmingsplan is

de woning van indiener. Deze positie is nadelig voor in-

opgenomen. Hieruit valt te herleiden dat er in ongemiti-

diener. Slagschaduw tast niet alleen het woongenot van

geerde situatie gering meer dan 6 uur slagschaduw per jaar

indiener aan, maar brengt ook schade toe aan de be-

kan optreden. Dit is van een dergelijk geringe aard dat ef-

planting. Indiener vindt dat de gemeente vooraf moet onderzoeken in hoeverre de lichtinval wordt beperkt. Dit

fecten op begroeiing uitgesloten kunnen worden. •

Het construct van de zonnepanelen in de directe nabijheid

blijkt onvoldoende uit de Milieueffectrapportage. Verder

van de woning van indiener mogen niet hoger worden dan

dient de gemeente het plan aan te passen om die be-

160 cm. Slechts het construct van de zonnevelden tegen de

perkingen zoveel mogelijk te voorkomen.

Duitse grens mogen een hoogte hebben van 250 cm (zie

•

Tevens vreest indiener schaduwwerking door de

ook de beantwoording van reactie 2.2). Het zal dus niet zo

zonnepanelen. De zonnepanelen kunnen volgens het

zijn dat door de komst van de zonnepanelen enorm veel

ontwerpbestemmingsplan 2,5 meter hoog worden. De

licht wordt weggenomen.

15

woning van indiener is op begane grond. Dit betekent dat cliënten worden ingedamd door hoge zonnepanelen. De ramen van de woning zijn klein. De functieaanduiding van de woning is 'specifieke vorm van waarde WOII’. Dit betekent dat de ramen niet vergoot kunnen worden. Door de komst van de zonnepanelen wordt hierdoor enorm veel licht weggenomen. 2.15

Indiener verwacht dat het plan zal zorgen voor parkeerover-

Het bezoekerscentrum en bedrijfsverzamelgebouw liggen

De zienswijze leidt niet

last. De bezoekers van het bezoekerscentrum en het

hemelsbreed op circa 900 meter van de woning van indiener. De

tot aanpassing van het

bedrijfsverzamelgebouw kunnen in de directe omgeving van

afstand over de weg is groter. Bezoekers voor het bezoekerscen-

bestemmingsplan of de

de gebouwen parkeren. Uit de stukken blijkt niet dat

trum en het bedrijfsverzamelgebouw zullen niet op deze afstand

omgevingsvergunningen.

hiervoor parkeervakken gerealiseerd zullen worden, waar-

parkeren en parkeeroverlast is voor indiener daarom niet te

door parkeeroverlast zal ontstaan. Indiener heeft in de

verwachten.

inspraakreactie gevraagd om door een voorwaardelijke

Daarnaast is er binnen het Energielandgoed voldoende ruimte

verplichting vast te leggen dat er voldoende parkeerplaatsen

om parkeerplaatsen op eigen terrein in de directe omgeving van

op eigen terrein komen. Dit is echter niet vastgelegd in een

de gebouwen te realiseren.

voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. In de regels van het bestemmingsplan is bij de bestemmingsomschrijving in artikel 5.1.1. opgenomen dat parkeervoorzieningen zijn toegestaan mits parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Hiermee is voldoende gewaarborgd dat op eigen terrein in de benodigde parkeergelegenheid zal worden voorzien en is een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan niet nodig.. 2.16

Indiener verwacht dat het nieuwe plan leidt tot een forse

In het verkeersonderzoek (bijlage 10 van het MER) is geconsta-

De zienswijze leidt niet

toename van de verkeersdruk. Het plan zal zorgen voor meer

teerd dat de verwachte extra motorvoertuigbewegingen als

tot aanpassing van het

verkeersbewegingen. Het bestemmingsplan voorziet onvol-

gevolg van de komst van het bezoekers- en innovatiecentrum

bestemmingsplan of de

doende in mogelijkheden voor een goede ontsluiting.

niet voor doorstromingsproblemen op de Wezerweg zullen

omgevingsvergunningen.

Ondanks dat dit eerder in de inspraakreactie is aangehaald,

zorgen. Daarnaast volgt hieruit dat de verkeersveiligheid op de

blijft het verkeersonderzoek onvolledig. Het is niet duidelijk

Wezerweg niet in het geding zal komen.

op welke dagen dit heeft plaatsgevonden en hoe lang het 16

onderzoek heeft geduurd. Indiener verwacht dat er maatre-

In de regels van het ontwerpbestemmingsplan is bovendien

gelen worden getroffen om de overlast zo veel mogelijk te

toegevoegd dat het Energielandgoed jaarlijks door maximaal

beperken en staat ervoor open om deze met de gemeente te

15.000 auto’s bezocht mag worden. Dit is ruim minder dan waar

bespreken.

in het verkeersonderzoek vanuit is gegaan. We willen dit aantal monitoren en handhaven met bijvoorbeeld een slagboom en camera’s. Het verkeersonderzoek is tot slot een bureaustudie. De dagen waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden en de duur van het onderzoek zijn daarom niet relevant.

2.17

Het plan tast de privacy van indiener aan. In de nieuwe

Aangrenzend aan de woning van indieners worden intensieve

De zienswijze leidt niet

situatie is inkijk mogelijk in de woning en tuin van indiener,

zonnevelden gerealiseerd (bebouwingspercentage van 75% ten

tot aanpassing van het

doordat er meer recreanten het gebied verkennen (onder

opzichte van het bestemmingsvlak). Deze zonnevelden worden

bestemmingsplan of de

meer fietsers en wandelaars). Uit zowel het plan als de nota

niet toegankelijk voor particulieren. In de directe omgeving van

omgevingsvergunningen.

van inspraakreactie is niet naar voren gekomen dat de

de woning van indiener zullen daarom geen recreanten kunnen

fietsroutes en wandelroutes niet langs de woning van

komen en zorgen voor een aantasting van de privacy. In het

indiener zullen plaatsvinden. Doordat dit onduidelijk is,

Zonnepark kunnen wel recreanten komen. Dit is op een afstand

vreest indiener dat de bestaande situatie ernstig wordt

van bijna 400 meter. Op deze afstand is van een ernstige

aangetast in de privacy. Aanpassing van het plan is volgens

aantasting van de privacy geen sprake.

indiener noodzakelijk om de privacy van indiener te beschermen.

Met indieners zijn al gesprekken gevoerd over de landschappelijke inpassing van hun woning. De maatregelen die we daarin

Indiener geeft aan dat dit een enorme inbreuk is op de

meenemen zullen er voor zorgen dat er aan de achterzijde

bestaande situatie en een ernstige aantasting van de privacy.

minder inkijk is in de tuin en de woning van indieners. Hiermee zal de privacy van de indieners voldoende zijn gewaarborgd.

2.18

Indiener dreigt door het plan het huidige vrije uitzicht over

Het is niet mogelijk om op deze locatie een Energielandgoed

De zienswijze leidt niet

het akkerland rondom de woning te verliezen. Nu worden in

met zonnepanelen te realiseren en de huidige agrarische

tot aanpassing van het

hoofdzaak graszoden verbouwd, dit dreigt te veranderen in

inrichting te behouden.

bestemmingsplan of de

een statisch aanzicht op zonnepanelen, windturbines,

omgevingsvergunningen.

bedrijfsgebouwen en een bezoekerscentrum. Om het vrije

Echter door de maximale hoogte van de zonnepanelen van 1,60

uitzicht zoveel mogelijk te behouden is een aanpassing van

meter zal het vrije uitzicht zeker veranderen, maar niet geheel

het plan noodzakelijk

verdwijnen.

17

We zijn we met indieners in gesprek over de landschappelijke inpassing van de woning en hierbij wordt rekening gehouden met het wegnemen van het zicht op de zonnevelden. Het plan zal niet zodanig kunnen worden aangepast dat het vrije uitzicht over het akkerland van indiener behouden blijft. 2.19

Indiener geeft aan dat privaatrechtelijke belangen het plan in

De zienswijze maakt niet duidelijk welke privaatrechtelijke

De zienswijze leidt niet

de weg staan. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan

beperking het plan in de weg staat.

tot aanpassing van het

moet de gemeente ook privaatrechtelijke belangen meene-

bestemmingsplan of de

men. Door dit bestemmingsplan ervaart indiener onrechtma-

In het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ is in

tig hinder op grond van artikel 6:162 BW door onder meer

paragraaf 4.6 een onderbouwing met betrekking tot het aspect

glinsteringen van de zonnepanelen. Als dit plan wordt

gezondheid opgenomen. Hierin is onder andere lichtreflectie van

vastgesteld, kan indiener de gemeente aansprakelijk stellen

zonnepanelen meegenomen, waarbij wordt verwezen naar

wegens onrechtmatige hinder.

bijlage 5 van het MER. Geconcludeerd wordt dat er geen reden

omgevingsvergunningen.

is om aan te nemen dat er negatieve gezondheidseffecten optreden. We zijn met u in overleg over de landschappelijke inpassing van uw woning. Met deze landschappelijke inpassing zullen wij ons inspannen om eventuele hinder tot een minimum te beperken. 2.20

De gemeente hoort in het kader van een goede ruimtelijke

De locatiekeuze voor het Energielandgoed is na een zorgvuldige

De zienswijze leidt niet

ordening alternatieve locaties te onderzoeken. De gemeente

afweging tot stand gekomen. In de Beleidsnota Windenergie

tot aanpassing van het

kan haar doel ook bereiken door zich in te zetten in duurza-

(vastgesteld op 19 juli 2016) hebben wij onderzocht wat

bestemmingsplan of de

me energie in de binnenstad, zoals op daken of op onbenutte

geschikte locaties binnen onze gemeente zijn voor de plaatsing

omgevingsvergunningen.

terreinen in bebouwd gebied.

van windturbines. Hieruit zijn drie geschikte locaties naar voren gekomen. In het MER van de Structuurvisie Wells Meer zijn deze locaties beoordeeld en is gebleken dat de keuze voor het grootschalig opwekken van duurzame energie gezien de impact op energieopbrengst, ruimtegebruik, leefomgeving en landschap

valt op het Wells Meer. 18

Wat betreft het benutten van andere locaties verwijzen we verder naar de thematische beantwoording in hoofdstuk 3 met betrekking tot de zonneladder. 2.21

Indiener is bereid om met de gemeente mee te denken over

Wij zijn zeker bereid om met de indieners mee te denken over

De zienswijze leidt tot

een alternatieve oplossing, die de komst van zonnepanelen,

een alternatieve oplossing. Dat is ook de reden dat wij al met

aanpassing van de

windmolens en bedrijfsterreinen mogelijk maakt, maar de

hen in gesprek zijn over de landschappelijke inpassing. Door

omgevingsvergunning

inbreuk op onder meer privacy en uitzicht vermindert (zie

H+N+S zijn al een aantal schetsen gemaakt die tegemoet

voor de zonnevelden.

5.13). Als u het volgende met een voorwaardelijke verplich-

komen aan de wensen van indieners. Conform hun wensen komt

ting in het bestemmingsplan regelt en in stand houdt:

er een soort talud om de woning heen oplopend tot 1,60 meter

•

Dat er zoals besproken met mevrouw Arts van de

hoog zodat ze geen zicht hebben op de zonnepanelen en er

gemeente Bergen een diepe groenstrook van 25 meter

minder zicht is vanuit het landgoed op de woning/tuin aan de

rondom de woning van indiener komt, zodat geluids-

achterzijde. Hiermee komen wij tegemoet aan de wensen van de

overlast, schaduwwerking en glinsteringen van de zon

indieners.

worden verminderd; •

•

•

Wandelaars en fietsers niet de woning van cliënten

De schets over de definitieve landschappelijke inpassing zal nog

kunnen inzien door langs de wandel- en fietsroutes

met indieners worden afgestemd en ter besluitvorming worden

groen te realiseren;

voorgelegd aan ons college.

Geen transformators en/of andere bouwwerken binnen

Inmiddels zijn wij ook eigenaar van de betreffende gronden en

een straal van 50 meter in de buurt van de woning van

hebben hiermee ook zeggenschap over de realisatie van de

cliënten komen; en

gewenste landschappelijke inpassing.

zoals besproken met mevrouw Arts het perceel van en rondom de woning van indiener (nadat het perceel in

In de regels van het bestemmingsplan is onder artikel 5.2.1

eigendom is van de gemeente) wordt samengevoegd als

geregeld dat de afstand van zonnepanelen tot geluidsgevoelige

1 perceel.

objecten minimaal 25 meter bedraagt. De afstand tot nutsvoorzieningen (waaronder de transformatoren en de omvormers bij de zonnepanelen) moet 50 meter bedragen. Aangezien in de vergunning op 25 m afstand van de woning van indiener zonnepanelen zijn aangevraagd, voegen we aan deze vergunning een voorschrift toe dat hier geen omvormers en transformatoren zijn toegestaan. Hiermee komen we aan de 3e eis

tegemoet dat geen transformatoren binnen 50 m worden gerealiseerd. Bouwwerken zijn op een afstand van minimaal 25 19

meter wel toegestaan. De vierde wens heeft betrekking op het kadastraal samenvoegen tot 1 perceel. Dit staat los van het bestemmingsplan, maar we gaan als nieuwe eigenaar van de gronden graag het gesprek aan met indieners over deze kwestie. 2.22

Indiener vraagt om het bestemmingsplan niet vast te stellen

In bovenstaande reactie hebben we de zienswijze van indiener

De zienswijze leidt niet

en in ieder geval om hem tegemoet te komen deze zienswij-

per onderdeel beantwoord. We zijn tot de conclusie gekomen

tot aanpassing van het

ze en het plan aan te passen.

dat de zienswijze alleen op onderdeel 2.6 aanleiding geeft om de

bestemmingsplan of de

toelichting van het bestemmingsplan aan te passen.

omgevingsvergunningen.

3

Indiener 3

3.1

Indiener heeft gezien dat er in het ontwerp bestemmingsplan

Artikel 5 Energielandgoed staat inderdaad onder artikel 5.2.4.

De zienswijze leidt niet

verlichting is toegestaan binnen de bestemming “Energie-

overige bouwwerken onder lid b sub 1 verlichting toe met een

tot aanpassing van het

landgoed”. Deze bestemming grens aan zijn tuin en indiener

maximale bouwhoogte van 15 meter.

bestemmingsplan of de

wil geen verlichting direct achter zijn tuin en die van zijn

Er is nu nog niet bekend hoe de verlichting van het Energieland-

omgevingsvergunningen.

buren geplaatst hebben in verband met lichtvervuiling.

goed er precies uit komt te zien. Bij de verdere uitwerking van het inrichtingsplan voor het Energielandgoed wordt er meer duidelijk over deze verlichting. Uiteindelijk zal er een definitief verlichtingsplan worden opgesteld waarin deze duidelijkheid wel kan worden gegeven. Hierbij wordt er rekening mee gehouden dat omwonenden zo min mogelijk last hebben van deze verlichting, dus niet inschijnend in woning of slaapkamer. Ook wordt voldaan aan de landelijke norm voor de maximale lichtintensiteit. Daarnaast is het nog mogelijk om gebruik te maken van dynamische verlichting die op bepaalde tijdstippen aan of uit gaat of alleen aan gaat als er iemand voorbij komt. Voor de beveiliging van de zonnevelden is geen verlichting

nodig. 20

4

Indiener 4

4.1

Reeds in 2019 heeft indiener als luchtvaartautoriteit voor

In het ontwerpbestemmingsplan zijn de toekomstige locaties

De zienswijze leidt niet

vliegveld Weeze bij de plannen voor het Energielandgoed

voor de windturbines vastgelegd met aanduidingen. Deze

tot aanpassing van het

betrokken. In deze context zijn potentiele locaties voor de

aanduidingen zijn cirkelvormig en hierbinnen moeten de

bestemmingsplan of de

windturbines met maximale bouwhoogten gecontroleerd.

windmolens (inclusief rotordiameter) worden gerealiseerd. In

omgevingsvergunningen.

het vast te stellen bestemmingsplan wordt geregeld dat de De in het voorliggende bestemmingsplan opgenomen locaties

realisatie van windturbines alleen op vaste coördinaten mogelijk

corresponderen grotendeels met de gecontroleerde optie 2,

is. Door NLR is een toets uitgevoerd. Wij hebben onze analyse

waarbij na conversie van de in het plan opgenomen coördi-

nogmaals geverifieerd en vastgesteld dat beide windturbines

naten in WGS-84 een verschuiving van de locatie 165 naar

buiten het beschermingsgebied van de NDB liggen. Derhalve

het noorden vast te stellen is (dichterbij de luchthaven

zien wij niet waarop het bezwaar van DFS gebaseerd kan zijn.

Weeze). Zoals al in de inspraakreactie is opgenomen, is bij verandering van de locatie en bouwhoogten een nieuwe controle noodzakelijk. Dit was door de korte termijn voor het indienen van de zienswijze niet mogelijk. Bij de vorige beoordeling werd een hoogtebeperking of een verplaatsing naar het zuiden of westen noodzakelijk geacht ten opzichte van de oorspronkelijke noordoostelijke locatie. Zonder deze maatregelen zou een missed approach nadering van de luchthaven voor de NDB-anflug in werkingsrichting 09 nadelig worden beïnvloed, aangezien de bijbehorende obstakelhoogte voor de gehele procedure aanzienlijk zou moeten worden vergroot. Dit zou de bruikbaarheid van de bijbehorende naderingsprocedure aanzienlijk beperken. In het NLR-rapport is rekening gehouden met de NDB-anflug in werkingsrichting 09, waaruit hoogtebeperkingen voor het oorspronkelijke noordelijke plangebied zijn afgeleid. Het is echter helemaal niet duidelijk of in het NLR-rapport rekening is gehouden met de daarbij behorende procedures voor

missed approach naderingen. Als met dit bestemmingsplan de definitieve locatie voor de

21

windturbines wordt bepaald, dan worden hiertegen nog steeds bedenkingen geuit. Met name op de noordoostelijke locatie valt te verwachten dat een maximale bouwhoogte van 250 m boven de grond niet kan worden bereikt zonder het vliegverkeer te hinderen. Het is zinvol om de verschillende bevindingen van Nederlandse en Duitse zijde te bespreken om tot een zo minnelijke mogelijke oplossing te komen. Voor een eventuele verhoging van de barrièrevrije hoogtes voor de betreffende procedure is in ieder geval de goedkeuring van de luchtvaartautoriteit vereist. 4.2

Monumentenbehoud:

Goed om te horen dat er geen bedenkingen zijn in relatie tot het

De zienswijze leidt niet

Er zijn geen bedenkingen over de veranderingen in het

Energielandgoed ten aanzien van architectonische of grondmo-

tot aanpassing van het

bovengenoemde gebied in het administratieve district van

numenten die eigendom zijn van of worden gebruikt door de

bestemmingsplan of de

Düsseldorf, aangezien er voor zover bekend geen architecto-

deelstaat of federale overheid. De nabije buurgemeenten

omgevingsvergunningen.

nische of grondmonumenten in het plangebied zijn die

hebben wij over de voorgenomen ontwikkelingen geïnformeerd.

eigendom zijn van of worden gebruikt door de deelstaat- of

Zij hebben hier niet op gereageerd of aangegeven dat zij geen

federale overheid. Aangezien monumentenbehoud alleen

belemmeringen zien. Wij gaan er dan ook vanuit dat er ten

verantwoordelijk is voor het behoud van monumenten in

aanzien van monumenten geen belemmeringen zijn. Hierbij

eigendom of gebruiksrecht van de staat of federale overheid,

nemen wij ook in de overweging mee dat er op Duits grondge-

wordt aanbevolen contact op te nemen met het LVR-bureau

bied al een flink aantal turbines staat, dichter bij Duitse objecten

voor monumentenzorg in Rijnland, Pulheim en het LVR-

dan de turbines die wij voornemens zijn op te richten. Tenslotte

bureau voor het behoud van grondmonumenten in het

hebben wij naar aanleiding van het advies van de Commissie

Rijnland, Bonn, evenals met de verantwoordelijke van de

m.e.r. ook de landschappelijke effecten over de grens in beeld

gemeentelijke lagere monumentenautoriteit om alle belangen

gebracht. Hieruit leiden wij ook geen verdere belemmeringen af

van de monumentenwet te waarborgen.

voor monumenten in Duitsland dan die er al zijn vanuit de Duitse windmolens.

4.3 22

Natuur- en landschapsbescherming en visserij:

Dit onderdeel van de zienswijze is voor kennisgeving aangeno-

De zienswijze leidt niet

Indiener verwelkomt de voorgestelde landschappelijk

men.

tot aanpassing van het

inpassing van de zonnepanelen, door een aaneengesloten rij

bestemmingsplan of de

bomen en struiken langs de staatsgrens te behouden.

omgevingsvergunningen.

Afgezien daarvan worden vanuit het oogpunt van de gespecialiseerde afdelingen verkeer, plattelandsontwikkeling / landbeheer, afvalbeheer, verontreinigingsbeheersing en waterbeheer, geen verdere suggesties gedaan. 5

Indiener 5

5.1

Als opmerking vooraf wil indiener aangeven dat, hetgeen

In de inspraaknota zijn we ingegaan op uw inspraakreactie. We

De zienswijze leidt niet

indiener in eerdere reacties heeft aangegeven, onvoldoende

hebben hier inhoudelijk gemotiveerd waarom dit niet heeft

tot aanpassing van het

is opgenomen in het ontwerp-bestemmingsplan. Met name

geleid tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan. Wij

bestemmingsplan of de

hetgeen in het kader van de inspraakreactie tegen het

delen de mening van indiener daarom niet.

omgevingsvergunningen.

De Provincie Limburg heeft in 2009 tezamen met de indiener

Voor de beantwoording van dit deel van de zienswijze verwijzen

De zienswijze leidt niet

de Verklaring van Roermond opgesteld, waarin onder meer is

we naar de thematische beantwoording in hoofdstuk 3 van deze

tot aanpassing van het

afgesproken dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zuinig zal

nota met betrekking tot de zonneladder en meervoudig ruimte-

bestemmingsplan of de

worden omgegaan met agrarische grond. Zoals in de

gebruik.

omgevingsvergunningen.

voorontwerp-bestemmingsplan is aangegeven is uiterst summier afgedaan en heeft niet geleid tot aanpassingen van het ontwerp-bestemmingsplan. Naar mening van indiener ten onrechte. Hierop gaat indiener nog nader in. 5.2

Verklaring van Roermond is vastgelegd dienen aanspraken op landbouwgrond te worden afgewogen tegen het maat-

De verklaring van Roermond is opgesteld door de indiener en de

schappelijk belang om ook voor de land- en tuinbouw

provincie Limburg. Wij vormen hierin geen partij en zijn enkel

voldoende productieruimte te behouden. Als een ingreep op

gehouden aan het provinciale beleid zoals opgenomen in het

landbouwgrond noodzakelijk is moet daarna worden gekeken

provinciale omgevingsplan en de omgevingsverordening. In

naar meervoudig ruimtegebruik en als dat niet mogelijk is

paragraaf 3.2 van de toelichting wordt geconcludeerd dat het

compensatie.

plan voldoet aan dit provinciale beleid.

In de inspraakreactie is al aangegeven dat het (toen nog

voor)ontwerp-bestemmingsplan onvoldoende beantwoordt aan de Verklaring van Roermond. Indiener verwijst naar hetgeen is vermeld in de inspraakreactie onder 1 met het

23

verzoek dit als hier herhaald en ingelast te beschouwen. In de Nota inspraak en overleg wordt de provinciale notitie ‘Ruimte voor de zon’ en de plek die het Energielandgoed daarin heeft, aangegrepen om én het gebruik van landbouwgrond voor het Energielandgoed Wells Meer te billijken én onder meervoudig ruimtegebruik en landbouwcompensatie uit te komen. Naar mening van indiener gaat dit niet op. Op dit moment is het POL 2014 het geldende provinciale beleid en hieruit blijkt dat meervoudig ruimtegebruik met de landbouw de voorkeur heeft boven het onttrekken van landbouwgrond ten behoeve van de opwekking van duurzame energie. Overigens hecht zowel het Ontwerp-Nationale Omgevingsvisie (NOVI) als het ontwerp-POVI eveneens veel waarde aan meervoudig ruimtegebruik. In het ontwerp-POVI is zelfs aangegeven dat meervoudig ruimtegebruik meer nog dan in het verleden van belang zal zijn. Hieruit blijkt dat de uitgangspunten van de Verklaring van Roermond geenszins achterhaald zijn. Nog afgezien daarvan is bij de Verklaring van Roermond sprake van een convenant met indiener. Tot op heden is de Verklaring van Roermond niet door de Provincie Limburg in samenspraak met indiener herzien, zodat de Verklaring van Roermond en de daarin afgesproken uitgangspunten nog steeds van toepassing zijn. 5.3

Daarnaast geeft indiener aan dat de in de Nota inspraak en

Voor de beantwoording van dit deel van de zienswijze verwijzen

De zienswijze leidt niet

24

overleg aangehaalde zinsnede uit de notitie "Ruimte voor de

we naar de thematische beantwoording in hoofdstuk 3 van deze

tot aanpassing van het

zon", inhoudende dat het Energielandschap Wells Meer een

nota met betrekking tot de zonneladder en meervoudig ruimte-

bestemmingsplan of de

goed voorbeeld van gebruik van landbouwgrond voor

gebruik. De provincie Limburg stelt dat meervoudig ruimtege-

omgevingsvergunningen.

zonneweides is, enkel slaat op de opwekking van duurzame

bruik in de toekomst in het landelijk gebied van belang zijn en in

energie met zonnepanelen. De aangehaalde passage zegt in

het energielandgoed wordt hier door de combinatie van functies

het geheel niets over de overige gebruiksdoelen die in het

toepassing aan gegeven.

ontwerp-bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt, zoals duurzame opwekking van energie met windturbines, het realiseren van een bezoekerscentrum, een bedrijfsverzamelgebouw met horeca en parkeerplaatsen, de aanleg van een Energieboulevard en natuurontwikkeling. Uit de betreffende zinsnede uit de notitie "Ruimte voor de zon" kan derhalve anders dan in de Nota inspraak en overleg wordt gesteldvolgens indiener niet worden geconcludeerd dat de plannen voor het Energielandgoed in hun geheel goed passen binnen de recente provinciale uitgangspunten. 5.4

Naast het POL 2014 en de Verklaring van Roermond is ook in

Voor de beantwoording van dit deel van de zienswijze verwijzen

De zienswijze leidt niet

de Handreiking regionale energiestrategie, toelichting

we naar de thematische beantwoording in hoofdstuk 3 van deze

tot aanpassing van het

ruimtegebruik, opgenomen dat om tot een optimaal ruimte-

nota met betrekking tot meervoudig ruimtegebruik.

bestemmingsplan of de

gebruik voor alle functies te komen een zuinig en meervou-

omgevingsvergunningen.

dig ruimtegebruik van belang is. Indiener is dan ook ongewijzigd van mening dat in het ontwerp-bestemmingsplan meer dan strikt noodzakelijk beslag wordt gelegd op landbouwgrond, zodat niet, althans onvoldoende, is voldaan aan het uitgangspunt van zuinige ruimtegebruik. 5.5

De aangehaalde zinsnede uit de notitie "Ruimte voor de zon"

Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze

De zienswijze leidt niet

houdt -anders dan in de Nota inspraak en overleg wordt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9684154/1