CConstaterende datBergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bestemmingsplan Rijksweg-Zuid 18 - Toelichting

Gemeenteraad 25 april 2022, gemeente BergenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Rijksweg Zuid 18;10.836 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

33

geurbelasting (uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht) mag zijn op een geurgevoelig object. Voor veehouderijen met diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld geldt een vaste afstand conform de Wvg. Beoordeling plan De herschikking van bestemmingen binnen het plangebied heeft niet tot gevolg dat een geurgevoelig object dichter bij veehouderijen komt te staan of de mogelijkheid hiertoe ontstaat. De dichtstbijzijnde veehouderij (paardenhouderij Droogstal 6 te Wellerlooi op ongeveer 450 meter van de woning) ligt bovendien op een dusdanige afstand dat deze niet van invloed is op het plangebied of omgekeerd. Ditzelfde geldt voor veehouderijen die verder van het plangebied zijn gelegen. Het plangebied bevindt zich niet binnen 2 kilometer van een pluimveehouderij of varkenshouderij. Het aspect geur en veehouderijen vormt zodoende geen beperking voor dit plan.

5.6. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Wettelijk kader Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen Plaatsgebonden risico en Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden.

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt in bepaalde gevallen een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische

34

keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De eindafweging (vertaald in een ruimtelijke onderbouwing) kan pas worden gemaakt wanneer advies bij de veiligheidsregio is ingewonnen. Beoordeling plan De bestaande woning binnen het plangebied is een kwetsbaar object in het kader van externe veiligheid. De herschikking van bestemmingen binnen het plangebied verandert niets aan de aard en ligging van deze kwetsbare functie ten opzichte van risicobronnen in de omgeving. Het plan heeft dan ook geen wijziging in de risicosituatie ter plaatse tot gevolg.

5.7. Milieueffectrapportage Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekking in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht bij een bestemmingsplan: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het bestemmingplan is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het bestemmingplan is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van he Besluit milieueffectrapportage. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt.

Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Beoordeling plan Gezien de aard en omvang (herschikking van een aantal bestemmingen en het oprichten van een zwembad met poolhouse) van het plan in combinatie met de ligging van het plangebied (geen gevoelig gebied in de zin van het Besluit m.e.r.) is geen m.e.r. -beoordeling nodig. Eerder in dit hoofdstuk zijn verschillende milieuaspecten afgewogen. Daaruit is gebleken dat het plan geen negatieve effecten heeft ten aanzien van het milieu.

35

36

Hoofdstuk 6.

Uitvoerbaarheid

6.1. Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) rust op de gemeente de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan indien sprake is van een bouwplan conform artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In dit geval is echter geen sprake van een bouwplan in de zin van het Bro. Vergoeding van de ambtelijke kosten vindt plaats door middel van het heffen van leges. Daarnaast heeft de gemeente een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Er zijn geen consequenties voor de economische uitvoerbaarheid van het plan.

6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1. Overleg volgens artikel 3.1.1 Bro In artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) is aangegeven dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg dient te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en diensten van de provincie en het Rijk in zoverre belangen van deze overheden in het geding zijn. Vanwege hun belang zijn Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat en provincie Limburg bij dit plan betrokken. Er is één vooroverlegreactie ontvangen van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat, d.d. 21 december 2021 Rijkswaterstaat geeft aan dat een klein deel van het plangebied (de randen aan de noord- en oostzijde) onderdeel uitmaken aan het juridisch rivierbed, in het bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterbergend rivierbed’. Binnen deze dubbelbestemming zijn conform het landschappelijk inpassingsplan aanlegactiviteiten (kappen bomen en planten loofbos) voorzien. Deze activiteiten zijn meldings- danwel vergunningplichtig in het kader van de Waterwet. Mogelijk moeten compenserende maatregelen worden getroffen. Reactie gemeente De gemeente heeft naar aanleiding van deze vooroverlegreactie contact opgenomen met Rijkswaterstaat. In het plangebied vindt de kap plaats van 15 à 20 bomen waar de Letterzetter in heeft gezeten, waardoor al deze bomen al dood zijn.

Als deze bomen ver genoeg weggerot zijn, bestaat de kans dat deze een keer bij harde wind omvallen en op de Rijksweg belanden. Dat is niet wenselijk. In de smalle strook langs de Rijksweg die valt binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ staan een stuk of 4 van deze dode bomen.

37

In overleg met de initiatiefnemer heeft gemeente Bergen aan Rijkswaterstaat aangegeven dat de initiatiefnemer alle nieuwe beplanting buiten de dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterbergend rivierbed’ zal realiseren. Voor het kappen van de aangetaste bomen binnen deze dubbelbestemming zal de initiatiefnemer een melding doen. Rijkswaterstaat heeft per email d.d. 17 februari 2022 bevestigd d.d. met deze handelswijze te kunnen instemmen.

6.2.2. Zienswijzenprocedure Het opgestelde ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 2 december 2021 tot en met woensdag 12 januari 2022 (gedurende zes weken) ter inzage gelegen na voorafgaande publicatie in het Gemeenteblad. Gedurende de periode van terinzagelegging was het ontwerpbestemmingsplan digitaal raadpleegbaar op de website www.ruimtelijkeplannen.nl en analoog raadpleegbaar in het gemeentehuis. Er zijn tijdens deze periode geen zienswijzen ingediend.

38

39

Hoofdstuk 7.

Juridische planbeschrijving

7.1. Onderdelen bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Rijksweg-Zuid 18’ is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, fungeert de toelichting wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan. Onderhavig document vormt de toelichting bij het bestemmingsplan ‘Rijksweg-Zuid 18’. Dit bestemmingsplan heeft een uniek en eigen identificatienummer, namelijk NL.IMRO.0893.BP21006RZ18BUI-VA01.

7.2. Toelichting op de verbeelding In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen omdat de manier van raadplegen verschillend is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

7.3. Toelichting op de regels De bestemmingsplanregels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. De bestemmingsplanregels bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: a. Inleidende regels b. Bestemmingsregels c. Algemene regels d. Overgangs- en slotregels. Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels, die bestaan uit de begrippen en de wijze van meten.

40

Artikel 1. Begrippen In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2. Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemmingen opgenomen gronden en gebouwen mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Bij de totstandkoming van de bestemmingsregels is aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan “Buitengebied 2018” van gemeente Bergen. Het bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Artikel 3. Natuur De gronden met de bestemming ‘Natuur’ zijn bedoeld voor duurzame instandhouding van natuurgebieden, behoud, versterking en/of ontwikkeling van de aan de natuurgebieden eigen zijnde natuurwaarden, in samenhang met de waterhuishouding alsmede voor extensief recreatief medegebruik. Gebouwen zijn niet mogelijk. Artikel 4. Tuin De bestemming ‘Tuin’ is opgenomen voor gronden die bij een burgerwoning behoren. Binnen de bestemming is het oprichten van een overkapping toegestaan.. Artikel 5.

Wonen De burgerwoningen in het plangebied hebben een bestemming ‘Wonen’. Binnen de bestemmingsvlakken is geen bouwvlak op genomen. In de regels is bepaald dat per bestemmingsvlak één woning mogelijk is. De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 800 m³, tenzij de bestaande inhoudsmaat groter is. Voor bijgebouwen is een aparte regeling opgenomen. In de afwijkingsbepalingen zijn onder meer regels opgenomen voor splitsing van woningen en voor het vergroten van de oppervlakte van bijgebouwen. Ook kan via een omgevingsvergunning voor het afwijken toestemming verleend worden voor het uitoefenen van recreatieve voorzieningen, ondergeschikte horeca of voor gebruik van bestaande bebouwing als recreatiewoning naast de woonfunctie. Artikel 6., 7. en 8. Waarde - Archeologie 3 t/m 5 Binnen het plangebied bevinden zich gronden met verschillende archeologische waarden. Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart zijn drie dubbelbestemmingen opgenomen om deze archeologische verwachtingen te beschermen. Er zijn ondergrenzen

41

bepaald ten aanzien van archeologisch onderzoek. Deze ondergrenzen zijn in de verschillende dubbelbestemmingen overgenomen. Artikel 9. Waterstaat – Waterbergend rivierbed Teneinde het waterbergend rivierbed te beschermen is deze dubbelbestemming opgenomen. Ter plaatse van deze bestemming zijn de gronden mede bestemd voor de berging van rivierwater. Ook binnen deze bestemming geldt dat uitsluitend via een afwijking onder voorwaarden bouwwerken mogen worden gebouwd. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. Artikel 10. Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Artikel 11. Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen en het bouwen van zwembaden. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. Indien geen bouwvlak aanwezig is (voornamelijk binnen de bestemming ‘Wonen’) dient de ondergrondse bebouwing onder het hoofdgebouw te worden gesitueerd.

De oppervlakte aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken bovengronds vermeerderd met 15 m². De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken mag maximaal 3,5 meter bedragen. Voor de aanleg van een zwembad bevat dit artikel afzonderlijke bepalingen. Artikel 12. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn gebruiksverboden opgenomen. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de inpassing van bebouwing overeenkomstig een inpassingsplan. Artikel 13. Algemene aanduidingsregels Op de verbeelding is voor de monumentale woonboerderij een aanduiding ‘karakteristiek’ opgenomen, ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het hoofdgebouw. Op gebouwen binnen die aanduiding is het bepaalde uit de erfgoedverordening van de gemeente Bergen (vastgesteld op 13 juni 2010) van toepassing. Artikel 14. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van

42

bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied. Daarnaast is een algemene afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor mantelzorg in bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen. Eén van de algemene afwijkingen is de 10% regeling. Deze regeling maakt het mogelijk om de toegestane maten, afmetingen en percentages zoals opgenomen in de regels van het bestemmingsplan, met 10% te overschrijden. Hierbij geldt dat per toegestane maat, afmeting of percentage eenmalig een omgevingsvergunning mag worden verleend voor 10% afwijking. Voor woningen die groter zijn dan 800 m3geldt dat de grotere vergunde inhoud eenmalig met 10% mag worden vergroot. Artikel 15. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden. Het betreft bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens. Artikel 16.

Algemene procedureregels Dit artikel regelt de procedure die burgemeester en wethouders dienen te volgen indien toepassing wordt gegeven aan de in dit plan opgenomen afwijkings-, nadere eisen-of wijzigingsregels. Artikel 17. Overige regels In de overige regels worden regels ten aanzien van cultuurhistorische waarden en landschappelijke waarden. Ter bescherming van cultuurhistorische waarden en landschappelijke waarden is een verbodsbepaling opgenomen om bepaalde werken en werkzaamheden zonder omgevingsvergunning te verrichten. In dit artikel is verder bepaald welke werken en werkzaamheden van deze vergunningplicht zijn vrijgesteld en wat het afwegingskader is om de omgevingsvergunning te kunnen verlenen. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel van het bestemmingsplan. In de overgangsregels is het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik geregeld. In de slotregel is bepaald onder welke titel het plan kan worden aangehaald.

43

Bijlagen Bijlage 1. Landschappelijk inpassingsplan Rijksweg-Zuid 18, Wellerlooi Bijlage 2. Quickscan Wet natuurbescherming Rijksweg-Zuid 18 te Wellerlooi, Econsultancy; Bijlage 3. Verkennend bodemonderzoek Rijksweg-Zuid 18 te Wellerlooi, Econsultancy;

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11332508/1