2 A2 Windturbines Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Besluit van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen B-HZ_WABO-2020-0255
Onderwerp
Datum
ONTWERPBESLUIT omgevingsvergunning
Pagina
1 van 8
1. ONTWERPBESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING 1.1. Aanvraag Gezien de aanvraag omgevingsvergunning van: Naam wonende/gevestigd ontvangen op registratiekenmerk registratiekenmerk omgevingsloket om vergunning voor het project voor de activiteiten
op het perceel kadastraal bekend gemeente
: Gemeente Bergen (L) : Postbus 140, 5854 ZJ, Bergen L : 10 juli 2020 : B-HZ_WABO-2020-0255 : 5309651 : oprichten van een windpark (4 windturbines) tbv Energielandgoed Wells Meer : - het bouwen van een bouwwerk - het oprichten, veranderen of in werking hebben van een vergunningsplichtige milieu-inrichting of mijnbouwwerk : Energielandgoed : BGN02 - N – 712, BGN02 - N – 717, BGN02 - N – 824 en BGN02 - N – 826
1.2. Ontwerp-besluit Burgemeester en wethouders zijn voor de bouw van een windpark voornemens, gelet op artikel 2.1.1 a en e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna te noemen: Wabo) de omgevingsvergunning te verlenen voor de activiteiten: - het bouwen van een bouwwerk; - het oprichten, veranderen of in werking hebben van een vergunningsplichtige milieu-inrichting of mijnbouwwerk; Burgemeester en wethouders zijn eveneens voornemens aan de vergunning voorschriften te verbinden die zijn opgenomen in dit besluit. De bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bijlage en de in deze bijlage vermelde stukken maken deel uit van deze vergunning.
Besluit van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen B-HZ_WABO-2020-0255
Onderwerp ONTWERPBESLUIT omgevingsvergunning
Datum Pagina
2 van 8
Overwegende dat: -de aanvrager belanghebbende is en dus bevoegd om een aanvraag voor deze omgevingsvergunning te doen; -gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) de omgevingsvergunning kan worden verleend; -deze aanvraag voor het oprichten van het windpark onderdeel uitmaakt van de totstandkoming van het Energielandgoed Wells Meer. -het energielandgoed, naast het windpark, zal bestaan uit zonnevelden, een zonnepark, een bezoekerscentrum, aanleg van nieuwe natuur/inpassingsmaatregelen en overige ondersteunende voorzieningen; -naast het windpark, ook de zonnevelden in een aparte aanvraag al zijn aangevraagd. De overige onderdelen van het Energielandgoed zullen in een later stadium apart worden aangevraagd; -geen andere vergunningsplichtige activiteiten die deel uitmaken van het windpark onlosmakelijk verbonden zijn met de activiteiten voor het windpark en/of hierbij aanhaken. De overige vergunningsplichtige activiteiten die mogelijk tot het windpark behoren, zoals het 'uitvoeren van een werk' en het 'aanleggen van een weg' worden, indien nodig, afzonderlijk aangevraagd.
Deze activiteiten zijn, zoals overwogen, niet onlosmakelijk verbonden met de activiteiten die in deze vergunning zijn aangevraagd en de omvang van de aanvraag is de keuze van de aanvrager; -voor de activiteit "natuur" die behoort tot dit project is op 10 juli 2020 een aanvraag voor een ontheffing voor soorten op basis van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) is ingediend bij het bevoegd gezag; -de vergunning voor gebieden op basis van de Wnb is aangevraagd vóór het moment dat deze aanvraag omgevingsvergunning voor het windpark is gedaan (en als gevolg daarvan ter inzage is gelegd). De Wnb haakt in dit geval niet aan bij deze omgevingsvergunning voor het windpark. Het vragen van een verklaring van geen bedenkingen op grond van artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) is daarom niet vereist alvorens wij een omgevingsvergunning kunnen verlenen voor de activiteiten die in deze aanvraag zijn opgenomen Of PM; Een vergunning op basis van de Wnb is niet nodig -op grond van artikel 3.10 Wabo in dit geval de uitgebreide procedure gevolgd moet worden met betrekking tot de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag als gevolg van de van toepassing zijnde coördinatieregeling als beschreven in artikel 3:30 lid 2 Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro).
Zie hierna onder zienswijzen en procedure; -in ieder geval het ontwerpbesluit tot het verlenen van: de omgevingsvergunning voor het windpark, de omgevingsvergunning voor de zonnevelden, het ontwerpbestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer, de ontwerp watervergunning en de ontwerpontheffing Wnb als gevolg van het raadsbesluit van 21 april 2020 gecoördineerd worden voorbereid en bekendgemaakt; -de vergunning op grond van de Wnb PM, alsmede eventuele overige nog niet aangevraagde vergunningplichtige activiteiten die tot deze aanvraag behoren, zoals het ‘uitvoeren van een werk’ en het ‘aanleggen van een weg’ niet in deze gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking worden betrokken; -het ontwerpbesluit tot het verlenen van: de omgevingsvergunning voor het windpark, de omgevingsvergunning voor de zonnevelden, het ontwerpbestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer, de ontwerp watervergunning, de ontwerpontheffing Wnb, de aanvragen om omgevingsvergunning, de aanvragen voor een watervergunning en de daarbij behorende bescheiden vanaf 15 oktober 2020 gedurende 6 weken ter inzage hebben gelegen. Tijdens deze termijn konden door eenieder zienswijzen naar voren worden gebracht; -de overwegingen, de voorschriften en bij dit besluit gevoegde en als zodanig gewaarmerkte documenten, deel uitmaken van het besluit.
Besluit van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen B-HZ_WABO-2020-0255
Onderwerp ONTWERPBESLUIT omgevingsvergunning
Datum Pagina
3 van 8
1.3. Zienswijzen Op 21 april 2020 heeft de gemeenteraad van Bergen, op basis van artikel 3.30, eerste lid onder b besloten dat de voorbereiding en bekendmaking van het bestemmingsplan voor het Energie landgoed wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van besluiten op de aanvragen om de benodigde vergunningen. Door deze gemeentelijke coördinatieregeling worden besluiten die met elkaar samenhangen gelijktijdig in procedure gebracht en worden daarover gegeven zienswijzen en ingestelde beroepen gelijktijdig afgehandeld. Er is dus geen bezwaarprocedure bij het bevoegd gezag en beroepsprocedure bij de rechtbank, maar alleen rechtstreeks beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Over ontwerpbesluiten kon door eenieder zienswijzen naar voren worden gebracht De aanvraag en het ontwerp-besluit met bijgevoegde documenten hebben op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 15 oktober 2020 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn in deze periode ….. zienswijzen ontvangen. Hierna worden de zienswijzen behandeld en beantwoord. ……..
Namens het college van Burgemeester en Wethouders van Bergen,
Afdelingsmanager Ruimtelijk Domein, Mr. A.C. Derks
Besluit van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen B-HZ_WABO-2020-0255
Onderwerp ONTWERPBESLUIT omgevingsvergunning
Datum Pagina
4 van 8
2. OMGEVINGSVERGUNNING PROCEDUREEL 2.1. Bevoegd gezag De gemeenteraad van Bergen (L) is bevoegd om een bestemmingsplan voor Energielandgoed Wells Meer vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om op de aanvragen om omgevingsvergunning te beschikken. Voor de realisatie van Energielandgoed Wells Meer wordt gebruik gemaakt van een coördinatieregeling waarin het bestemmingsplan gelijktijdig met de benodigde vergunningen wordt vastgesteld en ter inzage wordt gelegd. Uit artikel 9b, eerste lid, onder b van de Elektriciteitswet 1998, volgt dat voor het bouwen en oprichten van een productie-installatie zoals in het Energielandgoed Wells Meer is beoogd, de rijkscoördinatieregeling conform artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is. Bij besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat op 18 juni 2019, is aangekondigd dat er geen toepassing wordt gegeven aan deze rijkscoördinatieregeling. Uit artikel 9f, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 volgt dat het college van gedeputeerde staten de voorbereiding en bekendmaking van de omgevingsvergunning voor o.a. bouwen en oprichten van de productie-installatie coördineert. Ingevolge het tweede lid zijn gedeputeerde staten bevoegd om op de aanvragen op de bedoelde toestemmingen te beschikken.
Het eerste en tweede lid kunnen, onder voorwaarden, door gedeputeerde staten buitentoepassing worden verklaard volgens het zesde lid. Gedeputeerde Staten van Limburg hebben bij besluit van 11 augustus 2020 (verzonden op 13 augustus 2020) het eerste en tweede lid van artikel 9f van de Elektriciteitswet 1998 buiten toepassing verklaard. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen (L) is hierdoor het bevoegd gezag om op de aanvragen te beschikken. Op 21 april 2020 heeft de gemeenteraad van Bergen, op basis van artikel 3.30, eerste lid onder b besloten dat de voorbereiding en bekendmaking van het bestemmingsplan voor het Energie landgoed wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van besluiten op de aanvragen om de benodigde vergunningen. Door deze gemeentelijke coördinatie worden besluiten die met elkaar samenhangen gelijktijdig in procedure gebracht en worden daarover gegeven zienswijzen en ingestelde beroepen gelijktijdig afgehandeld. Er is dus geen bezwaarprocedure bij het bevoegd gezag en beroepsprocedure bij de rechtbank, maar alleen rechtstreeks beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Over ontwerpbesluiten kunnen door eenieder zienswijzen naar voren worden gebracht.
2.2. Ontvankelijkheid Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze aan de hand van het Besluit omgevingsrecht (hierna te noemen Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (hierna te noemen Mor) getoetst op ontvankelijkheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit(en) op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Verder is de melding in het kader van het Activiteitenbesluit ingediend.
2.3. Procedure De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.10 van de Wabo.
Besluit van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen B-HZ_WABO-2020-0255
Onderwerp ONTWERPBESLUIT omgevingsvergunning
Datum Pagina
5 van 8
2.4. Toetsingskader -
Het toetsingskader van de activiteit bouw wordt gevormd door artikel 2.10 van de Wabo. Het toetsingskader van de activiteit milieu wordt gevormd door artikel 2.14 van de Wabo.
2.5. Vooroverleg Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is op de voorbereiding van een omgevingsvergunning, die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub a Wabo, het vooroverleg als geregeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing. Het vooroverleg is, gezien de van toepassing zijnde coördinatieregeling, in dit geval gevoerd over (voor)ontwerpbestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer. Dit betekent dat afhankelijk van de betrokken belangen het project is voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport, Gedeputeerde Staten van Limburg en Waterschap Limburg. Reacties zijn verwerkt in een inspraaknota die onderdeel uitmaakt van het ontwerpbestemmingsplan Energielandgoed Wellsmeer. Aangezien de aanvraag past in het ontwerpbestemmingsplan, is hiermee aan de verplichting tot vooroverleg voldaan.
3. INHOUDELIJK OVERWEGINGEN Aan het besluit liggen de volgende overwegingen ten grondslag: 3.1. Overwegingen met betrekking tot de activiteit bouw Het bouwplan ligt in het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’ en heeft daarin de bestemming ‘Energielandgoed’. Het bouwplan voldoet aan de voorgeschreven maatvoering en bouwaanduiding. Daarmee is het bouwplan in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan.
Welstand-PM
Het voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de bepalingen van het Bouwbesluit 2012 en de bouwverordening van de gemeente Bergen. Conclusie: Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op de activiteit bouw zijn er geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. 3.2. Overwegingen met betrekking tot de activiteit afwijken bestemmingsplan De aanvraag voor het windpark is getoetst aan het ontwerpbestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer. Als gevolg van de gecoördineerde voorbereiding van dit bestemmingsplan en de aanvraag voor het windpark, moet de aanvraag aan dit ontwerpbestemmingsplan worden getoetst. De aanvraag voldoet aan de regels van ontwerpbestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer. Conclusie: Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op de activiteit afwijken van het bestemmingsplan zijn er geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Besluit van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen B-HZ_WABO-2020-0255
Onderwerp ONTWERPBESLUIT omgevingsvergunning
Datum Pagina
6 van 8
3.3. Overwegingen met betrekking tot de activiteit milieu Door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (hierna: Odzob) op 2 september 2020 met kenmerk 5309651 positief advies is uitgebracht over deze aanvraag. Voor de leesbaarheid van dit besluit wordt voor de inhoudelijke overwegingen verwezen naar het advies van de Odzob; Het advies van de Odzob en de inhoudelijke overwegingen die daarin zijn opgenomen integraal onderdeel uitmaken van dit besluit. Enkel het voorschrift dat het toerental van de turbine niet hoger mag worden dan 20 omwentelingen per minuut (rpm), is niet uit het advies overgenomen. Dit onderdeel is gebaseerd op een onjuiste aanname van de frequentie van een windturbine (1 hz in plaats van 2,5 hz). Het toerental van een windturbines dat binnen deze frequentie toelaatbaar is, zal niet worden gehaald. De regels voor slagschaduw zijn bovendien opgenomen in het activiteitenbesluit. Conclusie: Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op de activiteit milieu zijn er geen gronden om de omgevingsvergunning te weigeren.
4. VOORSCHRIFTEN 4.1. Aspect bouw Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden: 4.1.1 Uiterlijk 3 weken voordat met de bouwwerkzaamheden gestart wordt, moeten de bescheiden van het te realiseren type windturbine, opstelplaatsen en funderingen ter goedkeuring worden ingediend. Zonder deze goedkeuring mag niet worden gestart met de bouwwerkzaamheden; 4.1.2 Uiterlijk 3 weken voordat met de bouwwerkzaamheden wordt gestart, moeten de constructieve tekeningen en berekeningen van alle constructies ter goedkeuring worden ingediend. Zonder deze goedkeuring mag niet worden gestart met de bouwwerkzaamheden; 4.1.3 De vergunninghouder draagt ervoor zorg dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften worden nageleefd. 4.1.4 Het is niet toegestaan om de hemelwaterafvoer op het gemeenteriool aan te sluiten. Hemelwater dient op eigen terrein in de bodem te worden geïnfiltreerd. 4.1.5 Vloeren, al dan niet met vorstranden, poer- en strookfunderingen dienen te worden gestort op folie of een werkvloer en dienen te worden voorzien van een deugdelijke bekisting. De ondergrond en bekisting dienen stabiel te zijn zodat de betondekking tussen de bekistingswand, de ondergrond en de wapening wordt gewaarborgd. Het is dus niet toegestaan zonder voorzieningen beton direct in of op de grond te storten.
4.1.6 De rooilijn en peilhoogte zullen door de gemeente Bergen worden uitgezet (contactpersoon: de heer Gabry Tiellemans g.tiellemans@bergen.nl). 4.1.7 Er moet gebouwd worden overeenkomstig de bepalingen van het Bouwbesluit en de bouwverordening van de gemeente Bergen. Er mag pas gestart worden met de bouw van de windturbines als minimaal 10 weken voorafgaand aan de start van de bouw een positief advies wordt verkregen van het Ministerie van Defensie dat de bouw van de windturbines niet leidt tot onaanvaardbare radarverstoring.
4.2 Aspect Milieu 4.2.1
Algemeen
4.2.1.1. De inrichting moet schoon worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren.
Besluit van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen B-HZ_WABO-2020-0255
Onderwerp ONTWERPBESLUIT omgevingsvergunning
Datum Pagina
7 van 8
4.2.1.2. Incidenten dienen voor iedere windturbine te worden geregistreerd en in een logboek binnen de windturbine te worden bewaard. Onder incidenten wordt verstaan mastbreuk, het afbreken van een turbineblad of de gondel, afbreken of losraken van turbineonderdelen en naar beneden vallen van (kleine) turbine-onderdelen en het niet in werking treden van een beveiliging. 4.2.1.3. Van het structureel buiten werking stellen van (delen van) installaties en/of beëindigen van (een van de) activiteiten moet het bevoegd gezag binnen 30 dagen na beëindiging van de installaties of activiteit, op de hoogte worden gesteld. Installaties of delen van installaties die structureel buiten werking zijn gesteld en nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, moeten in overleg met het bevoegd gezag worden verwijderd tenzij de (delen van de) installaties in een zodanige staat van onderhoud worden gehouden dat de nadelige gevolgen niet kunnen optreden. 4.2.1.4. De windturbines moeten altijd goed bereikbaar zijn voor alle voertuigen welk in geval van calamiteiten toegang tot de inrichting/installatie moeten hebben. 4.2.1.5. Uiterlijk 3 maanden voor de start van de bouw van de windturbines moet aan het bevoegd gezag meegedeeld worden welk type windturbines gerealiseerd wordt.
Hierbij dient een rapport te worden overlegd waarin de geluidbelasting op de gevel van gevoelige gebouwen en waarin de slagschaduweffecten worden weergegeven. In het rapport moet rekening gehouden worden met cumulatieve effecten van het nabijgelegen windpark en uit het rapport moet blijken dat aan het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer wordt voldaan. Dit voorschrift laat onverlet dat er op basis van het artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit milieubeheer de verplichting geldt om veranderingen van een inrichting en veranderingen van de werking van een inrichting te melden. 4.2.1.6. Er dient jaarlijks een geactualiseerd rapport ingediend te worden bij burgemeester en wethouders waarin een stilstandskalender is opgenomen en waaruit blijkt dat aan de eisen voor slagschaduw voldaan wordt ter plaatse van woningen van derden. Dit rapport dient uit te gaan van de actuele meerjarenvoorspelling voor zonneschijn en windrichting voor deze locatie. Berekeningen moeten uitgevoerd worden conform de eisen in het Activiteitenbesluit milieubeheer 4.2.1.7. De vergunninghouder moet de binnen de inrichting (tijdelijk) werkzame personen instrueren over de voor hen van toepassing zijnde voorschriften van deze vergunning en de van toepassing zijnde veiligheidsmaatregelen.
Er moet steeds voldoende, kundig personeel bereikbaar en beschikbaar zijn om in geval van calamiteiten te kunnen ingrijpen. 4.2.1.8. De vergunninghouder moet direct nadat de vergunning in werking is getreden schriftelijk naam en telefoonnummer opgeven aan het bevoegd gezag van degene (en van diens plaatsvervanger) met wie in spoedeisende gevallen, ook buiten normale werktijden, contact kan worden opgenomen. Als deze gegevens wijzigen moet dit vooraf onder vermelding van de wijzigingsdatum schriftelijk worden gemeld aan het bevoegd gezag. 4.2.1.9. Het afvoeren van afvalstoffen geschiedt op ordelijke en nette wijze. 4.3 Nog in te dienen gegevens en bescheiden: • •
Constructieberekeningen en tekeningen; Tekening en berekening infiltratievoorziening op eigen terrein.
Deze gegevens dienen minimaal twee weken voordat met de uitvoering van de betreffende onderdelen wordt begonnen, ter goedkeuring overgelegd te worden bij de afdeling Ruimtelijk Domein. De werkzaamheden mogen niet eerder worden uitgevoerd na goedkeuring van de overgelegde gegevens.
Besluit van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen B-HZ_WABO-2020-0255
Onderwerp
Datum
ONTWERPBESLUIT omgevingsvergunning
Pagina
8 van 8
5. BIJGEVOEGDE DOCUMENTEN De volgende documenten zijn als gewaarmerkt stuk bijgevoegd en behoren bij het besluit: Omschrijving
Kenmerk
Datum
Advies Odzob
5309651
02-09-2020
Ingediend