1b Regels BP 1-1a
Tekst van het document
PLANREGELS
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDENDE REGELS .................................................................................................................. 2 Artikel 1 Begrippen...................................................................................................................................................................... 2 Artikel 2 Wijze van meten ......................................................................................................................................................... 8
2
BESTEMMINGSREGELS ............................................................................................................... 9 Artikel 3 Agrarisch ...................................................................................................................................................................... 9 Artikel 4 Wonen ....................................................................................................................................................................... 11
3
ALGEMENE REGELS .................................................................................................................. 15 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................................................. 15 Artikel 6 Algemene bouwregels ............................................................................................................................................ 16 Artikel 7 Algemene gebruiksregels ....................................................................................................................................... 17 Artikel 8 Algemene afwijkingsregels ..................................................................................................................................... 18 Artikel 9 Algemene wijzigingsregels ..................................................................................................................................... 19 Artikel 10 Algemene procedureregels ................................................................................................................................ 20
4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS ............................................................................................. 21 Artikel 11 Overgangsrecht ..................................................................................................................................................... 21 Artikel 12 Slotregel................................................................................................................................................................... 22
BIJLAGEN Bijlage 1: Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2: Landschappelijk inpassingsplan Pannenweg 1-1a
Ontwerp
1
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan ‘Pannenweg 1-1a Siebengewald’ met identificatienummer NL.IMRO.0893.BP21007PA1ABU1-ON01 van de gemeente Bergen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 bestemmingsplan Een geometrische bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduiding Een de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aangebouwd bijbehorend bouwwerk een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.6 aan-huis-verbonden bedrijf het door de bewoner van de (bedrijfs)woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.
1.7 aan-huis-verbonden-beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een (bedrijfs)woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.8 afhankelijke woonruimte een (aangebouwd) bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding gehuisvest is. 1.9 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.11
bed & breakfast
Ontwerp
2
het bieden van recreatief nachtverblijf, kortdurend, in de vorm van logies met ontbijt, in het hoofdgebouw of in één van de bestaande bijbehorende bouwwerken. 1.12 bedrijf elke onderneming of gedeelte van een onderneming, welke een organisatorisch zelfstandige eenheid vormt en als zodanig gericht is op de productie of de afzet van goederen of de verlening van diensten; organisatorisch zelfstandige eenheden als hier bedoeld, welke door of vanwege de overheid worden geleid, worden voor de toepassing van deze regels eveneens als bedrijf aangemerkt. 1.13 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten; 1.14 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering, in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is. 1.15 bestaand a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan of mag worden gebouwd op grond van een bouwvergunning of omgevingsvergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan. 1.16 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.17 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.18 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.19 bijzondere huisvesting huisvesting in een woning zonder dat sprake is van een regulier huishouden, zoals kamerverhuur, huisvesting van seizoenarbeiders en bijzondere woonvormen voor mensen met sociale, lichamelijke of geestelijke beperkingen waarvoor de woningen beschikken over speciale voorzieningen danwel waarbij de bewoners professionele ondersteuning kunnen krijgen om zelfstandig te kunnen wonen. 1.20 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.21 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.22 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd en dat een oppervlakte beslaat van meer dan 50% van het grondvlak van het hoofdgebouw, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.23
bouwperceel
Ontwerp
3
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.26 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk en/of gebied of beplanting toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van gronden en gebouwen, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het wegenpatronen of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan: a. de stedenbouwkundige waarden of waarden van de gebouwde (of: bebouwde) omgeving; b. de landschapswaarden, natuurlijke waarden, aardkundige waarden of historisch-geografische waarden. 1.27 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.28 groenvoorziening ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, bermen, erfbeplantingen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren. 1.29 herbouw het oprichten van bebouwing op een bouwperceel waar op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bebouwing van dezelfde bestemming als de op te richten bebouwing aanwezig was. 1.30 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.31 hobbymatig agrarisch gebruik Het gebruik van grond ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd. 1.32 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.33 hydrologisch neutrale ontwikkeling ontwikkeling waarbij maatregelen worden getroffen zodat deze geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding ten opzichte van de uitgangssituatie.
Dit betekent in ieder geval dat in de nieuwe situatie geen hemelwater wordt afgevoerd, maar dat dit lokaal wordt geïnfiltreerd en/of gebruikt. 1.34
inrichtingsplan
Ontwerp
4
een plan, bestaande uit één of meer kaartbeelden, indien nodig vergezeld van een toelichtende tekst, waarin de landschappelijke inpassing en, voor zover vereist, de ruimtelijke kwaliteitsverbetering zijn vastgelegd in relatie tot de nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden. 1.35 kwaliteitscommissie De commissie (of diens opvolger) belast met de advisering van het bevoegd gezag over de landschappelijke inpassing van (bouw-)activiteiten en compensatie- maatregelen. Een en ander zoals vastgelegd in de Bouwverordening. 1.36 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. De volgende (landschaps)elementen maken hier in elk gevel deel van uit: houtsingels, houtwallen, laanbeplantingen, oude akkers en monumentale, beeldbepalende bomen. 1.37 landschappelijke inpassing inpassing in het omringende landschap door bij de situering van bebouwing in te spelen op de landschappelijke kenmerken en/of door het gebruik van beplanting die past bij het landschapstype ter plaatse, om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen. 1.38 milieucategorie een aan een bedrijfsactiviteit toegekende categorie volgens de in de bijlage 1 bij deze regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten.
1.39 milieuhygiënische uitvoerbaarheid overkoepelend begrip voor milieuaspecten zoals bodem, geluid, geurhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse is geborgd. 1.40 natuurlijke waarden waarden in verband met de aanwezigheid van of potentiële mogelijkheden voor bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid, zeldzaamheid, natuurlijkheid, ongestoordheid en kenmerkend voor het gebied. 1.41 nieuwbouw het oprichten van bebouwing op een bouwperceel waar op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geen bebouwing van dezelfde bestemming als de op te richten bebouwing aanwezig was. 1.42 opslag het bewaren van goederen, waaronder agrarische producten, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel. 1.43 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven straatpeil is gelegen. 1.44 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden. 1.45
overkapping
Ontwerp
5
een overig bouwwerk omsloten door maximaal drie wanden waarvan maximaal één eigen wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 1.46 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enig omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.47 a. b. c.
peil voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de kruinstrook van die weg; in andere gevallen en voor overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; voor stacaravans: de bovenzijde begane grondvloer.
1.48 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf. 1.49 ruimtelijke kwaliteitsverbetering verbetering van de kwaliteit van het buitengebied als tegenprestatie voor een ruimtelijke ontwikkeling, die verder gaat dan een landschappelijke inpassing van die ruimtelijke ontwikkeling, door het treffen van fysieke maatregelen die de stedenbouwkundige, landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en/of recreatieve waarden van het buitengebied versterken, waaronder de aanleg van natuur, de aanleg of het herstel van landschapselementen, de renovatie van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, de sloop van bebouwing en het verwijderen van verharding. 1.50 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.51 stedenbouwkundig beeld het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte.
1.52 stedenbouwkundige waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied (tot uitdrukking komend in de bouwmassa, hoogtematen, dakvorm en gevelopbouw). 1.53 teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen die toegepast worden om de teelt van groente, fruit, bomen of potplanten te bevorderen en te beschermen. Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn: aardbeiteelttafels, afdekfolies, antiworteldoek, boomteelthekken, hagelnetten, insectengaas, plastic tunnels, ondersteunende kas, schaduwhallen en vraatnetten. Onder teeltondersteunende voorzieningen worden geen kassen verstaan. 1.54 tuin niet bebouwde grond, die is ingericht met planten zoals gras, bloemen, struiken en bomen en waarvan de volgende voorzieningen deel kunnen uitmaken: paden, verhardingen, vijvers, sloten en parkeervoorzieningen. 1.55 voorgevel de naar de weg gekeerde, en op de weg georiënteerde zijde van een gebouw.
Ontwerp
6
1.56 voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn die getrokken kan worden langs de voorgevel van het hoofdgebouw. 1.57 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, en inlaten. 1.58 wonen een permanente verblijfplaats ten behoeve van de huisvesting van een huishouden in een woning. 1.59 woning een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
Ontwerp
7
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse bouw perceelgrens tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-) gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 bouwhoogte van een windmolen ▪ horizontale as-turbine: de som van de mastlengte (=ashoogte) en de ‘straal’ (=diameter x 0,5) van de rotor. ▪ verticale as-turbine: de som van de mastlengte (=ashoogte) en de rotorhoogte. ▪ ashoogte: de hoogte gemeten vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein. 2.4 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.7 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren). 2.8 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.9 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10 ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 m bedraagt.
Ontwerp
8
2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
agrarisch grondgebruik; beweiden van grasland; groenvoorzieningen en water; paden en wegen; waterhuishoudkundige voorzieningen;
3.1.2 Specifieke vorm van agrarisch - hobbymatig Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – hobbymatig’ zijn de in lid 3.1.1 bedoelde gronden zijn de gronden tevens bestemd voor hobbymatig agrarisch gebruik. 3.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; de voorgevels van gebouwen moeten in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; de goothoogte van gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 6,5 m; de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 13 m; gebouwen moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°.
3.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d.
teeltondersteunende voorzieningen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; de bouwhoogte van andere overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 m.
3.3 Nadere eisen aan omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. b. c. d. e.
tegenprestaties gericht op verbetering van de gebiedskwaliteit; de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; de aard, situering en oppervlakte van verhardingen.
Ontwerp
9
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Omgevingsvergunning Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 3.1 buiten het bouwvlak de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a. b. c. d.
het dempen, graven en vergraven van watergangen en het aanleggen van dammen en bruggen; het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen van meer dan 100 m2 per agrarisch bedrijfsperceel; het aanleggen van waterbassins en mestbassins voor zover deze niet zijn aan te merken als bouwwerken; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
3.5.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 3.7.1 is niet van toepassing op: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding het plan legaal in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
3.5.3 Afwegingskader Een vergunning als bedoeld in lid 3.7.1 wordt uitsluitend verleend indien: a.
b.
door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige waarde van het gebied; er tevens vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn;
Ontwerp
10
Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d. e. f. g.
wonen; aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, met de daarbij behorende voorzieningen, in het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk; aan-huis-verbonden beroepen met de daarbij behorende voorzieningen, in het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk; landschappelijke inpassing en instandhouding voor zover sprake is van een van de locaties zoals genoemd in artikel 7.2 en overeenkomstig het in dat artikel genoemde inpassingsplan; erven en tuinen; groenvoorzieningen en water; paden en wegen;
4.1.2 Specifieke vorm van wonen – opslag Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – opslag’ zijn de in lid 4.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een kleinschalige opslag tot een oppervlakte van maximaal 45 m². 4.1.3 Specifieke bouwaanduiding Het gebied ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken' is geen erf zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht voor zover het gaat om voor bewoning gebruikte bijbehorende bouwwerken. 4.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.1 Algemeen Woningen, gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden opgericht. 4.2.2 Woningen Voor het bouwen van een woning gelden de volgende regels: a. b.
c.
d.
per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan, indien een bouwvlak is opgenomen dient de woning in het bouwvlak te zijn gesitueerd; de inhoud van een woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 800 m3, tenzij de inhoud van de bestaande woning reeds groter is in welk geval de bestaande vergunde inhoud als maximum geldt; in afwijking van het bepaalde onder b geldt de inhoudslimiet van 800 m3 niet voor langgevelboerderijen en voor cultuurhistorisch en/ of architectonisch waardevolle bebouwing die qua bouwmassa één geheel vormt met het hoofdgebouw, met dien verstande dat deze bedrijfsruimten bij de woning mogen worden getrokken, waarbij het aantal woningen gelijk dient te blijven; de goothoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 6,5 m;
Ontwerp
11
e. f. g. h. i.
de bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 10 m; de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelgrens dient ten minste 5 m te bedragen; de woning moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°; in geval van herbouw dient het aantal woningen gelijk te blijven en dient de woning op dezelfde locatie terug gebouwd te worden. in geval van nieuwbouw dient de voorgevel van een woning te worden gebouwd op minimaal 3 m achter de naar de weg gekeerde grens van het bestemmingsvlak;
4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
de oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 400m2; bijbehorende bouwwerken mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de woning worden opgericht; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; de bijbehorende bouwwerken moeten worden afgedekt met een kap met een dakhelling van ten minste 15°. voor overkappingen gelden de volgende regels: 1. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m 2, met inachtneming van het bepaalde onder a en b; 2. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan 4 m; 1. per bouwperceel is maximaal één overkapping toegestaan met een oppervlakte van maximaal 30 m² en een bouwhoogte van maximaal 4 m;
4.2.3 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; voor overkappingen gelden de regels zoals opgenomen in 4.2.2. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 m.
4.2.3 Bouwwerken uitgesloten Ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten – voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken' zijn de gronden niet aan te merken als achtererfgebied, zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Bouwwerken zijn hier uitgesloten, met uitzondering van vrijstaande bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken. 4.3 Nadere eisen aan omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. b. c. d. e.
tegenprestaties gericht op verbetering van de gebiedskwaliteit. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; de aard, situering en oppervlakte van verhardingen.
4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Verplaatsing woning
Ontwerp
12
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder h voor het verplaatsen van de locatie van de woning bij herbouw, onder de voorwaarden dat: a. b. c. d.
dit vanuit stedenbouwkundig en planologisch oogpunt aanvaardbaar is; dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden; er geen extra belemmeringen ontstaan voor omliggende (agrarische) bedrijven; voldaan wordt aan de bepalingen ingevolge de Wet geluidhinder.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Horeca als nevenactiviteit Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van een gebruik voor horeca als nevenactiviteit, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e. f. g. h.
uitsluitend horeca in de categorie 1 is toegestaan; het gebruik moet aanvaardbaar zijn vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk, natuurlijk, milieuhygiënisch en cultuurhistorisch perspectief; er mag geen beperking ontstaan voor de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de horeca uitoefent; er is geen sprake van een grote verkeersaantrekkende werking; parkeren vindt plaats op eigen terrein; de bedrijfsoppervlakte die voor horeca wordt benut, bedraagt maximaal 30% van het totale oppervlak aan gebouwen, tot een maximum van 50 m2; het gebruik van de grond (anders dan voor bebouwing) ten behoeve van horeca bedraagt maximaal 30% van het totale oppervlak van het perceel, tot een maximum van 50 m2.
4.5.2 Aan-huis-verbonden bedrijf en nevenactiviteiten Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1: a.
b.
ten behoeve van de uitoefening van aan-huis-verbonden bedrijven uit milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, dan wel een bedrijf dat gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan deze bedrijfsactiviteiten; ten behoeve van het uitoefenen van ondergeschikte nevenactiviteiten in de zin van een bed & breakfast;
met dien verstande dat: 1. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig worden aangetast; 2. een en ander uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 3. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; 4. het een nevenactiviteit betreft en de woonfunctie de overheersende functie blijft; 5. geen beperking ontstaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en woningen; 6. de oppervlakte die voor alle nevenactiviteiten tezamen wordt benut, mag maximaal 30% van het totale oppervlak van de gebouwen bedragen; 7. er geen sprake is van een grote verkeersaantrekkende werking; 8. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; 9. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; 10. geen buitenopslag en/of buitenstalling plaatsvindt; 11. voor bed & breakfast daarnaast de volgende voorwaarden gelden: ▪ er is geen sprake van zelfstandige ruimten/units met eigen keukenblok; Ontwerp
13
▪ ▪ ▪ ▪
er is een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar voor het nuttigen van het ontbijt; degene die gebruik maakt van de hoofdbestemming, is ook degene die de bed & breakfast exploiteert; het aantal kamers bedraagt maximaal 3 en het aantal bedden binnen de voorziening bedraagt maximaal 6; de maximale oppervlakte van een kamer bedraagt 50 m2 .
4.5.3 Paardenbakken Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het realiseren van een paardenbak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e. f. g.
per bouwperceel is maximaal één paardenbak toegestaan; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij in ieder geval een afstand van minimaal 30 m wordt aangehouden ten opzichte van (bedrijfs)woningen van derden; er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied; er wordt zorggedragen voor een goede landschappelijke inpassing; voor afrasteringen gelden de volgende bepalingen: de bouwhoogte van afrasteringen mag niet meer bedragen dan 1,5 m; afrasteringen worden uitgevoerd in een open constructie.
4.5.4 Bijzondere huisvesting Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het gebruik van het hoofdgebouw voor bijzondere huisvesting, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b.
het aantal te huisvesten werknemers maximaal 10 bedraagt; parkeren op eigen terrein plaatsvindt.
Ontwerp
14
3 ALGEMENE REGELS Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Ontwerp
15
Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Ondergrondse werken en werkzaamheden Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 6.2 Ondergrondse bouwwerken 6.2.1 Bouwregels Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c.
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; indien geen bouwvlak is opgenomen, dan zijn ondergrondse bouwwerken uitsluitend toegestaan onder het hoofdgebouw; het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²; de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden.
6.2.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in lid 6.2.1 onder c omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,5 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. b.
de waterhuishouding niet wordt verstoord; geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
6.2.3 Zwembaden Op een bouwperceel is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van de zijdelingse en van de achterste perceelsgrens; het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; de oppervlakte van het zwembad mag maximaal 50 m² bedragen; de diepte van het zwembad bedraagt maximaal 3 meter onder peil.
6.3 Hydrologisch neutraal bouwen Het bebouwen van de gronden is slechts toegestaan indien dit geen negatieve hydrologische gevolgen heeft voor de omliggende gronden. De aanleg van een waterhuishoudkundige voorziening dient op eigen terrein plaats te vinden en in stand te worden gehouden.
Ontwerp
16
Artikel 7 Algemene gebruiksregels
7.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik, als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d.
e. f. g. h.
het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een erotisch (getint) bedrijf of (straat)prostitutie; het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens als coffeeshop; het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte, tenzij dit op grond van de bestemming is toegestaan; het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het in de openlucht opslaan en/of opgeslagen houden van goederen behoudens voor zover inherent is aan het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het gebruik en/of laten gebruiken van gronden en gebouwen voor tijdelijke of permanente bewoning, tenzij dit op grond van de bestemming is toegestaan. het innemen van een ligplaats met een vaartuig, waarbij ter plaatse sprake is van horeca-activiteiten, of met een vaartuig dat gebruikt wordt ten behoeve van een seksinrichting of prostitutie.
7.2 Landschappelijke inpassing (voorwaardelijke bepaling) 7.2.1 Voorwaardelijke verplichting inpassing en/of sloop Voor het gebruik van gronden van de ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan toegevoegde bouw- en/of gebruiksmogelijkheden uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat sprake is van een landschappelijke inpassing en/of van sloop van bebouwing overeenkomstig het inpassingsplan zoals in bijlage 2 bij deze regels, waarbij het volgende in acht moet worden genomen: a. De inpassing wordt gerealiseerd overeenkomstig het inpassingsplan binnen één jaar na vaststelling van dit bestemmingsplan. 7.2.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen een inpassingsplan dat is opgenomen als bijlage bij deze planregels wijzigen en daarmee een alternatieve landschappelijke inpassing of een alternatieve sloopverplichting toestaan, mits de gewijzigde inpassing of sloopverplichting in ruimtelijk opzicht en/of qua omvang minimaal gelijkwaardig is aan de inpassing of sloopverplichting zoals opgenomen in het inpassingsplan in de bijlage 2 bij deze regels.
Ontwerp
17
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels 8.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. b. c. d.
e.
f.
de in de regels gegeven (inhouds)maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; de regels, en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft tot een maximale afmeting van 3 m; de regels ten aanzien van de dakhelling van de kap van gebouwen, indien het stedenbouwkundig beeld zich hiervoor leent ten behoeve van een bijzonder gebouw; de regels ten aanzien van de (bouw)hoogte van overige bouwwerken, en toestaan dat de bouwhoogte van overige bouwwerken wordt vergroot: 1. ten behoeve van de bouw van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 65 m boven NAP, onder de voorwaarden dat: ▪ deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; 2. ten behoeve van speelvoorzieningen, beeldende kunst en dergelijke tot maximaal 10 m; 3. ten behoeve van de bouw van andere overige bouwwerken tot 8 m; de situering en de begrenzing van bouwpercelen dan wel bouwvlakken of bestemmingsvlakken, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de ingekomen aanvragen nodig zijn ter uitvoering van een plan, mits de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, dan wel bouwvlak, met niet meer dan 10% zal worden gewijzigd.
het gebruiken van bouwwerken en gronden, waarop krachtens de regels van dit bestemmingsplan niet mag worden gebouwd, ten behoeve van de realisering van voorzieningen voor duurzame-energieopwekking, zoals passieve, actieve en fotovoltaïsche zonne-energie en kleinschalige windmolens, waarbij geldt dat: 1. de energieopwekking voor eigen gebruik is; 2. de voorzieningen voor duurzame-energieopwekking worden opgericht binnen een zone van maximaal 100 m aansluitend aan een agrarisch bouwvlak danwel het bestemmingsvlak 'Bedrijf', 'Recreatie', 'Sport' of 'Wonen'; 3. de bouwhoogte van windmolens maximaal 15 m mag bedragen; 4. de bouwhoogte van overige voorzieningen voor duurzame-energieopwekking maximaal 5 m mag bedragen; 5. windmolens dienen te worden uitgeschakeld bij een snelheid van < 6 m/s; 6. er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van de belangen van omwonenden; 7. er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van landschappelijke, natuurlijke en/ of cultuurhistorische waarden.
Ontwerp
18
Artikel 9 Algemene wijzigingsregels 9.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a.
b.
c.
overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. het verwijderen van een aanduiding zoals genoemd in de artikelen 3 tot en met 28 en/of artikel 43, indien het betreffende gebruik definitief is beëindigd danwel de betreffende bebouwing en/of waarden niet meer aanwezig zijn.
Ontwerp
19
Artikel 10 Algemene procedureregels 10.1 Procedureregels afwijken bij omgevingsvergunning Op de voorbereiding van een omgevingsvergunning voor afwijken is de procedure als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing. 10.2 Procedureregels bij wijzigen Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging is de procedure als bedoeld in artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. 10.3 Procedureregels bij het stellen van nadere eisen aan een omgevingsvergunning Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eisen is de volgende procedure van toepassing: a. b. c. d. e. f.
het ontwerpbesluit, met bijbehorende stukken, ligt gedurende twee weken in het gemeentehuis ter inzage; van de ter inzage legging wordt tevoren in één of meer dag- of nieuws- of huis-aan-huisbladen kennisgegeven; de bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen in; gedurende de in lid a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerpbesluit tot het stellen van nadere eisen; indien tegen het voornemen zienswijzen zijn ingediend, wordt het besluit met redenen omkleed; Burgemeester en Wethouders maken aan hen, die zienswijzen naar voren hebben gebracht, de beslissing op die zienswijzen bekend.
Ontwerp
20
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. 4. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Ontwerp
21
Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Pannenweg 1 – 1a Siebengewald”.
Ontwerp
22
Staat van bedrijfsactiviteiten Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018'
25, 31 251, 331 251, 331 26, 28, 33 26, 28, 33 31 9524 321 322 32991 35 35 35 35 35 35 35 35 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 46 461 4622 4673 4673 46735 46735 46752 47 952 55 562 52 52109 53 531, 532 72 721 722
o 2 0 1 0 3 6 -
A B
0 1 0 1 0 1a A 2
C0 C1 D0 D3 D4 E0 E2 B0 B1 3 -
0 2 4 6 B -
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² KI-stations VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Consumptie-ijsfabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d. VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - formulering en afvullen geneesmiddelen VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARD.
EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) Constructiewerkplaatsen - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 MVA Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - blokverwarming WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 MW BOUWNIJVERHEID - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 500 m² GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in kunstmeststoffen DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Cateringbedrijven DIENSTVERLENING T.B.V.
HET VERVOER Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
CATEGORIE
gevaar
28 281 281 30 30 36 361 362 363 3663.1 40 40 40 40 40 40 40 40 41 41 41 45 45 51 511 5122 5153 5153 5153.4 5153.4 5155.2 52 527 55 5552 63 6312 64 641 73 731 732
0 2 4
AFSTANDEN IN METERS
geluid
01 01 014 016 014 016 014 016 0142 0162 15 10, 11 1552 1052 1552 1052 1581 1071 1581 1071 1584 10821 1584 10821 1584 10821t/m 1102 1593 t/m 1595 1104 14 18 182 141 20 16 205 162902 22 58 221 581 2222.6 18129 2223 1814 2223 1814 2224 1813 2225 1814 223 182 24 20 2442 2120 2442 2120 26 23 262, 263 232, 234 262, 263 232, 234
VOLGNR OMSCHRIJVING
stof
SBI-2008
geur
SBI-1993
1 van 2
30 30 30
10 10 10
30 30 30
10 10 0
2 2 2
10
0
30
0
2
30
10
30
10
2
30 30 10
10 10 0
30 30 30
10 10 0
2 2 2
10
10
30
10
2
10
10
30
0
2
0 10 0 30 30 30 0
0 0 0 0 0 0 0
10 30 10 30 10 30 10
0 0 0 0 10 10 0
1 2 1 2 2 2 1
50
10
50
50
3.1
10
10
30
10
2
30
30
50
10
3.1
30
10
30
10
2
0 30 30 0
10 10 10 30
10 10 30 30
0 10 10 0
1 2 2 2
0
0
30
10
2
0 0
0 0
10 30
10 10
1 2
10
0
30
10
2
0
0
30
10
2
0
10
30
10
2
0 10
0 10
10 30
0 0
1 2
0
10
30
10
2
0 30
10 30
30 30
0 30
2 2
0
0
10
10
1
10
0
30
10
2
0
0
30
10
2
0
0
30
0
2
30 0
10 0
30 10
30 0
2 1
Staat van bedrijfsactiviteiten Bestemmingsplan 'Buitengebied 2018'
B
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Foto- en filmontwikkelcentrales MILIEUDIENSTVERLENING rioolgemalen
CATEGORIE
gevaar
-
AFSTANDEN IN METERS
geluid
74 7481.3 90 9001
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 37, 38, 39 3700
VOLGNR OMSCHRIJVING
stof
SBI-2008
geur
SBI-1993
2 van 2
10
0
30
10
2
30
0
10
0
2
0
ag
2
4
6
8
10
18m
ha
Ke
D AN
R EL
E UW
LEGENDA
R ST
IN TU
Bebouwing
r uu sch ts laa p n
it
inr
p
EIN KL IT U FR
Ha Ha
No
Klinkerverharding; paden en terras in tuin
b
o erg
it
la
inr
Bomen Fruitgaard (bestaand oude en jonge aanplant) Ak= Abrikoos (1x) Ap= Appel (2x) Ha= Hazelaar (2x) No= Noot (3x) Ke= Kers (4x) Pe= Peer (3x) Pr= Pruim (3x) Tr= Treurwilg
uis nh o o
w
st po l m co oise o str
No
ag
ha
e inn
es mo in tu
No
Verharding oprit/erf van grind d.i. open verharding (waterdoorlatend)
s ga k tan
Gras/gazon intensief maaibeheer
IN TU
Tr
Ke
ag
ha
Pr Pe
jn zichtli ap ndsch a l n e op
EL
D AR A G
Ak
S D AN ENG R M R EN KE AK T BIJ ME
O BO
M
ras
ter Ke
e rag ga n e ng rgi e b
Ap
Pr
Ap Pe
Pe
Bloemenborder siertuin; bestaand
Pe Pr
Ke
ad /za e k ste imt ru
l ee
pri
Beukenhaag bestaand Snoeihoogte 1.20-1.50 meter Struweelrand nieuwe aanleg; Strook ca 2.50 m breed langs schuur (50 m2) zie plantsoenlijst (struikvormers ca. 3.00 meter hoog) Akkerrand (bijenmengsel) nieuwe aanleg; Strook van 4.00 m breed langs erfgrens (180 m2) Bijentuin nieuwe aanleg; Aanplant van bloemenborder (190 m2) d.i. vaste planten en waardplanten Kleinfruit nieuwe aanleg; Aanplant klein fruit (45 m2) zie plantsoenlijst
ap h c
s n lij and t l ch zi en op
Hekwerk/afrastering op erfgrens en om bijentuin, hoogte 1.50 meter, bestaand
N UI
en bij n ste ka
T JEN
BI
PERCEEL PANNENWEG 1A SIEBENGEWALD INPASSINGSPLAN Wijzigingsplan functie wonen Opgesteld door: ing. Anjo Verhoeven E.: info@anjoverhoeven.nl In opdracht van: familie Iliadis d.d.09-09-2021 tek. PM2106VO formaat:A3 gew.: 01-11-2021
Pannenweg 1A Siebengewald
Landschappelijke Inpassing Opgesteld door ing. Anjo Verhoeven i.o.v. familie Iliadis september 2021 Aangepast 1 november 2021
Inhoud Pannenweg 1A Siebengewald Landschappelijke context Huidige situatie plangebied Landschappelijke inpassing kwaliteitsverbetering
Plankaart en sfeerbeelden Plantsoenlijst
Landschappelijke context Topografische kaart 1850 Het perceel Pannenweg 1A ligt in het gebied van de Leege Heide. Ten zuiden van de huidige dorpskern Siebengewald in de gemeente Bergen (L). Ontginning in de 19e eeuw bestaat uit bosaanplant en gebiedsontsluiting nabij oude ontginningen en gehuchten zoals Flieray, Lackey en Groote Horst.
Topografische kaart 1900 Rond 1900 is op de Leege Heide bedrijvigheid in de vorm van pannenbakkerijen. Op de topografische kaart te zien aan de noord en westzijde van het huidige perceel aan de Pannenweg (waar deze straat naar is vernoemd). Daarnaast zijn er clusters van bewoning op de Kreeftenheide en de Groote Horst.
Landschappelijke context Topografische kaart 1930 In de eerste decennia van de 20e eeuw wordt het gebied ontgonnen en ingericht voor agrarisch gebruik (natte heideontgining). Een grootschalige ontginning met een stelsel van wegen, sloten en aanplant van lanen. De eerste bebouwing van de boerderij op het perceel Pannenweg 1A dateert uit deze tijd.
Topografische kaart 1960 Medio 20e eeuw is een verdere ontwikkeling van agrarisch gebruik door ontbossing en uitbreiding agrarische bebouwing. Dit vindt ook plaats op het perceel Pannenweg 1A. Langs de Nieuweweg (Kreeftenheije) en Groote Horst is verdichting van bebouwing tot een aaneengesloten lint.
Landschappelijke context Topografische kaart 2000 Aan het einde van de 20e eeuw zijn In het gebied van de Leege Heide nieuwe ontwikkelingen zoals de aanleg van een visvijver door de lokale dorpsgemeenschap en schaalvergroting van agrarische bebouwing.
Topografische kaart 2020 Het dorp Siebengewald heeft zich verder ontwikkeld langs lijnen evenwijdig aan de Nieuweweg. De visvijver werd uitgebreid met handhaving van het bosperceel aan de westzijde. Schaalvergroting van agrarische bebouwing in de omgeving gaat door. Het perceel Pannenweg 1A wordt gesaneerd en krijgt een woonbestemming
Huidige situatie plangebied Dorpskern Siebengewald
Visvijver “Vislust” Grootschalig open landschap van de Leege Heide
Woonhuis Pannenweg 1A (plangebied)
Gochsedijk met bebouwingslint Groote Horst
Huidige situatie plangebied
Woonhuis en schuur aan straatzijde
Zijgevel schuur en zandpad
Oostzijde van de Pannenweg bosperceel met daarachter visvijver
Huidige situatie plangebied
Binnenplaats met grind
Strook langs erfgrens klaar gemaakt voor inzaaien van akkerrand (bijenmengsel) Moestuin met pergola
Boomgaard; grasveld met hoogstam fruit (oude en jonge aanplant)
3 grote notenbomen
Huidige situatie plangebied
Woonhuis en voortuin
Bijentuin (in aanleg) en bijenkasten Tuin van gazon met bloemenborders
Garage/berging en terras
Landschappelijke inpassing Kwaliteitsverbetering Inmiddels uitgevoerd t.b.v. ruimtelijke kwaliteitsverbetering vanuit landschappelijk oogpunt: - Verwijderen van silo naast de grote schuur bij de woning - Grind verwijderen in de tuin aan de voorzijde en aan de zijkant van de onverharde weg (hier komt aanplant) - Buitenopslag verwijderen en opruimen van restmaterialen - Slopen van bijgebouw achter in de tuin
Luchtfoto google maps
Landschappelijke inpassing Kwaliteitsverbetering In het afwegingskader Landschappelijke Inpassing van de gemeente Bergen worden voor het gebied van de Leege Heide voorstellen gedaan voor inpassing bij vrijkomende agrarische bebouwing. Voor het Perceel Pannenweg 1a is in het inpassingsplan het volgende opgenomen; - Aanplant struweelrand (struikvormers ca. 3.0 meter hoog) langs zandpad aan zijkant van de grote schuur. Dit als erfbeplanting om de lange zijde van dit gebouw aan het zicht te onttrekken - Versterken van elementen behorend bij de “boerenbongerd”, zoals de aanplant van kleinfruit. Dit aansluitend op de fuitbomen die in de afgelopen jaren al door de bewoners zijn aangeplant. - Invulling geven aan een nieuwe functie en gebruik zoals de aanleg van een bijentuin en het inzaaien van een “akkerrand” met bijenmengsel Plankaart LIP
Plankaart
Plankaart sfeerbeelden
Aanplant struweelrand langs schuur
Aanplant kleinfruit bij moestuin
Inzaaien akkerrand voor honingbij
Aanleg bijentuin
Plantsoenlijst element
sortiment
plantwijze
Maat/ kwaliteit
Aanplant struweelrand langs schuur (50 m2)
5x Amelanchier lamarckii (krent 10x Euonymus europaeus (kardinaalsmuts) 10x Ligustrum vulgare (liguster) 5x Cornus sanguinea (rode kornoelje) 5x Rhamnus canthartica (wegedoorn)
2 rijen plantafstand 1,25 meter (verschoven verband) Gemengd aanplanten. Om de 4-5 jaar (in de winter) dunnen/afzetten
2 tot 3 jarig plantsoen 60-100 cm
Akkerrand met bijenmengsel (180 m2)
Strook 4.00 meter breed Brandenburger mengsel (mengsel voor honingbij)
Strook jaarlijks loswerken en doorzaaien
7 kg/ha
Bijentuin (190 m2)
Ontwikkeling van bloemborders voor de honingbij; variatie van een-, tweejarig en vaste planten. Door uitwisseling van zaden en stekken met andere bijenliefhebbers en imkers. Slingerend pad door tuin wordt regelmatig gemaaid.
n.v.t.
Aanplant klein fruit bij moestuin 45 m2
Ribus rubrum (bosaalbes) 5x Ribus uvacrispa ‘Rosko’(rode kruisbes) 5x Ribes uvacrispa “Whitesmith’(witte kruisbes) 5x Ribes spicatem (Noorse aalbes) 5x Ribes alpinem (Alpenbes) 5x Rubus phoenicolasius (Japanse wijnbes) 5x
plantafstand 1.0x1.0 meter blokverband Aanplant in groepen 5 stuks Jaarlijks snoeien t.b.v. vruchtdracht
2 tot 3 jarig plantsoen