1. Bezwaar Stichting BLL Heythuysen 5jul21 tegen raadsbesluit 1jun21 Ins...
Tekst van het document
Niet alleen is er sprake van een ontzettend manco aan inspraak, maar uit het rapport van DEI blijkt dat windturbines enorme gezondheidsschade kunnen veroorzaken als gevolg van infrasone trillingen (dus beneden 20 Hz). Het blijkt dat deze trillingen een individu (voor gevaar) waarschuwen zonder dat hij zich daarvan scherp bewust is. Zij worden onbewust vertaald als alarmsignalen. Als het lichaam continu aan deze trillingen wordt blootgesteld – en zeker als dit signaal voortdurend wisselt, zoals bij windturbines door veranderende windsterkte, windrichting en resonantie – slaat het lichaam continu onbewust alarm. Zo zorgen deze trillingen voor een chronische stressreactie. Dit effect en deze reacties in het lichaam treden vooral op bij langdurige blootstelling aan laagfrequente geluidsgolven. In het rapport wordt verwezen naar allerlei medisch onderzoek ter zake.
19
U wordt verzocht kennis te nemen van dit onderzoek en onverkort te verwerken in uw beleid, zoekgebieden, de RES of andere door u op te stellen normkaders. Wij hebben het rapport ‘Voorkom windturbinesyndroom’ als bijlage bij dit bezwaar toegevoegd. Nederlandse bestuurders en politiek gedragen zich inzake het plaatsen van windturbines in stedelijke gebieden als promotors van het roken in de 50’er jaren; omdat het zo goed voor de gezondheid was totdat dr. Lenze Meinsma er op wees hoe gevaarlijk roken voor de gezondheid was. Al verschillende keren heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitgesproken dat wanneer men beoogt – wij zeggen het met eigen woorden – een windturbine te plaatsen of daar zelfs premature planvorming voor heeft, maakt of vaststelt of voornemend is vast te stellen, de SMBrichtlijn gevolgd moet worden. Dit betekent dat er eerst een plan-m.e.r. moet plaatsvinden. Doel van de plan-m.e.r. is om plannenmakers te dwingen om al in een vroegtijdig stadium van de planvorming na te denken over de milieugevolgen en deze mee te nemen bij het maken van strategische keuzen. Dat is dus niet pas bij een aanvraag omgevingsvergunning maar ver, ver daarvoor! Wij stellen ons op het standpunt dat dit bij de concept RES reeds had gemoeten maar nu zeker bij de RES 1.0, u heeft dit verzaakt. In Nederland is van toepassing het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling.
De normen in deze regeling voldoen niet aan de Europese SMB-richtlijn. Het Hof van Justitie van Europa heeft meerdere malen uitgesproken dat minimaal aan de SMB-richtlijn voldaan moet worden in de Europese staten. Onderdeel van de plan-m.e.r. is dat eerst concreet onderzoek gedaan wordt naar het milieueffect van een windturbine, maar ook onderzoek naar gezondheidsrisico’s. Op dit moment worden deze Europese normen en verplichtingen in Nederland geheel genegeerd. U heeft ook deze Europese normen en verplichtingen compleet genegeerd bij het opstellen van de RES 1.0. Nu stellen bestuursorganen, zoals uw College, beleid, potentiekaarten, zoekgebieden, RESsen en wat meer zij op en uiteindelijk vast, zonder dit onderzoek uit te voeren. Daarnaast wenst u ook mee te werken aan een vergunning zonder dit onderzoek te eisen van de vergunningaanvrager. Gaat dit uiteindelijk naar de rechter dan is de rechter in Nederland tot en met de Raad van State van mening dat de SMB-richtlijn niet van toepassing is op de vergunningverlening (Windlocatie Battenoord, ECLI:NL:RVS:2019:1064). De Raad van State stelt hiermee impliciet dat de opvattingen van het Hof van Justitie met betrekking tot Europees Unierecht in Nederland niet van toepassing zijn. Met andere woorden, de Raad van State houdt de hand boven het hoofd van Nederlandse bestuursorganen, die zich expliciet niet houden aan de SMB richtlijn.
De Raad van State accordeert derhalve onrechtmatig Nederlands bestuurshandelen en besluiten. Conclusie Wij stellen ons op het standpunt dat het college van B&W en de gemeenteraad met de concept RES en door het vaststellen van de RES1.0 handelt in strijd met vorenstaande. Wij stellen ons op het standpunt dat u alleen hierom ook al het proces van de RES1.0 per direct dient te stoppen, de concept RES dient te vernietigen en het proces opnieuw dient op te starten in lijn met alle wet- en regelgeving, zo vorenstaande.
20
2.2 Gezondheid van de mens Industriële windturbines (IWT’s) leveren schade voor de gezondheid van de mens. Het is een onderwerp dat steeds meer in de publiciteit geraakt en de volgende grondrechten opgenomen in onze Grondwet in de kern raakt: Grondrechten Artikel 21 van de Nederlandse Grondwet De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Artikel 22 van de Nederlandse Grondwet 1. De overheid treft maatregelen Onvoldoende invulling zorgplicht ter bevordering van de volksgezondheid. Vanaf 2010 wordt de Nederlandse overheid in toenemende mate verweten onvoldoende invulling Behalve grondrechten voor de burger houden de artikelen een voorzorgsplicht voor de overheid in teom geven aan beidedat grondrechten en milieu zich teworden onttrekken aan zijn aan voorzorgsplicht. Dit is vooral het te voorkomen de burgers en blootgesteld risico’s. geval ten aanzien van de risico’s waaraan mensen worden blootgesteld die wonen nabij industriële windturbines. In de medische en juridische literatuur is het aspect schade voor de gezondheid nationaal en internationaal niet meer te loochenen. In de afgelopen 10 jaren heeft een groot aantal wetenschappers gepleit zorgvuldiger om te gaan met de gezondheid van de mens in de planning en besluitvorming aangaande de aanleg van windturbineparken.
Het tegendeel is in de huidige besluitvorming helaas het geval. De afstandsnormen in de regelgeving zijn sinds 2010 voor omwonenden dusdanig ongunstig aangepast dat de daadwerkelijke bescherming tegen gezondheids- en milieuschade in het geding is. Van effectief onderzoek vooraf aan de besluitvorming over windturbineparken is geen sprake. Ondanks dat EU richtlijnen, waaronder vooral de Strategische Milieu Beoordeling Richtlijn (SMB) uit 2001, dit onderzoek aan de Nederlandse overheid wel voorschrijven. Inmiddels wordt in rechtszaken de Nederlandse bestuursorganen nalatigheid verweten. Daarnaast zijn bij onder meer de Raad van State in beroepszaken tegen de planning van windturbineparken prejudiciële vragen opgeworpen aangaande de plicht tot uitvoering van de EU richtlijnen. Dit mede naar aanleiding van een recente uitspraak op 25 juni 2020 van het Hof van Justitie van de EU. Voorzorgsprincipe niet of onvoldoende onderdeel RES 1.0 De gezondheidsschade dient serieuze aandacht te worden geven in de besluitvorming in de Regionale Energie Strategieën (RES). In de RES 1.0 is komt dit niet of onvoldoende aan de orde. Hoofdargument om dit te steunen is dat in de besluitvormingsprocessen over windturbineparken door de Nederlandse bestuursorganen en de rechtscolleges de stand van de medische inzichten voortaan volwaardig meegenomen worden.
Alle bestuursorganen en rechtscolleges dienen het voorzorgsprincipe voor de gezondheid van de mens te plaatsen in het hart van de besluitvorming. Dit geldt niet alleen met betrekking tot windturbineparken maar ook bij alle andere beslissingen in de energietransitie waarbij volgens de normstelling van de EU sprake is van aanzienlijke milieugevolgen. Op grond van de normstelling van de EU dient vooraf aan de besluitvorming door onderzoek met wetenschappelijke zekerheid vast komen te staan, dat het bestaande beschermingsniveau voor een gebied niet zal worden 21
aangetast door de voorgenomen plannen. Het nalaten van dit onderzoek zet de deur open voor alle regio’s en gemeenten om de blootstelling van bewoners aan gezondheidsrisico’s verder te vergroten. Het doen van onderzoek dat voldoet aan de EU-normen is noodzakelijk om de gezondheidsrisico’s uit te sluiten en het voorzorgsprincipe in te vullen. De noodzaak hiertoe is ook actueel in de besluitvorming in het kader van de RES. Er is onvoldoende getracht gezondheidsrisico’s op voorhand uit te sluiten. Het toetsen van de effecten op de volksgezondheid van de RES 1.0 wordt door betrokken bestuurders verschoven naar het moment dat er daadwerkelijk fysieke uitvoering wordt gegeven aan de RES. Dit is gelet op de SMB richtlijn en het Verdrag van Aarhus te laat. Immers er ligt nu een formeel vastgesteld, maar niet getoetst plan RES 1.0 aan ten grondslag, waarvan men de werking niet kent. Met het serieus toepassen van het voorzorgsprincipe staan we in Nederland aan het begin van een traject. Op dit nieuw ingezette spoor om de gezondheidsschade ten gevolge van windturbines erkend te krijgen bij de overheid zijn meerdere wetenschappelijke publicaties beschikbaar. Het is de plicht van alle bestuursorganen om de invulling van het voorzorgsprincipe en toepassing van de EU richtlijnen te realiseren.
Het is de taak vooral van hen die een rol vervullen in besluitvormingsprocessen en de leden van de rechterlijke macht hierin verantwoordelijkheid te nemen. Van het gemeentebestuur wordt verlangd, dat zij serieus aandacht geeft aan een zorgvuldiger en democratisch besluitvormingsproces waarin de zorg voor de gezondheid en de handhaving of verbetering van het huidige beschermingsniveau van onze regio voorop staat. Het normen kader van de SMB richtlijn gebiedt dat. Maar ook onze eigen Grondwet. Dat betekent dat de overheid, ic het gemeentebestuur, zolang twijfel bestaat over het veroorzaken van gezondheidsschade en milieuschade en er geen wetenschappelijke garanties kunnen worden gegeven dat het bestaande beschermingsniveau voor een regio zal worden gehandhaafd dan wel verbeterd, niet een plan vast kan en mag stellen. Dat geldt zowel voor de RES 1.0 en voor de afzonderlijke vergunningen, zoals voor windturbines. Het gemeentebestuur dient derhalve de RES 1.0 niet vast te stellen. Nu het gemeentebestuur dit besluit wel heeft genomen, schendt zij de beginselen van onze rechtstaat en handelt het in strijd met het internationaal en nationaal recht. Dit maakt het besluit nietig dan wel vernietigbaar.
En het brengt de gemeente in de positie, doordat het gemeentebestuur willens en wetens de burgers blootstelt aan de risico’s van gezondheidsschade, dat de gemeente in de toekomst schadeclaims tegemoet kan zien.
2.3 EU-richtlijnen als normenkader voor onderzoek naar effecten op beschermingsniveau gezondheid mens, leefbaarheid en milieu Voor de voorgestelde ingrijpende veranderingen in de omgeving dienen mogelijk MER’s opgesteld en beoordeeld te worden. Dat is een langdurig en arbeidsintensief proces. In de RES’en staat meestal genoemd dat de initiatiefnemer een MER uitvoert, echter in de huidige regelgeving bestaat geen MER meer. Er worden bij windparken wel milieutoetsen gedaan, maar op basis van normen die staan in het zogenoemde Activiteitenbesluit. Dat zijn algemene, wettelijke regelingen en daarom volgens de Raad van State niet zelf onderworpen aan een milieueffectrapportage. 22
Deze huidige regelgeving is gebaseerd op het geluid van turbines met een ashoogte van 64 meter meter hoog. Turbines van de huidige hoogte (240 mt: deze hoogste in Nederland staat op de Maasvlakte, de wieken meten twee voetbalvelden) maken 1 tot 2 dB meer geluid dan de getoetste lagere windturbines. Elke dB meer betekent een verdubbeling van het huidige geluid. Dit in weerwil van wat de fabrikanten ons voorspiegelen, die hun turbines aanprijzen als zijnde een stillere variant dan de vorige. Bij de ontwikkeling van een type windturbine wordt deze qua geluidsbelasting in optimale situatie getest. De testresultaten worden verwerkt in een Handleiding Geluidsbelasting windturbines Type X. Deze handleiding wordt gebruikt bij het inplannen van windturbines op een te ontwikkelen locatie. Dit blijkt een papieren werkelijkheid te zijn. In de praktijk blijkt dat iedere turbine zijn eigen geluidsfrequentie (dBa en LFG) heeft. De contouren van het geluid reiken in de praktijk verder dan berekend en de overlast is dus groter. Diverse praktijk onderzoeken wijzen dit uit. Klachten van burgers worden in de regel niet serieus genomen, want op papier kunnen zij geen overlast ervaren. Dit leidt naast frustraties ook tot stress en gezondheidsproblemen. Daarnaast geldt voor geluid veroorzaakt door windturbines het jaargemiddelde dat aan alle turbines als standaard wordt opgelegd.
Een gemiddelde verdoezelt heel handig de klachten die turbines met pieken in hun geluid bij omwonenden geven en noopt overheden niet om onderzoek ernaar uit te voeren. Men verschuilt zich achter de richtlijnen en de normen worden daardoor niet overschreden. De gezondheidsrisico’s voor omwonenden zijn door het steeds hoger worden van de windturbines niet met de juiste gegevens getoetst en dit vormde de basis van het kort geding dat advocaat De Lange onlangs aanspande in Assen. De risico’s moeten volgens hem meegenomen worden in de plannen voor windparken, sinds de uitspraak van het Europees Hof die deze omissie in de wetgeving heeft erkend. De eis om een te bouwen windpark in Groningen stop te zetten is niet ontvankelijk verklaard, niet op basis van de inhoud maar vanwege procedurele gronden. Vervolgstappen om inhoudelijk een rechtelijke uitspraak te krijgen op het niet toepassen van de uitspraak van het Europese Hof zijn gepland. De uitspraak van het Europese Hof heeft in België gezorgd voor het stopzetten van de bouw van een windpark, omdat de gezondheid van de omwonenden niet gegarandeerd kan worden. Wanneer de initiatiefnemer een MER uitvoert, zal dat volgens de huidige regelgeving zijn die niet voldoet. Het geluid van hoge turbines is luider dan van lage en het gaat om een hinderlijk, dreunend impulsgeluid.
Naast impulsgeluid produceren windturbines laagfrequent geluid en er komt steeds meer bewijs dat dit schadelijk is voor omwonenden. Recentelijk aangevuld door een Nederlandse onderzoeker op basis van meer dan driehonderd recent gepubliceerde wereldwijde studies naar gezondheidsaspecten van o.a. laagfrequent geluid. Een zelfde redenering gaat op voor LFG, dat niet door iedereen op dezelfde manier wordt ervaren, maar wel ernstige gezondheidsklachten kan geven (somatische klachten als maag- en darmproblemen, stress, hartritme klachten en hoofdpijnen). Daarnaast treden slaapstoornissen en oververmoeidheid op. Omdat LFG een klein gedeelte van het geluidsspectrum uitmaakt, is dit sinds de invoering van de CHW opgenomen in het geheel en aangemerkt als verwaarloosbaar. Een recent onderzoek, van klinisch fysicus Jan de Laat van het Leids Universitair Medisch Centrum LUMC, laat zien dat hartklachten kunnen verergeren onder invloed van langdurige blootstelling aan laagfrequent (brom)geluid, dat onder andere door draaiende windturbines wordt geproduceerd. Het onderzoek is belangwekkend omdat De Laat meer dan driehonderd recent gepubliceerde wereldwijde studies naar gezondheidsaspecten van onder andere laagfrequent geluid analyseerde. 23
Tot slot, kent Nederland de soepelste geluidsnormen in Europa. De afstand tot woningen mag 400 meter zijn, maar sommige GGD ’en adviseren 800 meter. Volgens een recent rapport van het RIVM, gebaseerd op het WHO-advies, ervaren momenteel 3 miljoen huizen (37%) meer dan 55 decibel geluidhinder en ernstige gezondheidseffecten (zoals hartziekten) treden al op bij lagere geluidsniveaus dan tot nu toe werd aangenomen. Het wettelijk toegestane geluidsniveau moet omlaag en het kabinet moet het geheel van geluidhinder in kaart brengen en maatregelen formuleren. Een zorgvuldige besluitvorming waarbij het belang van burgers zwaarder weegt dan het algemeen belang behoort tot uw verantwoordelijkheid, zoals ook naast het Verdrag van Aarhus verwoord is in de Grondwet (al eerder genoemd maar ten overvloede hier herhaald):
Art. 21 Grondwet: “De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.“ Art. 22 Grondwet: “De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.”
2.4
Gezondheidsschade
Zoals reeds aan u kenbaar gemaakt en ook weer totaal genegeerd door u blijkende de RES 1.0 die voorligt, maken wij ons ernstige zorgen over de gevolgen voor onze gezondheid, zie hiervoor ook het algemenere deel onder GRONDRECHTEN. In ons gebied wordt gezocht naar mogelijkheden voor plaatsing van windturbines met een hoogte van 200 meter op afstand vanaf veelal 100 - 350 meter van woningen (en overige kwetsbare objecten). Wij stellen ons op het standpunt dat u gelet op artikel 3.2, 3.4 en 3.9 AWB de RES 1.0 ook op dit onderdeel onzorgvuldig heeft opgesteld en voorbereid. Er is geen enkele motivatie aangetroffen waaruit blijkt dat onze inbreng op basis van wetenschappelijke literatuur, die aantoont dat er de nadelige gezondheidseffecten van windturbines in de directe nabijheid van woningen (en overige kwetsbare objecten) ontstaan weerlegd. Wij onderbouwen hieronder nogmaals de door ons gesignaleerde zaken omtrent dit onderwerp zonder een uitputtende opsomming te geven. Wij verzoeken u alle aangedragen punten in uw zienswijzenota te bevestigen of te weerleggen met gelijkwaardige literatuur. 1. Het college hecht mogelijk veel waarde aan de uitkomsten van het RIVM-rapport “Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update” uit 2020 (1). Om de navolgende redenen is dit rapport echter niet toepasbaar op de in de RES opgenomen zoekgebieden. a.
In het RIVM-rapport (1) wordt verwezen naar 102 wetenschappelijke studies (o.a.2-21). Het merendeel gaat over overlast en acceptatie van windturbines. Slechts 15 studies gaan over gezondheidseffecten en windturbines. Opvallend in deze studies is dat vrijwel alle windturbines in dunbevolkt gebied gelokaliseerd zijn en een maximale tiphoogte van 120 meter hebben. Daarnaast woont het overgrote deel van de omwonenden in de studies op meer dan 500 meter afstand van de windturbines en is de geluidsbelasting lager dan 42 dB. b. In de veel besproken Deense studies (The Danish Wind turbine Study, 5-9) is onderzoek 24
gedaan naar de gezondheidsrisico’s bij 711.000 inwoners die in dunbevolkt gebied binnen een straal van 10 km van windturbines wonen. Slechts 1100 inwoners wonen binnen 500 meter van windturbines met een tiphoogte tot 100 meter en een geluidsbelasting van 42 dB en hoger. In deze kleine groep (minder dan 1% van het totaal aantal onderzochte bewoners) is wel degelijk een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (9), slapeloosheid, depressie en toename gebruik van antidepressiva en slaapmedicatie aangetoond (8). c. In diezelfde Deense studies is een significant verhoogd risico op hypertensie aangetoond bij mensen ouder dan 65 jaar die in de nabijheid van windturbines wonen met een geluidsbelasting buitenshuis van 42 dB en meer; binnenshuis 15 dB en meer (5). d. Er zijn geen wetenschappelijke studies beschikbaar over de gezondheidseffecten van windturbines met een tiphoogte hoger dan 120 meter, die binnen 2000 meter van omwonenden staan met 42dB geluidsbelasting of hoger. De hoofdonderzoeker van de Deense studies (Mw. dr. M. Sørensen 5-9) en ook de auteur van het RIVM-rapport (Dhr. dr. F. van den Berg (1)) bevestigen dit. De conclusies van het RIVM-rapport “Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update” uit 2020 zijn daarom niet van toepassing op de situatie, zoals in en rondom Apeldoorn en ons RES 2 gebied in Klarenbeek gepland is. e.
In het WHO-rapport Environmental Noise Guidelines for the European Region (15) wordt in de bespreking van geluidsoverlast door windturbines bevestigd dat de onderzoeken plaats hebben gevonden in dunbevolkte gebieden. 2. Er is vooralsnog geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar negatieve gezondheidseffecten bij kinderen die opgroeien in de buurt van windturbines. Het eerder aangehaalde RIVM-rapport vermeldt niet welke betekenis er toegekend moet worden aan het gegeven dat hierover geen kennis beschikbaar is. Helaas zijn in de Deense Studies bewoners van jonger dan 18 jaar uitgesloten van deelname. Wel is bekend dat geluid van weg- en vliegverkeer significant negatieve gevolgen heeft op de leerprestaties en geheugenfuncties van kinderen (20). Hoewel een dergelijk verband m.b.t. turbinegeluid aannemelijk lijkt, ontbreekt wetenschappelijk onderzoek hieromtrent. Er is bovendien veel onderzoek gedaan naar de effecten van slaapstoornissen op de hersenontwikkeling van kinderen. Slaapstoornissen bij kinderen, waarvan kan worden aangenomen dat die ten gevolge van windturbinegeluid kunnen ontstaan, kunnen leiden tot neuronen-verlies, verlies van geheugenfunctie, stagnerende cognitieve vermogens, toename van gedragsproblemen en verminderd welbevinden (16-19). Tenslotte is verstoorde slaap bij kinderen geassocieerd met overgewicht en metabole ontregeling. 3.
Er is veel wetenschappelijk bewijs dat geluidsoverlast door verkeer en vliegvelden geassocieerd is met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (10-13, 20, 22). Geluidsoverlast veroorzaakt door windturbines wordt ongeveer even hinderlijk ervaren als geluidsoverlast door vliegverkeer en 3 maal hinderlijker ervaren dan weg- en railverkeer bij een vergelijkbaar geluidsniveau (14). 4. In verschillende wetenschappelijke studies is aangetoond dat omwonenden vanaf 35dB(A) hinder tot ernstige hinder ervaren. Dat is ook af te lezen uit bovenstaande schematische weergave van de resultaten van de review van geluidsexperts R.W. Rand en S.E. Ambrose uit 2013. Ook valt uit deze weergave op te maken dat de huidige Nederlandse geluidsnormen voor windturbines leiden tot ernstige hinder bij een veel grotere groep omwonenden dan op basis van de berekeningen van TNO en RIVM wordt aangenomen. 25
In bovenstaande figuur wordt de relatie weergegeven tussen het geluidsniveau van windturbines en de overlast ervan. Een gegeven is dat een geluidsniveau van 35dB(A) overeenkomt met een afstand van 10x de ashoogte van een moderne windturbine. Een windturbine met een tiphoogte van 200 meter heeft een ashoogte van ongeveer 150 meter. Dit type windturbine zal daarom op een afstand van minimaal 1500 meter tot woonhuizen, scholen, zorgcentra en andere gevoelige bebouwing moeten worden geplaatst om geluidshinder en secundaire gezondheidseffecten te minimaliseren. Bij plaatsing van een windturbine op of nabij water zou deze afstand minimaal 1,5x groter moeten zijn, gezien het feit dat geluid over water veel verder draagt dan over land. In Apeldoorn, zo ook in ons RES 2 gebied in Klarenbeek zal het bereik van de invloedsfeer van 1500 meter enorm zijn op de vele aanwezige woningen en bedrijven (let op ook agrarische bedrijven). Alle inwoners van het RES 2 gebied (en andere gebieden) zullen enorme gezondheidseffecten ondervinden. 5. De WHO stelt vast dat bronnen van geluidsoverlast, waaronder windturbines, een belangrijke bedreiging voor de volksgezondheid zijn en adviseert een striktere geluidsnorm dan de Nederlandse wettelijke geluidsnorm voor windturbines (15). 6.
Het RIVM adviseerde in 2009 een lagere geluidsnorm met een voorkeurswaarde van 40dB Lden én een maximale waarde van 45dB Lden om de ernstige hinder van windturbines tot een minimum te beperken. Dit advies is destijds niet opgevolgd door de landelijke politiek en er is gekozen voor uitsluitend een maximale waarde van 47dB Lden. 7. Windturbinegeluid wordt in de nacht niet gemaskeerd door het geluid van verkeer zoals dit overdag wel het geval kan zijn (4). Daardoor leidt geluidsoverlast door windturbines ook langs (snel)wegen tot een toename van slapeloosheid. Het is al langer bekend dat chronische slapeloosheid leidt tot hypertensie, depressie, overgewicht en diabetes. Deze ziektebeelden 26
hebben reeds een hoge incidentie in de zoekgebieden in dichtbevolkte volkswijken (24). Deze ziektebeelden zullen naar verwachting door plaatsing van windturbines nog verder toenemen. 8. Bovendien zijn er aanwijzingen dat laagfrequent en infrasoon geluid (zowel hoorbaar als niet hoorbaar) door windturbines voor een aanzienlijke groep omwonenden hinderlijk is en een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid. Er wordt gewerkt aan een studie van meer dan 300 wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp, welke binnenkort gepubliceerd zal worden. Daarnaast geeft een recente studie gepubliceerd in Nature Scientific Reports aanwijzingen voor volumeverlies van grijze stof in enkele gebieden in het brein bij proefpersonen die aan infrasoon geluid waren blootgesteld. Deze onderzoekers vinden hun bevindingen een plausibele casus voor verder onderzoek (25). Op basis van het voorgaande zijn wij ernstig bezorgd over de nadelige gezondheidseffecten van windturbines in de directe nabijheid van onze woningen. Deze zorgen worden niet weggenomen door het RIVM-rapport “Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update”, aangezien dit rapport onvolledig is en niet op alle relevante aspecten van dit probleem is toegesneden.
Wij stellen ons, mede gezien onze zorgen inzake de gezondheid op de volgende standpunten: I. U dient eerst de gezondheidseffecten en risico’s te onderzoeken en met de dan bekende gegevens een nieuwe RES1.0 op te stellen. II. Op basis van het RIVM-rapport is het niet te verantwoorden om de voorgenomen plannen om windturbines te plaatsen nabij woningen ten uitvoer te brengen, wij opteren, tot dat middels wetenschappelijk bewijs een andere waarde is aangetoond een minimale waarde van 10x de tiphoogte. III. Dat juist kinderen met een zich nog ontwikkelend brein bijzonder kwetsbaar zijn voor slaapverstoring en dat dit negatieve gevolgen voor de hersenontwikkeling kan hebben en dat windturbines een bijkomende bron zijn van slaapverstoring. IV. Dat u opdracht moet geven aan het RIVM om gedegen onderzoek te doen naar de specifieke gezondheidsrisico’s met betrekking tot de in de RES 1.0 opgenomen zoekgebieden voor windturbines met een hoogte van 200 meter en hoger, binnen 2000 meter van woningen, en/of met een geluidsbelasting van 42 dB en hoger. Hierbij dient u het onderzoek niet te beperken tot de effecten op volwassenen, maar ook de gezondheidseffecten op kinderen mee te nemen. V.
Dat u pas tot het vaststellen van de RES1.0 en eventuele voorgenomen plannen kunt besluiten, als overtuigend is aangetoond dat deze geen gezondheidsrisico’s opleveren en bovendien te allen tijde niet ten nadele van de omwonenden zullen uitpakken. VI. Dat u de verantwoordelijkheid heeft om geluidsoverlast in onze gemeente(n) zoveel mogelijk te beperken en daarom te zoeken naar groene (energie) alternatieven, die geen negatieve gezondheidseffecten opleveren. VII. Dat u zonder het in acht nemen van onder I tot en met VI genoemde punten, verzuimt invulling te geven aan uw verantwoordelijkheid als college om het voorzorgprincipe te hanteren en uw inwoners te beschermen tegen eerdergenoemde gezondheidsrisico’s.
27
3.
De RES 1.0 voldoet niet aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur
3.1 Algemeen Het hierboven geformuleerde gaat over een top-down benadering, terwijl de RES als een bottomup format gepresenteerd wordt. Echter, in het Klimaatakkoord zijn de colleges tot bevoegd gezag verklaard en staan de gemeenteraden buitenspel. Door dit besluit geeft het format van de RES de gemeenteraden en burgers geen mogelijkheid om binnen het kader van de zgn. “algemene beginselen van behoorlijk bestuur” te beoordelen of de opgave haalbaar is binnen een voor de gemeente acceptabel budget, en of de eindsituatie acceptabel zal zijn voor haar burgers. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur Daarnaast wijzen wij u wederom op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb), wij geven hier geen uitputtende opsomming van de regels en onze grieven, leest u deze in de volledige breedte en context van deze wetsbepalingen. Motivering De vaststelling van de RES 1.0 is in strijd is met de vereiste zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3.2 en niet berust op een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 3.46 van de AWB, omdat 1. De RES 1.0 niet voldoet aan het Verdrag van Aarhus; 2. De RES 1.0 niet voldoet aan de EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU; De bepalingen uit de SMB-richtlijn voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk zijn; De RES 1.0 M.E.R plichtig is en deze ontbreekt; 3.
Het besluit om de RES 1.0 vast te stellen niet voldoet aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur: Vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, specialiteitsbeginsel, beginsel van Fair Play, vooringenomenheid, verbod op Détournement de Procédure; 4. De RES 1.0 niet voldoet aan de Wet Openbaarheid Bestuur, artikel 2 en 8. Door dit gebrek de RES 1.0 niet kan en had vastgesteld kunnen worden. Vertrouwensbeginsel Dit houdt in dat wij als inwoners van het buitengebied er op moeten kunnen vertrouwen dat de gemeente zich aan een bepaald beleid houdt. Het proces van de RES lijkt enkel te zijn gericht op het plaatsen van windturbines en zonnevelden in buitengebieden en lijkt daarom het verkleinen van afstanden van windturbines tot woningen noodzakelijk om plaatsing mogelijk te maken. Het beleid is daarom niet consistent en schaadt het vertrouwensbeginsel. Gelijkheidsbeginsel Het doel van dit principe is om iedere burger van ons land dezelfde rechten te geven. Dat niet alleen, hier behoort ook toe dat er in gelijke gevallen op dezelfde manier geoordeeld moet worden. Wij benoemen bijvoorbeeld ook het feit dat u alle opwek afwend naar de buitengebieden. Zo staan naast zoekgebieden voor wind-energie ook grote zonne-velden al gereserveerd in de buitengebieden.
Opwekken waar het verbruikt wordt is uw uitgangspunt, daarom dient stroom verbruikt in de stad opgewekt te worden in de stad, dit zelfde geld voor industrie. 28
Zorgvuldigheidsbeginsel Het zorgvuldigheidsbeginsel betekent dat elk besluit door de gemeente zorgvuldig wordt voorbereid. Er wordt daarvoor de nodige kennis vergaard en alle relevante feiten en belangen worden afgewogen vóór er een beslissing wordt gemaakt. Dat hiervan op geen enkele manier sprake van is moge duidelijk zijn, geen inspraak en geen onderzoek naar (cumulatie van) effecten op mens, dier en omgeving (het milieu). Er is op geen enkele wijze rekening gehouden met de gezondheid van mensen en de gevolgen voor de leefomgeving. Er mag in geen geval een verslechtering van het woon- en leefklimaat van inwoners optreden, u heeft het niet eens onderzocht of gemotiveerd. De RES is daarmee in strijd met de vereiste zorgvuldigheid bedoeld in artikel 3.2 van de AWB. Het specialiteitsbeginsel Bij dit beginsel mag de gemeente enkel de belangen behartigen waarvoor de betrokken wet of regeling een grondslag biedt. Dit staat vermeld in artikel 3:4 lid 1 van AWB. Het komt er dus op neer dat de gemeente geen zaken mag regelen die buiten haar bevoegdheid liggen of waarbij sprake is van willekeur. Naast het gegeven dat windmolenparken uiteindelijk niet alleen onder de bevoegdheid van de gemeente vallen (en dus ook provinciaal beleid mee had moeten worden gewogen) is er sprake van grote willekeur, u wendt alle opwek af op de buitengebieden.
Daarbij komt dat het college als bevoegd gezag voor de RES de regie pakt om gebieden geschikt te maken voor windturbines en zonnevelden, die uitgebaat worden door projectontwikkelaars en energie exploitanten. Hierdoor wordt een bepaalde groep ernstig bevoordeeld en zijn de belangen van burgers daaraan ondergeschikt gemaakt. Ook wanneer er gesproken wordt om burgers mee te laten participeren, blijkt uit een gepubliceerd onderzoek in de NRC van dat dit slechts een wassenneus is en in de praktijk niet werkt. Lokaal eigendom van wind- en zonneparken is geen oplossing blijkt daarbij uit diverse ervaringen en onderzoeken. Minimaal 50% komt in lokaal eigendom en iedereen mag/moet profiteren (omgevingsfonds, grondeigenaren, bewoners). Uit onderzoek naar negen grote zon- en windparken in Groningen, Friesland en Drenthe, blijkt dat het delen in de winst of het verlies niet hoort bij de ruimtelijke eisen en daarom kunnen gemeenten het niet afdwingen. En het gebeurt niet vrijwillig, want de commerciële partijen willen niet delen (FD, 24 sept, 2020). En zoals recent is gebleken blijkt een groot deel van de zonneparken in buitenlandse handen te zijn, waardoor winsten en miljarden euro’s aan subsidie naar het buitenland verdwijnen. Hetzelfde is aan de hand met een aantal grote windturbineparken o.a. in de Wieringermeer.
Deze leveren elektra aan in Nederland gevestigde Amerikaanse datacenters, zoals Microsoft en Google, die in Nederland subsidies opstrijken, welke zijn opgebracht door de Nederlandse belastingbetaler via de energierekening. Daarbij hanteren de Tech bedrijven constructies om zelf zo min mogelijk belasting in Nederland te betalen. Waar voorbeelden bekend zijn van het delen van winsten gaat het om minimale bedragen. Zo ontving een windpark op Goeree Overflakkee voorzichtig geschat in 2019 een bedrag van 29 miljoen euro aan subsidie en keerde 30.000 euro uit aan de gemeenschap voor lokale duurzame projecten, een schrale troost (Lucas Hartong, 8 aug. 2020, website Wynia’s week).
29
Beginsel van Fair Play Het beginsel van fair play houdt in dat het bestuursorgaan publieke taken moet vervullen zonder vooringenomenheid en dat het zich daarbij open en eerlijk moet gedragen. In de praktijk heeft het beginsel van fair play een aantal raakvlakken met het onpartijdigheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarnaast biedt dit fair play beginsel geen ruimte voor partijdigheid of onzorgvuldigheid. Onzorgvuldigheid is breed aangetoond, partijdigheid treffen wij wederom aan in het gegeven dat u o.a. de opwek afwend op de buitengebieden. Dat projectontwikkelaars reeds kennis hebben genomen van de ontwikkelingen en op voorhand voordat de Concept RES aan de raad is voorgelegd, de grond binnen de zoekgebieden al trachten te reserveren bij boeren voor hun projectplannen. De overige omwonenden door gebrek aan informatie daar veelal nog geen weet van hebben. Vooringenomenheid Volgens deze gedragsregel moet de gemeente haar taak op objectieve en onpartijdige wijze vervullen. De gemeente moet te allen tijde zonder vooropgezette mening te werk gaan. Deze gedragsregel is gecodificeerd in artikel 2:4 van de ABW. Het verbod op vooringenomenheid heeft onder andere als doel om ‘vriendjespolitiek’ te voorkomen.
Ook hier kunnen wij niet anders concluderen dat er een vooropgezette mening is toegepast door geen enkele windmolen of zonneveld te plaatsen binnen de bebouwde kom van de stad. Ook lijken industriegebieden zwaar te zijn ontzien. Verbod op détournement de procédure? Niet alle procedures zijn echter even gunstig voor inwoners van het buitengebied, de ene procedure biedt meer bescherming voor ons dan de andere. Het verbod op détournement de procédure houdt in dat de gemeente verplicht is om te kiezen voor de procedure die de meeste rechtsbescherming biedt aan ons als inwoners. Daarnaast kan het verbod op détournement de procédure ook letterlijk worden vertaald als een verbod op de verdraaiing (‘détournement’) van procedures (‘procédure’). Door het volledig negeren van de EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en het verdrag van Aarhus bij de totstandkoming van de RES 1.0 is juist de minste rechtsbescherming toegepast voor ons als inwoners van niet alleen het buitengebied maar voor alle inwoners. Ingegeven door de kennis dat de oppervlakte van Nederland te klein is om alle door het Rijk gevraagde duurzame energie te verwezenlijken binnen de geldende normen, wordt door het opnemen van een afstand van een windturbine tot woningen minder dan 400 meter een ander doel nagestreefd dan te kiezen voor een procedure die de meeste rechtsbescherming biedt aan ons als inwoners.
Dit is in strijd met de vereiste zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3.2 van de AWB. Door dit gebrek kan de RES 1.0 niet worden vastgesteld. 3.2
Centraal gekozen basis RES
‘Als basis een betrouwbaar, betaalbaar, veilig en schoon energiesysteem’ De gekozen basis lijkt vertrouwen te moeten opwekken naar de burgers, waarmee de boodschap lijkt te worden verteld dat de overheid goed voor hen zorgt. Wij zullen elk onderdeel apart beschouwen gelet op het voldoen aan de voornoemde beginselen.
30
Betrouwbaar Door te kiezen voor zonne- en windparken worden we afhankelijk van de grillen van het weer, dat pieken en dalen in de energievoorziening veroorzaakt. Zonder er nader op in te gaan, omdat daar al veel over is gezegd, is het een feit dat zonne- en windparken geen consistente bronnen zijn om een betrouwbaar elektriciteitssysteem op te bouwen, zoals we dat nu gewend zijn. Een teveel aan energie binnen deze systemen kan niet worden opgeslagen, daar bestaan geen batterijen voor, en energiedalen dragen er toe bij dat fossiel gestookte centrales (gas en kolen) moeten blijven bijdraaien om tijdig te kunnen bijschakelen om het systeem betrouwbaar te houden. Allerlei constructies zijn noodzakelijk om het systeem van alleen zonne- en windenergie stabieler te krijgen, maar die zijn nog lang niet voor handen. Door met de RES 1.0 alleen in te zetten op zonne – en windenergie op een korte termijn wordt gekozen voor een instabiel systeem terwijl een systeem om dit stabieler te krijgen niet grootschalig voorhanden is. Hierdoor vindt onvoldoende risico analyse plaats in de RES 1.0 en wordt een gok genomen naar de toekomst dat dit allemaal wel goed komt. Daarmee zijn belangen van burgers onvoldoende afgewogen in de RES 1.0. En wordt niet voldaan aan artikel 3.2 van de AWB. Dat de RES een levend document is en doorgroeit naar een verdere versie om de twee jaar is geen excuus.
Immers de gang naar een dergelijk energiesysteem wordt nu al volop in gang gezet en als overheid wil men het liefst zo spoedig mogelijk vergunningen verlenen voor 2025. Haast zelden goed Feit is dat door het Rijk gekozen is voor een inferieur energiesysteem van zonne- en windparken met pieken en dalen, gebrek aan opslag en waarvoor in de toekomst allerlei lapmiddelen nodig zijn om er iets van te maken. Haast is zelden goed. Zo ook de haast waarmee van het gas afgegaan moet worden, er zijn al verschillende voorbeelden van mislukte projecten in wijken die van het gas af moesten en waarbij met succes bewoners dit hebben aangevochten. Daarbij komt ook een zekere rechtsongelijkheid dan wel onrechtmatigheid om de hoek kijken: waar Nederlanders van het gas af moeten en zwaarder belast gaan worden voor hun gasverbruik, wordt in Duitsland subsidie verstrekt aan inwoners om over te stappen op gas omdat dit als duurzaam wordt bestempeld. Zo kan het verkeren dat inwoners van een zelfde straat aan de ene kant van het gas af moeten en aan de andere kant van de zelfde straat subsidie krijgen. Bovendien wordt door de haast te weinig ruimte geboden aan of in het geheel niet gekeken naar beschikbare alternatieven. Zo ontbreekt in de RES 1.0 een valide onderbouwing waarom kernenergie geen optie is, alleen dat het voor 2030 te lang duurt.
De ontwikkeling en plaatsing van een centrale duurt gemiddeld 10 jaar, het is nu 2020. Frankrijk is in zijn geheel hierop overgestapt en heeft voldoende betrouwbare, betaalbare stroom. Het concept heeft zich daar bewezen en inmiddels is ook binnen de EU een discussie gestart om kernenergie als duurzaam te bestempelen. Een afweging van de optie Blue Energy ontbreekt eveneens, terwijl hier voldoende scheiding tussen zoet en zout water beschikbaar is in de regio. Een proefopstelling die al geruime tijd draait bij de Afsluitdijk. Een argument dat dit nog in de kinderschoenen staat is niet valide. Zeker niet als gelet wordt op de keuze voor aardwarmte in de RES, waarvan een project in Vierpolders nog steeds in de kinderschoenen staat en niet voldoet. 31
Bij de ontwikkeling van dit project is uitgegaan dat de aardwarmte voldoende was om de deelnemende kassen in Brielle gedurende het gehele jaar zonder gas op temperatuur te stoken. Gedurende dat het project nu operationeel is krijgen de tuinders de kassen in de herfst, winter en voorjaar niet voldoende warm gestookt met aardwarmte. Zij moeten volop gas bijstoken in die periode om de kassen op de gewenste temperatuur te houden. Daarop is een poging gedaan voor het bouwen van een biomassacentrale in Brielle-Vierpolders, om de kassen gedurende de maanden oktober tot en met maart van warmte te voorzien in plaats van gas. Van biomassa weten we nu ruimschoots dat het niet schoon is en grootschalige ontbossing veroorzaakt. Ook de milieubewegingen keren zich tegen het gebruik van biomassa. Vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel geschaad Aardwarmte, biomassa, wind- en zon niet betrouwbaar Zowel aardwarmte als biomassa vormen een basis voor de warmtetransitie waar deze RES 1.0 ook over gaat. De onzekerheid van het gebruik van aardwarmte in de praktijk en de discussie die nu gaande is met betrekking tot het gebruik van biomassa dragen er toe bij dat deze elementen in de RES 1.0 als basis evenals de basis in de vorm van wind- en zonne-energie niet betrouwbaar zijn. Om deze systemen betrouwbaar te maken liggen grote onvoorziene kosten in het verschiet.
Daardoor kunnen vraagtekens gezet worden bij de betaalbaarheid van de in de RES 1.0 opgenomen maatregelen en de zorgvuldigheid waarmee deze maatregelen op hun uitvoering in relatie tot deze betaalbaarheid zijn beoordeeld. Daarmee is de RES 1.0 in strijd met artikel 3.9 AWB. De RES 1.0 spreekt bovendien niet meer van biomassa maar van BIOGRONDSTOFFEN. Het lijkt erop dat hiermee een poging wordt gedaan om het begrip biomassa vanwege de maatschappelijke weerstand te maskeren. De beschrijving van het begrip biogrondstoffen (zij bestaan voornamelijk uit rest- en afvalstromen van voedsel, landbouw en natuur(beheer), grondstoffen van biologische oorsprong) in de RES 1.0 bevestigt dit vermoeden. Hiermee wordt het vertrouwensbeginsel geschaad. Betaalbaar In artikel 2, lid 3, onder b, van het Verdrag van Aarhus wordt onder „milieu-informatie" verstaan alle informatie in geschreven, visuele, auditieve, elektronische of enige andere materiële vorm over: factoren, zoals stoffen, energie, geluid en straling, en activiteiten of maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, milieuakkoorden, beleid, wetgeving, plannen en programma's die de elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten binnen het toepassingsgebied van het voorgaande onderdeel a., en kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen gebruikt in milieubesluitvorming.
De in de RES 1.0 opgenomen systemen zijn niet in zijn totaliteit doorgerekend, de kosten-baten en andere economische analyses en veronderstellingen zijn niet volledig of ontbreken in zijn geheel omdat ook derde partijen onderdeel vormen van de energietransitie. De energietransitie treft vooral burgers. Door het ontbreken van een lange termijn kosten- baten analyse blijft het effect van het besluit om de RES 1.0 vast te stellen op de portemonnee van de burger ongewis en voldoet de RES 1.0 niet aan het Verdrag Van Aarhus. Door deze weg toch op deze manier in te slaan zijn burgers onvoldoende beschermd tegen de financiële gevolgen. Dat een Rijk pretendeert met meer subsidie te komen houdt een pervers effect in: Doormiddel van belastingheffing op de 32
energierekening brengen die zelfde burgers deze subsidie op. Wanneer de kosten gaan stijgen en de subsidies hoger worden, zullen de belastingen stijgen om deze subsidies op te brengen. Raming investeringskosten niet compleet Het Energieperspectief 2050 stelt echter dat het niet mogelijk is om alle investeringskosten mee te nemen in de berekening, zoals investeringen in netinfrastructuur en opslag. Het grootste probleem bij het toepassen van zonne- en windparken voor het bouwen van een betrouwbaar systeem, is het ontbreken van opslag. Heden zijn kleine batterijen van Tesla al te duur in aanschaf voor de burger om energie op te slaan, is Lithium zeldzamer aan het worden en grootschalige batterijen nemen heel veel ruimte in beslag (10.000 batterijen van 50 kg leveren samen 45 MW, goed voor korte tijd elektriciteit voor 4500 huizen). Dit is maar een kleine opsomming waarvan de investeringen niet te overzien zijn evenals de financiële gevolgen op burgers daarvan. Kosten voor burgers vallen onvoorspelbaar hoger uit Het PBL heeft een rapport uitgebracht waaruit zou blijken dat alleen al de kosten van het energieakkoord uit 2013 uitkomen op 52 miljard euro. Volgens Instituut CLINTEL zouden de kosten zelfs meer dan 100 miljard zijn. Linksom of rechtsom het is meer dan de 13 miljard die minister Kamp jaren geleden opvoerde.
Subsidies en belastingen worden door het PBL niet meegerekend in de kosten, omdat ze worden beschouwd als ‘herverdeling van geld tussen partijen in de samenleving’. Zo kan er dus bijvoorbeeld meer dan 11 miljard euro aan subsidie worden verbrand in biomassacentrales, zonder dat dit onder de kosten van klimaatbeleid wordt geschaard. Geld dat door energiebelasting door burgers wordt opgebracht en later wordt uitgekeerd als subsidie aan wind, zon en slechts incidenteel aan andere projecten blijft dus buiten de kostenberekening. Kosten RES 1.0 voor burgers moeten in beeld Het is daarom in het belang van burgers dat de investeringen en overige kosten in kaart worden gebracht. Dit ontbreekt in de RES 1.0. Ook het Verdrag van Aarhus vraagt om kosten baten analyse om alle consequenties goed in kaart te brengen voor burgers. Dat het hier een strategie betreft is geen argument om niet met een kosten-batenanalyse te komen, immers de betaalbaarheid bepaald tevens de haalbaarheid. Burgers kun je niet opzadelen met een grote financiële last of onzekerheid hierover. Hetgeen nu al gaande is ten aanzien van de woningisolatie. Daar komen de kosten van de RES 1.0 - naast die van het eerdere Energieakkoord - nog een keer voor de burger bij.
Doordat gekozen is om subsidies en energiebelasting niet mee te nemen in de kostenberekening weet u dus niet waar u voor gaat met deze RES 1.0 en hoe u dit straks bij verzwaring van de lasten aan de burger moet uitleggen. Zowel het motiveringsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel worden hier geschaad. Verdrag van Aarhus en artikel 3.9 AWB Het financiële effect van de RES 1.0 kent geen zorgvuldige kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen gebruikt ten behoeve van deze besluitvorming. De kosten voor de burger en in deze belanghebbende zijn daarmee onvoorspelbaar en de RES 1.0 voldoet daardoor niet aan het gestelde in artikel 2 van het Verdrag van Aarhus en aan artikel 3.9 AWB.
33
Waarde van grond verandert Grondgebonden zonneparken dekken grote stukken bodem af, waardoor licht wordt weggehouden en de bodem lokaal droger wordt. De verwachting is dat hierdoor de vegetatiegroei en het ontstaan van organische stof afnemen, waardoor er minder voedsel beschikbaar komt voor het bodemleven. De metingen van studenten van Wageningen Universiteit bij vier zonneparken bevestigen deze hypothese. Conclusie: De impact op het landschap wanneer zonnevelden worden aangelegd op jonge zeeklei is dus groot, niet alleen visueel maar bodem technisch. Gesteld kan worden dat al het leven onder de grond onder de zonnepanelen onherstelbaar verdord en de natuur onherstelbaar beschadigd. De aangegeven investering om biodiversiteit aan te brengen is daarom onvoldoende ter compensatie van de schade die de zonnepanelen aan de bodem toebrengen. Voor de compensatie zou meer een relatie moeten worden gelegd met de grote van het zonneveld, de schade die daaronder wordt aangericht aan de bodem en de daarmee gemoeide noodzakelijke compensatie aan biodiversiteit. De RES 1.0 legt deze relatie niet en toont niet aan dat er gezocht zal worden naar een zekere balans in de geboden compensatie voor de aangerichte schade. Deze schade is niet meegenomen in de investeringen en berekening kosten.
Om de bodemschade aan agrarische grond te voorkomen dient eerst gezocht te worden naar alternatieven in de vorm van zon op daken, geluidswallen etc. Veilig Aspect Volksgezondheid Windturbines vormen een ernstig gezondheidsrisico voor mensen. Daarmee veroorzaken zij veel onrust onder omwonenden. De Wereld Gezondheidsorganisatie WHO rapporteerde in 2018 het effect van geluid op gezondheid en bestempelde opnieuw omgevingsgeluid als een belangrijk gezondheidsrisico: gebrek aan slaap verhoogt het risico op hoge bloeddruk en hartinfarcten. Nieuw hierin was de onderkenning van het risico van hele grote windturbines. Al in 2006 gaf de Franse gezondheidsraad het advies een minimumafstand van 1500 meter aan te houden. De raad eiste invoering per direct. In Nederland wordt een afstand van 400 meter aangehouden en met eventueel mitigerende maatregelen voldoen ze dan aan wet- en regelgeving ten aanzien van geluid en slagschaduw. De windturbines worden steeds hoger maar de geldende normen zijn daar niet op aangepast. Vijf windturbines met een tiphoogte van 220 meter (toekomstig park Rijnenburg) mogen op een afstand van 400 meter tot woningen staan. Nederland hanteert de soepelste normen in Europa: in Duitsland en Denemarken staan turbines op een afstand van respectievelijk 900 en 1000 meter. De huidige normen sluiten overlast door windparken niet uit.
Het zal u inmiddels bekend zijn dat het windpark Geervliet-Heenvliet al jaren geluidhinder veroorzaakt. De huidige regelgeving, waarbij minder dan 400 meter afstand tot een woning pas als overlast gevend wordt ervaren, heeft de gemeenten op Voorne-Putten in de Energieverkenning er niet van weerhouden om aan deze afstand te morrelen. Bij voorkeur wordt in de Energieverkenning de afstand tot de woning teruggebracht tot 200 meter. Met de huidige regelgeving van 400 meter tot een woning meldt het RIVM dat 2% (zeer ernstige mate) tot 10% van omwonenden van windturbines ernstige hinder ervaart door laagfrequent geluid (LFG). Zij doen die uitspraak op basis van verschillende studies. Het is het daarom niet te hopen dat deze kortere afstand tot norm wordt verheven, omdat het steeds duidelijker wordt dat plaatsing van windturbines bemoeilijkt wordt door gebrek aan juiste 34
ruimte. Bij de implementatie van de RES 1.0 zou dus niet uitgegaan moeten worden van het verkleinen van de afstand tot een woning tot minder dan 400 meter. Laagfrequent geluid Aangenomen wordt dat nieuwere, hogere turbines stiller zijn, omdat ze tandloos zijn. Dit gaat over het hoorbare geluid dat ze voortbrengen. LFG wordt echter veroorzaakt door de generatoren die windturbines in principe zijn. Het is een natuurkundig verschijnsel dat generatoren altijd LFG voortbrengen. De techniek daaromtrent wijzigt niet. Isoleren tegen deze vorm van geluid is niet mogelijk dan alleen door de generator in een betonnen kluis/bunker te vatten. Bij een windturbine kan dit niet. Deze moet immers kunnen draaien en de generator staat hoog in de lucht. Verschillende onderzoeken geven aan dat de problemen hieromtrent lijken toe te nemen en dit roept de vraag op wat de gezondheidsrisico’s zijn. Toename in kosten gezondheidszorg en economie De RES 1.0 stelt na alles te hebben overzien dat de omslag van fossiele bronnen naar duurzame bronnen, naast de klimaatdoelstellingen, een verbetering van onze leefomgeving en gezondheid kan geven. Met de huidige regelgeving van 400 meter tot een woning meldt het RIVM echter dat 2% (zeer ernstige mate) tot 10% van omwonenden van windturbines ernstige hinder ervaart door laagfrequent geluid (LFG). Zij doen die uitspraak op basis van verschillende studies.
In het slechtste geval wordt 1 op de 10 omwonenden ziek door het geluid. Dat is veel. Het Rijk en in dit geval het college kiest hiervoor, omwille van de energietransitie. Naast dit leed dat hele wijken beslaat, worden de kosten voor de gezondheidszorg en economie volkomen genegeerd binnen dit dossier. Vanwege de bewuste keuze voor windenergie waarbij bekend is dat burgers ziek worden door LFG dienen ook deze kosten verwerkt te worden in de vraag hoe betaalbaar het systeem in de toekomst is. WHO advies Volgens het recentste rapport van het RIVM, gebaseerd op het WHO-advies, ervaren momenteel 3 miljoen huizen (37%) meer dan 55 decibel geluidhinder en ernstige gezondheidseffecten (zoals hartziekten) treden al op bij lagere geluidsniveaus dan tot nu toe werd aangenomen. Het wettelijk toegestane geluidsniveau moet omlaag en het kabinet moet het geheel van geluidhinder in kaart brengen en maatregelen formuleren. Een zorgvuldige besluitvorming waarbij het belang van burgers zwaarder weegt dan het algemeen belang behoort gelet op artikel 3.9 AWB tot uw verantwoordelijkheid, zoals ook naast het Verdrag van Aarhus verwoord is in de Grondwet: Art. 21 Grondwet: “De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.“ Art.
22 Grondwet: “De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.” Praktijk en planvorming komen niet overeen Doordat de planvorming met effectcontouren op papier en de effectcontouren in de praktijk niet met elkaar overeen komen is de geluidsbelasting voor burgers veel groter dan op papier wordt voorgesteld. Ik zal het verschil aan u proberen uit te leggen: Bij de ontwikkeling van een type windturbine wordt deze qua geluidsbelasting die deze kan veroorzaken in optimale situatie getest. De testresultaten worden verwerkt in een productomschrijving waarin de geluidsbelasting en geluidscontouren door 35
windturbine Type X wordt vermeld. Deze productomschrijving wordt gebruikt bij het inplannen van windturbines op een te ontwikkelen locatie door als standaard de opgegeven geluidscontouren van het type windturbine te gebruiken. Uit onderzoek blijkt dit een papieren werkelijkheid te zijn. In de praktijk is door onderzoek aangetoond dat iedere turbine zijn eigen geluidsfrequentie (dBa en LFG) heeft, die bovendien versterkt kan worden door de omgeving waarin deze is geplaatst. De contouren van het geluid reiken in de praktijk verder dan berekend en de overlast voor burgers is veelal groter. Diverse praktijk onderzoeken wijzen dit uit > onderzoek Moller en ook het gehouden DCMR onderzoek bij de windturbines in Rotterdam met effect op Geervliet en Heenvliet. Klachten van burgers worden in eerste instantie niet serieus genomen want op papier kunnen zij geen overlast ervaren. Dit leidt naast frustraties ook tot stress en gezondheidsproblemen. Praktijkonderzoek geeft echter wel weer wat de omwonenden aan pieken in het geluid ervaren. Doordat voor geluid veroorzaakt door windturbines een jaargemiddelde geldt, dat aan alle turbines als standaard wordt opgelegd, kunnen burgers die overlast ervaren van de pieken zeer moeilijk een gegronde klacht indienen.
Een gemiddelde verdoezelt heel handig de klachten die turbines met pieken in hun geluid bij omwonenden geven en noopt overheden niet om onderzoek ernaar uit te voeren. Men verschuilt zich achter de richtlijnen en de normen worden daardoor niet overschreden. Terwijl omwonenden wel wakker worden van de pieken in het geluid. Een zelfde redenering gaat op voor LFG, dat niet door iedereen op dezelfde manier wordt ervaren, maar wel ernstige gezondheidsklachten kan geven (somatische klachten als maag- en darmproblemen, stress, hartritme klachten en hoofdpijnen). Daarnaast treden slaapstoornissen en oververmoeidheid op. Omdat LFG een klein gedeelte van het geluidsspectrum uitmaakt, is dit sinds de invoering van de CHW opgenomen in het geheel en aangemerkt als verwaarloosbaar. Het gezondheidsaspect als gevolg van LFG wordt daarom niet meegenomen, slechts het mogelijk maken van plaatsing van windturbines staat voorop. Gelet op de kwalijke gevolgen voor de volksgezondheid is LFG echter niet verwaarloosbaar en verdient aandacht, zoals ik hiervoor noemde. Alle andere hinder is in wet- en regelgeving vastgelegd, maar lijkt meer gunstig voor de initiatiefnemers in ons dichtbevolkte land, dan voor omwonenden van windparken. Schoon De energietransitie kan niet zonder biomassa wordt er door minister Wiebes gesteld. Ook in de RES 1.0 wordt hiervan uitgegaan, hoewel het dan bio grondstoffen heet.
Biomassa staat momenteel zwaar onderdruk, zelfs milieuorganisaties zijn kritisch. Het wordt niet meer gezien als een acceptabel alternatief. Het is niet schoon door de uitstoot van fijnstof, meer CO2 dan bij een gas -of kolengestookte centrale en daarnaast is er stikstofuitstoot. Door een boekhoudkundige truc wordt dit uit de CO2 boekhouding gehouden, waardoor de stook van biomassa CO2-neutraal wordt genoemd. Niets is minder waar. Om van de massale ontbossing maar te niet te spreken.
36
4. De RES 1.0 voldoet niet aan artikel 2 en 8 Wet Openbaarheid Bestuur Artikel 2 1 Een bestuursorgaan verstrekt bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie. 2 Het bestuursorgaan draagt er zo veel mogelijk zorg voor dat de informatie die het overeenkomstig deze wet verstrekt, actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is. Het financiële effect van de RES 1.0 kent geen zorgvuldige kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen gebruikt ten behoeve van deze besluitvorming. De kosten voor de burger en in deze belanghebbende zijn daarmee onvoorspelbaar en de RES 1.0 voldoet daardoor niet aan het gestelde in artikel 2 van het Verdrag van Aarhus en aan artikel 3.9 AWB. Daarmee is gelet op artikel 8, lid 2 onvoldoende zorg gedragen dat de verstrekte informatie nauwkeurig en vergelijkbaar is. Artikel 8 1 Het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat, verschaft uit eigen beweging informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen, zodra dat in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering.
2 Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de informatie wordt verschaft in begrijpelijke vorm, op zodanige wijze, dat belanghebbende en belangstellende burgers zoveel mogelijk worden bereikt en op zodanige tijdstippen, dat deze hun inzichten tijdig ter kennis van het bestuursorgaan kunnen brengen. In verschillende gemeenten hebben raadsleden tijdens de behandeling van de Concept RES en RES 1.0 aangegeven dat het document RES 1.0 te omvangrijk is en inhoudelijk moeilijk te bevatten is. De gebezigde taal is te moeilijk om de lijn in het verhaal vast te kunnen houden en te begrijpen. De informatie is niet in begrijpelijke vorm aangeboden. Hierdoor is het ook moeilijk om de reikwijdte van de RES 1.0 inclusief het thans genomen besluit te overzien. Gesteld kan worden dat daardoor het politieke debat dat de democratische borging en bestuursvoering ernstige hinder hebben ondervonden en effect heeft gehad op de kwaliteit van het genomen besluit.
Tenslotte Vanwege de ingrijpende verandering is het niet onverstandig om gemeentes met een stappenplan te laten beginnen, met kleine stapjes, waarin bewoners op (korte) termijn niet de dupe worden. Alvorens te beginnen, voer een nulmeting uit, evalueer iedere stap en communiceer de resultaten naar de inwoners van de betreffende gemeente. Windturbines staan minimaal 15 jaar, zonneparken waarschijnlijk nog langer. We hebben het hier over effecten over de langere termijn, die nu in een zeer korte tijd doorgedrukt worden. De gevolgen zijn desastreus voor ons landschap en voor de gezondheid van inwoners, waarbij we de onevenwichtige financiële verdeling van de kosten maar even achterwege laten. Deze zijn nu nog niet te overzien omdat veel zaken zoals de aanpassing van de infrastructuur niet in beeld zijn, maar die wel indirect op burgers worden afgewenteld. In dit stappenplan hebben burgers het recht om nee te zeggen op de plannen conform het Verdrag van Aarhus. Hetgeen nu aan de voorkant al niet is gebeurd.
37
Daarbij komt dat in het recht van de EU is vastgelegd dat gemeenten zich moeten houden aan de EU wetgeving onder alle omstandigheden. Dat beginsel heet Unietrouw. Een bestuur dat nu moet besluiten, zou die voorgenomen besluitvorming over windparken, zonneweides en andere milieuplannen die onderhevig zijn aan de SMB richtlijn van de EU eerst moeten toetsen aan de hogere EU wetgeving, die voorgaat op nationaal recht en waar lokale besluitvorming aan moet voldoen. Ook als het rijk anders beweert. Dat is de consequentie die getrokken kan worden uit de uitspraak van het EU Hof van 25 juni jl. Een bestuur dat het beginsel van Unierecht willens en wetens schendt, gelet op dit EU arrest loopt ook extra risico: claims en financiële schade voor de gemeente. De RES 1.0 is niet EU getoetst. Er is slechts één conclusie: De RES 1.0 voldoet niet aan het voorzorgsprincipe en de volksgezondheid wordt door alle gewenste maatregelen in gevaar gebracht. Daarom is het besluit tot vaststellen van de RES 1.0 onzorgvuldig en dient nietig verklaard te worden >>> De RES 1.0 moet terug naar de tekentafel. Ik houd mij tevens het recht toe om dit bezwaar subsidiair zienswijze nader aan te vullen, te motiveren of aan te passen. Met vriendelijke groet, Voorzitter Stichting Behoud Leefmilieu Limburg Fred Sissing Aan de Heibloem 12 6093PE Heythuysen stichtingbll20@gmail.com