1. Bezwaar Stichting BLL Heythuysen 5jul21 tegen raadsbesluit 1jun21 Ins...
Tekst van het document
Van: stichting bll [mailto:stichtingbll20@gmail.com] Verzonden: maandag 5 juli 2021 23:40 Aan: stichting bll Onderwerp: Bezwaarschrift tegen besluiten RES 1.0, subsidiair zienswijze
Geachte Griffier,
bijgevoegd bezwaarschrift namens Stichting Behoud Leefmilieu Limburg. Gelieve dit in behandeling te nemen en ons hierover te informeren,
vriendelijke groet, Francy Boes Secretaris Stichting Behoud Leefmilieu Limburg
Aan het College van B&W en de gemeenteraad
Onderwerp: Bezwaarschrift tegen besluiten RES 1.0, subsidiair zienswijze Heythuysen, 5 juli 2021 Geacht Gemeentebestuur, Bezwaarschrift Als voorzitter van de Stichting Behoud Leefmilieu Limburg dien ik (pro-forma) bezwaar subsidiair een zienswijze in op het besluit van de gemeenteraad met als onderwerp: Vaststellen van de RES (Regionale Energie Strategie). Het bezwaar en tevens zienswijze richt zich op het besluit van de gemeenteraad, omdat zij voor het vaststellen van de definitieve RES 1.0 in de gelegenheid is gesteld om hierover formeel een besluit te nemen. (zie ook Handleiding RES 1.1- oktober 2019, pagina 23) Tegen een formeel besluit kan gelet op het gestelde in de Algemene wet Bestuursrecht, Afdeling 6.1 en 6.2 bezwaar worden ingediend. Hoewel gesteld wordt dat de RES geen wettelijke grondslag heeft en zelfbinding nastreeft waardoor zij uitgezonderd lijkt van bezwaar en beroep, is dit een vraag. Immers de betrokken overheden committeren zich door ‘hun’ RES vast te stellen ook aan de uitvoering ervan. In de bijlage zijn gebieden voor zon- en windenergie aangewezen. Met name aan deze uitzondering kan een extern rechtsgevolg worden ontleend. Bovendien stelt de Afdeling in haar uitspraak 202003882/1/R3 d.d.
30-06-2021 dat zij het betoog dat de windturbinebepalingen niet als plan of programma hebben te gelden omdat de inhoud en de doelstelling ervan niet zijn gericht op de realisering van windturbines niet volgen. De RES kan gelet op deze uitspraak eveneens gezien worden als een plan of programma. Gesteld kan worden dat de basis voor de acties die de gemeente zal ondernemen ter realisatie van de ambities die gesteld zijn in de RES, in de RES 1.0 is verwoord en vastgelegd. Daar de RES 1.0 met daarin het concept aanbod wind- en zonne-energie en warmtevisie een grote impact heeft op ons openlandschap en de volksgezondheid raakt dit vele belanghebbenden, namelijk alle inwoners van uw gemeente, rechtstreeks in hun belang. Bovendien is de RES een programma in de zin van het Verdrag van Aarhus. Het feit dat dit programma (nog) geen wettelijke basis heeft en tot stand komt door (vooralsnog) informele, onverplichte samenwerking tussen decentrale overheden, maakt hiervoor geen verschil. Waar het om gaat is dat de betrokken overheden door ‘hun’ RES vast te stellen, zich ook committeren aan de uitvoering ervan. Voor de uitoefening van hun wettelijke bevoegdheden (vaststellen omgevingsvisie, omgevingsplan etc.) zal de RES dan leidend zijn.
Daarom dwingt artikel 7 van het Verdrag van Aarhus tot participatie in een vroeg stadium, als alle opties nog openliggen en doeltreffende inspraak mogelijk is. 1
Het bezwaar subsidiair zienswijze richt zich op het feit dat: 1. De RES 1.0 niet voldoet aan het Verdrag van Aarhus; 2. De RES 1.0 niet voldoet aan de EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU; De bepalingen uit de SMB-richtlijn voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk zijn; De RES 1.0 M.E.R plichtig is en deze ontbreekt; 3. Het besluit om de RES 1.0 vast te stellen niet voldoet aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur: Vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, specialiteitsbeginsel, beginsel van Fair Play, vooringenomenheid, verbod op Détournement de Procédure; 4. De RES 1.0 niet voldoet aan de Wet Openbaarheid Bestuur, artikel 2 en 8. Dat de vaststelling van de RES 1.0 daardoor in strijd is met de vereiste zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3.2 en niet berust op een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 3.46 van de AWB. Door dit gebrek de RES 1.0 niet kan en had vastgesteld kunnen worden. Met het indienen van dit bezwaar subsidiair zienswijze tegen het besluit tot vaststellen van de RES 1.0 wordt beoogd te voorkomen dat de maatschappij door een ondeugdelijk besluit een energietransitie wordt in gefrommeld.
Uitspraak Raad van State Ten tijde van het realiseren van dit bezwaarschrift subsidiaire zienswijze heeft de Raad van State op 30 juni 2021 op basis van Nevele-arrest van Europees Hof van Justitie uitspraak gedaan inzake de voorgenomen uitbreiding van windpark Delftzijl. De uitspraak is het gevolg van het zogenoemde Nevele-arrest van het Hof van Justitie in Luxemburg van juni 2020 waar in dit bezwaarschrift (en eerder ingediende zienswijze op de concept RES) nader op in wordt gegaan. In dit arrest oordeelde het Europese Hof in een zaak over een Belgisch windturbinepark dat voor een aantal windturbinenormen op grond van de Europese richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling een milieubeoordeling moet worden gemaakt en dat dit ten onrechte was nagelaten. In enkele procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak over windturbineparken, waaronder deze zaak over de uitbreiding van het windpark in Delfzijl, hebben bezwaarmakers aangevoerd dat dit arrest van het Europese Hof ook gevolgen heeft voor de windturbinenormen in het Nederlandse Activiteitenbesluit en de Nederlandse Activiteitenregeling. Volgens hen dwingt het Europese recht ertoe dat ook voor de Nederlandse windturbinenormen een milieubeoordeling moet worden gemaakt. Milieubeoordeling nodig De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt vandaag dat dit inderdaad moet.
De hoogste algemene bestuursrechter heeft daarvoor de Nederlandse windturbinenormen beoordeeld aan de hand van de criteria die het Europese Hof in zijn arrest hanteert. Daarbij is vooral van belang dat de windturbinenormen een plan of programma vormen op grond van een Europese milieurichtlijn. Aan de hand van de uitleg die het Europese Hof hieraan geeft in het Nevele-arrest, is de Afdeling bestuursrechtspraak van oordeel dat het Europese arrest geen ruimte laat voor een andere conclusie dan dat voor de Nederlandse windturbinenormen een milieubeoordeling had moeten worden gemaakt. 2
Deze uitspraak heeft gevolgen voor de RES.
Motivering van het bezwaar Inleiding “De kwaliteit van de uitvoering bepaalt de geloofwaardigheid van de overheid” * Tjeenk Willink Deze uitspraak is uiterst actueel door de toeslagenaffaire. Het betreft niet slechts de uitvoering van operationele processen, maar is primair van belang bij strategische processen waar de RES er één van is en die thans nog in de kinderschoenen staat van de uitvoering. Ook hier geldt dat de uitvoering van de RES de geloofwaardigheid van de overheid bepaalt. Echter aan de basis van de RES ontbreekt bij aanvang al democratische legitimiteit en worden niet alle kosten meegenomen in de beeldvorming en belangenafweging. Hoe kan de uitvoering dan realistisch en succesvol zijn? Dat hierover twijfels zijn, blijkt uit de position paper van de VNG in oktober 2018 onder ‘Opmerkingen VNG bij de begroting van EZK’ waarin gewezen wordt op het feit dat het Klimaatakkoord moet zorgen voor haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie. De door EZK gereserveerde 12,5 miljoen Euro is door de VNG destijds als niet toereikend beoordeeld, nog los van de hoge uitvoeringskosten die gemeenten zien aankomen. We brengen dit anno 2021 graag nog even onder uw aandacht, omdat er niets veranderd lijkt en de kosten eerder lijken toe te nemen. Berekeningen van het PBL in 2020 lijken niet te kloppen.
Die rekende in 2020 voor dat het 22.000 euro kost om een gemiddeld huurhuis all-electric te maken. Een huurhuis op het warmtenet zou 19.000 euro kosten. Woningcorporatie Aedes al snel aan dat PBL fouten had gemaakt in de berekeningen, wat het PBL later ook erkende. Volgens Aedes kost het 50.000 euro om het huurhuis all-electric te maken. Een huis op het warmtenet aansluiten zou op 31.000 euro komen. Bedragen die de gemiddelde burger niet even heeft liggen. Een nieuw debacle gelijk aan de toeslagenaffaire ligt op de loer. Ook nu verzet slechts een enkeling zich tegen het gezamenlijke; want anders lig je er uit. En als het er op aankomt, dan heeft iedereen gedaan wat hij moest doen, is er niet kritisch nagedacht om zich zelf niet in moeilijkheden te brengen, De gevolgen voortkomend uit de vastgestelde RES 1.0 zijn echter vele malen groter dan de Toeslagenaffaire, omdat de RES de gehele Nederlandse bevolking treft en dan niet alleen op financieel gebied waar energiearmoede op de loer ligt, hun landschap verrommeld wordt, maar bovenal hen raakt ten aanzien van de Volksgezondheid. Position paper Tweede Kamer van Dr. P.H. Omtzigt We vragen uw aandacht voor de position paper van Kamerlid Pieter Omtzigt d.d. 7 november 2020 die is opgesteld ten behoeve van de onderzoekscommissie Uitvoeringsdiensten. Hoewel deze gaat over de toeslagenaffaire beschrijft dhr.
Omtzigt een problematiek die op meer terreinen dan de belastingdienst binnen de overheid van toepassing is. Hij beschrijft daarin het manco dat wetten worden opgesteld om orde op zaken te stellen en omgangsvormen te bepalen in bepaalde situaties, waarbij onvoldoende wordt gekeken naar de uitvoering en uitvoerbaarheid (en gevolgen) van deze regels. Wanneer we dit doortrekken naar de RES 1.0 dan is dit specifiek van toepassing op het plannen en gestalte geven van windturbineparken. De RES 1.0 is zo ingericht, qua wet -en regelgeving, dat 3
alles moet wijken om de implementatie van de energietransitie mogelijk te maken. Dit sluit aan op de tendens in de afgelopen jaren in ons politieke systeem om steeds minder aandacht te geven aan de uitvoering en de gevolgen voor de burger en dat is op voorhand al merkbaar. Veel zaken worden net zoals de kinderopvang aan marktpartijen overgelaten en zij zoeken het wel/maar uit met de burger binnen de kaders van de opgestelde wetten. Echter, steeds duidelijker is dat deze wetten en regels niet meer getoetst worden op deugdelijkheid voor de uitvoering. De Raad van State toetst de wetten slechts om te onderzoeken of het bestuursorgaan deze juist heeft toegepast, de burgers staan met de rug tegen de muur. Waar de toeslagenaffaire landelijk gezien over een handvol ouders gaat (zonder de ernstige gevolgen van het beleid voor deze groep te bagatelliseren), raakt de uitvoering van de RES 1.0 alle burgers van Nederland. De gevolgen zullen daarom vele malen groter en ingrijpender zijn. We doelen hiermee op het terrein van Volksgezondheid en te voorspellen energiearmoede. Het gevoel is ontstaan dat uit politieke correctheid de verduurzaming door slaat en er slechts 1, naar nu blijkt duur, spoor wordt ontwikkeld, waar de maatschappij wordt in gefrommeld.
Met het indienen van dit bezwaar subsidiaire zienswijze tegen het besluit tot vaststellen van de RES 1.0 wordt beoogd te voorkomen dat de maatschappij door een ondeugdelijk besluit een energietransitie wordt in gefrommeld en naast het niet voldoen aan het Verdrag van Aarhus, daarmee in strijd is met de artikelen 3:2, 3.4, 3.46 en 3.9 Algemene wet Bestuursrecht (AWB), waarin is bepaald dat het bestuursorgaan: bij de voorbereiding van het besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten vergaart - rechtstreeks de bij het besluit betrokken belangen afweegt, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. - De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen; - Indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, zich ervan dient te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.
4
1. De RES 1.0 voldoet niet aan het Verdrag van Aarhus Op de RES 1.0 is het Verdrag van Aarhus van toepassing. De inhoud van de RES 1.0 kan worden gekwalificeerd als beleid, plan of programma (artikel 7 Verdrag van Aarhus) of zelfs als specifieke handeling (artikel 6 Verdrag van Aarhus). Dat brengt verplichting tot inspraak mee.
Artikel 6. Inspraak in besluiten over specifieke activiteiten 4.
Elke Partij voorziet in vroegtijdige inspraak, wanneer alle opties open zijn en doeltreffende inspraak kan plaatsvinden.
Voor de opgave waar de RES 1.0 voor staat wordt primair gekeken naar de afspraken in het Klimaatakkoord van de tafels Gebouwde Omgeving en Elektriciteit. (Bron: Handleiding RES 1.1, 10 oktober 2019). De RES 1.0.heeft, gelet op artikel 6 lid 4 van het Verdrag van Aarhus geen goed fundament. De democratische legitimatie voor de RES 1.0 ontbreekt. Dit is terug te voeren naar de wijze waarop het klimaatakkoord tot stand is gekomen. De burger staat van begin tot eind buitenspel en de uitslag van de verkiezingen in 2012 en 2017 legitimeert het klimaatbeleid niet. A. Het begin: de Klimaattafels Het klimaatakkoord is niet besluitvormend behandeld in het parlement. De verregaande plannen voor de RES zijn tot stand gekomen aan de Klimaattafels. Aan deze tafels participeerden alleen belanghebbenden die in de gewenste denkrichting opvattingen hebben. Burgers zijn volledig buiten beeld gebleven. Het ging om een selectie van partijen, die (bijvoorbeeld) aan de Klimaattafel Elektriciteit een groot eigenbelang hadden, en nog steeds hebben, bij de subsidies voor de bouw van windparken. Dit beeld wordt versterkt door de volgende concrete voorbeelden: Voorbeeld 1 van buitenspel blijven burgers: De 33 kritische partijen ten aanzien van windenergie, die zich hebben aangemeld voor deze Klimaattafel in februari 2018, verenigd onder de naam NederWind, werden geweigerd zonder opgaaf van redenen.
Dit terwijl zij een alternatief plan zouden presenteren dat precies aan de doelstellingen voldeed. Voorbeeld 2 van buitenspel blijven burgers: Gesteld kan worden dat de RES een afhankelijkheidsrelatie heeft met het omgevingsbeleid. In mei 2019 heeft een publieksconsultatie plaatsgevonden over de Nationale Omgevingsvisie en PlanMer. De publiciteit daarover was heel beperkt. De resultaten gaven geen beeld van enig draagvlak en kunnen zeker niet als representatief worden gezien. Deze publieksconsultatie was uitgezet in de vorm van een enquête, bevatte suggestieve en complexe vragen die behoorlijke voorkennis vereisten welke de gemiddelde burger niet heeft. 5
Voorbeeld 3 van buitenspel blijven burgers: Op 25 december 2020 is aangekondigd dat een internetconsultatie plaatsvindt over de Klimaatwet. De publicatie erover is beperkt en de link ernaar staat goed verborgen op internet. Bovendien in een tijd dat de meeste mensen vakantie of reces hebben. Reacties konden binnen een maand ingediend worden. Er is zelfs sprake van het invoeren van een oorlogseconomie. Het voorstel is om een wet aan te nemen zodat de klimaatcrisis als werkelijke crisis behandeld gaat worden. Naar analogie van de Coronawet kunnen burgers verregaande beperkingen opgelegd worden met de klimaatwet in de hand. Voorgaande argumentatie ook in deze: een en ander is niet gedekt door de uitslag van de verkiezingen en de meeste burgers hebben geen voorkennis om op deze materie te reageren. Waarbij men zich kan afvragen of hier werkelijk sprake van een crisis is. De definitie van een crisis (meervoud: crises) is namelijk een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel (van welke aard dan ook) ernstig verstoord raakt. Met als voorbeelden natuurrampen (de Watersnoodramp), explosies en grote branden (de Vuurwerkramp), transportongevallen (de Bijlmerramp), rellen en ongeregeldheden (tijdens de kroning van Beatrix), terrorisme en gijzelingen (Molukse treinkaping) en economische crises (kredietcrisis).
Deze voorbeelden laten zien dat de burger geen vroegtijdige inspraak heeft op het moment dat alle opties nog open zijn en doeltreffende inspraak kan plaatsvinden. Het Verdrag van Aarhus wordt vanaf het begin genegeerd. Illustratief is het nieuwsbericht waarin de woordvoerder van EZ zegt, dat we nu nog in de fase van de plan- en visievorming zijn en dat participatie pas belangrijk is in de projectfase. We weten allemaal dat participatie in die fase zinloos is. Dan zijn de kaarten al geschud. Juist in de eerdere fase van plan- en visievorming kan het publiek nog een doeltreffende inbreng zoals het Verdrag van Aarhus beoogd hebben. Daarbij kan eveneens gesteld worden dat niet of niet volledig is gehandeld conform Artikel 8, lid 1 en 2 Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB): 1 Het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat, verschaft uit eigen beweging informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen, zodra dat in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering. 2 Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de informatie wordt verschaft in begrijpelijke vorm, op zodanige wijze, dat belanghebbende en belangstellende burgers zoveel mogelijk worden bereikt en op zodanige tijdstippen, dat deze hun inzichten tijdig ter kennis van het bestuursorgaan kunnen brengen.
Binnen de kringen van NP RES en de betrokken overheden> gemeenten, provincies en Waterschappen is erkend dat er richting de burgers onvoldoende over de RES is gecommuniceerd. Om dit te repareren is door het ministerie van EZK extra budget beschikbaar gesteld voor de communicatie richting burgers. Dit heeft er toe geleid dat op zaterdag 1 mei 2021 door de Rijksoverheid een paginagrote advertentie ‘Ruimte voor nieuwe energie. Niet makkelijk wel nodig’ met verwijzing naar de website: iedereendoetwat.nl/res afzender: ‘Iedereen doet wat’ in de dagbladen is geplaatst.
6
B. Aarhus: de burger De burger heeft geen wezenlijke invloed op de ruimtelijke planvorming en het ruimtelijk beleid dat in de Omgevingsvisie en in de RES 1.0 wordt voorgenomen (in strijd met Verdrag van Aarhus). Het verdrag van Aarhus bepaalt dat om recht te kunnen doen gelden en deze plicht te kunnen vervullen, burgers toegang tot informatie, recht op inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter betreffende milieuaangelegenheden moeten hebben. In dit verband is erkennend dat burgers bijstand nodig kunnen hebben om hun rechten uit te oefenen. Het Verdrag van Aarhus bepaalt ook: - reële invloed, zeggenschap van het eerste moment planproces (ook voorstadium) op basis van volledige en volwaardige informatie aan de burger. Zij moeten van alle consequenties op de hoogte gesteld worden. De informatie moet actueel zijn, nauwkeurig en vergelijkbaar. - de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten.
Voorbeeld 4 van buitenspel blijven burgers: In het hele land vindt ten aanzien van de Concept RES en RES 1.0 sturende participatie plaats. Burgers hebben geen bijstand gekregen om hun rechten uit te oefenen, slechts worden ze aan de hand geleid naar een gewenste uitkomst. Zo konden burgers in de meeste zo niet alle gemeentes een online enquête invullen, maar de vragen gingen in de richting van de opzet en invulling van de RES. De keuzes lagen vast en alle vragen zijn gericht op de plaatsing van zonne- en windparken op land: ben je voor kleine of grote windmolens, wil je zonneparken aan de rand van een dorp of midden in een weiland, moeten grote windmolens in het Groene Hart of langs infrastructuren. Alle vormen van voorlichting zijn op deze wijze ingericht, een NEE op de plannen was niet mogelijk of een denkrichting die een andere kant op gaat dan de RES. Burgers mogen wel beroep aantekenen als de plannen concreet worden uitgewerkt in een bestemmingsplan/ omgevingsplan. Dat is een latere fase, waarbij de Rijksstructuurvisie (zie volgende paragraaf) door de Raad van State als toetsingskader wordt gehanteerd. Behoudens vormfouten maken burgers die volgens de regels beroep aantekenen daardoor geen enkele kans. Dit is in strijd met het Verdrag van Aarhus.
C. Burgerberaad en Gedragscode acceptatie en participatie windenergie op land Het burgerberaad en burgerconventie Klimaatcrisis Inmiddels is in grote lagen van de bevolking plus bestuur doorgedrongen dat burgers ruimschoots zijn gepasseerd bij de totstandkoming van de RES 1.0 en rijzen de actiegroepen als paddenstoelen uit de grond. Mensen zien hun leefomgevingen bedreigd door reusachtige windturbines en weilanden vol zonneparken. Veel burgers hadden tot dan toe geen beeld van de RES en ook nu nog is de informatie over het proces ondoorzichtig en moeilijk te vinden. Dit geldt net zo goed voor vele gemeenteraden. Veel raadsleden tasten in het duister en de organisatie wordt in opdracht van de Colleges, overgelaten aan externe ingehuurde of aangenomen projectleiders. Nu lijkt de oplossing in zicht door het instellen van burgerpanels, een initiatief van 7
het CDA met de verkiezingen nabij, waarin 150 door loting aangewezen burgers gaan adviseren over haalbare en betaalbare oplossingen om de doelen van het klimaatakkoord te realiseren. Zo is de politiek ingedekt want er is ‘draagvlak’. In het voorstel tot wijziging klimaatwet 1.5 wordt eenzelfde initiatief beschreven maar heet het burgerconventie. De Tweede Kamer heeft inmiddels via de aangenomen motie Mulder c.s. de regering verzocht “een overzicht voor te bereiden waarin de mogelijkheden van burgerpanels met de voor- en nadelen en de ervaringen in Nederland en in het buitenland worden beschreven”. Een aantal vragen rijzen: hoe kunnen 150 mensen representatief zijn voor de Nederlandse bevolking, wat is de juridische en politieke waarde van de adviezen (als ze niet in het verlengde van de RES liggen kan een en ander genegeerd), wie bepaalt de agenda van het burgerpanel (die agenda zal in het verlengde van de RES liggen, wat op voorhand al voor problemen zal zorgen, kernenergie en niet-van-het-gas-af zijn geen optie), wat te doen met regio’s die door loting niet in het burgerpanel zitten, wat te doen met minder mondige achterbannen die nu ook genegeerd zijn (de praktijk zal zijn, zoals altijd, dat mondige en goed opgeleide burgers deelnemen, ondanks loting, want mensen kunnen weigeren deel te nemen) etc.
Burgerpanels zijn een fopspeen gebleken, net zoals alle participatierondes mosterd na de maaltijd zijn, en dat zal zo blijven. De RES is vanaf de start zo opgesteld dat burgers achter blijven lopen en dit is niet te repareren. Hiermee wordt niet voldaan aan het Verdrag van Aarhus. Gedragscode Ook de recent getekende gedragscode acceptatie en participatie windenergie op land opgesteld en ondertekend door Greenpeace, Milieudefensie, NWEA, Natuur & Milieu, de Natuur- en Milieufederaties, de NLVOW en EnergieSamen, gaat hier niet aan helpen. Hierin wordt gesproken over het zo vroeg mogelijk betrekken van belanghebbenden, maar dit stadium is al voorbij zoals we op verschillende plaatsen in deze position paper beschrijven. Naast regulier communicatie vastgelegd in een participatieplan gaat het om financiële participatie, hetgeen een verplicht onderdeel van de RES is (beiden worden in de vorm van op te richten energiecorporaties gestalte gegeven). Onderzoek onder een groot aantal windparken heeft laten zien dat burgers niets meekrijgen van financiële participatie. Daarbij is het de vraag of dit doekje voor het bloeden compensatie kan bieden voor de gezondheidsproblemen en overlast die inherent zijn aan dit soort grote industriële installaties. De compensatie heeft tot gevolg dat mensen hierover nooit meer kunnen klagen, de parken hangen dan als een molensteen om hun nek.
Ten overvloede herhalen we hier dat omwonenden die met dergelijke megalomane plannen worden geconfronteerd, recht hebben op een NEE, minimaal door een referendum. Een burgerpanel van 150 mensen mag nooit iets te zeggen hebben over alle gebieden in Nederland, dit is een ondoordachte noodgreep. Er is hier geen sprake van doeltreffende inspraak zoals bedoeld in het Verdrag van Aarhus. D. Aarhus: de gemeenteraad Gemeenten en gemeenteraden ontberen de beslisruimte die het Europees Handvest betreffende de Lokale Autonomie voorschrijft. Op grond van de Rijkscoördinatieregeling heeft het rijk doorzettingsmacht bij ruimtelijke plannen. Daarbij wordt wel geschermd met een nationaal belang. Een dergelijk nationaal belang hoeft echter nauwelijks behoorlijk te worden onderbouwd. Controles 8
en afwegingen ontbreken (in tegenstelling tot de situatie bij voorheen de zgn. planologische kernbeslissing). Er ligt geen besluit van het parlement ten grondslag aan een nationaal belang. Ook daar staan de volksvertegenwoordigers in essentie buiten spel. De rijkscoördinatieregeling is in veel gevallen van rechtswege van toepassing, dat houdt in ‘automatisch van toepassing’. Dat is o.a. geregeld in de Elektriciteitswet, Gaswet, Mijnwet, Tracéwet, Waterwet, Wet ruimtelijk ordening (WRO). De WRO regelt dat met betrekking tot rijksstructuurvisies slechts zienswijzen kunnen worden ingediend, maar dat geen beroep kan worden ingesteld. Zogenaamd omdat rijksstructuurvisies slechts de overheid binden die de structuurvisie opstelt. Echter, als gevolg van de doorzettingsmacht van het rijk bevatten rijksstructuurvisies bindende beslissingen waartegen geen beroep open staat voor burgers en gemeenten. De Crisis- en Herstelwet verbiedt gemeenten om beroep aan te tekenen tegen structuurvisies van zogenaamde ‘hogere’ overheden. Die ‘hogere’ overheden overleggen in de regel niet met gemeenten over de plannen voor het grondgebied van die gemeenten, ze kunnen die plannen immers doordrukken. De lokale autonomie van gemeenten wordt door de doorzettingsmacht van de rijkscoördinatieregeling en de Crisis- en Herstelwet ernstig aangetast.
Dit is in strijd met het Europees Handvest Lokale Autonomie (door Nederland en de EU geratificeerd). Het huidige ruimtelijk- en energiebeleid heeft er, met de toepassing van de Crisis- en Herstelwet en de rijks - (en provinciale) coördinatieregeling toe geleid dat grootschalige windmolenparken door het rijk, tegen de wil van de burgers en gemeenten en zonder overleg met en besluitvorming door gemeenteraden zijn doorgedrukt. Het rijk krijgt hierbij hulp van de provincie en door het rijk mede gesubsidieerde organisaties zoals IPO, VNG en Unie van Waterschappen. Deze democratische tekortkomingen zijn schadelijk voor onze democratie, de lokale autonomie en ze ondergraven het draagvlak voor het energie- en klimaatbeleid.
Het hierboven geformuleerde gaat over een top-down benadering, terwijl de RES als een bottomup format gepresenteerd wordt. Echter, in het Klimaatakkoord zijn de colleges tot bevoegd gezag verklaard en staan de gemeenteraden tot aan het moment van formele besluitvorming buitenspel. Door dit besluit geeft het format van de RES de gemeenteraden en burgers geen mogelijkheid om binnen het kader van de zgn. “algemene beginselen van behoorlijk bestuur” te beoordelen of de opgave haalbaar is binnen een voor de gemeente acceptabel budget, en of de eindsituatie acceptabel en betaalbaar zal zijn voor haar burgers. E. Afhankelijkheidsrelatie RES 1.0 en omgevingsbeleid De dwingende sturing vanuit het Rijk aan de decentrale overheden om middels de RES van onderop te komen met een aanbod zonne – en windenergie volgens een strak tijdsschema zorgt ervoor dat het genomen raadsbesluit in strijd is met artikel 3.4 van de AWB. De RES 1.0 is een voorbeeld hoe men verblind raakt door ambities om het Klimaatakkoord te halen en daardoor geen oog meer heeft voor de gevolgen van onze burgers. De bij het besluit rechtstreeks betrokken belangen zijn onvoldoende afgewogen en de nadelige gevolgen van het besluit zijn onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Het besluit raakt niet alleen alle burgers in Nederland maar gelet op het Verdrag van Aarhus ook de toestand van de menselijke gezondheid en veiligheid, de menselijke levensomstandigheden, 9
cultureel waardevolle gebieden en bouwwerken, voor zover deze worden of kunnen worden aangetast door de toestand van de elementen van het milieu of, via deze elementen, door de factoren, activiteiten of maatregelen zijnde factoren, zoals stoffen, energie, geluid en straling, en activiteiten of maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, milieuakkoorden, beleid, wetgeving, plannen en programma's die de elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten binnen het toepassingsgebied van het voorgaande onderdeel a. En kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen gebruikt in milieubesluitvorming. De RES 1.0 gaat hier slechts op hoofdlijnen deels op in waardoor de reikwijdte van de gevolgen van dit besluit tot vaststelling niet zijn te overzien en derhalve ook niet zijn meegenomen in het besluit. Hierdoor is onbekend of de nadelige gevolgen voor een of meer belanghebbenden van dit besluit onevenredig in verhouding zijn tot de met het besluit te dienen doelen (art. 3.4, lid 2 AWB). Integrale afweging landschap ontbreekt De omvang van de landschapsschade blijft in de RES 1.0 onduidelijk voor de burgers van de regio, er dreigt nu versnipperd beleid. Daardoor wordt bestuurders de mogelijkheid onthouden om de RES 1.0 te beoordelen op maatschappelijke acceptatie en op concrete milieueffecten.
Onderzoek daarom de integrale visie van de Rijksadviseur voor het landschap, (Berno Strootman https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/adviezen-publicaties/publicatie/2019/10/17/via-parijs/) zodat plannen met elkaar samenhangen om verrommeling van het landschap te voorkomen. De RES 1.0 besteedt geen aandacht aan het conflict van ruimte-intensieve energie en privaat eigendomsrecht onder dreiging van de Crisis- en Herstelwet. De RES 1.0 gaat ook hier slechts op hoofdlijnen deels op in waardoor de reikwijdte van de gevolgen van dit besluit tot vaststelling niet zijn te overzien en derhalve ook hier niet zijn meegenomen in het besluit. Hierdoor is onbekend of de nadelige gevolgen voor een of meer belanghebbenden van dit besluit onevenredig in verhouding zijn tot de met het besluit te dienen doelen (art. 3.4, lid 2 AWB). Vrijwillige samenwerking Daarnaast zal blijken dat de vrijwillige samenwerking met het Rijk om te komen tot een RES een wankele basis kent. Ook al lijkt het erop dat de vrijwillige samenwerking de maatstaf is (zoals genormeerd door de Wet gemeenschappelijke regelingen), het gehele ingezette proces vanuit het Rijk tot gemeenten kenmerkt zich door een sterk sturend karakter dat ook schuurt met de criteria gesteld in het verdrag van Aarhus.
Net als bij eerdere samenwerkingsverbanden, de GHOR, de Veiligheidsregio en de RUD, die aanvankelijk vrijwillig waren, is de verwachting dat in geval van de RES de samenwerking ook niet vrijwillig zal blijven. De wetgever kan deze vrijblijvende samenwerking achteraf juridisch formaliseren en aanvullen door een lex specialis. Deze lex specialis zal bevoegdheden van de decentrale overheden overdragen aan de nieuwe samenwerkingsverbanden – de RES-regio’s. Zoals bekend vermindert dat de sturingsmogelijkheden van volksvertegenwoordigers en bestuurders van de decentrale overheden, zeker als het Rijk ook nog dwingende normen en doelen gaat toevoegen aan de verplicht vrijwillige samenwerking. Verzet van de Raad van State en de Eerste Kamer heeft in het verleden niet geholpen.
10
Dwang vanuit het Rijk Professor mr. dr. Elzinga keek, naast deze verplicht vrijwillige samenwerking, ook naar andere processen waarmee het Rijk taken bij decentrale overheden heeft neergelegd: er blijkt sprake te zijn van verplichte vrijwilligheid en zeker niet van vrijblijvendheid. Dit uit zich in het dreigen met ministeriële aanwijzingen indien bepaald decentrale overheden weigeren vrijwillig mee te werken op de wijze waarop het Rijk dat heeft bepaald. Zijn conclusie: ‘Op het regionale niveau functioneren geen bestuurlijke organen die direct democratisch gelegitimeerd zijn en dat impliceert dat deze constructie voor vakdepartementen interessant is. In naam blijft er een koppeling aan gemeente, provincie en waterschap, in de praktijk is er een hoge mate van nationale sturing. Het Rijk zal proberen EU-boetes door te zetten naar gemeenten, andere decentrale overheden en gemeenschappelijke regelingen. Hierdoor is een democratische tekortkoming gerealiseerd die zijn weerga niet kent. Crisis- en Herstelwet (CHW) vervalt in 2021 De Crisis- en Herstelwet (CHW) vervalt in 2021 en wordt onderdeel van de nieuwe Omgevingswet.
De recent gewijzigde CHW kent een aantal stappen, zoals het opstellen van een structuurvisie waarmee allerlei (lagere) overheden moeten instemmen en die een plaatselijke MER uitsluit als ook een aantal relevante wetgevingen omzeilt (zoals de wet geluidhinder, warmtewet en wet luchtverontreiniging). Ook kunnen projectontwikkelaars om verkorte procedures verzoeken en dat is mogelijk omdat door de wijzigingen in de CHW projecten versneld, maar bijvoorbeeld over een langere looptijd, uitgevoerd kunnen worden. Nog meer voorbeelden van burgers buiten spel De CHW biedt mogelijkheden om burgers en decentrale overheden buitenspel te zetten, ik noem twee voorbeelden, waarbij in de eerste een gemeente buitenspel is gezet en in het tweede voorbeeld burgers de dupe kunnen worden: 1. De Raad van State heeft de beroepen van de gemeentebesturen van Urk en Lemsterland tegen het Rijksinpassingsplan ‘Windenergie langs de dijken van de Noordoostpolder’ niet ontvankelijk verklaard. Het plan valt onder de CHW. Daarom hadden de gemeenten Urk en Lemsterland niet de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen het Rijksinpassingsplan en de vergunning. 2. Inzake de Warmtevisie kan een Nederlandse woningeigenaar, die al op aardgas is aangesloten op grond van de Gaswet zijn aansluiting behouden. Alleen voor nieuwbouw wordt sinds 1 juli 2018 een uitzondering gemaakt.
Dit gasrecht zal op termijn worden vervangen door een ‘warmterecht’, maar dat moet eerst nog door de Tweede en Eerste Kamer worden bekrachtigd. De gewijzigde CHW biedt gemeentes de mogelijkheid om bij wijze van experiment af te wijken van de Gaswet, waardoor gasaansluitingen in een bepaald gebied verplicht kunnen worden afgekoppeld. Daar is een wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet voor nodig. Dat traject vergt wel de nodige tijd omdat het ontwerpbesluit ook nog moet worden voorgelegd aan de beide Kamers en aan de Afdeling advisering van de Raad van State. De onsympathieke term ‘gasklevers’ om burgers te duiden die niet de wens hebben om van het gas af te gaan heeft inmiddels zijn intrede gedaan. Er zijn meer voorbeelden waarbij de Crisis- en Herstelwet en ook de Rijks- (en provinciale) coördinatieregeling (een aanwijzing door de minister) gebruikt zijn om grootschalige windparken door het Rijk, tegen de wil van de burgers en gemeenten en zonder overleg met en besluitvorming door gemeenteraden door te drukken. Zoals 11
bij de Veenkoloniën. Het Rijk krijgt hierbij hulp, zoals hiervoor al aangegeven, van de provincie en door het Rijk mede gesubsidieerde organisaties zoals IPO, VNG en Unie van Waterschappen. Democratische tekortkoming Klimaatakkoord Alle dwingende sturing is des te meer opmerkelijk aangezien het Klimaatakkoord niet besluitvormend door het parlement is behandeld, noch akkoord is bevonden door Milieudefensie, FNV en Greenpeace. Deze democratische tekortkomingen zijn schadelijk voor onze democratie, de lokale autonomie en ze ondergraven het draagvlak voor het energie- en klimaatbeleid. Zie ook hier, gelijkend aan de toeslagenaffaire, een overheid die geen aandacht heeft voor de positie van haar burgers en het gebrek aan rechtsbescherming. Een gang naar de Raad van State heeft tot nog toe weinig voor burgers opgeleverd wanneer hun leefomgeving ernstig wordt aangetast door plannen voor windturbine- of zonneparken. Echter, steeds duidelijker is dat de daarbij behorende wetten en regels niet meer getoetst worden op deugdelijkheid voor de uitvoering. De Raad van State toetst de wetten slechts om te onderzoeken of het bestuursorgaan deze juist heeft toegepast. Een groter debacle ligt voor de politiek en overheid op de plank.
INTERESSANTE UITSPRAAK Marcel Boogers, bestuurskundige aan de Universiteit van Twente, is zeer kritisch over de manier waarop de RES’en, de ingrijpendste ruimtelijke plannen sinds jaren, tot stand zijn gekomen. Hij hekelt de constructie waarbij gemeenten, provincies en waterschappen samen energieregio’s vormen. ‘In gewoon regionaal bestuur is het duidelijk wie welke rol heeft, wie verantwoording moet afleggen aan wie. In deze regio’s niet. Er is voor deze manier van besturen geen wettelijke basis. De procedure staat alleen in het Energieakkoord beschreven.’ Er is geen bestuurslaag aan te wijzen die de verantwoordelijkheid heeft, en dus is niet duidelijk ‘wie het de burger gaat uitleggen’ dat die windmolen in zijn achtertuin komt. Dit is wel een risico voor de democratische rechtsstaat. Het is voor niemand te achterhalen hoe de besluitvorming tot stand is gekomen. Zie: https://www.Volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/waar-precies-komen-straks-de-windmolens-enzonneparken-voor-de-energietransitie~bca6d98e/
Samenvatting Verdrag van Aarhus Verdrag van Aarhus Het verdrag van Aarhus bepaalt dat om recht te kunnen doen gelden en deze plicht te kunnen vervullen, burgers toegang tot informatie, recht op inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden moeten hebben. In dit verband is erkend dat burgers bijstand nodig kunnen hebben om hun rechten uit te oefenen. Het Verdrag van Aarhus bepaalt ook: - reële invloed, zeggenschap van het eerste moment planproces (ook voorstadium) op basis van volledige en volwaardige informatie aan de burger. Zij moeten van alle consequenties op de hoogte gesteld worden. De informatie moet actueel zijn, nauwkeurig en vergelijkbaar. - de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten. 12
Burgerparticipatieproces Aan burgers is onvoldoende ruimte gegeven om te participeren in het proces dat de RES 1.0 moet ondersteunen. Zij hebben onvoldoende gebruik kunnen maken van hun recht van inspraak op de besluitvorming, in plaats daarvan is gebruik gemaakt van een enquête met sturende vragen en slechts uitleg over de plannen. De avonden gehouden ten aanzien van de ontwikkeling van de Warmtevisie zijn niet anders verlopen. Ook daar is opgemerkt dat er te sturend werd opgetreden naar een oplossing in de vorm van warmtenetten en geothermie. Voorafgaand aan het proces burgerparticipatie is onvoldoende aandacht besteed aan reële invloed, zeggenschap van het eerste moment planproces (ook voorstadium) op basis van volledige en volwaardige informatie aan de burger. Zij zijn onvoldoende van alle consequenties op de hoogte gesteld. De informatie moet daarbij actueel zijn, nauwkeurig en vergelijkbaar. In het geval van het RES 1.0 is alleen uitgegaan van het willen plaatsen van wind- en zonneparken.
Informeren over alle consequenties In de RES 1.0 is onvoldoende aandacht besteed aan alle consequenties die dit concept-aanbod heeft op de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten. Voldoet niet aan artikel 3.4 AWB Het genomen raadsbesluit is in strijd met artikel 3.4 van de AWB. De RES 1.0 is een voorbeeld hoe men verblind raakt door ambities om het Klimaatakkoord te halen en daardoor geen oog meer heeft voor de gevolgen van onze inwoners. De bij het besluit rechtstreeks betrokken belangen zijn onvoldoende afgewogen en de nadelige gevolgen van het besluit zijn onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Conclusie De RES 1.0 voldoet niet aan het Verdrag van Aarhus waar het vroegtijdige inspraak betreft, wanneer alle opties open zijn en doeltreffende inspraak kan plaatsvinden. Er heeft onvoldoende, enkel zwaar sturende burgerparticipatie plaatsgevonden naar een gewenst resultaat. De RES 1.0 is in strijd met artikel 3.4 en 3.9 AWB.
De bij het besluit rechtstreeks betrokken belangen zijn onvoldoende afgewogen en de nadelige gevolgen van het besluit zijn onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Nu de uit de RES voortvloeiende uitvoeringsplannen meer onder de aandacht komen van de burgers neemt het verzet en de ontgoocheling onder burgers daarover toe. Zij herkennen zich niet in het resultaat. Het thans doorlopen proces om te komen tot de RES 1.0 voldoet niet aan het gestelde in artikel 8 WOB. Er is onvoldoende informatie uit eigen beweging verstrekt op het moment dat dit in het belang is van een goede democratische bestuursvoering. 13
2. Schenden EU richtlijnen door ontbreken MER 2.1.1 EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU Ook brengen wij u onder de aandacht de EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en hierboven reeds opgenomen het verdrag van Aarhus, welke handelen over respectievelijk de onderzoekplicht vooraf en verplichte burgerparticipatie in een vroegtijdig stadium en de hierop betrekking hebbende uitspraak van 25 juni 2020 van het Hof van Justitie van de EU. Deze worden allemaal met voeten getreden binnen het programma RES hetgeen niet toegestaan is. Nu u er mee bekend bent vragen wij u uw verantwoordelijkheid te nemen vanuit uw rol en betrokkenheid binnen het RES programma. Sterker nog dit moet. Wij lichten dit nader toe aan het college van B&W, de burgemeester in het bijzonder en de gemeenteraad.
De RES (zo ook concept RES en de RES1.0) is een programma (in het kader van vorenstaande richtlijnen en verdrag); Het feit dat dit programma (nog) geen wettelijke basis heeft en tot stand komt door (vooralsnog) informele, onverplichte samenwerking tussen decentrale overheden, maar dit geen verschil maakt voor het Verdrag van Aarhus en daarmee de RES een programma doet zijn in de zin van dit verdrag; De betrokken overheden door ‘hun’ (concept RES, deze RES1.0 en uiteindelijk definitieve versie van de) RES vast te stellen, zich ook committeren aan de uitvoering ervan en dat voor de uitoefening van hun wettelijke bevoegdheden (vaststellen omgevingsvisie, omgevingsplan, instrumenten omgevingswet etc.) de RES dan leidend zal zijn; De verplichtingen van het Verdrag van Aarhus zijn opgenomen in het Unierecht en dat Nederland (Apeldoorn) ook partij is bij dit verdrag; Informatie conform het Verdrag van Aarhus actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar moet zijn, daar waar in de concept RES en RES1.0 alleen is uitgegaan van het willen plaatsen van wind- en zonneparken; In de concept RES en RES1.0 onvoldoende aandacht, eigenlijk geen aandacht is besteed aan alle consequenties die dit concept-aanbod heeft op zoals het Verdrag van Aarhus stelt: de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de
levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten; Het nalaten van de participatieplicht handelen in strijd met het verdrag en de richtlijn van de EU oplevert; De SMB richtlijn van de EU voorschrijft dat aan het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling een gedegen effectenonderzoek ten grondslag moet liggen waarvoor deze richtlijn criteria geeft; Het nalaten daarvan handelen in strijd met het Unierecht oplevert, welke doorwerkt in de (instrumenten voor) de omgevingswet, inpassingsplannen, bestemmingsplannen en vernietigbare, c.q. nietige omgevingsvergunningen tot gevolg heeft; Dit alles betekend dat het beginsel van Unietrouw een grondbeginsel is van de EU waartoe op grond van het EU verdrag het college, de raad en de burgemeester ieder voor zich toe verplicht zijn deze toe passen en te handelen in overeenstemming met het Unierecht. 14
De besluitvormingsprocessen in de energietransitie hadden moeten plaatsvinden naar EU recht. De Nederlandse overheden, zo ook u hebben nagelaten de SMB richtlijn van de EU inzake voorafgaand onderzoek - dus vooraf aan het activiteitenbesluit - en volwaardige burgerparticipatie vooraf aan de besluitvorming uit te voeren. Nu er een EU arrest is dat zich hierover helder uitspreekt komt ook expliciet (echter niet alleen) de rol van de burgemeester in beeld om dat te herstellen. De burgemeester komt immers een bijzondere verantwoordelijkheid toe dat besluitvormingsprocessen juridisch in orde zijn. En dat er behoorlijk wordt bestuurd. En dat (170 lid 1 onder c Gemeentewet) de burgerparticipatie kwaliteit heeft. De burgemeester heeft daardoor ook een taak en plicht het EU beginsel van Unietrouw in praktijk te brengen. Over Unietrouw, gelet op het in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde beginsel van de loyale samenwerking (zie het arrest EU arrest van 25 juni 2020, paragraaf 83) is het college en de burgemeester - als in deze de bevoegde nationale autoriteit verplicht om alle noodzakelijke maatregelen te treffen om het verzuim van een milieubeoordeling voorafgaand aan het vaststellen van het Activiteitenbesluit te herstellen. Dit houdt concreet in: 1.
Dat de onderdelen van het Inpassingsplan die verwijzen naar, dan wel gebaseerd zijn op, het Activiteitenbesluit, in het bijzonder als ze betrekking hebben op geluid, slagschaduw en externe veiligheid, niet rechtsgeldig zijn en derhalve buiten toepassing moeten blijven, en 2. Dat het college voor wat betreft diezelfde onderdelen, in het bijzonder als ze betrekking hebben op geluid, slagschaduw en externe veiligheid, pas nieuwe vergunningen kunt verlenen, indien deze zijn gebaseerd op een Activiteitenbesluit dat anders dan het huidige Besluit, wel in overeenstemming met de SMB-richtlijn is vastgesteld. Conclusie Wij stellen ons op het standpunt dat het college van B&W, in het bijzonder de burgemeester en uiteindelijk de raad met de concept RES en de RES1.0 handelt in strijd met De EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en het verdrag van Aarhus. Wij stellen ons op het standpunt dat u alleen hierom het proces van de RES1.0 per direct dient te stoppen, de concept RES dient te vernietigen en het proces opnieuw dient op te starten in lijn met alle wet- en regelgeving, zo ook De EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en het verdrag van Aarhus.
Wij wijzen u er ook op dat het Hof van Justitie van de Europese Unie te Luxemburg op 25 juni 2020 in de zaak Aalter en Nevele (ECLI:EU:2020:503) opnieuw en verstrekkender heeft uitgemaakt dat plannen en programma's (waaronder windturbines) met aanzienlijke milieugevolgen op straffe van nietigheid vooraf plan-m.e.r. getoetst dienen te worden. U heeft ook hierin niet voorzien in de RES1.0.
2.1.2 RES : M.E.R plichtig en ontbreekt Een plan-MER is strategisch van aard en wordt opgesteld voor structuurvisies en ruimtelijke plannen. In een plan-MER staat de vraag centraal ‘waarom deze activiteiten op deze locatie?’ en worden verschillende alternatieve locaties tegen elkaar afgezet. Bij structuurvisies is een planMER verplicht. De RES verschilt niet veel van een structuurvisie, immers er worden locaties voor wind – en zonne-energie en locaties voor geothermie aangewezen als zoeklocaties dan wel als 15
potentieel ontwikkelingsgebied daarvoor of locaties uitgesloten. Een plan-MER ontbreekt bij de RES 1.0. Daarbij heeft het Hof zich uitgesproken over de uitlegging van de SMB-richtlijn 2001/42 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s in Vlaanderen. Dit arrest sluit naadloos aan op de conclusie in deze zaak van advocaat-generaal M. Campos Sánchez-Bordona bij het Hof van 3 maart 2020 (HvJ EU, 03-032020, nr C-24/19, ECLI:EU:C:2020:143). Het Hof heeft in deze uitspraak belangrijke verduidelijkingen verstrekt over de maatregelen waarvoor de bij deze richtlijn voorgeschreven beoordeling moet worden uitgevoerd en over de gevolgen van het ontbreken van die beoordeling, dit mede gericht op de bescherming van de gezondheid van de mens. Inmiddels is deze ‘draai om de oren’ van bestuurders reden dat deze kwestie tot op minister-niveau prioriteit krijgt.
Samengevat: als u een vergunning afgeeft of minimaal hieraan uw medewerking verleent in welke vorm dan ook – wat u fanatiek van plan bent – tot het plaatsen van een windturbine of windturbines en u niet vooraf – op Europese voorschriften vereiste wijze – onderzocht heeft of de windturbines concreet schade veroorzaken aan de gezondheid van de aldaar wonende bewoners (binnen de bovengenoemde straal van tenminste 10 maal de tiphoogte), dan is een eventueel afgegeven omgevingsvergunning voor de bouw van zo’n windturbine onrechtmatig afgegeven en bent u mede aansprakelijk, omdat u medewerking heeft verleend aan de betreffende plaatsing. De vigerende jurisprudentie van de Raad van State op dit punt – met name kenbaar uit onderdeel 29 en volgende (inzake D'Oultremont - zie ECLI:NL:RVS:2019:1064) is daarmee definitief in een ander daglicht komen te staan. De SMB-richtlijn ziet op plannen en programma’s, alsook de wijzigingen daarvan, die door een instantie van een lidstaat worden opgesteld of vastgesteld, voor zover zij door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen zijn voorgeschreven. Het bereik daarvan dient ruim te worden uitgelegd.
Hier te lande hebben wij het op het punt van windturbines dan met name over de normen, kaders en voorschriften uit de Activiteitenregeling en het Activiteitenbesluit, alsmede besluiten die hieraan ten grondslag liggen of op enig moment ten grondslag kunnen komen te liggen in bijvoorbeeld de omgevingswet. De richtlijn stelt bovendien de verplichting om een bepaald plan of programma voorafgaand – bij de voorbereiding en vóór de vaststelling – aan de toepassing daarvan aan een uitgebreide en gedegen milieubeoordeling (inclusief gezondheidsschade) te onderwerpen, afhankelijk van de voorwaarde dat het gaat om een plan of programma dat aanzienlijke milieueffecten kan hebben. De richtlijn beoogt een hoog milieubeschermingsniveau te waarborgen en de kwaliteit van het milieu te verbeteren. Dat volgt ook uit Verdragen en uit artikel 37 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dat is bovendien in overeenstemming met de internationale verbintenissen van de Unie (zoals Espoo van 26 februari 1991). De omstandigheid dat een nationale handeling een zeker niveau van abstractie vertoont en een doel van transformatie van een geografische zone nastreeft, vormt een illustratie van haar programmatische of planificatieve dimensie en verhindert niet dat zij valt onder het begrip ‘plannen en programma’s’.
Voor de vraag of bedoelde handeling of handelingen het kader vormen voor toekomstige vergunningen voor projecten verwijst het Hof naar elke handeling die, door vaststelling op de betrokken sector toepasselijke regels en controleprocedures, een (kwalitatief) groot pakket criteria en modaliteiten vaststelt voor de goedkeuring en de uitvoering van één of meerdere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben, zoals slagschaduw, veiligheidsvoorschriften 16
en geluidsemissies. Dat is hier te lande niet anders. De projecten die vallen onder onze nationale regelgeving hebben ook onmiskenbaar gevolgen voor het milieu. De woordgroep ‘(…) die het kader voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor (…) projecten’ in artikel 3 lid 2 onder a van de richtlijn bevat bovendien geen enkele verwijzing naar het nationale recht en vormt dus een autonoom Unierechtelijk begrip dat op het grondgebied van de Unie uniform moet worden uitgelegd. Die uitleg van het Hof laat in niet mis te verstane bewoordingen bepaald weinig ruimte voor de andere eigen uitleg van de Raad van State alhier. Die uitleg van de Raad van State is dus onjuist en te beperkt. Ook de door het Hof getoetste regels bevatten immers geen (directe) koppeling met één of meer concrete projecten. Dat is dus geen voorwaarde. De Hofuitspraken en de Europese verplichtingen dienen dan ook onverkort te worden nageleefd. De regels bevatten niet alleen beginselverplichtingen, maar hebben eveneens betrekking op en relatie met concrete projecten. Het is ook onmogelijk een project of het voornemen daartoe los te zien van de toetsing aan de hier te lande algemeen geldende regels.
2.1.3 Nog meer MER-plichtig Het voorgaande betekent dat ook de algemene regels - zoals Activiteitenbesluit, Activiteitenregeling en zaken die onlosmakend verbonden zijn met de omgevingswet of dat op enig moment worden - M.E.R.-plichtig zijn en als dat achterwege is gelaten - wat in casu het geval is dat alsnog zal hebben plaats te vinden. Een lidstaat moet alle noodzakelijke maatregelen treffen om het ontbreken van een M.E.R. te herstellen. De SMB-richtlijn heeft net als de M.E.R.-richtlijn een ruime werkingssfeer die niet zomaar met nationale bepalingen ingeperkt kan worden. In het kader van uniforme toepassing van het Unierecht dient derhalve nietigverklaring of vernietiging van de verleende vergunningen plaats te vinden, ook indien blijkt dat de uitvoering van het winturbine(park)project al is gestart of al is afgerond. Die vergunningen zijn immers onwettig. Vroeger golden alleen Nederlandse wetten. Nu wij lid van Europa zijn, gaat het anders. Europa maakt een nieuwe rechtsorde met eigen wetten en die wetten hebben voorrang op het recht van de lidstaten. Er komt steeds meer zogenaamd Unierecht en dat werkt rechtstreeks door in de Nederlandse rechtsorde. Dit Unierecht schept rechten en plichten voor Nederlandse burgers, het bindt Nederlandse overheidsorganen en het Unierecht kan in zaken die dienen voor de Nederlandse rechters worden ingeroepen.
In de hiervoor genoemde jurisprudentie is door Europa bepaald dat wanneer je een windturbine plaatst of zelfs voornemend bent de plaatsing ervan te faciliteren en voornemend bent medewerking te willen verlenen, je verplicht bent vooraf (dit geldt zowel voor de overheid als voor de betrokken investeerder) concreet te onderzoeken of omwonenden onder andere gezondheidsschade ondervinden. Nederland slaat dit hoofdstuk over. Doe je dat onderzoek niet, dan is de vergunning maar ook overige documenten, besluiten, voornemens en al zo meer, ondeugdelijk tot stand gekomen en handel en je dus onrechtmatig als exploitant en ook degenen die op een of andere wijze medewerking hebben verleend aan de totstandkoming en exploitatie van de windturbines, waaronder u als vergunningverlener en beleidsbepaler / opsteller.
17
2.1.4 Burgers onvoldoende beschermd Wij stellen ons op het standpunt dat Nederland zodanige regelgeving heeft dat die geen enkele maatstaf bevat die burgers daadwerkelijk beschermt tegen hele wezenlijke gevaren, zoals gezondheidsschade. Ook rechters in Nederland kijken de andere kant uit als het gaat om de rechtsbescherming. Alleen – zo is onze stelling – dit zijn achterhoede gevechten. Meer en meer wordt duidelijk hoe gezondheid schadende windturbines zijn voor omwonenden en de Nederlandse overheid en rechters kunnen – gezien het Europese recht en de grote belangen in de persoonlijke levenssfeer – niet meer vrijbrieven blijven afgeven aan windturbine bouwers en exploitanten of zelfs maar hun medewerking hieraan te verlenen, hieronder ook rekenend het mogelijk maken ter plaatse middels beleid, besluiten, bestemmingsplannen en alzo meer. Inmiddels is door DEI (Democratisch Energie Initiatief) een rapport aangeboden aan autoriteiten onder de titel “Voorkom het windturbinesyndroom”. In het rapport wordt vastgesteld dat de overheid in Nederland stelselmatig haar voorzorgplicht (zie artikel 21 en 22 van de Grondwet) heeft verzaakt bij de planvorming en bouw van windturbineparken en aanverwante industriële installaties. Bewust worden de EU- beschermingsrichtlijnen door de Nederlandse bestuursorganen en rechterlijke macht ontkend.
Polarisatie In het onlangs gehouden webinar, georganiseerd door RVO, RIVM en de GGD is het wijzen op de mogelijke effecten van windturbines op de gezondheid geduid als oorzaak van een polarisatie gaande in de samenleving. Kijken we sec naar de betekenis van polarisatie betekent dit een proces waarbij de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving sterker worden, waardoor groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Deze polarisatie vindt zijn weg door het jarenlang negeren van dergelijke signalen en de wijze waarop met het dossier windenergie door de overheid wordt omgegaan. De oorsprong daarvan ligt grotendeels bij de Rijkscoördinatieregeling (verder te noemen RCR) en wordt in de evaluatie van deze RCR ook benoemd: De toepassing van de RCR is eigenlijk niet nodig Wanneer een initiatief ook zonder inzet van de RCR gerealiseerd kan worden (er is draagvlak, voldoende realisatiekracht en het is niet te complex) dan is de RCR dus eigenlijk niet nodig. Tegelijkertijd bestaat de kans dat inzet van de regeling juist contraproductieve krachten of argwaan losmaakt bij de regionale overheden. Toepassing leidt tot vergroting van risico’s Wanneer er maatschappelijke en/of bestuurlijke discussie is over nut en noodzaak van een initiatief, dan versterkt inzet van de RCR de politisering van de kwestie. De inzet van de regeling wordt gezien als een machtsgreep van het Rijk.
Wanneer vervolgens in een dergelijk gepolitiseerd veld te weinig ruimte is voor bestuurlijk overleg, afruil van belangen, politieke escalatie naar de minister (nu is er vaak meer contact met Tweede Kamerleden van de oppositie dan met de minister) en er ook nog eens wordt geopereerd volgens de bureaucratische rationaliteit, dan werkt de regeling als olie op het vuur. Bron: AEF: Eindrapportage evaluatie RCR, 4 november 2016 18
Om polarisatie te depolariseren dient naar elkaar geluisterd te worden en elkaars belangen gerespecteerd te worden. Dit rapport van DEI over de medische gevolgen dient daarom als eerste aanzet mede het doel dat het voorzorgsprincipe een sterkere positie kan krijgen. Met het rapport “Voorkom windturbine syndroom” heeft DEI de medische informatie ten nutte van een verbeterde besluitvorming gebundeld en bruikbaar gemaakt als input voor het daadwerkelijk uitvoeren van het voorzorgsprincipe, zoals deze voor de overheid is vastgelegd in de Grondwet, internationale verdragen en EU-richtlijnen. Wie (in dit geval geïnformeerd en dus willens en wetens) het risico neemt gezondheidsschade te veroorzaken bij zijn medemens, of u als overheid bij uw burgers, maakt zich schadeplichtig. Dit is de stelling van vele juristen. Dit rapport heeft ook de functie de aanzet te geven de bewijsvoering daarvoor op een hoger niveau te brengen. Van belang is dat het besef bij bestuursorganen (en rechtspraak) doordringt dat schade toegebracht wordt aan de volksgezondheid door het achterwege blijven van het niet volgen van de juiste EU-richtlijnen en het Verdrag van Aarhus. Hoe ernstig de situatie is, moge ook afgeleid worden uit het feit dat zojuist door minister Bas van ’t Wout van Economische Zaken en Klimaat mr. Alex Brenninkmeijer aangesteld is als voorzitter van een onafhankelijke expertcommissie.
Deze commissie van negen deskundigen gaat onderzoeken hoe burgers beter bij de energietransitie betrokken kunnen worden. Dit initiatief is een pleister op een wonde waarbij een poging wordt ondernomen het Verdrag van Aarhus alsnog te concretiseren, dat stelselmatig door Nederlandse bestuurders en rechtspraak genegeerd wordt zoals wij u reeds hebben aangegeven. Opvalt dat ook bij de Raad van State inmiddels twijfel is ontstaan omtrent haar opvattingen. Naar aanleiding van bovengenoemde uitspraak van het Hof heeft de Raad van State zeer recent aanleiding gezien om over het standpunt van het Hof expliciet vragen te stellen aan partijen in lopende bodemprocedures, met verzoek daarover uiterlijk 31 januari 2021 een vijftal vragen te beantwoorden, waarna een datum voor mondelinge behandeling zal volgen. In het licht van de vaste en steeds verder aangescherpte rechtspraak van het Europese Hof is aannemelijk dat de vaste rechtspraak van de Raad van State op dit punt niet langer houdbaar is, want rechtstreeks in strijd met het Europese recht. Reeds voor aanvang van het werk van de commissie constateert mr. Brenninkmeijer al dat burgers veel eerder bij klimaatplannen betrokken moeten worden.