1 B7 Toelichting Bijlage 7 geuronderzoek
Tekst van het document
Geurhinder uit dierverblijven behorende bij veehouderij bedrijven Inleiding De Wet geurhinder en veehouderij vormt in eerste instantie het wettelijk kader voor de beoordeling van geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een inrichting ten behoeve van een veehouderij. De Wet geurhinder en veehouderij geeft hiervoor geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van (geprojecteerde) veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij heeft op twee wijzen betrekking op ruimtelijke procedures. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. In het plangebied bevinden zich geen veehouderijen en worden geen veehouderijen toegelaten. De woning Wellsmeer 1a zal worden geamoveerd van de overige geurgevoelige objecten in het plangebied blijft de bestemming ongewijzigd. In de energieboulevard wordt een bezoekerscentrum toegelaten en bedrijven waarvan de gebouwen een geurgevoelig object als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij kunnen zijn.
Toetsingskader Goed woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet onderzocht worden of ter plaatse van de geurgevoelige objecten een goed woon- en leefklimaat is gegarandeerd. Voorgrondbelasting De geurgevoelige objecten worden toegelaten binnen concentratiegebiedoncentratiegebied Zuid als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet en buiten de bebouwde kom. De gemeenteraad van Bergen L heeft een verordening als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet geurhinder en veehouderij vastgesteld. Voor de Energieboulevard in de Verordening geurhinder en veehouderij 2007 geen afwijkende norm vastgesteld. De maximale voorgrondgeurbelasting bedraagt op grond van 3 artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet geurhinder en veehouderij 14,0 [OUE/m (P98)]. Vaste afstanden Op grond van het gestelde in artikel 4, eerste lid, van de Wet geurhinder en veehouderij moet de afstand tot (de emissiepunten) van een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld ten minste 50 meter bedragen. Op grond van het gestelde in het tweede lid gelden voor pelsdieren afwijkende normen. Op grond van het gestelde in artikel 5, eerste lid, van de Wet geurhinder en veehouderij moet de afstand tot de buitenzijde van dierenverblijven ten minste 25 meter bedragen.
Wijze van onderzoek De achtergrondgeurbelasting is bepaald met het verspreidingsmodel V-Stacks-gebied. In V-Stacks-gebied is gerekend met een nauwkeurigheid van 20 %. Dit komt overeen met de nauwkeurigheid waarmee in V-Stacksvergunning wordt gerekend. Veehouderijen zijn in de berekening meegenomen tot een afstand van 2000 meter. Buiten deze afstand liggen geen veehouderijbedrijven met een zo hoge emissie in relatie met de afstand tot het Energielandgoed dat deze emissie invloed heeft op de achtergrondgeurbelasting ter plaatse van de Energieboulevard.
De geuremissie is berekend aan de hand van de vergunde aantal dieren en huisvestingssystemen per inrichting en de bijhorende geuremissiefactoren uit de Regeling geurhinder en veehouderij. Bij veehouderij-inrichtingen in Duitsland is uitgegaan van traditionele huisvestingssystemen. De V-Stacks-invoerbestanden kunnen worden opgevraagd bij de gemeente Bergen L. Resultaten Alleen de oostzijde van de Energieboulevard ligt binnen een afstand van 2000 meter van veehouderijinrichtingen waar dieren worden gehouden waarvoor geuremissie factoren zijn vastgesteld. De 3 berekende achtergrondgeurbelasting bedraagt hier 0,9 [OUE/m (P98)]. De maximale 3 voorgrondbelasting bedraagt derhalve 0,9 [OUE/m (P98)]. Volgens tabel A uit bijlage 6 van de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij komt een 3 achtergrondbelasting van 1,0 [OUE/m (P98)] overeen met 2 % door geur gehinderde in een concentratiegebied. Volgens de RIVM-milieukwaliteitscriteria zoals verwoord in bijlage 7 van de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij komt dit overeen met een zeer goede milieukwaliteit. Volgens tabel B uit bijlage 6 van de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij komt een 3 voorgrondbelasting van 1,0 [OUE/m (P98)] eveneens overeen met 4 % door geur gehinderde in een concentratiegebied. Ook voor de voorgrondbelasting is sprake van een zeer goede milieukwaliteit.
Gelet op bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de huidige geurbelasting ter plaatse van de geurgevoelige objecten niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het plan is in zoverre niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Vaste afstanden De Energieboulevard is geprojecteerd op een afstand van meer dan 1500 meter van bouwblokken van veehouderijbedrijven. In de omgeving bevinden zich geen pelsdierhouderijen. Aan de ‘vaste afstandsnormen bij en krachtens artikel 4 en 5 van de Wet geurhinder en veehouderij is ruim voldaan. Belangenafweging Ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming moet worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Het plangebied is omringd door bestaande geurgevoelige objecten (burgerwoningen) met een 3 geurblastingstingsnorm van 3,0 [OUE/m ]. Reeds hierdoor kan geconcludeerd dat omliggende veehouderijen door de voorgenomen splitsing niet in hun belangen worden geschaad. Conclusie Geurhinder veroorzaakt door tot veehouderij behorende dierverblijven vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.