1 B2 Toelichting Bijlage 2 MER
Tekst van het document
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
54
om de effecten te kwantificeren, is de beschrijving kwalitatief. De effecten zijn per milieuaspect beoordeeld aan de hand van de criteria in het voorgaande beoordelingskader.
Schaal voor effectbeoordeling Om de effecten van de inrichtingsalternatieven per aspect te kunnen vergelijken, worden deze op basis van een + / - schaal beoordeeld ten opzichte van de referentievariant. Hiervoor wordt de beoordelingsschaal gebruikt, zoals weergegeven in Tabel 5.2. De beoordeling wordt gemotiveerd. Tabel 5.2 Beoordelingsschaal Score
Oordeel ten opzichte van de referentiesituatie
--
Negatief
Het voornemen leidt tot een sterk merkbare negatieve verandering
-
Licht negatief
Het voornemen leidt tot een merkbare negatieve verandering
0
Neutraal
Het voornemen onderscheidt zich niet van de referentiesituatie
+
Licht positief
Het voornemen leidt tot een merkbare positieve verandering
++
Positief
Het voornemen leidt tot een sterk merkbare positieve verandering
Bij de beoordelingen kan een nuancering op bovenstaande 5 punten-schaal worden aangebracht door middel van een combinatie van de beoordelingspunten. Zo kan een zeer gering merkbare verandering worden aangeduid als een -/0 of een 0/+ score beoordeling. Dit zal bij toepassing per te beoordelen aspecten worden toegelicht.
Leemten in kennis en evaluatie In hoofdstuk 18 is aangegeven welke leemten in kennis er zijn geconstateerd en wat hun betekenis is voor de besluitvorming. Voor leemten in kennis die van belangrijke betekenis zijn, wordt een monitoring programma opgesteld waarmee kan worden bepaald of de gemeten effecten overeenkomen met de in het MER voorspelde effecten en of andere of aanvullende maatregelen nodig zijn om de effecten te beperken.
Proces totstandkoming Voorkeursmodel Het doel van de onderzoeksmodellen is om te verkennen op welke manier het Energielandgoed kan worden vormgegeven en welke ontwerpkeuzes hieraan ten grondslag liggen om vervolgens een zorgvuldige afweging te kunnen maken tot een voorkeursmodel (VKM). De onderzoeksmodellen zijn; •
beoordeeld aan de hand van een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA, zie bijlage 6)
•
de milieueffecten zijn in beeld gebracht (hoofdstukken 5 tot en met 17 van dit MER); en
•
het draagvlak in de omgeving is gepeild
Op basis van deze informatie is een voorkeursmodel (VKM) gekozen en vastgelegd in het Masterplan. De afweging bij de totstandkoming van dit VKM wordt in hoofdstuk 16 beschreven. Vervolgens worden in hoofdstuk 17 de effecten van het VKM (inclusief bijbehorende bandbreedte) separaat en specifiek beoordeeld naar alle relevante milieuaspecten.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
55
GELUID Inleiding De onderzoeksmodellen voor het Energielandgoed Wells Meer bevatten onderdelen die geluid produceren. In dit hoofdstuk zal nader worden ingegaan op de mogelijke geluidproductie en potentiële hinder die kan ontstaan als gevolg daarvan.
Beleid, wetgeving en beoordelingskader Geluid van windturbines Windturbines produceren zowel mechanisch als aerodynamisch geluid. Het mechanische geluid is afkomstig uit het gondelhuis van de windturbine, bijvoorbeeld de overbrenging van de wieken naar de generator of geluid uit de generator zelf. Het aerodynamische geluid is afkomstig van de hoge snelheid waarmee de wieken door de lucht snijden. Het volume van het mechanische geluid is veelal lager dan het aerodynamische geluid. Er is veel onderzoek gedaan naar windturbinegeluid en de effecten van blootstelling aan geluid. Op basis hiervan is de relatie bepaald tussen de hinderbeleving en de blootstelling aan geluidniveaus. Deze relatie is een dosis-effect relatie waarbij met de mate van blootstelling een bepaald effect gepaard gaat. Deze relaties vormen de basis voor de geluidwetgeving in Nederland. Geluid van zonnevelden Zonnepanelen zelf produceren geen geluid. Echter, de omvormers en de benodigde transformatorstations doen dit wel. Geluid van biomassa centrales Een biomassa centrale kent enkele akoestisch relevante onderdelen, zoals de aan- en afvoer van de biomassa (eventuele reststoffen worden afgevoerd), de opslag en voorbewerking van de brandstof en de interne logistiek (zoals transportbanden), de turbine, het ketelhuis, de waterbehandeling en de rookgasreiniging.
Geluid van verkeer door aantrekkende werking Energielandgoed De realisatie van een bezoekerscentrum of een innovatiecentrum heeft een verkeersaantrekkende werking. De mate waarin het verkeer toeneemt, bepaalt of nader onderzoek noodzakelijk is. Op basis van verkeersonderzoek van Antea11 is een inschatting gemaakt van de huidige en toekomstige geluidsbelasting als gevolg van verkeerslawaai. Hiervoor is ten aanzien van geluid gekozen voor een worst-case uitgangspunt. Het bezoekerscentrum aan de ‘Energieboulevard’, zal een verkeersaantrekkende werking hebben, waardoor een aanvullende geluidsbelasting voor de omgeving ontstaat. De verkeersintensiteiten op de Wezerweg bedroegen begin 2019 circa 3000 motorvoertuigen per etmaal (weekdag). Uitgaande van 100.000 bezoekers per jaar en 3 bezoekers per auto, betekent dit op jaarbasis een toename van circa 100 motorvoertuigen per etmaal. Deze 100 extra motorvoertuigen verplaatsen zicht via de Veenweg en Wezerweg (3000 + 100 = 3100 11
Verkeersonderzoek, 0436912.100, 20-2-2020, Antea Group
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
56
mvt/etm) naar de ‘Energieboulevard’ (100 mvt/etm). Dit jaargemiddelde is nader te specificeren, waarbij 75% van de toegevoegde bewegingen auto’s zijn en voornamelijk in het weekend plaatsvinden. Akoestisch onderzoek Dit hoofdstuk is gebaseerd op het akoestisch onderzoek in bijlage 7. Daarin staan ook de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek. Voor nadere details over het aspect geluid wordt dan ook naar deze bijlage verwezen.
Regelgeving geluid in Nederland De regelgeving ten aanzien van geluid verschilt per energiebron. In de volgende sub-paragrafen worden deze per bron nader toegelicht. Windturbines Het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna; Activiteitenbesluit) is het kader voor de toetsing van geluid van windturbines. In het Activiteitenbesluit wordt voor de normstelling van geluid getoetst aan de waarden Lden = 47 dB en Lnight = 41 dB. Deze norm geldt voor geluidgevoelige objecten, waaronder woningen van derden12 en kwetsbare locaties zoals scholen en ziekenhuizen. De Lden (Engels: Level day-evening-night, oftewel niveau van dag, avond en nacht) is een maat om de geluidbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. Met ingang van 2004 is het gebruik van de Lden in alle Europese landen verplicht (implementatie van de Europese Richtlijn Omgevingslawaai) en voor windturbines is dit in Nederland sinds 2011 het geval. In Nederland wordt tevens getoetst aan Lnight (Engels: Level night) om de verstoring van nachtrust te voorkomen. Aan de Lnight wordt voldaan als er wordt voldaan aan de Lden norm. Voor toetsing aan de geluidnormen in het Activiteitenbesluit hoeft er enkel rekening te worden gehouden met de bestaande turbines met een vergunning van na 2011.
Bij de cumulatie van andere geluidbronnen worden de turbines met een vergunning van vóór 2011 wel betrokken. Zonnevelden De VNG Brochure Bedrijven en milieuzonering geeft aan dat de afstand tot een transformator met een vermogen van 10 MVA (Mega Volt Ampère) of minder met betrekking tot geluid minimaal 30 meter moet zijn. Dit betekent dat voor het aspect geluid 30 meter afstand als richtafstand dient te worden aangehouden tussen de transformatoren en de woningen. Indien de transformatoren een vermogen hebben tussen de 10 en 100 MVA, wat de verwachting is, geldt een minimale afstand tot woningen van 50 meter. Hierdoor wordt voor de effectbeoordeling een afstand van woningen tot zonnevelden gehanteerd van 50 meter. De zonnevelden vormen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer en is een type Ainrichting. De inrichting valt daarmee onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. In onderhavig geval zijn de zonnevelden onderdeel van dezelfde inrichting als de windturbines, aangezien hier een project-MER wordt doorlopen voor de gehele activiteit. Biomassa De VNG Brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ adviseert een richtafstand van 100 meter vanaf installaties tot aan gevoelige functies (zoals woningen) voor covergisting, verbranding en 12
Woningen van derden zijn woningen die niet behoren tot de inrichting van het windpark.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
57
vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie. Dit is gebaseerd op afstanden van ten minste 100 meter voor geur en geluid, 50 meter voor stof en 30 meter voor veiligheid. In deze generieke afstanden is echter geen rekening gehouden met transportroutes voor de aan- en afvoer van biomassa(resten). Dit zal in de effectbeoordeling worden beoordeeld op basis van effecten van een potentiële aanrijroute (per as) en de toename aan wegverkeerslawaai die hiermee gepaard zal gaan. Laagfrequent geluid (LFG) en windturbines Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines produceren, net als de meeste geluidbronnen, ook laagfrequent geluid. In het Activiteitenbesluit Milieubeheer is voor windturbines de norm voor de geluidbelasting buiten aan de gevel gesteld op Lden = 47 dB. Bij deze normen is uitgegaan van windturbinegeluid en de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren op basis van empirisch onderzoek. Daarbij is ook rekening gehouden met het optreden van laagfrequent geluid, dat altijd een onderdeel van het geluidspectrum van windturbinegeluid is. Nederland heeft geen specifieke vastgestelde norm voor laagfrequent geluid waaraan moet worden getoetst. Kader 6.1 Laagfrequent geluid Het bereik van het menselijk gehoor ligt tussen 20 en 20.000 Hertz (Hz).
Geluid onder de 100 Hz is voor veel mensen moeilijker te horen. Laagfrequent geluid is geluid met een frequentie beneden 200 Hz. Bijna alle geluidbronnen produceren (ook) laagfrequent geluid. In de meeste gevallen wordt dit overstemd door hoger frequent geluid en dus niet als zodanig gehoord. Het is meestal mechanisch gegeneerd geluid. Laagfrequent geluid wordt op verschillende manieren opgewekt. Bekende bronnen zijn gasturbines, transformatoren, wegverkeer en windturbines. Laagfrequent geluid dempt door gevels en op grotere afstand minder uit dan normaal geluid, op meer dan 5 kilometer afstand van sterke geluidbronnen blijft alleen laagfrequent geluid over. Ook kan in woningen en gebouwen versterking van het geluid ontstaan (zogenaamde ‘resonantie’). Er is geen Nederlandse wettelijke norm voor laagfrequent geluid van windturbine, de wettelijk norm voor de geluidsbelasting van windturbines van Lden=47 dB houdt hier rekening met laagfrequent geluid. In Denemarken geldt sinds januari 2012 een aparte geluidnorm van 20dB (A) voor laag frequent geluid. In enkele projecten, zoals Windpark Lage Weide is getoetst aan de Deense norm voor laagfrequent geluid en hieruit blijkt dat met toepassing van de Lden=47 dB norm ook afdoende bescherming tegen laagfrequent geluid wordt geboden. Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), factsheet laag frequent geluid, juni 2013
Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht13. Hierin wordt gesteld dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is voor de hinderbeleving. Er is geen aparte beoordeling nodig boven op de bescherming die de A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek14 naar laagfrequent geluid van windturbines van RVO (voorheen Agentschap NL). Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. De
13
14
Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM rapport 200000001/2013. Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines, LBP Sight in opdracht van Agentschap NL, projectnummer DENB 138006 september 2013.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
58
Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu concludeert in een brief15 over laagfrequent geluid het volgende: “Laagfrequent geluid draagt inderdaad voor een klein deel bij in de hinderervaring van windturbinegeluid. Echter, deze hinder acht ik op een verantwoorde manier voldoende beperkt door de huidige norm.” Op grond van de brief van de Staatssecretaris en het rapport van het RIVM kan worden gesteld dat toetsing aan de standaard Nederlandse geluidnormen voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. Het is dan ook niet noodzakelijk verder onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor het Energielandgoed Wells Meer. Stiltegebied Ten zuiden van het plangebied ligt het stiltegebied de Hamert. Dit stiltegebied is aangewezen door de Provincie Limburg. In 2015 is een inventarisatie uitgevoerd naar de huidige geluidssituatie. De uitkomsten hiervan zijn weergegeven in Figuur 6.1. Figuur 6.1 Ligging en huidige geluidssituatie Stiltegebied de Hamert
15
http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/documenten-enpublicaties/kamerstukken/2014/04/01/laagfrequent-geluid-van-windturbines.html
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
59
Bron: Geluidbelasting in stiltegebieden Limburg 2015, Provincie Limburg
Cumulatie van geluid Cumulatie met andere bronnen is beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4). Hier is de industrie en het wegverkeer significant. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er is geen wettelijke norm voor cumulatieve geluidbelasting.
Bepaling geluideffecten Aangezien de windturbines de grootste bron van geluid zijn, zal de kwantitatieve effectbeoordeling zich hier met name op focussen. De geluidemissie van de omvormers, transformatoren en de biomassa centrale worden in deze fase beoordeeld op basis van de generieke afstanden, zoals opgenomen in de Handreiking Bedrijven en milieuzonering. Om de geluideffecten van de alternatieven in kaart te brengen, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hierbij is met behulp van een akoestisch rekenmodel (Geomilieu®) de totale geluidproductie van de windturbines van het windpark berekend en zijn de geluideffecten op de omgeving inzichtelijk gemaakt. Factoren die bij de berekening van het geluid van belang zijn bestaan uit: •
De bronsterkte van, en het aantal windturbines (hoeveel geluid maakt de turbine?);
•
Het windklimaat op de locatie op basis van KNMI-data.
•
De plaatsing van de turbines ten opzichte van geluidgevoelige objecten;
•
De aard van de omgeving (hoeveel wordt het geluid afgeschermd en gereflecteerd);
Referentietoetspunten Om de geluideffecten te beschrijven is bekeken hoeveel en welke woningen van derden zich binnen de toetsingscontouren van Lden = 47 dB bevinden. Om dit inzichtelijk te maken zijn er 14 maatgevende woningen gekozen (zie Tabel 6.1) die dienen als referentie toetspunten. Deze
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
60
woningen ontvangen de hoogste geluidbelasting in vergelijking met nabijgelegen woningen. De toetspunten liggen zodanig dat indien deze voldoen aan de normering, de omliggende woningen ook aan de normering voldoen. Het kan dus zo zijn dat er indien één maatgevende woning binnen de toetsingscontour is gelegen, er meer woningen (niet zijnde maatgevend) binnen de contour zijn gelegen. Met behulp van mitigerende maatregelen zal bij alle woningen van derden aan de geluidnormen moeten worden voldaan en zullen zich deze zich buiten de toetsingscontour bevinden. Om de effecten op de omgeving goed in kaart te brengen, is ook gekeken naar de effecten van geluidbelastingen beneden de wettelijke norm. Hiervoor is het aantal woningen binnen geluidcontouren met een lagere waarde (Lden = 42 dB) in kaart gebracht. De positie van de woningen zijn gebaseerd op het BAG bestand (Basisregistratie Adressen en Gebouwen). Tabel 6.1 (Referentie)toetspunten Toetspunt
Adres
X
Y
1
Veenweg 1
207673
397850
2
Veenweg 3 en 5
207978
397693
3
Veenweg 6
207133
397077
4
Tuinstraat 25
208322
396557
5
Meerseweg 6
208146
395907
6
Bergweg 4
205455
396604
7
Moleneind 7
204117
396809
8
Wezerweg 8
205108
397804
9
Wezerweg 14
205326
398151
10
Wezerweg 14a
205528
398601
11
Wezerweg 16a
205884
398430
12 *
Wellsmeer 1a
206379
397968
13
Veenweg 2
206163
399045
14
Wezerweg 28
206011
399935
* Deze woning zal bij realisatie worden geamoveerd
Gekozen windturbinetype voor berekeningen De modellen A en B beschrijven windturbines met een ashoogte van circa 150m. Voor deze modellen is derhalve gerekend met turbines met deze ashoogte en een rotordiameter die valt binnen een bandbreedte van 140-160m. Op het moment van schrijven zijn er nog geen geluidgegevens beschikbaar van turbines die veel groter zijn dan voorgenoemde rotordiameters. Omdat er nogal een verschil qua geluidemissie zit tussen diverse turbinetypes en fabrikanten, is ervoor gekozen om voor ieder model te rekenen met een luid windturbinetype en een gemiddeld/stil turbinetype. Tabel 6.2 geeft een overzicht van de gehanteerde referentieturbines en de bijbehorende afmetingen.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief