1 B2 Toelichting Bijlage 2 MER
Tekst van het document
Uit deze studie volgde dat Wells Meer de unieke kans en mogelijkheid biedt om een grootschalig energielandschap te ontwikkelen, waar verschillende bronnen groene stroom opwekken en ruimte wordt geboden aan recreatie en participatie. Met een landschap met daarin zes windturbines, 200 hectare zonnepanelen en biomassateelt, wordt de ambitie van de gemeente Bergen om in 2030 50% duurzame energie zelf op te wekken, ruimschoots gehaald. Uit de eerste analyse blijkt dat het indicatieve programma technisch en planologisch inpasbaar is en een economisch perspectief kent. Door de schaal van het gebied bestaan ruime mogelijkheden het programma aan te scherpen aan de maatschappelijke, bestuurlijke economische wensen. Het energielandschap kan bijdragen aan de ecologische en economische uitstraling van het gebied. Door energieopwekkende landschappen aan te sluiten op elkaar, met als kern van het plangebied het nieuwe energielandgoed, ontstaat er een verrijking van de as Maasdal-Weeze. De nieuwe energieopwekkende landschappen dragen niet alleen bij aan de ambitie om in 2030 op het gebied van energie onafhankelijk te zijn, maar creëren ook een meerwaarde voor het gebied zelf ten opzichte van de huidige situatie. Het nieuwe energielandschap draagt bij aan de ecologisch, recreatieve en economische verrijking van het gebied.
Fase 1: Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer Voor de grootschalige energieopwekking zocht de gemeente een geschikte locatie. Het Energielandgoed moet voorzien in 50% van de energiebehoefte van Bergen: 0,87 PJ per jaar (870 TJ). Wat daar voor nodig is en op welke manieren daar in voorzien kan worden, is in het planMER Energielandgoed Wells Meer (Antea, 29 augustus 2018) onderzocht, dit MER werd opgesteld ten behoeve van de besluitvorming over de Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
23
PlanMER Energielandgoed Wells Meer en aanvulling daarop Voor het Energielandgoed zijn drie ambities geformuleerd: •
Opwekken van 0,87 PJ
•
Ruimte voor recreatie en voorzieningen
•
Mogelijkheden voor educatie en voorzieningen.
Het planMER Energielandgoed Wells Meer (Antea, augustus 2018) en de aanvulling daarop MER (Antea, november 2018) onderzochten wat en waar de mogelijkheden zijn om deze ambities te realiseren, kansen te benutten en risico’s te mijden of te beperken. Of een locatie geschikt is voor de grootschalige gebiedsontwikkeling tot een energielandgoed, is afhankelijk van een aantal zaken: 1. Het gebied moet groot genoeg zijn voor de benodigde energieopwek van 0,87 PJ. Om dit te realiseren is de bouw van enkele windturbines noodzakelijk. Het gebied moet daarom voldoen aan de wettelijke eisen die gelden voor de bouw van windturbines; 2. 3.
Energieopwekking in het gebied mag niet uitgesloten zijn in nationaal of provinciaal beleid; Er mogen niet te veel (fysieke) beperkingen zijn waardoor op voorhand uit te sluiten is dat een grootschalig energielandgoed inclusief windturbines onmogelijk is, zoals beschermd natuurgebied of woningen.
Windturbines zijn (vergeleken met de andere energievormen) de installaties met de meeste effecten op de leefomgeving. Windturbines zijn daarom maatgevend voor het selecteren van potentiele locaties. Op basis van gebiedskenmerken zijn de volgende uitsluitingsgebieden en beperkingsgebieden geformuleerd: •
Uitsluitingsgebieden: locaties waar de oprichting van windturbines uitgesloten is;
•
Beperkingsgebieden: gebieden waar regels en voorwaarden de vestiging van windturbines kunnen belemmeren.
Antea heeft in 2018 een verkenning uitgevoerd naar de technische haalbaarheid van energieopwek in het Energielandgoed Wells Meer (zie bijlage 11). Hieruit blijkt dat het Energielandgoed Wells Meer geen ruimte biedt voor 16 windturbines. Dit onder andere vanwege de aanwezigheid van verspreid liggende woningen in het gebied, maar ook vanwege de operationele windturbines vlak over de Duitse grens. Uit de verkenning blijkt er planologische ruimte is voor maximaal 6 windturbines. Deze aspecten zijn in Tabel 3.1 opgenomen. De laatste kolom bevat een verwijzing naar een figuur waar de uitsluitings- en beperkingsgebieden op kaart weer zijn gegeven (in het onderhavige MER is dit Figuur 3.2)
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
24
Tabel 3.1 Overzicht uitsluitings- en beperkingsgebieden voor de gemeente Bergen (figuur 5.6 waar de laatste kolom naar verwijst, is in dit MER opgenomen als Figuur 3.2)
Bron: planMER Energielandgoed Wells Meer, Antea, augustus 2018
Met inachtneming van harde barrières (zoals afstand tot woonkernen en technische belemmeringen) beschikt gemeente Bergen over drie potentiële locaties voor grootschalige opwekking van duurzame energie (zie Figuur 3.2): •
Locatie A: Het gebied ten noorden van Afferden en het Natura 2000-gebied Nationaal Park De Maasduinen (Broederbosch). Het gebied heeft een lage personendichtheid en er lopen weinig (grote) wegen door het gebied. Er zijn vrijwel geen uitsluitingsgebieden aanwezig;
•
Locatie B: Het Wells Meer, ten westen van Nationaal Park De Maasduinen en ten noorden van Tuindorp. In dit gebied zijn vrijwel geen verspreide woningen aanwezig waardoor de er weinig beperkingsgebieden in het gebied liggen. De nabijheid van het Natura 2000-gebied wordt meegenomen in de afweging;
•
Locatie C: Het meest zuidelijke deel van gemeente Bergen, ten westen van stiltegebied De Hamert en omsloten door de Walbeckerweg en de Heerenvenweg. Dit gebied is nauwelijks bewoond of bebouwd. De aanwijzing als goudgroene natuur en de nabijheid van het stiltegebied worden meegenomen in de locatieafweging.
Er gelden geen harde gebiedsbegrenzingen voor de drie locaties. Per locatie is bekeken waar de mogelijkheden voor de ontwikkeling van het Energielandgoed ophouden, bijvoorbeeld door uitsluitingsgebieden, of doordat door verdere uitbreiding van het gebied niet meer voldaan wordt aan de eis voor het Energielandgoed dat het gebied een aaneengesloten gebied moet zijn.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
25
Figuur 3.2 Totaaloverzicht uitsluitingsgebieden en beperkingsgebieden gemeente Bergen inclusief de locatiealternatieven
Bron: planMER Energielandgoed Wells Meer, Antea, augustus 2018
Deze drie locaties zijn onderzocht aan de hand van de ambities van het Energielandgoed en de beperkingsgebieden. Opbrengst per locatie De energieopbrengst vormde een bepalende factor vormt bij de locatieafweging. Tabel 8.2 llaat de maximale invulling en bijbehorende opbrengst van de locatiealternatieven zien. Uit deze vergelijking volgde dat locatie B de grootste opbrengstpotentie heeft. De theoretische potentie is hoger dan de doelstelling, waardoor er ook meer ruimte is om te variëren in energievormen en inrichting.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
26
Tabel 3.2 Maximale invulling en energieopbrengst locatiealternatieven Locatie A
Locatie B
Locatie C
Maximale
Opbrengst
Maximale
Opbrengst
Maximale
Opbrengst
invulling
(TJ/jaar)
invulling
(TJ/jaar)
invulling
(TJ/jaar)
Windturbines
4
152
6
228
2
76
Zonnepanelen
250 ha
475
400 ha
760
220 ha
418
Biomassa (productiebos)
nvt
0
100
7
85 ha
6
250 ha
5
400
8
220 ha
5
1
56
1
56
1
56
Biomassa (onder zonnepanelen) Biovergister* Totaal (TJ/jaar) (1.000 TJ = 1 PJ)
688
1.059
561
*Bij de locatieafweging is uitgegaan van de oprichting van één biovergister, die gebruik maakt van reststromen binnen de gemeente Bergen. In de Technische verkenning is onderzocht dat hiermee circa 56 TJ / jaar opgewekt kan worden. Bron: Aanvulling planMER Energielandgoed Bergen (Antea, november 2018)
Leefomgeving Voor de effecten op de leefomgeving is aan de hand van hindercontouren (500 meter en 1.000 meter afstand van de windturbines) een inschatting gemaakt van het aantal gehinderden. Daarbij is de aanname gedaan dat voor woningen binnen de 500 meter contour de effecten onder de normen blijven maar aanzienlijk kunnen zijn, en dat voor woningen binnen een straal van 1.000 meter slechts kleine effecten te verwachten zijn. Landschap Voor het aspect landschap is een landschappelijke analyse uitgevoerd om per locatie de aantasting van het landschap in beeld te brengen. Daaruit volgt dat locatie B de minste impact heeft vanwege: •
de relatief grootschalig landschapsstructuren, waardoor bij het ontwerp van het landgoed voldoende rekening gehouden kan worden met inpassing binnen de bestaande structuren;
•
er naast de locatie al windturbines staan waardoor het landschapsbeeld al verstoord is.
Afweging alternatieven Uit het MER en de aanvulling blijkt dat op basis van de energieopbrengst, ruimtegebruik, leefomgeving en landschap valt op locatie B: het Wells Meer. Tabel 3.3 Beoordeling locaties (aanvulling MER Structuurvisie Wells Meer, Antea Group 2018) Locatie A
Locatie B
Locatie C
Opwekken van duurzame energie Impact op het ruimtegebruik Impact op de leefomgeving Impact op het landschap
Binnen de locatie Wells Meer is ruimte voor de realisatie van een Energielandgoed: een gebied met een heldere structuur, eenheid, samenhang en begrenzing. Vanuit de kenmerken van het gebied is het noordoostelijke deel van het Wells Meer gekozen als plangebied.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
27
De keuze voor dit plangebied biedt de mogelijkheid er een landgoed van te maken waarbij er naast ruimte voor het opwekken van duurzame energie, ruimte is voor educatie, recreatie en innovatie. Wells Meer is de enige locatie waar de opgave voor de opwekking van duurzame energie gerealiseerd kan worden, en is daarnaast ook de enige locatie die geen sterk negatieve score heeft op de impact op ruimtegebruik, leefomgeving en landschap. Het daadwerkelijk plangebied voor het Energielandgoed beslaat niet de gehele oppervlakte van de Structuurvisie. Met de keuze voor het Energielandgoed in Wells Meer is gekozen voor gebied met een heldere structuur, eenheid, samenhang en begrenzing. Het gebied geeft de mogelijkheid er een landgoed van te maken waarbij er naast ruimte voor het opwekken van duurzame energie ruimte is voor educatie, recreatie en innovatie. Daarnaast is de omvang van het gebied ruim voldoende om 870 TJ per jaar op te wekken. Randvoorwaarden en spelregelkader In een volgende stap zijn de effecten op de fysieke leefomgeving van de ontwikkeling van een energielandgoed op locatie B onderzocht (voor locaties A en C is dit niet gedaan). En zijn er voor de invulling van Wells Meer randvoorwaarden en spelregels opgesteld.
Aan randvoorwaarden moet worden voldaan, terwijl een spelregel een bepaling is die in acht moet worden genomen, denk aan een onderzoeks- of verantwoordingsplicht (zie Tabel 3.4). Tabel 3.4 Randvoorwaarden en spelregelkader Energielandgoed Thema
Randvoorwaarde
Spelregel
Energievormen mogen niet in Natura 2000-gebied geplaatst worden.
aquathermie e.d. in het Reindersmeer moet nader onderzoek worden gedaan.
Afstand tussen windturbines en nesten
Beperk het plaatsen van windturbines in
van broedende vogels ten minste 100
een groot cluster of in een lange lijn: dit kan
meter.
een barrière in een vliegroute worden.
Afstand tussen windturbines en foeragerende en rustende vogels ten Natuur
Voor opwek via WKO, geothermie,
minste 450 meter.
Er geldt een compensatieopgave voor bomenkap: elke boom/lijnbeplanting die gekapt of verwijderd wordt moet elders in het plangebied worden teruggeplaatst.
De ontwikkeling dient plaats te vinden buiten provinciaal beschermde natuurgebieden (goudgroene zone, bronsgroene zone, zilvergroene zone). Voor ontwikkelingen met verkeersaantrekkende werking dient de stikstofdepositie berekend en verantwoord te worden. Houd voldoende afstand tussen windturbine en gevoelige objecten zodat de gevoelige objecten buiten de contour Slagschaduw
met de maximale slagschaduwnorm staan. Plaats windturbines aan de noordzijde van woningen
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
28
Aantasting van cultuurhistorische lijnen Cultuurhistorie
en structuren dient voorkomen te worden.
Geluid
Bij het opstellen van windturbines in een lijnopstelling moet de mogelijkheid om aan te sluiten bij bestaande lijnen onderzocht te worden
De geluidbelasting op gevoelige
De toename van het geluid mag niet
objecten en het stiltegebied moet
onevenredig groot zijn ten opzichte van
voldoen aan de wettelijke normen
de huidige geluidsbelasting in het gebied.
De PR-5 contour van windturbines mag Externe
niet over kwetsbare objecten liggen, de
veiligheid
P10-6 contour mag niet over beperkt kwetsbare objecten liggen. Effect op de radarsystemen moet zodanig
Radar
klein zijn dat het niet hinderlijk is voor de radardetectiekans De archeologische resten in de grond
Archeologie
(behoud in situ) dienen intact te blijven. Bij de inrichting van het landgoed dient zoveel mogelijk aangesloten te worden op
Landschap
bestaande landschapsstructuren en -lijnen om negatief effect op het bestaande landschap zo klein mogelijk te houden Gebruik van uitlogende of vervuilende materialen gedurende bouw en gebruik
Water
is verboden. Behoud voldoende ruimte
Beperk de toename van verhard oppervlak
tussen zonnepanelen om water af te
op effect op de waterkwaliteit te voorkomen
laten stromen in de bodem te laten infiltreren Bron: planMER Energielandgoed Bergen en aanvulling planMER (Antea, augustus 2018 en november 2018)
Advies Commissie m.e.r. De Commissie voor de m.e.r. heeft het MER Energielandgoed Wells Meer (Antea, augustus 2018) getoetst. In haar toetsingsadvies d.d. 27 november 2018 onderschrijft de Commissie voor de m.e.r. dat het Energielandgoed Wells Meer een unieke kans biedt voor grootschalige energieopwekking. Maar zij vond ook dat de milieu-informatie nog niet volledig was en raadde aan om voor vaststelling van de structuurvisie het MER op de onderstaande punten aan te vullen: •
een heldere onderbouwde keuze voor de gekozen energiebronnen; deze onderbouwing is van belang voor de beeldvorming en mogelijke alternatieve locaties;
•
inzicht in de trechtering (stapsgewijs keuzeproces) van locaties aan de hand van aanvullende criteria met betrekking tot natuur, landschap en leefomgeving;
•
de gevolgen voor beschermde natuur nabij de gekozen locatie.
In een aanvulling op het planMER Energielandgoed Wells Meer zijn deze punten geadresseerd. De aanvulling is niet voorgelegd aan de Commissie voor de m.e.r. De conclusies van het MER en de voorkeur voor Wells Meer voor de realisatie van het Energielandgoed veranderen niet door deze aanvulling op het MER.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
29
Fase 2 en fase 3 Het onderhavige MER omvat Fase 2 en Fase 3. De publicatie en ter inzage legging van de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau6 markeerde de start van Fase 2. De Commissie voor de m.e.r. adviseerde om in het MER duidelijk te maken:7 •
wat de doelstelling van het plan precies is en in hoeverre dit gewijzigd is ten opzichte van de Structuurvisie Energielandgoed Wells Meer;
•
in hoeverre de gewijzigde doelstelling invloed heeft op de locatiekeuze;
•
hoe de keuze voor de energiebronnen tot stand is gekomen;
•
de relatie tussen opgestelde vermogens per techniek, de rendementen per techniek, en de energieproductie per jaar;
•
een maximale invulling van het energielandschap met zonnepanelen te vergelijken met een maximale invulling met windturbines. Daarmee komen de maximale milieueffecten van het energielandgoed duidelijk in beeld, met name voor het landschap.
Dit MER zal nader ingaan op deze aandachtspunten van de commissie voor de m.e.r.
Fase 2 Masterplan De Structuurvisie vormde het vertrekpunt van Fase 2. Het doel van Fase 2 is om met nauwe betrokkenheid van de omgeving en overige stakeholders te komen tot een Masterplan. Hiertoe is een interactief ontwerpproces ingericht, waarin de mogelijke invullingen voor het Energielandgoed Wells Meer zijn verkend. Mede op basis van milieu-informatie en de informatie uit een door Decisio uitgevoerde Maatschappelijke Kosten en Batenanalyse, zijn de kaders voor het voorkeursmodel bepaald en verwoord en verbeeld in het Masterplan dat op 17 december 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het hoofdstuk waarin de afweging van de voorkeursmodellen wordt gepresenteerd, gaat dieper in op de totstandkoming van het Masterplan, de kaders voor het voorkeursmodel en het uiteindelijk gekozen voorkeursmodel. Het eindresultaat van Fase 2 is het Masterplan waarin de kaders van het voorkeursmodel zijn geschetst. Dit Masterplan is in december 2019 door de gemeenteraad vastgesteld; dit Masterplan is het vertrekpunt van Fase 3: de vertaling van het voorkeursmodel naar een bestemmingsplan.
Fase 3 Bestemmingsplan In Fase 3 wordt het voorkeursmodel verder uitgewerkt en vastgelegd in het ‘bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer’ dat de realisatie van Energielandgoed Wells Meer ruimtelijk mogelijk maakt. Het onderhavige MER is opgesteld ten behoeve van dit bestemmingsplan inclusief bijbehorende vergunningen.
6
Notitie Reikwijdte en Detailniveau Bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer Advies over reikwijdte en detailniveau van het MER Bestemmingsplan Energielandgoed Wells Meer, gemeente Bergen (L), 20 mei 2019, project nummer 3392. https://www.commissiemer.nl/adviezen/3392. 7
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
30
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
31
VOORNEMEN EN ALTERNATIEVEN Doel voornemen De gemeente Bergen (Limburg) heeft de doelstelling om in 2030 energieonafhankelijk te zijn. Voor het behalen van deze ambitie is het programma VerduurSAMEN2030 gestart. Een onderdeel van dit programma is grootschalige opwekking van duurzame energie: 50% van de huidige energiebehoefte. Deze doelstelling zal volledig ingevuld worden door de realisatie van het Energielandgoed Wells Meer. De keuze voor één locatie komt voort uit de wens om op die locatie ook rekening te houden met onderwerpen als landschap, landbouw, recreatie en educatie. Het gaat om een jaarlijkse opwekking van minimaal 870TJ. Naast de doelstelling voor het opwekken van duurzame energie, wil de gemeente Bergen ook een educatieve en recreatieve functie geven aan het Energielandgoed Wells Meer. De ambitie van de gemeente is om het gebied ook een voorbeeld te laten zijn voor geïnteresseerden partijen zoals Nederlandse en buitenlandse overheden en ontwikkelaars.
Voorgenomen activiteit De bandbreedte van het programma voor Energielandgoed Wells Meer, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Bergen, is weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1 Bandbreedte programma
Bron: planMER Energielandgoed Wells Meer, Antea 2018
Deze bandbreedte is gaandeweg de ontwerpfase nader ingevuld. Mede op basis van aanvullende (technische) haalbaarheidsstudies en (landschappelijke) ontwerpsessies is inhoud gegeven aan deze bandbreedte door het opstellen van de drie ontwerpmodellen. Tijdens de ontwerpfase is gebleken dat zowel opslag van energie (waterstof of batterij) en geothermie geen onderdeel uitmaken van het voornemen. Dit vanwege de geringe potentie ter plaatse (geothermie) of de economische haalbaarheid (opslag).
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
32
Zonneveld Het plan bevat zowel de bouw van zonnevelden als de exploitatie. De bouw van een zonneveld is afhankelijk van de omvang, maar neemt doorgaans enkele maanden (circa 3 tot 6 maanden) in beslag. Civieltechnische en elektrische werken Naast de feitelijke constructie van het zonneveld is ook infrastructuur nodig. Deze infrastructuur bestaat uit civieltechnische en elektrische werken. Civieltechnische werken zijn wegen en ‘tafels’ voor de constructie en het onderhoud van de zonnepanelen. De elektrische werken bevatten de kabels voor zowel het transport van de elektriciteit en eventuele bouwwerken voor correcte aansluiting op het bestaande elektriciteitsnetwerk. Onder deze bekabeling vallen ook kabels (veelal glasvezel) voor aansluiting van de zonnepanelen op het internet via een informatiesysteem. Voor correcte inpassing in het elektriciteitsnetwerk zijn bij aansluitpunt(en) op het net transformatorstations en een inkoopstations benodigd. Elektrische werken De panelenrijen worden door middel van kabels in strings verbonden met omvormers die de gelijkstroom omzetten in wisselstroom. De omvormers kunnen worden bevestigd onder de panelen en blijven daarmee uit het zicht. Vanaf de omvormers wordt er bekabeling aangelegd naar de compactstations (traforuimtes).
Een compactstation is een klein gebouw waarin meeten regelapparatuur en een transformator is geplaatst, en waar de spanning van de opgewekte elektriciteit wordt omgevormd naar de spanning van het elektriciteitsnet van de netbeheerder. Vervolgens kunnen de zonnevelden worden aangesloten op de aansluiting op het hoogspanningsnet van de netbeheerder. Het aantal compactstations per zonneveld hangt af van de uiteindelijke omvang van het zonneveld. Figuur 4.1 geeft een voorbeeld van een compactstation. Omdat de omvang en ruimtelijke impact van dergelijke bouwwerken (gebouw lager dan 3 meter en een oppervlakte minder dan 15 m2) beperkt is, kunnen deze onder Besluit omgevingsrecht (Bor) bijlage 2, artikel 2, lid 18, vergunningvrij worden geplaatst. De definitieve aansluiting van het Energielandgoed wordt in afstemming met de netbeheerder bepaald. Figuur 4.1 Foto en impressie van compacte transformatoren
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
33
Windturbines Het plan ziet toe op zowel de bouw van het windpark, wat een periode van ongeveer een jaar in beslag zal nemen, als de exploitatie. Onder de bouw van het windpark wordt naast de realisatie van de windturbines ook alle bijbehorende voorzieningen verstaan, zoals aanpassing van bestaande wegen, aanleg van nieuwe ontsluitingswegen ten behoeve van het windpark, aanvoer van bouwmaterialen, realisatie van kraanopstelplaatsen en de installatie van de kabels. Een windpark heeft na oplevering een technische levensduur van minimaal 20-25 jaar, welke door onderhoud en vervanging is te verlengen. Gedurende de exploitatiefase zijn de activiteiten, naast de in bedrijf zijnde windturbines, beperkt tot het periodiek verrichten van inspecties en onderhoud. Windturbine Het totaal geïnstalleerd vermogen van het windpark is afhankelijk van het te kiezen windturbinetype en het aantal windturbines, als indicatie is een maximale omvang van ongeveer 20 MW aangehouden. Naast windturbines bevat de voorgenomen activiteit ook de benodigde infrastructuur: opstelplaatsen, toevoerwegen en kabels voor aansluiting op het hoogspanningsnet. Dit is hieronder achtereenvolgens beschreven. Een windturbine zet de energie uit wind om in elektriciteit door de draaiing van de rotorbladen via een generator. De belangrijkste onderdelen van de windturbine zijn (zie nevenstaand figuur): 1.
Het fundament: middels het fundament is de windturbine verankerd aan de grond. Ook verlaat de kabel via dit fundament de windturbine. Deze kabel verbindt de windturbine met het
2.
transformatorstation; De mast, met onder in de mast de transformator die opgewekte elektriciteit naar het spanningsniveau van de kabel brengt, die de
3.
elektriciteit verder transporteert; De gondel waarin zich de generator (omzetten van de draaiing van de rotorbladen in elektriciteit) bevindt en waar de rotor aan bevestigd wordt;
4.
Drie rotorbladen.
De aansturing van de windturbine vindt automatisch plaats door computerbesturing. Het functioneren van de windturbine en de prestatie kan op afstand gevolgd en indien wenselijk bijgestuurd worden. Het controlesysteem kan een windturbine automatisch stilzetten bij geconstateerde afwijkingen of ongunstige windomstandigheden. De windturbine kan tevens handmatig gestopt worden met de aanwezige start/stop-schakelaar en de diverse aanwezige noodstop-schakelaars. De windturbines voldoen aan de internationale norm (IEC-61400). Op grond van deze norm bevat de windturbine diverse veiligheidssystemen om ervoor te zorgen dat bij falen van onderdelen of bij extreme weersomstandigheden de windturbine niet wordt beschadigd. Onder
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
34
andere bevat de windturbine een remsysteem welke ervoor zorgt dat de rotorbladen uit de wind worden gedraaid bij te hoge windsnelheden. Daarnaast is er een bliksembeveiliging die ervoor zorg draagt dat inslaande bliksem buiten kwetsbare delen van de windturbine naar de grond leidt. Ook kunnen de windturbines uitgerust worden met ijsdetectie (en eventueel preventie) en stilstandsvoorzieningen om ijsafval en slagschaduwhinder te voorkomen. De meeste windturbines gaan in bedrijf bij windsnelheden van ongeveer 3-5 m/s (2 Beaufort) en gaan uit bedrijf bij windsnelheden tussen de 26- 34 m/s (10-12 Beaufort), de windsnelheid ter hoogte van de rotor is daarbij bepalend. Omdat deze omstandigheden niet afhankelijk zijn van dag of nacht zijn de windturbines in principe, bij voldoende wind, 24 uur per dag en 7 dagen per week in bedrijf (situatie zonder mitigerende maatregelen). Civieltechnische en elektrische werken Naast de feitelijke constructie van de windturbines is voor een windpark infrastructuur nodig. Deze infrastructuur bestaat uit civieltechnische en elektrische werken. Civieltechnische werken zijn wegen, funderingen en (kraan)opstelplaatsen voor de constructie en het onderhoud van de windturbines. De elektrische werken bevatten de kabels voor zowel het transport van de elektriciteit en eventuele bouwwerken voor correcte aansluiting op het bestaande elektriciteitsnetwerk.
Onder deze bekabeling vallen ook kabels (veelal glasvezel) voor aansluiting van de windturbines op het internet via het SCADA8 informatiesysteem. Voor correcte inpassing in het elektriciteitsnetwerk zijn bij aansluitpunt(en) op het hoogspanningsnet een transformatorstation en inkoopstations benodigd. Civieltechnische infrastructuur Windturbines bestaan uit meerdere onderdelen van grote afmetingen en worden gebouwd met behulp van grote hijskranen. Voor het transport van de onderdelen en de plaatsing van de hijskraan zijn opstelplaatsen en transportwegen bij elke windturbine nodig. Hiervoor zijn verschillende typen voertuigen nodig en ieder type voertuig stelt weer specifieke eisen met betrekking tot ruimte en ondergrond. De werken bestaan uit zowel vaste werken die tijdens de gehele looptijd van het project aanwezig zijn als tijdelijke werken die alleen tijdens de bouwfase aanwezig zijn. In dit MER is uitgegaan van normale bodemcondities en is een algemene inschatting gegeven van de benodigde bouwwerkzaamheden. In de vergunningenfase worden specifiekere tracés en bouwwerkzaamheden uitgewerkt. Vaste werken Naast de daadwerkelijke windturbines zijn er meerdere vaste werken benodigd voor het functioneren van een windpark: •
Opstelplaatsen voor de kraan ten behoeve van de opbouw van de windturbine en eventueel onderhoud en reparatie;
•
Wegen voor transport naar de windturbines vanaf het openbare wegennet;
•
De bij de windturbines behorende funderingen.
De opstelplaats blijft ook na de installatie van de windturbine deels gehandhaafd. Fabrikanten en/of verzekeraars garanderen dat de windturbine een minimaal aantal dagen per jaar technisch beschikbaar is en vergoeden eventuele gemiste elektriciteitsproductie. Voorwaarde is 8
Het supervisory control and data acquisition (SCADA) is een systeem via het internet waarmee windturbines in realtime kunnen worden gecontroleerd, onderzocht en beheerd.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
35
wel dat de windturbine te allen tijde bereikbaar is voor eventuele (nood-)reparaties. Hierdoor vallen de opstelplaatsen en transportwegen richting de windturbines onder de permanente infrastructurele werken. Een deel van de opstelplaats en de weg wat enkel tijdens de bouw benodigd is kan tijdelijk verhard worden uitgevoerd. Na de bouw is deze grond weer beschikbaar voor andere doeleinden. Afhankelijk van het uiteindelijke windturbinetype kunnen de dimensies van de opstelplaats en toegangswegen aangepast worden. De grootte van de benodigde opstelplaatsen is sterk afhankelijk van de afmetingen en het windturbinetype. Voor de beoogde afmetingen van de windturbines is een opstelplaats van circa 35 bij 55 meter nodig, waarbij er ruimte is voor een uitzwaaiende giek. Een kleiner onderdeel van de opstelplaats is de fundering van de windturbine zelf (diameter 30 meter). Hiervoor wordt een veelal ronde fundering onder de windturbine gecreëerd van beton en staal. Deze fundering wordt ondersteund met geheide palen. Vanaf de openbare weg zijn daarnaast ook transportwegen van circa 5 meter breed nodig. De benodigde verharde oppervlakken en de bijbehorende milieueffecten zijn daar waar bekend in de effecthoofdstukken nader belicht. Tijdelijke werken Tijdens de constructiefase kunnen er tijdelijke aanpassingen aan het openbare wegennet rondom de projectlocatie nodig zijn.
Deze aanpassingen kunnen nodig zijn voor het veilig uitvoeren van het transport van de benodigde windturbine- en kraanonderdelen. Hierbij valt te denken aan tijdelijke verhardingen rondom scherpe bochten om de benodigde draaicirkel mogelijk te maken. Ook kunnen delen van de opstelplaats enkel benodigd zijn (tijdelijk verhard) tijdens de bouwwerkzaamheden. Door de tijdelijkheid en zeer kleine milieueffecten van deze werkzaamheden zijn deze effecten voor de meeste aspecten in dit MER buiten beschouwing gelaten. Elektrische infrastructuur De kabels tussen de windturbines onderling, tussen de windturbines en de inkoop/verdeelstations en de transformatorstations vormen samen de elektrische infrastructuur die nodig is voor de werking van het windpark. Het tracé van de benodigde ondergrondse kabels is afhankelijk van de uiteindelijk gekozen opstelling. Er is onderscheid gemaakt in interne en externe werken. Interne werken bestaan uit de elektrische infrastructuur binnen het windpark (tussen de windturbines en de inkoop/verdeelstations). Externe werken bestaan uit de elektrische infrastructuur die buiten het plangebied van het windpark ligt en is gelegen tussen de inkoop/verdeelstations en het netwerkstation van de netbeheerder.
Biomassa De energiedrager biomassa bestaat uit verschillende onderdelen, die van toepassing zijn voor het Energielandgoed Wells Meer. Dit betreft de biomassateelt, de verbranding van biomassa en de vergisting van biomassa.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
36
Biomassateelt Het plan ziet toe op het telen van biomassa. Dit kan zowel droge (hout, olifantengras) als natte (gras- en rietsoorten) biomassa zijn. Teelt betreft het beheer, oogst en inzaaien van de gewassen. Verbranding van biomassa Biomassa kan als energiedrager fungeren door dit te verbranden en de daarbij vrijkomende warmte te benutten. Dit kan dan wel via warmtenetten, dan wel door omzetting naar elektriciteit en aansluiting op het elektriciteitsnet. Een installatie die biomassa verbrand, wordt in dit rapport ook wel een biomassa centrale genoemd. Vergisting van biomassa Naast verbranding kan biomassa ook als energiedrager fungeren door deze te vergisten en het vrijkomende gas te benutten. Dit kan door het gas te transporteren naar een afnemer, dan wel het gas te verbranden en het product daarvan te benutten. Figuur 4.2 geeft de energetische opties van biomassa schematisch weer. Figuur 4.2 schematische weergave biomassa vergisting.
Bron: RVO
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
37
Beschikbare reststromen in de gemeente Bergen Binnen de gemeente bestaan er verschillende reststromen van biomassa. Tabel 4.2 Beschikbare reststromen biomassa gemeente Bergen (L). Vergisting
Bron
Restproducten landbouw
CBS
Groenvoorziening gemeente
Gemeente
Mestafvoer koeien
Eenheid
Ton input
Potentie TJ
1.096 ha
4.384
16,1
175 ha
700
1,6
CBS
24.000 ton
24.000
18,4
Mestafvoer pluimvee
CBS
3000 ton
3.000
4,7
Mestafvoer varkens
CBS
36.000 ton
36.000
29,7
Verbranding
Bron
Eenheid
Houtkap in de gemeente
Gemeente
onbekend ha
Totaal
Ton input
Potentie TJ 700
8,9
68.784
79,4
De in Tabel 4.2 weergegeven reststromen zijn alle beschikbare bronnen voor biomassa, zijnde een reststroom, niet zijnde een primaire teelt of productie. Deze reststromen worden echter al nagenoeg volledig gebruikt voor andere toepassingen. De houtkap bij de gemeente gaat naar een houtbedrijf. Uit de groenvoorziening van de gemeente gaat al 200 ton naar de gemeentelijke houtkachel. De restproducten uit de landbouw worden voor het grootste deel al vergist / gecomposteerd en de mestafvoer gaat veelal naar verwerkingsbedrijven die er óf mestkorrels, óf energie van produceren. Een toekomstige biomassacentrale of -vergister zou dus moeten concurreren met deze bestaande afnemers. Dit lijkt alleen haalbaar voor de meststromen, dus dan kan er maximaal 55 TJ gehaald worden uit biomassa. Naast de beschikbare reststromen, is het mogelijk om binnen het Energielandgoed Wells Meer de reststromen te gebruiken voor biomassa, dan wel biomassateelt toe te passen ten behoeve van energiewinning uit biomassa. Dit is echter afhankelijk van de uiteindelijke invulling van het Energielandgoed. Civieltechnische werken De aanleg van een biomassacentrale bestaat uit civieltechnische werkzaamheden en installatiewerkzaamheden. Voor wat betreft de aanleg zijn met name de civieltechnische werkzaamheden van belang voor dit MER.
De werkzaamheden zijn echter beperkt en richten zich met name op de fundering van het bouwwerk. Uitgaande van een voldoende dragende grond, wordt een fundering gelegd onder het bouwwerk en de locatie waar grote hoeveelheden biomassa worden opgeslagen. Daarnaast dient een ontsluitingsweg gerealiseerd te worden met een voldoende capaciteit om de geschatte biomassa aan te kunnen voeren en eventueel residu te kunnen afvoeren.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
38
Figuur 4.3 Biovergister Ecofuels in gemeente Bergen.
Recreatie en educatie De invulling van de recreatieve en educatieve functies krijgt vorm door de aanleg en exploitatie van een bezoekerscentrum en recreatieve routes die worden uitgezet in het Energielandgoed. Bezoekerscentrum Het bezoekerscentrum betreft een gebouw waarin verschillende functies samenkomen. Er wordt ruimte geboden voor exposities, kunst en horeca en biedt hierdoor ruimte aan een groter publiek (max 150 personen). De locatie van een dergelijk centrum is afhankelijk van de beschikbare ruimte die resteert in de ontwerpmodellen. Het plan voorziet in de aanleg en exploitatie van een innovatie- dan wel bezoekerscentrum. Voor het realiseren van een dergelijk centrum dienen meerdere voorzieningen te worden getroffen (bouwen van een gebouw, aanleg van parkeerplaatsen, aansluiting op riool en elektriciteit). Voor deze exacte werkzaamheden zal te zijner tijd een vergunning worden aangevraagd, alwaar de verdere invulling van deze onderdelen wordt onderzocht. Recreatieve routes Uitgangspunt is dat het Energielandgoed zo veel als mogelijk toegankelijk wordt voor het publiek. Daar waar mogelijk worden wandel-, fiets- en mountainbikeroutes aangelegd. De exacte routering is afhankelijk van de invulling van het Energielandgoed en wordt nader ingetekend in de ontwikkelmodellen. Het plan voorziet in de aanleg en instandhouding van deze recreatieve routes.
Bedrijvigheid - innovatiecentrum Ook is het gewenst om in het Energielandgoed kleinschalige bedrijvigheid mogelijk te maken. De bedrijvigheid hier beperkt zich tot opslag van producten (panelen of overige duurzame energie gerelateerde producten) en een kantoorfunctie, waarin innovatieve bedrijven en/of startup’s zich kunnen vestigen.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
39
Het plan voorziet in het bouwen en in gebruik hebben van gebouwen met een lichte bedrijvigheid en kantoorfunctie. De afmetingen en het grondoppervlak van deze gebouwen is per ontwerpmodel afwijkend.
Netaansluiting De energie die opgewekt wordt in het energielandgoed moet worden getransporteerd naar het nationale elektriciteitsnet. Om het landgoed aan te kunnen sluiten op dit net, hebben de gemeente Bergen en netbeheerders Enexis en TenneT op 9 september 2019 een intentieovereenkomst getekend over het tijdig aansluiten van het Energielandgoed op het elektriciteitsnet. De realisatie van het kabeltracé en het transformatorstation maken geen onderdeel uit van het voornemen, wel is het echter noodzakelijk om de haalbaarheid van deze onderdelen te onderzoeken, zodoende te weten of het voornemen uitvoerbaar is. In de onderzoeken wordt uitgegaan van een tweetal kabeltracés die mogelijkerwijs gevolgd kunnen worden om het Energielandgoed elders aan te kunnen sluiten, dan wel een kabel van het nationale elektriciteitsnet naar een transformatorstation in het plangebied aan te kunnen leggen. In overleg met de netbeheerder wordt (in een latere fase) besloten op welk (toekomstige) station zal worden aangesloten. In onderstaande afbeelding zijn de twee tracés opgenomen, waarlangs een kabel kan worden aangelegd om de in het Energielandgoed opgewekte stroom het plangebied uit te krijgen. De verdere detaillering van aansluiting op het elektriciteitsnet zal in een later stadium plaatsvinden.
In dit MER zullen de milieugevolgen van het aanleggen van deze tracés op hoofdlijnen worden beschreven. Figuur 4.4 Kabeltracés
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
40
Uit Figuur 4.4 blijkt dat beide kabeltracés op hetzelfde punt bij de provinciale weg N270 uitkomen. De beide tracés volgen deze weg voor het kruisen van de Maas. Vervolgens wordt deze provinciale weg gevolgd tot het aansluitpunt bij Venray. Dit laatste deel valt buiten de scope van het MER, aangezien alleen de haalbaarheid van de aansluiting onderdeel van het MER is.
Onderzoeksmodellen Totstandkoming modellen Op basis van de bandbreedte van het programma voor Energielandgoed Wells Meer (zie ook Tabel 4.1) is de ontwikkeling van de modellen ingezet. Hiervoor heeft H+N+S een notitie opgesteld waarin de modellen zijn uitgewerkt; deze notitie is in bijlage 3 opgenomen. Deze ontwerpfase stond vooral in het teken van de modellenstudie om het ontwerp van het Energielandgoed te bepalen. Inwoners en ondernemers hebben diverse mogelijkheden gehad om hun mening over de ontwerpmodellen kenbaar te maken: •
er is een interactieve enquête opgesteld waarbij mensen konden aangeven hoe zij het Energielandgoed zouden inrichten;
•
er zijn werkateliers georganiseerd en het Energiehuis is extra opengesteld; en
•
de ontwerpmodellen zijn met de meedenkgroep, klankbordgroep en expertgroep besproken.
In de ontwerpfase heeft H+N+S een drietal ontwerpmodellen opgesteld, waarin de bouwstenen zoals in Tabel 4.1 zijn weergegeven zijn verwerkt. Deze modellen zijn het uitgangspunt van het milieueffectrapport en zijn beoordeeld op verschillende milieuaspecten (zie het volgende hoofdstuk voor het beoordelingskader). Het doel van de modellen is om te verkennen op welke manier het Energielandgoed kan worden vormgegeven. Elk model is opgebouwd uit de bouwstenen van het Energielandgoed met bijbehorende bandbreedte, zoals vastgesteld door de gemeenteraad (zie Tabel 4.1). De modellen hebben elk een duidelijke invalshoek/verhaal en een helder ruimtelijk concept en zijn zo sterk onderscheidend: ze vormen de ‘hoekpunten van het speelveld’. Vervolgens zijn de bouwstenen op een logische manier over de drie modellen verdeeld. De volgende thema’s komen steeds aan bod: •
Thematische invalshoek
•
Ruimtelijk concept
•
Landschappelijke hoofdstructuur
•
Energiemix
•
Recreatie/educatie
•
Natuur
•
Landbouw
•
Bedrijvigheid
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
41
Beschrijving modellen Deze paragraaf beschrijft de onderzoeksmodellen op hoofdlijnen. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de Notitie Modellen Energielandgoed Wells Meer (H+N+S, 26 april 2019); deze notitie is opgenomen als bijlage 3 bij dit MER. De kaarten in deze paragraaf zijn ook in een groter formaat opgenomen in bijlage 4 van dit MER. Tabel 4.3 Matrix toelichting ontwerpmodellen Energielandgoed Wells Meer Productiegericht
Ingepast
Innovatief
Zo kosteneffectief en snel mogelijk realiseren
Accent op de
van zo veel mogelijk Accent
landschappelijke
duurzame energie met
inpassing van duurzame
bewezen technieken en
energie opwekking
een minimaal
innovatie, educatie en ‘exposure’. Het landgoed als (inter)nationaal boegbeeld van de energietransitie
ruimtebeslag Energiemix Intensieve zonnevelden, Zon
geen meervoudig ruimtegebruik mogelijk. Oost-west opstelling
Biomassa
Beperkte inzet van biomassateelt
Zonne-energie in
Zonne-energie in
combinatie met extensief
combinatie met natuur,
agrarisch gebruik en/of
landbouw, waterberging,
natuurbeheer. Zuid-
begrazing etc.
opstelling
Testvelden
Natte en droge
Onderzoek naar
biomassateelt i.c.m.
vernieuwende vormen
natuurontwikkeling
van biomassateelt
Minimaal 5 turbines,
Inzet op minimale impact
locatie te bepalen n.a.v.
op de beleving en
onderzoek
interferentie met de
luchtvaartveiligheid
Duitse turbines
Ashoogte
150
150
160
Rotordiameter
150
150
170
Aantal windturbines
5 windturbines
3 windturbines
4 windturbines
Lijnopstelling langs de
Lijnopstelling langs de
Veenweg
zuidgrens plangebied
Wind
Opstellingsvorm
Centraal cluster grote turbines markeert het energielandgoed
Blok of clusteropstelling
Bron: notitie Modellen Energielandgoed Wells Meer, H+N+S, 2019
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
42
Model Productiegericht In dit model ligt het accent op een kosteneffectieve inrichting van het plangebied, waarbij de productie van duurzame energie wordt geoptimaliseerd. Er wordt gebruik gemaakt van bewezen technieken. Voor dit model wordt uitgegaan van compacte, intensieve zonnevelden met oost-west georiënteerde opstellingen. De kavelrichting wordt gedraaid voor een optimale plaatsing van de zonnepanelen. In dit model zullen minimaal 5 windturbines worden opgesteld, waarbij sprake zal zijn van één windpark en geen verspreid liggende kleinere windparken. Biomassa wordt beperkt ingezet, vanwege het relatief grote ruimtebeslag dat deze vorm van energieopbrengst vereist. Het ontwerp van dit model geeft tevens de mogelijkheid tot een aanvullende energieproductie in het plangebied (meer dan de opgegeven minimale doelstelling van 870TJ). De doelstellingen ten aanzien van educatie en recreatie zijn aanwezig, maar ondergeschikt aan de energieproductie. De zonnevelden zijn ontoegankelijk. Er is ruimte voor een klein duurzame-energie gerelateerd bedrijventerrein gecombineerd met een informatiecentrum. In onderstaande Figuur 4.5 is een eerste schetsontwerp van het model weergegeven. Figuur 4.5 Schets van het ontwerpmodel ‘Productiegericht’ (H+N+S 2019)
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
43
Model Ingepast Dit ontwerpmodel legt de nadruk op de landschappelijke inpassing van de duurzame energieproductie middels een stevig landschappelijk raamwerk van lanen, houtwallen en singels. De zonnevelden gaan met de huidige kavelrichting mee en kennen een zuidgeoriënteerd opstelling, die gecombineerd kan worden met natuurbeheer en/of beweiding door kleinvee. Er zijn enkele zonnevelden met een intensievere, oost-west georiënteerde opstelling noodzakelijk om aan de minimale productiedoelstelling van 870TJ te kunnen voldoen. In dit model zijn drie kleine windturbines voorzien en wordt een groter aandeel toegeschreven aan zowel natte als droge biomassateelt. Recreatie (en educatie) vormt een belangrijke component van dit model. Het gehele gebied is goed toegankelijk en er wordt een bezoekerscentrum gerealiseerd, gecombineerd met een recreatief zonnepark’. Er is ruimte voor uitbreiding van biomassa/mestvergisting. In de onderstaande Figuur 4.6 wordt een eerste schetsontwerp weergegeven van dit model. Figuur 4.6 schets van het ontwerpmodel ‘Ingepast’ (H+N+S 2019)
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
44
Model Innovatief In dit model wordt volop ingezet op innovatie en vernieuwing. Er vindt zoveel mogelijk dubbelgebruik plaats. Hierbij valt te denken aan combinaties van zonnevelden met natuurontwikkeling, zonnevelden met landbouw, zonnevelden met waterberging e.d. In dit model staat de huidige grote schaal en maat van het plangebied centraal. Dit betekent dat de open- en weidsheid zoals nu beleefd wordt, zo veel als mogelijk behouden blijft. Voor de landschappelijke inpassing wordt ingezet op een stevige, groene bosrand die het gebied omkaderd. Er wordt een cluster van vier windturbines geplaatst, die het gebied markeren. Er is ruimte voor duurzame-energie gerelateerde bedrijvigheid met een innovatiecentrum en testvelden voor zonne-energie. Deze liggen midden in het gebied, aan de ‘energieboulevard’ en vormen tevens een recreatieve attractie. Het accent van dit ontwerpmodel ligt op de beleving van de productie van duurzame energie, educatie en innovatie. Onderstaand Figuur 4.7 geeft een eerste schets van dit model. Figuur 4.7 schets van het ontwerpmodel ‘Innovatief’ (H+N+S 2019)
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
45
Referentiesituatie De beoordeling van de effecten van de verschillende varianten vindt plaats ten opzichte van een referentiesituatie. Deze bestaat uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. Hierbij bestaat de referentiesituatie uit een toekomst waarin het voornemen niet wordt gerealiseerd. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen waarover al een besluit is genomen.
Autonome ontwikkeling In het plangebied zijn geen relevante autonome ontwikkelingen bekend. Het huidige ruimtegebruik blijft bij onveranderd beleid ongewijzigd.
Beschrijving Huidige situatie Wells Meer9 In Figuur 4.8 wordt het plangebied van het Energielandgoed in Wells Meer weergegeven. Figuur 4.8 Plangebied Energielandgoed Wells Meer
Water en bodem Het Wells Meer betreft een ontginningsgebied dat voornamelijk vlak is en geleidelijk richting het zuiden afloopt van 18 meter boven NAP tot 17 meter boven NAP. Aan de noordrand ligt een hogere rug van 20 meter +NAP, herkenbaar aan meer opgaande beplanting. In De Maasduinen is veel meer reliëf. De hoogte varieert tussen de 18 meter +NAP en meer dan 30 meter +NAP op de duintoppen. De bodem in het plangebied is voornamelijk opgebouwd uit zand. Bij de ontginning van het gebied is een stelsel van watergangen aangelegd om de waterhuishouding in het gebied in stand te houden. Deze wateren allemaal af op de Molenbeek, die vervolgens afwatert richting de Maas. Er is een groot aantal punten in het gebied waar grondwater wordt onttrokken ten behoeve van de beregening van de landbouwpercelen. De grondwaterstand ligt 9
Bron: Masterplan Energielandgoed Wells Meer, 2019, H+N+S Landschapsarchitecten
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
46
gemiddeld tussen de 40 en 120 centimeter onder het maaiveld. Het stroomgebied van de Molenbeek strekt zich uit tot voorbij Tuindorp. De Molenbeek kampt met hoge piekafvoeren in de winter en droogval in de zomer en de waterkwaliteit is niet optimaal. In het plangebied en omgeving van Tuindorp is in natte winters soms sprake van wateroverlast. Figuur 4.9 Analysekaarten Bodem en Water (H+N+S 2019)
Landschap Karakteristiek voor het plangebied is de openheid en de grote schaal en maat van het rationele landschap, kenmerkend voor de grootschalige, jonge ontginningen uit de 19e eeuw. Het open middengebied wordt duidelijk omgrensd en omkaderd door verschillende beplantingselementen. Zeer markant is de bosrand met steilrand van Nationaal Park De Maasduinen, als heldere grens aan de zuid- en westzijde. Aan de noordzijde van het plangebied ligt een hogere rug. Deze is herkenbaar aan de aanwezige bospercelen, houtwallen en bomensingels. Samen met de doorgaande houtwal op de Duitse grens vormt deze een groen kader aan de noordrand. Op de kop van deze hogere rug liggen de restanten van het oude landgoed de Meerschenhof. Aan de oostzijde vormt de historische laanbeplanting van de Kevelaersedijk een heldere grens. De rechte lijn van de Molenbeek met begeleidende bomensingels voegt zich in de rationele structuur van het landschap. Het landschap in deze zone bestaat uit kleinere open kamers, gescheiden door houtwallen. Een bijzonder landschappelijk element is de voormalige eendenkooi. Deze is bij de ontginning van het gebied droog komen te liggen en ligt nu juist hoger in het landschap doordat de omliggende grond bij de ontginning verder is ingeklonken. Momenteel staat er een woning.
De voormalige eendenkooi is goed zichtbaar door de vrije ligging in het open landschap op afstand van de overige bebouwing aan de Wezerweg, verbonden met een laan. Een enkele bomenrij markeert de rand.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
47
Figuur 4.10 Analysekaart Landschappelijke beleving (H+N+S, 2019).
Ecologie Direct tegen het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Maasduinen. Dit natuurgebied is ruim 5.200 hectare groot en is aangewezen als Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Juist nabij het plangebied is het Natura 2000-gebied relatief smal. De opgestoven rivierduinen vormen het karakteristieke landschap van De Maasduinen. Op de paraboolduinen bevinden zich heidegebieden, zandverstuivingen en grove dennenbossen. In de laag gelegen delen bevindt zich veen dat al dan niet bedekt is met een dunne laag dekzand. In de laagtes boven ondoorlatende leemlagen liggen vennen. Mede door de geïsoleerde ligging van de Maasduinen tussen de Maas en de Duitse grens is het gebied in ruimtelijk opzicht niet intensief ontwikkeld. Mede hierdoor is de ecologisch belangrijke overgang van hoog- naar laagterras in het stroomdal van de Maas in stand gebleven. De bosschages nabij de Wezerweg en enkele bomenrijen nabij de Molenbeek zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 aangewezen als Goudgroene natuurzone. Buiten de Goudgroene natuurzone is de Molenbeek en een zone daaromheen aangewezen als zone Natuurbeek. Het gebied tussen De Maasduinen en de Molenbeek is met uitzondering van het evenemententerrein aangewezen als Zilvergroene natuurzone.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
48
Figuur 4.11 Analysekaart ecologie (H+N+S, 2019)
Infrastructuur De belangrijkste weg aan de oostrand van de Maas is de N271, die parallel aan de Maas loopt en verschillende dorpskernen met elkaar verbindt. Vanaf de N271 vormt de Wezerweg een belangrijke verbinding richting Duitsland. De weg wordt veel voor vrachtverkeer gebruikt. Langs bijna het gehele traject liggen vrij-liggende fietspaden. Tussen de Wezerweg en Tuindorp vormt de Veenweg (ook wel de toeristenweg genoemd) een belangrijke verbinding. Dit zijn de enige twee doorgaande wegen langs en door het plangebied. In het gebied zelf liggen verder alleen zandpaden, als ontsluiting van de agrarische percelen en de twee centraal gelegen erven. Ook de Kevelaersedijk is een zandpad. Parallel hieraan is een verharde weg aangelegd als ontsluiting van het terrein van Ecofuels en Laarakker Groenteverwerking. Ten noordoosten van het landgoed ligt Airport Weeze.
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
49
Figuur 4.12 Analysekaart Infrastructuur (H+N+S, 2019).
Wonen, werken en recreëren De dichtstbijzijnde dorpskernen zijn Well, Wellerlooi en Wemb in Duitsland. In het gebied zelf is een beperkt aantal woningen aan de randen van het gebied, met name aan de Wezerweg. Midden in het gebied liggen twee erven met grotere agrarische opstallen. Het gebied is grotendeels in gebruik voor de landbouw. Een groot aantal percelen wordt gebruikt voor de teelt van graszoden. Andere delen zijn in gebruik voor akkerbouw waarbij ook mest wordt uitgereden. Aan de Kevelaersedijk staat de biovergistings-installatie Ecofuels. In Tuindorp ligt een kassengebied. Het gebied wordt momenteel niet recreatief gebruikt. Er lopen geen recreatieve routes doorheen en er zijn geen recreatieve voorzieningen aanwezig. Nationaal Park De Maasduinen en de omgeving van het Reindersmeer en Leukermeer richten zich wel sterk op recreatie. Ook in het Maasdal is recreatie een belangrijke economische drager.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
50
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
51
WERKWIJZE EN BEOORDELINGSKADER Inleiding Effecten ontstaan door het uitvoeren van de werkzaamheden, door het ruimtegebruik en door het in gebruik zijn van het Energielandgoed Wells Meer. Dit MER onderzoekt deze effecten tijdens de aanleg, de exploitatie (gebruik, onderhoud, reparaties) en verwijdering van de onderdelen van het Energielandgoed. De effecten tijdens de aanleg en verwijdering zijn klein vergeleken bij de effecten tijdens de exploitatie. Dit MER richt zich dan ook vooral op de beoordeling van de effecten tijdens de exploitatie. Voor een aantal milieuaspecten, waaronder natuur, zijn ook de effecten tijdens de aanleg beschreven. Plan- en studiegebied Het plangebied (Figuur 4.8) is het gebied waarbinnen het Energielandgoed Wells Meer kan worden gerealiseerd. Het studiegebied is het gebied waarbinnen de milieugevolgen zijn onderzocht. De omvang van het studiegebied verschilt per milieuaspect en is over het algemeen groter dan het plangebied. Grensoverschrijdende effecten Het Energielandgoed Wells Meer wordt aan de noordzijde begrensd door de topografische grens met Duitsland. Een logisch gevolg van de ligging van het plangebied en de voorgenomen activiteiten is dat er mogelijkerwijs grensoverschrijdende effecten optreden. Dit MER beschrijft per effecthoofdstuk of er sprake is van grensoverschrijdende effecten en toetst deze aan de relevante wet- en regelgeving.
Beoordelingskader In dit MER is op basis van regelgeving en beleid een beoordelingskader ontwikkeld waarmee de effecten van de alternatieven beoordeeld zijn. Dit betreft een integraal beoordelingskader, om zodoende de onderzoeksmodellen en het uiteindelijke voorkeursmodel integraal en vergelijkbaar te kunnen beoordelen. Omdat er sprake is van verschillende bronnen voor duurzame energie, die elk een eigen effect sorteren op verschillende milieuaspecten, wordt per beoordelingscriterium en per energiebron onderzocht wat de effecten zijn. Uiteindelijk worden deze effecten in de beoordeling geaggregeerd tot één beoordeling per beoordelingscriterium. Gezondheid Het aspect gezondheid is niet als apart thema opgenomen.10 De effecten op mensen komen aan bod door onderzoek te doen naar geluid, slagschaduw beneden en boven de wettelijke norm en naar landschap. Bijlage 5 gaat in op de huidige stand van zaken met betrekking tot windturbines en zonnevelden in relatie tot gezondheidseffecten.
10
De beschikbare resultaten laten geen definitieve conclusies toe waar het gaat om de gevolgen van windturbinegeluid op slaap. Ook voor andere directe gezondheidseffecten op de gezondheid is geen bewijs. Dit blijkt uit literatuuronderzoek van het RIVM. Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden. GGD informatieblad medische milieukunde, update 2013. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) RIVM rapport 2000000001/2013.
Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer | 719007 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
52
Tabel 5.1 Integraal beoordelingskader Beoordelingscriteria geluid Aantal geluidgevoelige objecten binnen de Lden 47 dB contour (wind)
Kwantitatief
Aantal geluidgevoelige objecten tussen de Lden 47 dB en Lden 42 dB contour
Kwantitatief
(wind) Aantal gehinderden (wind)
Kwantitatief
Cumulatie (optreden door wind)
Kwantitatief
Aantal geluidgevoelige objecten binnen 50 meter van (een deel van) het
Kwantitatief
zonneveld Aantal geluidgevoelige objecten binnen 100 meter van biomassa-centrale
Kwantitatief
Potentiële toevoeging wegverkeerslawaai
Kwalitatief
Beoordelingscriterium Slagschaduw
Effectbeoordeling
Het totaal aantal woningen binnen drie slagschaduwduurcontouren (0, 6 en 16
Kwantitatief
uur) Beoordelingscriterium Landschap
Effectbeoordeling
Landschappelijke structuur Herkenbaarheid en kwaliteit van de opstelling of ingreep Interferentie Kwalitatief Invloed op visuele rust Invloed op openheid Zichtbaarheid Beoordelingscriteria natuur Gebiedsbescherming
Effectbeoordeling
Natura2000-gebieden NNN
Soortenbescherming
Vogels
Kwalitatief
Vleermuizen Overige soorten Beoordelingscriteria Cultuurhistorie en archeologie
Effectbeoordeling
Effect op archeologische waarden (potentiële aantasting van waarden) Kwalitatief Effect op cultuurhistorie (aantasting van waarden) Beoordelingscriteria Water en Bodem
Effectbeoordeling
Effect op waterkwaliteit Kwalitatief Effect op waterkwantiteit Beoordelingscriteria Ruimtegebruik
Effectbeoordeling
Effect op landbouw Effect op recreatie en educatie Kwalitatief Effect op straalpaden Effect op luchtvaart Beoordelingscriteria Energieopbrengst en vermeden emissies
Effectbeoordeling
Elektriciteitsopbrengst Kwantitatief Vermeden emissies (soort en hoeveelheid)
719007 | Milieueffectrapport Energielandgoed Wells Meer 31 augustus 2020 | definitief
Pondera Consult
53
Beoordelingscriteria Veiligheid
Effectbeoordeling
Effecten op kwetsbare objecten Kwalitatief,
Effecten op industrie
kwantitatief indien Effecten op infrastructuur
nodig
Effecten op dijklichamen en waterkeringen Beoordelingscriteria Luchtkwaliteit
Effectbeoordeling
Effecten op de luchtkwaliteit
Kwalitatief, kwantitatief indien
Geur (mogelijke geurhinder)
nodig
Zonne-energie Voor zonneweiden zal op het aspect landschap een groot effect optreden. In het beoordelingskader is naast landschap onder meer ook het aspect geluid relevant voor zonnevelden. Het gaat hierbij om het geluid afkomstig van transformatoren, deze produceren alleen gedurende de momenten dat de panelen in werking zijn geluid (dus nooit ’s nachts). Voor veel aspecten is het potentiële effect afhankelijk van het aantal panelen, de hoogte en de oriëntatie van de panelen. In deze fase wordt dit nog niet gedetailleerd bepaald. Daarom worden effecten bepaald aan de hand van een voorbeeldopstelling passend binnen de beschikbare ruimte. Het onderzoek is voornamelijk kwalitatief van aard. Waar nodig en mogelijk ondersteund door kwantitatieve gegevens op basis van vuistregels.
Windenergie De focus bij windenergie ligt op de aspecten leefomgeving (geluid en slagschaduw), ecologie, landschap, veiligheid en de verwachte elektriciteitsopbrengst per locatie (MWh). Voor veel aspecten is het potentiële effect afhankelijk van het type turbine (de referentieturbine(‘s)) en de positie van de windturbines. Daarom worden effecten bepaald aan de hand van referentiewindturbines (bijvoorbeeld twee typen van verschillende grootte) en een voorbeeldopstelling, passende binnen de beschikbare ruimte en de schaal van het gebied. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden voor een ‘logische’ lijn- of clusteropstelling. Het onderzoek is voornamelijk kwalitatief van aard en wordt waar nodig en mogelijk ondersteund door kwantitatieve gegevens op basis van vuistregels. Vuistregels zijn standaardafstanden gebaseerd op wet- en regelgeving zoals bijvoorbeeld opgenomen in het Handboek Risicozonering Windturbines. Voor sommige aspecten is naast de wettelijke norm, ook naar effecten onder de norm gekeken, voorbeelden hiervan zijn geluid en slagschaduw.
Biomassa Naast windenergie en zonneweiden zijn er ook andere bronnen van duurzame energie zoals geothermie, biomassa en biovergisting. De effectbeoordeling van de toepassing van deze energiebronnen is kwalitatief en kwantitatief: waar mogelijk en zinvol wordt het met cijfers onderbouwd. Indien het niet mogelijk of zinvol is