1 A BP Regels ELWM
Tekst van het document
31
10.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, indien: a uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; b het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
32
Artikel 11
Waarde - Archeologie middelhoog
11.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.
11.2 11.2.1
Bouwregels Omgevingsvergunning a de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld; b onderdeel van het onderzoek als bedoeld in sub a vormt het rapport ‘BAAC (2020), gemeente Bergen Plangebied Energielandgoed Wells Meer, Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek, kenmerk: V-20.0111, juni 2020’; c een onderzoek als bedoeld in sub a is niet vereist indien naar oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; d een onderzoek als bedoeld in sub a is eveneens niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring dan wel een onderzoek naar de verstoorde bodemlagen aantoont dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte; e burgemeester en wethouders kunnen de vergunning verlenen indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1 er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2 schade door bouwactiviteiten kan worden
voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.
11.2.2
Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen a In de situatie als bedoeld in lid 11.2.1 onder d kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2 de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen variant archeologische begeleiding.
11.2.3
Uitzonderingen Het bepaalde in lid 11.2.1 en lid 11.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: 2 a een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 2.500 m , met uitzondering van een bouwwerk ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - WOII’;
33
2
b een bouwwerk met een bruto oppervlakte van ten hoogste 250 m ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - WOII’; 2 c een bouwwerk met een bruto oppervlakte van meer dan 2.500 m en een verstoringsdiepte van niet meer dan 40 cm onder maaiveld, met uitzondering van een bouwwerk ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - WOII’; 2 d een bouwwerk met een bruto oppervlakte van meer dan 250 m en een verstoringsdiepte van niet meer dan 40 cm onder maaiveld, ter plaatse van aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - WOII’; e een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte tot 3 m; f een reeds in uitvoering zijnde bouwwerk op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; g een bouwwerk dat mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 11.3
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2.1 en bepalen dat archeologisch onderzoek achterwege kan blijven indien dit in overeenstemming is met het archeologiebeleid van de gemeente Bergen.
11.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbodsbepaling Het is verboden op of in de lid 11.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a grondwerkzaamheden, zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van gronden; b het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; c waterhuishoudkundige ingrepen zoals het verlagen of verhogen van het waterpeil; d het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; e het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; f het aanbrengen van diepwortelende beplanting; g het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; h het omzetten van gras of akkerland in grond voor de teelt van laanbomen; i het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; j het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,5
m bedragen; k het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; l het afplaggen van heide- of natuurgebieden; m het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie.
11.4.1
34
11.4.2
Uitzonderingen Het bepaalde in lid 11.4.1 is niet van toepassing op: 2 a werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van ten hoogste 2.500 m , tenzij het werkzaamheden betreffen genoemd onder 11.4.1 sub h, l en m en met uitzondering van werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - WOII’; 2 b werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van ten hoogste 250 m , tenzij het werkzaamheden betreffen genoemd onder 11.4.1 sub h, l en m, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - WOII’; 2 c werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m en een verstoringsdiepte van niet meer dan 40 cm onder maaiveld met uitzondering van werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde WOII’; 2 d werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m en een verstoringsdiepte van niet meer dan 40 cm onder maaiveld, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - WOII’; e werkzaamheden die ten dienste staan van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; f werkzaamheden die het normale beheer en onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen, beplantingen en binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; g werkzaamheden die het normale agrarisch gebruik betreffen waaronder
worden verstaan grondbewerkingen ten dienste van agrarisch gebruik mits de bodem tot niet meer dan een diepte van 0,40 m onder maaiveld wordt geroerd; h werkzaamheden die plaatsvinden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; i een reeds in uitvoering zijnde werk op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; j een werk dat mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. k Het verbod als bedoeld in lid 11.4.1 is ook niet van toepassing indien: 1 de werkzaamheden vooraf bij burgemeester en wethouders zijn gemeld, voorzien van een overeenkomstig de eisen van burgemeester en wethouders uitgevoerd onafhankelijk onderzoek waaruit blijkt dat de verstoringsdiepte van de werkzaamheden of werken minder diep reikt dan het vastgestelde archeologisch relevante niveau, rekening houdend met een grondbuffer van minstens 0,2 m en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder lid 11.4.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop burgemeester en wethouders op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist; 2 de werkzaamheden vooraf bij burgemeester en
wethouders zijn gemeld, voorzien van een schriftelijke verklaring met bewijsmateriaal waarbij wordt aangetoond dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte en voorzien van een verklaring dat in het geval van teelten zoals bedoeld onder 11.4.1 sub h het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld waarop burgemeester en wethouders op basis van deze melding voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk te kennen heeft gegeven dat
35
voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is vereist. 11.4.3
Rapport en toelaatbaarheid a De aanvrager van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in 11.4.1 die betrekking heeft op de voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar oordeel van de gemeente in voldoende mate is vastgesteld; b Een onderzoek als bedoeld in sub a is niet vereist indien: 1 naar oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; 2 dit in overeenstemming is met het archeologiebeleid van de gemeente Bergen. c Een onderzoek als bedoeld in sub a is eveneens niet vereist indien naar oordeel van het bevoegd gezag een schriftelijke verklaring dan wel een onderzoek naar de verstoorde bodemlagen aantoont dat de grond reeds dieper is geroerd dan de voorgestelde bewerkingsdiepte; d Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a genoegzaam blijkt dat: 1 er geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2 de betreffende archeologische waarden door de ingreep niet of niet onevenredig worden geschaad; 3 schade door werken en werkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.
11.4.4
Voorschriften omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden a Als de situatie als bedoeld in lid 11.4.3 onder d van toepassing is, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2 de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen variant archeologische begeleiding;
11.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, indien: a uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; b het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.
36
Artikel 12
Waarde - Zone Natuurbeek
12.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Zone Natuurbeek' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en ontwikkeling van de ecologische doelen, de daarvoor benodigde waterkwaliteit en ruimte voor natuurlijke hydromorfologische processen als meanderen en inundaties en het realiseren van de benodigde zo natuurlijk mogelijke waterpeilen in de natuurbeek.
12.2
Bouwregels Op de voor ‘Waarde - Zone Natuurbeek’ aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.
12.3
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, onder de voorwaarden dat: a rekening is gehouden met de toekomstige inrichting van de zone, gericht op de realisatie van de wezenlijke kenmerken en waarden daarvan; b nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten die afbreuk kunnen doen aan de realisatie van de wezenlijke kenmerken en waarden van de Zone natuurbeek of die de omvang van schade als gevolg van meanderen, inundaties of waterpeilen vergroten worden tegengegaan.
12.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbodsbepaling Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 12.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; c het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadigingen van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging; d het bemalen of draineren van gronden en het winnen van water of het anderszins verlagen van de grondwaterstand; e het verrichten van exploratie- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen; f het dempen, graven en vergraven van watergangen en het aanleggen van dammen en bruggen.
12.4.1
37
12.4.2
Uitzondering Het bepaalde in lid 12.4.1 is niet van toepassing op: a werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; b werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; d werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding het plan legaal in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd; e werken en/of werkzaamheden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik; mits de werken en/of werkzaamheden hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.
12.4.3
Afwegingskader Een vergunning als bedoeld in lid 12.4.1 wordt uitsluitend verleend indien: a rekening is gehouden met de toekomstige inrichting van de zone, gericht op de realisatie van de wezenlijke kenmerken en waarden daarvan; b nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten die afbreuk kunnen doen aan de realisatie van de wezenlijke kenmerken en waarden van de Zone natuurbeek of die de omvang van schade als gevolg van meanderen, inundaties of waterpeilen vergroten worden tegengegaan.
12.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de voor 'Waarde - Zone Natuurbeek' aangewezen gronden te wijzigen of geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen.
38
3
Algemene regels
Artikel 13
Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 14
Algemene bouwregels
14.1
Ondergrondse werken en werkzaamheden Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
14.2 14.2.1
Ondergrondse bouwwerken Bouwregels Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; indien geen bouwvlak is opgenomen, dan zijn ondergrondse bouwwerken uitsluitend toegestaan onder het hoofdgebouw; b het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het 2 toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m ; c de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden.
14.2.2
Afwijking Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in lid 14.2.1 onder c omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,5 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a de waterhuishouding niet wordt verstoord; b geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
14.2.3
Zwembaden Op een bouwperceel is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: a het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van de zijdelingse en van de achterste perceelsgrens; b het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; 2 c de oppervlakte van het zwembad mag maximaal 50 m bedragen; d de diepte van het zwembad bedraagt maximaal 3 meter onder peil.
39
14.3
Artikel 15
Hydrologisch neutraal bouwen Het bebouwen van de gronden is slechts toegestaan indien dit geen negatieve hydrologische gevolgen heeft voor de omliggende gronden. De aanleg van een waterhuishoudkundige voorziening dient op eigen terrein plaats te vinden en in stand te worden gehouden.
Algemene gebruiksregels
15.1
Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik, wordt in ieder geval verstaan: a het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen; b het bemesten en houden van dieren in stallen, met uitzondering van bemesten ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - zonnepark’; c bedrijvigheid met een grote verkeersaantrekkende werking; d het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een erotisch (getint) bedrijf of (straat)prostitutie; e het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens als coffeeshop; f het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte, tenzij dit op grond van de bestemming is toegestaan; g het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; h het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; i het inpandig of in de openlucht opslaan en/of opgeslagen houden van goederen behoudens voor zover inherent is aan het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
j het gebruik en/of laten gebruiken van gronden en gebouwen voor tijdelijke of permanente bewoning, tenzij dit op grond van de bestemming is toegestaan; k het innemen van een ligplaats met een vaartuig, waarbij ter plaatse sprake is van horeca-activiteiten, of met een vaartuig dat gebruikt wordt ten behoeve van een seksinrichting of prostitutie.
15.2 15.2.1
Landschappelijke inpassing (voorwaardelijke bepaling) Voorwaardelijke verplichting inpassing Voor de locatie Wezerweg 16a is het gebruik overeenkomstig de bestemming uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat sprake is van realisatie en instandhouding van een landschappelijke inpassing overeenkomstig het inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze regels.
40
15.2.2
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen een inpassingsplan dat is opgenomen als bijlage bij deze regels wijzigen en daarmee een alternatieve landschappelijke inpassing toestaan, mits de gewijzigde inpassing in ruimtelijk opzicht en/of qua omvang minimaal gelijkwaardig is aan de inpassing zoals opgenomen in het inpassingsplan in de bijlage 3 bij deze regels.
15.3
Voorwaardelijke verplichting gebiedsvisie Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding ‘wetgevingzone - voorwaardelijke verplichting’ voor zover niet binnen 36 maanden na de ingebruikname van die bouwwerken uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform de in bijlage 6 opgenomen gebiedsvisie.
Artikel 16
Algemene aanduidingsregels
16.1
Karakteristiek Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de gronden tevens bestemd voor behoud van de cultuurhistorische waardevolle bebouwing en is het bepaalde uit de erfgoedverordening van de gemeente Bergen vastgesteld op 13 juni 2010 van toepassing.
16.2
Overige zone - nationaal natuurnetwerk
16.2.1
Algemeen Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - nationaal natuurnetwerk’ zijn de gronden mede bestemd voor het behoud en bescherming van de bestaande natuurgebieden, de actueel aanwezige natuurbeheertypen en de nagestreefde natuurdoeltypen en voor te realiseren natuurgebieden de nagestreefde natuurdoeltypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Provinciaal Natuurbeheerplan.
16.2.2
Bouwverbod In afwijking van het bepaalde in de daar voorkomende bestemmingen mogen ter plaatse van in lid 16.2.1 bedoelde gronden geen gebouwen worden gebouwd.
Artikel 17 17.1
Algemene afwijkingsregels Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a de in de regels gegeven (inhouds)maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b de regels, en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft tot een maximale afmeting van 3 m; c de regels ten aanzien van de dakhelling van de kap van gebouwen, indien het stedenbouwkundig beeld zich hiervoor leent ten behoeve van een bijzonder gebouw;
41
d de regels ten aanzien van de (bouw)hoogte van overige bouwwerken, en toestaan dat de bouwhoogte van overige bouwwerken wordt vergroot: 1 ten behoeve van de bouw van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 65 m boven NAP, onder de voorwaarden dat: deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; 2 ten behoeve van speelvoorzieningen, beeldende kunst en dergelijke tot maximaal 10 m; 3 ten behoeve van de bouw van andere overige bouwwerken tot 8 m; e de situering en de begrenzing van bouwpercelen dan wel bouwvlakken of bestemmingsvlakken, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de ingekomen aanvragen nodig zijn ter uitvoering van een plan, mits de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, dan wel bouwvlak, met niet meer dan 10% zal worden gewijzigd.
Artikel 18
Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c het verwijderen van een aanduiding zoals genoemd in de artikelen 3 tot en met 9, en/ of artikel 16, indien het betreffende gebruik definitief is beëindigd dan wel de betreffende bebouwing en/of waarden niet meer aanwezig zijn.
Artikel 19 19.1
Algemene procedureregels Procedureregels bij het stellen van nadere eisen aan een omgevingsvergunning Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eisen is de volgende procedure van toepassing: a het ontwerpbesluit, met bijbehorende stukken, ligt gedurende twee weken in het gemeentehuis ter inzage; b van de ter inzage legging wordt tevoren in één of meer dag- of nieuws- of huisaan-huisbladen kennisgegeven; c de bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen in; d gedurende de in lid a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerpbesluit tot het stellen van nadere eisen;
42
e indien tegen het voornemen zienswijzen zijn ingediend, wordt het besluit met redenen omkleed; f Burgemeester en Wethouders maken aan hen, die zienswijzen naar voren hebben gebracht, de beslissing op die zienswijzen bekend.
Artikel 20
Overige regels
20.1 20.1.1
Cultuurhistorische waarden Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 4a bij deze regels opgenomen Kaart Cultuurhistorische waarden en omschreven in de in de bijlagen 4b1 en 4b2 opgenomen Tabel Cultuurhistorische waarden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden; b het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; d het verwijderen van cultuurhistorische elementen; e het verwijderen van (historische) zandwegen; f het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding; g het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering; h het doorbreken, wijzigen en/of verleggen van bestaande wegen, paden en/of andere (infra)structuren; i het toevoegen van natuur-/landschapselementen en/of kunstwerken die de in artikel 20.1.1 genoemde aanwezige waarden aan het zicht onttrekken of verstoren, of
anderszins schade toebrengen.
20.1.2
Uitzondering Het onder lid 20.1.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden: a die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen; b die reeds legaal in uitvoering of vergund waren op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c die plaatsvinden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; d die zijn gericht op de instandhouding, het herstel en/of versterking van gebouwen en terreinen met cultuurhistorische en aardkundige waarden.
20.1.3
Afwegingskader De omgevingsvergunning zoals bedoeld onder lid 20.1.1 kan slechts worden verleend, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de cultuurhistorische waarden niet onevenredig
43
worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden tot herstel van genoemde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Zo nodig kunnen voorwaarden aan de aanlegvergunning verbonden worden ter voorkoming of vermindering van de nadelige effecten van de voorgenomen werken of werkzaamheden (mitigatie) of ter compensatie van waarden die door de voorgenomen werken en werkzaamheden verloren zullen gaan. 20.2 20.2.1
Landschappelijke waarden Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden zoals die zijn aangegeven op de in de bijlage 5 bij deze regels opgenomen Kaart Landschappelijke waarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden; b het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c het verwijderen van (historische) zandwegen; d het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadigingen van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging.
20.2.2
Uitzondering Het onder lid 20.2.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden: a die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen; b die reeds in uitvoering of vergund waren op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c die plaatsvinden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; d die zijn gericht op de instandhouding, het herstel en/of versterking van landschappelijke waarden.
20.2.3
Afwegingskader De omgevingsvergunning zoals bedoeld onder lid 20.2.1 kan slechts worden verleend, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de landschappelijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden tot herstel van genoemde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Zo nodig kunnen voorwaarden aan de aanlegvergunning verbonden worden ter voorkoming of vermindering van de nadelige effecten van de voorgenomen werken of werkzaamheden (mitigatie) of ter compensatie van waarden die door de voorgenomen werken en werkzaamheden verloren zullen gaan.
44
4 Artikel 21
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
21.1
Overgangsrecht bouwwerken a Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1 gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2 na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
21.2
Overgangsrecht gebruik a Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 22
Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Energielandgoed Wells Meer’. Vastgesteld: XXXXXX
45