CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Facetplan_gewijzigd vaststelling_def.pdf

Algemene Raadscommissie 10 april 2025, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 4: Voorstel betreft het gewijzigd vaststellen van het Facetbestemmingsplan Recreatie3.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting Behorende bij: - Facetbestemmingsplan Recreatie, Bergen NH

3 februari 2025

Inhoudsopgave I. Inleiding

4

Aanleiding en doelstelling

4

Ligging van het plangebied

4

Leeswijzer

4

II. Planbeschrijving

5

III. Beleidstoets

6

Rijksbeleid

6

Provinciaalbeleid

6

Gemeentelijkbeleid

6

IV. Omgevingsaspecten

18

V. Juridische planbeschrijving

19

Algemeen

19

Opzet planbeschrijving

20

Inleidende regels

20

Algemene regels

21

Overgangsrecht en slotregels

21

VI. Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid

21

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

21

Economische uitvoerbaarheid

22

Toelichting

I. Inleiding Aanleiding en doelstelling In de gemeente Bergen is op dit moment een overvloed aan recreatieparken met recreatiewoningen, waardoor sprake is van een monotoon aanbod aan verblijfsrecreatie. De gemeente wenst een totale verstening van recreatieparken te voorkomen en streeft vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening naar een divers aanbod aan verblijfsrecreatie. Een gevarieerd aanbod met kampeermiddelen (tenten, campers en caravans) naast de veelvuldig aanwezige recreatiewoningen, komt het toerisme in de gemeente ten goede. Daarom wordt een verbod op de groei en nieuwvesting van recreatieparken met recreatiewoningen opgelegd. Bestaande legaal aanwezige recreatiewoningen op recreatieparken zijn toegestaan, maar deze mogen niet worden vergroot of uitgebreid in aantallen. Dit facetbestemmingsplan moet daarvoor het juridisch planologisch kader vormen. Hierbij wordt nadrukkelijk opgemerkt dat het facetbestemmingsplan geen betrekking heeft op recreatiewoningen op woonbestemmingen of hotels en pensions op hotel- of horecabestemmingen. Het betreft uitsluitend de recreatieparken. Een ander onderwerp waar dit facetbestemmingsplan betrekking op heeft is het toeristisch verhuren van de woning op grond van de Huisvestingsverordening.

De Huisvestingsverordening maakt het mogelijk om een woning middels een meld- en registratieplicht voor een maximum aantal nachten toeristisch te verhuren. Deze verhuur is op dit moment binnen de reguliere woonbestemmingen in de gemeente Bergen niet mogelijk. Om deze twee ruimtelijke sturingsmiddelen meer op elkaar af te stemmen en planologisch strijdig gebruik te voorkomen, wordt in de nieuwe situatie toeristische verhuur binnen woonbestemmingen toegestaan conform de in de Huisvestingsverordening opgenomen voorwaarden. Ligging van het plangebied Het plangebied van dit facetbestemmingsplan beslaat de gehele gemeente Bergen NH.

Figuur 1, ligging plangebied.

Leeswijzer Deze toelichting maakt deel uit van het facetbestemmingsplan Recreatie, Bergen. De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: - In hoofdstuk I 'Inleiding' wordt een inleidende toelichting gegeven op het bestemmingsplan. - In hoofdstuk II 'Planbeschrijving' wordt een beschrijving gegeven van de voorgeschiedenis van dit facetbestemmingsplan en de gewenste nieuwe situatie. - Hoofdstuk III 'Beleidstoets' geeft een overzicht van het geldende beleid omtrent recreatieparken. Ook worden in dit hoofdstuk de strategische keuzes binnen dit facetbestemmingsplan onderbouwd. - In hoofdstuk IV 'Omgevingsaspecten' wordt ingegaan op de effecten die de diverse omgevingsaspecten hebben op, de uitvoerbaarheid van, het bestemmingsplan. - In hoofdstuk V 'Juridische planbeschrijving' wordt nader ingegaan op de indeling van het bestemmingsplan en de juridische/planologische regels. - In hoofdstuk VI 'Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid' wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

II. Planbeschrijving De groei van het aantal recreatieparken in de gemeente maakt dat de gemeente wenst in te grijpen in de groei van het aantal recreatiewoningen. De gemeente ziet als gevolg van die groei namelijk een monotoon aanbod ontstaan waarbij kampeerplekken zoals tenten, camperplaatsen en caravans, steeds meer worden ingewisseld voor permanent aanwezige recreatiewoningen (verstening). In de nieuwe situatie geldt voor de volledige gemeente een verbod dat het onmogelijk maakt om zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een nieuw recreatiepark op te richten of een bestaand park uit te breiden met recreatiewoningen, chalets en stacaravans.

III. Beleidstoets Rijksbeleid Het facetbestemmingsplan is op rijksniveau getoetst aan de Nationale Omgevingsvisie en de Ladder voor duurzame verstedelijking. Uit deze toets is naar voren gekomen dat dit beleid niet van toepassing is op het facetbestemmingsplan en dit zal daarom niet verder worden uitgewerkt. Provinciaal beleid Toeristische verhuur Het bestemmingsplan is voor zover het regels stelt over de toeristische verhuur van de woning, getoetst aan de Omgevingsvisie NH2050 en de Omgevingsverordening NH2022. Uit deze toets zijn geen raakvlakken naar voren gekomen die van toepassing zijn op dit bestemmingsplan en dit zal daarom niet verder worden uitgewerkt. Recreatieparken Het bestemmingsplan is getoetst aan de Omgevingsvisie NH2050 en de Omgevingsverordening NH2022. In paragraaf 6.2.2.4 ‘Verblijfsrecreatie’ van de Omgevingsverordening NH2022 worden regels gesteld over recreatieparken. Deze paragraaf gaat over de openheid van het provinciale landschap in relatie tot de mogelijkheid van bestaande en nieuwe verblijfsrecreatie als ook de regionale uitwerking en impact van verblijfsrecreatieve functies. Het werkingsgebied betreft de gehele provincie.

De regels uit deze paragraaf zijn gesteld met het oog op nakoming van de regionaal afgesproken ambities ten aanzien van de ontwikkeling van verblijfsrecreatie, om zo een belangenafweging te kunnen maken tussen de openheid van het provinciaal landschap en de mogelijkheid voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van verblijfsrecreatie. Deze regels hebben geen invloed op dit facetbestemmingsplan. Daarvoor is relevant dat de planregels slechts een verbod op de groei en het oprichten van nieuwe recreatieparken inhoudt. Omdat slechts sprake is van een verbodsbepaling behoeft dit geen verdere toetsing of uitwerking van het provinciale beleid op dit onderwerp.

Gemeentelijk beleid Toeristische verhuur De gemeente acht de toeristische verhuur voor een beperkt aantal nachten toelaatbaar. De gemeenteraad heeft in de Huisvestingsverordening een registratie- en meldplicht opgenomen voor toeristische verhuur van woonruimte. Wanneer aan die verplichting wordt voldaan is toeristische verhuur vanuit deze Huisvestingsverordening, onder voorwaarden

van een maximum aantal nachten, mogelijk. Om strijdig gebruik van het bestemmingsplan te voorkomen is de toeristische verhuur van de woning conform de Huisvestingsverordening mogelijk gemaakt. Daarbij is het van belang dat aan alle gestelde voorwaarden uit de Huisvestingsverordening, waaronder de meld- en registratieplicht, dient te zijn voldaan. Uitsluitend wanneer aan alle voorwaarden uit de Huisvestingsverordening is voldaan, is er geen sprake van strijdig gebruik van het bestemmingsplan. De regels in het facetbestemmingsplan zijn zodanig opgesteld dat de Huisvestingsverordening leidend is voor het aantal toegestane nachten voor de recreatieve verhuur van de woning. Indien de Huisvestingsverordening ten aanzien van de toeristische verhuur in de toekomst wordt gewijzigd, dan volgt het facetbestemmingsplan deze wijziging.

Recreatieparken Omgevingsvisie Gemeente Bergen (2023) De Omgevingsvisie benoemt een belangrijke ontwikkeling in de kampeersector, namelijk de tendens tot ‘verstening’ van kampeerterreinen. Veel ondernemers kunnen de dure grond en de hoge natuurlijke en recreatieve waarden van hun omgeving te gelde maken door de standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen om te vormen tot huisjes en deze ‘uit te ponden’. Dat wil zeggen dat de huisjes verkocht worden aan individuele eigenaren. Als daarmee de bedrijfsmatige exploitatie verdwijnt, is dat vaak negatief voor het gebruik en aanzien van een dergelijk terrein. Daarnaast is het belangrijk om ervoor te waken dat deze verstening niet zodanige explosieve vormen aanneemt. Het jaarrond gebruiken van recreatiewoningen ten opzichte van het seizoensgebonden gebruik van kampeerplaatsen, heeft een negatieve op de leefbaarheid in de kernen. Met het verbod op de groei van recreatieparken wenst de gemeente voornamelijk het monotone aanbod aan recreatiewoningen wat reeds in overvloed aanwezig is, een halt toe te roepen. De uitbreiding van toeristisch-recreatieve bedrijven is alleen gewenst bij een aanvulling op het bestaande aanbod en een verbetering van de kwaliteit. Het simpelweg uitbreiden van recreatieparken met nog meer recreatiewoningen past hier niet binnen.

Wat wel passend is zijn innovatieve en kwalitatief hoogwaardige ontwikkelingen die het aanbod aanvullen. Er is in de gemeente en in de regio ook een toenemende vraag naar camperplaatsen. Deze trend is door de coronacrisis versterkt. Vooral jonge mensen hebben sinds de uitbraak van het coronavirus een caravan of camper aangeschaft. Het totale aantal kampeerauto’s in Nederland steeg in het begin van de coronatijd met 3,2 procent tot een recordaantal van ruim 135.000, waar er vijf jaar geleden nog geen 100.000 werden geteld. Groei van toerisme is economisch gezien belangrijk voor Bergen, maar geeft ook druk op de leefbaarheid voor bewoners. De balans tussen toeristische draagkracht en draagvlak van de leefomgeving, in de omgevingsvisie Bergen ook wel de balans tussen rust en reuring genoemd, is hierbij belangrijk. Voor recreatieparken is deze balans verstoord. Het aantal recreatieparken met recreatiewoningen is de afgelopen jaren fors gestegen wat heeft geleid tot een eenzijdig aanbod en een toename van de klachten van omwonenden over een achteruitgang van de leefbaarheid. Kampeernota 2007 Al in 2007 is in de Kampeernota beschreven dat het aantal recreatiewoningen explosief groeide ten koste van het aantal kampeerplekken dat drastisch verminderde.

Vermeld wordt dat bij uitbreiding van recreatieparken op kampeerplaatsen zou moeten worden ingezet in plaats van meer recreatiewoningen. Vermeld wordt dat de gemeente een beleid wil voeren waardoor een substantieel aantal kampeerplaatsen wordt gehandhaafd. In de Kampeernota wordt onderkend dat dit lastig is, omdat de geldende bestemmingsplannen een uitbreiding van recreatiewoningen veelal mogelijk maakt.

De verstening zorgt deels voor diversiteit en een economische impuls als de huisjes, woningen en bungalows toeristisch worden verhuurd. De verstening door recreatiewoningen gaat echter meer richting een zogenaamde ‘overkill’. Het is belangrijk de diversiteit te waarborgen en rekening te houden met de kernen. Door middel van zonering en het nieuwe bestemmingsplan kan hierop gestuurd worden. Het realiseren van een divers aanbod aan verblijfsrecreatie is een beleidsuitgangspunt. Een algehele stop op de uitbreiding van nog meer recreatiewoningen middels dit facetbestemmingsplan past binnen deze visie.

Ontwikkelingen De groei van recreatieparken ten koste van traditionele campings is een landelijke trend die voortkomt uit een gestegen vraag naar meer luxe vakantievormen, maar ook het grotere aanbod van (voornamelijk particuliere) investeerders die door de lage rentestanden hun toevlucht zoeken in de recreatieve sector. In Noord-Holland is deze trend ook stevig aanwezig.

Deze ontwikkeling heeft ook de gemeente Bergen niet overgeslagen. Vooral door in het deel van de gemeente dat voorheen behoorde tot de gemeente Schoorl is deze ontwikkeling goed zichtbaar. In het recente verleden zijn in Schoorl vergunningprocedures gelopen voor de omzetting van camping de Bocht in Camperduin naar 43 recreatiewoningen (Dutchen) en de omzetting van camping Bregman in Camperduin naar 72 recreatiewoningen (Landal). Schoorl kent nu ongeveer 13 parken met ongeveer 650 huisjes/bungalows. Er zijn ongeveer 4 locaties met kampeerplekken met in totaal ongeveer 120 kampeerplekken. Sinds 2005 zijn in de gemeente Bergen de volgende campings omgezet in recreatieparken: • • • • • • • • • • • • •

Camping 't Hoogje Camping Koningshof (Schoorl) Camping Koningshof (Egmond) Camping de Bocht Camping de Bregman Camping Mooi Schoorl Camping de Duinvoet Camping de Woudhoeve Camping Goedhart Camping De Hondsbosch Camping 't Koekoeksbos Camping de Branding Camping de Lijnbaan

Het totale aanbod van recreatieve overnachtingsplekken op campings en recreatieparken in Bergen nam in deze tijd juist af. Dat komt omdat campingplaatsen minder ruimte innemen dan recreatieparken.

Regionaal beleid De ontwikkeling van de verblijfsrecreatie in Bergen is belangrijk om het toeristisch aanbod te behouden en versterken. Niet alleen voor Bergen, maar voor de hele regio Noord-Holland Noord. Daarom is de vitaliteit van de verblijfsrecreatie en de hierbij behorende marktkansen voor de regio onderzocht in opdracht van de provincie en 17 gemeenten. Uit dit onderzoek, het Vitaliteitsonderzoek Verblijfsrecreatie Regio Alkmaar en West-Friesland, blijkt dat campings goed scoren op vitaliteit in beide regio’s. Een andere conclusie uit het onderzoek is dat zonder actief beleid van de verblijfsrecreatiebedrijven tussen nu en 2025 het productaanbod eenzijdig, weinig onderscheidend of niet vernieuwend is. Aan de hand van de analyse is een regiovisie verblijfsrecreatie Noord-Holland Noord, een ontwikkelkader en een regionale aanpak van niet-vitaal aanbod ontwikkeld. In de Visie Toerisme en Recreatie Regio Alkmaar 2025-2035 worden de ontwikkelprincipes weergegeven voor de verblijfsrecreatie. Het aanbod van de verblijfsrecreatie is kwantitatief gezien op orde maar kwalitatief en qua benutting dienen mogelijkheden te worden gezocht voor optimalisatie, waarbij vitalisatie van het huidige aanbod centraal staat.

De focus ligt op het verhogen van de kwaliteit van ons verblijfs-, dag-, en waterrecreatie aanbod door vernieuwing, optimalisatie en het ontwikkelen van producten die inspelen op inclusiviteit, innovatie en duurzaamheid met een focus op kwaliteit en de balans tussen aanbod en lokale behoefte. Bij ontwikkeling van nieuw aanbod dient een duidelijke behoefte te worden aangetoond. Innovatieve en kwalitatief hoogwaardige verblijfsrecreatie die het bestaande

aanbod aanvult en divers maakt, verdient de voorkeur (in plaats van de uitbreiding van recreatieparken met nog meer monotone recreatiewoningen). Dienstenrichtlijn Op grond van het voorliggende bestemmingsplan worden de mogelijkheden voor het oprichten van nieuwe recreatieparken of het vergroten van bestaande recreatieparken met recreatiewoningen beperkt. Het aanbieden van recreatiewoningen in de vorm van een recreatiepark is een dienst in de zin van de Europese Dienstenrichtlijn. Dit betekent dat er in beginsel geen vestigingsbeperkingen mogen worden opgelegd omdat die strijdig zijn met het Europees uitgangspunt van een vrije interne markt en vrijheid van vestiging van dienstverrichters. Alleen onder strikte voorwaarden, “dwingende redenen van algemeen belang” zoals die zijn opgenomen in de Dienstenrichtlijn artikel 15 lid 3, kunnen vestigingsbeperkingen worden verbonden aan een locatie waar, de uitbreiding van, een recreatiepark is toegestaan. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake het bestemmingsplan Stad Appingedam (ECLI:NL:RVS:2018:2062) blijkt dat, onder meer de bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, met inbegrip van de stedelijke en rurale ruimtelijke ordening tot de dwingende reden van algemeen belang behoren (zie overweging 40 en artikel 4, aanhef en onder 8 van de Dienstenrichtlijn).

Hierin kunnen rechtvaardigingen worden gevonden voor het opleggen van beperkingen op de planologische bouwmogelijkheden een recreatiepark. De leefbaarheid in de kernen en het tegengaan van de verstening door meer recreatiewoningen in het landschap, maakt dat er geen strijdigheid is met de Dienstenrichtlijn.

IV. Omgevingsaspecten De regels over het verbod tot uitbreiding van recreatieparken hebben geen invloed op de omgevingsaspecten. Daarvoor is relevant dat de regels over recreatieparken slechts een verbod op het oprichten van nieuwe recreatieparken mogelijk maakt. Omdat slechts sprake is van een verbodsbepaling behoeft geen verdere toetsing plaats te vinden aan de aspecten natuurbescherming, geluid, luchtkwaliteit, bodem, cultuurhistorie en externe veiligheid. Gezien het ondergeschikte karakter van de toeristische verhuur van de woning gedurende een beperkt aantal nachten per jaar is er hierdoor ook geen negatieve invloed op de omgevingsaspecten. De woonfunctie blijft de hoofdbestemming.

V. Juridische planbeschrijving Algemeen Het voorliggende plan is juridisch vormgegeven als een paraplu facetbestemmingsplan. Dit betekent dat het 'onderliggende' geldende bestemmingsplannen niet integraal wordt aangepast/ gewijzigd, maar dat het voorliggend plan slechts één facet van de onderliggende plannen herziet. Het verbod op de oprichting en uitbreiding van recreatieparken in dit facetbestemmingsplan geldt als een nadere aanvulling op de geldende planregels van de bestemmingsplannen binnen de hele gemeente. Dit geldt eveneens voor het toeristisch verhuren van de woning conform de voorwaarden uit de Huisvestingsverordening. De planregels van de bestemmingsplannen blijven, voor zover deze buiten het kader van voorliggend facetbestemmingsplan vallen, van overeenkomstige toepassing.

Het voorliggend bestemmingsplan wordt digitaal beschikbaar gesteld en wat betreft de regels en verbeelding is aangesloten op de wettelijke standaardiseringsvereisten van het RO2012/SVBP 2012. Verder zijn een overgangsregeling en een anti-dubbeltelregel uit het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Opzet planbeschrijving Dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een toelichting, regels en verbeelding. De regels en verbeelding zijn de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan en de toelichting vormt de uitleg en onderbouwing van de in de verbeelding en regels vastgelegde mogelijkheden, verplichtingen en verboden. Regels De regels zijn gegroepeerd in drie hoofdstukken: - Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen die van belang zijn voor een juiste interpretatie van begrippen en bepalingen die in de overige regels zijn opgenomen; - Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de algemene regels opgenomen die gelden voor alle bestemmingen en andere onderdelen van het bestemmingsplan. Het gaat onder ander om algemene gebruiks(on)mogelijkheden en afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden; - Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk staat, naast enkele algemene slotbepalingen, opgenomen welk overgangsrecht geldt ten aanzien van het bestaand gebruik en bebouwing.

Toelichting In de toelichting is in de voorgaande hoofdstukken een uitleg, onderbouwing en verantwoording gegeven van de keuzes die in dit bestemmingsplan zijn vastgelegd. De toelichting behoort niet tot het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan en heeft daarom geen directe rechtskracht. Wel kan het eventuele onduidelijkheid bij de interpretatie van de regels wegnemen omdat in de toelichting de achtergronden en intentie van de regeling is opgenomen. Verbeelding De verbeelding bestaat uit een contour van het gebied waarvoor de planregels worden aangevuld. Dit betreft de volledige gemeente Bergen NH. Voor de ter plaatse geldende bestemmingen moet het onderliggende bestemmingsplan worden geraadpleegd. Inleidende regels In de Inleidende regels worden een aantal basis begrippen benoemd en beschreven. Tevens wordt in de inleidende regels benoemd op welke bestemmingsplannen dit facetbestemmingsplan van toepassing is. In artikel 2 wordt aan aantal begrippen beschreven met betrekking tot de wijze van meten. In artikel 3 wordt het toepassingsbereik en de werkingsgebied van het bestemmingsplan omschreven.

Algemene regels In artikel 4 is een verbodsbepaling opgenomen voor het oprichten en uitbreiden van recreatieparken. Deze bepaling komt erop neer dat de oprichting of verdere uitbreiding van recreatiewoningen op bestaande gronden van een recreatiepark is uitgesloten. Hiermee wordt verdere ‘verstening’ ten koste van kampeerplaatsen voorkomen.

In artikel 5 wordt de toeristische verhuur van de woning mogelijk gemaakt mits de voorwaarden uit de Huisvestingsverordening zijn nageleefd. In artikel 6 zijn algemene afwijkingsbevoegdheden en een anti-dubbeltelregel opgenomen. Overgangsrecht en slotregels In artikel 7 en 8 zijn de overgangsregels opgenomen en in artikel 9 is tevens een slotregel opgenomen in het bestemmingsplan.

VI. Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen provinciale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met de provincie. Daar komt bij dat op basis van artikel 2 van het Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 8 mei 2012, nr. 2012-17090 tot vaststelling van het Besluit beperking vooroverleg ruimtelijke ordening 2012 een limitatieve opsomming van ontwikkelingen is vastgesteld waarbij vooroverleg noodzakelijk is met de Provincie Noord-Holland bij het opstellen van een bestemmingsplan.

Onderhavige ontwikkeling valt daar niet tussen. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat vooroverleg niet noodzakelijk is. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen belangen van het waterschap schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het waterschap. Ten aanzien van de verplichte watertoets (3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening) wordt opgemerkt dat het plan geen effecten heeft op de waterhuishouding. Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening is benoemd dat de gemeenteraad verplicht is bij het vaststellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Dit facetbestemmingsplan valt niet onder een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en daarom is geen exploitatieplan benodigd. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is niet in het geding aangezien dit plan geen grootschalige bouwprojecten mogelijk maakt, maar voorziet in aanvullende regels op bestaande bestemmingsplannen omtrent recreatieparken. In het algemeen heeft de economische uitvoerbaarheid betrekking op nieuwe ontwikkelingen waar bestemmingswijzigingen voor nodig zijn. Dit facetbestemmingsplan voorziet alleen in nieuwe en aanvullende regels omtrent recreatieparken.

Dit bestemmingsplan maakt geen grootschalige bouwplannen mogelijk waar kosten aan verbonden zijn. De kosten voor de gemeente bestaan uit de plankosten en kosten voor onderzoeken.

Planschade Dit bestemmingsplan beperkt de gebruiksmogelijkheden van gronden waarop voor inwerkingtreding van dit bestemmingsplan het oprichten van nieuwe recreatieparken mogelijk is. De gemeente Bergen heeft het concrete beleidsvoornemen om deze gebruiksmogelijkheden in te perken gepubliceerd op 14 juli 2021 (Gemeenteblad 2021, 227138). Door die publicatie en de sindsdien verstreken tijd zijn eigenaren van deze gronden genoegzaam in de gelegenheid gesteld de te vervallen bouw- en gebruiksmogelijkheden alsnog te benutten. Er zijn sinds de terinzagelegging geen aanvragen bij de gemeente hieromtrent ingediend, of anderszins initiatieven tot vergroten van recreatiewoningen, nieuwbouw en/of sloop/ nieuwbouw. Dit betekent dat het facetbestemmingsplan ‘voorzienbaar’ is en er geen recht op planschade bestaat. Zie voor de onderbouwing hiervan navolgende uitspraak van de Raad van State (r.o. 5.34 tot en met 5.37): ECLI:NL:RVS:2016:2582.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5464/documents/45358