Rv Zienswijze kadernota 2026 GR Cocensus.pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Voorstelnummer Datum raadsvoorstel Portefeuillehouder(s) Commissie Datum commissie Soort agendering Agendapunt Team Opsteller Datum B&W besluit Bijlagen: Onderwerp
:
D830853 16 januari 2025 M. Wiesehahn Bergen Algemene raadscommissie 13 februari 2025 Ter besluitvorming BV - Financiën & Control Jan Cramer 14 januari 2025 2 Zienswijze kadernota 2026 van de GR Cocensus
Voorgesteld besluit de volgende zienswijze af te geven op de kadernota 2026 van de GR Cocensus: 1. de raad op de hoogte te houden van de uitkomsten van het onderzoek naar besparingsmogelijkheden op de harmonisatie van de belastingen en dit te beschrijven in de laatste begrotingswijziging 2026. 2. deze zienswijze door het toesturen van het ondertekende raadsbesluit aan het dagelijks bestuur van de GR Cocensus kenbaar te maken.
Geheimhouding Geheimhouding Ja
X Nee
Pagina 1 van 6
RAADSVOORSTEL INLEIDING De kadernota 2026 van de GR Cocensus geldt als opmaat naar de begroting voor 2026 en bevat zowel de hoofdlijnen van het beleid als de financiële kaders. De mogelijkheid om een zienswijze af te geven op de kadernota stelt de raden in de gelegenheid te sturen op de beleidsmatige en financiële uitgangspunten in de begroting, die later in het jaar door de Gemeenschappelijke Regelingen voor zienswijzen aan de raden wordt aangeboden. Specifiek dit jaar is vanuit zowel de regietafel Noord-Holland Noord als de regio Alkmaar aan de besturen van de gemeenschappelijke regelingen gevraagd om scenario’s voor bezuinigingen op te nemen in de kadernota’s. Deze oproepen zijn gedaan vanwege de korting voor gemeenten op het gemeentefonds. In voorliggend voorstel ligt een concept zienswijze voor ten aanzien van de Kadernota 2026 van de GR Cocensus. INVLOED KADERS OP KEUZERUIMTE Begin 2018 hebben alle gemeenteraden in Noord-Holland Noord de notitie “Informatievoorziening Gemeenschappelijke Regelingen” vastgesteld. Centraal in deze notitie staat het beter in positie brengen van de raden ten aanzien van de Gemeenschappelijke Regelingen. Een belangrijk onderdeel van deze notitie is de extra zienswijzeprocedure ten aanzien van de kadernota’s van de Gemeenschappelijke Regelingen.
Deze zienswijzeprocedure is in 2019 verankerd in de door de raden in Noord-Holland Noord vastgestelde Financiële Uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen (FUGR 2019). Per 1 juli 2024 is deze zienswijzeprocedure ook verankerd in de teksten van alle gemeenschappelijke regelingen in het kader van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. TOELICHTING OP HET VOORSTEL Jaarlijks zenden de verbonden partijen een concept kadernota aan de gemeenten, zo ook Cocensus. In de kadernota staan plannen voor 2026. De gemeenteraad wordt een zienswijze gevraagd. Op basis van de besluitvorming door het algemeen bestuur over de kadernota 2026 in relatie tot de ingebrachte zienswijzen maakt de Cocensus haar begroting voor 2026. Beleidsmatige kaders GR Cocensus Cocensus is opgericht als een uitvoeringsorganisatie met als belangrijkste doelstellingen om efficiënter te opereren en het waarborgen van de kwaliteit van de uitvoerende werkzaamheden op het gebied van de lokale heffingen. De werkzaamheden hebben betrekking op de uitvoering van de taken in het kader van de Wet WOZ (herwaardering), de aanslagoplegging van diverse gemeentelijke heffingen, de afhandeling van bezwaar- en beroepschriften, de (dwang)invordering en de afhandeling van verzoeken om kwijtschelding. Cocensus verzorgt de contacten met de Waarderingskamer, CBS en de afnemers (belastingdienst en waterschappen).
Cocensus voert deze werkzaamheden uit voor de gemeenten Haarlem, Haarlemmermeer, Hillegom, Beverwijk, Oostzaan, Wormerland, Alkmaar, Bergen, Dijk en Waard, Den Helder, Uitgeest, Castricum, Heiloo en Landsmeer.
Pagina 2 van 6
Cocensus geeft uitvoering aan de heffing en inning van lokale heffingen en de werkzaamheden in het kader van de Wet WOZ. Eigen beleid wordt daarbij niet geformuleerd, een zienswijze ten aanzien van beleidsmatige aspecten is dan ook niet aan de orde. Weerstandsvermogen Deelnemende gemeenten staan garant (en hebben een achtervangfunctie) indien de GR geconfronteerd wordt met onverwachte, niet te beïnvloeden kostenposten. Cocensus kent een strak begrotingsregime waarin voor het vooraf ramen van dotaties aan de reserve geen ruimte is. Mochten er overschotten ontstaan in de jaarrekening, dan is afgesproken dat Cocensus deze overschotten mag toevoegen aan de reserve tot een gemaximeerde bedrag. Het algemeen bestuur (AB) heeft bij de behandeling van de jaarrekening 2022 vastgesteld dat het weerstandsvermogen (de algemene reserve) in overeenstemming met de FUGR maximaal 2,5% van de exploitatie mag bedragen. Bijdragen deelnemers algemeen De Regietafel NHN heeft per brief van 1 oktober 2024 op basis van de Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR 2019) indexatiecijfers aangegeven ten aanzien van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en de loonontwikkeling Op basis van de concept Macro Economische Verkenning (cMEV) 2025 is het indexatiecijfer voor het BBP gesteld op 2,6% en voor de loonontwikkeling op 3,4%.
Tevens heeft de Regietafel op basis van artikel 2 van de FUGR aangegeven een correctie voor 2023 te hanteren van respectievelijk 5,4% en 3,8%. De Regietafel komt hiermee voor 2026 tot de volgende indexcijfers (inclusief herziening 2023): 1. Prijs bruto binnenlands product: indexatiecijfer 2026 is 2,6 (cMEV 2024) + 5,4 = 8%. 2. Beloning werknemers: indexatiecijfer 2026 is 3,4 (cMEV 2024) + 3,8 = 7,2%. Cocensus volgt de door de Regietafel afgegeven indexering op basis van de cMEV 2025 maar heeft de correctie over 2023 niet opgenomen. In de kadernota 2026 van de GR Cocensus wordt bij de berekening van de bijdragen van de deelnemende gemeenten daarom uitgegaan van de prijsindex BBP van 2,6% en de prijsindex loonontwikkeling van 3,4%. Dit resulteert in een gewogen gemiddelde van 3,2%. Bijdrage gemeente Bergen Aanpassing van de bijdrage van Bergen zou op basis van de FUGR, met een gewogen gemiddelde van 7,4%, hebben geleid tot een verhoging met € 68.000. Gebaseerd op de bijdrage van Bergen 2025 van € 916.000 resulteert de door Cocensus gehanteerde indexering op basis van een gewogen gemiddelde van 3,2% in een verhoging van € 29.000. De verhoging van de bijdrage van Bergen komt hiermee € 39.000 lager uit ten opzichte van de indexering volgens de door de Regietafel voorgestelde uitgangspunten.
Bezuinigingen Net als andere gemeenschappelijke regelingen is Cocensus gevraagd om te komen tot bezuiniging scenario’s van 3%, 5% en 7%. Cocensus kan hieraan niet tegemoetkomen omdat Cocensus een uitvoeringsorganisatie is die niets anders doet dan het uitvoeren van het beleid zoals dat in de belastingverordeningen van de deelnemende gemeenten is vastgesteld en het uitvoeren van de wettelijke taken. Het is voor Cocensus daarom niet mogelijk om op eigen initiatief bepaalde werkzaamheden niet (meer) uit te voeren. Bovendien onderzoekt Cocensus reeds jaarlijks waar efficiënter gewerkt kan worden. Zo heeft dit geresulteerd in bijvoorbeeld het afzien van het doorbelasten van het loonakkoord 2023 naar de deelnemende gemeenten en de overname (zonder verhoging van de
Pagina 3 van 6
bijdragen) van de klantcontactcentra voor de eerste lijnsopvang van vragen ten gemeentelijke belastingen. Op pagina 12 van de kadernota is een overzicht opgenomen welke besparingen er vanaf 2007 zijn gerealiseerd als gevolg van de optimalisering van de efficiency ten aanzien van de uitvoering van de werkzaamheden. In afwijking van de drie hieronder benoemde bezuinigingsscenario’s heeft Cocensus een lagere indexering toegepast dan de indexering volgens de FUGR. Daarin is een indexatie van 7,4% opgenomen, in de kadernota van Cocensus wordt indexatie met 3,2% voorgesteld. Door het niet volledig doorvoeren van de toegestane indexatie heeft Cocensus met de aanpassing van de bijdrage van Bergen van € 30.000 in plaats van € 68.000 reeds voor een deel invulling gegeven aan de bezuinigingsmogelijkheden. Bezuinigingsmogelijkheden kunnen worden gezocht in lange termijn oplossingen. Momenteel hanteren gemeenten voor eenzelfde heffingssoort vaak verschillende uitvoeringswijzen, vanwege de uiteenlopende inhoud van hun verordeningen. Hierbij is de intensiviteit van de werkzaamheden ook verschillend. Door harmonisatie kan de uitvoering efficiënter worden georganiseerd, wat mogelijk tot kostenbesparingen leidt. In 2025 zal een werkgroep worden geformeerd met vertegenwoordigers van alle deelnemende gemeenten en Cocensus.
Deze werkgroep zal onderzoeken of het mogelijk is de uitvoering van de verschillende heffingen te harmoniseren waardoor tot een efficiencyvoordeel kan worden gekomen. Om dit onderzoek te volgen dient de raad hiervan op de hoogte te worden gehouden. Cocensus heeft in de kadernota 2026 de volgende ombuigingsmogelijkheden opgenomen: 1. Harmonisatie belastingen Er is in de huidige praktijk sprake van diversiteit in de wijze van de uitvoering voor de diverse gemeenten voor identieke heffingen. Onderzocht kan worden om hierin een harmonisatieslag te maken. In dit kader wordt voorgesteld wordt om direct na de vaststelling van de kadernota 2026 door het algemeen bestuur een werkgroep in te stellen met vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten en Cocensus. 2. Basisregistraties Cocensus is verantwoordelijk voor de basisregistratie WOZ, de deelnemende gemeenten voor de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de grootschalige topografie (BGT). Vanuit deze 3 basisregistraties worden gegevens uitgewisseld die allemaal te maken hebben met objectkenmerken. Cocensus gebruikt gegevens uit de BAG en de BGT ten behoeve van talrijke aspecten om te komen tot onder andere juiste objectafbakening, juiste waardebepaling, juiste perceeloppervlakten bij de taxaties en juiste registratie van eigenaren van WOZ objecten.
De verplichting tot de juiste registratie van al deze aspecten is wettelijk bepaald in de Wet WOZ en daarnaast in de Waarderingsinstructie, De juiste toepassing en verwerking van de gegevens maken onderdeel uit van de inspecties van de Waarderingskamer. In het kader van enkelvoudige mutatie voor meervoudig gebruik, kan worden onderzocht of en in hoeverre deze 3 registraties op een meer efficiënte wijze door Cocensus kunnen worden uitgevoerd en beheerd. 3. Overige mogelijkheden Door Cocensus wordt ingezet om een aantal processen op geautomatiseerde wijze te laten verlopen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld verplichte gegevensregistratie en het deels ontgrieven van bezwaren. Ook is er is inmiddels een pilot gestart om automatisering in te zetten bij de modelmatige WOZ waardering. Een volgende stap bestaat uit de inzet van automatisering bij de verplichte interne controles. Door landelijke ontwikkelingen kan er mogelijk ook sprake zijn van verplichtingen die kostenverhogend kunnen uitwerken.
Pagina 4 van 6
Op basis van bovenstaande wordt voorgesteld om de volgende zienswijze in te dienen: de raad op de hoogte te houden van de uitkomsten van het onderzoek naar besparingsmogelijkheden op de harmonisatie van de belastingen en, indien mogelijk, dit te beschrijven in de begroting 2026. Hierbij wordt aan Cocensus de mogelijkheid geboden om op een andere wijze dan door middel van de begroting de raad te informeren. Dit omdat de onder de punten 1 en 2 benoemde (te onderzoeken) mogelijkheden tot harmonisatie afzonderlijke besluiten van de raden vragen waarbij de stemverhouding in het algemeen bestuur van Cocensus niet relevant is. Iedere deelnemende gemeente bepaald namelijk zelfstandig op welke wijze invulling wordt gegeven aan de heffingen. De resultaten kunnen daarom pas in de begroting van Cocensus worden opgenomen nadat de deelnemende gemeenten op de (nog te onderzoeken) voorstellen tot harmonisatie besluiten hebben genomen. Daarbij kan bijvoorbeeld sprake zijn van lagere bijdragen voor de gemeenten die tot harmonisatie hebben besloten. DOOR HET COLLEGE OVERWOGEN ALTERNATIEVEN Door het college is overwogen om de volgende zienswijze voor te stellen: Cocensus opdracht te geven om de besparingsmogelijkheden die worden onderzocht te beschrijven in de begroting 2026 inclusief gevolgen.
Voorgesteld wordt echter om aan Cocensus de mogelijkheid te bieden om op een andere wijze dan door middel van de begroting de raad te informeren. Dit omdat de gevolgen van de onder de punten 1 en 2 benoemde mogelijke besparingen pas in de begroting van Cocensus kunnen worden opgenomen als de deelnemende gemeenten hierover hebben besloten. REGIONALE SAMENWERKING EN COULEUR LOCALE De voorgestelde zienswijze is opgesteld voor de gemeente Bergen. De zienswijze is in BUCH en regio Alkmaar/Noord-Holland Noord verband afgestemd om waar mogelijk en wenselijk gezamenlijk op te trekken richting de GR Cocensus . Tijdens de regionale raadsinformatieavond van de Regio Alkmaar bent u in de gelegenheid gesteld in gesprek te gaan met de vertegenwoordigers van de diverse gemeenschappelijke regelingen en onderling uw zienswijzen af te stemmen met de raden in de Regio Alkmaar. Eveneens zijn de concept zienswijzen van de raden in de regio met u gedeeld. RISICO’S In de kadernota van Cocensus worden de volgende risico’s benoemd: Krapte op de arbeidsmarkt Dit blijft een voortdurend risico. Het aantrekken en behouden van gekwalificeerd personeel kan een uitdaging blijven. Dit kan leiden tot problemen zoals verhoogde personeelskosten en verminderde capaciteit.
Informatiebeveiliging en gegevensbescherming De BIO 2.0 en de NIS2-richtlijn vereisen dat Cocensus extra maatregelen neemt om gevoelige gegevens adequaat te beschermen tegen datalekken, cyberaanvallen en andere beveiligingsrisico’s. Dit omvat onder meer verplichte risicobeoordelingen, beveiligingsmaatregelen, en het snel melden van incidenten aan de toezichthouder en het CSIRT bij cyberincidenten. Het beheersen van deze risico’s vereist voortdurende aandacht,
Pagina 5 van 6
investeringen in technologie en expertise, en regelmatige evaluatie en aanscherping van de huidige beveiligingsmaatregelen. Grondslagen voor de berekening van rioolheffing PWN heeft aangekondigd dat zij niet meer de volledige gegevens met betrekking tot grootwaterverbruik gaan leveren uit oogpunt van privacywetgeving. Op dit moment wordt in samenspraak met de VNG onderzocht of PWN eenzijdig dit besluit kan nemen. Mocht dit niet tot een oplossing leiden dan kan dat gevolgen hebben voor de Verordening rioolheffing Bergen 2026, met name ten aanzien van de bepalingen voor de aansluitingen met een waterverbruik van meer dan 300m3. FINANCIËN In de kadernota 2026 van Cocensus wordt bij de berekening van de bijdragen 2026 van de deelnemende gemeenten uitgegaan van indexering op basis van de cMEV 2025. Hieruit volgt een indexering van het BBP met 2,6% en indexering van de loonontwikkeling met 3,4% met een gewogen gemiddelde van 3,2%. Dit resulteert in een verhoging van de bijdrage met € 29.000, van € 916.000 in 2025 naar € 945.000 in 2026. Op basis van de kadernota 2026 wordt er een sluitende meerjarenbegroting afgegeven. DUURZAAMHEID Niet van toepassing PARTICIPATIE Niet van toepassing UITVOERING, PLANNING EN ORGANISATIE Na besluitvorming wordt het dagelijks bestuur van Cocensus door toezending van het getekende raadsbesluit geïnformeerd over de vastgestelde zienswijze. BIJLAGEN 1.
Aanbiedingsbrief: Kadernota 2026 van de GR Cocensus 2. Kadernota 2026 van de GR Cocensus ACHTERLIGGENDE DOCUMENTEN Niet van toepassing Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen {{esl:Signer1:Capture:size(200,70)}}
{{esl:Signer2:Capture:size(200,70)}}
drs. A.J. (Aletta) Barink interim secretaris
M.J.P. (Marjan) van Kampen- Nouwen waarnemend burgemeester
Pagina 6 van 6