rv verordening gem adviescie omgevingskwaliteit Bergen 2024.pdf
Tekst van het document
Raadsvergadering Voorstelnummer Datum raadsvoorstel Portefeuillehouder(s) Commissie Datum commissie Soort agendering Agendapunt Team Opsteller Datum B&W besluit Bijlagen: Onderwerp
RAADSVOORSTEL 14 december 2023 D677380 13 september 2023 Yvonne Roos-Bakker ARC 7 december 2023 RO - Beleid en Vastgoed & Vergunningen Floortje Doornenbal 31 oktober 2023 2
: Error: Reference source not found
Voorgesteld besluit 1. De Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen 2024 vast te stellen. 2. Het wijzigingsbesluit van de Bouwverordening gemeente Bergen 2012 vast te stellen. 3. Het wijzigingsbesluit van de Erfgoedverordening Gemeente Bergen 2012 vast te stellen. Geheimhouding Geheimhouding Ja X Nee
Pagina 1 van 6
RAADSVOORSTEL INLEIDING Met de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voor de leefomgeving te bereiken. “Decentraal, tenzij” is een belangrijk principe van de wet. Dit betekent dat taken en bevoegdheden in principe bij het lokale bestuur, zoals de gemeente liggen. Alleen indien het gaat om een nationaal of internationaal belang of als dat doelmatiger of doeltreffender is, stelt het Rijk regels. Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit. Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij het doel van een goede omgevingskwaliteit willen bereiken. Dat geldt ook voor de rol van de gemeentelijke adviescommissie daarbij. Deze nieuwe commissie is de opvolger van de voorgaande adviescommissies die van rechtswege vervallen.
Het is aan de gemeenteraad om voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet een aantal besluiten te nemen om de overgang naar de Omgevingswet zo soepel mogelijk te laten verlopen. Dit voorstel ziet op drie van deze besluiten, te weten: het vaststellen van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen 2024; het vaststellen van het wijzigingsbesluit van de Bouwverordening gemeente Bergen 2012; het vaststellen van het wijzigingsbesluit van de Erfgoedverordening Gemeente Bergen 2012. INVLOED KADERS OP KEUZERUIMTE De raad is bevoegd om de verordening vast te stellen (artikel 108 en artikel 149 van de Gemeentewet). Met het vaststellen van de verordening wordt voldaan aan de wettelijke verplichting om een adviescommissie in te stellen die gaat adviseren over de aanvragen voor een omgevingsvergunning voor rijksmonumentenactiviteiten (artikel 17.9 van de Omgevingswet). Het voorstel is om de eerder bestaande adviescommissies, zoals de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: ARK), over te laten nemen door deze nieuwe gemeentelijke adviescommissie. De verordening voorziet grotendeels in de voortzetting van de huidige werkwijze. Er zijn echter zogenoemde tenzij-bepalingen opgenomen die voorzien in de wens om in de toekomst specifieke vergunningaanvragen ambtelijk te toetsen.
Op dit moment kennen we een adviesstelsel binnen het Ruimtelijke Orde domein op grond van de Woningwet, Bouwverordening, Erfgoedwet en Erfgoedverordening. Er is een CCK en een ARK. De CCK adviseert het college op het gebied van cultuurhistorie in de brede zin van het woord. De ARK is een adviescommissie die het college adviseert of bouwplannen voldoen aan redelijke eisen van welstand en monumentale waarden. Het instellen van een adviescommissie is een raadsbevoegdheid. Nu er geen overgangsrecht is opgenomen in de wet, komt het voortzetten van de adviespraktijk juridisch gezien neer op het instellen van een adviescommissie. Daarom wordt voorgesteld bijgevoegde verordening vast te stellen.
Pagina 2 van 6
TOELICHTING OP HET VOORSTEL De huidige adviescommissies gaan niet automatisch over De taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissies vervallen van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering van de advisering moet de gemeente vóór het inwerking treden van de Omgevingswet een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) heeft in samenwerking met de betrokken ministeries, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (hierna: RCE) en de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: FRK) een Modelverordening opgesteld, die bij het uitwerken van deze verordening is gebruikt. In de Modelverordening is gekozen voor een commissie met een brede taak die zo vroeg mogelijk in ruimtelijke processen wordt geraadpleegd. Dit is in de lijn van de vrijwel unaniem aangenomen motie van de Tweede Kamer waarin wordt aangedrongen op een commissie met een brede adviestaak, die zoveel mogelijk aan de voorkant van ruimtelijke processen adviseert, en initiatiefnemers uitdaagt en inspireert. De huidige werkwijze wordt voortgezet tot aan het inwerkingtreden van de Omgevingswet. Door de verordening nu vast te stellen, wordt een goede overgang gegarandeerd. De raad kan bij het vaststellen van het nieuwe omgevingsplan de taakstelling van de commissie verder inkaderen.
Aanvulling van de wettelijke eis Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven er aanvragen komen voor omgevingsvergunningen op basis van het bestaande beleid en de tijdelijke omgevingsplannen (huidige bestemmingsplannen). Een adviescommissie is dan ook nodig om de huidige dienstverlening voort te kunnen zetten en omgevingsvergunningen in behandeling te kunnen nemen na 1 januari 2024. Het instellen van alleen een commissie voor rijksmonumenten, het wettelijk minimum, stemt niet overeen met het geldende (ruimtelijke) kader, zoals de omgevingsplannen en nota’s. En is ook niet passend bij de ruimtelijke uitstraling die de gemeente Bergen nastreeft. De wettelijke eis is dan ook uitgebreid met onder meer de adviestaak in het geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen. De commissie is echter niet het adviesorgaan over de aanwijzing van de functie-aanduiding (voorlopig) gemeentelijk monument. Dat blijft op grond van de vigerende Erfgoedverordening de CCK. Flexibiliteit naar de toekomst Onder de Omgevingswet heeft de gemeente tot eind 2031 om het tijdelijk deel van het omgevingsplan om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Inspelen op die nieuwe omgevingsplan(nen) is in zoverre gebeurd dat er input is verkregen van de betrokken ambtenaren.
De input kwam voornamelijk terug in het idee voor de ambtelijke toetsing van aanvragen voor omgevingsvergunningen die breder is dan de (kleine) (ver)bouwplannen, zoals nu al is geregeld in de nota Omgevingskwaliteit. Het idee voor de toekomst is om de ambtelijke toetsing uit te breiden met onder meer (bepaalde) aanvragen voor omgevingsvergunningen met betrekking tot gemeentelijke monumenten. Overgangsrecht Verder voorziet de verordening in overgangsrecht. In de eerste plaats voor de benoeming van leden. In de verordening is bepaald dat voor de benoeming en samenstelling van de nieuwe adviescommissie omgevingskwaliteit de bestaande leden van de welstands- en monumentencommissie(s) zonder aparte benoemingsbesluiten overgaan naar de nieuwe commissie. In de tweede plaats is er overgangsrecht voor een aanvraag ingediend voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de welstands- en monumentencommissie(s) van kracht. Wel is in dit geval de nieuwe adviescommissie omgevingskwaliteit bevoegd een advies uit te brengen. In de derde plaats
Pagina 3 van 6
voorziet de verordening in overgangsrecht voor zover op grond van bestemmingsplannen die van rechtswege onderdeel gaan uitmaken van het omgevingsplan advies wordt verlangd van de eerder bestaande (advies)commissies, zoals de ARK en de CCK en daarmee te vergelijken adviescommissies. Op het moment van inwerkingtreding van deze verordening treedt de adviescommissie omgevingskwaliteit in de plaats van de eerder bestaande commissies. Wijzigingsbesluiten Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen 2024, zijn de artikelen aangaande de adviescommissies in de bouwverordening gemeente Bergen 2012 en de Erfgoedverordening 2012 Gemeente Bergen overbodig geworden. De erfgoedverordening wordt echter beperkt aangepast voor zover het nodig is voor de instelling van de nieuwe adviescommissie. De artikelen aangaande de advisering over de aanwijzing van gemeentelijke monumenten in de Erfgoedverordening 2012 Gemeente Bergen blijven namelijk in stand. Als de raad naar verwachting medio 2024 besluit over nieuw erfgoedbeleid op beeldbepalende panden, dan zal de erfgoedordening in zijn geheel herzien worden en opgenomen in Verordening voor de Fysieke leefomgeving (VFL). DOOR HET COLLEGE OVERWOGEN ALTERNATIEVEN Verordening De minimale wettelijke eis is dat de adviescommissie adviseert over rijksmonumentenactiviteiten.
Het college heeft niet gekozen voor enkel een commissie voor rijksmonumenten. Niet alleen vanwege de omgevingsplannen, nota’s en de ruimtelijke uitstraling van de gemeente, maar ook vanwege het belang van cultureel erfgoed, de toezicht daarop en de mogelijkheden die er zijn binnen de gemeente. Met de mogelijkheden binnen de gemeente wordt bedoeld de hoeveelheid ambtenaren die geschikt zijn om aanvragen voor omgevingsvergunningen met betrekking tot cultureel erfgoed te behandelen. De advisering van de commissie is nodig omdat de gemeente (nog) onvoldoende capaciteit heeft om de adviescommissie enkel over rijksmonumentenactiviteiten te laten adviseren. Ook is het mogelijk om de inzet en advisering door de commissie te beperken tot de laatste fase van het proces, namelijk de beoordeling van vergunningaanvragen. Hier is niet voor gekozen omdat dan de constructieve, vroege advisering door onafhankelijk deskundigen in de fase van opgaveformulering en ontwerpproces, bijvoorbeeld aan de Omgevingstafel of in kwaliteitsteams, niet is geregeld. REGIONALE SAMENWERKING EN COULEUR LOCALE De implementatie van de Omgevingswet in de BUCH-gemeenten kenmerkt zich door een gezamenlijke aanpak vanuit lokale kleur. Aan de overige BUCH-gemeenten is eenzelfde voorstel is voorgelegd aan de overige raden. Daarbij is de inhoud van het voorgestelde besluit afgewogen en geharmoniseerd.
RISICO’S Met deze verordening legt de raad de taakstelling en de werkwijze van de commissie op hoofdlijnen vast. In het vervolgtraject, bij het vaststellen van het nieuwe omgevingsplan, kan de raad zijn kaderstellende taak verder invullen door vast te leggen voor welke vergunningplichtige activiteiten het college verplicht is om advies te vragen. Wanneer en hoe vaak wordt geadviseerd, wordt verder in de praktijk door het college en de gemeentelijke diensten bepaald. Zolang in het omgevingsplan nog geen gevallen zijn aangewezen waarin een advies van de commissie nodig is, zal het college in grote lijnen het bestaande beleid
Pagina 4 van 6
met betrekking tot de inzet van de commissie voortzetten. Verder vervalt de bevoegdheid van de commissie als de raad geen adviescommissie omgevingskwaliteit instelt op grond van de Omgevingswet. De commissie moet dus voor inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn ingesteld, alsmede de verordening op basis waarvan de commissie wordt ingesteld. Als we niets doen dan hebben we geen commissie en er is geen capaciteit om zelf alle vergunningaanvragen af te doen. Verder is het implementeren van de Omgevingswet voor iedereen nieuw. Na inwerkingtreding kan blijken dat de verordening niet passend genoeg is. Het blijft voor de raad te allen tijde mogelijk om de besluiten aan te passen. FINANCIËN Het overzetten van het bestaande adviesstelsel naar het regime onder de nieuwe wet levert naar verwachting geen toename op van de lasten voor de burger en de gemeentelijke overheid. Na de inwerkingtreding van de verordening blijven we met dezelfde stichting werken als we nu doen dus daaruit komen geen financiële veranderingen voort. Daarnaast worden kosten die de stichting in rekening brengt voor zijn adviezen via de legesverordening 1 op 1 doorberekent aan de initiatiefnemer van een vergunningaanvraag en daarom heeft een wijziging in de samenstelling van de commissie (nu 4 leden straks maximaal 7) geen financiële gevolgen voor de gemeente.
De vaststelling van deze verordening en de wijzigingsbesluiten hebben dus geen financiële gevolgen. DUURZAAMHEID Bij het voorliggende voorstel speelt duurzaamheid in principe geen rol, omdat het voorstel alleen toeziet op de instelling van een gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit rondom de Omgevingswet. PARTICIPATIE De vaststelling van de verordening betreft een interne organisatorische aangelegenheid die zich niet direct richt tot burgers en geen wijziging van beleid beoogd. Met betrekking tot de opstelling van dit voorstel is dus geen sprake geweest van inwonersparticipatie. UITVOERING, PLANNING EN ORGANISATIE Het besluit met betrekking tot de verordening en de wijzigingsbesluiten treden in werking op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024). Deze verordening wordt een keer in de vier jaar geëvalueerd met de portefeuillehouder. Actualiseren en wijzigen van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen 2024 en de wijzigingsbesluiten Met het vaststellen van het definitieve omgevingsplan kan de noodzaak ontstaan om deze besluiten te actualiseren of nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat aanpassingen nodig zijn. Ook dit actualisatiebesluit is aan de raad. BIJLAGEN 1. Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Bergen 2024. 2.
Het wijzigingsbesluit van de Bouwverordening gemeente Bergen 2012. 3. Het wijzigingsbesluit van de Erfgoedverordening Gemeente Bergen 2012.
Pagina 5 van 6
ACHTERLIGGENDE DOCUMENTEN Model Verordening op de gemeentelijke adviescommissie (VNG, september 2020). Handreiking ‘Adviesstelsel Omgevingskwaliteit’ (VNG, 2020). Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen {{esl:Signer1:Capture:size(200,70)}}
{{esl:Signer2:Capture:size(200,70)}}
mr. M.N. (Martijn) Schroor secretaris
L.Hj. (Lars) Voskuil burgemeester
Pagina 6 van 6