rv belastingverordeningen 2025 Bergen.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad Raadsvergadering Zaaknummer Voorstelnummer Commissie Commissiebehandeling Soort agendering Agendapunt Team Opsteller(s) Telefoonnummer Bijlagen:
: : : : : : : : : : : :
Bergen 12 december 2024 Algemene raadscommissie 4 december 2024 Ter bespreking
Bedrijfsvoering - Financiën & Control Jan Cramer 088 909 7381 - 12 belastingverordeningen - Mutatieoverzicht belastingtarieven - Toelichting wijzigingen leges Bergen RAADSVOORSTEL
Raadsvoorstel Onderwerp:
Belastingverordeningen Bergen 2025
Voorgesteld besluit de volgende verordeningen 2025 vast te stellen: 1. Afvalstoffenheffing; 2. Forensenbelasting; 3. Kwijtscheldingsregels gemeentelijke belastingen; 4. Leges en tarieventabel; 5. Lijkbezorgingsrechten en tarieventabel; 6. Marktgelden; 7. Onroerende-zaakbelastingen; 8. Parkeerbelasting en tarieventabel; 9. Precariobelasting en tarieventabel; 10. Rioolheffing; 11. Toeristenbelasting; 12. Watertoeristenbelasting.
Geheimhouding
✓ Nee
Ja
Pagina 1 van 9
RAADSVOORSTEL INLEIDING Ten behoeve van de belastingheffing 2025 zijn de belastingverordeningen op basis van de begroting 2025 aangepast. Daarnaast zijn er redactionele wijzigingen doorgevoerd waarbij zoveel als mogelijk de modelverordeningen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten zijn gevolgd waardoor de laatste jurisprudentie en wetswijzigingen in de verordeningen zijn opgenomen. In de bijlage van dit raadsvoorstel staan de tariefswijzigingen vermeld per belastingverordening. Voorgesteld wordt de bijgevoegde belastingverordeningen 2025 in lijn met de begroting vast te stellen. INVLOED KADERS OP KEUZERUIMTE Het vaststellen van belastingverordeningen- en tarieven is een raadsbevoegdheid. Uw raad kan op grond van artikel 216 Gemeentewet besluiten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Door middel van het vaststellen van de belastingverordeningen 2025 kan uw raad de belastingtarieven verhogen, verlagen of handhaven. De tarieven met betrekking tot de rioolheffing, afvalstoffenheffing, leges, lijkbezorgingsrechten en marktgelden kunnen (mede) op basis van de kostendekkendheid worden aangepast. In de kadernota zijn de kaders aangegeven voor de groei. In de begroting 2025 zijn deze kaders nader uitgewerkt en zijn de opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen opgenomen.
Dit voorstel is een vertaling van de begrote opbrengsten naar de tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. Voorgesteld wordt om de belastingtarieven te indexeren met de in de kadernota opgenomen financiële uitgangspunten. In de kadernota 2025 is uitgegaan van een structureel begrote indexering van 2% van de gemeentelijke belastingopbrengsten. Voorgesteld wordt om deze indexering toe te passen op de tarieven voor lijkbezorgingsrechten, marktgelden en precariobelasting. Verder is in de kadernota voorzien in een verhoging van de opbrengst forensenbelasting van 4% en van de opbrengst onroerende zaakbelasting van 6,3%. De tarieven van de toeristenbelasting en de uurtarieven van de parkeerbelasting worden verhoogd met € 0,10. Bedragen tot € 10,00 worden naar beneden afgerond op € 0,05, bedragen boven € 10,00 worden naar beneden afgerond op € 0,10. Gezien de hoogte van de tarieven van de lijkbezorgingsrechten worden deze op hele euro’s afgerond. Op de variabele tarieven van de afvalstoffenheffing wordt geen afronding toegepast. TOELICHTING OP HET VOORSTEL Kadernota en begroting 2025 In de kadernota zijn de kaders aangegeven voor de groei. In de begroting 2025 zijn deze kaders nader uitgewerkt en zijn de opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen opgenomen.
Dit voorstel is een vertaling van de begrote opbrengsten naar de tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. Indexering van de tarieven 2025 ten opzichte van 2024 In de belastingverordeningen worden afgeronde tarieven vermeld. Indexering van de lagere tarieven met de inflatiecorrectie kan na neerwaartse afronding leiden tot ongewijzigde tarieven. Daarom wordt het inflatiepercentage toegepast op de niet afgeronde tarieven van het voorgaande jaar toegepast en niet op de in de verordeningen opgenomen tarieven. De afgeronde- en niet afgeronde tarieven zijn in het tarieven mutatieoverzicht opgenomen.
Pagina 2 van 9
De belastingverordeningen en belastingtarieven 1. Voorgesteld wordt om de tarieven van de volgende belastingen te indexeren met 2%: a. lijkbezorgingsrechten; b. marktgelden; c. precariobelasting; 2. Voorgesteld wordt om de opbrengst van de volgende belasting te indexeren met 4%: d. forensenbelasting; 2. Voorgesteld wordt om de opbrengst van de volgende belastingen te indexeren met 6,3%: e. onroerende zaakbelastingen. 3. Voorgesteld wordt om de tarieven van de volgende belastingen te verhogen met € 0,10: f. parkeerbelasting, (excl. vergunningen (2%) en parkeren in zone A (progressief)); g. toeristenbelasting; h. watertoeristenbelasting. 4. Bij de aanpassing van de tarieven van de volgende heffingen wordt naast de inflatiecorrectie rekening gehouden met de mate van kostendekkendheid: i. afvalstoffenheffing. j. rioolheffing. k. leges. 6. Voorgesteld wordt het volgende besluit omtrent belastingkwijtschelding vast te stellen: l. Kwijtscheldingsbesluit. Een toelichting op de tarieven en informatie per belastingsoort is hieronder opgenomen. Per specifiek tarief is de mutatie ten opzichte van 2024 inzichtelijk gemaakt in het bijgevoegde ‘Mutatie-overzicht belastingtarieven Bergen 2025’. a. Lijkbezorgingsrechten Voorgesteld wordt om de tarieven zoals opgenomen in de tarieventabel te baseren op de tarieven 2024, deze te indexeren met 2% en af te ronden op hele euro’s. b.
Marktgelden Voor het innemen van een standplaats op de markten in Egmond en Bergen wordt marktgeld geheven. De berekening van het marktgeld vindt plaats naar het aantal meters van de breedte van de kraam. In de Verordening marktgelden is een tarief opgenomen per meter per dag en per meter per kwartaal. Voorgesteld wordt om de tarieven met 2% aan te passen. Dit leidt tot een tarief van € 1,75 per meter per dag en € 17,50 per meter per kwartaal. c. Precariobelasting De precariobelasting wordt geheven van degenen die voorwerpen hebben die zich op, onder of boven openbare gemeentegrond bevinden. De precariobelasting bestaat uit permanente belastbare feiten (bijvoorbeeld terrassen en uithangborden) en incidentele belastbare feiten (bijvoorbeeld een tijdelijke bouwcontainer). Het is sinds 2022 niet meer toegestaan om precariobelasting te heffen over netwerken van nutsbedrijven. Voorgesteld wordt om de tarieven precariobelasting 2025 met 2% te indexeren ten opzichte van 2024. d. Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven van personen die niet in Bergen wonen, maar hier wel gedurende meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De aanslag forensenbelasting is gebaseerd op een percentage van de waarde in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) van de woning.
Bij de berekening van het tarief voor 2025 wordt uitgegaan van een stijging van de opbrengst van 4% ten opzichte van 2024.
Pagina 3 van 9
In de voorgelegde concept Verordening forensenbelasting is een fictief (te hoog) tarief opgenomen. Het definitieve tarief om te komen tot de in de begroting 2025 opgenomen opbrengst komt in november beschikbaar. Dit tarief zal deze door middel van een erratum bekend worden gemaakt en daarmee het tarief in de voorgelegde concept verordening vervangen, zie ook de toelichting onder ‘e’ OZB. e. Onroerende-zaakbelastingen De hoogte van de aanslag onroerende zaakbelasting (OZB) is afhankelijk van de beschikte WOZ-waarde voor 2025. De WOZ-waarde betreft de verkoopwaarde op 1 januari voorafgaand aan het belastingjaar, de waardepeildatum. Voor 2025 is de WOZ-waarde de getaxeerde verkoopwaarde op 1 januari 2024. De OZB wordt geheven als percentage van deze waarde. Tot 2022 werd de grootte van woningen berekend naar de inhoud, daarna is uitgegaan van de oppervlakte van de woningen. De WOZ gegevens sluiten aan bij publicaties op de diverse woningaanbod-websites waarin de grootte van woningen reeds in vierkante meters werd uitgedrukt. De gewijzigde methodiek heeft overigens geen invloed op de hoogte van de WOZ-waarde. OZB kan worden geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen en van gebruikers van niet-woningen. Als gevolg van een wijziging van de Gemeentewet kan sinds 2006 geen OZB meer worden geheven van gebruikers van woningen.
In Bergen is vanaf 2020 tevens de heffing van OZB van gebruikers van niet-woningen afgeschaft door middel van de toepassing van een nultarief voor gebruikers van niet-woningen. In de kadernota 2025 is aangegeven dat, om budgetneutraal te blijven, er een stijging van de OZB opbrengst nodig is, gelijk aan de “Prijs Nationale Bestedingen” (PNB). Dit omdat het Rijk de PNB gebruikt bij de berekening van de korting op de Algemene Uitkering (A.U). Met een toename van de OZB opbrengst van 6,3%, gelijk aan de PNB, wordt de korting op de A.U. gecompenseerd. In de berekening van de begrote OZB opbrengst zijn onder andere de inflatiecorrectie en de areaaluitbreiding zoals bijvoorbeeld nieuwbouw van invloed. Een andere belangrijke factor betreft de waardeontwikkeling van de woningen en niet-woningen tussen de waardepeildata. De exacte bepaling van deze marktwerking is op dit moment nog niet bekend. In de voorgelegde concept Verordening OZB zijn daarom fictieve (te hoge) tarieven opgenomen. De op de WOZ-waarde gebaseerde tarieven om te komen tot de in de begroting 2025 opgenomen OZB opbrengsten komen in november beschikbaar. Deze tarieven zullen deze door middel van een erratum bekend worden gemaakt en daarmee de in de concept Verordening OZB opgenomen tarieven vervangen. f.
Parkeerbelasting In de tarieventabel bij de Verordening parkeerbelastingen zijn parkeertarieven per uur opgenomen voor het parkeren in Bergen, Bergen aan zee, Egmond, Egmond aan Zee, Schoorl en Hargen. Voorgesteld wordt om de tarieven voor het parkeren per uur in alle kernen met € 0,10 te verhogen. De tarieven stijgen hiermee ten opzichte van 2024 van € 2,30 naar € 2,40. Dit met uitzondering van de tarifering voor het parkeren in zone A, hiervoor wordt voorgesteld om met ingang van 2025 voor de parkeerduur langer dan 90 minuten een hoger tarief te toe te passen. Dit houdt in dat na 90 minuten parkeren op basis van het ‘reguliere’ uurtarief van € 2,40, voor de parkeerduur, langer dan 90 minuten een tarief gaat gelden van € 4,80 per uur. Verder wordt ten aanzien van het parkeren in zone A voorgesteld om het gemaximeerde dagtarief te laten vervallen en toe te passen voor de Pagina 4 van 9
gehele parkeerduur van 9 uur waarvoor het betaald parkeren geldt. Voor de overige zones wordt, net als in voorgaande jaren voorgesteld om het dagtarief te maximeren op basis van 6x het uurtarief en te verhogen van € 13,80 naar € 14,40. Dit met uitzondering van Hargen, hiervoor wordt een dagtarief van € 7,20 op basis van 3 x het uurtarief voorgesteld. Verder wordt voorgesteld om de tarieven van de parkeervergunningen te indexeren met de inflatiecorrectie van 2% en de kosten van de naheffingsaanslag te verhogen van € 76,70 tot het wettelijke gemaximeerde tarief van € 78,80. g. Toeristenbelasting Als er tegen een vergoeding (in welke vorm dan ook) wordt overnacht in Bergen door personen die geen inwoner zijn, is er in principe sprake van een toeristenbelastingplicht. De belasting wordt geheven van degene die gelegenheid biedt tot het nachtverblijf. Dit gebeurt op basis van de uitgangspunten die zijn opgenomen in de Verordening toeristenbelasting. Het tarief toeristenbelasting bestaat uit een vast bedrag per persoon per overnachting. De hoogte van de aanslag toeristenbelasting bestaat uit het aantal personen, vermenigvuldigd met het aantal overnachtingen, vermenigvuldigd met het tarief. In de kadernota 2025 is voorzien in een stijging van het tarief toeristenbelasting met € 0,10.
Conform dit uitgangspunt wordt voorgesteld om het tarief per persoon per overnachting voor belastingjaar 2025 te verhogen van € 2,20 naar € 2,30. h. Watertoeristenbelasting Ook voor de watertoeristenbelasting wordt voorgesteld het tarief te verhogen met € 0,10 van € 2,20 naar € 2,30. Voor de watertoeristenbelasting geldt het tarief echter niet per overnachting maar voor het verblijf per etmaal of deel daarvan op een vaartuig. i. Afvalstoffenheffing In 2021 is het grondstoffenplan ‘Van Afval naar Grondstof’ vastgesteld. Hierbij is besloten om met ingang van 2024 een tarifering in te voeren op basis van een vast deel en een variabel deel. In de opbrengstprognose is rekening gehouden met een vast deel van 87% en een variabel deel van 13%. Op deze wijze wordt het goed scheiden van grondstoffen enerzijds en de dekking van de kosten anderzijds geborgd. Ten opzichte van 2024 stijgen de tarieven afvalstoffenheffing met 3%. Vaste afvalstoffenheffing De hoogte van het vaste gedeelte van de afvalstoffenheffing is afhankelijk van de omvang van het huishouden en wordt als volgt voorgesteld: - van € 235,00 in 2024 naar € 242,00 in 2025 voor een éénpersoonshuishouden; - van € 312,00 in 2024 naar € 322,00 in 2025 voor een meerpersoonshuishouden. Het vaste gedeelte van de afvalstoffenheffing 2025 wordt opgenomen in de ‘gecombineerde aanslag’ die eind februari 2025 wordt verzonden.
Variabele afvalstoffenheffing Naast het vaste gedeelte van de afvalstoffenheffing wordt een variabel gedeelte in rekening gebracht. Dit variabele gedeelte wordt berekend op basis van het aantal ledigingen van de container of het aantal inworpen in de ondergrondse verzamelcontainers. In de tariefstelling voor het variabele gedeelte wordt onderscheid gemaakt naar volume op de volgende wijze: Bij gebruik van een container wordt het tarief per lediging als volgt voorgesteld: - een restafval-container met een inhoud van 240 liter: € 6,44 (2024 € 6,25); - een restafval-container met een inhoud van 140 liter: € 3,75 (2024 € 3,64). Bij gebruik van verzamelcontainers wordt het tarief per inworp als volgt voorgesteld: - bij een inwerptrommel van 30 liter: € 0,57 (2024 € 0,55); - bij een inwerptrommel van 60 liter: € 1,14 (2024 € 1,10). Pagina 5 van 9
Voor hoogbouwbewoners ontbreekt de mogelijkheid om plasticverpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken (PMD) gescheiden nabij het complex aan te bieden. Dit wordt tezamen met het restafval ingeworpen in de verzamelcontainer. Hierdoor is voor een inworp van een afvalzak in een verzamelcontainer een relatief lager tarief per liter inhoud ten opzichte van een lediging van een rolcontainer restafval van toepassing. De omvang van het variabele gedeelte wordt na het verstrijken van het belastingjaar bepaald. Daarom wordt het variabele gedeelte opgenomen in de ‘gecombineerde aanslag’ in het jaar, volgend op het jaar waarin de ledigingen of inworpen hebben plaatsgevonden. Overige diensten Ook voor tarieven voor overige diensten zoals het omwisselen van minicontainers en voor het afhalen van grof huishoudelijk restafval aan huis wordt indexering met 3% voorgesteld. j. Rioolheffing Het uitgangspunt bij de rioolheffing is dat deze kostendekkend is. Mocht er in een jaar minder uitgegeven zijn dan dat er aan heffingen binnen is gekomen dan wordt het teveel ontvangen bedrag gestort in de egalisatie voorziening. Als er meer is uitgegeven dan begroot dan wordt het tekort zoveel mogelijk uit deze voorziening onttrokken. Naast de egalisatievoorziening is er vanaf 2024 ook sprake van een spaarvoorziening.
Met de spaarvoorziening is het mogelijk om toekomstige riool investeringen zoveel mogelijk in een keer af te schrijven. Dit heeft op de lange termijn een positief effect op het tarief rioolheffing. In het Programma Water en riolering is opgenomen dat vanaf 2024 het baggeren voor 50% wordt doorbelast aan de kostendekkendheid van riool. Baggeren houdt meer dan zijdelings verband met de taken waarvoor de rioolheffing wordt ingesteld. Door het baggeren blijft het riool namelijk schoner en hoeft het riool minder te worden gereinigd. Voor 2025 wordt een verhoging van het basistarief voorgesteld tot een waterverbruik van 300m3 van € 201,00 in 2024 naar € 219,00 per 2025. De tarieven bij waterverbruik van meer dan 300m3 zijn van dit basistarief afgeleid. Het tarief voor alleen afvoer van hemelwater wordt voorgesteld op € 54,70, dit betreft 25% van het basistarief. Met de voorgestelde tarieven wordt een kostendekkendheid beoogd van 100%. Alle voorgestelde tarieven zijn vermeld in bijgevoegd ‘Mutatieoverzicht belastingtarieven 2025’. k. Leges Per 1 januari 2024 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) komen te vervallen en zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking getreden. Met de invoering van de Omgevingswet heeft de gemeente ruime vrijheid gekregen in de keuze welke activiteiten gereguleerd moeten worden.
Indien er geen regels worden gesteld, is in tegenstelling tot de WABO, de activiteit in beginsel zonder omgevingsvergunning toegestaan. De komst van de Omgevingswet en de Wkb hebben gevolgen voor de uitvoeringsorganisatie, de werkwijze en de legesverordening. Met de Wkb is de technische toetsing van een bouwvergunning grotendeels komen te vervallen bij de gemeente. Dit heeft gevolgen heeft voor een deel van de legesopbrengsten- en kosten. Daarnaast is het mogelijk geworden om leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. De hierboven genoemde wijzigingen hebben aanleiding gegeven om de Legesverordening Bergen per 2024 aan te passen. De Legesverordening 2024 is middels een separaat Pagina 6 van 9
voorstel aan uw raad voorgelegd en op 14 december 2023 vastgesteld. Daarbij is aangegeven dat het vervangen van de legesverordening 2023 op basis van de WABO door de nieuwe legesverordening op basis van de Omgevingswet gepaard gaat met enkele onzekerheden. De reden daarvan is dat deze legesverordening de eerste is na de invoering van de (ingrijpende) stelselwijzigingen. Mede daarom is tevens aangegeven dat gemonitord dient te worden in hoeverre deze nieuwe legesverordening aansluit op de nieuwe werkelijkheid, vooral ten aanzien van de vergunningplichten die anders zijn dan voorheen, of zelfs helemaal nieuw zijn. Alleen dan kan grip worden gehouden op de kostendekkendheid en kan worden herzien wat in dit vroege stadium mogelijkerwijs anders is ingeschat dan uiteindelijk de realiteit blijkt te zijn. In dit kader is aan de externe deskundigen van adviesbureau Senze de opdracht verstrekt tot een onderzoek naar de aansluiting tussen de uitgangspunten waarop de Legesverordening is gebaseerd en de praktijk. Bij het onderzoek is een BUCH-projectgroep betrokken geweest met vertegenwoordigers van de afdelingen ‘Vergunningen, toezicht en handhaving’, Financiën en Ruimtelijke ontwikkeling.
Hierbij is onder andere aandacht gevestigd op onderwerpen als activiteiten in het kader van vooroverleg, de inrichting van de milieuleges, de vormgeving van het voortraject, het invulling geven aan participatie en activiteiten met betrekking tot de invoering van de Wkb. Tevens is een inventarisatie uitgevoerd op alle termen die in het kader van de nieuwe wetgeving zijn gewijzigd. Daarnaast is onder begeleiding de externe deskundigen het hele complex van processen, tijdbesteding, kostenopbouw, aantallen en kostendekkingsgraad opnieuw bekeken en de mate van kostentoerekening per legesproduct onderzocht. Hierbij zijn inschattingen gemaakt gebaseerd op ervaringsgegevens en gemiddelde tijdsbestedingen. Dit in relatie tot de tarieven geeft een beeld ten aanzien van de raming van de mate van kostendekkendheid per product, paragraaf, hoofdstuk en de gehele Legesverordening. De uitkomsten zijn vastgelegd in het als bijlage bij dit voorstel behorende document ‘Toelichting wijzigingen leges Bergen 2025’ waarin de gemaakte keuzes en aannames zijn aangegeven. Het resultaat is dat er nu een legestarieventabel voor 2025 ligt die is gebaseerd op: - Extrapolatie van aantallen te behandelen aanvragen op basis van de afgelopen jaren. - Tijdsbesteding per aanvraag op basis van benchmarking van ongeveer 80 gemeenten. Deze benchmark-gegevens zijn intern op bruikbaarheid getoetst.
- Uurtarieven verkregen van onze eigen financiële functie. Aantallen x tijd x tarief = raming van totale kosten. Deze raming wordt ook opgenomen in de begrotingen. - Zoveel mogelijk geharmoniseerde legestarieventabellen. - Kostendekkendheid, uit juridische overwegingen heel dicht tegen het maximaal mogelijke aan. De opbrengsten in de begrotingen liggen dicht tegen de kosten. Dit is van invloed op de initieel begrote kosten en opbrengsten van de leges. De bijbehorende begrotingswijziging wordt bij de eerste financiële rapportage voorgelegd. Inmiddels zijn de voorbereidingen gestart om de kosten per legesproduct te berekenen op basis van onder andere de werkelijke tijdsbesteding zoals dit binnen de BUCH aan de orde is. Op deze wijze kan per specifieke BUCH-gemeente een nauwkeurig beeld worden verstrekt ten aanzien van de mate van kostendekkendheid per specifiek product. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan uw raad invloed uitoefenen op de hoogte van de tarifering per product in relatie tot de mate van kostendekkendheid. De uitkomsten van het onderzoek worden bij de kadernota 2026 aan uw raad voorgelegd. l.
Kwijtschelding
Pagina 7 van 9
In Bergen wordt bij de kwijtschelding uitgegaan van de meest ruime norm, de zogenaamde 100% norm. Dit houdt in, dat kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen die een inkomen hebben dat op of onder 100 procent van de landelijk geldende bijstandsnorm ligt. Kwijtschelding kan worden verleend aan belastingschuldigen die daartoe een verzoek doen en voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in het kwijtscheldingsbesluit. Voor kwijtschelding komen rioolheffing en afvalstoffenheffing in aanmerking. Voor 2025 is € 116.000 kwijtschelding rioolheffing geraamd en € 148.000 afvalstoffenheffing. Bedrijven investeringszones (BIZ) Een BIZ is een afgebakend gebied op een bedrijventerrein of in een winkelgebied. Door het betalen van een BIZ bijdrage investeren de ondernemers binnen het BIZ gebied samen in de kwaliteit van de bedrijfsomgeving. De BIZ bijdrage wordt door de gemeente als aanslag opgelegd, hierdoor is de BIZ bijdrage niet vrijblijvend. De opbrengst uit de BIZ belasting wordt door de gemeente als subsidie uitgekeerd aan de ondernemersvereniging. De gemeente Bergen telt 2 bedrijven investeringszones, de BIZ Egmond aan Zee en de BIZ Duindorp Schoorl. In december 2020 is de Verordening BIZ Egmond aan Zee 2021-2025 vastgesteld en in oktober 2022 is de Verordening BIZ Duindorp Schoorl 2023-2027 vastgesteld.
Omdat beide verordeningen voor de duur van 5 jaar zijn vastgesteld wordt bij dit voorstel geen concept BIZ verordening voorgelegd. Eenmalig aansluitrecht In december 2022 is de Verordening eenmalig aansluitrecht 2023 vastgesteld. Hierin zijn tarieven opgenomen op basis van werkelijke kosten, voor het tot stand brengen van een aansluiting op de gemeentelijke riolering. Er wordt geen gewijzigde concept verordening voorgelegd waardoor deze verordening ook van toepassing is op belastingjaar 2025. DOOR HET COLLEGE OVERWOGEN ALTERNATIEVEN Dit voorstel is een technische vertaling van de in de begroting 2025 opgenomen opbrengsten naar de tarieven voor de gemeentelijke belastingen. Alternatieven zijn niet aan de orde. REGIONALE SAMENWERKING EN COULEUR LOCALE Harmonisering verordening afvalstoffenheffing De verordeningen afvalstoffenheffing van Heiloo, Castricum en Uitgeest zijn qua tarievenstructuur in 2021 geharmoniseerd. Dit houdt in dat er sprake is van een basistarief gebaseerd op de omvang van het huishouden en een variabel tarief afhankelijk van het aantal containerledigingen of inworpen in verzamelcontainers. Omdat per 2024 ook de gemeente Bergen hiertoe is overgegaan geldt dit principe in alle BUCH gemeenten. Harmonisering lijkbezorgingsrechten De tarievenstructuur en opbouw van de lijkbezorgingsrechten van de BUCH gemeenten zijn in 2018 zoveel als mogelijk geharmoniseerd.
RISICO’S Slechts op basis van belastingverordeningen waartoe uw raad heeft besloten en na publicatie daarvan vóór 1 januari, kan de gemeente voor 2025 aanslagen opleggen naar de voorgestelde uitgangspunten en tarieven. FINANCIËN In de kadernota zijn de kaders aangegeven voor de groei. In de begroting 2025 zijn deze kaders nader uitgewerkt en zijn de opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en Pagina 8 van 9
heffingen opgenomen. Dit voorstel is een vertaling van de begrote opbrengsten naar de tarieven voor de gemeentelijke belastingen. Retributies en bestemmingsheffingen De tarieven voor gemeentelijke retributies (specifieke diensten) en bestemmingsheffingen (diensten met een algemeen karakter) mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Andere activiteiten dan die waarvoor de heffing bestemd is mogen uit deze opbrengsten niet worden bekostigd. Automatische incasso. Voor het in aanmerking komen van automatische incasso is er een drempelbedrag van toepassing van € 100,00. Het maximumbedrag waarover automatische incasso kan plaatsvinden is gesteld op € 10.000,00. COMMUNICATIE, PARTICIPATIE EN SAMENSPEL De verordeningen worden, naast de publicatie in het elektronisch blad van Bergen, tevens geplaatst op de website van de gemeentelijke belastingen Bergen https://bergen-nh.cocensus.nl/ Deze website is in beheer bij Cocensus. DUURZAAMHEID PARTICIPATIE UITVOERING, PLANNING EN ORGANISATIE De verordeningen worden na vaststelling door de raad bekend gemaakt in het elektronisch blad van Bergen op www.officielebekendmakingen.nl en beschikbaar gesteld op www.overheid.nl De verordeningen moeten vóór 1 januari 2025 bekend gemaakt zijn, zodat de heffing op 1 januari 2025 kan ingaan. BIJLAGEN De belastingverordeningen en bijbehorende tarieventabellen. Tarieven mutatieoverzicht Bergen 2025.
Toelichting wijzigingen legestarieventabel. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen
mr. M.N. (Martijn) Schroor secretaris
Y. (Yvonne) Roos-Bakker locoburgemeester
Pagina 9 van 9