rv Actualisering Apv Bergen 2023.pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL 25 januari 2024 D663816 31 oktober 2023 Burgemeester L. Voskuil Algemene raadscommissie 18 januari 2024 Ter bespreking en vaststelling
Raadsvergadering Voorstelnummer Datum raadsvoorstel Portefeuillehouder(s) Commissie Datum commissie Soort agendering Agendapunt Team Opsteller Datum B&W besluit Bijlagen:
Onderwerp
:
RO - Toezicht, Handhaving en Veiligheid Welmoed de Boer 31 oktober 2023 - Toelichting APV 2023 - Raadsbesluit technische wijziging APV i.v.m. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Onderwerp Actualisering APV Bergen aan de hand van de modelverordening van de VNG en technische wijziging van APV Bergen 2023 in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet
Voorgesteld besluit De raad besluit: 1. De APV Bergen 2023 vast te stellen; 2. De technische wijziging van de APV Bergen 2023 in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet’ vast te stellen. Geheimhouding Geheimhouding Ja x Nee
Pagina 1 van 9
INLEIDING Iedere gemeente heeft een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De APV bevat bepalingen die bedoeld zijn om de gemeente leefbaar te houden. Daarvoor bevat de APV geboden en verboden voor gedrag in de publieke ruimte en in openbare inrichtingen. Die gaan over allerlei activiteiten die te maken hebben met vooral de openbare orde, de veiligheid, de gezondheid, het milieu en de woon- en leefomgeving. De regels beogen het tegengaan van onaanvaardbare hinder, schade en vervuiling. Zij zorgen ervoor dat het openbare leven in de gemeente ordelijk verloopt en dat niet gewenst gedrag wordt voorkomen.
De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) heeft al jaren een Model-APV voor alle gemeenten, waarin regelmatig alle actualiteiten uit nieuwe wetgeving en rechterlijke uitspraken op een geordende en juridisch getoetste wijze worden verwerkt. Dit helpt gemeenten hun APV up to date te houden. De laatste herziening van de Apv Bergen heeft in 2019 plaatsgevonden, dus enige tijd geleden. Aan de raad is toegezegd dat in 2023 de APV opnieuw zal worden herzien en bijgewerkt. Aan deze toezegging wordt middels bijgevoegde raadsbesluiten en raadsvoorstel gevolg gegeven. INVLOED KADERS OP KEUZERUIMTE De APV is een verordening en moet worden vastgesteld door de gemeenteraad. De raad moet bij het vaststellen van verordeningen enkele belangrijke grenzen in acht nemen: a. De raad mag alleen regels stellen voor de openbare ruimte. Er mogen geen voorschriften worden gemaakt die raken aan particuliere belangen of aan de privésfeer van inwoners. Als particulier gedrag gevolgen heeft voor de publieke ruimte of een openbaar belang, mag de raad wel regels stellen. Bijvoorbeeld regels over prostitutie, drugshandel en gokken. b. Een regel mag niet afwijken van of in strijd zijn met hogere regels, zoals van de provincie of de landelijke wetgever. c. Een regel mag in principe ook niet hetzelfde onderwerp regelen als dat van een hogere regeling.
Dat kan alleen als er ruimte is voor een aanvullende regeling of een ander doel wordt gediend. d. Tot slot is de raad verplicht voorschriften op te nemen die verplicht zijn gesteld in een hogere regeling, zoals de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Alcoholwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Activiteitenbesluit milieubeheer, en binnenkort Wet regulering sekswerk (thans nog een wetsvoorstel). De actualisering van de APV Bergen betreft overwegend redactionele wijzigingen, wijzigingen in verband met wetswijzingen en herstel van omissies. De relevante wijzingen worden hieronder nader toegelicht. De herziening c.q. actualisatie van de vigerende APV is dus beleidsarm in de zin dat in de (beleids-)uitvoering geen wijzigingen zijn aangebracht of andere regels worden gehanteerd. Zo gelden nog steeds dezelfde
Pagina 2 van 9
openingstijden/ eisen voor de horeca en dezelfde voorschriften inzake het verkrijgen van een kapvergunning, uitwegvergunning etc. Wel is het hoofdstuk inzake de regulering van prostitutie volledig herzien in verband met de verwachte inwerkingtreding van Wet regulering sekswerk. Op grond van het wetsvoorstel zijn gemeentebesturen (wettelijk) verplicht de hierin gestelde eisen als strikte voorwaarden met betrekking tot vergunning verlening te hanteren. Hierbij moet men denken aan eisen met betrekking tot de aanvraagprocedure, eisen aan de vergunning zelf, gebonden weigeringsgronden, eisen aan voor een exploitant werkzame prostituees, bedrijfsplan etc. Deze bepalingen zijn overgenomen in de APV Bergen. Voor Bergen (ook voor de overige BUCH-gemeenten) is gekozen om maximaal 1 seksbedrijf, niet zijnde raamprostitutiebedrijf, toe te staan. Niet toegestaan is om prostitutie volledig uit te sluiten nu dit in strijd is met vrijheid van arbeidskeuze, artikel 19 Grondwet (prostitutie is immers legaal). Op 4 november 2021 heeft de raad de motie aangenomen om het 'verbod op bermparkeren' op te nemen in de APV bij de eerstvolgende herziening. Een verbod op bermparkeren is echter onverbindend wegens strijd met hogere regelgeving, nl het Verdrag van Wenen inzake verkeerstekens (zie uitspraak Gerechtshof ArnhemLeeuwarden 23 mei 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2016:3927).
De motie is derhalve juridisch niet uitvoerbaar in de zin dat een dergelijk verbod niet het gewenst effect sorteert nu parkeren in de berm niet verboden kan worden. Een verbod op parkeren in van gemeentewege aangelegde groenvoorzieningen is wel toegestaan (zie artikel 5:11 Model-APV), maar een dergelijk verbod is moeilijk handhaafbaar omdat het onderscheid tussen een van gemeentewege aangelegde groenstrook en een berm veelal moeilijk te duiden is. Om die reden wordt voorgesteld om artikel 5:11 van de Model-APV niet over te nemen in de APV Bergen 2023.. Tot slot zal met ingang van 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking treden. Omdat de APV ook bepalingen bevat die gaan over de fysieke leefomgeving zullen wettelijke grondslagen en verwijzingen moeten worden aangepast zodat kan worden doorgewerkt met de APV. Tot 2030 is er een overgangsfase waarin gemeenten de regels die gaan over de fysieke leefomgeving kunnen overbrengen naar het omgevingsplan dan wel naar de Verordening fysieke leefomgeving. Zodra de APV is geactualiseerd kan met deze basis de verordening vervolgens technisch worden aangepast aan de Omgevingswet. Hiervoor is een raadsbesluit opgesteld conform VNG-model. Dit besluit dient te worden vastgesteld na vaststelling van de APV gemeente Bergen 2023.
TOELICHTING OP HET VOORSTEL In het bijzonder wordt gewezen op de volgende wijzigingen: De Drank en Horecawet (DHW) is gewijzigd en op 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt nu aangeduid als Alcoholwet. Daar waar in de APV eerder werd verwezen naar de DHW wordt thans verwezen naar de Alcoholwet. Artikel 1:6 (intrekking, wijziging vergunning) is aangevuld met de mogelijkheid van schorsing van een vergunning. Deze aanvulling vloeit voort uit het BUCH-breed aangenomen beleidsstuk inzake aanpak van ondermijning. Bij de toepassing kan bijvoorbeeld worden gedacht aan schorsing van een verleende alcoholvergunning indien een exploitant zich herhaaldelijk niet houdt aan geldende regelgeving zoals het verbod van schenken aan minderjarigen.
Pagina 3 van 9
artikel 2:3 (kennisgeving betogingen): termijn voor de kennisgeving is aangepast van een week naar vijf werkdagen. Het is aan de raad welke termijn zij voor de kennisgevingsplicht wenst te hanteren. Deze moet gelet op de uitoefening van fundamentele grondrechten kort zijn, maar wel lang genoeg voor de burgemeester om voldoende voorzorgsmaatregelen te treffen om de manifestatie te beschermen en te faciliteren en indien noodzakelijk te beperken of zelfs te verbieden. Artikel 2:18 (rook-en open vuurverbod in bossen en natuurterreinen) is aangepast in die zin dat het verbod niet enkel meer ziet op de periode 1 april tot en met 1 oktober maar ziet op het gehele jaar. Artikel 2:18 a (Verbod verspreiding hinderlijke rookgassen) is nieuw ingevoegd. Dit artikel is (nog) niet in de Model-APV van de VNG opgenomen. Over de vraag of een dergelijk verbod is toegestaan of in strijd is met hogere regelgeving zijn de meningen verdeeld. Bij het voorstel tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet om het reclameverbod aan te scherpen (TK 2019-2020, 35504, nr. 3) heeft de Afdeling advisering van de Raad van State uiteengezet waarom gemeenten wel de bevoegdheid hebben om een rookverbod op bepaalde plaatsen in de openbare ruimte in te stellen als aanvulling op de rookverboden bedoeld in artikel 10 van de Tabaks- en Rookwarenwet.
Een gemeente kan echter niet in algemene zin het roken in de openbare ruimte verbieden. Een dergelijke regeling zou artikel 10 van de wet in combinatie met artikel 6.2 van het Tabaksen rookwarenbesluit doorkruisen. Artikel 2:18 a is zodanig geformuleerd dat een rechthebbende van een gebouw met een publieke/openbare functie een verzoek kan indienen bij het college tot het opnemen van een bepaald gebied in een aanwijzingsbesluit. Hierbij moet men bijvoorbeeld denken aan openbare ruimte om en nabij een ziekenhuis of een school. Bij toewijzing van een dergelijk verzoek bepaalt het derde lid dat de rechthebbende (dus de verzoeker) zorg draagt voor een juiste uitvoering daarvan. Enkele gemeenten hebben deze bepaling al in hun APV opgenomen zoals Groningen die een rookvrije zone rondom de ingang van het UMCG heeft ingevoerd. Artikel 2:26 (ordeverstoring bij evenementen) is op ambtelijk verzoek vervallen. Lid 3 oud (colorverbod) is onverbindend wegens strijd met artikel 7 van de Grondwet, vrijheid van meningsuiting (uitspraak HR 24-12-21/ ECLI:NL:HR:2021:1946). De model-APV kent thans slechts nog een lid (lid 1), waarbij wordt bepaald dat het verboden is om bij evenementen de orde te verstoren. Nu het in algemene zin verboden is om de orde te verstoren en dus niet alleen bij evenementen is er ambtelijk voor gekozen dit artikel niet meer op te nemen.
Artikel 2:29 (sluitingstijden openbare inrichting). Het vigerende artikel is erg onduidelijk geformuleerd en om die reden redactioneel aangepast. De thans geldende sluitingstijden en overige voorschriften zijn echter ongewijzigd gehandhaafd en overeenkomstig het vigerend beleid Horecanota Bergen 2018-2021/ Gastvrij Bergen 2. Dit houdt in dat: o Voor alle horeca-inrichtingen binnen de gemeente Bergen een algemene sluitingstijd geldt van 2:00- 6:00, met uitzondering van paracommerciële rechtspersonen waarvoor voor alle dagen in de week een sluitingstijd geldt van 00:00-8:00 (Nb. vanwege systematiek ondergebracht in artikel 2:34 b lid 1 dat ziet op regulering paracommercie); o In afwijking van deze algemene sluitingstijd geldt dat inrichtingen behorende tot horeca-categorie 2 en horeca-categorie 3 binnen de uitgaansgebieden Bergen-centrum, Egmond aan Zee, Egmond-Binnen, Egmond aan den Hoef, Schoorl en Groet, op vrijdag(nacht) en zaterdag(nacht) open mogen zijn tot 3:00 mits voldaan wordt aan de portiersverplichting, om 2:00 geen nieuwe bezoekers meer worden binnen gelaten, vanaf 2:30 geen muziek meer ten
Pagina 4 van 9
o o o
gehore wordt gebracht, geen alcohol meer wordt geschonken en maximale verlichting wordt gevoerd. (zie pagina 18 en 19 van de Horecanota). Voor Horeca- categorie 2 geldt dat de portiersverplichting vervalt indien beveiliging collectief wordt geregeld waarbij minimaal twee beveiligers aanwezig dienen te zijn in het horecagebied (pag. 21 Horecanota); Aangewezen ontnuchteringszaken binnen de horecagebieden (zie definitie artikel 2:27) mogen van zondag tot en met donderdag tot 3:00 open zijn, en op vrijdag en zaterdag tot 4:00, zie pag. 14 Horecanota Voor terrassen geldt een sluitingstijd van 00:00-8:00, met uitzondering van de maanden juni tot en met september waarbij een sluitingstijd geldt van 01:0008:00, zie pagina 20 Horecanota.
Artikel 2:32 a (tegengaan malafide ondernemersklimaat) is nieuw in de APV opgenomen. Dit artikel komt niet in de model-APV van de VNG voor maar vloeit voort uit het BUCH-breed aangenomen beleidsstuk inzake aanpak van ondermijning. Op grond van dit artikel kan de burgemeester indien daartoe aanleiding bestaat een vergunningplicht opleggen voor bedrijfsmatige activiteiten in een aangewezen gebouw of gebied. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Opmerking verdiend dat niet duidelijk is of een dergelijke bepaling in rechte verbindend wordt geacht, nu deze wellicht onvoldoende rechtszeker is. Immers van tevoren is voor ondernemers niet duidelijk wanneer wel of niet een vergunning voor hun bedrijfsactiviteiten is vereist. Artikel 2:34 c (bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen) is gewijzigd. Het tweede lid (oud APV) zag enkel op de dorpshuizen Ruïnekerk en Slotkapel. Een APV dient echter algemeen verbindende voorschriften te bevatten. Hier is geen plaats voor specifieke bepalingen voor slechts een of enkele geadresseerden.
De betreffende bepaling is algemeen gemaakt door Ruïnekerk en Slotkapel te vervangen in dorpshuizen, kerken en kapellen. Artikel 2:34 g (Proeverijen in slijt lokaliteiten). Deze bepaling is nieuw en optioneel. Hierin is bepaald dat maximaal éénmaal per maand een proeverij mag worden georganiseerd gedurende de reguliere openingstijden. Artikel 2:47 a oud (vervoer van brandbare materialen/). Deze bepaling is verwijderd wegens strijd met hogere regelgeving. Voor strafrechtelijke inbeslagname gelden de regels van WvSv en voor bestuurlijke inbeslagname geldt art. 5:29 Awb. Ingevolge artikel 5:29 lid 1 Awb is bestuurlijke inbeslagname alleen mogelijk voor zover de toepassing van bestuursdwang dit vereist. Artikel 5:29 lid 3 Awb bepaalt voorts dat het bestuursorgaan zorg draagt voor bewaring en de zaken weer teruggeeft aan de rechthebbende. Artikel 2:47 a oud is derhalve onverbindend. Artikel 2:47a (messen en andere voorwerpen als wapen) is nieuw ingevoegd. Het is verboden op de weg of in voor publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. Deze bepaling is (nog) niet opgenomen in de model-APV van de VNG maar komt voort uit het BUCH-breed aangenomen beleidsstuk inzake aanpak van ondermijning. Artikel 2:48 (verboden drankgebruik) is gewijzigd.
Op ambtelijk verzoek is redactioneel aangesloten bij de bepaling van de APV Alkmaar. Verschil is dat er geen gebied meer behoeft te worden aangewezen en dat het verbod geldt indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken.
Pagina 5 van 9
Artikel 2:48a (verboden lachgasgebruik).Deze bepaling is overeenkomstig de modelAPV van de VNG nieuw ingevoegd en ziet op overlast als gevolg van gebruik van lachgas. Artikel 2:59 lid 5 sub (oud) is vervangen met artikel 2:59a van de model-APV van de VNG (gevaarlijke honden op eigen terrein). Artikel 59 lid 5 sub b oud APV is zeer waarschijnlijk te verstrekkend (mogelijk ontoelaatbare inbreuk op eigendomsrecht en artikel 8 EVRM) en daarmee mogelijk onverbindend. In de APV mogen geen voorschriften worden gesteld die raken aan particuliere belangen of aan de privésfeer van inwoners. De burgemeester mag niet bevelen dat er aanpassingen aan de woning van de eigenaar/houder worden verricht. Wel mag de burgemeester bepalen dat op het eigen terrein een muilkorf-plicht geldt, tenzij is voldaan aan de in de artikel 2:59 a gestelde vereisten. Deze wijziging heeft verder geen effect voor wat betreft de uitvoering van de beleidsregel bijtincidenten honden gemeente Bergen 2021. Artikel 2:73 (consumentenvuurwerk). Afstand tot rietgedekte daken en benzinepompen is uit veiligheidsoverwegingen verruimd van 50 naar 100 m. Artikel 2:73 a en 2:73 b (carbid schieten en vervoer carbid stoffen). Aanvankelijk zouden deze bepalingen tijdelijk zijn opgenomen i.v.m. Covid, maar de vraag is of de raad deze alsnog wenst te handhaven.
Artikel 2:74 en 2:74 a (drugshandel en drugsgebruik) is gewijzigd en redactioneel aangepast aan de model-APV en het verbod ziet nu ook op 'openbaar water' en 'daarop gelijkende waar'. Artikel 2:77 lid 2 (cameratoezicht) is aangevuld. Artikel 2:77 lid 1 ziet op de bevoegdheid tot het plaatsen van camera’s op openbare plaatsen. Een voor een publiek toegankelijke plaats behoeft niet per definitie een openbare plaats te zijn. Om hiervoor een bevoegdheid te creëren dient deze plaats (dus anders dan lid 1 dat ziet op een openbare plaats) specifiek benoemd te worden in de APV. Om die reden is een tweede lid toegevoegd waarin is opgenomen dat de burgemeester die bevoegdheid ook heeft ten aanzien van (a) parkeerterreinen, parkeerplaatsen en/of parkeergarages en (b) gemeentewerven, vuil-overslagstations en/of milieustraten en (c) publieke voorzieningen zoals zwembaden, fietsstallingen e.d. Artikel 2:78 (gebiedsontzeggingen/ voorheen artikel 2:1 a) is verplaatst en gewijzigd. Omdat dit artikel ziet op een burgemeesters-bevoegdheid is deze verplaatst naar afdeling 12 van de APV dat ziet op de bijzondere bevoegdheden van de burgemeester. Dit artikel maakt het mogelijk om in het belang van de openbare orde een bevel te geven om zich gedurende een bepaalde duur niet in een of meer openbare plaatsen binnen de gemeente op te houden.
Het model van de VNG kent het vereiste van een eerste bevel van ten hoogste 48 uren. Een bevel van een langere duur is op grond van de model-APV pas mogelijk bij een tweede ordeverstorend incident binnen een duur van 6 maanden na het eerst bevel. Naar aanleiding van een bestuurlijke wens om meer flexibiliteit in het instrument te brengen, zijn deze vereisten komen te vervallen, waardoor het mogelijk is om bij het eerste bevel een gebiedsontzegging op te leggen voor een langere periode. Voor een goede toepassing van het artikel is echter beleid wenselijk nu een bevel altijd aan het subsidiariteit en proportionaliteitsbeginsel dient te voldoen. Een eerste bevel voor de duur van twaalf weken zal hieraan veelal niet voldoen. In een beleidsnota kan worden uiteengezet wanneer en op welke wijze van de bevoegdheid gebruik zal worden gemaakt. Artikel 2:79 (woonoverlast voorheen artikel 2:77a) is redactioneel gewijzigd en genummerd overeenkomstig de model- APV. Het tweede is lid is overeenkomstig model toegevoegd.
Pagina 6 van 9
De bepalingen in de strandparagraaf zijn specifiek voor de gemeente Bergen en komen niet in de model-APV voor. Deze bepalingen zijn vrijwel ongewijzigd gehandhaafd en dus conform de vigerende Strandnota. Het onderscheid tussen het activiteitenstrand en de overige stranden is dus gehandhaafd. Wel zijn bepalingen vernummerd omdat nieuwe artikelen overeenkomstig de model APV zijn ingevoegd. In beginsel zijn geen motorvoertuigen op het strand toegestaan, behoudens ontheffing. Ontheffing kan bijvoorbeeld worden verleend voor motorvoertuigen ten behoeve van de op- en afbouw van vergunde bebouwing (zoals het strandpaviljoen) en ten behoeve van het te water laten en afvaren van boten. Uit pragmatische overwegingen en lastenverlichting wordt om die reden voorgesteld om in de APV op te nemen dat het verbod niet geldt voor motorvoertuigen ten behoeve van de op- en afbouw van evenementen en vergunde bebouwing (artikel 2:81 lid 1 sub b). Tevens wordt voorgesteld om een zone op het strand en in de zee aan te wijzen waar boten te water mogen worden gelaten en worden afgevaren.
Dit zodat hiervoor niet steeds separaat een ontheffing behoeft te worden verleend (2:81) en 2:83) Ambtelijk is verzocht om artikel 2:82 oud dat ziet op het verbod van niet gemotoriseerde vaartuigen (zoals kano's en rubberen bootjes) te laten vervallen nu men niet ziet hoe en op welke wijze deze leiden tot hinder of overlast. Naaktrecreatie (artikel 2:93). Volgens de strandnota is naaktrecreatie enkel toegestaan bij km-paal 29.5 tot 31.5. Feitelijk wordt er naakt gerecreëerd tussen kmpaal 29.5-32.0 en tussen km-paal 41.0 en 42.75. De feitelijke situatie stemt dus niet overeen met de beleidsnota en de definitie activiteitenstrand zoals opgenomen in de APV. De vraag die wordt voorgelegd is of dat, ofwel de feitelijke situatie dient te worden gewijzigd in de zin dat wordt gehandhaafd en naaktrecreanten naar de aangewezen locatie worden verwezen, ofwel de feitelijke locatie wordt gelegaliseerd en als naaktstrand wordt aangewezen. Hoofdstuk 3 inzake regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen is volledig herzien conform de model bepalingen VNG. In de model bepalingen is rekening gehouden met de verwachte inwerkingtreding van de Wet regulering sekswerk. Op grond van het wetsvoorstel zijn gemeentebesturen (wettelijk) verplicht de hierin gestelde eisen als strikte voorwaarden met betrekking tot vergunning verlening te hanteren.
Hierbij moet men denken aan eisen met betrekking tot de aanvraagprocedure, eisen aan de vergunning zelf, gebonden weigeringsgronden, eisen aan voor een exploitant werkzame prostituees, bedrijfsplan etc. Deze bepalingen zijn overgenomen in de APV Bergen. Zoals bekend is met ingang van 1 oktober 2000 artikel 250bis uit het Wetboek van Strafrecht verwijderd. Hierdoor kwam het zogenaamde "bordeelverbod" te vervallen. Met de opheffing van het bordeelverbod ontstond voor gemeenten de noodzaak om de verschillende vormen van exploitatie van prostitutie te reguleren en daarvoor beleid te ontwikkelen. Deze wetswijziging bood gemeenten echter niet de mogelijkheid om een zogenaamd "nulbeleid" te voeren. Een dergelijk beleid is in strijd met artikel 19, derde lid, van de Grondwet waarin het recht op vrije keuze van arbeid is neergelegd. Voor de gemeente Bergen (voor alle BUCH gemeenten) is gekozen om maximaal 1 seksbedrijf, niet zijnde raamprostitutiebedrijf, toe te staan, waarbij eveneens een bepaling is opgenomen dat het college delen van de gemeente kan aanwijzen waarbinnen of waarbuiten geen vergunning wordt verleend. Een seksbedrijf is ‘breder’ dan een seksinrichting en kan dus op meer zien dan alleen een seksinrichting, zie hiervoor de opgenomen definities in de APV. Met het beperken van het aantal vergunningen is sprake van een ‘schaarse vergunning’.
Als er sprake is van verlening van schaarse vergunningen dan moet het bevoegde bestuursorgaan een selectieprocedure hanteren die alle waarborgen voor onpartijdigheid en transparantie biedt. Dit ziet onder andere op een toereikende bekendmaking van de
Pagina 7 van 9
opening, uitvoering en afsluiting van de procedure. De geëigende weg om uitvoering te geven aan deze zorgplicht is dat het bevoegde bestuursorgaan in een beleidsregel uiteenzet hoe de selectieprocedure wordt ingevuld (en hier vervolgens uitvoering wordt aangegeven). Regulering via het bestemmingsplan is eveneens mogelijk, maar het planologisch volledig uitsluiten van seksbedrijven is niet toegestaan, althans een dergelijke keuze mag enkel zijn gebaseerd op een goede ruimtelijke ordening en mag niet worden gebaseerd op het motief dat in overwegende mate strekt tot bescherming van de openbare zeden, zie in dit verband uitspraak ECLI: NL: RVS:2002: AE2838. Overigens is het zo dat wanneer een ruimtelijk besluit ziet op verdeling van schaarse publieke rechten hiervoor ook beleid dient te worden opgesteld. Voorgesteld wordt om artikel 4:3 lid 2 oud (incidentele festiviteiten JOEB) te wijzigen Het tweede lid ziet enkel op de JOEB te Egmond Binnen en past als zodanig niet binnen de APV die algemeen verbindende voorschriften dient te bevatten, anders dan een voorschrift voor een specifieke inrichting. Voorgesteld wordt om het artikellid algemeen te maken waarbij het college middels vergunning aan jongerencentra maximaal 12 festiviteiten per kalenderjaar kan toestaan. Artikel 5:18 lid 3 sub b (standplaatsvergunning) is redactioneel aangepast overeenkomstig het model.
De oude formulering was in strijd met de Dienstenrichtlijn. De Dienstenrichtlijn staat een redelijk voorzieningenniveau niet toe als weigeringsgrond voor standplaatsen omdat dit wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten (artikel 14, punt 5, van de Dienstenrichtlijn). Op grond van de Dienstenrichtlijn mag wel een kwantitatieve of territoriale beperking worden gesteld. Artikel 6:2 (toezichthouders). Op ambtelijk verzoek is een tweede lid opgenomen waarbij met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde tevens zijn belast de toezichthouders van PWN en de buitengewoon opsporingsambtenaar domein II van Staatsbosbeheer voor de artikelen 2: 18, 2:47, 2:48, 2:48a, 2:57, 2:58, 2:96, 4:18: 5:24 en 5:33 van deze verordening.
Voor een uitgebreidere toelichting op de artikelen wordt verwezen naar de toelichting behorende bij de APV Bergen 2023. DOOR HET COLLEGE OVERWOGEN ALTERNATIEVEN Bij de actualisering van de APV is zoveel mogelijk aangesloten bij de modelverordening van de VNG, hetgeen geldt voor alle vier de BUCH-gemeenten. De voorgestelde wijzigingen betreffen vooral redactionele wijzigingen, wetswijzigingen en herstel van omissies en hebben geen gevolgen voor de uitvoering in de zin van handhaving en/of vergunningen. REGIONALE SAMENWERKING EN COULEUR LOCALE Bij de actualisering van de APV is zoveel mogelijk aangesloten bij de modelverordening van de VNG, hetgeen geldt voor alle vier de BUCH-gemeenten. Een aantal bepalingen zien specifiek op de gemeente Bergen zoals de strandparagraaf (artikel 2:80 t/m 2:97), de bepalingen inzake het bewaren van houtopstanden (artikel 4:10 t/m 4:11f) sluitingstijden van de horeca (art. 2:29 APV). Voor wat betreft de bepalingen aangaande carbid schieten/ vervoeren van carbid stoffen (artikel 2:73/ 2:73a) wordt aan alle BUCH-gemeenteraden de vraag voorgelegd of zij deze bepalingen na Covid wensen te handhaven of niet. RISICO’S Het besluit waarbij de APV gewijzigd wordt vastgesteld is niet voor bezwaar en beroep vatbaar.
Pagina 8 van 9
FINANCIËN Dit raadsvoorstel heeft geen financiële consequenties voor de begroting. DUURZAAMHEID Niet van toepassing. PARTICIPATIE Niet van toepassing. De herziening van de APV is beleidsarm en leidt niet tot veranderingen en/of wijzigingen in de (beleids-)uitvoering. UITVOERING, PLANNING EN ORGANISATIE Na vaststelling dienen beide besluiten bekend te worden gemaakt in het gemeenteblad en op de gemeentelijke website ten behoeve van de inwerkingtreding. BIJLAGEN 1. Toelichting Algemene plaatselijke verordening Bergen 2023 2. Raadsbesluit technische wijziging Algemene plaatselijke verordening Bergen 2023 in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. ACHTERLIGGENDE DOCUMENTEN Niet van toepassing Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen Mr. M.N. (Martijn) Schroor secretaris igner1:Capture:size(200,70)}}
L. Hj. (Lars) Voskuil burgemeester {{esl:Signer2:Capture:size(200,70)}}
Pagina 9 van 9