rb Verordening Fysieke Leefomgeving Bergen 2024.pdf
Tekst van het document
- 23 -
Hoofdstuk 7 Regels over standplaatsen Artikel 7:1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 7:2 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 7:3 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 7:1, eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 2. De weigeringsgrond van artikel 7:1, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
- 24 -
Hoofdstuk 8. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 8:1 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:3 en 4:9 groepsgewijs niet naleven. Artikel 8:2 Strafbepaling 1. Overtreding van de artikelen in hoofdstuk 2, 4, 5 en 7 en de daarbij op grond van artikel 1:3 gegeven voorschriften en beperkingen en overtreding van artikel 6:9 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:1 en 2:3 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel 2:2, eerste lid, en artikel 4:1, eerste lid. 3. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 8:3 Toezicht 1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 6 zijn belast, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college met zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld. 2. Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 3 zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen of groep van personen. 3. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 2, 4, 5 en 7 zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen en de in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren. 4. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn tevens belast de toezichthouders van N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN) en de buitengewoon opsporingsambtenaar domein II van Staatsbosbeheer voor de artikelen 2:17, 2:20 en 4:8. 5. Het college kan daarnaast andere personen met het toezicht als bedoeld in het derde en vierde lid belasten.
Artikel 8:4 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens hoofdstuk 2, 4, 5 en 7 gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 8:5 Intrekking verordening De Aansluitverordening Bergen 2023 wordt ingetrokken. Artikel 8:6 Wijzigen verordeningen 1. De Erfgoedverordening Gemeente Bergen 2012 wordt als volgt gewijzigd:
- 25 -
- artikel 1, de definities ‘gemeentelijke monumentenlijst’, ‘beschermd monument’, ‘provinciaal monument’, ‘rijksmonument’, ‘adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit’, ‘commissie voor Cultuurhistorische Kwaliteit (CCK)’ en ‘bouwhistorisch onderzoek’ en de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 15 en 19, onder a, b en c, komen te vervallen. 2. De Algemene plaatselijke verordening Bergen 2023 wordt als volgt gewijzigd: - de artikelen 2:10, 2;11, 2:12, 2:15, 2:21, artikel 4:1, de definities ‘collectieve festiviteit’, ‘gevoelige gebouwen’, ‘gevoelige terreinen’, ‘houder van een inrichting’, ‘incidentele festiviteit’ en ‘onversterkte muziek’, de artikelen 4:2, 4:3, 4:5, 4:9, artikel 4:10, de definities ‘bebouwde kom Wet natuurbeheer’, ‘dunning’, ‘monumentale boom’, ‘vellen’ en ‘vergunning’, de artikelen 4:11, 4:11b, 4:11c, 4:11d, 4:11e, 4:11f, 4:13, 4:15, 4:15a, 4:17, 4:18, 4:19, 4:20, 5:2, 5:3, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11, 5:12, 5:17, 5:18, 5:19, 5:20, 5:24, 5:25, 5:28, 5:32, 5:33, 5:34 en 5:34a komen te vervallen.
Artikel 8:7 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening als bedoeld in artikel 8:5 of de artikelen van de Algemene plaatselijke verordening Bergen 2023 of Erfgoedverordening Gemeente Bergen 2012, of diens rechtsopvolgers die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 8:8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Artikel 8:9 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bergen 2024.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Bergen in de openbare raadsvergadering van d.d. 12 december 2024. {{esl:Signer1:Capture:size(200,70)}}
{{esl:Signer2:Capture:size(200,70)}}
mr. J.G.S. (Janne) Pijnenborg griffier
A.J.M. (Alexandra) Otto-van der Ende voorzitter
- 26 -