CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

IS 24-02-2022 bijlage 1 bij Ledenbrief VNG Model Verordening leges.pdf

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 3: Verzamellijst ingekomen stukken47.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

€ […];

b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […].

Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […]

en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met: € […]; b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

€ […];

c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […].

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie Variant 1 (regeling in Algemene plaatselijke verordening; overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

€ […].

23/131

omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het in, op of aan een onroerende zaak hebben van een alarminstallatie die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedoeld in artikel […] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Variant 2 (regeling in nieuwe deel omgevingsplan) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het in, op of aan een onroerende zaak hebben van een alarminstallatie die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan:

€ […];

b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […].

Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Variant 1 (regeling in de Algemene plaatselijke verordening/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in [artikel [4:11] van de Algemene plaatselijke verordening OF artikel […] van de [citeertitel bomenverordening]] in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € […]. Variant 2 (voorbeeld Staalkaart ‘Integratie van verordeningen in omgevingsplan, deel I’) 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het kappen van een boom, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan:

€ […];

b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […].

2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het kappen van een beschermde boom of het vellen van een beschermde houtopstand, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel […] van het

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

€ […];

24/131

omgevingsplan: b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […].

Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame Variant 1 (regeling in de Algemene plaatselijke verordening/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel […] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame:

€ […];

b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd:

€ […].

Variant 2 (voorbeeld Staalkaart ‘Verordeningen in het omgevingsplan, deel II’) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanbrengen of maken van reclame of het plaatsen van een reclameobject, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen genoemde activiteiten: a. voor het aanbrengen of maken van reclame in een aangewezen gebied, bedoeld in artikel […, eerste lid] van het omgevingsplan: 1 voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […];

2 voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […];

b. voor het aanbrengen van verlichte of bewegende reclame, bedoeld in artikel […, tweede lid] van het omgevingsplan 1 voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […];

2 voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […];

c. voor het plaatsen van een reclameobject, bedoeld in artikel […, derde lid] van het omgevingsplan: 1 voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […];

2 voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […].

Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: [opslag van roerende zaken OF objecten plaatsen op de weg] Variant 1 (regeling in de Algemene plaatselijke verordening; overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

25/131

van de gemeente, bedoeld in artikel [2:10] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken,:

€ […];

b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen:

€ […].

Variant 2 (voorbeeld Staalkaart ‘Integratie van verordeningen in omgevingsplan, deel I’ ) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het plaatsen van objecten op de weg, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan:

€ […];

b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […].

[Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen Variant 1 (regeling in de Algemene plaatselijke verordening aangehaakt bij omgevingsvergunning/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel [5:18] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € […]. Variant 2 (voorbeeld Staalkaart ‘Verordeningen in het omgevingsplan, deel II’) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen van een standplaats, bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan:

€ […];

b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […].]

Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen € […]; vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

26/131

het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: b. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1 voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […];

2 voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […];

3 voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: € […].

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a.voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: 1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift:

€ […];

b.in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift:

€ […].

Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 1. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op: a. één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:

€ […];

b. twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]:

€ […];

c. vijf of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]:

€ […].

2. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € […]. Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

€ […].

27/131

activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 1. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:

€ […];

b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur:

€ […];

c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur:

€ […];

d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur:

€ […].

2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € […]. Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:

€ […].

Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: € […]. Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor € […]. het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b,

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

28/131

in behandeling is genomen: Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: € […]. Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € […].

Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: [10]%. Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit:

€ […];

b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ […];

c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b:

€ […].

Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

€ […];

b. voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

€ […];

c. voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:

€ […];

d. voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:

€ […];

e. voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:

€ […];

f. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):

€ […];

g. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd

€ […].

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

29/131

rapport: Artikel 2.50 Advies 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad:

€ […];

b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op de gemeentelijke adviescommissie] dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: € […]; c. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op de gemeentelijke adviescommissie] in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: € […]; d. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.51 Instemming 1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: a. als de gemeenteraad moet besluiten over de instemming:

€ […];

b. als een ander bestuursorgaan moet besluiten over de instemming: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

30/131

Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: […]% van de voor het omgevingsoverleg geheven leges. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en c. binnen […] maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. 3. Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd: € […].

[Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. De vermindering bedraagt: a. bij 5 tot 10 activiteiten:

[…]%

van de voor die activiteiten verschuldigde leges; b. bij 10 tot 15 activiteiten:

[…]%

van de voor die activiteiten verschuldigde leges; c. bij 15 of meer activiteiten:

[…]%

van de voor die activiteiten verschuldigde leges.]

Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: [85]%. van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

31/131

Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:

[85]%.

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen [vier] weken na de indiening van de aanvraag:

[75]%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf [vier] weken tot [zes] weken na de indiening van de aanvraag: [50]% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf [zes] weken na de indiening van de aanvraag: [25]% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen [zes] weken na de indiening van de aanvraag:

[75]%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag:

[50]%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: [25]% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor […]% een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

32/131

binnen [… maanden/… jaren] na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

[…]%

van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € […] wordt niet teruggegeven.

HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel [2:28] van de Algemene plaatselijke verordening:

€ […];

b. een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel [2:29, tweede lid,] van de Algemene plaatselijke verordening:

€ […];

Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:

€ [...];

b. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet:

€ […].

c. een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:

€ [...];

d. een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet: € […]; e. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

€ […].

33/131

Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel [3:3] van de Algemene plaatselijke verordening: a. voor een escortbedrijf:

€ […];

b. voor andere prostitutiebedrijven dan bedoeld in onderdeel a:

€ […];

c. voor andere seksbedrijven dan bedoeld in de onderdelen a en b:

€ […];

2. Het bedrag dat op grond van het eerste lid verschuldigd is wordt: a. voor iedere beheerder die zal worden aangesteld bij het seksbedrijf vermeerderd met € […]; b. als de aanvraag tot het verlenen van de vergunning mede ziet op een seksinrichting vermeerderd met:

€ […].

3. Als meerdere aanvragen als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig worden ingediend en betrekking hebben op hetzelfde seksbedrijf en dezelfde exploitant, worden de op grond van dat lid verschuldigde leges voor iedere tweede en volgende van die aanvragen verminderd met:

[...]%.

[4. Als een vergunning als bedoeld in de het eerste lid, onderdelen a of b, is verleend onder de voorwaarde dat er ten hoogste één prostituee voor of bij het prostitutiebedrijf mag werken, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: [...]% van de op grond van die onderdelen voor het betreffende prostitutiebedrijf verschuldigde leges.] Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van: a. de exploitant aan wie de vergunning is verleend:

€ […];

b. de op de vergunning vermelde of te vermelden beheerder of beheerders:

€ […];

c. de activiteit waarvoor de vergunning is verleend:

€ […];

d. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt:

€ […];

e. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend:

€ […];

f. het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend:

€ […];

[g. het aantal prostituees dat ten hoogste voor of bij het seksbedrijf mag werken:

€ […].]

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:

€ [...];

b. wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:

€ [...].

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

34/131

Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel [2.25, eerste lid,] van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft: a. een grootschalig evenement of een evenement met verhoogd risicoprofiel:

€ [...];

b. een herdenkingsplechtigheid:

€ [...];

c. een braderie:

€ [...];

d. een optocht, niet zijnde een betoging, op de weg:

€ [...];

e. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg:

€ [...];

f.

een klein evenement dat niet voldoet aan de eis bedoeld in artikel [2:25, derde lid,] van de Algemene plaatselijke verordening: € […].

Artikel 3.7 Organiseren markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning: a. voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel [5:23] van de Algemene plaatselijke verordening: € […]; b. voor het organiseren van een markt als bedoeld in artikel [4] van de [citeertitel marktverordening (vergunning organisatie)]:

€ […].

Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een vaste-standplaatsvergunning als bedoeld in artikel [14], van de [citeertitel marktverordening]:

€ […];

b. een dagplaatsvergunning als bedoeld in artikel [19], van de [citeertitel marktverordening], die leidt tot vergunningverlening:

€ […];

c. een standwerkvergunning als bedoeld in artikel [20], van de [citeertitel marktverordening], die leidt tot vergunningverlening:

€ […];

d. een bedienvergunning als bedoeld in artikel [21], van de [citeertitel marktverordening]:

€ […];

2. Als een aanvraag om een vaste-standplaatsvergunning, te verlenen via het selectiestelsel, niet leidt tot vergunningverlening, bestaat aanspraak op teruggaaf van [… (bijvoorbeeld 50)] % van de op grond van het eerste lid, onderdeel a, verschuldigde leges. 3. Als een aanvraag om een vaste-standplaatsvergunning, te verlenen via loting, niet leidt tot vergunningverlening, bestaat aanspraak op teruggaaf van [… (bijvoorbeeld 75)] % van de op grond van het eerste lid, onderdeel a, verschuldigde leges. Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: b. overschrijving van een vaste-standplaatsvergunning op naam van een ander als bedoeld € […];

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

35/131

in artikel [15] van de [citeertitel marktverordening]: c. toestemming met vervanging van de vergunninghouder (artikel [17, tweede lid], van de [citeertitel marktverordening]:

€ […];

a. toekenning van een andere vaste standplaats als bedoeld in artikel [18, eerste lid], van de [citeertitel marktverordening]:

€ […];

d. ontheffing van de verplichting om de standplaats in te nemen tot de sluitingstijd van de markt (artikel [23, tweede lid], van de [citeertitel marktverordening]:

€ […].

[Artikel 3.10 Losse standplaatsen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel [5:18] van de Algemene plaatselijke verordening: € […].]

Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 Artikel 3.11 Vergunning onttrekken woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014:

€ […];

Artikel 3.12 Vergunning samenvoegen woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014:

€ [...];

Artikel 3.13 Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014:

€ [...];

Artikel 3.14 Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014: € […]; Artikel 3.15 Splitsingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste[, respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014: € [...].

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

36/131

[Artikel 3.16 Toeristische verhuur Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of ontheffing van het verbod om woonruimte voor toeristische verhuur in gebruik te geven als bedoeld in artikel 23c, eerste, respectievelijk tweede lid, van de Huisvestingswet 2014:

€ […].]

[Artikel 3.17 Verhuurvergunning opkoopbescherming Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een woonruimte in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014:

€ […].]

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:

€ [...].

Behorende bij raadsbesluit van [datum] De griffier van [gemeentenaam],

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

37/131

Toelichting op de Model Verordening leges A Algemeen 1 Wettelijke basis De leges worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet. Op grond daarvan kunnen gemeenten rechten heffen voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Vanaf 1 januari 1995 komt het begrip ‘leges’ niet meer voor in de Gemeentewet. De reden hiervan is dat er geen wezenlijke verschillen bestaan tussen leges en andere rechten. Het begrip ‘rechten’ in artikel 229 van de Gemeentewet omvat mede de leges. In de modelverordening is ervoor gekozen de rechten ‘leges’ te blijven noemen, omdat het hier gaat om een ingeburgerd en herkenbaar begrip. Het staat gemeenten vrij de rechten anders te noemen. De legesheffing voor reisdocumenten en de Nederlandse identiteitskaart berust niet op artikel 229 van de Gemeentewet, maar op artikel 7 van de Paspoortwet, in samenhang met artikel 2, tweede lid, van die wet (wijziging Paspoortwet per 9 maart 2014). Artikel 13.1a van de Omgevingswet bepaalt dat gemeenten rechten kunnen heffen voor het in behandeling nemen van aanvragen om een omgevingsvergunning, wijzigen van voorschriften van een omgevingsvergunning of intrekking van een omgevingsvergunning. Voor de heffing op grond van de Paspoortwet en de Omgevingswet is het begrip ‘dienst’ niet aan de orde.

Voor andere aanvragen dan de hierboven genoemde die betrekking hebben op de Omgevingswet is artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet wel de heffingsgrondslag en dus het begrip ‘dienst’ wel van belang. In verband met artikel 10 van de modelverordening leges (overdracht van bevoegdheden) is in de aanhef eveneens artikel 156, eerste en tweede lid, onder h, van de Gemeentewet genoemd. 2. Nadere regels, uitvoeringsregels en beleidsregels Een toelichting op het vaststellen van nadere regels, uitvoeringsregels en beleidsregels is opgenomen in de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) - Nadere regels, uitvoeringsregels en beleidsregels. 3 Opzet De modelverordening leges bestaat uit twee gedeelten, namelijk de verordening zelf met de formele en materiële bepalingen en de tarieventabel met een omschrijving van de belastbare feiten, de heffingsmaatstaven en de tarieven. Voordeel van deze opzet is dat wijzigingen van tarieven op eenvoudige wijze in de tarieventabel zijn te verwerken zonder dat de onderlinge samenhang van de artikelen in de verordening verloren gaat. 4 Geen voorbeelden van tarieven In de tarieventabel zijn geen voorbeelden van tarieven opgenomen. Dit heeft een aantal redenen. Allereerst kunnen de te maken kosten voor de verschillende diensten sterk verschillen per gemeente.

Bovendien is het afhankelijk van het beleid van de raad van iedere gemeente of al of niet kostendekkende tarieven worden gehanteerd. Ten slotte zouden voorbeelden van tarieven zeer tijdgebonden bedragen kunnen zijn, die snel aan veroudering onderhevig zijn. Als er voor dienstverlening wettelijk vastgestelde maximumtarieven zijn, hebben wij deze wel in de tarieventabel vermeld. De gemeente kan lagere tarieven vaststellen, maar in ieder geval geen hogere.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

38/131

Wij wijzen erop dat bij sommige van die maximumtarieven sprake is van een rijkskostendeel dat de gemeente aan het rijk moet afdragen. Zie ook de toelichting op artikel 5 en de tarieventabel. 5 Het begrip ‘dienst’ Artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten onder andere rechten kunnen heffen voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Leges kunnen dus uitsluitend geheven worden voor door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Dit blijkt uit HR 9 december 1987 (nr. 24.892, BNB 1988/117, Belastingblad 1988, blz. 65). Het begrip ‘dienst’ is niet nader gedefinieerd in de wet. Wel is in de jurisprudentie invulling gegeven aan het begrip ‘dienst’. De werkzaamheden moeten rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Dit individuele belang is in beginsel altijd aanwezig als de dienstverlening wordt gevraagd. Als de dienst ambtshalve wordt verleend, is er naar het oordeel van de wetgever geen sprake van een dienst (Tweede Kamer, vergaderjaar 1989-1990, 21 591, nr. 3, blz. 78). Dit betekent dat vanaf 1 januari 1995 voor het ongevraagd verlenen van diensten geen legesheffing meer mogelijk is.

Is het algemene belang groter dan het individuele belang van de aanvrager of degene voor wie de dienst wordt verleend, dan is er geen sprake van een dienst die legesheffing rechtvaardigt. Legesheffing voor meldingen is niet mogelijk, omdat het in behandeling nemen van meldingen niet als dienstverlening wordt beschouwd. Dit is een erfenis van het preventief toezicht op belastingverordeningen. Eind jaren ’80 van de vorige eeuw werd door de Kroon geen goedkeuring gegeven aan legesverordeningen waarin een tarief voor het in behandeling nemen van meldingen op grond van de toenmalige Hinderwet was opgenomen. Het verwerken van de melding was een administratief gebeuren, die geen invloed had op de voorgenomen activiteit van de melder. Het karakter van de melding is in veel gevallen inmiddels anders geworden, bijvoorbeeld bij planregels betreffende de leefomgeving, waarbij een beoordeling vooraf mogelijk is. Toch is het niet kunnen heffen van leges voor meldingen nog steeds wat de wetgever uitdraagt, zoals bij de Omgevingswet. Inmiddels heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat het niet verenigbaar is met het karakter van het instrument van een meldingsplicht om de toelaatbaarheid van de activiteit afhankelijk te stellen van beoordelingsregels.

Inherent aan een melding is volgens haar dat er geen nader afwegingsmoment volgt (ABRvS 18-08-2021, ECLI:NL:RVS:2021:1845). De wetgever zou dus duidelijker moeten zijn over het rechtskarakter van de melding. Ten slotte merken wij op dat het ‘verlenen’ van een dienst, zoals geformuleerd in de modelverordening, uitsluitend betrekking heeft op het in gang zetten van de dienstverlening. Er is dus sprake van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Jurisprudentie over het begrip dienst Hieronder geven wij een – chronologisch aflopend – overzicht van de jurisprudentie, dat meer inzicht geeft of in een concreet geval sprake is van verlening van diensten bedoeld in artikel 229b, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet. - HR 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:410 Hof Arnhem-Leeuwarden 13-02-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1459: Volgens het hof gaat het bij het vaststellen van de bestemming van gronden in een bestemmingsplan rechtstreeks en vooral om het dienen van het publieke belang. Het (opnieuw) vaststellen van een bestemmingsplan wordt uitgevoerd met het oog op de publieke taakuitoefening van de gemeente en houdt niet rechtstreeks en in overheersende mate verband met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Bij het in behandeling nemen van een aanvraag tot het (opnieuw) vaststellen van een

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

39/131

-

-

-

-

bestemmingsplan is derhalve niet, ook niet gedeeltelijk, sprake van een rechtstreeks aan de aanvrager verrichte dienst waarvoor op grond van artikel 229, lid 1, aanhef en letter b, van de Gemeentewet rechten kunnen worden geheven (vgl. HR 11 juni 1997, nr. 31253, ECLI:NL:HR:1997:AA2174). Het beroep in cassatie van de gemeente heeft de Hoge Raad zonder inhoudelijke uitspraak ongegrond verklaard (artikel 81, eerste lid, Wet op de rechterlijke organisatie. Waarschijnlijk is in deze procedure van belang geweest dat sprake was van het opnieuw vaststellen van het bestemmingsplan, dat het verschillende kadastrale percelen met verschillende eigenaren betrof en dat het ging om verschillende belangen (agrarische en (reguliere) bedrijfsbelangen) die waren betrokken in het plan. Het hof laat in zijn laatste overweging (daarom) ook de mogelijkheid open dat bij het op aanvraag wijzigen van het bestemmingsplan wel sprake is van individuele dienstverlening, maar dat legesheffing daarvoor in het voorliggende geval zou stuiten op de legessanctie (niet kunnen heffen in verband met het verouderd zijn van het geldende bestemmingsplan). HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ0693, en HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX0945 Legesheffing is niet mogelijk voor het doen van naspeuringen naar aanleiding van een verzoek om informatie op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

De gemeente mocht geen leges heffen voor het opzoeken van declaraties, het anonimiseren van documenten en het vervaardigen van overzichten. De Hoge Raad leidt uit het samenstel van de wettelijke bepalingen in de Wob af dat de openbaarmaking van informatie naar aanleiding van een Wob-verzoek niet in overheersende mate verband houdt met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Wel mag een gemeente bij inwilliging van een Wob-verzoek kosten via legesheffing in rekening brengen voor het vervaardigen van kopieën van documenten en uittreksels of samenvattingen van de inhoud daarvan. Met de vorm waarin de gegevens aan de verzoeker worden verstrekt is volgens de Hoge Raad in het bijzonder een particulier belang gediend. In zoverre is sprake van dienstverlening als bedoeld in art. 229, lid 1, letter b, van de Gemeentewet. HR 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4105 (Leudal) Het in behandeling nemen van een aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart is geen dienst in de zin van artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet. Onder de werking van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht kan niet worden aangenomen dat de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart, het meest eenvoudig verkrijgbare en minst specifieke identificatiebewijs, naar zijn aard in overheersende mate verband houdt met een individualiseerbaar belang.

Naar aanleiding van deze uitspraak heeft een wetswijziging plaatsgevonden op grond waarvan gemeenten weer kunnen heffen (Wet van 13 oktober 2011, Stb. 440, gevolgd door een wijziging van de Paspoortwet per 9 maart 2014 waarbij de Wet van 13 oktober 2011 is ingetrokken). De modelverordening leges is hierop aangepast; zie de aanhef, artikel 2 en paragraaf 1.2 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel. Hof Arnhem 19 oktober 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BO3397: Het hof neemt de overweging van HR 17 april 2009 over en oordeelt dat de werkzaamheden van het gemeentebestuur bij de beoordeling van het verzoek tot partiële herziening van een bestemmingsplan rechtstreeks en in overwegende mate verband houden met het individuele belang van belanghebbende. HR 17 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1253 Het Hof is terecht ervan uitgegaan dat door of vanwege het gemeentebestuur verrichte werkzaamheden slechts als een dienst kunnen worden aangemerkt, indien het gaat om werkzaamheden die liggen buiten het gebied van de publieke taakuitoefening en rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

40/131

-

-

-

-

belang. Voorts heeft het Hof terecht tot uitgangspunt genomen dat de handhaving van de regels van het bestemmingsplan tot die publieke taakuitoefening behoort omdat daarmee het algemene belang is gediend dat is gebaat bij een goede ruimtelijke ordening in de gemeente. Uit dit uitgangspunt vloeit echter voort dat het verzoek van een particulier om van een bestemmingsplan af te wijken in het algemeen niet op het publieke belang zal zijn gericht, maar zal zijn gestoeld op een persoonlijke wens van de verzoeker. Dat geldt ook voor het onderhavige verzoek van belanghebbende om haar tijdelijk vrijstelling te verlenen van het verbod van permanente bewoning van de recreatiewoning, zoals dat in het bestemmingsplan is opgenomen. De werkzaamheden van het gemeentebestuur bij de beoordeling van dat verzoek houden rechtstreeks en in overwegende mate verband met dit individuele belang van belanghebbende. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat het gemeentebestuur bij zijn beslissing op het verzoek de belangen van belanghebbende afweegt tegen de gevolgen voor de ruimtelijke ordening.” HR 23 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1262 (Velsen) Bij een bouwaanvraag die incompleet is en door de gemeente op grond van artikel 4:5 van de Awb ‘verder buiten behandeling is gelaten’ is voldaan aan het belastbaar feit voor heffing van leges ‘het in behandeling nemen van een aanvraag’.

Deze uitspraak is het vervolg op Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2004, ECLI:NL:GHARL:AO3409, dat anders oordeelde, ook in: Gerechtshof Amsterdam 26 september 2003, ECLI:NL:GHAMS:AN7885 (Haarlemmermeer) HR 13 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0408 Bij de behandeling van aanvragen voor planschade is sprake van een publieke taakuitoefening door de gemeente en niet van een individualiseerbaar belang, zodat geen sprake is van verlening van een dienst in de zin van artikel 229 van de Gemeentewet (zie voor planschadevergoeding ook verderop in deze toelichting). HR 11 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2174 Bij de werkzaamheden die voor gedeputeerde staten verbonden zijn aan het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar op grond van - onder meer - artikel 19 van de (oude) Wet op de Ruimtelijke Ordening, gaat het rechtstreeks en vooral om het dienen van het publieke belang. Er is wel indirect een particulier belang van de ‘achterliggende’ aanvrager - in voorkomende gevallen de gemeente zelf, maar gelet op het preventief bestuurstoezicht van de provincie, niet rechtstreeks en in overheersende mate. Bij het in behandeling nemen van een aanvraag tot afgifte van een verklaring van geen bezwaar is derhalve niet, ook niet gedeeltelijk, sprake van een rechtstreeks aan de gemeente dan wel aan de ‘achterliggende’ aanvrager verrichte dienst.

HR 7 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2090 Duikwerkzaamheden van de brandweer (het betrof het opduiken van een auto) kunnen worden aangemerkt als het verlenen van een dienst ‘indien het gaat om werkzaamheden die niet alleen liggen buiten het gebied van brand- en rampenbestrijding alsmede van beperking en bestrijding van gevaar voor mens en dier bij ongevallen, maar bovendien rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang’. HR 13 april 1994, nr. 28887, Belastingblad 1994, blz. 431 Het door de politie op verzoek van belanghebbende, in verband met een door deze gemelde aansluiting op een stil alarmsysteem, opstellen van een aanvalsplan, dient voornamelijk om een efficiënt politieoptreden ter handhaving van de rechtsorde mogelijk te maken en om de veiligheid van de bij dat optreden betrokken politieagenten te verhogen. De desbetreffende werkzaamheden houden in het algemeen niet rechtstreeks en voornamelijk verband met een dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar particulier belang. Er is geen sprake van een dienst in de zin van artikel 229 Gemeentewet.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

41/131

-

-

-

-

-

-

-

HR 11 december 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0788 (Vlissingen/Rize) Met betrekking tot het nablussen van een brand op een schip is kostenverhaal niet mogelijk. HR 14 oktober 1992, nr. 27804, BNB 1993/24, Belastingblad 1993, blz. 165 Melding ex artikel 2a van de (toenmalige) Hinderwet is geen dienst. Koninklijk Besluit van 2 oktober 1990, nr. 90.001535, Belastingblad 1991, blz. 285 Goedkeuring onthouden aan de legesverordening van de gemeente Delft omdat die verordening een bepaling bevatte op grond waarvan leges geheven konden worden van overheidsorganen voor diensten die worden verricht ter uitvoering van bepaalde medebewindstaken, zoals het verstrekken van gegevens aan het CBS, het afgeven van verklaringen omtrent het gedrag etc. Koninklijk Besluit van 24 augustus 1990, nr. 89.030275, Belastingblad 1990, blz. 668 Goedkeuring onthouden aan de legesverordening van de gemeente Horst, omdat in de verordening een tarief was opgenomen voor een melding ex artikel 2a van de (toenmalige) Hinderwet. Geen dienstverlening. Koninklijk Besluit van 28 december 1988, nr. 13 (Belastingblad 1989, blz. 123) Goedkeuring onthouden aan de legesverordening van de gemeente Schoorl, omdat in die verordening een tarief was opgenomen voor het behandelen van een kennisgeving in de zin van artikel 1a van het Hinderbesluit. Geen dienstverlening. Koninklijk Besluit van 28 december 1988, nr.

12, Belastingblad 1989, blz. 126 Goedkeuring onthouden aan de legesverordening van de gemeente Geldermalsen, omdat in de verordening een tarief was opgenomen voor het bevestigen van een ingevolge artikel 7c van de Wet op de kansspelen gedane mededeling omtrent een te houden klein kansspel. Geen dienstverlening. HR 9 december 1987, nr. 24892, Belastingblad 1988, blz. 65 Voor legesheffing moet de voorwaarde worden gesteld dat sprake is van door of vanwege het gemeentebestuur verleende diensten. Bij een aanschrijving tot woningverbetering als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de (oude) Woningwet, welke op grond van artikel 25, vierde lid, van die wet nodig is om de verplichtingen van degene tot wie zij is gericht te doen ontstaan, is geen sprake van het verlenen van een dienst aan de betrokkene in deze zin. HR 1 juli 1969, nr. 16165, BNB 1969/185 Voor het in behandeling nemen van aanvragen tot het verkrijgen van een bouwvergunning kunnen leges worden geheven. In het algemeen worden met de term leges niet slechts heffingen aangeduid, die gericht zijn op de vergoeding van de kosten verbonden aan het op schrift stellen van bij bepaalde administratieve diensten behorende stukken, maar mede heffingen, welke op de vergoeding van die diensten zelf zijn gericht. HR 4 december 1963, nr.

15069, BNB 1964/45 De leges kunnen betrekking hebben op aanvragen van kampeervergunningen, de behandeling en de verlening daarvan en daarnaast op de kosten die het kamperen voor de gemeente meebrengt. Daarbij doet niet ter zake of degene aan wie de dienst wordt verleend daarop al of niet aanspraak kan maken.

B Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Definities Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de tarieventabel voorkomende begrippen is daarvan een definitie opgenomen in artikel 1. Uiteraard kan een gemeente andere begrippen hanteren dan die in artikel 1 of die begrippen anders omschrijven.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

42/131

Artikel 2 Belastbaar feit Bij het belastbaar feit voor de legesheffing gaat het altijd om een aanvraag Er zijn bij de leges drie categorieën belastbare feiten te onderkennen, die wij in artikel 2 (geobjectiveerd) hebben opgenomen en verder zijn uitgewerkt in de tarieventabel, namelijk: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot … het verlenen van een dienst Voorbeelden: het in behandeling nemen van een aanvraag om eenmalig een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand te benoemen, om een rijbewijs, om een vergunning, om het verstrekken van kopieën en dergelijke, om omgevingsoverleg, om een of meer maatwerkvoorschriften, om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel. … of het nemen van een besluit Voorbeelden: het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, om wijziging van omgevingsvergunningvoorschriften, om intrekking van een omgevingsvergunning. b. het verlenen van een dienst op aanvraag Voorbeelden: huwelijksvoltrekking (de Wet rechten burgerlijke stand noemt ‘voor de huwelijksvoltrekking’, beschikbaar stellen van een getuige. c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document Voorbeelden: reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart. De onderverdeling houdt verband met de wettelijke grondslagen, genoemd in onderdeel A, onder 1 (Wettelijke basis) van deze toelichting.

Zoals uit bovenstaande voorbeelden al blijkt, kent de verordening zeer uiteenlopende belastbare feiten waarvoor leges worden geheven. Daarom is naast de in artikel 2 opgenomen algemene omschrijving van het belastbare feit een verdere omschrijving van het belastbare feit in de tarieventabel opgenomen. Dat is dan ook de reden dat in artikel 2 wordt gesproken van ‘een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel’. Omdat artikel 217 van de Gemeentewet bepaalt dat het voorwerp van de belasting en het tarief moeten zijn vermeld in de belastingverordening, mag er geen twijfel over bestaan dat de tarieventabel deel uitmaakt van de verordening. Vandaar dat de woorden ‘daarbij behorende’ zijn gebruikt. In de tarieventabel en in de bij de verordening en de tarieventabel behorende bijlagen wordt dit eveneens uitdrukkelijk aangegeven. De omschrijving van het belastbare feit is van belang voor de vraag of de materiële belastingschuld ontstaat en het tijdstip waarop die belastingschuld ontstaat. Het belastbare feit kan op verschillende manieren worden omschreven. Zo kan bijvoorbeeld worden gekozen voor ‘het verlenen van een vergunning’ maar ook kan worden gekozen voor ‘het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning’. In de tarieventabel is in de meeste gevallen gekozen voor ‘het in behandeling nemen van een aanvraag’.

Dit heeft als voordeel dat leges al verschuldigd zijn op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag en dat niet bepalend is het moment waarop de vergunning wordt verleend. Ook is niet van belang of de vergunning wordt verleend of geweigerd. Zou het belastbare feit zijn ‘het verlenen van de vergunning’ dan heeft op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag het belastbare feit zich nog niet voorgedaan en is dus de materiële belastingschuld nog niet ontstaan. Vooruitbetaling voor het moment van het ontstaan van de materiële belastingschuld is niet mogelijk. Ook kan dan niet worden geheven als de vergunning wordt geweigerd, hoewel de gemeente wel de kosten van behandeling heeft gemaakt. Overigens kan op grond van wettelijke bepalingen niet in alle gevallen het belastbare feit worden omschreven als ‘het in behandeling nemen van een aanvraag’. Zo kunnen alleen voor het voltrekken van een huwelijk, en niet voor het in behandeling nemen van de aanvraag daarvan, leges geheven

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

43/131

worden, dit op grond van de Wet rechten burgerlijke stand. En bij de reisdocumenten en de Nederlandse identiteitskaart heeft de Paspoortwet het over het heffen van rechten ‘voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag’. Wij merken nog op dat de Hoge Raad de uitdrukking 'in behandeling nemen' uitlegt tegen de achtergrond van artikel 229, eerste lid, aanhef en onder letter b, Gemeentewet. In dat artikel is de bevoegdheid gegeven rechten te heffen ter zake van het genot van door de gemeente verstrekte diensten. Als een besluit wordt genomen om een aanvraag niet verder te behandelen (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht), kunnen er volgens de Hoge Raad al diensten zijn verstrekt die de heffing van leges rechtvaardigen (HR 21 december 2007, nr. 41303, LJN: BC0652). Artikel 3 Belastingplicht De belastingverordening moet vermelden wie de belastingplichtige is (artikel 217 van de Gemeentewet). Vanwege het uiteenlopende karakter van de verschillende diensten is gekozen voor een ruime omschrijving van de belastingplicht, om te voorkomen dat in bepaalde situaties geen belastingplichtige aangewezen zou kunnen worden. Vanuit de systematiek van de modelverordening ligt het voor de hand in eerste instantie de aanvrager in de heffing te betrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4701/documents/34353