is 221117 Burger inzake Reactie op Bestemmingsplanwiziging Duinweg 21 te Schoorl.pdf
Tekst van het document
Betreft: zienswijze Duinweg 21. Ontwerp bestemmingsplan
Geachte gemeenteraadsleden,
Schoorl 28 oktober 2022
Hierbij vraag ik uw aandacht voor de ontwerpbesluiten behorende bij Duinweg 21 bestemmingsplan en omgevingsvergunning WABO2101931. Het bestemmingsplan is het onderdeel waar de zienswijze met de Raad kan worden besproken. Helaas kan ik uit dit plan en andere waargenomen ontwikkelingen in deze gemeente concluderen dat de organisatie er niet in slaagt duurzame ontwikkelingen te begeleiden of af te dwingen, niet in staat is belanghebbenden correct te infomeren over de effecten en hun omvang voor een gefundeerde beoordeling en zeker niet in staat is de in de raadscommissies besproken Omgevingsvisie correct uit te voeren. Wet is dat een wijziging niet beschadigend mag zijn voor de mens of de omgeving. Deze voorstellen WABO en bestemmingsplan brengen permanente schade toe aan de leefomgeving waar tot op heden, meer dan 400 jaar rust en natuurlijk dag- en nachtritme werd geboden. Ondanks door mij onderbouwde effecten en feitelijke informatie over aanwezige soorten in 2020 zie ik de thema’s duurzaamheid, waterbeheer, soortenbescherming, Wet Natuurbeheer onvoldoende geborgd worden in de bestemmingswijziging van 76 pagina’s met kenmerk t_NL.IMRO.0373.BPDuinweg21-B001 die ik gedownload heb. Ik wil dat u en uw inwoners die een bestemmingswijziging moeten beoordelen en valideren kunnen beschikken over: 1. Correcte visuele weergave van wijzigingen. Wegen zijn geen bos.
Waar wordt geparkeerd? Waar worden kabels en leidingen getrokken? 2. Correcte feitelijke informatie over afmetingen van gebieden die van functie gaan wijzigen. Hoeveel m² wordt tuin, hoe breed wordt de uitrit, hoeveel parkeerruimte, hoeveel draairuimte voor auto’s. 3. Feitelijke informatie over effecten van bij 2 genoemde punten. Hoeveel bomen van de 143 bomen met meer dan 15 cm doorsnede worden bovengronds verwijderd? Van hoeveel bomen wordt het wortelnetwerk zo geraakt door de bestemmingswijziging zodat ze verzwakt raken en later verwijderd gaan worden? Hoe groot is het gebied wat effect gaat ondervinden wat omschreven is in de BIJ12 soortenfolder als schadelijk voor de wettelijk beschermde soort? Denk bijvoorbeeld aan verlichting en haar projectie in het bos door de wijziging. 4. Worden bestemmingsregels gebruikt waar ze voor bedoeld zijn? En voorwaarden waaronder die zijn opgesteld gerespecteerd? Noodzaak tot uitweg, bouwvak bos villa nu niet vergund, zichtlijn bosvilla vanaf de weg. 5. Welke onderdelen in het bestemmingsplanwijziging zijn omschreven als opties en welke zijn daadwerkelijk geborgd? Welke energie duurzame maatregelen worden er genomen, waar worden ze geplaatst en die hebben ze nadelige bijeffecten strijdig met een gebied waar nu natuurwaarden leidend zijn? Misschien en wensen van de schrijver zijn geen concrete afspraken. Ad 1.
In de onderstaande visualisatie, figuur 1 op ruimtelijke plannen wordt een toegangsweg (ten sterkste afgeraden door alle omwonenden vanwege veiligheidsrisico en huidig gebruik als veilige
wegoversteek door martereachtige en eekhoorns) verbloemd weergegeven door groen met een dun stippellijntje in het midden. In het plan zelf kunt u echter lezen dat dit een meer dan 4 meter hoge verbinding moet worden richting tuinvak van beide woningen met zelfs een zichtlijn op de geplande woning op 54 meter van de weg in wat nu nog een bos is. Dat terwijl de zichtlijn gemiddeld bij de dichtstbijzijnde 11 woningen op 8.43 meter ligt. Wat u wil lezen in een plan is feitelijke informatie en geen verhullende zinnen zoals in paragraaf 4.6. of zichtlijnen creëren die de voorgestelde onveilige verkeerssituatie moeten gaan oplossen. Ad 2 Parkeren Uit onderstaande plantekening kunt men niet opmaken waar men gaat parkeren. Initiatiefnemer van nummer 19 wilde dat volgens mij laatst bekende informatie en door hem gepresenteerd voor maximaal 6 voertuigen in het bos doen op de boomwortels ten noorden van de weg. Verdichting van de bodem heeft effect op het welzijn van bomen. Er staat ook verwarrende informatie over of de eigenaar van nummer 19 nu wel of geen gebruik heeft maakt van dit perceel met vervoersmiddelen. Op pagina 8, 2e alinea spreekt men van een collectieve ingang. Op pagina 14, paragraaf 4.3.4. staat dat “parkeren op eigen terrein van beide percelen opgelost. Hier is op het erf voldoende ruimte voor”.
Dat is zeer aannemelijk gezien de m2 aan de Noordzijde in het de tuin en in het bestemmingsplan vastgestelde woonvakken. Echter op pagina 18 bij 4.6 lees ik opmerkelijke normgetallen. 2,1, 2,2. en 2,3 parkeerplaatsen. Ruim voldoende gelegenheid op het perceel om daar aan te voldoen. Die laatste zin baart mij zorgen. Zoals ik dit lees gaat men in dit rapport er vanuit dat in gebied met bosbestemming willekeur tot vrijheid van parkeren geniet ook boven de norm aantallen op eigen terrein. Parkeren behoort conform omschrijving vastgestelde bestemming 1e herziening Schoorl en Kernen thuis in het tuin-woon vak en dient ook duidelijk te worden omschreven en aangegeven op de kaart. Artikel 5 pagina 121 lid d bestemmingsomschrijving voor indicatie bos (Bo) uitrit opvoeren dient enkel voor de nieuw te bouwen woning. Reeds bestemde woon- en tuinvakken van 19 en 21 als mede het bosperceel zijn al voorzien van een toegang aan de Noordzijde. Bestemmingswijzigingsvoorstel betreft 4460 m2. Als ik in de tekst beschreven onderdelen die oppervlakte belasten zuinig bereken komt Duinweg 21 gebouw op 550m², tuinvak 275m², draaivak
en oprit 631m², extra villa 256m², tuin vak 1 162m², tuinvak 2 (schuur/garage hoe kom je daar toegangspad) 78m² blijft er 2500 m2 bosbestemd over. Waarvan 299 m2 nu aan de west en noordzijde gelegen waar alle bomen ondanks aangetoonde vliegroutes reeds zijn verwijderd. Ad 3. In het gehele bos worden de natuurwaarden ondergeschikt aan menselijke bewoning gerelateerde waardes en de bestemmingsplanwijziging. Bijna van alle bomen zullen de wortels geraakt worden. Zie figuur 2 voor vorm wortelstelsel van de verschillende soorten bomen die hier voorkomen. Artikel 5 Bos (BO) Huidig bestemmingsplan Grote bospercelen waarop, doorgaans geen bebouwing aanwezig is, zijn bestemd als Bos (BO). Activiteiten binnen deze bestemming moeten zijn gericht op het behoud, herstel en ontwikkeling van de actuele en potentiële landschaps- en natuurwaarden. Op gronden met de bestemming Bos geldt een aanlegvergunningplicht voor onder andere het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting. Pagina 158 aanlegvergunning Artikel 23 geeft duidelijk aan wat wel en niet mag in een bosgebied met de betreffende archeologische indicatie.
Alles wat niet mag zou dan wel omschreven moeten worden met gekwantificeerd effect op het gebied. Kabels en leidingen: verwacht hier lengtes, dieptes, oppervlaktes en hoeveel bomen hierdoor in hun wortelstelsel geraakt gaan worden. Idem voor verdichting door plaatsen van zware materialen en voertuigen op reguliere basis en tijdens de aanlegfase. Verlichting is niet beschreven alleen al maar koplampen, draailocaties en vanuit ramen zal er bijna in het gehele bos licht schijnen. Verlichting is niet toegestaan bij de beschermde vleermuizen waarvoor de bollenschuur als een permanente verblijfsplaats is vastgesteld in het ecologisch rapport. In het bos wordt ook gefoerageerd door deze soort en wordt daar en langs de rand nog steeds waargenomen. Conform de wet en jurisprudentie is het foerageergebied beschermd op deze afstand van een verblijf. Als u als raad over deze bestemmingswijziging moet beslissen dan zou u tenminste geïnformeerd moeten worden over de wettelijk beschermde soorten en de mitigerende maatregelen die daarvoor behoren genomen te worden. Lichtprojectie vanuit de panden en tijdens de bouw is een vast wettelijk onderdeel bij projecten waar deze soorten voorkomen. Daarvoor heb ik voor 19 en 21 oplossingen gegeven maar zie ik niet terug in de omschrijving. Dat is teleurstellend. Lichtprojectie in het bos is helemaal niet benoemd.
Wat niet wordt vastgelegd is niet beschermd daar deze gemeente afgegeven vergunningen als leidend beschouwd worden onafhankelijk van juridische correctheid of toetsing achteraf van de uitvoering. Duurzaamheid De nu aanwezige 143 bomen met een diameter boven de norm van 15 cm slaan onder en bovengronds CO₂ op en bevatten momenteel een reserve. Voor oude gemengde bossen varieert dat tussen 4.77-17.97 tCO2ha/jaar uitwisseling en 1.3-4.9 opslag ha/jaar en 2-7tC/ha/jaar gemiddeld bij plantage rotatiebossen (Thomas et al., 2011 Britain & Europe Broad-leaved wood 9.17, 2-13* 100 yr old mixed broadleaved 2.5 Cannel 1999 2-7tC/ha/yr average across rotation, Gregg et al., 2021) Ondergronds bevat een dergelijk bos nu tussen 62 en 120 ton (factor 1000 kg) per ha. Als je 90% van de bomen weghaalt en voor 95% de wortelmassa aantast kan er tussen 4500 en 17000 kg CO₂ per ha per jaar niet opgenomen worden. Dat overschreid de grens die alle auto’s hier in de buurt passerend op de Duinweg op jaarbasis produceren. Oppervlak bosbestemming is halve hectare
(ha) maar als je deze getallen door de helft deelt kun je los van bouw en energievraagstukken niet tot een positieve bijdrage in CO₂ reductie komen. De bestemmingswijziging vormt ten opzichte van de huidige situatie (dat is de situatie die je hoort te vergelijken, huidige met geen personen vervoer) maar zelfs met de reeds veranderde bestemming voor de bollenschuur waarbij het bos in stand blijft een verzwaarde CO² belasting.
Figuur 1 Enkele van de meest voorkomende bomen en hun wortelstelsel, grove den, Noorse esdoorn, zomereik, kastanje, taxus en lijsterbes.
Water Bossen onderaan de binnenduinrand zijn daar natuurlijk ontstaan op de eerste zandrug toen NH nog voornamelijk zee was. Deze bossen zorgen als zijnde gebruikelijk in die tijd ook voor hout en behielden hun functie. De bodem van dergelijke oude bosgronden is ook bijzonder. Eén lepel bevat al over een miljoen organismen. Deze bosgronden kunnen benodigde bergende capaciteit bieden bij
hoosbuien en het water langzaam via verdamping via de bladeren met verkoelende werking terug te geven aan de omgeving. In 2021 is maar al te duidelijk gebleken dat we dergelijke buffers nodig hebben toen er een hoosbui viel na een lange droge periode. Bovenstrooms kwelwater vasthouden net onder de duinrand voorkomt ook snelle steiging van de kwelstromen in de binnenduinzone. Organisch materiaal op/in de bosbodem bevordert het vasthouden van het vocht. Jonge herplant heeft niet dezelfde capaciteit. Bij aantasting van 90% van de bomen worden er problemen voor de toekomst gecreëerd niet alleen op het perceel maar ook voor de wijdere omgeving. De initiatiefnemer van nummer 21 wil ook een kelder aanleggen waarvoor gedurende lange tijd het gebied ontwatert moet worden. Die verantwoordelijkheid wordt met een watertoets en latere goedkeuring overgedragen aan het Hoogheemraadschap terwijl vanuit een omgevingsvisie en de effecten op biodiversiteit de gemeenteraad zelf kunnen besluiten dat planten van water onthouden geen verstandig idee is. De effecten van de ontwatering van perceel Boschmansweg nummer 5 voor vele maanden zijn nog in de ruime omgeving te zien vooral voor de soorten bomen die oppervlakkig wortelen of die het meeste vocht verdampen op jaarbasis zoals de dennen en sparren. Biodiversiteit Biodiversiteit eindigt niet bij één soortgroep.
Zo zijn soortgroepen als vogels niet eens benoemd met betrekking tot verlies van leefomgeving terwijl het bos dagelijks gebruikt wordt door uilen, spechten, merels, lijsters, buizerds en tientallen soorten zangvogels en wordt periodiek en jaarrond gebruikt door diverse zoogdieren, waaronder vleermuizen waarvoor wettelijk (artikel 3.5 lid 2 WnB) vastgestelde omgevingseisen gelden verzwegen (maar ook over eekhoorns, egels en schuwe soorten als marterachtige is niets terug te vinden). Het basisvoedsel voor bovenstaande soorten zijn insecten, met 14 verschillende libellen, 230 (nacht) vlinders, over 100 verschillende bijen, zweefvliegen en andere insecten in de directe omgeving binnen 40 m van het perceel waargenomen in een periode van enkele maanden. De vogels met nesten in mijn tuin vliegen af en aan naar het bos om hun jongen met rupsjes te voeden. De binnenduinzone biedt als windluwe overgangszone tussen duin en agrarisch gebied met unieke kwel een voor Nederland een van de rijkste biotopen voor vele soorten uit de omgeving. Onderhoud en gelaagde opbouw in structuur maar ook in leeftijd van het bomenbestand kan de potentie verhogen. Oud hout in diverse vormen, staand, als tak en in takkenrillen heeft een belangrijke ecologische functie.
De door de eigenaar reeds verwijderde struik- en kruidlaag aan de zon georiënteerde zuidzijde bosvak was geen indicatie dat het kennisniveau bij de initiatiefnemers voldoende is, of ze in staat waren suggesties over structuur van omwonenden en derden toe te passen en natuurwaarden verder te optimaliseren. Mijn suggestie van twee jaar geleden eigendom voor de bosbestemming of een deel daarvan over te dragen aan een terrein beherende organisatie en lokale vrijwilligers om zo de eigenaar financieel te ontlasten zijn in de wind geslagen. Uit dit plan blijkt dat ze kost wat kost willen ontwikkelen. Overigens is een tuin een vak waarin zodra de bestemming gewijzigd er weinig sturingsopties zijn. En vormt een ruim begrip zeker als het om duurzaamheid en biodiversiteit gaat. Een inwoner kan deze invullen met bijgebouwen, vol leggen met plastic gras zonder enige biotoop, beplantingseenheidsworst zoals recent gezien in de nieuwste vakantiepark ontwikkeling in het dorp, verharden of hun auto op parkeren.
Bijlagen: Toelichting verwevenheid bosperceel omvang en grenzen conform bestemmingsplan 2009. Beide documenten die nu ter inzage worden aangeboden gaan beide over het zelfde perceel waartoe ook nummer 19 behoort als men het over de bosbestemming heeft. Daar mijn bezwaar gaat over het bosgebied wil ik aangeven dat ik het nodig acht hier zowel het gebied ten zuiden van nummer 19 als van nummer 21 te benoemen. Dieren, bomenwortels, waterstromen en mycorrhiza (schimmel communicatie- en voedingsweb) in een bos kennen geen kadastrale grenzen. En de nieuwe kadastrale grenzen zijn door beide eigenaren opgesteld. Tevens gaan zij beide vruchtgebruik maken van het gebied waarover deze bestemmingswijziging gaat. Belang betreft dus beide initiatiefnemers. Toelichting: Eigenaren van zowel 19 en 21 beroepen zich op dezelfde ecologische quickscan. Alleen de eigenaar van nummer 21 heeft ontheffing bij bevoegd gezag aangevraagd voor kadastraal perceel D2906 voorafgaande aan een WABO vergunning. Bij de behandelde ontheffing voor D2906 bleek de quickscan zich te contenteren rondom het gebouw. Het bos en de bosranden geven geen realistische weergave van de frequentie van het gebruik in gemeten periodes in het gebied aan de zuidzijde waar de eigenaar een nieuwe villa wil bouwen waar het meeste veldonderzoek (volledige nacht meer dan 30 onderzoeken) door mij is geïnitieerd.
Data was onvolledig, bevatte incorrecte gegevens over kwetsbare periodes en was wettelijk incorrect en gewijzigd geretourneerd aan de personen die dat hadden aangegeven. Eigenaar nummer 19 heeft de ecologische quickscan aangeboden bij de WABO aanvraag maart 2020 zonder daaruit vloeiend vervolg onderzoek af te wachten en deze aan bevoegd gezag voor te leggen. Dat is wederom niet gebeurd bij de hernieuwde vergunning. De gemeente heeft ondanks daarop gewezen te zijn niet gecontroleerd of de separate procedure correct was gevolgd en ontheffing door bevoegd gezag was verleent. Toch werd toestemming gegeven tot kap en later vergunning tot kapen gebouw gerelateerde WABO vergunningen afgegeven. Resulterend in kap in het tuinvak en bosgebied waaronder de kap van een boom met een holte en over de honderd jaar oude taxussen en eiken en beuken op de vliegroute naar het verblijf. Recente boomvergunning voor twee bomen benoemde niet de soort boom wat inmiddels wel gebruikelijk is voor andere gepubliceerde aanvragen. Helaas ontbreken bij de vergunning omschrijving voor zowel 19 als 21 gedane suggesties voor verbeterde inrichting/plaatsing met betrekking tot schadelijke lichteffecten op omliggend bos en de wettelijk beschermde soorten. Noch is er direct gecommuniceerd met omwonenden dat deze onderdelen wel zouden worden meegenomen in het ontwerpen.
Veel voorkomend probleem bij projectontwikkelingen is het proces van verlies van ambitie, bewust en onbewust. Omdat er functiewijzigingen in gemeenteraad en bij ambtenaren plaatsvindt kan dat onopgemerkt plaatsvinden mits inwoners de moed vinden alle tegenwerking te overwinnen als ze hun positieve inbreng in het geheel niet terug te zien in gepresenteerd plan. Ik zou daarom de raad adviseren te vragen om goede en eenduidige input vanuit de ambtelijke organisatie.
Andere voorbeelden van passages. Pagina 18 eerste alinea $ 4.5 “Waarschijnlijk positieve bijdrage op NNN vanwege wijziging ten opzichte planologische situatie”. De huidige situatie is bosbestemming zo ook planologisch conform bestemmingsplan 2009 en ook nog in de 1e herziening Schoorl en kernen is het een bosbestemming ook al bouw je er meerdere appartementen in en breng je het gebouw, van nummer 19 terug naar het voor tuin en wonen bestemde bouwvak. Daarin wordt zelfs nogmaals vermeld dat natuurwaarden in het bosgebied leidend horen te zin. Met leidende natuur voorwaarden in de uitgangsituatie kun je door herbestemming nooit een betere situatie krijgen. Pagina 5 2e alinea op een klein deel is wonen (2) toegestaan. Echter een gebouw had vergund moeten zijn voor de overgangsperiode van het bestemmingsplan 2009 conform dat bestemmingsplan. Is de huidige tekst nu anders dan heeft er een tussentijdse bestemmingswijziging plaatsgevonden waar noch u nog andere inwoners over zijn geïnformeerd of het document toelichting op ruimtelijke plannen klopt ook niet. Eerder wordt genoemd dat er alleen een bijgebouw mocht staan. Pagina 158 aanlegvergunning Artikel 23 geeft duidelijk aan wat wel en niet mag in een bosgebied met de betreffende archeologische indicatie. Alles wat niet mag zou dan wel omschreven moeten worden met effect op het gebied.
Op dit perceel is reeds een vleermuiskelder voorafgaande aan goedgekeurde mitigatiemaatregel geplaats in het gebied met bosbestemming direct naast een oude Sitkaspar. Een kelder voldeed niet aan de basisvereisten wat betreft hoogte ingang, predatie veiligheid en door de in de bollenschuur wonende grootoorvleermuizen in 2021 i.i.g. nog gewoon werd gepasseerd op weg naar hun verblijf.
1e herziening bestemmingsplan Schoorl en Kernen. Raadsbesluit over het perceel 19-21: “Met de woonbestemming wordt de bouw van maximaal 8 appartementen mogelijk gemaakt in de voormalige bollenschuur. De bollenschuur is als rijksmonument aangewezen. Mede om die reden wordt buiten het bouwvlak geen nieuwe bebouwing toegestaan”.
Achtergond leesstof voor de liefhebber: Ectomycorrhizal fungi, which are very diverse (at least 6000 species of basidiomycetes, ascomycetes and zygomycetes), can account for 30% of the microbial biomass in forest soils. They characteristically form a mantle that envelops host roots and extends into the soil for resource exchange, contributing as much as 200m of hyphae/gm of dry soil. They are associated largely with woody species (shrubs and trees) forming symbiotic relationships with 80-90% of all temperate and boreal forest trees. They drive forest processes e.g. Soil Organic Matter (SOM) decomposition, nutrient cycling and C sequestration and are believed to supress soil respiration and thus increase soil C storage. Improving SOM through C sequestration also has the potential to improve soil health significantly in terms of nutrient availability and water-holding capacity. The allocation of photosynthate-C to soil via living roots through rhizodeposition and associated rhizosphere processes is now widely recognised as major components of terrestrial ecosystem C cycling (Henneron et al., 2019). Root exudation and death lead to formation of new root-derived SOC and root-derived carbon is generally considered to make the largest overall contribution to total soil aggregate-associated carbon (Rees et al., 2018).
Damaged and disturbed soils lose carbon. Drainage in particular will dry out wet soils and increase decay rates Measures for carbon in planted forests, for example, are predicated on the system reaching an equilibrium point whereby sequestration equals absorption (Cannell & Milne, 1995, Dewar & Cannell, 1992). There is some evidence for this from field measurements for conifer plantations, but it is challenged for old growth and ancient woodland by Xiong et al. (2020), who found carbon accumulation persisted in a broadleaved forest unmanaged for over 400 years.
Tabel 1
Habitat: soils and vegetation Existing habitats
Carbon exchange, tCO2ha/year
tC captured/ ha/year
Comments/sources
Reed bed
18.34-73.34
5-20*
On worked out peat Brown 2009
Alder carr
18.34-36.67
5-10*
Possibly on worked out peat Brown 2009
Ancient/old growth woodland
4.77-17.97
1.3-4.9*
Thomas et al., 2011 Britain & Europe
Broad-leaved wood
9.17, 2-13* 100 yr old mixed broadleaved
2.5
Cannel 1999 2-7tC/ha/yr average across rotation, G 2021
https://www.stowa.nl/deltafacts/waterveiligheid/innovatieve-dijkconcepten/bomen-bos-enwaterbeheer#Bomen