CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

is 2021-07-06 Gedeputeerde staten bezwaar RVS.pdf

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 4.2: Verzamellijst ingekomen stukken7.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raad Van5tatC

^ ^ cling bestuu rsrec h tsp ra a k

Pagina

i

van

1

Gemeente Berqen

• • I I I • n a n i * U s u i ••••a ,.2f. -

?1ip.02061 Raad van de gemeente Bergen (NH)

Postbus:

Postbus 175 1860 AD BERGEN NH

Datum

Ons nummer

7 juli 2021

2 0 2 1 0 4 1 63/2/R1

08/07/2021

ZAAKNUMMER:

U w kenmerk

Inlichtingen

Onderwerp

J . Jhauw 070-4264845

Bergen (NH) Bp. Bergerweg 125 en gecoördineerde besluiten

Procedure

Voorlopige voorziening

Geachte heer/mevrouw, Hierbij zend ik u - ter informatie - stukken die betrekking hebben op de bovenvermelde procedure. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier

GEMEENTE

-8 Äiî 20?: I

417?2(5AI)

ļ

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden

PELS

RlļCKEN

RAAD VAN STATE" INGEKOMEN

Bezorgen m et bericht van ontvangst Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak

1 - J ULI 2021

van de Raad van State Oranjestraat 15 2514 J B DEN HAAG

BEHANDELD HD

/PAR:

riiK

- V E R Z O E K OM V O O R L O P I G E V O O R Z I E N I N G -

onzeref.

RR/RR/11016051

mr. R.D. Reinders

Bestemmingsplan "Bergerweg 125"

t + 3 1 70 515 3742

advocaat - partner

uw ref.

inzake

f + 3 1 70 515 3146 roelof.reinders@pelsrijcken.nl 1 juli 2 0 2 1

Hoogedelgestrenge heer, v r o u w e ,

Namens mijn cliënt, het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, heb ik u bij brief van heden een beroepschrift toegestuurd tegen de volgende besluiten die gelijktijdig bekend zijn gemaakt in de Staatscourant van 2 1 mei 2 0 2 1 (bijlage 1): het besluit van de raad van de gemeente Bergen van 8 april 2 0 2 1 t o t vaststelling van het bestemmingsplan "Bergerweg 1 2 5 " ; het besluit van B&W van Bergen van 20 mei 2 0 2 1 t o t het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan Aldi Vastgoed B.V. het besluit van B&W van Bergen van 20 mei 2 0 2 1 t o t het verlenen van een omgevingsvergunning voor een uitweg Bergerweg 125.

Een afschrift van mijn brief m e t het beroepschrift voeg ik hierbij ŕ b i i l a a e 2).

Namens Gedeputeerde Staten verzoek ik u tevens een voorlopige voorziening te treffen op grond van artikel 8 : 8 1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de A w b ) . Ik licht dat verzoek.

Pels Rijcken ä Droogleever Fortuijn N.V.

I

Postbus 11756

I

2502 AT Den Haag

I

+31 70 515 3000

|

pelsrijcken.nl

Alle werkzaamheden worden verricht op grond van een overeenkomst van opdracht met de naamloze vennootschap Pels Rijcken 8t Droũgleever Fortuijn N.V. gevestigd te Den Haag en ingeschreven in het Handelsregister onder nr. 27283716. O p de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van toepassing, die zijn gedeponeerd ter griffie rechtbank Den Haag onder nr. 36/2020. Daarin is een aansprakelijkheidsbeperking opgenomen. De algemene voorwaarden worden op verzoek toegezonden of zijn te raadplegen op www.pelsrijcken.nl. Kwaliteitsrekening notariaat 21.30.13.495

datum onzeref.

1 juli 2 0 2 1 RR/RR/11016051

2/4

Het bestemmingsplan

en het

bouwplan

Het bestreden bestemmingsplan maakt de verplaatsing mogelijk van de Aldi supermarkt in de dorpskern Bergen (Jan Oldenburglaan) naar het landelijk gebied van Bergen (Bergerweg 125). Daarbij voorziet het plan ook in een aanzienlijke uitbreiding van de s u p e r m a r k t , namelijk t o t 1.100 m wvo waar de huidige supermarkt een 2

omvang van 360 m wvo heeft. Om de ontwikkeling van de supermarkt mogelijk te 2

m a k e n , voorziet het plan tevens in de realisatie van 12 appartementen boven de supermarkt en 24 appartementen achter de supermarkt. Met het oog op de bouw van de supermarkt en de 12 appartementen boven de s u p e r m a r k t en 24 woningen achter de s u p e r m a r k t , heeft Aldi Vastgoed B.V. reeds op 26 augustus 2020 een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aangevraagd. Het college van burgemeester en wethouders van Bergen heeft de omgevingsvergunning bij besluit van 20 mei 2 0 2 1 verleend. Daarbij is getoetst aan het bestemmingsplan "Bergerweg 125". Bij besluit van 20 mei 2 0 2 1 hebben B&W van Bergen tevens een omgevingsvergunning verleend voor het maken van een nieuwe uitweg voor de ontsluiting van de locatie op de provinciale weg N510 (Bergerweg). Het bestreden bestemmingsplan is vastgesteld in strijd met het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Bro (geen vooroverleg), artikel 7 van de PRV (verbod op weidewinkels), artikel 15 van de PRV (ruimtelijke kwaliteit), het provinciaal beleid inzake woningbouw en artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro (Ladder van duurzame verstedelijking), het Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015-2020 en er ontbreekt een onderbouwing van de uitvoerbaarheid van het plan in verband met de verkeersveiligheid. Daarom hebben Gedeputeerde Staten beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen.

Het verzoek o m voorlopige voorziening dient ertoe te v o o r k o m e n dat in afwachting van de uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure het bouwplan reeds w o r d t uitgevoerd. Spoedeisend

belang bil voorlopige

voorziening

Gedeputeerde Staten hebben een spoedeisend belang bij het verzoek o m voorlopige voorziening. Wanneer Gedeputeerde Staten geen verzoek o m voorlopige voorziening hadden gedaan, dan was het bestemmingsplan in werking getreden (zie artikel 3.8, vijfde lid, van de Awb j u n c t o artikel 8.4 van de Wet ruimtelijke ordening). Tevens zou de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in werking treden (zie artikel 6 . 1 , tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Het verzoek om voorlopige voorziening is nodig o m te voorkomen dat Aldi Vastgoed B.V. een bruikbare omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe supermarkt en de 12

Pels Rijcken 8t Droogleever Fortuijn N.V.

Il datum onzeref.

1 juli 2 0 2 1 R R /R R /11016051

2/Ą

appartementen boven de supermarkt en de 24 appartementen achter de s u p e r m a r k t v e r k r i j g t en het bouwplan kan uitvoeren.

Zekerheidshalve ziet het verzoek om voorlopige voorziening ook op de omgevingsvergunning voor de uitweg, die zonder verzoek om voorlopige voorziening eveneens in werking zou t r e d e n na o m m e k o m s t van de beroepstermijn. Het verzoek o m voorlopige voorziening is nodig om te voorkomen dat een bruikbare omgevingsvergunning wordt verkregen voor de realisatie van de uitweg, terwijl nog een beroepsprocedure loopt tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning bouwen voor de ontwikkeling waarvoor de uitweg bedoeld is.

Rech tma

tigheidstoets

Het bestemmingsplan "Bergerweg 125", de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en de omgevingsvergunning voor de uitweg zijn naar de overtuiging van Gedeputeerde Staten o n r e c h t m a t i g . Ik verwijs naar de beroepsgronden tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning, in respectievelijk hoofdstuk 2, hoofdstuk3 en hoofdstuk 4 van het beroepschrift van Gedeputeerde Staten (bijlage 2 ) . De beroepsgronden v o r m e n tevens de gronden van het verzoek. Voor zover noodzakelijk verzoek ik u deze hoofdstukken uit het beroepschrift als in dit verzoekschrift herhaald en ingelast te beschouwen. Naar de overtuiging van Gedeputeerde Staten noopt een voorlopig rechtmatigheidsoordeel reeds t o t toewijzing van het verzoek.

Belangenafweging

Een belangenafweging noopt eveneens t o t toewijzing van het verzoek. Het belang van Gedeputeerde Staten bij toewijzing is duidelijk, namelijk te voorkomen dat Aldi Vastgoed B.V. een bruikbare omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe s u p e r m a r k t en de 12 appartementen boven de supermarkt en de 24 a p p a r t e m e n t e n achter de supermarkt v e r k r i j g t en het bouwplan kan uitvoeren. Hier staat geen belang van de gemeente of van Aldi Vastgoed B.V. tegenover dat zo zwaar weegt dat de uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Voor zover de gemeente of Aldi Vastgoed B.V. zou aanvoeren dat toewijzing van het verzoek zou leiden t o t vertraging van de start van de bouw, menen Gedeputeerde Staten dat dat op zichzelf geen reden is o m de uitspraak in de bodemprocedure niet te kunnen afwachten.

Een belang bij het afwachten van de uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure ten aanzien van de omgevingsvergunning voor de uitweg zien Gedeputeerde Staten evenmin.

Pels Rijcken 81 Droogleever Fortuijn N.V.

Il datum onze ref.

1 juli 2 0 2 1 RR/RR/11016051

4

Conclusie Gedeputeerde Staten verzoeken u de volgende besluiten bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen: het besluit van de raad van de gemeente Bergen van 8 april 2 0 2 1 t o t vaststelling van het bestemmingsplan "Bergerweg 1 2 5 " ; het besluit van B&W van Bergen van 20 mei 2 0 2 1 t o t het verlenen van een omgevingsvergunning v o o r d e activiteit bouwen aan Aldi Vastgoed B.V.; het besluit van B&W van Bergen van 20 mei 2 0 2 1 t o t het verlenen van een omgevingsvergunning v o o r e e n uitweg Bergerweg 125. Het voor dit verzoek o m voorlopige voorziening benodigde griffierecht kunt u boeken in de rekening-courant van mijn kantoor. Met de meeste hoogachting, Pels Rijcken & Draogleever Fortuijn N.V.

sÄrD. Rein ders

Pels Rijcken 8t Draogleever Fortuijn N.V.

i - h:

STAATSCOURANT

Nr. 26760 21 mei 2021

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814

Bekendmaking vaststellingsbesluit bestemmingsplan Bergerweg 125 en andere besluiten

gemeente

BERGEN

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen (NH) geven op grond van artikel 3.32 gelezen in samenhang met artikel 3.31 kennis van de volgende besluiten: » « » » *

het vaststellingsbesluit bestemmingsplan Bergerweg 125 (gewijzigd vastgesteld); het besluit Hogere Grenswaarde Bergerweg 125; de omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg Bergerweg 125; de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen Bergerweg 125; de op deze besluiten betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van deze besluiten.

De gemeenteraad van Bergen heeft op 8 april 2021 besloten de voorbereiding en bekendmaking van de op aanvraag of ambtshalve te nemen besluiten voor de realisatie van toekomstige ontwikkelingen op de locatie plaatselijk bekend als de Scholtenlocatie ex artikel 3.30 Wro gecoördineerd te laten verlopen. Bovenstaande besluiten vallen onder het bereik van dit toegangsbesluit. Crisis- en herstelwet Op de voorbereiding van de genoemde besluiten is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Waar en wanneer kunt u stukken inzien? De besluiten, die zien op de realisatie van een beperkt woningbouwprogramma gecombineerd met detailhandel, zijn met ingang van donderdag 20 mei 2021 in te zien in het gemeentehuis van Bergen (NH), Jan Ligthartstraat 4,1817 MR Alkmaar. Tevens zullen de stukken op de website van de gemeente Bergen (www.bergen-nh.nl) worden geplaatst. Wilt u de besluiten fysiek inzien? Dit kan alleen op afspraak. Wij vragen u contact op te nemen via telefoonnummer 072 - 888 0000 of via e-mail: info@bergennh.nl. Vanwege de maatregelen tegen het coronavirus zijn de openingstijden van het gemeentehuis beperkt. Het besluit is ook in te zien via de website www.ruimtelijkeplannen.nl.

Hoe kunt u reageren? Tegen voornoemde besluiten tot vaststelling van het bestemmingsplan kan met ingang van de dag na die waarop het besluit bekend is gemaakt gedurende zes weken beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingesteld. Het beroepschrift moet gestuurd worden naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift moet zijn ondertekend en bevat tenminste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het gericht is en de gronden van het beroep. Digitaal indienen kan via: https://digitaalloket.raadvanstate.nl. Inwerkingtreding

bestemmingsplan

Ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening treedt het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, in werking met ingang van de dag na die waarop de hiervoor genoemde beroepstermijn afloopt. Het instellen van beroep schorst de werking van het besluit niet. Degenen die beroep hebben ingesteld kunnen verzoeken om een voorlopige voorziening. Een voorlopige voorziening moet worden ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Digitaal indienen kan via: https://digitaalloket.raadvanstate.nl. Indien binnen de beroepstermijn een dergelijk verzoek is ingediend, treedt het besluit niet in werking totdat op het verzoek is beslist.

'ì

Staatscourant 2021 nr. 26760

21 mei 2021

PELS

RljCKEN

Afdeling b e s t u u r s r e c h t s p r a a k v a n d e R a a d v a n S t a t e

Beroepschrift

inzake

Het c o l l e g e v a n G e d e p u t e e r d e S t a t e n v a n Noord-Holland zetelend te Haarlem appellant

advocaat: mr. R .D. R einders

tegen De r a a d v a n de g e m e e n t e B e r g e n en Het c o l l e g e v a n b u r g e m e e s t e r e n wethouders van Bergen zetelend te Alkmaar verweerder

inzake: het bestemmingsplan "Bergerweg 1 2 5 " de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ten behoeve van een Aldi s u p e r m a r k t met 12 appartementen en 24 woningen de omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg Bergerweg 125

Pels R ijcken S Draogleever Fortuijn N.V.

ļ

Postbus 11756

|

2502 AT Den Haag

I

+31 70 515 3000

I

pelsrijcken.nl

It 2/12

1

Inleiding De raad van de gemeente Bergen (hierna: de raad) heeft bij besluit van 8 april 2 0 2 1 het bestemmingsplan "Bergerweg 1 2 5 " vastgesteld. Het plan maakt de verplaatsing mogelijk van de Aldi s u p e r m a r k t in de dorpskern Bergen (Jan Oldenburglaan) naar het landelijk gebied van Bergen (Bergerweg 125). Daarbij voorziet het plan ook in een aanzienlijke uitbreiding van de supermarkt, namelijk t o t 1.100 m wvo waar de huidige 2

s u p e r m a r k t een omvang van 360 m wvo heeft. Om de ontwikkeling van de 2

s u p e r m a r k t mogelijk t e m a k e n , voorziet het plan tevens in de realisatie van 12 appartementen boven de s u p e r m a r k t en 24 a p p a r t e m e n t e n achter de s u p e r m a r k t . Het bestemmingsplan heeft in ontwerp ter inzage gelegen van 3 1 juli 2020 t o t en m e t 10 september 2020. Gedeputeerde Staten hebben op 8 september 2020 een zienswijze o m t r e n t het o n t w e r p naar voren gebracht. Een kopie van de zienswijze is als b i j l a g e 1 bij dit beroepschrift gevoegd. De raad heeft het bestemmingsplan in weerwil van de zienswijze van Gedeputeerde Staten vastgesteld. Met het oog op de bouw van de supermarkt en de 12 appartementen boven de s u p e r m a r k t en 24 woningen achter de s u p e r m a r k t , heeft Aldi Vastgoed B.V. reeds op 26 augustus 2020 een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aangevraagd. Het college van burgemeester en wethouders van Bergen heeft de omgevingsvergunning bij besluit van 20 mei 2 0 2 1 verleend. Bij besluit van 20 mei 2 0 2 1 hebben B&W van Bergen tevens een omgevingsvergunning verleend voor het maken van een nieuwe uitweg voor de ontsluiting van de locatie op de provinciale weg N510 (Bergerweg). Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen zijn overeenkomstig het coördinatiebesluit van de raad van 30 j u n i 2020 gecoördineerd bekendgemaakt, en wel op 2 1 mei 2 0 2 1 .

Een kopie van de bekendmaking in de Staatscourant is als b i j l a g e 2 bij dit beroepschrift gevoegd. Gedeputeerde Staten zijn genoodzaakt beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen. De realisatie van het plan doorkruist de belangen die de provincie behartigt. Hierna volgen de beroepsgronden tegen het bestemmingsplan en daarna, afzonderlijk tegen de omgevingsvergunningen.

Pels Rijcken 8t Droogieever Fortuijn N.V.

3/12

2

B e r o e p s g r o n d e n t e g e n het b e s t e m m i n g s p l a n

2.1

In strijd

met artikel

3.1.1 Bro geen vooroverleg

gepleegd

door B&W van Bergen

Artikel 3 . 1 . 1 , eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) bepaalt dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt m e t de diensten van de provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn m e t de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. B&W van Bergen hebben niet aan dit vereiste voldaan. Daarmee is het bestemmingsplan in strijd m e t artikel 3 . 1 . 1 , eerste lid, van het Bro. Reeds hierom k o m t het bestemmingsplan voor vernietiging in a a n m e r k i n g . Vgl. AbRvS 17 december 2 0 1 4 , ECLI:NL:RVS:2014:4573, o. 6. Gedeputeerde Staten hebben B&W in hun zienswijze reeds op dit gebrek gewezen. Desondanks is het bestemmingsplan vastgesteld zonder invulling te geven aan het vereiste van vooroverleg. De Gedeputeerde Staten nemen het achterwege laten van vooroverleg zeer ernstig op. B&W hebben de provincie bij de voorbereiding van het bestemmingsplan structureel niet b e t r o k k e n , waardoor de provincie is belemmerd in haar mogelijkheden om de aan - haar t o e v e r t r o u w d e belangen te behartigen. Juist daarvoor is de verplichting tot vooroverleg in het Bro opgenomen.

De verplichting voor B&W o m in een vroeg stadium van de planvorming overleg te voeren m e t de betrokken diensten van de provincie is elementair o m te v o o r k o m e n dat plannen worden vastgesteld die indruisen tegen provinciale belangen, zoals in het onderhavige geval is gebeurd. De ambtelijke dienst van de gemeente heeft voor het eerst contact gezocht met de a m b t e l i j k e dienst van de provincie op 3 juni 2 0 2 0 . Hierop heeft op 17 j u n i 2020 een a m b t e l i j k overleg plaatsgevonden. Hierbij heeft de gemeentelijke dienst een zeer globale schets van het plan gegeven. Een ( v o o r ) o n t w e r p is niet gedeeld. Zelfs het feit dat het plan woningbouw mogelijk maakte is door de gemeente niet gedeeld. Vervolgens heeft op 10 juli 2020 nog een ambtelijk overleg plaatsgevonden, waarop evenmin een duidelijke toelichting op het plan is gegeven. Deze twee overleggen voldoen duidelijk niet aan het vereiste van vooroverleg van artikel 3 . 1 . 1 , lid 1 , Bro. De algemene schets van het plan gaf de provincie geen enkel concreet beeld.

Tekenend voor het gebrek aan duidelijkheid over het plan is dat B&W in de bekendmaking van het gemeentelijk coördinatiebesluit van 30 j u n i 2020 op 22 juli 2020 alleen maar zeggen: "Het project voorziet in de herontwikkeling van de locatie plaatselijk bekend als de Scholtenlocatie aan de Bergerweg 123-125 in Bergen met onder andere een s u p e r m a r k t . " Het feit dat sprake zal zijn van woningbouw w o r d t volledig achterwege gelaten. Een kopie van de Staatscourant van 22 j u l i 2020 is als b i i l a o e 3 bij dit beroepschrift gevoegd.

Pels Rijcken S. Draogleever Fortuijn N.V.

Il 4/12

Op het t w e e d e ambtelijke overleg, op 10 j u l i 2020, is door de provincie medegedeeld dat het plan, als dit in procedure zou worden gebracht, in strijd zou zijn met de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Dit was enkel op basis van de berichten over de komst van de s u p e r m a r k t , meer was nog niet bekend. In het ambtelijke gesprek is geconcludeerd dat bestuurlijk overleg vereist was. Desondanks is het o n t w e r p b e s t e m m i n g s p l a n op 3 1 juli 2020 ter inzage gelegd. Het bestuurlijk overleg heeft op 17 augustus 2020 plaatsgevonden. Daarmee lag het o n t w e r p b e s t e m m i n g s p l a n al ruim twee weken t e r inzage en was de mogelijkheid om vooroverleg te plegen en de provinciale belangen te behartigen een gepasseerd station. Tekenend is ook dat de g e m e e n t e pas op 12 augustus 2020 voor het eerst advies heeft gevraagd aan de provincie over de door de gemeente voorziene nieuwe uitweg op de provinciale weg N10 (Bergerweg). Toen lag het ontwerpplan en het ontwerp van de omgevingsvergunning voor de uitweg al ter inzage. Ook dit verzoek om advies had vanzelfsprekend in een veel eerder stadium gemoeten. De gang van zaken getuigt op geen enkele wijze van een constructieve samenwerking met de provincie.

De gemeente heeft met haar handelwijze de provincie voor voldongen feiten gesteld en in de mogelijkheden o m de aan haar toevertrouwde belangen te behartigen geschaad. Doordat de gemeente het ontwerpplan, ondanks de conclusie dat het plan in strijd was met de PRV en bestuurlijk overleg noodzakelijk was, toch halsoverkop op 3 1 juli 2020 ter inzage heeft gelegd, heeft de gemeente er bovendien voor gezorgd dat het plan niet onder de Omgevingsverordening NH2020 zou vallen. De Omgevingsverordening NH2020 is op 17 november 2020 in werking getreden, maar ingevolge het overgangsrecht blijft de PRV v a n toepassing op bestemmingsplannen waarvan het ontwerp voor die datum ter inzage zijn gelegd. In de Omgevingsverordening NH2020 is het plangebied aangewezen als werkingsgebied "Landelijk Gebied" en "Bijzonder Provinciaal Landschap". Dat betekent dat bestemmingsplannen geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen (artikel 6 . 4 6 , lid 3) en ook specifiek geen detailhandel (artikel 6.13, lid 2) mogelijk mogen m a k e n . Hoewel het bestemmingsplan op verschillende onderdelen in strijd is met de PRV, kunnen Gedeputeerde Staten zich niet aan de indruk o n t t r e k k e n dat de gemeente de planvorming bewust in hoog t e m p o heeft doorgedrukt om ervoor te zorgen dat de Omgevingsverordening NH2020 niet van toepassing zou zijn.

Er is geen andere reden waarom bestuurlijk overleg niet had kunnen worden afgewacht. 2.2

Plan is in strijd

met artikel

7 PRV (verbod

op

weidewinkels)

Artikel 7 van de PRV bepaalt dat een bestemmingsplan niet voorziet in de mogelijkheid t o t vestiging van een weidewinkel. Een weidewinkel is in artikel 2, onder uu, PRV als

Pels Rijcken 6( Droogleever Fortuijn N.V.

"I 5/12

volgt gedefinieerd: "een solitaire, los van het bestaand stedelijk gebied gelegen, winkelvestiging of cluster van vestigingen". Het bestemmingsplan "Bergerweg 1 2 5 " voorziet in de vestiging van een weidewinkel en is daarmee in strijd met artikel 7 van de PRV. In reactie op de zienswijze van Gedeputeerde Staten heeft de raad aangegeven dat geen sprake is van een weidewinkel, omdat het plangebied zich bevindt binnen het bestaand stedelijk gebied, c.q. niet los van het bestaand stedelijk gebied ligt. Die stelling is onjuist. Het plangebied betreft geen bestaand stedelijk gebied. Voor de definitie van "bestaand stedelijk g e b i e d " wordt in artikel 2, onder j , PRV aangesloten bij de definitie uit artikel 1.1.1, lid 1, onder h, van het Bro: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van w o n e n , dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De vraag of sprake is van bestaand stedelijk gebied hangt volgens de Nota van Toelichting bij het Bro af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan "Landelijk Gebied Zuid".

Dat staat hier over een oppervlak van circa 7.000 m2 bedrijfsbebouwing en bedrijfswoningen toe. Voor het overige voorziet het bestemmingsplan "Landelijk gebied Z u i d " echter voor het overgrote deel in een natuurbestemming voor het, zoals de naam al zegt, landelijk gebied van de gemeente Bergen. Het enkele feit dat het plan ter plaatse van Bergweg 125 de bestaande groothandel conserverend bestemt, betekent niet dat het hier een "stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van w o n e n , dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk m a a k t " . Het gaat om geïsoleerde, en qua o m v a n g en locatie beperkte, bebouwing in het landelijk gebied. Geen stedenbouwkundig samenstel dus. Er is in zoverre dus geen sprake van bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt voorts buiten de bebouwde k o m . De omringende gronden hebben volgens het vigerende bestemmingsplan "Weidegebied 1 9 9 3 " de bestemming "Agrarische doeleinden", met subbestemming "weidegebied". De gronden ten noorden en ten oosten van het plangebied zijn ook feitelijk agrarische percelen. Op de gronden direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich een zonnepark, maar daarvoor is slechts een tijdelijke omgevingsvergunning verleend en ook op die gronden geldt nog steeds de agrarische b e s t e m m i n g .

Bovendien kan een zonnepark naar vaste rechtspraak niet als een stedelijke voorziening in de zin van artikel 1.1.1, lid 1 , onder i, Bro worden gezien (zie o.a. AbRvS 23 oktober 2 0 1 9 , E C L I : N L : R V S A : 2 0 1 9 : 3 5 9 1 , r.o. 5.3). Aan de overkant v a n de Bergerweg, t e n westen van de planlocatie, geldt het bestemmingsplan "Landelijk Gebied Zuid", dat weliswaar een groot bestemmingsvlak " w o n e n " geeft, maar m e t slechts een klein bouwvlak aan de Nesdijk en verder de

Pels Rijcken 8. Droogleever Fortuijn N.V.

6/12

"functieaanduiding specifieke v o r m van wonen - voormalige agrarische bebouwing" die alleen op beperkte schaal agrarisch gerelateerde nevenfuncties mogelijk maakt. Het plangebied ligt al met al niet in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt op minimaal 80 m e t e r van de rotonde Nesdijk-Bergerweg en op ruim 100 meter van de daar voorbij liggende eerste bebouwing van het bestaand stedelijk gebied. Het tussenliggende gebied (het gebied ten noorden van het plangebied) is als gezegd zowel planologisch als feitelijk agrarisch gebied. Het plangebied ligt dus ook niet grenzend aan bestaand stedelijk gebied, maar ligt los van bestaand stedelijk gebied. In dat verband is ook nog relevant dat de gronden van het plangebied en de gronden ten noorden daarvan tussen het plangebied en het bestaand stedelijk gebied, in de Omgevingsverordening NH2020 die op 3 november 2020 is vastgesteld en op 17 november 2020 in werking is g e t r e d e n , zijn aangewezen als "Landelijk gebied" en "Bijzonder Provinciaal Landschap". In de reactie op de zienswijze van Gedeputeerde Staten heeft de raad ook nog gesteld dat geen sprake is van een weidewinkel, o m d a t geen solitaire winkelvestiging wordt mogelijk g e m a a k t . Deze stelling kan evenmin gevolgd w o r d e n .

Het enkele feit dat boven en achter de supermarkt enkele woningen worden mogelijk gemaakt, doet niet af aan de solitaire ligging, los van bestaand stedelijk gebied, van de supermarkt. De woningen hebben geen enkele binding met het bestaand stedelijk gebied van Bergen, alleen m e t de supermarkt waar zij boven of achter liggen op een verder geïsoleerd perceel o m r i n g d door landelijk gebied. Het bestemmingsplan maakt al met al een weidewinkel mogelijk, wat in strijd is m e t artikel 7 van de PRV. Met betrekking t o t de appartementen boven en de woningen achter de supermarkt, merken Gedeputeerde Staten voor de duidelijkheid op dat dit een initiatief is van Aldi. Het gaat niet o m een gemeentelijk woningbouwplan. Uit de Anterieure overeenkomst, gesloten tussen de gemeente en Aldi, zoals die bij de stukken van de raadsvergadering van 8 april 2 0 2 1 is gevoegd fbiilaoe 4 bij dit beroepschrift), blijkt duidelijk dat de woningen boven en achter de supermarkt onderdeel zijn van het bouwplan van Aldi. Verwezen w o r d t naar overweging J, waar staat dat Aldi op de locatie naast een s u p e r m a r k t ook woningen wil realiseren, en artikel 4 . 2 , waar is opgenomen dat Aldi de a p p a r t e m e n t e n zal verkopen. De woningbouw dient geen ander doel dan door haar opbrengsten de vestiging van de s u p e r m a r k t mogelijk te m a k e n .

In dit verband wijzen Gedeputeerde Staten ook nog op het Beeldkwaliteitsplan Bergerweg 125, bijlage 1 bij de regels van het bestemmingsplan. Ook daarin w o r d t , op bladzijde 5, aangegeven dat het plan erin voorziet een supermarkt te bouwen "en de ontwikkeling (financieel) mogelijk te maken door aangekoppelde woningontwikkeling". Gesproken wordt van een " g e d w o n g e n huwelijk". De omgevingsvergunning voor het bouwen van de a p p a r t e m e n t e n en de woningen is dan ook aangevraagd door en verleend aan Aldi Vastgoed B.V. Zoals in het Beeldkwaliteitsplan w o r d t beschreven, zal sprake zijn van

Pels Rijcken Bt Droogleever Fortuijn N.V.

Il 7/12

een " s u p e r - e r f " (het erf v a n een s u p e r m a r k t ) . Het feit dat de exploitant van de s u p e r m a r k t op het erf van de supermarkt boven en achter de supermarkt een aantal a p p a r t e m e n t e n / w o n i n g e n bouwt, maakt niet dat geen sprake is van een solitaire, los van het bestaand stedelijk gebied gelegen, winkelvestiging. 2.3

Plan is in strijd

met artikel

15 van de PRV (ruimtelijke

kwaliteit)

Artikel 15, tweede lid, van de PRV, bepaalt dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe r u i m t e l i j k e ontwikkeling in het landelijk gebied, indien gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a.

rekening wordt gehouden m e t : i.

de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble, e n ;

ii.

de ambities en ontwikkelprincipes van de toepasselijke provinciale structuren, en;

b.

hierbij wordt b e t r o k k e n : i. ii.

de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes, e n ; de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble, e n ;

iii.

de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van de toepasselijke provinciale structuren.

Artikel 15, derde lid, van de PRV, bepaalt dat de toelichting van een bestemmingsplan een motivering bevat waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. De toelichting van het definitieve plan gaat niet in op de vereiste elementen. Het bestemmingsplan is daarom in strijd met artikel 15, tweede en derde lid, van de PRV. Ten overvloede merken Gedeputeerde Staten op dat, zoals reeds in de zienswijze door Gedeputeerde Staten is aangegeven, de planlocatie gelegen is op een strandvlakte. Het landschap rondom Bergen wordt g e k e n m e r k t door de strandwallen en strandvlaktes, evenwijdig aan de kust. Op de strandwallen concentreert zich van oudsher de bebouwing. In combinatie met de beplanting zijn op de strandwallen verdichte zones ontstaan. Hiertussen vormen de strandvlakten langgerekte zones van afwisselende breedte een open landschap m e t vergezichten. Deze open strandvlaktes zorgen voor een mooi contrast met het jonge duinlandschap. Ten zuiden van Bergen v o r m t de combinatie van strandvlakten en droogmakerijlandschap voor een grote open maat, waar op de achtergrond de duinen de horizon v o r m e n . Het plangebied maakt deel uit van het open landschap van strandvlakten en polders ten oosten van de d u i n z o o m . De openheid biedt uitzicht op de duinen.

De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie wijst op de kwetsbaarheid van deze open ruimten voor v e r r o m m e l i n g , doorsnijding en versnippering. Het open en gaaf houden van het gebied

Pels Rijcken 8. Droogleever Fortuijn N.V.

Il 8/12

is dan ook de ambitie. Mede door deze landschapskwaliteit is het gebied, inclusief de planlocatie, opgenomen in het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) in de Omgevingsverordening NH2020.

De Bergerweg is los van enkele incidenten nog v r i j van verdichtende stedelijke ontwikkelingen. De s u p e r m a r k t zal zich willen tonen naar de weg en de woningen in zekere mate naar het o m r i n g e n d landschap. De aankondiging van het dorp Bergen schuift hiermee naar het zuidoosten, het strandvlaktenlandschap in. Daar waar het huidige beeld van een loods die door een beplantingssingel aan het zicht is o n t t r o k k e n , in het landelijk gebied nog enigszins acceptabel is, is een geïsoleerde s u p e r m a r k t met woningen daarboven en achter niet acceptabel omdat deze een andere, te stedelijke uitstraling heeft. Deze stedelijke functies, dragen niet bij aan de versterking van het kenmerkend landschap, waar openheid en landelijke karakter voorop zouden moeten staan. In tegendeel, zij doen hier afbreuk aan. De keuze voor de vestiging van een s u p e r m a r k t en w o n i n g b o u w op deze locatie is vanuit landschappelijk perspectief bijzonder ongewenst.

2.4

Weŕ plan is in strijd

met het provinciaal

tweede lid, van het Bro (Ladder

beleid inz ake woningbouw

van duurz ame

en met artikel

3.1.6,

verstedelijking)

Het bestemmingsplan m a a k t woningbouw mogelijk in het landelijk gebied. Dat is in strijd met het provinciaal beleid met betrekking t o t woningbouw, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050. Hierin is als leidend principe opgenomen dat nieuwe ontwikkelingen van w o n i n g b o u w en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en zich voegen naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers. Uitgangspunt bij dat principe is dat woningbouw zo veel mogelijk binnenstedelijk en - d o r p s plaatsvindt. Dat geldt voor alle kernen (zie bladzijde 42 van de Omgevingsvisie NH2050, gemakshalve als b i j l a g e 5 bij dit beroepschrift g e v o e g d ) . Woningbouw buiten het bestaand stedelijk gebied, in het landelijk gebied, staat hier haaks op. De stelling van de raad is dat de planlocatie bestaand stedelijk gebied betreft. Onder 2.2 is al toegelicht dat dat standpunt onjuist is. Gedeputeerde Staten verwijzen hiernaar.

In aanvulling hierop geldt dat artikel 5a van de PRV regels geeft voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Artikel 5a van de PRV eist dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Zoals i n ' de toelichting op artikel 5a van de PRV is o p g e n o m e n , sluit dit artikel in bredere zin aan bij de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, zoals vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Daaruit volgt een toets naar de behoefte van de ontwikkeling en de mogelijkheden om hierin binnenstedelijk te voorzien. Deze toets is niet (meer) in de PRV o v e r g e n o m e n , o m d a t hij al op grond van het Bro geldt. Dat neemt niet weg dat het provinciaal belang bij een zorgvuldig ruimtegebruik vereist dat deze toets zorgvuldig plaatsvindt. Dat is voor het voorliggende bestemmingsplan niet gebeurd. Er

Pels Rijcken 8; Droogleever Fortuijn N.V.

9/12

w o r d t niet onderbouwd waarom de beperkte woningbouw waarin het plan voorziet niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Daarmee voldoet het bestemmingsplan niet aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro.

In dit verband willen cliënten herhalen dat de a p p a r t e m e n t e n boven de s u p e r m a r k t en de woningen achter de supermarkt onderdeel zijn van het bouwplan van Aldi. De woningbouw dient geen ander doel dan de vestiging van de s u p e r m a r k t mogelijk te maken. De woningbouw k o m t niet v o o r t uit een eerder bestaand woningbouwplan van de gemeente.

2.5

Her plan is in strijd

met het Detailhandelsbeleid

Noord-Holland

2015-2020

Uitgangspunt van de O mgevingsvisie NH205Ũ is het principe "sterke kernen, sterke regio's". Dat betekent onder meer dat voorzieningen worden geconcentreerd in de kernen (zie bladzijde 42 van de O mgevingsvisie). In het Detailhandelsbeleid Noord­ Holland 2 0 1 5 ­ 2 0 2 0 is dit verder uitgewerkt. Aangegeven is dat maatschappelijk gezien detailhandel belangrijk is voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen. Het gaat m e t name o m primaire behoeftes als het kopen van levensmiddelen (het segment dagelijkse boodschappen). Zeker voor kleinere kernen zijn voorzieningen noodzakelijk o m de leefbaarheid en vitaliteit op peil te houden. Het verdwijnen van detailhandel in kleine kernen door m a r k t w e r k i n g en schaalvergroting is ongewenst (zie bladzijde 18 1

van het Detailhandelsbeleid) . Bovendien wil de provincie voorkomen dat het landelijk gebied onder druk k o m t te staan door toevoeging van activiteiten die heel goed in het stedelijk gebied kunnen worden ingepast. In dat licht past ook het verbod op de vestiging van weidewinkels (zie bladzijde 36 van het Detailhandelsbeleid). Het bestreden bestemmingsplan m a a k t j u i s t het v e r d w i j n e n van een supermarkt uit een kleine kern en de vestiging van een grote s u p e r m a r k t in het landelijk gebied mogelijk. Het bestemmingsplan is daarmee in strijd met Detailhandelsbeleid Noord­Holland 2015­2020.

2.6

De uitvoerbaarheid

van het plan uit een oogpunt

van verkeersveiligheid

is niet

onderbouwd

Het plan voorziet in een nieuwe aansluiting op de provinciale weg. De oorspronkelijk ingediende plannen zijn door de provincie beoordeeld als onvoldoende verkeersveilig. Op 12 augustus 2020 het de provincie dat per e­mail aan de gemeente laten w e t e n . Naar aanleiding daarvan is in artikel 12.3 van het bestemmingsplan de volgende voorwaardelijke verplichting o p g e n o m e n :

" H e t gebruik van gronden zoals bedoeld in lid 3.1 en lid 4 . 1 is uitsluitend toegestaan, indien wordt voorzien in een verkeersveilige uitweg. Dit betekent: Het Detailhandelsbeleid 2015­2020 van de Provincie Noord­Holland is te vinden op httos://www.noord­ holland. nl/Onderwerpen/Economie Werk/Detailhandel/Beleidsdocumenten/Detailhandelsbeleid 2015 2020 org .

Pels Rijcken 8. Droogleever Fortuijn N.V.

Il 10/12

a. het verlagen van de ter plaatse geldende maximale snelheid; b. het aanleggen van een veilige fietsoversteek; c. het aanleggen van een linksafstrook v o o r verkeer komend vanuit de kern Bergen; d. het aanleggen van een opstelruimte tussen het fietspad en de weg. Ofwel, slechts wanneer een van de onder a t o t en met d genoemde maatregelen onuitvoerbaar blijkt, een op basis van advies van een extern verkeerskundige te bepalen alternatieve maatregel die de verkeersveiligheid van de uitweg in even grote mate b e v o r d e r t . " Met deze voorwaardelijke verplichting wordt het probleem eenvoudigweg vooruitgeschoven. Niet onderbouwd is echter dat de betreffende voorzieningen ook daadwerkelijk ter plaatse, binnen het geldende planologisch regime en de beschikbare r u i m t e , gerealiseerd kunnen w o r d e n . Evenmin zijn financiële middelen gereserveerd. In dit verband merken w i j op dat het gaat o m een ingrijpende infrastructurele aanpassing, namelijk de aanleg van een volledig nieuw kruispunt voor auto's en fietsers op een provinciale weg. De kosten hiervan lopen in ieder geval in de orde van grootte van meerdere honderdduizenden euro. De uitvoerbaarheid van het plan is op dit punt dus niet aannemelijk gemaakt. 2.7

Conclusie

ten aanzien

van het

bestemmingsplan

Het bestreden bestemmingsplan is vastgesteld in strijd m e t het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Bro (geen vooroverleg), artikel 7 van de PRV (verbod op weidewinkels), artikel 15 van de PRV (ruimtelijke kwaliteit), het provinciaal beleid inzake woningbouw en artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro (Ladder van duurzame verstedelijking), het Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015-2020 en er ontbreekt een onderbouwing van de uitvoerbaarheid van het plan in verband m e t de verkeersveiligheid. Elk van deze t e k o r t k o m i n g e n noopt op zichzelf reeds t o t vernietiging van het plan. Gedeputeerde Staten verzoeken uw Afdeling het bestreden bestemmingsplan te vernietigen. 3

Beroep tegen de omgevingsvergunning b o u w e n

3.1

Omgevingsvergunning vernietiging

kan niet in stand blijven

in aanmerking

omdat bestemmingsplan

voor

komt

De omgevingsvergunning voorziet in het bouwen v a n de Aldi supermarkt en 12 a p p a r t e m e n t e n boven de Aldi supermarkt en 24 woningen daarachter. Het bouwplan past niet in het vigerende bestemmingsplan "Landelijk Gebied Zuid". De omgevingsvergunning is verleend vooruitlopend op de inwerkingtreding van het

Pe^ Rijcken 8. Droogleever Fortuijn N.V.

Il 11/12

bestreden b e s t e m m i n g s p l a n . Omdat de omgevingsvergunning onder het gemeentelijk coördinatiebesluit valt, treedt de omgevingsvergunning pas in werking na o m m e k o m s t van de beroepstermijn dan w e l , wanneer lopende die t e r m i j n een voorlopige voorziening w o r d t aangevraagd, niet voordat op dat verzoek is beslist. I n dit verband wordt in v o e t n o o t 1 van de omgevingsvergunning verwezen naar artikel 6.1 van de Wabo. Gedeputeerde Staten hebben bij brief van heden aan de Voorzieningenrechter van uw Afdeling verzocht zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen. De omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is dus nog niet in werking getreden. De aanvraag o m de omgevingsvergunning is getoetst aan het bestreden bestemmingsplan. Uit hoofdstuk 2 van dit beroepschrift volgt dat het bestemmingsplan vernietigd dient te w o r d e n . Dat betekent automatisch dat de omgevingsvergunning dit lot moet volgen. Vgl.: -

3.2

AbRvS 30 april 2019, E C U : N L : R V S : 2 0 1 9 : 1 3 9 9 , o. 29

-

ABRvS 30 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4052, r.o. 2 0 ; en

-

ABRvS 30 maart 2 0 1 6 , ECLI:NL:RVS:2016:855, r.o. 8.

Ten overvloede:

de omgevingsvergunning

is ook ín strijd

met het

bestreden

bestemmingsplan In aanvulling op 3.1 merken Gedeputeerde Staten nog op dat de omgevingsvergunning conform de aanvraag een supermarkt mogelijk maakt met een brutovloeroppervlakte van 1.765 m

2

(zie bladzijde 1, punt 3, van het deel van dė

aanvraag voor de Nieuwbouw winkelruimte op begane g r o n d ) . Dat is meer dan de 2

1.495 m brutovloeroppervlak die ingevolge artikel 3 . 3 . 1 , onder b, van de regels van het bestemmingsplan "Bergerweg 1 2 5 " zijn toegestaan. Het bouwplan is dus niet alleen in strijd met het geldende bestemmingsplan, maar ook met het bestemmingsplan "Bergerweg 125". De omgevingsvergunning dient ook o m deze reden te worden v e r n i e t i g d . Zelfs indien uw Afdeling zou oordelen dat het bestemmingsplan de toets der kritiek wel kan doorstaan, hetgeen naar de overtuiging van Gedeputeerde Staten niet het geval is, kan de omgevingsvergunning in dit licht niet in stand blijven.

4

p Beroe

tegen de omgevingsvergunning uitweg

4.1

Vereiste groot maatschappelijk

belang of dringende

noodzaak

ontbreekt

De omgevingsvergunning voorziet in het maken van een nieuwe uitweg voor de ontsluiting van de locatie van de supermarkt en de daarboven gelegen a p p a r t e m e n t e n en daarachter gelegen woningen. Artikel 8, tweede lid, van de Wegenverordening Noord-Holland 2015 bepaalt dat een omgevingsvergunning voor een nieuwe uitweg of

Pels Rijcken 6 Droogleever Fortuijn N.V.

Il 12/12

wijziging van een uitweg of het gebruik daarvan niet wordt verleend, tenzij sprake is van een groot maatschappelijk belang of dringende noodzaak gelet op de veiligheid van de weg of de bereikbaarheid van een perceel, en is aangetoond dat er geen alternatieven zijn. In het onderhavige geval o n t b r e e k t het vereist groot maatschappelijk belang dan wel de dringende noodzaak. V o o r z o v e r B&W menen dat de dringende noodzaak voor de nieuwe uitweg ligt in de ontsluiting van de te realiseren locatie met de nieuwe supermarkt met de bijbehorende appartementen en woningen, merken Gedeputeerde Staten op dat zij tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning die deze ontwikkeling mogelijk maken beroep hebben ingesteld en deze besluiten naar hun overtuiging niet in stand kunnen blijven. Daarmee vervalt ook een eventuele noodzaak voor de nieuwe uitweg. 5

Conclusie Gedeputeerde Staten verzoeken uw Afdeling het besluit van de raad t o t vaststelling van het bestemmingsplan "Bergerweg 1 2 5 " van 8 april 2 0 2 1 het besluit van B&W van 20 mei 2 0 2 1 t o t het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan Aldi Vastgoed B.V., en het besluit van B&W van 20 mei 2 0 2 1 t o t het verlenen van en omgevingsvergunning voor een uitweg voor de locatie Bergerweg 125 te vernietigen.

Den Haag, 27 j u n i 2 0 2 1

Pels Rijcken

behandeld door

R.D. Reinders

correspondentie

Postbus 11756, 2502 AT Den Haag

telefoon

+ 3 1 70 515 3742

fax

+ 3 1 70 515 3146

e-mail

roelof, reinders@pelsrijcken.nl

zaaknr

11016051

Droogleever Fortuijn N.V.

Advocaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4574/documents/32346