CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

is 13-10-2022 Uitspraak RvS inzake Voetbalcomplex Egmonden.pdf

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 4.2: Verzamellijst ingekomen stukken14.536 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De Afdeling heeft al eerder geoordeeld, bijvoorbeeld in haar uitspraken van 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3001, en 15 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:437, dat artikel 3.1.1a van het Bro er niet aan in de weg staat dat onderzoeksgegevens ouder dan twee jaar aan het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan ten grondslag worden gelegd. [appellant sub 1] en anderen hebben geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan betwijfeld zou moeten worden dat de door hen genoemde onderzoeken zodanig zijn verouderd, dan wel dat na de totstandkoming van de onderzoeken zodanige ontwikkelingen hebben plaatsgevonden dat moet worden getwijfeld aan de representativiteit van deze onderzoeken voor de voorziene ontwikkeling en de raad deze onderzoeken dus niet aan zijn besluit ten grondslag heeft mogen leggen. Daarbij betrekt de Afdeling dat het plan voor de maatgevende geluidveroorzakende functies niet is gewijzigd ten opzichte van het vernietigde plan. Over de geluidhinder en lichthinder voor vogels in het Natura 2000-gebied overweegt de Afdeling dat de planologische regelingen op dit punt niet ten nadele van appellanten zijn gewijzigd ten opzichte van de relevante regelingen in het vernietigde plan. Appellanten

17

hebben de nu aangevoerde argumenten niet aangevoerd tegen het besluit dat de Afdeling bij besluit van 11 september 2019 heeft vernietigd. [appellante sub 2] en anderen hebben hun beroepsgronden hiermee dan ook uitgebreid met nieuwe, niet eerder aangedragen argumenten. Gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting, dat ook ten grondslag ligt aan artikel 6:13 van de Awb, alsmede de rechtszekerheid van de andere partijen, kan niet worden aanvaard dat nieuwe argumenten worden aangevoerd die reeds tegen het oorspronkelijke besluit naar voren hadden kunnen worden gebracht. Deze beroepsgrond blijft daarom in zoverre buiten bespreking. Over de geluidhinder van het voetbalcomplex bij de woningen en het bedrijf van [appellante sub 2] overweegt dat appellanten zonder nadere toelichting hebben verwezen naar het rapport van Peutz. Ook op de zitting hebben appellanten dit punt niet verder toegelicht. Het betoog slaagt om die reden niet. Stikstof en passende beoordeling 16. [appellante sub 2] en anderen en [appellant sub 1] en anderen betogen dat de uitstoot van stikstof als gevolg van het plan de wezenlijke kenmerken van het nabijgelegen Natura 2000gebied zullen aantasten. Referentiesituatie 17. [appellante sub 2] en anderen betogen daartoe dat de referentiesituatie niet voldoende is onderzocht.

Volgens hen had de feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie in 2020 in beeld moeten worden gebracht. 17.1. In het rapport "Notitie Stikstofdepositieberekening inclusief verschilberekening Sportcomplex Egmond aan den Hoef" (hierna: de stikstofnotitie), dat onderdeel is van het MER en dateert van 2 september 2020, is vermeld dat de referentiesituatie is bepaald aan de hand van de "Beleidsregel intern en extern salderen Noord-Holland". Op grond van die Beleidsregel is volgens het rapport voor de referentiesituatie aangesloten bij de datum waarop het gebied als Natura 2000-gebied is aangewezen. Aangezien het Noordhollands Duinreservaat op 7 december 2004 is aangewezen als Natura 2000-gebied, is in de stikstofnotitie van die datum uitgegaan als de referentiesituatie. Op het moment van de referentiesituatie waren de sportcomplexen van Egmondia, Zeevogels en Sint Adelbert in gebruik en in de berekening is daarom gerekend met het gasverbruik en de verkeersaantrekkende werking van deze complexen. In paragraaf 4.2 van de stikstofnotitie is vermeld dat, aangezien de gegevens over het gasverbruik en de verkeersaantrekkende werking niet langer beschikbaar zijn, het gasverbruik is ingeschat op basis van kengetallen. De verkeersgeneratie is gebaseerd op kencijfers van de CROW. Ter plaatse van het nieuwe voetbalcomplex was in de referentiesituatie 8 hectare bollengrond aanwezig.

Voor de ammoniakemissie vanwege bemesting van die gronden is van hetzelfde kengetal uitgegaan als voor de bollengrond in de beoogde situatie, namelijk 3,1 kg/ha/jr. Dit betekent volgens de stikstofnotitie dat 8 ha bollengrond een ammoniakemissie heeft van 24,8 kg per jaar. 17.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in haar uitspraak van 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:212, moet een passende beoordeling worden gemaakt als een plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 200-gebieden. Dat is het geval als een plan voorziet in ruimtelijke ontwikkelingen die ten opzichte van de referentiesituatie significante gevolgen kunnen hebben. Onder referentiesituatie wordt de feitelijk, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan verstaan. In de stikstofnotitie is daarom uitgegaan van een onjuist moment op basis waarvan de referentiesituatie moest worden vastgesteld. Niettemin is in het deskundigenbericht vermeld dat de situatie in 2004, zoals die

18

in de stikstofnotitie is beschreven, overeenkomt met de feitelijk bestaande en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan. Nu sinds 2004 niets is veranderd op de bollenvelden wat betreft de emissies van bemesting en de uitstoot van stikstof vanuit de clubgebouwen en het verkeer naar de velden, is er geen reden om aan te nemen dat de referentiesituatie onjuist is bepaald, aldus het deskundigenbericht. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. Het betoog slaagt niet. Uitgangspunten passende beoordeling 18. [appellant sub 1] en anderen, LTO Noord en [appellante sub 2] en anderen betogen dat de passende beoordeling van de gevolgen van de stikstofdepositie gebrekkig is en niet voldoet aan de eisen die in artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) zijn gesteld. Zo zijn volgens hen aannames gedaan, bijvoorbeeld voor de bemestingsemissies ter plaatse van de bollenteeltgronden, en is er geen rekening mee gehouden dat tijdens de twee jaar dat de nieuwe locatie wordt gebouwd, de bestaande locaties nog in gebruik zijn.

Ook zijn de benodigde transportmiddelen en verkeersbewegingen voor de werkzaamheden voor het tot bollenteelt transformeren van de bestaande locaties van Sint Adelbert en de Zeevogels en de extra verkeersbewegingen vanwege het transferium niet meegenomen in de berekeningen van de stikstofemissies. [appellant sub 1] en anderen betogen dat bij de stikstofberekeningen geen rekening is gehouden met de aanvoer van materiaal dat gebruikt wordt voor evenementen op de nieuwe locaties. Zij wijzen er verder op dat de raad er geen rekening mee heeft gehouden dat een motie is aangenomen tijdens de raadsvergadering waarbij het plan is vastgesteld, om te onderzoeken of het mogelijk is om het terrein en de kantine multifunctioneel te gebruiken. Het is volgens hen niet duidelijk wat de effecten hiervan zullen zijn. LTO Noord betoogt dat verkeerde kengetallen voor mestaanwending zijn gebruikt, dat er geen rekening is gehouden met wisselteelt op bollengronden, de aanleg van natuurgebied, de landschappelijke inpassing, de omzetting van voormalige voetballocaties naar bollengrond, het bemesten van de sportvelden, de aanleg van infrastructuur binnen het natuurgebied (fietspaden) en het gebruik en de gevolgen van het transferium. In dat kader betogen zij dat het transferium de bereikbaarheid van de kust verbetert en daardoor verkeer aanzuigt.

Voorts is er geen rekening gehouden met de effecten van langzaam verkeer in de vorm van scooters en brommers, is er geen rekening gehouden met de aanleg van kunstgras en is de locatie van het clubgebouw niet correct in het onderzoek opgenomen. [appellante sub 2] en anderen voeren aan dat niet alle met het plan samenhangende emissies zijn beoordeeld. Zij betogen in dat verband dat onvoldoende vaststaat dat de verkeersaantrekkende werking van het sportcomplex niet groter zal zijn dan de 300 mvt/etm waarvan de raad uitgaat. Zij betogen dat, nu de planregels het jaarrond gebruik van het parkeerterrein als transferium toestaan, de stikstofemissies daarvan hadden moeten worden meegenomen in het stikstofonderzoek. [appellante sub 2] en anderen voeren verder aan dat een geheel nieuwe passende beoordeling had moeten worden opgesteld en dat de passende beoordeling niet had mogen worden aangevuld met de oplegnotitie van 11 september 2020. Zij stellen dat op grond van de uitspraak van de Afdeling van 14 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2439, onder 110, een passende beoordeling nooit op deze wijze mag worden aangevuld. Nu geen nieuwe passende beoordeling is gemaakt, is het plan vastgesteld in strijd met artikel 2.8 van de Wnb.

Voorts betogen zij dat ook anderszins niet is gebleken dat op basis van de beste wetenschappelijke kennis ter zake, alle aspecten van het plan die op zichzelf of in combinatie

19

met andere plannen of projecten de instandhoudingsdoelstellingen van dit gebied in gevaar kunnen brengen, zijn geïnventariseerd. 18.1. De raad stelt dat onderzoek is uitgevoerd naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor stikstofdepositie en dat dit onderzoek gebaseerd is op de meest actuele uitgangspunten en inzichten. In het onderzoek zijn ook de emissies van de bestaande voetbalcomplexen, bestaande uit de verwarming van de gebouwen en verkeersbewegingen, betrokken. Daartoe zijn algemeen geaccepteerde kengetallen gebruikt. Uit het onderzoek blijkt dat zowel tijdens de aanlegfase van het sportcomplex als in de gebruiksfase, per saldo geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie. Significante negatieve effecten zijn daarom uitgesloten, aldus de raad. De beëindiging van de stikstofemissie van acht hectare bollengrond en van drie gasgestookte clubhuizen leidt tot een zodanige afname van de depositie, dat een toename van verkeersbewegingen niet tot een toename van stikstofdepositie leidt. In de planregels is geborgd dat toekomstige graslanden ter plaatse van de locatie van Sint Adelbert, niet worden bemest.

In het onderzoek is rekening gehouden met een toename van emissies van verkeer van en naar het nieuwe sportcomplex, met de beëindiging van emissies van de bestaande sportcomplexen en van de bollengronden ter plaatse van het nieuwe sportcomplex, en met een toename van emissies ter plaatse van de compensatiegronden. Het gebruik van de parkeerplaatsen als transferium zal geen nadelige gevolgen hebben voor stikstofdepositie. Verder zijn realistische aannamen gedaan voor het startmoment en de doorlooptijd van de aanlegfase, en wanneer de aanlegfase binnen één kalenderjaar plaatsvindt, zal per saldo geen toename van de depositie optreden. Dat de huidige sportlocaties tijdens de aanlegfase nog in gebruik zijn vormt geen belemmering, omdat de beëindiging van de bemesting van de bollengronden ter plaatse van het beoogde sportcomplex een groot positief saldo oplevert. 18.2. Over de verkeersbewegingen naar het transferium is in het deskundigenbericht vermeld dat het aantal verkeersbewegingen van 300 mvt/etm realistisch kan worden geacht. De effecten van langzaam verkeer in de vorm van scooters en brommers zijn volgens het deskundigenbericht niet van wezenlijke betekenis. Verder is vermeld dat voor de duur van de aanlegfase 15 maanden is aangehouden en dat niet gebleken is dat dit onjuist is.

Tot slot zijn in de stikstofnotitie de activiteiten in het kader van de aanlegfase van het clubgebouw en de tribune gemodelleerd op een locatie die ongeveer 35 meter ten oosten van het daartoe bestemde bouwvlak ligt. In het deskundigenbericht is vermeld dat dit verschil niet leidt tot aanzienlijke gevolgen voor de hoogte van de berekende stikstofdepositie. Appellanten hebben deze conclusies niet overtuigend bestreden. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat in zoverre in de stikstofnotitie van onjuiste uitgangspunten is uitgegaan dan wel dat de gevolgen van de stikstofemissie te rooskleurig zijn voorgesteld. Over het betoog van LTO Noord dat geen rekening is gehouden met de aanleg van natuurgebied en landschappelijke inpassing, overweegt de Afdeling dat LTO Noord niet inzichtelijk heeft gemaakt welke nieuw aangelegde natuur zij bedoelt en welke invloed het plan daarop heeft op het punt van stikstof. Evenmin heeft LTO Noord verklaard waarom landschappelijke inpassing van invloed is op de stikstofdepositie. Verder voorziet het plan niet in de mogelijkheid om het voetbalcomplex tevens te gebruiken voor niet voetbal-gerelateerde evenementen of voor multifunctioneel gebruik. Er bestaat daarom geen aanleiding om deze activiteit afzonderlijk te betrekken in het onderzoek naar de stikstofdepositie vanwege het plan. De betogen slagen in zoverre niet.

Over het gebruik van de kengetallen voor bemesting overweegt de Afdeling dat in de stikstofnotitie is vermeld dat voor het toekomstige gebruik van bollengronden ter plaatse van de sportcomplexen van Sint Adelbert en Zeevogels, is uitgegaan van een ammoniakemissie

20

van 3,1 kg/ha/jr vanwege bemesting. Voor de bollenvelden ter plaatse van de beoogde fusielocatie is van hetzelfde getal uitgegaan. In de notitie staat dat dit getal is gebaseerd op kengetallen voor mestaanwending in AERIUS-calculator. De raad heeft er daarbij op gewezen dat in een eerder stikstofonderzoek ten behoeve van het plan, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport van Rho van 25 januari 2017, is vermeld dat de bemestingsnormen voor bollenteelt uit het Mestbeleid 2014-2017 afkomstig zijn. Daarbij is in dat rapport van 25 januari 2017 een fractie van 2% emissie naar de lucht gebruikt. Dat getal is volgens de raad op zijn beurt afkomstig uit het rapport "Ammonia emissions from animal manure and inorganic fertilisers" (2012) van de Wageningen University & Research. De Afdeling overweegt, mede gelet op het deskundigenbericht, dat in het rapport van 25 januari 2017 niet inzichtelijk is gemaakt op welke inhoudelijke inzichten dit laatstgenoemde percentage is gebaseerd. Ook de raad heeft niet inzichtelijk gemaakt waar dit getal op is gebaseerd. Verder heeft de raad niet inzichtelijk gemaakt dat rekening is gehouden met wisselteelt op de bollengronden of dat rekening is gehouden met de mogelijkheid dat natuurgrasvelden op het beoogde sportcomplex bemest zullen worden, al dan niet met kunstmest, en dat daarbij ammoniakemissies kunnen optreden.

Voorts is niet gebleken dat rekening is gehouden met de stikstofemissie veroorzakende activiteiten op de drie bestaande sportcomplexen die in de periode dat het nieuwe complex wordt gebouwd, nog plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld onderhoud van de velden met (kunst)mest. Tijdens de aanlegfase blijven de bestaande drie bestaande sportcomplexen immers nog in gebruik. De stikstofnotitie geeft daarom in zoverre een incompleet beeld van de te verwachten stikstofemissies als gevolg van dit plan. Daarmee is niet de zekerheid verkregen dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied. Het bestreden besluit is in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb en artikel 2.8 van de Wnb voorbereid en genomen. Het betoog slaagt. 18.3. De raad heeft met het oog op de in het deskundigenbericht genoemde gebreken in het onderzoek naar de stikstofemissies en -deposities een nieuw stikstofonderzoek laten uitvoeren door IDDS. De resultaten zijn neergelegd in een notitie van 6 december 2021. De Afdeling zal aan de hand van dit rapport en de daartegen in de nadere stukken en ter zitting ingebrachte betogen beoordelen of dit gebrek kan worden gepasseerd. De Afdeling overweegt dat in de notitie van 6 december 2021 niet is ingegaan op de effecten van wisselteelt en evenmin op de gevolgen van het bemesten van de bestaande en nieuwe sportvelden.

Evenmin geeft de notitie er blijk van dat er rekening mee is gehouden dat de nieuwe velden dichter bij het Natura 2000-gebied komen te liggen of dat effecten van de verschillende soorten bemesting op de verschillende locaties van de voormalige en nieuwe voetbalvelden in onderlinge samenhang zijn beoordeeld. De stelling van de raad ter zitting dat hoe dan ook de effecten van stikstof zullen afnemen omdat het aantal velden zal afnemen van acht naar vijf, vindt geen steun in de overgelegde stukken en is ook overigens niet onderbouwd. Verder heeft de raad niet inzichtelijk gemaakt waarom in het onderzoek voor de emissie van de bestaande clubgebouwen is gerekend met een emissiehoogte van één meter en niet met de hoogte van de schoorstenen en rookafvoerkanalen, welke veelal op daken van gebouwen gesitueerd zijn. Gelet op de hierboven geconstateerde gebreken in beide stikstofnotities zal de raad opnieuw onderzoek moeten doen naar de gevolgen van stikstof en, als daaruit blijkt dat significante negatieve effecten op het Natura 2000-gebied niet kunnen worden uitgesloten, een nieuwe passende beoordeling moeten maken. Om die reden hoeft de vraag of de raad de oplegnotitie van 11 september 2020 had mogen gebruiken als aanvulling op de passende beoordeling geen bespreking.

21

Wnb-vergunning 19. Voor zover [appellant sub 1] en anderen betogen dat vanwege de lopende procedure over de intrekking van de Wnb-vergunning onzekerheid bestaat over de uitvoerbaarheid van het plan, overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar haar uitspraak van 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2318, dat de Wnb in de artikelen 2.7, eerste lid, en 2.8 een afzonderlijk toetsingskader bevat voor plannen die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Daarnaast is op grond van artikel 2.7, tweede lid, een natuurvergunning vereist voor projecten die significante gevolgen kunnen hebben. De bepalingen in de Wnb over de bescherming van Natura 2000-gebieden verschillen op dit punt van de bepalingen over de bescherming van soorten. Voor soorten is niet een afzonderlijk toetsingskader voorzien dat van toepassing is bij de vaststelling van een plan. Omdat voor Natura 2000gebieden wel is voorzien in een afzonderlijk toetsingskader voor plannen hoeft bij plannen niet te worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan in relatie tot een mogelijk vereiste natuurvergunning. De Afdeling heeft hiervoor in deze uitspraak reeds beoordeeld of het plan in overeenstemming is met de Wnb. Het betoog slaagt niet. Onduidelijkheden planregels 20.

LTO Noord betoogt dat in artikel 4.1, onder a, van de planregels is bepaald dat beweiden is toegestaan, maar dat in artikel 4.3, onder a, is bepaald dat beweiden door dieren niet is toegestaan, terwijl paardenbakken wel weer zijn toegestaan. Volgens haar zijn de regels daarom tegenstrijdig en daardoor rechtsonzeker. 20.1. De raad heeft erkend dat artikel 4.1 en artikel 4.3 zich niet met elkaar verhouden. Reeds hierom is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid en is het in strijd met artikel 3:2 van de Awb voorbereid en genomen. Het betoog slaagt. De raad heeft de Afdeling verzocht op dit punt zelf te voorzien. De Afdeling ziet daarvoor geen aanleiding gelet op de overige gebreken in het plan en de gevolgen daarvan. Landschappelijke inpasbaarheid en water 21. LTO Noord betoogt dat de combinatie van bouwregels in artikel 6.2.2 het mogelijk maakt dat een reclame- of aanwijsbord ten behoeve van het voetbalcomplex van drie meter hoog en over een groot oppervlak mogelijk is. Die is niet meegewogen in de landschappelijke aanvaardbaarheid van het complex. [appellante sub 2] en anderen betogen dat ten onrechte het plan niet voorziet in compensatie van het verlies aan watergangen en duinrellen. Ook is geen rekening gehouden met het wateraanvoerplan dat is opgesteld in samenspraak met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de provincie.

Dit wateraanvoerplan biedt volgens hen zowel bescherming tegen ontwikkelingen in het bollenconcentratiegebied als bescherming voor het Natura 2000-gebied. 21.1. De Afdeling stelt vast dat de betreffende planregelingen niet zijn gewijzigd ten opzichte van de regeling in het vernietigde plan. LTO Noord en [appellante sub 2] en anderen hebben de beroepsgrond niet aangevoerd tegen het besluit dat de Afdeling bij besluit van 11 september 2019 heeft vernietigd. LTO Noord en [appellante sub 2] en anderen hebben hun beroepsgronden hiermee dan ook uitgebreid met nieuwe, niet eerder aangedragen beroepsgronden. Gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting, dat ook ten grondslag ligt aan artikel 6:13 van de Awb, alsmede de rechtszekerheid van de andere partijen, kan niet worden aanvaard dat nieuwe beroepsgronden worden aangevoerd die reeds tegen het oorspronkelijke besluit naar voren hadden kunnen worden gebracht. Deze beroepsgrond blijft daarom buiten bespreking.

22

Financiële uitvoerbaarheid 22. [appellante sub 2] en anderen betogen dat onzeker is of het plan financieel uitvoerbaar is. Zij betogen dat de kosten hoger zijn dan in 2016 toen het vorige plan werd vastgesteld en dat er een financiële bijdrage voor het voetbalcomplex nodig is vanuit een ander bouwproject, Delversduin. 22.1. De raad stelt dat hij als opdrachtgever voor de ontwikkeling een toereikend investeringskrediet beschikbaar heeft gesteld voor de kosten van het voetbalcomplex en de ontwikkeling van de vrijkomende locaties. De kostenraming is in december 2019 herijkt en het beschikbare investeringskrediet is als toereikend beoordeeld voor de realisatie van het hele project. Er is geen financiële bijdrage door de ontwikkelaar van het project Delversduin nodig om de noodzakelijke kosten te dekken, aldus de raad. 22.2. De Afdeling overweegt dat in het kader van een beroep tegen een bestemmingsplan een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van dat plan, waaronder ook de financiële uitvoerbaarheid is begrepen, slechts kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit indien en voor zover het aangevoerde leidt tot de conclusie dat de raad op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat de financiële aspecten van het plan aan de uitvoerbaarheid ervan in de weg staan. 22.3.

In paragraaf 6.2 van de plantoelichting is vermeld dat de verantwoordelijkheid en het risico van de exploitatie volledig bij de gemeente ligt. Ook eventuele planschade is voor rekening van de gemeente en is meegewogen. [appellante sub 2] en anderen hebben onvoldoende overtuigend bestreden dat de kosten in december 2019 zijn herijkt, zoals de raad heeft gesteld. Verder wijst de raad er op dat de bijdrage van de ontwikkelaar van Delversduin in de begroting die de raad op 15 december 2016 heeft vastgesteld, "pro memorie" is gelaten en dus niet is meegenomen in de financiering. Nu de gemeente zelf het risico en de kosten volledig draagt, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het plan financieel niet uitvoerbaar is. Dit betoog slaagt niet. Slotconclusie 23. De beroepen zijn gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 2.8, derde lid, van de Wnb en artikel 26b, eerste en tweede lid, van de PRV. 24. De raad moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de beroepen gegrond; II.

vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Bergen (Noord-Holland) van 29 september 2020 waarbij het bestemmingsplan "Voetbalcomplex Egmond aan Den Hoef en vrijkomende locaties" is vastgesteld; III. veroordeelt de raad van de gemeente Bergen (Noord-Holland) tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van: € 1.897,50 aan [appellant sub 1] en anderen, geheel toe te rekenen aan door een derde

23

beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; € 1.897,50 aan [appellante sub 2], [vennoot 1] en [vennoot 2], geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; IV. gelast dat de raad van de gemeente Bergen (Noord-Holland) aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van: - € 178,00 aan [appellant sub 1] en anderen, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; - € 354,00 aan [appellante sub 2], [vennoot 1] en [vennoot 2], met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, - € 354,00 aan LTO Noord. Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, voorzitter, en mr. B.P.M. van Ravels en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, griffier. w.g. Ten Veen voorzitter w.g. Van Helvoort griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2022 361

BIJLAGE Regels provinciale verordening Artikel 5a luidt: "1. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken." Artikel 26b van de verordening luidt: "1. Een bestemmingsplan bevat uitsluitend bestemmingen of regels die voorzien in nieuwe bollenteeltbedrijven voor permanente bollenteelt, de uitbreiding van een bestaand bollenteeltbedrijf alsmede het mogelijk maken van grondbewerkingen als bezanden, omzetten en opspuiten ten behoeve van permanente bollenteelt, in bollenconcentratiegebied, zoals aangegeven op kaart 7 en op de digitale verbeelding ervan. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op bollenconcentratiegebied maakt de vestiging van een nieuw bollenteeltbedrijf voor permanente bollenteelt of de uitbreiding van een bestaand bollenteeltbedrijf in dit gebied niet onmogelijk." Regels van de Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken van de gemeente Bergen

24

Artikel 1 luidt: "De verordening verstaat onder: a. inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; b. inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven; c. beleidsvoornemens: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid." Artikel 2 luidt: "1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. 2. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. [...]" Planregels Artikel 3.3.2 van de planregels luidt: "a. het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de voor bollenteelt is alleen toegestaan als ter plaatse van de aanduiding 'specifieke aanduiding van groen - windhaag' een windhaag met een hoogte van 2,5 meter die een driftreductie van 75% oplevert, is gerealiseerd en in stand wordt gehouden; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - windhaag' is geen menselijk verblijf toegestaan en het gebied dient via een gaashekwerk of gelijkwaardige voorziening voor het algemene publiek ontoegankelijk te zijn.

Een uitzondering op het menselijk verblijf geldt voor onderhoud of overige werkzaamheden binnen het gebied, indien er op die momenten binnen 50 meter afstand geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast of als personen gebruik maken van daartoe geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen; c. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing indien is aangetoond dat op de aan het plangebied grenzende gronden een afschermende voorziening is getroffen en in stand wordt gehouden die gezondheidsrisico's als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ten behoeve van de bollenteelt voorkomt." Artikel 4.1 luidt: "De voor "Agrarisch - Weidegrond" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het beweiden door dieren; [...]" Artikel 4.3 luidt: "Met betrekking tot het gebruik geldt dat het niet is toegestaan om: a. de gronden te bemesten en te beweiden; [...]" Artikel 6.2.1, onder d, van de planregels luidt: "Ter plaatse van de functieaanduiding "specifieke vorm van sport - clubgebouw" mag de bebouwing hoger dan 2,5 meter boven maaiveld gesloten te dient worden uitgevoerd en zonder aanzuigopeningen voor ventilatievoorzieningen. In artikel 6.4.5 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waaruit volgt dat als ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm

25

van sport - tribune uitgesloten" hoger dan 2,5 meter boven maaiveld wordt gebouwd, een tribune alleen in gebruik mag worden genomen als er sprake is van a. een gesloten tribune of b. een rapport is overgelegd waaruit volgt dat geen gezondheidsrisico's optreden ten gevolge van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen." Artikel 6.2.2. luidt: "a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag binnen het bouwvlak niet meer dan 2 m bedragen en buiten het bouwvlak niet meer dan 1 m bedragen; b. de hoogte van lichtmasten uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - sportveld met verlichting', ballenvangers en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 15 m; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; d. de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde mag maximaal 15 m2 bedragen; e. reclame-uitingen mogen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en routes rondom het sportpark; met uitzondering van één uiting om de aanwezigheid van het voetbalcomplex aan te duiden." Artikel 6.3.1 luidt: "Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 ten behoeve van hogere bouwwerken, met dien verstande dat: a. de bouwwerken noodzakelijk dienen te zijn in verband met de bestemming van de gronden; b.

afwijking niet leidt tot onevenredige aantasting van de ter plaatse aanwezige ruimtelijke kwaliteit, zoals verwoord in het beeldkwaliteitplan 'Voetbalcomplex Egmonderstraatweg, Egmond aan den Hoef', d.d. 1 november 2016." Artikel 6.4.2 luidt: "a. Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de voor 'Sport' aangewezen gronden conform deze regels is alleen toegestaan als ter plaatse van de aanduiding 'specifieke aanduiding van groen - windhaag' een dubbele windhaag die per haag een driftreductie van 75% oplevert - of een houtwal of een constructie met een vergelijkbare filtrerende werking met een hoogte van 2,5 m, is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - windhaag' is geen menselijk verblijf toegestaan en het gebied dient via een gaashekwerk of gelijkwaardige voorziening voor het algemene publiek ontoegankelijk te zijn. Een uitzondering op het menselijk verblijf geldt voor onderhoud of overige werkzaamheden binnen het gebied, indien er op die momenten binnen 50 meter afstand geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast of als personen gebruik maken van daartoe geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen." Artikel 19.1 luidt: "Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een

26

omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken." Artikel 20.1 luidt: "Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot."

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4766/documents/35485