Concept-voorontwerp Groenbeleidsplan gemeente Bergen 2021-2031.pdf
Tekst van het document
Concept Voorontwerp
Groenbeleidsplan
Gemeente Bergen 2021 - 2031
1
2. Inleiding
2.1 Wat is de aanleiding voor dit groenbeleidsplan? 2.2 Wat is het doel? 2.3 Belang van openbaar groen 2.4 Participatie 2.5 Monitoring
3. Visie & Ambities
3.1 Visie 3.2 Ideaalbeeld 10 tot 20 jaar 3.3 Ambities per thema 3.3.1 Ambities bomen 3.3.2 Identiteit 3.3.3 Gezondheid 3.3.4 Biodiversiteit 3.3.5 Klimaatbestendigheid
4. Welk openbaar groen is er?
Inhoudsopgave
4.1 Hoofdgroenstructuur 4.2 Natuurstructuur 4.3 Groene en blauwe verbindingen 4.4 Bomenstructuur 4.5 Buurtgroen 4.6 Snippergroen 4.7 Groot maatschappelijk belang 4.8 Een passief uitgifte beleid 4.9 Voorwaarden na verkoop van gemeentelijke gronden 4.10 Verkoop van gronden
07 07 08 08 08 11 12 13 13 15 16 17 19
20 21 21 21 21 22 22 23 23 23 23
6. Hoe willen we dit bereiken?
28
25 25
29 29 29 32 34 35 36 40
7. Financiële verantwoording
44
Bijlagen
50
7.1 Waar wordt het geld aan besteed?
Bijlage 1 Bomenposters Bijlage 2 Voorbeeld beeldmeetlatten Bijlage 3 Coolkit Bijlage 4 Gedragscode ‘soortbescherming voor de gemeenten’ van Stadswerk Bijlage 5 Folder Structuurkaarten
1 Bergen, april 2021
10
24
6.1 Wat is de taak van de gemeente? 6.2 Wettelijk kader 6.3 Beleidsuitgangspunten 6.4 Uitvoeringsmaatregelen: beheer en onderhoud aansluiten op ambities 6.5 Op weg naar een groene gemeente 6.6 Op weg naar een gezonde gemeente 6.7 Op weg naar een klimaatbestendige gemeente 6.8 Monitoring ambities en doelstellingen
1
06
5. Welk kwaliteitsniveau hebben we? 5.1 Bomen 5.2 Openbaar overig groen
Dit is een interactieve pdf. Daarmee kan snel worden genavigeerd. Een klik op de knop naar index komt uit bij deze inhoudsopgave van het groenbeleidsplan. Een klik op één van de titels op deze inhoudsopgavepagina leidt naar het betreffende onderdeel.
04
Voorwoord van de Wethouder
1. Voorwoord van de wethouder
Inhoudsopgave
45
50 54 56 56 57
3
Beste lezer, In onze gemeente Bergen hebben we veel waardevol groen in de kernen zelf en in het buitengebied. We willen dit graag zo houden en daarom zijn we er zuinig op! Samen met inwoners en ondernemers, buurgemeenten, PWN, Staatbosbeheer en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier werken we continu aan het behoud van onze mooie, groene gemeente. Dit doen wij door blijvend te investeren in bomen en planten en u de ruimte te geven om samen met de gemeente mee te denken over het groen in uw wijk. Ook u kunt hieraan bijdragen door vergroening van tuinen te realiseren. De gemeente Bergen neemt op dit moment de eerste plaats in met betrekking tot biodiversiteit in Nederland. Dit plan moet bijdragen om deze eerste plaats te behouden.
Colofon Opdrachtgever: Gemeente Bergen Contactpersoon: M. Suiding Auteurs: M. Suiding J.M. Smit Datum: 20w-09-2021
Nieuw groenbeleidsplan voor Bergen, Schoorl en Egmond
In het groenbeleidsplan houden we rekening met twee grote maatschappelijke vraagstukken namelijk klimaatverandering en biodiversiteit. We zien namelijk dat groen bijdraagt aan leefbaarheid en CO2 reductie. Daarnaast maakt de gemeente zich ernstig zorgen over de afname van biodiversiteit, de forse terugval van het aantal soorten bijen is daar een exemplarisch voorbeeld van. We hebben daarom het beleid gerangschikt in de onderstaande vijf pijlers.
• Veel groen nodigt uit tot bewegen en zorgt voor een gezondere leefomgeving. Het groen heeft dus een positieve uitwerking op onze gezondheid. • Groen heeft een positief effect op alles wat groeit en bloeit: dit bevorderen we door o.a. aangepast maaibeheer (o.a. later maaien van de grassen) en bloemrijke bijen- en vlinderlinten aan te brengen. • We vergroten de oppervlakte van het groen waardoor we nog meer profijt hebben van de schaduwwerking van bomen en de bufferwerking en infiltratie van regenwater. Hiermee spelen we in op de effecten van de klimaatverandering.
Betrekken inwoners bij het groenbeleidsplan
We hebben ervoor gezorgd dat we de inwoners betrekken bij het nieuwe plan, zodat het nut en de noodzaak van het nieuwe plan bekend is bij het brede publiek. Wij hebben hiertoe twee participatiebijeenkomsten gehouden met de bewoners. Verder nodigen wij de bewoners uit om een bijdrage te leveren aan een groen en duurzaam Bergen want uiteindelijk is het publieke groen niet alleen van de gemeente maar van ons allemaal. Wethouder
Het groenbeleidsplan bevat vijf pijlers • Duurzaam bomenbeleid: dit houdt in dat we bomen zodanig onderhouden dat ze gezond kunnen groeien en oud worden. • Behouden en waarborgen van onze groene gemeente: door voldoende aandacht aan het behoud van het groen te besteden, versterken we de identiteit en herkenbaarheid van de gemeente.
5
2
2 2.1
Wat is de aanleiding voor dit groenbeleidsplan?
Inleiding
Dit nieuwe groenbeleidsplan is noodzakelijk om te komen tot een samenhangend en geactualiseerd beleid voor de gemeente Bergen. De bestaande plannen zoals Groenstructuurplan Bergen 1994, Schoorl 1998 en Egmond 1999 vertonen deze samenhang niet en zijn verouderd. Dit laatste geldt ook voor het Groenbeheerplan Bergen uit 2005. In februari 2016 is het Bomenbeleidsplan Bergen vastgesteld en zijn regels met betrekking tot de kap van bomen opgenomen in de APV. Dit bomenbeleidsplan is geldend beleid. De gemeente Bergen wil met dit nieuwe groenbeleidsplan invulling geven aan het formatieakkoord 2019-2022 ‘Nieuw Vertrouwen’ dat aangeeft dat biodiversiteit een essentiële voorwaarde is voor het behoud van een gevarieerd landschap en een vitale flora en fauna in de gemeente Bergen. De actiepunten die hieruit voortvloeien vormen voor het nieuwe groenbeleidsplan de basis. Het groenbeleidsplan geeft de groenstructuur aan en biedt een kader voor het groenbeheer. Actuele thema’s hierbij zijn beeldkwaliteit, ecologisch bermbeheer, onkruidbestrijding, versterken van de bestaande landschappelijke kwaliteiten en het betrekken van inwoners. De ambities waren in het verleden met name gericht op het bomenbeleid en er was te minder aandacht voor het overige groen.
Daarnaast zijn actuele ontwikkelingen van belang zoals verhoging van de biodiversiteit en maatregelen om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Het klimaatakkoord van 28 juni 2019 geeft kaders die in dit plan zijn opgenomen.
2.2
2
Inleiding
2
van ruimtelijke ordening. Ook wordt in het plan aandacht geschonken aan de rol van de bewoners bij inrichting en beheer van de openbare ruimte. De volgende uitgangspunten en aanbevelingen vormen de basis van dit beleidsplan: 1. SMART-geformuleerde beleidsdoelen. 2. Het beleid wordt gericht op bestaand en nieuw groen. 3. Er worden eisen gesteld voor nieuw te ontwikkelen gebieden. 4. Bevordering van intern bewustzijn binnen de gemeentelijke organisatie. 5. Betrek bewoners bij de nieuwe ontwikkelingen in het groen. 6. Financiële onderbouwing van de ambities. 7. Het beleidsplan geldt voor een periode van 10 jaar. 8. Monitoring van de gestelde ambities.
2.3
Belang van openbaar groen
De gemeente Bergen heeft een groene uitstraling en deze is beeldbepalend en vormt mede de identiteit. De diversiteit aan groen in de dorpen en het omliggende landschap vormen een waardevol geheel en dient te worden bewaard en versterkt. Het groen heeft een aantal belangrijke functies zoals een bijdrage leveren aan biodiversiteit, waterberging en verkoeling. Daarnaast nodigt groen uit tot beweging en brengt mensen samen. Het groen zorgt voor schonere lucht en een aantrekkelijke omgeving voor inwoners, bedrijven en toeristen.
Alle ambities en doelstellingen worden elke twee jaar geëvalueerd. Indien nodig worden deze in het beleidsplan bijgesteld.
Openbaar groen en -water hebben ook een directe economische waarde. De waardestijging varieert van 4% tot 12%, afhankelijk van de ligging van een woning en het type water of groen. Naar schatting zijn kopers bereid gemiddeld 7% meer te betalen voor hun woning als deze direct grenst aan openbaar groen of water. De oppervlakte grasland, zoals bermen, gazons en oevers bedraagt ca. 120 ha. Het bosplantsoen beslaat een oppervlakte van ca. 26 ha. Heesters, vaste planten en rozen nemen een oppervlakte in van 16 ha. en hagen 1.5 ha. Het aantal straat- en laanbomen bedraagt ca. 17.400 stuks
Wat is het doel?
Het doel van dit beleidsplan is het beschrijven van de visie en ambities voor het openbare groen. Dit beperkt zich tot het openbaar groen en de bomen in de dorpskernen. Deze visie en ambities worden uitgewerkt in de thema’s identiteit, gezondheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Het geeft richting aan stedelijke vernieuwing en het gemeentelijk groenbeheer en biedt aanknopingspunten bij vraagstukken op het gebied 7
8
2.4
Participatie
Online platform De gemeente vindt het van groot belang om de inwoners bij het groenbeleid te betrekken. De gemeente heeft om deze reden de thema’s en ambities voorgelegd aan de bewoners via het platform ‘ik denk mee over Bergen’. Via het platform is aan de hand van vragen informatie opgehaald bij de inwoners. Participatieavonden Er zijn twee avonden georganiseerd. Eén voor Bergen en één voor Schoorl en Egmond. De bedoeling van deze avonden was input te verkrijgen over de thema’s en ambities. De input is beoordeeld en is, waar mogelijk, meegenomen in het beleidsplan.
2.5
Monitoring
Op dit moment wordt elk twee jaar een tevredenheidsonderzoek in de gemeente Bergen gehouden. In dit onderzoek wordt ook het groen betrokken. Daarnaast zal elk jaar monitoring van de gestelde (natuur)doelen plaatsvinden op basis van doelsoorten. Jaarlijks een minimale monitoring op basis van twee doelsoorten (bijen en vlinders) en vierjaarlijks een brede monitoring op meer doelsoorten. Voor het aantal gemeentelijke* bomen vindt monitoring plaats om te bepalen of het aantal niet onder de 17.400 stuks uitkomt. Ook wordt gemonitord op kwaliteit. Het boombeheer zal zich meer richten op professionalisering en duurzaamheid. * Dit betreft alleen de gemeentelijke bomen die gekeurd worden.
9
3
3
Visie & Ambities
3.1
3
Visie & Ambities
Visie
In het formatieakkoord van 2019-2022 is de basis voor het beleid vastgelegd, namelijk het centraal stellen van de biodiversiteit. Actiepunten zijn het stimuleren van biodiversiteit op gemeentelijke grond, in het water en particuliere tuinen (biodiverse tuinaanleg en ontmoedigingsbeleid verstening van tuinen) waarbij aandacht is voor insectvriendelijke beplanting en gerichte informatievoorziening rondom klimaatadaptie en de gevolgen van bestrating van de tuin. Bestaande bomen dienen integraal deel uit te maken van duurzaamheidsbeleid en ruimtelijke ordeningsplannen.
Gezien bovenstaande wordt de nadruk gelegd op het versterken van het groene karakter van de gemeente en verhoging van de biodiversiteit. Hierbij ligt de nadruk op kwaliteit van het groenbeheer, klimaatbestendigheid, klimaatadaptieve maatregelen en burgerparticipatie. Het beheer van het bomenareaal wordt volledig gericht op het behouden van de huidige hoogwaardige groene openbare ruimte, de kwaliteit van de bomen en het versterken van het areaal.
3.3
Ambities per thema
3.3.1
Ambities bomen
3
Onderstaand worden de ambities per thema uitgewerkt. Deze uitwerking geeft aan waar we in het kader van het groenbeleid op in gaan zetten. De ambities voor de bomen komen uit het bomenbeleidsplan 2015-2024. (zie ambities bomenbeleidsplan en extra ambities).
Het beheer van het groen moet van goede kwaliteit zijn en moet leiden tot een mooie en afwisselende groenstructuur waarmee een hoge biodiversiteit bereikt kan worden. Dit betekent dat de groenvoorzieningen natuurvriendelijk worden beheerd.
Ook bieden nieuwbouw- en renovatieprojecten een kans om meer natuur in de wijken te krijgen. Naast het bepalen van waardevol groen en het opnemen in de plannen, liggen er mogelijkheden voor uitbreiden van natuurwaarden en creëren van verbindingen. Wegversmalling biedt meer kansen voor vergroening en natuur-inclusief bouwen draagt bij aan biodiversiteit door het vergroten van nestplaatsen en behouden van bestaande natuurwaarden. Dit geldt ook voor het aanbrengen van voorzieningen voor oeverzwaluwen en nestkasten. Het verbinden van aanwezige groenparels door linten en het aanleggen van nieuwe groenparels is van belang voor de vergroting van de leefruimte voor flora en fauna. Bij de inrichting wordt, indien mogelijk, streekeigen beplanting toegepast.
De keuze voor bomen en planten wordt gestuurd door de klimaatverandering en nieuwe soorten moeten klimaatbestendig zijn. Er worden alleen soorten aangeplant die goed zijn aangepast aan de omgeving en die tegen droogte kunnen. Voorgaande betekent dat we inspelen op nieuwe trends en inzichten bij de inrichting van groengebieden en nieuwe soorten toepassen die bestand zijn tegen klimaatverandering. In het klimaatakkoord van 28 juni 2019 is als centraal doel opgenomen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49% en, indien mogelijk op basis van nadere afspraken, met 55% in 2030 terug te dringen. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is vastgesteld dat Nederland de ambitie heeft om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn. Ook wordt verwezen naar het ambitiedocument programma Klimaat en meer specifiek naar de pijler klimaatadaptie van de gemeente Bergen. In het kader van dit plan sluiten wij aan bij een aantal doelstellingen die zijn opgenomen in het klimaatakkoord en DPRA en het ambitiedocument. Deze worden verder in dit plan beschreven en uitgewerkt.
Het versterken van het groene karakter van de gemeente doen we samen met de inwoners. Bij herinrichting en nieuwbouw wordt samen met de inwoners naar de beste oplossingen gezocht om het groen en andere functies in te richten. Het groen moet integraal worden meegenomen indien (her)inrichting aan de orde is.
3.2 •
•
•
• •
•
11
12
Ideaalbeeld 10 tot 20 jaar
De groene buitenruimte heeft een hoge kwaliteit. Dit geldt voor het onderhoudsniveau als voor de biodiversiteit. Er is een hoge biodiversiteit binnen de kernen. Dit betekent dat er verschillende biotooptypen binnen de kernen voorkomen zoals bosjes, struweel, kruidenvegetaties langs bos/struweelranden en water. Bovenstaande betekent meer broed- en voedselgelegenheid voor bijen, vlinders en andere insecten. Meer schuil- en broedgelegenheid voor vogels. Aansluiten bij Idylle Vlinderstichting en motie blij met de bij. Er is een vitaal bomenbestand dat wordt versterkt en beschermd. Ecologische verbindingen worden versterkt zodat dieren zich kunnen verplaatsen binnen de kernen en van de kernen naar het buitengebied en vica versa. Regelmatige monitoring en dit kenbaar maken aan de inwoners van de gemeente.
In de komende planperiode wordt de aandacht gericht op het in stand houden en het versterken van het bomenareaal. Voor dit doel zijn zeven ambities geformuleerd, te weten: de eerste ambitie is dat in principe geen gezonde bomen worden verwijderd, ook niet vanwege overlast. De tweede ambitie is dat lanen blijven bestaan uit inheemse soorten of cultuurvariëteiten hiervan en de groene ruggengraat vormen van het stedelijk gebied. De derde ambitie betreft het professionaliseren en verduurzamen van het beheer. Door planmatige opzet van het jaarlijkse onderhoud kan efficiëntiewinst worden geboekt, zodat de huidige bezetting van de wijkteams het beheer voor een deel zelfstandig kan uitvoeren. Door het onderhoud nog meer te richten op het eindbeeld van de bomen, kan de duurzaamheid van het beheer en de kwaliteit van de bomen worden vergroot. De huidige bezetting is echter niet voldoende en externe inhuur is noodzakelijk. Daarnaast zal de boomveiligheidscontrole gaan van vijf naar 3 jaar. Goed hulpmiddel is het, door alle BUCH-gemeenten, aangeschafte Handboek Bomen van Het Normeninstituut Bomen. Ook kan in bepaalde situaties en voor bepaalde werkzaamheden de hulp worden ingeroepen van vrijwilligers en studenten van het Clusius college uit Alkmaar of Heerhugowaard, mits mogelijk binnen de ARBO-regels.
Het zal hierbij gaan om lichte snoeiwerkzaamheden zoals bijvoorbeeld het snoeien van knotwilgen.
De vierde ambitie is het laten participeren van bewoners en belangengroeperingen bij het beheer van het bomenareaal. Dit doen we door bewoners en belangengroeperingen te betrekken en te informeren bij groot onderhoud en reconstructiewerkzaamheden onder andere door inloopbijeenkomsten en enquêtes. Er is geen sprake van een vaststaand model met methoden die bij BOR worden toegepast. Bij programma Steenbreek worden de burgers actief betrokken bij de vergroening van hun tuinen en vindt elk jaar een wijksafari plaats. De vijfde ambitie is het beschermen van de monumentale bomen en groenparels. Hierbij wordt ook gekeken naar de samenhang met de bescherming van rijksmonumenten. Oude bomen met grote cultuurhistorische, dendrologische en/of ecologische waarde worden op de lijst met monumentale en bijzondere bomen gezet. Deze lijst bestaat uit monumentale bomen 13
3
Visie & Ambities 3.3.2
uit het landelijke register en de monumentale en bijzondere gemeentelijke en particuliere bomen. Onder monumentaal wordt hierbij verstaan bomen gelijk of ouder dan 80 jaar. Voor bijzonder bomen geldt een leeftijdgrens van 50 jaar of ouder. Dit zijn de toekomstbomen die samen met de monumentale bomen de basis vormen van de groenstructuur in de gemeentelijke kernen. De zesde ambitie is dat monumentale bomen en bomen met een diameter vanaf 20 cm worden beschermd in de APV. Deze bescherming is inmiddels geregeld door opname in de APV. Als zevende ambitie wordt genoemd dat bewoners en toeristen informatie krijgen over ons bomenbestand. Naast de ambities die voortvloeien uit het bomenbeleidsplan worden onderstaand extra ambities beschreven. Een extra ambitie is om het aantal bomen geleidelijk te laten groeien door, in het bijzonder, in herinrichtingsplannen en nieuwbouwplannen extra bomen te planten. Dit hangt af van de locatie. Voorts wordt de herplantplicht altijd toegepast voor te kappen bomen in de openbare ruimte. Uitgangspunt is om de getaxeerde, waarde van de te kappen monumentale en bijzondere bomen als uitgangspunt te nemen voor deze herplant. Deze getaxeerde waarde geldt ook voor illegale kap van bomen. Daarnaast dient een boom-effectanalyse plaats te vinden voor alle bomen . Deze geeft
14
inzicht in de conditie van de te kappen bomen. Bij gemeentelijke en particuliere plannen wordt op deze wijze een objectieve maatstaf gebruikt om de herplant te realiseren. Indien herplant op de locatie niet of deels mogelijk is dan moet het gehele bedrag of restant in een Groenfonds worden gestort. Hierdoor wordt het mogelijk om op een andere locatie deze herplant te realiseren. Om de stand van het bomenareaal te kunnen bijhouden wordt er jaarlijks een overzicht van het aantal gekapte en geplante bomen opgesteld (bomenmonitor) en ter informatie naar de raad gezonden. Een extra ambitie is verder de versterking van het bomenareaal in de kernen om, waar mogelijk, meer bomen te planten. Het versterken van het bomenareaal ondersteunt het streven om de recreatie en het toerisme in de gemeente te bevorderen. De plannen voor het versterken van het boomareaal en het benodigde budget worden per woonkern voorgelegd aan de gemeenteraad. In de Egmonden speelt dat door iepziekte en droogte uitval van bomen en andere beplanting is voorgekomen. Aandacht is erop gericht om deze beplanting zo veel mogelijk te herstellen en te vergroten. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gestreefd wordt naar vergroting van het bomenareaal met 1% meer bomen op Nederlands grondgebied. Wij ondersteunen dit streven en zetten hierop in. Dit betekent een toename van het boomareaal met ca. 175 bomen per jaar.
3
3
Visie & Ambities
Identiteit
Bergen is een groene gemeente. De diversiteit aan groen in de dorpen en het omliggende landschap vormt een waardevol geheel en draagt bij aan een goede leefkwaliteit van de gemeente. De gemeente kenmerkt zich door verspreid liggende kernen, omringd door een groot buitengebied, met in het westen het strand en het Noordhollands Duinreservaat, en in het oosten de open polders. Kenmerkend voor het gebied is de herkenbaarheid van het strandwallenlandschap met strandwallen, strandvlaktes, veenweidegebieden en geestgronden. Er bevinden zich duinrellen met een belangrijke ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarde. In en rond duinrellen komen verschillende planten en dieren voor, die we alleen hier aantreffen en dus kenmerkend zijn voor deze zone. De bekendste plant van duinrellen is de Klimopwaterranonkel en van de fauna is de Beekloper een aansprekende soort. De duinrellen zijn waarschijnlijk al in de Middeleeuwen, door onze voorouders aangelegd, om het drassige gebied langs de duinen te ontwateren. Het systeem heeft een belangrijk functie voor de waterhuishouding. Gezien de klimaatverandering met toenemende neerslag zijn er meer problemen met de waterafvoer en is en geïntegreerde benadering noodzakelijk.
Herstel van deze rellen is belangrijk uit cultuurhistorisch en landschappelijk oogpunt en zij kunnen een ecologische verbinding vormen tussen de bebouwde kom en het buitengebied. De gemeente Bergen heeft het behoud, herstel en goed beheer van duinrellen als één van de doelstellingen geformuleerd in het Landschapsontwikkelingsplan Bergen (Gem. Bergen/Brons+Partners, 2011). De strandwallen en de binnenduinrand kenmerken zich door zandige gronden. De bodem in de gemeente Bergen kenmerkt zich voornamelijk door een variatie aan zandige gronden. In de polders komt ook zavel en klei voor. Het bomenbestand in de kernen is divers. De in 2001 gefuseerde gemeente Bergen bestaat uit de woonkernen Bergen, Bergen aan Zee, Egmond aan Zee, Egmond Binnen, Egmond aan de Hoef, Schoorl en Groet. De kernen hebben elk een eigen karakter, onderling verbonden door natuur.
3.3.4
Biodiversiteit
De verscheidenheid aan planten- en diersoorten is biodiversiteit. Verschillende diersoorten hebben leefgebieden en deze worden ecosystemen genoemd. De leefgebieden van bepaalde soorten staan in Nederland onder druk zoals de achteruitgang van bijen- en vlindersoorten. Deze achteruitgang heeft consequenties voor bestuiving van gewassen en heeft om deze reden ook een gevolg voor de economie. Daarnaast hebben groengebieden een waarde uit zichzelf en kunnen de inwoners hiervan genieten. Met aan de westelijke zijde de Noordzee met het duingebied en haar bossen en aan de oostelijke zijde het uitgebreide polderlandschap. De Egmonden onderscheiden zich door de bollenteelt op de voormalige geestgronden. Daarnaast kennen de drie Egmondse dorpskernen ieder hun eigen karakteristiek, zoals de bouwlandjes in de Wimmenummer duinen in Egmond aan Zee, als herinnering aan het visserijverleden, de Abdij van Egmond in Egmond-Binnen en de geschiedenis van kasteel Egmond, waarvan de fundamenten liggen in het Slotpark in Egmond aan den Hoef.
Gezondheid
•
•
In Bergen staat de geschiedenis van Het Oude Hof, Kranenburgh en het Parnassiapark (Bergen aan Zee) centraal. In Bergen en Schoorl is veel groen aanwezig. Zo zijn er bijvoorbeeld mooie karakteristieke beukenlanen. Daarnaast zijn er grote particuliere percelen waarop zich ook mooie boombestanden bevinden.
Uit onderzoek blijkt dat groen, zoals parken, uitnodigt tot bewegen. Daarnaast zorgt groen voor een gezondere leefomgeving door opname van fijnstof, vermindering van hittestress door schaduwwerking en geluidsdemping. Uit onderzoek is gebleken dat bewoners zich beter voelen in een omgeving waarin zich veel groen bevindt. Ook voor kinderen is het van groot belang dat zij kunnen
Ambities
•
3.3.3
•
Er is weinig groen in Egmond. Daarom is behoud en ontwikkeling van het groen in de kernen die zich dicht bij zee bevinden een uitdaging door de invloed die de zeewind uitoefent op het aanwezige groen.
•
•
wordt de beeldkwaliteit van het groen en de openbare ruimte versterkt. Het uitgangspunt is dat groen behouden dient te blijven en waar mogelijk te versterken. Indien groen moet verdwijnen dan wordt dit gelijkwaardig gecompenseerd. Voor het onderhoud van het openbaar groen geldt niveau B van de kwaliteitscatalogus openbare ruimte (KOR). Dit kwaliteitsniveau moet gemeente-breed behaald worden, waarbij minimaal 95% jaarlijks op beeld moet zijn. Duurzaam groenbeheer op basis van natuurlijke ontwikkeling en zonder ingrijpen met chemische middelen. Tevens uitvoering van het onderhoud met duurzaam materieel, zoveel mogelijk elektrisch en zonder uitstoot van C02. Binnen 3 jaar moet al het motorisch handgereedschap vervangen zijn door een elektrisch alternatief. Vergroenen van de kustdorpen.
Het groene karakter binnen en tussen de dorpen dient behouden te blijven en binnen de mogelijkheden versterkt. Door opvallende accenten door kleur en vorm op bijzondere en belangrijke locaties 15
16
spelen in het groen. Groengebieden zijn van belang voor lokale verkoeling. Voor goed gebruik van deze gebieden dienen zij op loopafstand (200-330 m) van de bewoning te liggen.
Ambities •
•
•
Verdere uitbreiding van parken, recreatiegebieden en openbaar groen en uitbreiding van gebruiksmogelijkheden. Per jaar streven naar 500 m2 extra openbaar groen. Deze ambitie komt boven het groen dat wordt aangelegd bij nieuwbouw en ruimtelijke ontwikkelingen. Bij nieuwbouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen geldt een richtgetal van 75 m2 groen per woning, zoals aangegeven in de Nota Ruimte van het Rijk. Tevens dient één boom per vijf woningen geplant te worden die tot volle wasdom kan komen. Stimulering vergroening van schoolpleinen. Waarbij jaarlijks één schoolplein vergroend gaat worden.
Het formatieakkoord 2019-2022 ‘Nieuw Vertrouwen’ geeft aan dat biodiversiteit een essentiële voorwaarde is voor het behoud van een gevarieerd landschap en een vitale flora en fauna in de gemeente Bergen. Een aantal uitgangspunten zijn onderstaand geformuleerd: Meer biodiversiteit in de bebouwde kom: In Bergen zijn er meer mogelijkheden dan in de andere kernen om meer biodiversiteit te ontwikkelen. Hierbij staat centraal vergroening van de openbare ruimte en extensivering van beheer zoals later maaien en de aanleg van bloemrijke gebieden. Hierbij worden, indien mogelijk, streekeigen soorten toegepast. De bestaande groenparels blijven behouden en worden door middel van linten, voor zover mogelijk, aan elkaar geregen. Het gemeentelijk beheer wordt zodanig aangepast dat er meer ruimte voor natuur ontstaat. Dit betekent dat het regelmatig klepelen van de vegetatie en de resten te laten liggen niet meer wordt toegepast. Een uitzondering zijn bijvoorbeeld
3
percelen waarbij de veiligheid in het geding is zoals zichthoeken en randen. In de overige percelen wordt later gemaaid en het vrijkomende maaisel afgevoerd. Dit leidt tot verdere verschraling van de bodem. Ook wordt zonering in het maaien aangebracht zoals het later maaien van randen van 1,5 m breed naast waterlopen. Dit geeft schuilmogelijkheden en nestgelegenheid voor (water)vogels.
Extensief maaibeheer* bestaat uit 1 of 2 keer per jaar maaien. Onder extensief maaien vallen verschillende werkwijzen van technisch maaien tot ecologisch maaien. Technisch maaien is gericht op maaien van bermen en taluds. Natuurtechnisch maaien is gericht op ontwikkelen van de natuurwaarden en de biodiversiteit door gefaseerd maaien en maaisel tijdelijk laten liggen om zaden uit het maaisel te laten vallen. De ecologische potenties van het betreffende perceel zijn hierbij leidend. Regelmatige beoordeling van ecologische potenties kan leiden tot het uitbreiden van het ecologisch maaien. *Voor het ecologisch maaien worden de richtlijnen van Kleurkeur van de Vlinderstichting toegepast. Kleurkeur omschrijft kwaliteitseisen die een goede uitvoering van ecologisch bermbeheer waarborgen. De richtlijnen van kleurkeur worden een onderdeel van het uitbesteden van de maaiwerkzaamheden. Schapenbegrazing wordt op sommige graspercelen toegepast en gehandhaafd. Naast ruigere natuur draagt begrazing van schapen bij aan de beleving van het landschap en heeft ook een cultuurhistorische betekenis. Schapenbegrazing draagt beperkt bij aan de biodiversiteit. Schapenbegrazing zorgt voor draagvlak voor extensief maaibeheer. 17
3
Visie & Ambities
3
Monitoring dient plaats te vinden. Aangehaakt kan worden bij de tweejaarlijkse tevredenheidstoets. Ecologische toets kan elk jaar plaatsvinden aan de hand van doelsoorten zoals bijen en vlinders.
Ambities •
18
Behouden van aanwezig groen en verder versterken van de waarde(n) ervan voor de biodiversiteit. Voor natuurtechnisch maaien
•
•
• •
• • • •
3.3.5
Klimaatbestendigheid
Het klimaat verandert. Het wordt natter, heter en er zijn langere droge periodes. Stortbuien en langdurige neerslag veroorzaken wateroverlast. Hitte veroorzaakt uitzettingsproblemen bij spoorwegen en andere infrastructuur. Ook raakt hitte de gezondheid van kwetsbare mensen zoals ouderen, longpatiënten en jonge kinderen. Het is van belang dat de kernen in Bergen zich aanpassen aan het veranderende klimaat.
Welk openbaar groen is er?
Bij nieuwe ontwikkelingen, zoals nieuwbouwprojecten, is aandacht gewenst voor de natuur. Nieuwbouw kan kansen bieden voor de natuur zoals natuurinclusief bouwen, ecologisch beheer van vijvers en waterlopen, pluktuinen en voorzieningen voor oeverzwaluwen en ijsvogels. Ook nestkastjes kunnen een belangrijk rol spelen bij de vergroting van nestgelegenheden voor vogels en vleermuizen. Het handboek van de gemeente Amsterdam voor natuurinclusief bouwen geeft hiervoor heel duidelijk richtlijnen. In de gemeente Amsterdam mag een ontwikkelaar kiezen welke maatregel hij uitvoert bij nieuwbouw. Er moeten drie natuurinclusief ideeën worden toegepast binnen een ontwikkeling. Wij zullen dit handboek als uitgangspunt nemen bij natuurinclusief bouwen.
•
werken volgens de richtlijnen van Kleurkeur van de Vlinderstichting. Deze maatregelen dragen bij aan een aantrekkelijke omgeving voor fauna, zoals vlinders en bijen. Versterken van natuurbeleving. Binnen 3 jaar ontwikkelen van een natuurwandeling en/ of bomenroute. Ca. 12 kilometer aan gazonranden langs waterlopen en bosplantsoen omvormen naar extensieve randen die gefaseerd gemaaid worden. Doel is om jaarlijks 20% van deze randen om te vormen met een maximum van 80% van het totale areaal, omdat er ook locaties zijn waar dit niet gewenst is. Natuurvriendelijk inrichten van nieuwe gebieden (groenparels), waarbij uitgegaan wordt van minimaal twee groenparels per jaar. Jaarlijks 50 nestkastjes ophangen of uitgeven aan inwoners. Voor zover mogelijk het toepassen, waar mogelijk, van streek- en landschapseigen beplanting bij renovaties en nieuwe ontwikkelingen. Aanbrengen van meer variatie in het groen (soorten, vorm, seizoen en beleving). Groen dat moet verdwijnen wordt op gelijkwaardige wijze gecompenseerd. Behouden van de (beheer-)kwaliteit van het groen en handhaven en uitbreiden van het natuurvriendelijk beheren van het groen. We zetten in op het vergroten van het groenbewustzijn en het stimuleren van bewonersinitiatieven.
Er is op basis van de klimaatatlas van Hoogheemraadschap Hollands Noorder Kwartier (HHNK) gekeken naar de effecten van hittestress en wateroverlast in de gemeente. Op basis van dit onderzoek is een hitte- en wateroverlastkaart bepaald. Duidelijk is dat in gebieden met veel groen de temperatuur lager is dan in gebieden met weinig groen. Ook hebben de gebieden met meer groen dan verharding minder problemen met wateroverlast. Het is dus van belang om voldoende groengebieden aan te leggen die tevens een functie hebben als koeltegebieden. Uit onderzoek is gebleken dat deze niet verder dan 200-300 afstand van de woningen moeten liggen om goed gebruikt te kunnen worden.
Ambities •
•
Om de effecten van klimaatverandering zoals hevige regen, langdurige droogte en meer warme/ tropische dagen op te vangen zijn maatregelen noodzakelijk om de nadelige effecten te verminderen. Klimaatbestendigheid betekent dat overlast wordt beperkt of verminderd. Groen kan in belangrijke mate bijdragen aan de vermindering van de opwarming en bufferen van een overschot aan regenwater.
•
•
4 4.1
Vanuit de Hogeschool Amsterdam is onderzoek gedaan naar de “Hittebestendige Stad”. Op basis van het onderzoek is een Coolkit (bijlage 3) gemaakt die zich richt op de mogelijke maatregelen in de buitenruimte. De CoolKit is speciaal ontwikkeld voor ontwerpers van de ruimtelijke omgeving. De CoolKit is bedoeld om de belangrijkste handvatten voor het ontwerp van een hittebestendige stad aan te reiken en te visualiseren, zodat ze één op één kunnen worden toegepast in de dagelijkse praktijk.
Zoals aangegeven bestaat de gemeente Bergen uit meerdere kernen met zijn eigen karakteristieken. Dit betekent dat oplossingen voor de verhoging van biodiversiteit ook verschillend kunnen zijn. Deze oplossingen worden per kern en samen met de bewoners uitgewerkt.
4
Bij renovaties en nieuwe ontwikkelingen gebruik van de Coolkit voor bepalen ontwerpoplossingen om hittestress te voorkomen. Bufferen, vertragen en infiltreren regenwater. Bij nieuwe projecten klimaatadaptie onderdeel maken van het ontwerp. Toepassen klimaatbestendig groen en verlagen van plantvakken, zodat afwatering naar de plantvakken mogelijk is. Tevens kijken naar mogelijkheden voor vervangen van stenen door meer groen aan te leggen. Inrichtingsmaatregelen, zoals koeltegebieden, moeten bijdragen aan vergroten van de biodiversiteit en verwijderen van barrières voor fauna.
19
Hoofdgroenstructuur
Parken en recreatiegebieden De hoofdgroenstructuur vormt een verbinding tussen het groen in de kernen en het buitengebied en werkt als een ecologische zone. Zij bestaat onder meer uit doorgaande groenstructuren, parken en recreatiegebieden. Soms bestaan ze uit een combinatie van water en groen. De gebruiksmogelijkheden voor parken en recreatiegebieden worden verbreed. Zij dienen bij te dragen aan biodiversiteit, uit te nodigen tot meer bewegen en spelen maar zij dienen er ook mooi uit te zien door het aanbrengen van gevarieerde en duurzame beplanting. Dit betekent dat sommige delen, zoals speelvelden, intensief worden beheerd en andere delen extensief worden beheerd zodat dier- en plantensoorten zich op deze locaties kunnen ontwikkelen. Het beeld wordt sterk verbeterd door het aanbrengen van klimaatadaptieve beplanting met specifieke kenmerken zoals mooie bloemen, aantrekkelijke boomvormen en bomen en groen te planten die een groot deel van het jaar bloeien. Ook kunnen heesters en bomen tot een meer aantrekkelijk gebied leiden en vormen zij een voedselbron en schuilgelegenheid voor vogels, amfibieën en kleine zoogdieren. Het streven is om delen van de hoofdgroenstructuur met elkaar te verbinden door barrières op te heffen en het groen aaneen te sluiten. Barrières zijn knelpunten zoals ontbrekende groenstructuren en fysieke barrières als bijvoorbeeld drukke wegen.
4.2
Natuurstructuur
De natuurstructuur bestaat uit natuurlijke gebieden met hun onderlinge verbindingen. Groenparels worden specifiek voor de natuur aangelegd. Daarnaast kunnen zij een beperkte recreatieve functie hebben. De verbindingen kunnen bestaan uit groenstroken met extensief gemaaid gras, bosplantsoen en bomen. Zij vormen de corridors waardoor fauna zich kan bewegen tussen de groengebieden en ook vanuit het buitengebied naar de kernen toe en omgekeerd. Dit betekent dat deze corridors behouden en ontwikkeld moeten worden. Voor gras betekent dit meer extensief
beheer willen zij waarde hebben als corridor voor bijen en vlinders. Ook behoud en ontwikkeling van bomen en bosplantsoen staat voorop. Bij bos en bosplantsoen betekent dit de ontwikkeling van mantel- en zoomvegetatie.
4.3
Groene en blauwe verbindingen
4.4
Bomenstructuur
Het verbinden van groen en blauw is van groot belang. Niet alleen als verbindingszone voor vlinders en bijen maar ook voor amfibieën. Een specifiek element wat karakteristiek is voor de gemeente Bergen zijn duinrellen. In en rond duinrellen komen verschillende planten en dieren voor die gebonden zijn aan dit landschapselement. Herstel van deze verbindingen vanuit het buitengebied richting de bebouwde omgeving heeft een hoge ecologische en beeldbepalende waarde. Ook willen wij de ecologische potenties verhogen door zones langs waterlopen en vijvers extensief te beheren.
Bomen zijn belangrijk. Zij vormen in belangrijke mate de structuur van de omgeving. Zij spelen een rol bij de begeleiding van het verkeer en hebben een belangrijk functie voor de natuur. Zij bieden nestgelegenheid aan vogels en vormen voor deze soorten ook een belangrijke voedselbron. Ook bieden zij een structuur voor de vliegroutes van vleermuizen. De gemeente Bergen streeft naar de instandhouding en ontwikkeling van een robuuste en duurzame bomenstructuur. Indien laan- en straatbomen verdwijnen door ziekte, storm of bouwplannen dan worden deze gecompenseerd. De basis voor het beleid is dat gezonde bomen niet worden gekapt. Soortkeuze van de bomen wordt bepaald door de locatie en de grondsoort. Inheemse soorten worden bij voorkeur gebruikt in de hoofdstructuur en in natuurzones. In het buurtgroen worden soorten toegepast met een hoge belevingswaarde. Door de klimaatverandering is het van belang soorten te gebruiken die klimaatbestendig zijn en weerstand tegen ziekten hebben. Monumentale bomen worden beschermd door deze te plaatsen op een monumentale bomenlijst 21
Welk openbaar groen is er? o o
o
en kaart. Deze geldt zowel voor gemeentebomen als particuliere bomen en voor deze bomen is een kapvergunning nodig. Aan deze kapvergunning zijn extra afwegingscriteria verbonden naast de criteria die gelden voor de generieke kapvergunning voor bomen met een doorsnede van 20 cm of meer. Op dit moment wordt deze lijst ontwikkeld.
4.5
Buurtgroen
Het groen in de buurten is van groot belang voor de identiteit van een wijk of straat. Voor inwoners is dit groen van groot belang en zorgt voor beleving en woongenot. Dit betekent dat wij streven naar gevarieerd groen met een hoge belevingswaarde. Deze beleving wordt gevormd door bloeiende bomen en struiken die in elk jaargetijde iets te bieden hebben. Ook bladkleur, bessen en vorm van bomen dragen bij tot een hogere belevingswaarde van het groen. Bij nieuwe aanplant worden de bewoners betrokken bij de soortkeuze. Nagestreefd wordt een duurzame beplanting waarbij gezorgd moet worden voor een goede inrichting en de juiste boom of plant op de juiste plaats. De gemeente ondersteunt initiatieven vanuit de buurt, zoals minder verstening van tuinen en de aanleg van pluk- en moestuinen. Bij dit laatste vraagt de continuïteit van het onderhoud door vrijwilligers onze aandacht. De aanleg van lokale moes- en pluktuinen sluit aan op de doelstelling in het Klimaatakkoord dat zich richt op vermindering van de CO2-voetafdruk door meer consumptie van groente en fruit en meer eiwitten op plantaardige basis.
22
4.6
Snippergroen
Regelmatig krijgt de gemeente vragen van burgers om gemeentelijk groen over te nemen. Het gaat hierbij voornamelijk om snippergroen dat in verband met grootte en ligging niet goed kan worden beheerd is door de gemeente. Een groot maatschappelijk belang, zoals nutsvoorzieningen, kan echter ook leiden tot verkoop van groen. Het is ‘verkoop’ en geen huur of beheer. Indien een verzoek wordt ingediend dat afwijkt van genoemd uitgangpunt dan wordt dit altijd integraal afgewogen door de verantwoordelijke afdeling(en). Om de beoordeling objectief te laten verlopen worden de volgende criteria gehanteerd. Groen wordt niet verkocht wanneer: •
• • • • •
Het onderdeel uitmaakt van de groenstructuur zoals aangegeven op de kaarten in bijlage 5 van dit groenbeleidsplan); Herinrichtingen te verwachten zijn; Kabels en leidingen aanwezig zijn; Uitgifte leidt tot niet beheerbare of versnippering van groenstroken; De naastgelegen grond geen eigendom is van de aanvrager; De kwaliteit van het groen in de gemeente wordt aangetast en het groen een functionele of visuele waarde heeft zoals onderstaand benoemd:
o
o o o o o o
Infrastructureel groen zoals zichthoeken en begeleiding langs wegen, fiets- en voetpaden. Parken, plantsoenen, speelterreinen en parkeerplaatsen. Het groen heeft hier een beschermende en aankledende functie. Vaak is het een buffer- of uitloopzone. Ecologische verbindingszones (inclusief stepping stones). Dit is groen dat door planten en dieren gebruikt wordt om van het ene geschikte leefgebied in het andere te komen. Het kan gaan om lijnen puntelementen (stapstenen). Het gaat ook om groen dat flora en fauna vanuit het buitengebied tot in de bebouwde kom kan laten doordringen. Openbaar groen dat grenst aan waterlopen/partijen. Langs waterlopen/partijen is het zaak het beheer en onderhoud van groen zelf in de hand te houden om een aantrekkelijk beeld te behouden en eventueel toekomstige omvorming tot natuurvriendelijke oevers of ecologische verbindingszone mogelijk te laten zijn. Waterlopen kunnen ook een recreatieve functie hebben zoals vissen. Openbaar groen dat belangrijk leefgebied is voor planten- of diersoorten. Groene bermen. Hieronder wordt verstaan grasbermen langs wegen, met of zonder boombeplanting. Openbaar groen waarin gemeentelijke bomen staan. Overig openbaar groen langs openbare wegen en paden, dat beeldbepalend is voor deze wegen en paden. Beeldbepalend groen in wijken: het gaat hier om groen dat voor een rustig, groen en eenvormig straatbeeld zorgt.
Openbaar groen waarin bijzondere landschapselementen zijn gelegen. Onder landschapselementen worden verstaan: groene elementen met een belangrijke beeld- en
o o o
4
sfeerbepalende uitstraling en/of van cultuurhistorische waarde (niet noodzakelijkerwijs op cultuurhistorische waardenkaart staand). Grasland of laag groen dat doorzicht biedt op het open polderlandschap. Openbaar groen met de bestemming bos, natuur of landgoed. Bosplantsoen, bosschages en structuurgroen.
4.7
Groot maatschappelijk belang
4.8
Een passief uitgiftebeleid
Van bovenstaande criteria wordt alleen afgeweken indien een groot maatschappelijk belang uitgifte van de grond noodzakelijk maakt. Het groen in Bergen draagt bij aan de leefbaarheid en sfeer van de woonomgeving. De gemeente vindt het dan ook belangrijk de huidige hoeveelheid groen in stand te houden. Daarom wordt bij de uitgifte van snippergroen een passief uitgiftebeleid gehanteerd. Dit betekent dat burgers zelf initiatief moeten nemen wanneer ze grond van de gemeente willen kopen.
4.9
5
5
Welk kwaliteitsniveau hebben we ?
34
Voorwaarden na verkoop van gemeentelijke gronden
Indien tot de verkoop van gemeentelijke gronden wordt overgegaan schrijft de gemeente Bergen de toekomstige koper enkele randvoorwaarden voor door middel van een kettingbeding. Zo dient een door de toekomstig grondeigenaar te plaatsen schutting te bestaan uit levend materiaal. Andere vormen zijn mogelijk op basis van het gemeentelijke bestemmingsplan (afwijkingsmogelijkheden) en in overleg met de gemeente. Met het voorschrijven van randvoorwaarden wordt de aantasting van het straatbeeld voorkomen.
4.10 Verkoop van gronden
De verkoopwaarde van gemeentelijke gronden is gelijk aan de waarde van bouwgrond. Deze verkoopwaarde wordt jaarlijks door de gemeente Bergen vastgesteld. Externe kosten bij de verkoop zoals notariskosten en kosten voor vastlegging bij het kadaster zijn voor rekening van de koper. 23
5.1
Bomen
Er wordt gestreefd naar een kwaliteitsgericht bomenbeheer om bomen tot volle wasdom te laten ontwikkelen. Duurzame bomen zijn bomen die gemiddeld ouder dan 100 jaar worden. Ziektegevoelige bomen vallen niet onder het begrip duurzaam. Een stedelijke omgeving is voor bomen verre van ideaal door haar slechte groeiomstandigheden en ruimtelijke inpassing. Verstening en onvoldoende groeiplaatsinrichting eisen hun tol en kan leiden tot opkomende boomwortels en bestrating, vooral trottoirs. Dit betekent dat bomen vaak niet tot volwassenheid kunnen komen. Ook worden in het buurtgroen boomsoorten toegepast die mooi bloeien maar een beperkte levensduur hebben zoals prunussoorten. Vanuit het bomenbeleidsplan zijn een aantal aandachtspunten geborgd, te weten: • Er is nu een goed beleidskader zoals het onderliggende plan en het Bomenbeleidsplan waardoor de inbreng vanuit de vakdiscipline voldoende is gewaarborgd. • Er wordt nu gewerkt volgens het Handboek Bomen. Hierin staan duidelijke afspraken en randvoorwaarden voor werkzaamheden in de buurt van bomen en eisen ten aanzien van ontwerp en inrichting. • Draagvlak voor boombeleid en beheer is vergroot door het betrekken van de bewoners bij nieuwe initiatieven. • Er zijn nu duidelijke regels opgenomen in dit beleidsplan voor het kappen van bomen vanwege overlast en toepassing van zonnepanelen.
• Interne en externe communicatie is in dit groenbeleidsplan en het bomenbeleidsplan een speerpunt. Op basis van dit plan en de toepassing van het Handboek bomen van het Norminstituut en daaruit vloeiende richtlijnen wordt gestreefd naar een beleid dat voldoende kaders en garanties biedt voor een duurzaam bomenbeleid. Dit betekent een goede inrichting van de plantlocatie en de juiste boom op de juiste plaats. Ook dient het groen bij ruimtelijke afwegingen de plaats te krijgen die het toekomt. Dit betekent dat bij nieuwbouw en
herinrichting het groen al in een vroeg stadium bij de planvorming betrokken moet worden. Bij herinrichting en nieuwbouw wordt gekeken naar de kwaliteit van het aanwezige groen. Streven is om waardevol groen te behouden en nieuw groen toe te voegen. Wij streven naar duidelijke kaders die handvatten bieden voor de medewerkers van de gemeente maar ook op heldere wijze met de bewoners worden gecommuniceerd. Op bedrijventerreinen wordt de aanleg van groen gestimuleerd. Het groen geeft aan een bedrijventerrein een belangrijke uitstraling en vertegenwoordigt op deze wijze ook een economisch belang. Daarnaast voorkomt het hittestress en kan het groen een functie hebben als verbindingszone. Bij herontwikkeling of het aanleggen van nieuwe terreinen liggen hier kansen voor vergroening.
5.2
Openbaar overig groen
Het openbaar groen heeft op dit moment ambitieniveau B volgens de kwaliteitscatalogus openbare ruimte (KOR). Dit niveau willen we blijven handhaven. Wel kan de kwaliteit van het groen verder verbeterd worden door het gebruik van beplanting die goed tegen droogte kan en het aanbrengen van bodembedekkers en vaste planten. Daarnaast is het gebruik van bosplantsoen (vogelbosjes) van belang voor vogels en wordt deze beplanting behouden. In centrumgebieden wordt ingezet op groen met hoge kwaliteit en met een mooie uitstraling. Dit kan door het gebruik van sierheesters en vaste planten. In de gemeente wordt door een extern bedrijf elk jaar gemonitord of de gewenste beeldkwaliteit (ambitie) gehaald is. In de tabel hieronder zijn de meetresultaten getoetst aan de ambitie. Dit betreft het jaar 2020.
25
45
Welk kwaliteitsniveau hebben we?
5
6
6
Hoe willen we dit bereiken?
6.1
Percentage scores per categorie
Als we de tabel in zijn geheel bekijken bestaat het grootste gedeelte uit scores die boven het ambitieniveau liggen. We kunnen hieruit afleiden dat de kwaliteit van de buitenruimte in Bergen uniform is en over het algemeen op een A en A+ niveau ligt. Het behoud van deze beeldkwaliteiten staat voorop. Aan de onderkant valt de score D op bij de bomen. Hier dient onze aandacht op te worden gericht. Het grootste deel van het groenonderhoud wordt uitgevoerd door de eigen groendienst. In principe worden alleen het extensieve-, het natuurtechnische maaibeheer en specialistische (onderhouds)werkzaamheden uitbesteed aan derden. De eigen dienst werkt niet op basis van beeldbestekken en het gewenste beeldniveau is ondersteunend bij het bepalen van het onderhoud.
26
Wat is de taak van de gemeente?
De gemeente heeft een belangrijke taak om het groene karakter van de gemeente in stand te houden. Zij heeft hiertoe drie middelen in handen namelijk wettelijke kader, beleidsuitgangspunten en uitvoeringsmaatregelen zoals beheer, onderhoud, inrichting en participatie.
6.2
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet voor de bescherming van natuurgebieden (Natura 2000), soorten (flora en fauna) en bossen. Bij beheer en ruimtelijke ingrepen in het openbaar groen moet rekening gehouden worden met de Wet natuurbescherming. Er mag geen schade of hinder optreden voor natuurgebieden en plant- en diersoorten. Voor ruimtelijke inrichting en beheer worden de werkzaamheden getoetst aan de Wet natuurbescherming. Voor het dagelijks onderhoud en ruimtelijke ontwikkelingen gaat worden gewerkt met de goedgekeurde gedragscode ‘soortbescherming voor gemeenten’ van Stadswerk (bijlage 4). Naast het werken volgens de gedragscode is bewustwording bij de eigen buitendienst van belang. Voor deze bewustwording en het gedragscodeproof werken in de openbare ruimte is de juiste kennis noodzakelijk. Voor de gemeente wordt uitgegaan van het opleiden van de opzichters en uitvoerende medewerkers. Uitvoerende medewerkers worden opgeleid voor “Wet natuurbescherming niveau 1 Bestendig Beheer”. Opzichters worden opgeleid voor niveau 2. Niveau 1: Tijdens het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, is het noodzakelijk om alle risico’s te kennen van de handelingen voor (beschermde) flora en fauna. Het is noodzakelijk te weten wanneer er in een risicovolle situatie gewerkt wordt en hoe schade aan flora en fauna voorkomen en beperkt wordt.
Niveau 2: Voor niveau 2 Bestendig Beheer leert de opzichter of uitvoerder elke onderhoudsmaatregel te managen conform de regels van de Wet Natuurbescherming. Dit wordt aantoonbaar zorgvuldig handelen genoemd.
27
Niveau 3: Beheerders die verantwoordelijk zijn voor het aansturen van medewerkers of externe krijgen te maken met de regels uit de Wet natuurbescherming. Met niveau 3 kunnen de regels toegepast worden op planvorming, contracten, werkprocessen en plan van aanpak.
Zorgplicht bomen
Volgens het Burgerlijk Wetboek hebben gemeenten een zorgplicht voor hun bomenbestand. In het dagelijks onderhoud betekent dit onderhoud afgestemd per boom en een regelmatige controle van alle bomen. Bij verhoogde zorgplicht wordt extra aandacht gegeven aan bomen in verband met eerder geconstateerde gebreken.
Boomveiligheidscontrole
De straat- en laanbomen van de gemeente Bergen worden één keer per drie jaar gekeurd op veiligheid, de zogenaamde boomveiligheidscontrole conform Handboek bomen 2018. Hierbij wordt op basis van de keuring beslist welke maatregel noodzakelijk is. Bomen aangemerkt als attentiebomen worden jaarlijks gecontroleerd.
6.3
Beleidsuitgangspunten
De gemeente heeft een zorgplicht met betrekking tot het behoud en verbetering van het stadsen straatbeeld door middel van hoogwaardig openbaar groen. De aanwezigheid van bomen en ander groen geeft een beeldbepalend karakter aan de dorpskernen. Bomen hebben een belangrijke functie voor het milieu. Het gaat hierbij om regulering van de temperatuur, vermindering van fijnstof en bron van insectenleven. Insecten zijn van belang als voedselbron voor vogels en voor het tegengaan van ziekten en plagen. Door uitvoering te geven aan het bomenbeleid zorgt de gemeente voor een goede kwaliteit en kwantiteit van de bomen en daarmee een groene aanblik van de leefomgeving. Dit zijn belangrijke speerpunten in het beleid. Om dit te bereiken investeert de gemeente in nieuw en bestaand groen, onder andere door bomen te planten en te onderhouden.
29
6
Hoe willen we dit bereiken?
Beleidsuitgangspunten bomen (bron bomenbeleidsplan 2015-2024)
In het kort worden hier de doelstellingen van het huidige bomenbeleidsplan aangegeven: De gemeente beheert haar bomen zorgvuldig en dit betekent het volgende: • In principe worden geen gezonde bomen verwijderd, ook niet vanwege overlast. Voor beeldbepalende bomen of een bomenrij geldt dat deze bomen slechts in bijzondere gevallen gekapt, rigoureus gesnoeid dan wel op andere wijze aangetast mogen worden. Het uitgangspunt is dat snoeien plaatsvindt conform het Handboek bomen. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat bomen niet worden getopt bij vrij uitgroeiende bomen. De vorm van de bomen wordt bepaald door autonome groei die niet wordt belemmerd door intensieve snoei zoals toppen. Er kunnen zich echter bijzondere redenen voordoen waarbij van deze stelregel wordt afgeweken. Hierbij dient gedacht te worden aan situaties, die een gevaar kunnen vormen voor de omgeving of die schade aan onroerend goed kunnen veroorzaken. • Lanen blijven bestaan uit inheemse soorten of cultuurvariëteiten hiervan en vormen de groene ruggengraat van het stedelijk gebied. • Monumentale bomen krijgen extra aandacht en bescherming. • Bewoners hebben inspraak bij vervanging of nieuwe aanplant van de bomen in hun 30
• • •
straat. Monumentale bomen en bomen met een diameter vanaf 20 cm worden beschermd in de APV. Bewoners en toeristen krijgen informatie over ons bomenbestand. Werken rondom bomen volgens Handboek bomen.
Gezien bovenstaande wordt pas overgegaan tot het verwijderen van bomen na zorgvuldige afweging en in bepaalde situaties. Voor de verwijderde bomen worden nieuwe exemplaren geplant in de buurt of op een andere locatie in de gemeente. Tot het verwijderen van bomen wordt overgegaan in de volgende situaties: • In acute situaties als de veiligheid in gedrang is, bijvoorbeeld bij stormschade; • Uit de BVC-inspectie is gebleken dat de boom onstabiel is geworden en dientengevolge moet worden verwijderd omdat de veiligheid in gedrang komt; • Het dunnen van bomen om andere bomen meer leefruimte te geven om het eindbeeld (streefbeeld) te bereiken, gebaseerd op het beheerplan en uitvoeringsplannen; • Het verwijderen van dode bomen (inboet) en nieuwe aanplant; • Indien de boom gevaar oplevert en ernstige overlast veroorzaakt en andere middelen niet helpen.
Naast de punten uit het bomenbeleidsplan zijn een aantal extra uitgangspunten benoemd: • Het in stand houden van het huidige boomareaal met 17.400 bomen als absolute ondergrens en daar waar mogelijk het areaal te vergroten en te versterken met in acht name van de toename van het bomen-areaal met 1% per jaar; • Er wordt onderscheid gemaakt in hoofd-, wijk-, buurtontsluiting-, buitenwegenstructuur en woongroen; • Bij nieuwbouwplannen en herinrichtingen uitgaan van de ambitie: “Kiezen voor bomen is kiezen voor beheerbare bomen die de mogelijkheid krijgen om oud te worden”. Soms is het verwijderen of verplanten onontkoombaar. Dan wordt gecompenseerd met meerdere nieuwe bomen.
Geen kap gezonde bomen
Uitgangspunt is dat er in principe geen gezonde bomen worden verwijderd. Ook niet vanwege overlast. Een boom kan pas worden verwijderd op basis van een gedegen onderzoek naar soort en mate van overlast, de mogelijkheden om de overlast te verminderen, de plaats en de status van de boom en de stedenbouwkundige opzet van de straat/ wijk. Uitgangspunt is om de getaxeerde waarde van de te kappen bomen als uitgangspunt te nemen voor deze herplant indien het monumentale en bijzondere bomen betreft. Daarnaast dient voor alle bomen een boom-effectanalyse plaats te vinden. Deze geeft inzicht in de conditie van de te kappen bomen. Bij gemeentelijke en particuliere plannen wordt op deze wijze een objectieve maatstaf gebruikt om de herplant te realiseren. Indien herplant op de locatie niet of deels mogelijk is dan moet het gehele bedrag of restant in een Groenfonds worden gestort. Hierdoor wordt het mogelijk om op een andere locatie deze herplant te realiseren. Daarnaast kan het noodzakelijk zijn om bomen te verplaatsen. Deze kunnen dan gestald worden bij de Nationale Bomenbank en daarna op een geschikte locatie worden herplant. Gezien de
6
6
Hoe willen we dit bereiken?
kosten is dit alleen mogelijk bij zeer waardevolle bomen. De boomveiligheidscontroleur verricht het onderzoek en stelt een rapport op met eindoordeel. Het eindoordeel wordt als advies voorgelegd aan het college van B&W of gemandateerd beheerder, op basis waarvan een besluit wordt genomen.
•
vervanging op basis einde levensduurverwachting. De ervaring leert dat ongeveer 1% van de bestaande bomen elk jaar vervangen moet worden, dus circa 175 bomen. Overgang naar duurzaam- en kwaliteitsgestuurd beheer
Openbaar groen
Uit het voorgaande vloeit voort dat de gemeente géén bomen kapt of (intensief ) snoeit vanwege bladverlies van de boom en mogelijk bijbehorende gootverstopping, wortelgroei, belemmering zonlicht en de seizoensmatige aanwezigheid van vogels, rupsen, luizen en andere insecten. Een verzoek hierop gericht zal niet gehonoreerd worden.
Handboek en het Handboek is een onderdeel van het beleid. Deze dienen ook te worden opgenomen in het HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte) of vergelijkbaar document. Bij inrichting moeten de voorwaarden zoals deze in het Handboek genoemd worden technisch haalbaar zijn. Voorbeelden zijn onvoldoende ruimte zoals smalle straten en trottoirs, nabijgelegen bomen en ondergrondse leidingen.
Zonnepanelen
Het plaatsen van zonnepanelen valt ook niet onder bovengenoemde redenen. De gemeente stimuleert verduurzaming waaronder het aanbrengen van zonnepanelen op daken. Bomen hebben echter, zoals boven beschreven, een belangrijke rol voor de leefomgeving en het milieu. In afweging stelt de gemeente vast dat het kappen en snoeien van bomen geen oplossing is om een betere duurzaamheid van de leefomgeving te bereiken. Een verzoek tot kappen of snoeien van bomen ten behoeve van zonnepanelen zal om deze reden geweigerd worden.
Vier bomenposters zijn ontwikkeld om voorgaande te verduidelijken. Zie bijlage 1.
Verbindingszones
Uitgangspunt is dat verbindingszones in stand worden gehouden en, indien mogelijk, worden hersteld. Bij nieuwbouw betekent dit dat bestaande karakteristieke houtwallen en of bomenrijen in het ontwerp worden meegenomen. Dit betekent natuur-inclusief bouwen. Ook kunnen in situaties waarbij de weg of openbare ruimte te smal is om bomen of hagen te planten deze op particuliere gronden worden aangebracht. Door opname van een kettingbeding bij verkoop dient dit groen te worden gehandhaafd.
Herinrichting
Bij herinrichting van straten en van het openbare gebied, en/of bij vervanging riolering, wordt rekening gehouden met de afzonderlijke belangen van de elementen in de openbare ruimte. Soms is het noodzakelijk om gezonde bomen te verwijderen vanwege bijvoorbeeld de aanleg van riolering of uit het oogpunt van het behoud van cultuurhistorische waarden. Het college beslist op basis van een onderbouwde afweging en informeert voorafgaand over de uitvoering.
Ontwikkeling natuurwaardenkaart
De gemeente Bergen draagt op tal van momenten zorg voor de natuur op haar grondgebied. De Wet natuurbescherming stelt allerlei eisen waaraan moet worden voldaan bij beheer en bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het is van belang dat
Basis voor werken met en rondom bomen is het Handboek Bomen van het norminstituut bomen. De gemeente Bergen heeft een licentie voor het 31
32
er een onderlegger met de relevante gegevens beschikbaar is. Een gelaagde natuurwaardenkaart is een krachtig instrument om gegevens beschikbaar te hebben op het moment dat dit nodig is. Een natuurwaardenkaart is in de basis de natuurstructuurkaart met een overzicht van de belangrijkste natuurwaarden. De kaart is continu in ontwikkeling en alle gegevens van natuuronderzoeken worden in de kaart verwerkt. Ook het monitoren op doelsoorten wordt opgenomen in de natuurwaardenkaart en zo is inzichtelijk hoe de natuurontwikkeling verloopt. Het streven is een natuurwaardenkaart te ontwikkelen die te raadplegen is voor beheer en nieuwe ontwikkelingen.
6.4
Uitvoeringsmaatregelen: beheer en onderhoud aansluiten op ambities
De gemeente voert beheer en onderhoud uit op bomen en overig groen. Om de genoemde ambities uit te voeren worden een aantal maatregelen en actiepunten voorgesteld.
Beheer en onderhoud Bomen
De speerpunten zoals deze zijn neergelegd in het Bomenbeleidsplan 2015-2024 zijn de volgende: • Wegwerken van het achterstallig onderhoud. • Het vervangen van bomen die op basis van BVC in aanmerking komen voor
De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018 (KOR) geeft de beeldkwaliteit van het groen aan en beschrijft onderhoudsniveaus voor objecten in de openbare ruimte. Per object gelden één of meer kwaliteitscriteria. Voor elk kwaliteitscriterium is een beeldmeetlat samengesteld waar met foto’s, beschrijvingen en eisen het onderhoudsniveau meetbaar is gemaakt. De gemeente hanteert kwaliteitsniveau B voor het openbaar groen. Voor een aantal voorbeelden van beeldmeetlatten zie bijlage 2.
Inrichting openbare ruimte
Bij de inrichting van de openbare ruimte worden de projectplannen getoetst aan de beschreven ambities. Deze inrichting moet integraal plaatsvinden en gedragen worden door de gehele organisatie.