CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept nota omgevingskwaliteit Bergen.pdf

Informatie en Presentatie bijeenkomsten 22 september 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 2: Actualisatie nota omgevingskwaliteit18.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

91

3. SPECIFIEKE BOUWPLANNEN In dit hoofdstuk zijn criteria opgenomen voor situaties die zo specifiek zijn dat daarvoor een eigen uitwerking met criteria nodig is.

3.1. Algemeen Voor (ver)bouw van stolpboerderijen is een uitwerking gemaakt met criteria die specifiek gericht zijn op de aard en functie van het gebouw en omgeving. Bouwplannen worden altijd aan de commissie voorgelegd, die bij de beoordeling de criteria interpreteert in het licht van het concrete bouwplan in relatie tot het gehele gebouw.

3.2. Stolpboerderijen In de gemeente Bergen komen veel stolpboerderijen voor: in het buitengebied, langs historische linten en in de dorpskernen. Sommige stolpen zijn aangewezen als monument, veel stolpboerderijen ook niet. Stolpboerderijen zijn verbonden aan de agrarische geschiedenis en daarom van grote cultuurhistorische waarde. Stolpen zijn door hun opvallende piramidedak de beeldbepalende identiteitsdragers van het Noord-Hollandse open landschap en het dorpsbeeld. De stolp als boerderijtype ontstond vanaf de 16de eeuw als agrarisch gebouw en heeft als gebouwtype door de eeuwen heen een evolutie doorgemaakt. Ook in de 21ste eeuw worden nieuwe stolpen gebouwd, maar (vrijwel) nooit als agrarisch gebouw. De stolp wordt gekenmerkt door een vierkante of rechthoekige plattegrond, één bouwlaag en het grote piramidevormige dak, dat gedragen wordt door een zogenaamde vierkantconstructie waarbinnen ook de hooiopslag (de tas) plaatsvindt, c.q. vond. Rondom de tas liggen doorgaans alle bedrijfs- en woonfuncties gegroepeerd, zoals het woongedeelte, de stallen en de dars. De darsdeur (grote schuurdeur naar de dars) is aangebracht binnen het volume, waardoor een verhoging in de daklijn ontstaat. De naar de straat gekeerde gevel is het representatieve gedeelte dat als woonhuis gebruikt wordt.

De andere gevels zijn ondergeschikt, hebben vaak kleinere (stal)vensters) en behoren vanouds tot het bedrijfsgedeelte. Het dak is bedekt met dakpannen of met riet, of een combinatie hiervan. Soms heeft het dak een ‘spiegel’, wanneer ter plaatse van het voordakvlak het riet als decoratieve uitsparing is weggelaten, en is ingevuld met dakpannen. Soms is op het voordakvlak een representatieve topgevel of schoorsteen aangebracht. Uitbouwen, ook van het woonhuis, komen vaak voor. Op dit punt vertoont de stolp veel variatie. Ook in ornamentiek en de vorm van de ramen en topgevels variëren stolpen onderling.

92

Stolpboerderij aan de Heereweg in Schoorl.

93

Inzet van het beleid is het behoud van de structuur en de hoofdkarakteristieken van het gebouw. Onder de hoofdkarakteristieken wordt in ieder geval verstaan de hoofdvorm, het representatieve verschil tussen het woonhuisgedeelte en de stallen/tas en die elementen die verwijzen naar de agrarische geschiedenis van het bouwwerk, zoals de deeldeur en stal/deelvensters. Ook de inrichting van het erf en het behoud van de solitaire positie van de stolp in de omgeving is belangrijk. Erfinrichting, hoofdmassa en opbouw - Eventuele schuren, stallen of bijgebouwen worden zo ver mogelijk van de stolpboerderij, aan de achterkant van het erf geplaatst en in ieder geval achter de voorgevelrooilijn. - De hoofdvorm bestaat uit één bouwlaag met een piramidevormig dak. - De maat van de plattegrond is karakteristiek en varieert van klein (12 bij 12 meter) tot groot (20 bij 20 meter). - De dakhelling is minimaal 45 graden. - Grote ingrepen zijn zoveel mogelijk aan één zijde geconcentreerd, bij voorkeur aan de achterzijde. - Behouden van kenmerkend onderscheid tussen het open muurwerk en het gesloten massieve dak. - Een dakkapel alleen op de voorgevel, in de stijl van de stolp, ondergeschikt en gecentreerd geplaatst. - Dakramen alleen op zij- en achterdakvlak en verzonken in het dakvlak waarbij de maat in verhouding staat tot het oppervlak van de kap en overige reeds aanwezige elementen daarin.

- Vlakke dakramen hebben een staande diagonaal en zijn op een rij geplaatst. (geen strookramen). Kleine raampjes mogen verspreid in de kap liggen. - Geen zonnepanelen en -collectoren aan de voor- en zijkant. - Loggia’s alleen aan de achterkant. Detaillering, materiaal en kleurgebruik - Geen stijlkenmerken die duiden op een oudere bouwperiode dan waarvan in werkelijkheid sprake is. - Gevels hebben een subtiel reliëf door neggen, kozijnhout, dorpels, etc. De vorm van de ramen is een diepliggend smal vlak met donkergetint glas. - De voorgevel heeft een rijker karakter dan zij- en achtergevel. - Bij restauratie/verbouwing sluiten materialen zoveel mogelijk aan bij de oorspronkelijke authentieke gevelkenmerken en materialen (hout, betimmeringen, deuren, ramen, kozijnen, voegspecie als voor gevelstenen).

94

-

-

-

Het hoofdmateriaal van de gevel is rode baksteen, met oranje of gele bakstenen voor de details, al dan niet in combinatie met houten delen; andere materialen zijn hieraan ondergeschikt en de dakbedekking bestaat uit dakpannen. Riet op het dak alleen als bijvoorbeeld uit foto’s blijkt dat oorspronkelijk ook riet was toegepast. Niet toegestaan zijn: wit/grijze betonsteen/kalkzandsteen, beton, kunststof of aluminium beplating, kunststof kozijnen en deuren, rolluiken, spiegelend glas en vlakke plaatdeuren. Geen signaalkleuren. Extra aandacht is vereist voor: voordeuren, garagedeuren, gootbakken, boeiboorden, windveren, dakkapellen, kozijnen, hekwerk.

Stolpboerderij aan de rand van het buitengebied bij Bergen Binnen

95

4. GROTE BOUWPLANNEN Dit hoofdstuk vormt de basis voor beoordeling van alle grotere nieuwbouwplannen. Bijvoorbeeld een nieuwe woning of bedrijfspand of een grootschalige herbestemming of reconstructie van een geheel bouwblok.

4.1. Algemeen Uitgangspunt is om grotere bouwplannen zó vorm te geven dat ze aansluiten op de bestaande gebiedskwaliteiten en rekening wordt gehouden met de gestelde ambities. De omgeving in gemeente Bergen is echter niet onveranderbaar. Veranderingen bieden juist kansen en mogelijkheden om nieuwe kwaliteiten toe te voegen. In deze gevallen kan er behoefte ontstaan om af te wijken van de gebiedskenmerken en de criteria (zie paragraaf 1.3).

4.2. Gebiedsgericht beleid Voor de gemeente Bergen zijn de volgende gebiedstypen te onderscheiden (klik hier voor de overzichtskaart): -

(Historische) dorpskernen Lintstructuren Woongebieden Bedrijventerreinen Sport- en recreatieterreinen Buitengebied o Strand o Jonge duinen o Strandwallen en -vlakten o Droogmakerijen

Beoordeling van nieuwbouwplannen vindt altijd plaats in combinatie met de gebiedsgerichte beschrijvingen, kernkwaliteiten en ambities zoals opgenomen in deel A hoofdstuk 3. De regieniveaus bepalen vooral de mate aan toepassing van de criteria. Bij gebieden met een basis regieniveau zal de nadruk van de beoordeling liggen op de ruimtelijke hoofdaspecten (bijv. siteringen en hoofvorm) en bij gebieden met een bijzonder welstandsniveau ook op basis van detailaspecten (bijv. gevelopbouw, kleur- en materiaalgebruik).

96

Voor bepaalde ontwikkelingen zijn beeldkwaliteitplannen of andere aanvullende uitwerkingen van toepassing (zie hoofdstuk 5). Het bestemmingsplan (of omgevingsplan) treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft gebruik, situering en maximale afmetingen.

4.3. Beoordelingscriteria De criteria zijn van toepassing bij grotere bouwplannen die passen binnen de aanwezige architectonische, stedenbouwkundige of landschappelijke context. Situering - Het bouwwerk levert een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij kunnen hogere eisen worden gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. - De plint van het gebouw aan de openbare weg voegt zich weloverwogen naar de sfeer van de openbare ruimte. - Het bouwwerk past in of respecteert: o de aanwezige karakteristiek van de bestaande omgeving (stedenbouwkundige context, zoals straatwand, open/gesloten bebouwing, hoeksituatie e.d.); o de toekomstige omgeving (stedenbouwkundige visie, vastgesteld beeldkwaliteitplan, reeds goedgekeurde belendingen); o de aanwezige architectuur zoals beschreven in bijlage 1.

Een bouwwerk past in of respecteert de aanwezige stedenbouwkundige karakteristiek van de bestaande omgeving.

Variatie en verbijzonderheden zijn mogelijk als daarvoor een stedenbouwkundige aanleiding is.

De hoofdvorm past qua hoogte en opbouw in de structuur van de directe bebouwde omgeving en landschap.

97

-

-

Variatie en verbijzonderheden buiten de bandbreedte van afwijkingen is mogelijk als daarvoor een stedenbouwkundige aanleiding is. Voorbeelden daarvan zijn hoeken, de kop van een T-kruising of andere bijzondere zichtlijnen. De specifieke terreinomstandigheden zijn waar mogelijk benut (denk aan: helling van het terrein, speciale locatie, ligging in het landschap).

Hoofdvorm - Het bouwwerk past qua hoogte en opbouw in de structuur van de directe bebouwde omgeving en het landschap. - Een grotere hoofdvorm is mogelijk op plekken waar een stedenbouwkundig accent gewenst is en/of als er sprake is van een bijzondere publieke functie, zoals een kerk, school en theater. - De bouwmassa's zijn harmonieus van vorm, afmetingen en verhoudingen en ze vertonen duidelijk samenhang en richting. - De massaopbouw is afgestemd op de structuur van de plattegronden of maakt zich daar juist weloverwogen vanuit een ontwerpgedachte van los. Daken - De dakvorm past bij het ontwerp en sluiten aan bij de gekozen (richting van de) plattegrond(en). - De dakhelling en het dakvlak staan in goede verhouding tot de gevels. - De vorm, afmetingen en verhoudingen van toevoegingen aan het dak (zoals dakkapellen, -ramen, loggia’s etc.) hebben een relatie met en zijn ondergeschikt aan het dakvlak en de totale bouwmassa. - De aansluiting op de gevel is zorgvuldig vormgegeven.

Toevoegingen aan het dak zijn ondergeschikt en respecteren de dakvorm.

98

Een grotere hoofdvorm is mogelijk op plekken waar een stedenbouwkundig accent gewenst is en/of als er sprake is van een bijzondere publieke functie, zoals een kerk, school en theater.

Gevel - Er is structuur en samenhang in het gevelbeeld m.b.t. de vorm, afmetingen en verhoudingen van de gevelelementen, zonder dat de aantrekkingskracht van het bouwplan verloren gaat door simpelheid of een te veel aan gelijkvormigheid. - Het uiterlijk van een gebouw heeft een relatie met het gebruik en de wijze waarop het gemaakt is. - Bij renovatie is de oorspronkelijke stijl, gevelopbouw en -indeling behouden. - Bij splitsing is de architectonische eenheid van het pand behouden. - Bij samenvoeging is de individualiteit van de panden behouden. - Er is geen sprake van gesloten zijgevels grenzend aan het openbaar gebied. - Eventuele gevelreclame is een passend onderdeel van de totale gevelcompositie, ingetogen en ondergeschikt en passend bij de architectuur van het hoofdgebouw. Detaillering - Het bouwwerk is zo ontworpen dat sprake is van detailleringen die consequent zijn toegepast en die passen bij de (gekozen) architectuurstijl. - Bij renovatie en verbouw is de aanwezige fijne en ambachtelijke onderdelen en kenmerkende ornamentiek als overstekken, dak- en gevellijsten, pilasters en luiken behouden.

Er is structuur en samenhang in het gevelbeeld zonder dat de aantrekkingskracht van het bouwplan verloren gaat.

Bij renovatie en verbouw is de aanwezige kenmerkende detaillering behouden.

Gevelreclame is een passend onderdeel van de totale gevelcompositie passend bij de architectuur.

99

100

Eigentijdse villa ontworpen in relatie tot de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4756/documents/35139