CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept beleidskader Iedereen doet mee raden.pdf

Informatie en Presentatie bijeenkomsten 28 september 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 1: Agenda RIA BUCH8.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Iedereen doet mee! Integraal beleidskader sociaal domein 2023 t/m 2026 Bergen, Uitgeest, Castricum, Heiloo Conceptversie september 2022

1

Inhoud Voorwoord .............................................................................................................................................. 3 1. Inleiding............................................................................................................................................... 4 1.1 Waarom een nieuw beleidskader? ............................................................................................... 4 1.2 Kernboodschap ............................................................................................................................. 5 1.3 Welke ontwikkelingen zijn van invloed op de opgave? ................................................................ 5 1.4 Hoe kwam het integraal beleidskader tot stand? ......................................................................... 6 2. Waar werken we aan? ........................................................................................................................ 7 2.1. Een nieuw wenkend perspectief ................................................................................................. 7 2.2

Strategische koers: vier pijlers ................................................................................................ 8

2.3

Bestuurlijke prioriteiten .......................................................................................................... 9

3. Hoofdopgave 1: Verstevigen sociale basis ........................................................................................ 11 3.1 Inleiding....................................................................................................................................... 11 3.2

Hoofddoelstelling verstevigen sociale basis ......................................................................... 11

3.3 Voor wie is de sociale basis belangrijk? ...................................................................................... 13 3.4

Wie bouwen aan een stevige sociale basis? ......................................................................... 14

3.5 Uitvoering stevige sociale basis .................................................................................................. 15 4. Hoofdopgave 2: Zorgdragen voor de juiste hulp en passende ondersteuning ................................ 16 4.1 Inleiding....................................................................................................................................... 16 4.2 Hoofddoelstelling de juiste hulp en passende ondersteuning .................................................. 17 4.3 De opgave voor jeugd en onderwijs de komende jaren ............................................................. 18 4.4 De opgave voor volwassenen de komende jaren ....................................................................... 19 4.5 Wie bouwen aan de juiste hulp en passende ondersteuning? ................................................... 20 5. Sturing op het sociaal domein .......................................................................................................... 22 5.1 Gebiedsgerichte uitvoering ......................................................................................................... 22 5.2 Borgen van beheersmaatregelen en ombuigen naar bestuurlijke KPI’s ....................................

22 5.3 Investeren in een stevige sociale basis ....................................................................................... 22 5.4 Door ontwikkelen dashboards Wmo en jeugd en sturingsinformatie........................................ 23 5.5 Businesscases preventief werken ............................................................................................... 23 5.6 Een professionaliseringsslag in opdrachtgeverschap en inkoop in subsidierelatie. ................... 23

2

Voorwoord

Saskia

Saskia van 16 loopt op verschillende vlakken helemaal vast. Ze woont momenteel niet bij haar ouders maar bij haar oom en tante. Saskia kan heel goed leren en is slim. Met name op het sociale vlak zijn er problemen zowel bij tante thuis als met leeftijdgenoten. Zij doet geen activiteiten buitenshuis zoals sporten of andere creatieve activiteiten. Er lopen ook verschillende onderzoeken omdat er een vermoeden is van een stoornis in het autistisch spectrum. Eigenlijk wil zij geen hulp, maar komt wel met een hulpvraag.

De jongerenwerker gaf aan dat hij deze jongere wel wil begeleiden. Met de jongerenwerker is een vertrouwensband ontstaan en Saskia wil graag als vrijwilliger aan de slag bij het jongerenwerk. Ze heeft nu veel contacten met leeftijdsgenoten en het erg naar haar zin. Langzamerhand gaat het beter met haar. Ze denkt er nu ook aan om te gaan sporten.

In de BUCH gemeenten wonen meer mensen zoals Saskia. Voor hen is er de sociale basis: het breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen buurt of wijk, om zelfredzaam te zijn, talenten te ontwikkelen en mee te doen. De sociale basis is het fundament dat hulp en ondersteuning biedt en stabiliteit geeft. Een fundament dat we samen met de inwoners , ondernemers en (maatschappelijke) partners vormgeven. Indien er toch zwaardere of specialistischere hulp nodig is die mensen zelf niet kunnen regelen, brengt het sociaal team samen met de inwoner in beeld wat er nodig is en welke hulp daarbij het beste past. Ook helpt het sociaal team waar nodig bij het organiseren van deze hulp. Daarmee dragen we gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het leveren van de meest passende ondersteuning en hulp, nabij en herkenbaar: Inwoners zelf, de partners binnen de sociale basis, overige partners in de wijk als bibliotheken, huisartsen en scholen, het sociaal team en aanbieders van jeugdhulp en Wmo voorzieningen Wethouders BUCH sociaal domein

3

1. Inleiding 1.1 Waarom een nieuw beleidskader? Een nieuw beleidskader is nodig omdat het laatste kader, dat een aantal malen is verlengd en dateert uit 2018, is verlopen. Sinds de decentralisaties van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet en de Participatiewet in 2015 naar de gemeenten is er veel veranderd. De afgelopen jaren kwamen er extra taken bij en is de complexiteit en de vraag naar hulp en ondersteuning in het sociaal domein toegenomen. Was in 2015 de betaalbaarheid van het sociaal domein nog amper een vraagstuk, nu is het voor gemeenten een belangrijke uitdaging. Met name maatschappelijke en demografische ontwikkelingen (zie bijlage 1) en de kwaliteit en betaalbaarheid van de hulp en ondersteuning geven aanleiding tot een herijking van de koers in een nieuw beleidskader. Herijking koers In voorliggend beleidskader “Iedereen doet mee 2023 t/m 2026” van de BUCH-gemeenten, herijken we de visie en de koers van het vorige integraal beleidskader sociaal domein 2016-2018. Dit laatste om houvast en richting te bieden in het aanvliegen van de toekomstige opgaven. Door de komende jaren in te zetten op een stevige sociale basis, wordt de behoefte aan zwaardere hulp of ondersteuning zoveel als mogelijk voorkomen. Onze inwoners staan hierbij centraal en we blijven aansluiten bij hun leefwereld en omgeving.

Het kabinet heeft 1een visie op de toekomst van de Wmo en een stelselhervorming op de Jeugdzorg geformuleerd, waar men de komende jaren op wil inzetten. De beweging die binnen de BUCH sociaal domein breed is ingezet, sluit goed aan op de visie van het Rijk. Kern van deze visie is: 1. 2. 3. 4. 5.

Focus op (herstel van) zelf-en samenredzaamheid Focus op passende ondersteuning Meer aandacht voor de preventieve positie van de Wmo in het zorgstelsel Decentrale uitvoering, tenzij… Vanuit één overheid werken aan passende ondersteuning en hulp

Samen met de VNG en gemeenten wordt dit de komende jaren verder uitgewerkt en er op ingezet om de sociale basis verder te versterken, de hervormingen in de Wmo en jeugdagenda uit te voeren en de sturingsinformatie te verbeteren. Hoe de BUCH gemeenten aansluiten op deze uitwerking wordt in dit beleidskader op hoofdlijnen uitgewerkt. Voorliggend beleidskader is een inhoudelijk kader voor vier jaar. De financiële vertaling van het kader vindt plaats binnen de Planning en Control cyclus gekoppeld aan de prioriteiten van de colleges en in de uitvoering op niveau van het gebied.

1

Hoofdlijnenbrief toekomst Wmo, staatssecretaris VWS, maart 2022 en Hervormingsagenda jeugd mei 2022 (Kamerbrief hoofdlijnen toekomst Wmo | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl / (https://vng.nl/artikelen/hervormingsagenda-jeugd)

4

1.2 Kernboodschap Voor dit beleidskader is er één gezamenlijke kernboodschap die we de komende jaren voor alle vier BUCH gemeenten uitdragen. De kernboodschap luidt als volgt:

Iedereen in onze gemeente hoort erbij! Daarom is het belangrijk dat je mee kunt doen in je eigen omgeving, dat je iets kunt doen voor een ander en dat je hulp en ondersteuning krijgt als dat nodig is. Meestal kun je dat zelf of met hulp van vrienden, familie of vrijwilligers. Als dat niet (meer) lukt, dan is de gemeente er voor u om met u mee te denken of u de weg te wijzen.

Meedoen stimuleren we met name door in te zetten op een stevige sociale basis en door het bieden van de juiste hulp en ondersteuning. Onder sociale basis verstaan we alle activiteiten en ondersteuning voor inwoners die hen helpen om zelfredzaam te zijn, talenten te ontwikkelen, kansen te pakken en mee te doen in hun eigen omgeving. Georganiseerd door maatschappelijke partners en inwoners zelf. De sociale basis is er voor alle inwoners; jong, oud, kansarm en kansrijk. Zij omvat van alles: van samen wandelen of een spelinloop tot een Alzheimer café, taalmaatjes om beter Nederlands te leren tot trainingen voor vrijwilligers, kunst door de brievenbus. De sociale basis is onmisbaar voor gezonde dorpen. Zij vergroot de burgerkracht, zorgt dat inwoners mee kunnen doen en voorkomt dat inwoners met een kleine zorg-of ondersteuningsvraag in een zwaar traject terechtkomen. Er gebeurt al veel in de BUCH gemeenten, de dorpen kennen een rijk verenigingsleven, mensen kijken naar elkaar om door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk te doen en er zijn al veel activiteiten gericht op ontmoeting. De BUCH gemeenten zetten dan ook samen met inwoners en netwerkpartners in op het verder verstevigen van de sociale basis, dichtbij huis, passend bij onze kernboodschap. Als er wel individuele zorg of zwaardere ondersteuning nodig is deze adequaat en passend.

Het sociaal team helpt in het wijzen van de weg naar de juiste hulp en passende steun, collectief en laagdrempelig waar kan, individueel en specialistisch waar nodig.

1.3 Welke ontwikkelingen zijn van invloed op de opgave? Deze bestuursperiode ligt de focus op het verstevigen van de sociale basis en het bieden van de juiste hulp en passende ondersteuning. Deze twee hoofdopgaven worden in dit kader verder beschreven maar zijn echter niet volledig controleerbaar. Er zijn verschillende externe ontwikkelingen die hierbij van invloed zijn:  Ambulantisering en extramuralisering: Inwoners van de BUCH gemeenten blijven langer zelfstandig thuis wonen en ontvangen zorg en ondersteuning in de eigen omgeving.  Demografische ontwikkelingen: de dorpen vergrijzen en de levensverwachting stijgt.  Toenemende inflatie en energiecrisis heeft impact op koopkracht, de groep mensen met financiële problemen neemt toe in omvang en diversiteit.  Het verschil in gezondheid tussen groepen mensen groeit, er is meer eenzaamheid en een groeiende kloof tussen arm en rijk.  De samenleving wordt complexer: steeds meer inwoners hebben moeite om mee te doen, bijvoorbeeld omdat ze een taalachterstand hebben of digitaal niet vaardig zijn.  Veranderingen zijn merkbaar ten gevolge van de schaarste op de woningmarkt en een steeds krapper wordende arbeidsmarkt.  De komst van vluchtelingen naar gemeenten en het regelen van opvang.

5

1.4 Hoe kwam het integraal beleidskader tot stand? In dit kader is de opbrengst van de gesprekken en afstemming met gemeenteraden, vakinhoudelijke wethouders, adviesraden, welzijnsorganisaties, scholen, woningbouwcorporatie, diverse platforms, sport- en cultuurraden in de BUCH gemeenten, het sociaal team en de beleidsadviseurs van de BUCH werkorganisatie meegenomen. Het biedt uitgangspunten en gaat uit van integrale thema’s waarbij een samenhangend aanbod op deze thema’s impact maakt. Dit geldt bijvoorbeeld voor sport en bewegen om een gezonde leefstijl te bevorderen of kunst en cultuur om het welzijn te bevorderen., Deze bestuursperiode zijn door de colleges ambities en prioriteiten geformuleerd op diverse thema’s. In hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan. Vervolgens worden twee hoofdopgaven beschreven (zie hoofdstukken 4 en 5). In een bijgevoegde prioriteitenoverzicht is uitgewerkt op welke wijze binnen de hoofdopgaven gewerkt wordt aan de gezamenlijke prioriteiten van de BUCH colleges. Dit overzicht is tevens leidraad voor de gebiedsplannen waarin de prioriteiten van de colleges worden gekoppeld aan de opgave per gebied, hetgeen richting geeft aan een effectieve inzet van middelen en capaciteit op de lokale opgave. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de sturing op het sociaal domein.

6

2. Waar werken we aan? 2.1. Een nieuw wenkend perspectief De opgave binnen het sociaal domein is groot. Het kunnen garanderen van de kwaliteit van de dienstverlening aan de inwoner en klanttevredenheid hierover is belangrijk. Dit alles is aanleiding om langs een strategische koers verder te bouwen aan een solide sociaal domein. In de kern gaat het er om dat als we inwoners eerder ondersteunen in het behouden van hun eigen regie en problemen zo klein mogelijk houden, dit zelfredzaamheid bevordert, persoonlijk leed voorkomt, escalatie tegengaat en zorgkosten drukt. Dat vraagt om een stevige sociale basis passend bij de vraag en problematiek van de inwoners van de BUCH gemeenten. We intensiveren de samenwerking van het sociaal team en de huisartsen? met de maatschappelijke partners en vrijwilligers in de sociale basis. Huisartsen en andere verwijzers zijn daarbij goed op de hoogte van de activiteiten en ondersteuningsmogelijkheden binnen de sociale basis waarbij zij inwoners eenvoudig en makkelijk kunnen toeleiden naar dit aanbod, aanvullend of in plaats van zwaardere zorg en ondersteuning. Inwoners, vrijwilligers en maatschappelijke partners binnen de sociale basis kunnen bij (vroeg-) signalering van problemen snel het sociaal team, of andere professionals van bijvoorbeeld zorgaanbieders consulteren of inschakelen.

Figuur 1: het wenkend perspectief

7

2.2 Strategische koers: vier pijlers Het werken aan de strategische koers doen we komende vier jaar langs vier pijlers. Deze pijlers zijn leidend in al ons doen en laten en zijn van toepassing op de uitvoering, het beleid én de samenwerking met onze partners. Ook geven de vier pijlers richting bij het boeken van resultaten en behalen van inhoudelijke doelen op de bestuurlijke prioriteiten van de colleges.

We werken vanuit de INWONER en zijn/haar LEEFWERELD We bewegen ons meer richting PREVENTIE We organiseren ons EENVOUDIG We maken DUIDELIJKE KEUZES Figuur 2: vier pijlers

Toelichting op deze vier pijlers:

We werken vanuit de INWONER en zijn/haar LEEFWERELD De vraag van de inwoner staat centraal. De vraag en de specifieke situatie van de inwoner staat centraal. We luisteren, vragen door, zijn toegankelijk en nabij. We voorkomen dat inwoners via verschillende loketten hun verhaal moeten doen. We gaan uit van de leefwereld van de inwoner, hierbij staat het integraal werken en de zelfredzaamheid voorop. De eigen regie van de inwoner wordt versterkt. Voor het beleidskader betekent dit: We nemen de leefwereld van de inwoner als input: De inzet van ervaringsdeskundigen is hierbij onmisbaar.

We bewegen ons meer richting PREVENTIE We zetten in op preventie, hoe eerder we Inwoners hulp kunnen bieden hoe beter. Dat voorkomt persoonlijk leed, gaat escalaties tegen en drukt de kosten. Daarbij is voorkomen beter dan genezen. We investeren in talentontwikkeling en sturen op zelf- en samenredzaamheid in de directe leefwereld van inwoners met een hulpvraag. Voor het beleidskader betekent dit: We werken vanuit Partnerschap aan preventie waarin samen werken met inwoners en partners vanuit vertrouwen: Bij de uitvoering van de gebiedsplannen wordt samengewerkt met de inwoners en partners vanuit vertrouwen. Afspraken worden vastgelegd en in subsidieafspraken en worden resultaten geformuleerd. Ook leren we van elkaar en ontwikkelen samen (experimenteren): Zowel in beleid als in de uitvoering, binnen de BUCH als met partners in de BUCH en partners onderling, leren we van elkaar en stellen bij indien nodig.

8

We organiseren ons EENVOUDIG We organiseren het eenvoudig, begrijpelijk, laagdrempelig, zichtbaar en nabij. We werken op meerdere (wijk) locaties en onze dienstverlening is herkenbaar en eenduidig. Zo kunnen we in samenhang maatwerk leveren waar nodig en snel opereren wanneer dat moet. Het sociaal team werkt integraal samen met andere professionals, waardoor complexe vragen snel en adequaat worden opgelost. Voor het beleidskader betekent dit: We werken vanuit één visie en koers in de BUCH gemeenten: Er wordt één visie en beleidskader vastgesteld voor de BUCH gemeenten. De couleur locale vindt plaats in de gebiedsplannen.

We maken DUIDELIJKE KEUZES We maken duidelijke keuzes, de juiste zorg op de juiste plaats. Dat klinkt logisch, maar het vergt scherpte om hierop te sturen. We gaan op een slimme manier om met de schaarse middelen die we hebben. Passend bij de vraag en problematiek zetten we expertise, middelen en netwerk in. Dit om ervoor te zorgen dat hulp terecht komt bij de inwoners die het nodig hebben. We zoeken altijd naar de best passende oplossing en zijn daarin kostenbewust. Voor het beleidskader betekent dit: We werken gebieds- en opgavegericht: De gefocuste inzet van middelen en mensen op basis van de objectieve opgave wordt vastgelegd in de gebiedsplannen Ze zijn helpend in het maken van (bestuurlijke) keuzes en vormen de basis voor het maken van (subsidie) afspraken met maatschappelijke partners. Ook zetten we in op effectiviteit: Er wordt ingezet op activiteiten en methodes die werken en bijdragen aan de opgave. Er wordt gebruik gemaakt van nieuwe kennis en onderzoeken en/of activiteiten die elders zijn uitgevoerd en effectief zijn geweest.

2.3 Bestuurlijke prioriteiten De BUCH colleges hebben binnen het sociaal domein prioriteit gegeven aan de opgaven op de volgende inhoudelijke thema’s: Eenzaamheid, Gezondheid, Werk en Inkomen, Kunst & Cultuur, Sport & Bewegen, Wonen & Zorg, opgroeien & ontwikkelen in een kansrijke omgeving en Veiligheid, waarbij inclusie en positieve gezondheid verbindende rode draden door de thema’s zijn. In bijlage 2 vind u een korte toelichting op inclusie en positieve gezondheid.

Deze thema’s worden in samenhang uitgewerkt binnen de twee hoofdopgaven: 1. Verstevigen van de sociale basis 2. Zorgdragen voor de juiste hulp en passende ondersteuning

9

Het in samenhang oppakken van deze thema’s sluit aan bij het werken vanuit de leefwereld van de inwoner en de focus op preventie. Deze beweging wordt mede ondersteund doordat het ministerie van VWS een aantal uitkeringen bedoeld voor stimuleren van gezondheid, sport en bewegen, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis heeft gebundeld tot één specifieke uitkering (SPUK). Integraliteit en samenhang op deze thema’s, die elkaar versterken, wordt hierdoor mogelijk gemaakt. Concrete uitwerking van deze thema’s op doelstellingen, doelgroepen en acties leest u in het prioriteitenoverzicht, bijgevoegd bij dit beleidskader. De match met de lokale opgave (couleur locale) wordt jaarlijks gemaakt in de gebiedsplannen.

10

3. Hoofdopgave 1: Verstevigen sociale basis 3.1 Inleiding In de sociale basis wordt maximaal ingezet op het ontdekken en ontwikkelen van talenten en benutten van kansen en mogelijkheden om mee te kunnen doen in de samenleving. De activiteiten binnen de sociale basis raken alle aspecten van het dagelijks leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid. Door laagdrempelige, lichtere vormen van ondersteuning kan de behoefte aan zwaardere ondersteuning worden teruggedrongen of voorkomen. Daar waar hulp en ondersteuning nodig is, is deze herkenbaar, toegankelijk en goed georganiseerd. Een stevige sociale basis maakt deze beweging mogelijk. De opgave is om de sociale basis te verstevigen, daarbij bouwen we voort op het stevige fundament dat er al ligt in de dorpen. Al jarenlang zorgen de maatschappelijke partners samen met vrijwilligers en inwoners voor een breed scala aan activiteiten en ondersteuning waar al veel (kwetsbare) inwoners mee geholpen worden. Gedurende de looptijd van dit kader wordt de sociale basis in nauwe samenwerking met de maatschappelijke partners verder verstevigd Door dat er voldoende activiteiten en ondersteuning is in de dorpen, om de groeiende en steeds diverse wordende groep inwoners die ondersteuning nodig heeft bij het meedoen te bereiken.

Daarbij is het belangrijk dat de activiteiten en ondersteuning passen bij de problemen en behoefte van de inwoners in de dorpen. Inzicht wat er aan aanbod is op gebiedsniveau en in welke partners samenwerken in de dorpen zijn helpend bij het richten van de inzet en het aanbod.

3.2 Hoofddoelstelling verstevigen sociale basis

De sociale basis wordt in de BUCH-gemeenten verstevigd.

We verstevigen de sociale basis door de herkenbaarheid te vergroten zodat meer inwoners met een hulp en/of zorgvraag de weg naar de activiteiten en ondersteuning in hun nabije omgeving vinden hetzij zelf, hetzij doordat zij doorverwezen zijn door bv. De huisarts, het sociaal team of andere (zorg) professionals. Ook verstevigen we de sociale basis door regie te voeren op het aanbod. Daarbij zorgen we voor voldoende activiteiten en ondersteuning die bijdragen aan de prioriteiten van de colleges en passen bij de opgave en problematiek specifiek voor het dorp of gebied. Daarbij is speciale aandacht voor activiteiten en ondersteuning binnen de sociale basis die vervangend of aanvullend zijn op geïndiceerde zorg en maatwerkvoorzieningen. In de opgave om de sociale basis te verstevigen zijn de vier pijler op de volgende manier helpend:  Sluit aan bij de leefwereld van de inwoner doordat activiteiten en ondersteuning in samenhang en nabij georganiseerd. Daarbij is er ook aandacht voor inwoners die actief bijdragen aan de sociale basis, denk aan vrijwilligers, mantelzorgers.  heeft een preventieve werking, gericht op positieve gezondheid en welbevinden. Activiteiten zijn laagdrempelig, vaak in groepsverband en helpend zijn in het voorkomen van zwaardere problemen 11

 

We organiseren het eenvoudig, activiteiten zijn vaak vrij toegankelijk, inclusief en nabij en dus makkelijk te bereiken. We maken duidelijke keuzes in de activiteiten en ondersteuning op basis van de speerpunten van de colleges (eenzaamheid, sport & bewegen etc.) en de opgave in het dorp of gebied.

Binnen de sociale basis zijn drie bouwstenen te onderscheiden die elk een andere wijze van sturing en interventie vragen van de gemeente in het realiseren van het vergroten van de herkenbaarheid en het voeren van regie op het aanbod binnen de sociale basis.

SOCIALE BASIS

Bouwstenen Sociale Basis 1. Verbonden & betrokkenheid 2. Samenredzaamheid

3. Zelfredzaamheid & ontplooiing

      

Stimuleren bewoners en maatschappelijk initiatief Ontwikkelen partnerschap Stimuleren ontmoeten & netwerken Vroegtijdig signaleren van problemen Faciliteren omzien naar elkaar (vrijwillige inzet) Mantelzorgers in balans

 Veilig, gezond en kansrijk opgroeien  Stimuleren gezonde leefstijl en welbevinden  Veerkracht vergroten & praktische hulp en steun

Figuur 3: Bouwstenen sociale basis

1. Verbonden en betrokkenheid Activiteiten die het gevoel van verbondenheid met de medemens of de gemeenschap waartoe men behoort bevorderen;  We stimuleren bewoners en ondernemers om maatschappelijke initiatieven te ontplooien.  We ontwikkelen partnerschap. Vaak zijn er verschillende partners (professioneel en niet professioneel) actief in het dorp. Samen met hen wordt er gewerkt aan de opgave in de gebieden.  We stimuleren, ontmoeten en netwerken en bevorderen daarbij inclusie. Ontmoeting in de buurt wordt gestimuleerd, mede om eenzaamheid te voorkomen. Dat hoeft niet alleen plaats te vinden in de zaaltjes in de buurthuizen, maar kan ook plaatsvinden in een speeltuin, sportveld, op een bankje of digitaal. Rol van de gemeente: de gemeente kan verschillende rollen hebben bij deze bouwsteen: netwerkpartner, regisseur en het stimuleren of faciliteren van inwonersinitiatieven.

12

2. Samenredzaamheid Activiteiten die ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen door elkaar te steunen en verantwoordelijkheid te nemen;  We signaleren problemen vroegtijdig.  We faciliteren omzien naar elkaar (vrijwillige inzet). Door om te zien naar elkaar en dit te faciliteren (door ontmoetingen in de wijk bijvoorbeeld) worden de sociale contacten in buurten en de dorpen bevorderd.  We ondersteunen mantelzorgers om in balans te komen. Vaak zijn mantelzorgers overbelast, door om te zien naar elkaar en te helpen, wordt de belasting minder. Voorbeelden zijn maaltijdinitiatieven in de buurt om voor mantelzorgers te koken of lotgenoten contactgroepen. Rol van de gemeente: Opdrachtgever, gericht stimuleren en faciliteren van ondersteuning aan bv vrijwilligers en welzijnswerk om daar waar dat nodig is gezien de opgave samenredzaamheid te stimuleren en te vergroten. 3. Zelfredzaamheid en ontplooiing Activiteiten die het vermogen om zelfstandig je leven te leiden, je te kunnen ontwikkelen, en je problemen op te lossen, vergroten;  We zorgen ervoor dat kinderen veilig, gezond en kansrijk kunnen opgroeien. Er wordt ingezet op talentontwikkeling, positieve gezondheid en veiligheid zodat de kinderen zoveel mogelijk thuis veilig, gezond en kansrijk kunnen opgroeien  We stimuleren een gezonde leefstijl en welbevinden.

Het bevorderen van een gezonde leefstijl is niet alleen sporten en bewegen, gezonde voeding draagt hier tevens aan bij. Verder is de inrichting van de openbare ruimte belangrijk. De omgevingsvisie biedt hiervoor handvaten. Aantrekkelijke fiets- en wandelpaden stimuleren inwoners om meer te bewegen. Komende jaren hebben we extra aandacht voor mentale gezondheidsproblemen, met name van jongeren. Daar zien we ten gevolge van Corona crisis een toename van mentale problemen en toename van middelen gebruik  We vergroten hierbij de veerkracht en bieden praktische hulp en steun. De veerkracht in de dorpen vergroten we door het bevorderen van het sociaal functioneren en inwoners hierbij helpen vertrouwen te krijgen om zichzelf en elkaar te helpen. Voorbeelden zijn maaltijden voor elkaar koken, helpen in de tuin, klussendiensten, boodschappendiensten Rol van de gemeente: gerichte (collectieve) ondersteuning en activiteiten subsidiëren om het meedoen van groepen met specifieke problematiek of beperkingen mogelijk te maken.

3.3 Voor wie is de sociale basis belangrijk? Ondersteuning vanuit de sociale basis is er voor alle inwoners van de BUCH, maar niet iedereen heeft ondersteuning in dezelfde mate nodig of draagt er evenveel aan bij. Ondersteuning, vroegsignalering en preventie zijn bijvoorbeeld onmisbaar voor: -

Inwoners die iets willen betekenen voor hun buurt of voor anderen Vrijwilligers, in het bijzonder vrijwilligers in informele hulp (Jonge) mantelzorgers Jongeren: jonge kinderen en hun ouders in het kader van een gezonde en kansrijke start, jongeren die zich uitgesloten voelen, risicojongeren en jongeren in de overgang naar volwassenheid. 13

-

Inwoners die te maken hebben met een kwetsbare situatie, zoals eenzaamheid of werkloosheid, achterstand in kansen, in taal of digitale vaardigheden Inwoners met een fysieke, psychische of verstandelijke beperking die zo zelfstandig mogelijk willen leven Inwoners die slachtoffer zijn van kindermishandeling of huiselijk geweld Nieuwkomers (bv statushouders en vluchtelingen) die hun weg moeten leren vinden Ouderen die zelfstandig wonen, maar te maken krijgen met afnemende zelfredzaamheid door beginnende dementie en lichamelijke beperkingen

Deze specifieke doelgroepen vinden laagdrempelige ondersteuning in de sociale basis. Het is daarom van belang dat de sociale basis ook voor hen stevig genoeg is. In de gebiedsplannen wordt afhankelijk van de problematiek focus aangebracht op specifieke doelgroepen.

3.4 Wie bouwen aan een stevige sociale basis? Bij elke activiteit in de sociale basis is de verhouding tussen de eigen kracht vanuit de bewoners en de ondersteuning anders. Inwoners ondernemen zelf initiatieven waar het kan om hun eigen leven en woonomgeving te verbeteren. De kracht van de sociale basis wordt bepaald door de kwaliteit van de verbindingen: het samenspel tussen de activiteiten uit de drie bouwstenen en de samenhang met zwaardere vormen van zorg en ondersteuning. We zien steeds meer activiteiten uitgevoerd worden door de inwoners zelf. Ervaringsdeskundigheid is hierbij belangrijk en kan een brug slaan tussen de inwoner en de professional. Vrijwilligers De vrijwillige inzet koesteren, stimuleren en ondersteunen we. Want zonder vrijwillige inzet geen sociale basis. Elke vereniging en religieuze instelling bestaat dankzij vrijwilligers. Soms is de inzet incidenteel, soms jarenlang en structureel van aard. Er is een enorme diversiteit aan vrijwilligers. De rol van vrijwilliger kan variëren: initiatiefnemer, ondersteuner, begeleider, facilitator, uitvoerder. De vrijwilliger heeft in alle drie de bouwstenen een belangrijke positie. Professionals Op verschillende leefgebieden zijn professionals werkzaam: sport en creativiteit, werk en inkomen, veiligheid, welzijn, wonen, zorg en onderwijs. Zij zijn de smeerolie binnen de sociale basis.

Ze staan midden in de samenleving, weten wat er speelt, signaleren problemen en stimuleren en ondersteunen inwoners waar nodig. Samenwerking hierin is van belang, dat men van elkaar weet wat de ander te bieden heeft. Herkenbaarheid is belangrijk voor een stevige sociale basis en voor inwoners, zij moeten weten welke professionele ondersteuning beschikbaar is. Professionals in verbinding met de sociale basis In de buurten en de dorpen komt alles samen, daar is de afstemming tussen de informele partijen en de professionals, niet alleen de professionals binnen sociaal maar in het kader van preventie is samenwerking met scholen, woningcorporaties, huisartsen, de zorgpartners, politie, kerken etc. belangrijk als het gaat om vroeg signalering van problematiek en de afstemming van oplossingen en interventies. Deze professionals zijn in verbinding met de sociale basis. Gemeente De gemeenten hebben de taak om samen te werken met inwoners en partners, zoals instellingen, zorgverzekeraars en organisaties. De gemeente kan hierbij verschillende rollen hebben: als 14

opdrachtgever, als regisseur of als uitvoerder. In paragraaf 4.2 is de rol van de gemeente per bouwsteen beschreven.

3.5 Uitvoering stevige sociale basis In de gebiedsplannen vindt u een concrete uitwerking van welke activiteiten en ondersteuning passend zijn voor het specifieke gebied. Daarin vindt u accenten in de aard en omvang van activiteiten en de doelgroepen waarop deze zich richten en welke partners samenwerken op de opgave in het specifieke gebied.

15

4. Hoofdopgave 2: Zorgdragen voor de juiste hulp en passende ondersteuning 4.1 Inleiding Naast het investeren in een stevige sociale basis, krijgen inwoners van de BUCH-gemeenten voor we dat nodig is de juiste hulp en passende ondersteuning. Licht en enkelvoudig waar kan, zwaar en meervoudig waar nodig. In het bieden van de juiste hulp en passende ondersteuning ligt de uitdaging in het kunnen blijven bieden van een kwalitatief hoogstaande dienstverlening voor een steeds groter wordende groep inwoners met een hulpvraag, waarbij de complexiteit van die vraag ook toeneemt. Daarbij speelt het betaalbaar houden van de dienstverlening, en het op pijl houden van de kwaliteit een belangrijke rol. Dat kunnen we als gemeenten niet alleen. Samenwerking met de (zorg) partners is daarin van cruciaal belang. Daarom investeren we de komende jaren in het versterken van deze samenwerking. Het sociaal team werkt bijvoorbeeld integraal intensief samen met andere professionals, waardoor complexe vragen snel en adequaat worden opgelost. Ook stimuleren en faciliteren we de samenwerking van (zorg) partners met de sociale basis door bijvoorbeeld te werken met een preventiekaart, afspraken met (zorg) partners om hun expertise over specifieke doelgroepen of aandoeningen te delen met de partners in de sociale basis, zodat deze groepen naar vermogen mee kunnen doen in de dorpen.

In figuur 2 is weergegeven dat sturing op preventie geen verantwoordelijkheid is voor de gemeenten alleen. Alle actoren hebben een eigen verantwoordelijkheid om de beweging naar preventie te maken en daarmee kosten voor zwaardere zorg en ondersteuning terug te dringen.

Figuur 4: Sturen op preventie binnen het sociaal domein

16

4.2 Hoofddoelstelling de juiste hulp en passende ondersteuning De inwoners van de BUCH krijgen de juiste hulp en passende ondersteuning, zo dichtbij mogelijk in de eigen omgeving

Bij het kunnen leveren van de juiste hulp en passende ondersteuning is de uitdaging om goede hulp en ondersteuning te leveren voor een steeds grotere groep inwoners. Daarbij vraagt betaalbaarheid om keuzes en focus waarbij we de kwaliteit niet uit het oog verliezen. In het leveren van de juiste hulp en passende ondersteuning zetten we in op het versterken van de samenwerking en partnerschap met de zorgaanbieders, huisartsen, scholen, woningcorporaties en de partners binnen het ruimtelijk domein en die van Openbare Orde en Veiligheid. Kern van de opgave is ook hier om problemen zo klein mogelijk te houden en de beweging naar preventie samen te maken, ieder vanuit zijn of haar opdracht en verantwoordelijkheid. De vier pijlers zijn op de volgende manier helpend in het realiseren van de juiste hulp en passende ondersteuning:  We gaan uit van de leefwereld van de inwoner, daarbij staat de vraag en de specifieke situatie van de inwoner centraal. We luisteren, vragen door, zijn toegankelijk en nabij. hierbij staat het integraal (samen)werken en het versterken van de eigen regie van de inwoner voorop.  We sturen op preventie, door de samenwerking van partners met de sociale basis te stimuleren en faciliteren.  We organiseren het eenvoudig, het sociaal team werkt integraal samen met andere professionals, waardoor complexe vragen snel en adequaat worden opgelost.

Er is ruimte om te innoveren, experimenteren in de samenwerking met partners. Dat vraagt een kwaliteitsslag in het opdrachtgeverschap en het werken vanuit vertrouwen met onze partners.  We maken duidelijke keuzes, daarbij gaat het om de juiste ondersteuning op de juiste plaats. We gaan op een slimme manier om met de schaarse middelen die we hebben. Passend bij de vraag en problematiek zetten we expertise, middelen en netwerk in. Dit om ervoor te zorgen dat hulp terecht komt bij de inwoners die dit het meest nodig hebben. We zoeken altijd naar de best passende oplossing en zijn daarin kostenbewust. Binnen het zorgdragen voor de juiste hulp en passende ondersteuning zijn twee bouwstenen te onderscheiden die elk een ander wettelijke verantwoordelijkheid en doelstelling kennen, waarbij ook voor een belangrijk deel de samenwerkingspartners verschillen. 1. Jeugd en onderwijs De gemeente is bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdhulp. Dit is geregeld in de jeugdwet. Het betreft één wet, één integraal financieringssysteem en één uitvoerder. De jeugdwet is bedoeld voor kinderen tot 18 jaar en hun ouders die ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien of bij de opvoeding.

De jeugdwet regelt ook de uitvoering van ondertoezichtstelling (OTS), de voogdijmaatregel (Civielrechtelijke jeugdbeschermingsmaatregel) en de jeugdreclassering (strafrechtelijke maatregelen). Ook deze ondersteuning valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De brede verantwoordelijkheid op de jeugdhulp zorgt voor een breed scala aan samenwerkingspartners bijvoorbeeld jongerenwerk, scholen, justitie, veilig thuis en huisartsen. De gecontracteerde 17

jeugdhulp wordt in samenwerking met Alkmaar en Dijk en Waard ingekocht. Ook op de opgaven op gebied van Primair en Voorgezet onderwijs, waaronder passend onderwijs, wordt regionaal samengewerkt. De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling helpt professionals met het signaleren en handelen bij (vermoedens) van huiselijk geweld of kindermishandeling. 2. Volwassenen De gemeenten moeten ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen blijven nemen aan de samenleving. Daartoe geven we ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Het gaat om mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Denk daarbij aan begeleiding en dagbesteding, ondersteuning om mantelzorgers tijdelijk te ontlasten, een plaats in een beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische stoornis en de opvang in geval van huiselijk geweld en mensen die dakloos zijn. Ook verstrekt de gemeente hulpmiddelen en woningaanpassingen. Het gaat om ondersteuning die past bij de persoonlijke situatie, maatwerk dus. Daarbij regelt de gemeente ook (tijdelijke) maatwerkvoorzieningen zoals huishoudelijke ondersteuning. Sinds 2020 betalen inwoners voor alle Wmo voorzieningen in totaal een eigen bijdrage van maximaal € 19,- per maand. Ook kan onder voorwaarden een persoonsgebonden budget (pgb) worden verstrekt.

Een belangrijk aandachtspunt is continuïteit van zorg voor jongeren die -doordat zij 18 jaar zijn of na verlengde jeugdhulp- een beroep doen op de Wmo. In de BUCH gemeenten ligt er een grote opgave om de steeds groter wordende groep ouderen (passend) langer thuis te laten wonen. Die verantwoordelijkheid ligt er ook voor speciale doelgroepen, zoals mensen die uitstromen uit een Ggz instelling, jeugdigen die met ondersteuning zelfstandig gaan leren wonen, en ook voor statushouders en personen met onbegrepen gedrag en die mogelijk een veiligheidsrisico vormen. Ook binnen de Wmo werken de gemeenten samen met veel verschillende partners, denk bijvoorbeeld aan GGZ-NHN, huisartsen, vluchtelingenwerk, de GGD, leveranciers van hulpmiddelen of vervoer, welzijnsorganisaties, schuldhulpverlening en het ouderenwerk.

4.3 De opgave voor jeugd en onderwijs de komende jaren Doelstellingen: 1. Jeugdigen (in de leeftijd van -9 maanden tot 23 jaar) groeien gezond, veilig en kansrijk op. 2. Door goed onderwijs in samenhang met preventie van schooluitval worden kinderen en jongeren ondersteund en begeleid naar een zelfstandig bestaan. 3. Ouders en kinderen ontvangen de ondersteuning die passend is voor hun hulpvraag. Om de doelstellingen te bereiken zetten we de komende vier jaar in op de volgende beweging op hoofdlijnen: - Ouders hebben een primaire verantwoordelijkheid in het gezond en veilig laten opgroeien en opvoeden van kinderen. Het is normaal dat gezinnen daar vragen over hebben. We zetten via een laagdrempelig preventief aanbod in om, samen met ouders, vragen rondom opvoeden en opgroeien van een passend antwoord te voorzien voordat deze vragen problemen worden. - Als er problemen spelen met gezond en veilig opgroeien ligt de focus op het herstel van het normale leven. In gesprekken met ouders en jeugdigen wijzen we op de mogelijkheden binnen de sociale basis. - We stimuleren initiatieven waarin ouders en opvoeders elkaar ondersteuning bieden zoals Buurtgezinnen en Home-Start.

18

-

-

-

-

-

De basis van effectieve ondersteuning ligt in de dagelijkse omgeving van een jeugdige en het gezin: het sociale netwerk, de wijk en het (passend) onderwijs. We investeren in de aanwezigheid van jeugdconsulenten op scholen en bij de huisarts vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid en financiering met zorgverzekeraars en samenwerkingsverbanden in het onderwijs. Bij de toekenning van begeleiding en ondersteuning bepalen we met het gezin wat er echt nodig is en monitoren we de resultaten van de ingezette hulp; samen met het gezin bepalen we of en met welk doel een eventuele verlenging van de ondersteuning noodzakelijk is. We bieden ondersteuning nabij en zo thuis als mogelijk en sturen op een verschuiving van residentiële ondersteuning naar ambulant: in lijn met de reeds ingezette ontwikkeling is er en verdere afbouw van de gesloten jeugdzorg en op termijn geen plaatsing van jeugdigen in een gesloten instelling: daarvoor ontwikkelen we tijdelijke, kleinschalige voorzieningen. Veel jeugdproblematiek vindt zijn oorsprong inde problemen van volwassenen: schulden, huisvesting, psychische gezondheid etc. hebben hun weerslag op de veerkracht van het gezin. Specifieke acties zetten we in op het voorkomen van kindermishandeling, gevolgen van echtscheiding en verslaving en mentale problemen van ouders.

We investeren in gelijke kansen voor kinderen, onder andere binnen onderwijs, als in onderwijsachterstandenbeleid, brede talentontwikkeling en/of deelname mogelijk maken aan sportclubs/verenigingen etc. voor minima.

4.4 De opgave voor volwassenen de komende jaren Doelstellingen: 1. Inwoners wonen langer zelfstandig thuis en participeren zelfstandig in de eigen leefomgeving. Ouderen hebben, gezien het feit dat er in alle dorpen veel ouderen wonen, daarbij speciale aandacht. 2. Het bieden van goede ondersteuning en respijtzorg voor (jonge) mantelzorgers Om de doelstellingen te bereiken zetten we de komende vier jaar in op de volgende beweging op hoofdlijnen: - Vroegsignalering van schuldenproblematiek en de integrale aanpak daarvan, waarbij het doel is om armoede te voorkomen. Het werken vanuit positieve gezondheid draagt bij aan het voorkomen van sneeuwbaleffecten als sociale- en gezondheidsproblematiek. - In pilots ontwikkelen van activiteiten en ondersteuning en stimuleren van initiatieven in de sociale basis die beter passend zijn bij de hulpvraag dan bepaalde geïndiceerde maatwerkvoorzieningen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan vormen van vervoer, dagbesteding en individuele begeleiding die uitgevoerd kan worden binnen het activiteitenaanbod van de sociale basis. - Investeren in Welzijn op Recept om het doorverwijzen vanuit de eerstelijns zorg naar de sociale basis te faciliteren. Hierbij wordt een zgn. Preventiekaart ontwikkeld, met een overzicht van het actuele aanbod in de sociale basis als handvat voor zowel bijvoorbeeld huisartsen als het sociaal team.

- Afspraken met de zorgpartners over het ter beschikking stellen van specialistische expertise over aantal specifieke doelgroepen naar de wijk/sociale basis om meedoen van deze groepen binnen de sociale basis te stimuleren. Denk aan mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB), dementie en/of met psychiatrische problematiek Ggz waarvan de begeleidende professionals kennis over de problematiek of aandoening en hoer daar mee om te gaan overbrengen aan bijvoorbeeld welzijnswerkers of vrijwilligers. Dit met als doel dat deze inwoners deel kunnen nemen aan activiteiten in hun eigen omgeving. 19

-

-

-

Slimmer omgaan met het verstrekken van hulpmiddelen. Denk daarbij aan het samen delen van vervoershulpmiddelen of de inzet van meer hergebruik. Voorlichting op gezond en vitaal oud wonen waarbij gesprekken over passend wonen belangrijk aandachtspunt zijn, waaronder het beter benutten van mogelijkheden van domotica. Versterken van de samenwerking met de Veiligheidsdriehoek in het kader van de extramuralisering van de Ggz zorg en de uitdagingen die beschermd wonen met zich meebrengen in kader van openbare orde en veiligheid. Versterken van de samenwerking met zorgverzekeraar en zorgkantoor om (preventieve) projecten met domeinoverstijgende kosten en opbrengsten in gezamenlijkheid en evenredigheid aan te gaan. Investeren in digitalisering van volwassenen en ouderen (ont-digibetisering) zodat zij beter de weg weten te vinden naar de juiste voorziening en ondersteunend is in zelfredzaamheid Het inzichtelijk maken van de woonbehoefte van de doelgroepen van het sociaal domein, o.a door het ontwikkelen van en een woonzorgvisie met daarin een passende aanpak. Investeren op de (vroegtijdige) ondersteuning van mensen met dementie en hun sociale netwerk

4.5 Wie bouwen aan de juiste hulp en passende ondersteuning? Voor de juiste hulp en ondersteuning werken het sociaal team, professionals in de zorg en zorg- en crisisorganisaties samen. Afhankelijk van de hulp of ondersteuningsvraag van de inwoner wordt de juiste hulp en ondersteuning ingezet die passend is. Het sociaal team Het sociaal team is een belangrijke schakel in het regelen van de juiste hulp en passende ondersteuning, zowel richting laagdrempelige ondersteuning binnen de sociale basis als richting individueel maatwerk. Er is één sociaal team operationeel voor de vier BUCH gemeenten. Het sociaal team bestaat uit de clusters preventie en experts die samenwerken op de hulpvraag van de inwoner. De preventieconsulenten hebben een belangrijke rol in het vroegtijdig signaleren van problematiek, het analyseren van de hulpvraag en het inventariseren of en welke laagdrempelige ondersteuning kan bijdragen aan een oplossing. Daarbij is het vertrekpunt positieve gezondheid en het kunnen (blijven) meedoen (inclusie) en het behouden van de regie bij de inwoner. Indien individuele of specifieke zorg of zwaardere ondersteuning nodig blijkt dan ligt de regie bij de collega consulent uit het cluster experts Jeugd of Wmo. De expertconsulenten hebben de focus op maatwerkvoorzieningen en escaleren bij complexe vraagstukken.

In deze schakelfunctie werkt het sociaal team langs de vier pijlers waarbij de consulenten een eenduidige werkwijze hanteren in de benadering van inwoners en hun hulpvraag. Daarbij is de kracht van de preventieconsulent dat deze generalistisch kan werken en dat er binnen het team verschillende specialismen gebundeld zijn. Daarmee organiseren we zoveel mogelijk één contact voor de inwoner waarbij expertise ingebracht kan worden door collega’s. Er wordt ingezet op veel persoonlijk contact met inwoners, middels inloopspreekuren, aanwezigheid op vindplaatsen en huisbezoeken (Nabij). Doel is het zo vroeg mogelijk bereiken van inwoners die niet uit zichzelf de hulpvraag stellen bij het sociaal team, daarmee zetten we primair in op vroeg signalering. Binnen het sociaal team wordt samengewerkt met onder andere netwerkpartners vanuit welzijn, zorg, onderwijs en vanuit participatie (Zaffier).

20

Vrijwilligers Net als in de sociale basis zijn er in zorginstellingen veel vrijwilligers actief die meehelpen. De zorgpartners hebben een eigenstandige rol in de ondersteuning van deze vrijwilligers. De welzijnspartners hebben de van de gemeente de opdracht om de matching te doen voor alle vrijwilligers, dus ook voor de zorginstellingen.. Ervaringsdeskundigen Ook is net als bij de sociale basis het betrekken van ervaringsdeskundigen bij zowel de beleidsmatige kant (gebiedsplannen) als in de geboden hulp en ondersteuning steeds belangrijker. Daar komen individuele hulp en steun en de sociale basis samen, denk bijvoorbeeld aan maatjesprojecten Mantelzorgers Mantelzorgers leveren een substantiële bijdrage in de zorg voor hun naasten. Zij werken daarin vaak samen of aanvullend met professionals. Als de mantelzorgtaken te zwaar worden of te lang duren kan het zijn dat mantelzorgers zelf ondersteuning nodig hebben. Dat maakt dat zij aan de ene kant volwaardig gesprekspartner zijn voor de professional en dat de professional gelijktijdig oog en aandacht moet hebben voor (over)belasting van de mantelzorger. Extra aandacht is er voor jonge mantelzorgers, in het tijdig signaleren van overbelasting spelen scholen een belangrijke rol. Professionals Voor de juiste hulp en ondersteuning werken het sociaal team, zorgprofessionals en zorg- en crisisorganisaties samen.

Het betreft een grote diversiteit van gekwalificeerde professionals. In het sociaal team zijn Jeugd-, wmo-, participatie- en welzijnsprofessionals werkzaam. Daarvan zijn de jeugd en Wmo professionals in dienst van de BUCH gemeente zelf. Het overgrote deel zijn professionals die werkzaam zijn bij gecontracteerde instellingen met een specifieke expertise. In de samenwerking op complexe problematiek waarbij veel (verschillende) hulpverleners betrokken zijn, ligt de regie bij de gemeente. Dat is belegd bij de expert consulenten binnen het sociaal team. Gemeente De gemeente is opdrachtgever voor de zorgaanbieders. Afspraken over levering, kwaliteit en kosten worden vastgesteld in contractafspraken. Voor de regionaal werkende partners worden deze afspraken samen met Alkmaar en Dijk en Waard gemaakt. Naast opdrachtgever en opdrachtnemer zijn gemeenten en zorgaanbieders ieder partners in het vormgeven van de zorg en ondersteuning in de toekomst. Ook hierin trekt de BUCH samen op met Alkmaar en Dijk en Waard waarbij de gemeenten en aanbieders elkaar treffen in ontwikkeltafels. Voor de lokaal werkende partners worden deze afspraken gemaakt door de BUCH zelf. Naast opdrachtgever is de gemeente ook toezicht houder, waarbij grip wordt gehouden op de kwaliteit en kosten van de zorg en waarbij fraude wordt voorkomen.

21

5. Sturing op het sociaal domein Hoe komen we tot meer zicht en grip? De meeste gemeenten kampen met grote financiële tekorten in het sociaal domein. Dat geldt ook voor de BUCH gemeenten. De vraag naar hulp en ondersteuning is de laatste jaren enorm gestegen, terwijl dit niet heeft geleid tot structurele aanvullingen vanuit het Rijk. Om meer zicht en grip te krijgen op het sociaal domein liggen er de volgende opgaven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Gebiedsgerichte uitvoering: gebiedsplannen Borgen van beheersmaatregelen en ombuigen naar bestuurlijke KPI’s Investeren in een stevige sociale basis Doorontwikkelen dashboards Wmo en Jeugd en sturingsinformatie Het opbouwen van businesscases op de beweging van effectiviteit preventief werken. Een professionaliseringsslag op het opdrachtgeverschap in inkoop en subsidierelaties

5.1 Gebiedsgerichte uitvoering In het kader van effectieve inzet van middelen voor het aanbod en de inzet van het sociaal team wordt opgavegericht gewerkt. Het aanbod binnen de sociale basis kan variëren per dorp/gebied, afhankelijk van demografische gegevens, het aantal kwetsbare inwoners en hun behoeften, de samenstelling in een dorp of gebied en de aanwezigheid van partners in het gebied. De lokale opgave wordt gevat in de gebiedsplannen en opgesteld door de ambassadeurs. De gebiedsplannen bevatten zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie. In de gebiedsplannen komen de volgende cijfers aan bod:  Cijfers over gerealiseerde zorgconsumptie (Wmo, jeugdzorg, hulp bij huishouden en voorzieningen)  Cijfers over de mate van kwetsbaarheid (werk, opleiding, inkomen en gezondheid)  Cijfers over de veerkracht (sociale cohesie, bewonersinitiatieven en netwerken) Naast de cijfers, worden jaarlijks gesprekken met inwoners, waaronder Adviesraden Sociaal domein, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers en partners in het gebied gevoerd waar voor het betreffende jaar op ingezet moet worden. Er worden twee tot drie speerpunten per gebied geformuleerd die leidend zijn voor de inzet vanuit het sociaal team en accenten in het (sociale basis) aanbod (bv. subsidies). De gebiedsplannen worden ter besluitvorming aangeboden aan de colleges.

5.2 Borgen van beheersmaatregelen en ombuigen naar bestuurlijke KPI’s In de vorige bestuursperiode zijn beheersmaatregelen afgesproken. Dit om grip te krijgen op de hoge uitgaven binnen het sociaal domein. Te meer omdat de verwachting was en is dat de kosten voor zorg en ondersteuning zullen blijven stijgen, door de complexiteit van hulp- en ondersteuningsvragen en de (dubbele) vergrijzing. De beheersmaatregelen op korte termijn, die gericht zijn op het direct grip krijgen van de uitgaves voor zorg en ondersteuning, zijn grotendeels gerealiseerd en (worden) geborgd in de werkprocessen van de toegang en contractmanagement. De beheersmaatregelen op lange termijn, die meer gericht zijn op de sturing van de kosten, worden komende bestuursperiode omgebogen naar bestuurlijke KPI’s

5.3 Investeren in een stevige sociale basis In het prioriteiten overzicht is inzichtelijk gemaakt op welke thema’s de colleges willen investeren, denk bijvoorbeeld aan eenzaamheid. De gebiedsplannen zijn helpend in het specifiek richten van deze investeringen in een bepaald gebied of op een bepaalde doelgroep. Omdat de gebiedsplannen 22

op dezelfde manier zijn opgebouwd wordt het mogelijk de opgaven van de verschillende dorpen en gebieden met elkaar te vergelijken. Hier wordt samen met partners op ingezet door activiteiten of projecten uit te voeren, passend bij de opgave binnen de beschikbare middelen. Of en op welke wijze budgetten worden gekoppeld aan de gebiedsplannen vraagt komende jaren uitwerking.

5.4 Door ontwikkelen dashboards Wmo en jeugd en sturingsinformatie Meten is weten. We verbeteren de managementinformatie en data gedreven werken. Daarbij gaat data altijd hand in hand met story telling ter verdieping en duiding van de data. Dat betekent dat we prestatie indicatoren gaan formuleren en de maatschappelijke effecten en resultaten gaan meten. Ook is het van belang dat er data ook wordt gekoppeld aan sturingsinformatie. Welk onderdeel van de BUCH heeft welke data nodig om te sturen. Er ligt een opgave in het koppelen van deze informatie aan de bestuurlijke KPI’s

5.5 Businesscases preventief werken Om aan te kunnen tonen wat het financiele effect is van het preventief werken van het sociaal team werken we komende bestuursperiode een businesscase uit. Doel is om aan te tonen of en zo ja wat de hoogte van de kosten is die bespaard worden door de nieuwe werkwijze. Daartoe zal op een aantal hulpvragen worden doorgerekend wat de kosten geweest zouden zijn als er verwezen zou worden naar maatwerkvoorzieningen daar waar nu ingezet is op laagdrempelige activiteiten en ondersteuning binnen de sociale basis of het eigen netwerk van inwoners.

5.6 Een professionaliseringsslag in opdrachtgeverschap en inkoop in subsidierelatie. Komende bestuursperiode maken we een kwaliteitsslag in het opdrachtgeverschap aan externe (verbonden) partners. Met name in de subsidie en inkooprelatie met maatschappelijke partners en uitvoeringsorganisaties. Voor de maatschappelijke partners zal op termijn in de afspraken een relatie gelegd gaan worden met de gebiedsplannen. Ook is er een slag nodig in het monitoren van afspraken. Daarbij streven we naar eenduidigheid in het opdrachtgeverschap . Dit laatste is afhankelijk van de aard van de uit te voeren opdracht en de relatie die we hebben met de organisatie die dit uitvoert. Een voorbeeld hiervan is Zaffier2, waarbij per 1 januari 2023 de BUCH gemeenten samen met Alkmaar en Dijk en Waard opdrachtgever is. 2

Zaffier is de regionale uitvoeringsorganisatie met betrekking tot werk en inkomen, inburgering en schuldhulpverlening. Medewerkers van Zaffier zijn gedetacheerd in ons sociaal team: www.zaffier.nl

23

Bijlagen Bijlage 1 1. Demografische ontwikkelingen In Nederland neemt de vergrijzing toe en is er zelfs sprake van dubbele vergrijzing. We worden steeds ouder. Dit zien we ook in de BUCH gemeenten terug. In Bergen neemt het aandeel ouderen toe de komende jaren. De levensverwachting van mannen is hoger dan de rest van Nederland. Verder wonen er veel alleenstaanden in de gemeente.

In Uitgeest zijn er minder ouderen en is de leeftijdsgroep 45-65 jaar het grootst. In Uitgeest wonen er veel gezinnen met kinderen.

24

In Castricum is de leeftijdsgroep 45-65 jaar eveneens het grootst en wonen er veel ouderen naast gezinnen met jonge kinderen.

25

In Heiloo is de leeftijdsgroep 45-65 jaar eveneens het grootst. Verder is de groep 65 plus groot en wonen er gezinnen met jonge kinderen.

De groep 15-25 jaar is ondervertegenwoordigd in de BUCH gemeenten. De komende jaren zal het aantal ouderen in de BUCH fors toenemen. Het aantal 65 plussers is al veel hoger in vergelijking met Nederland, en er komt een grote groep 65-plussers aan. Daarnaast zal de levensverwachting blijven stijgen. De toename van de vergrijzing betekent dat de bevolkingsopbouw in de BUCH gemeenten uit balans raakt. Dit kan gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt of woningmarkt en dat weinig jonge gezinnen zich gaan vestigen en bijvoorbeeld meer naar de stad trekken.

26

Bijlage 2

Inclusie In juni 2016 heeft Nederland het VN-Verdrag inzake rechten van personen met een handicap (hierna VN-Verdrag) geratificeerd. Doel van het VN-Verdrag is de drempels te verminderen zodat mensen met een beperking onbeperkt kunnen deelnemen aan de samenleving. Binnen de BUCH gemeente geven we invulling aan het VN-Verdrag door het verstevigen van de Sociale Basis. Belangrijke randvoorwaarde daarbij is toegankelijkheid van openbare gebouwen en openbare ruimte (ook van buurthuizen, bibliotheken, sportaccommodaties etc) bereikbaarheid van activiteiten en voorzieningen. Alle interventies zijn gericht op kunnen meedoen in de samenleving. In de gebiedsplannen wordt de opgave op Inclusie geconcretiseerd. De VNG heeft een routekaart ontwikkelt om te komen tot een integrale aanpak op inclusie. In samenwerking met in- en externe partners, ervaringsdeskundigen en het gehandicaptenplatform wordt langs deze routekaart de opgave op inclusie binnen de gebiedsplannen concreet gemaakt. Positieve gezondheid Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies, Mentaal welbevinden, fysieke functies, dagelijks functioneren, meedoen, kwaliteit van leven en zingeving. Met deze brede benadering sluiten we aan bij de leefwereld van de inwoner.

De focus ligt op wat mensen nog wel kunnen en je draagt bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Inzet op gezonde leefstijl en op mentale gezondheid en weerbaarheid (gezonde voeding, bewegen en sport) hebben een preventieve werking en voorkomt escalatie van problematiek. De GGD is een belangrijke partner in het bevorderen van gezondheid.

27

Bijlage 3: Begrippenlijst 

 

 

 

 

Bewonersinitiatief: initiatief genomen door bewoners, bewonersgroepen of ondernemers voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de sociale cohesie en de leefbaarheid in de buurt Inclusie: de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten Informele hulp en ondersteuning: hulp en ondersteuning verleend door nietprofessionals. De hulp en ondersteuning van het sociale netwerk (familie, vrienden, kennissen en buren). Vrijwilligers, mantelzorgers aan iemand met een ondersteuningsbehoefte Leefbaarheid: de mate waarin de kwaliteit van de leefomgeving is afgestemd op de menselijke behoeften, verlangens en eisen Leefwereld: de directe omgeving van iedere inwoner zelf. Je behoort tot de leefwereld van een ander omdat je een familieband hebt, buren bent, elkaar van de sportclub kent en dergelijke. De motivatie om in de leefwereld iets voor een ander te doen ligt in de sfeer van de persoonlijke of maatschappelijke betrokkenheid Mantelzorg: mantelzorg is zorg en ondersteuning gegeven aan een naaste (zoals partner, ouder, kind, buur, kennis) die chronisch ziek is en/of een beperking heeft.

De mantelzorger geeft langdurig, intensief en onbetaald zorg en ondersteuning aan iemand met wie hij/zij een persoonlijke band heeft Positieve gezondheid: het concept positieve gezondheid wordt gezien als het vermogen van mensen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Het concept is uitgewerkt in zes dimensies die bijdragen aan dit vermogen: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociale en maatschappelijke participatie en dagelijks functioneren. Met de nadruk op het vermogen van de mens in plaats van op ziekte of problemen, en met de breedte van de zes dimensies, behelst positieve gezondheid een brede (integrale) en positieve kijk op gezondheid Samenredzaamheid: er met elkaar voor zorgen dat iedereen kan meedoen door elkaar te steunen en verantwoordelijkheid te nemen Sociale basis: breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen buurt of wijk, om zelfredzaam te zijn, talenten te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. Vrijwilliger: iemand die zich onbetaald en belangeloos inzet voor anderen die hulp of zorg nodig hebben Zelfredzaamheid: zelfredzaamheid gaat over het vermogen om dagelijkse activiteiten zelfstandig te kunnen doen. Denk aan daginvulling, administratie of relaties onderhouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4757/documents/35161