C5. Nieuwsbrief-van-het-college-21-mei-2025.pdf
Tekst van het document
Nieuwsbrief van het college
Nieuwsbrief 21 mei 2025 Uitvoering motie 27 maart 2025 over de status van woningbouwplannen Uw raad heeft 27 maart jl. een motie aangenomen waarin onder andere een overzicht wordt gevraagd met daarin de status van woningbouwplannen in de gemeente. Inhoud Onderaan deze tekst vindt u een overzicht dat voldoet aan de volgende voorwaarden uit de motie: Omgevingsvergunningen voor de bouw van meer dan 5 woningen; Die vóór 1 oktober 2024 onherroepelijk zijn geworden; En waar nog niet is gestart met de werkzaamheden. In totaal zijn 27 van dit soort vergunningen afgegeven. Van die 27 zijn er 20 ook daadwerkelijk onherroepelijk. Van die 20 onherroepelijke bouwvergunningen is in 19 daarvan de bouw gerealiseerd of is met de bouw gestart. In slechts 1 geval is dat nog niet het geval: Korhoendersweg 2 in Groet. Over dit plan geeft woningstichting Kennemer Wonen aan dat de voorbereidingen voor de aanbesteding zijn afgerond. Binnen een aantal weken wordt met die aanbesteding gestart, e.e.a. is nog afhankelijk van ontwikkelingen in het stikstofdossier. Wij zien op dit moment geen aanleiding nader in te gaan op het 2e deel van motie: het bezien van de mogelijkheid van intrekkingsbeleid. Bijlage Overzicht vergunningen
Ontwikkelingen Schiphol Ons college maakt zich grote zorgen over de recente ontwikkelingen rondom Schiphol. De voorgestelde maatregelen, met name de wijziging van de nachtelijke vertrekroute vanaf de Polderbaan, zijn voor onze gemeente onaanvaardbaar vanwege de te verwachten toename van geluidsoverlast en de daaruit voortvloeiende negatieve effecten op de leefbaarheid en gezondheid van onze inwoners. Daarnaast constateren wij dat het proces waarmee deze wijzigingen tot stand zijn gekomen, niet getuigt van zorgvuldigheid en behoorlijk bestuur. Gezien de ingrijpende gevolgen had meer overleg en afstemming met de betrokken gemeenten moeten plaatsvinden. Ons standpunt en een toelichting op de actuele ontwikkelingen leest u hieronder. In oktober 2024 informeerden wij u over de ontwikkelingen rondom Schiphol en de nieuwe koers die het kabinet Schoof heeft ingezet en hoe dit aansluit op onze regionale Agenda Vliegverkeer Schiphol waarin wij als regio Haarlem-IJmond-BUCH-Alkmaar onze standpunten hebben vastgelegd. De op 9 juli 2019 vastgestelde Bestuurlijke Agenda is geactualiseerd en dit concept van de nieuwe bestuurlijke Agenda Vliegverkeer (2025-2028) doorloopt op dit moment de besluitvormingsroute via colleges en/of raden. In deze nieuwsbrief informeren wij u op hoofdlijnen over recente ontwikkelingen en besluitvorming door het kabinet en Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL).
De volgende onderwerpen komen aan de orde: Wijziging Luchthavenverkeersbesluit Schiphol en afronding balanced approach procedure. Koerswijziging kabinet door aanpassing geluidsdoel Schiphol. Technische wijziging Luchthaven Indeling Besluit (LIB). Ontwikkeling nieuw Stelsel Luchtvaartgeluid. Luchtruimherziening. Veiligheidsmaatregel LVNL voor nachtelijke starts Polderbaan. Wijziging Luchthavenverkeersbesluit (LVB) en afronding balanced approach procedure Het kabinet heeft zich tot doel gesteld om de geluidhinder rond Schiphol met 20 procent te laten afnemen. Daartoe is door het kabinet de balanced approach procedure doorlopen waarbij een maatregelpakket inclusief een wijziging van het maximumaantal vliegtuigbewegingen is voorgesteld aan de Europese Commissie. Deze procedure is recent afgerond en heeft geleid tot het op 7 mei jl. vastleggen in een gewijzigd (mini) LVB van een maximum van 478.000 vliegbewegingen per jaar vanaf 1 november 2025, waarvan maximaal 27.000 nachtvluchten (dit was 500.000 vliegbewegingen waarvan 32.000 in de nacht). Dit besluit is nodig om het bijbehorende maatregelpakket op 1 november 2025 in te kunnen laten gaan. Het maatregelpakket betreft naast de beperking van het aantal vliegtuigbewegingen: Een verbod op (bepaalde) lawaaiige toestellen in de nacht (deze maatregel is 7 mei jl.
gepubliceerd en treedt 1 november 2025 in werking en betreft een wijziging van de Regeling operationele beperkingen lawaaiige luchtvaartuigen Schiphol). Het verbod geldt ook voor luchtvaartmaatschappijen die momenteel al deze vluchten in de nacht uitvoeren; Inzet van stillere vliegtuigen in de nacht; Additionele vlootvernieuwing (dit is de extra vlootvernieuwing boven op de autonome vlootvernieuwing); Tariefdifferentiatie (nieuwe tarieven zijn vastgesteld; vanaf 1 november 2025 worden fors hogere tarieven gerekend voor lawaaiige toestellen). Met KLM en Schiphol worden schriftelijke afspraken gemaakt over respectievelijk stillere vliegtuigen in de nacht, additionele vlootvernieuwing en tariefdifferentiatie. Met dit pakket wordt invulling gegeven aan het behalen van 15% van het geluidsdoel (van totaal 20%). Via monitoring moet blijken of dit geluidsdoel van 15% ook gehaald is en of er aanvullende maatregelen nodig zijn om tot de beoogde 20% reductie te komen. Hiermee kan het kabinet verder met de volgende stap, namelijk de implementatie van de maatregelen, waaronder de (algehele) wijziging van het LVB die nodig is om de rechtspositie van omwonenden, ook voor hen die verder wonen van de luchthaven, te herstellen. In deze algehele wijziging van het LVB worden onder meer extra handhavingspunten opgenomen in een groter gebied rondom de luchthaven (tot de 45dB Lden contour).
De systematiek voor toewijzing van nieuwe handhavingspunten is uitgewerkt en er wordt nu gewerkt aan de bepaling van de grenswaarden voor geluid op die nieuwe handhavingspunten. Met deze wijziging worden in het LVB de geldende regels voor baangebruik (Nieuw Normen en Handhavingsstelsel) vastgelegd waarmee ook het anticiperend handhaven worden beëindigd. Het algehele LVB wordt naar verwachting in het voorjaar van 2026 gepubliceerd. Met dit LVB wordt invulling gegeven aan de uitspraak van de rechter in maart 2024 in het vonnis RBV waarin gesteld werd dat de staat binnen 12 maanden de rechtspositie van burgers moet verbeteren en een betere belangenafweging te maken. Deze termijn van 12 maanden is niet behaald. Koerswijziging kabinet door aanpassing geluidsdoel Schiphol 7 mei jl. heeft de minister zijn nieuwe aanpak bekend gemaakt voor het terugdringen van de nog resterende 5% geluidsoverlast na 1 november 2025. De nieuwe aanpak behelst aanpassing van het geluidsdoel door een andere berekening toe te passen op het meetellen van het effect van inzet van nieuwe en stillere vliegtuigen (vanaf 1 november 2025). Hierdoor wordt een grotere bijdrage aan het behalen van het geluidsdoel toegerekend zonder inzet van extra maatregelen. Op deze manier wordt niet alleen geluidshinder aangepakt, maar ontstaat ook ruimte voor beheerste groei van Schiphol in de toekomst.
Als na het behalen van deafgesproken 20% opnieuw nieuwe geluidsruimte ontstaat, bijvoorbeeld door stillere vliegtuigen, wordt deze geluidsruimte 50-50 verdeeld tussen de luchthaven en omwonenden. Door deze gekozen beleidswijziging voor zowel het resterende deel (5%) van de geluidsafspraken als de periode daarna kunnen alle investeringen van de luchtvaartsector na november 2025 bijdragen aan het behalen van de geluidsdoelstellingen. Technische wijziging van het LIB Op Schiphol wordt continu gewerkt aan het verbeteren van de infrastructuur, zoals het vervangen van verouderde radar- en navigatieapparatuur. In sommige gevallen hebben deze aanpassingen gevolgen voor de hoogtebeperkingen die zijn vastgelegd in het LIB. Om het LIB weer aan te laten sluiten op deze nieuwe situaties het LIB op enkele punten gewijzigd waarover de Raad van State recent heeft geadviseerd. Feitelijk betreft het vastlegging van bestaande praktijk. De verwachting is dat de wijziging per 1 juli 2025 in werking kan treden. De wijzigingen hebben geen effect op onze regio. Bij afronding van de Milieu Effect rapportage (MER) voor het LVB wordt door het kabinet de afweging gemaakt of tussentijdse actualisatie van de grenzen van de beperkingengebieden van het LIB nodig is (hiervoor geldt ook een MER-plicht).
In dat geval wordt het LIB gewijzigd door de (beschermings)contouren in overeenstemming te brengen met de huidige vliegoperatie. Ontwikkeling nieuw Stelsel Luchtvaartgeluid Het ministerie werkt aan een geheel nieuw stelsel voor vliegtuiggeluid. Invoering hiervan is voorzien in 2028. Een belangrijk uitgangspunt in deze ontwikkeling is het sturen op milieunormen voor de luchtvaart. Voor gedegen participatie van betrokkenen bij de stelselherziening is recent een nationale klankbordgroep opgericht. De inzichten uit deze klankbordgroep vormen, samen met technische reviews en andere beleidsvoornemens, de basis voor de verdere uitwerking van het definitieve beleidsontwerp van het stelsel voor luchtvaartgeluid. Na zomer is meer bekend over de inhoudelijke invulling hiervan. De planning is om in de loop van 2025 het definitieve beleidsontwerp van de stelselherziening af te ronden en voor een reactie voor te leggen aan de stakeholders uit de nationale klankborgroep, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). Vervolgens wordt met het wetgevingstraject gestart. Programma Luchtruimherziening De Luchtruimherziening gaat over hoe en waar er kan worden gevlogen en bestaat uit twee samenhangende stappen met elk hun eigen participatie en besluitvorming, te weten de Nieuwe Indeling van het luchtruim en de projecten Hoger Naderen.
Nieuwe Indeling Luchtruim In februari is een Schetsontwerp gepubliceerd. In de bijbehorende effectanalyse is onderzocht waar naar verwachting veranderingen in geluidsbelasting optreden als gevolg van de nieuwe indeling van het (hogere) luchtruim. Op grotere afstand worden op basis van deze analyse geen geluideffecten voorzien. In de analyse is echter voor onze regio wel geluidseffect weergegeven maar er wordt gesteld dat dit effect te maken heeft met de wijze van simuleren van de vliegbewegingen in het model en niet met de Luchtruimherziening. De volgende stap is het opstellen van een Voorlopig Ontwerp in het voorjaar van 2026. Dan wordt ook een uitgebreidere effect analyse opgenomen met daarin ook het effect van de maatregelen voor geluidsreductie uit de balanced approach-procedure voor Schiphol en een integrale doorrekening van vlootvernieuwing op toekomstscenario voor het jaar 2030. De verwachting is dat op basis van deze nieuwe inzichten de geluidseffecten kleiner worden dan in de effectanalyse van het Schetsontwerp (februari 2025) zijn gepresenteerd. Aan de hand van het Schetsontwerp en de bijbehorende effectanalyses beoordeelt nu een recent ingestelde externe commissie middels een advies de nut en noodzaak van de nieuwe luchtruimindeling als onderdeel van de Luchtruimherziening.
De externe commissie betrekt hiervoor een vertegenwoordiging van belanghebbenden via een op te richten klankbordgroep. Als blijkt dat de nieuwe indeling van het luchtruim effect heeft op geluidcontouren rond Schiphol wordt de wettelijke (wijzigings)procedure doorlopen waar ook inspraak onderdeel van uitmaakt. Invoering van de nieuwe indeling van het luchtruim is voorzien tussen 2028 en 2030. Hoger Naderen Verbetering van de Leefomgeving door Hoger Naderen gebeurt door het mogelijk maken van continu dalen overdag over vaste naderingsroutes (45 tot 15 km van de luchthaven), zodat de geluidsimpact, de uitstoot en het brandstofverbruik van vliegtuigen wordt verminderd en gevoelige gebieden (geluid en natuur) kunnen worden vermeden. De te verwachten positieve geluidseffecten van continu dalen over vaste naderingsroutes worden niet meegenomen in het Voorlopig Ontwerp. Hiervoor moeten eerst in overleg met de omgeving vaste naderingsroutes ontworpen worden om te zien wat daarvan de impact is. Om alvast ervaring op te doen voor de omgeving, luchtruimgebruikers en Luchtverkeersleiding wordt naar verwachting in 2027 een leertraject Hoger Naderen ingevoerd op de Zwanenburgbaan (landen in zuidelijke richting) van Schiphol in het huidige luchtruim. De participatie hiervoor wordt in 2025 opgestart waarbij ook onze regio betrokken wordt.
De vaste naderingsroutes overdag worden ingevoerd na de implementatie van de nieuwe indeling van het luchtruim. Dat is nu voorzien tussen de jaren 2030 en 2035. Deze naderingsroutes zullen in nauw overleg met de omgeving worden voorbereid. Hieronder is schematisch de samenhang tussen de maatregelen weergegeven.
Veiligheidsmaatregel LVNL voor nachtelijke starts Polderbaan- grootste zorgpunt LVNL bereidt een aanpassing voor van een nachtelijke vertrekroute vanaf de Polderbaan die nodig is vanuit veiligheidsoverweging. Bij wind uit noordelijke richting wordt de Polderbaan in de nacht (23.00-6.00 uur) gebruikt als startbaan. Dit vindt ongeveer 140 tot 170 nachten per jaar plaats. In 2024 vonden in de situatie dat de Polderbaan gebruikt wordt als startbaan in totaal 2.837 starts plaats via meerdere startroutes. Eén van de startroutes is de KUDAD2Z-route. Hierbij buigt het in noordelijke richting startende verkeer na Uitgeest/Krommenie in een bocht af naar het oosten (over regio Zaanstad en Amsterdam) om hierna hun route naar het zuiden te vervolgen. Uit interne analyses van LVNL is gebleken dat met de inzet van nieuwe, snellere vliegtuigen met een andere performance deze bocht niet altijd volgens voorschrift kunnen vliegen en als het ware uit de bocht vliegen. Dit kan ertoe leiden dat vliegtuigen die na elkaar opstijgen in de bocht dichterbij elkaar kunnen komen dan gewenst. Als deze situatie dreigt op te treden grijpt LVNL in door aanvullende (koers)instructies aan de piloot te geven. Dit levert een potentieel veiligheidsrisico op (bijvoorbeeld in het geval van uitval van de systemen). Daarom is een veiligheidsmaatregel nodig.
Na verkenning van verschillende mogelijkheden stelt LVNL nu een aanpassing van de vertrekroute voor door vliegtuigen niet meer de KUDAD2Z-route te laten volgen maar de bestaande VOLLA22-route. Concreet betekent dit dat de (maximaal 557) vluchten in plaats van na Uitgeest/Krommenie naar het oosten afbuigen nu ter hoogte van Limmen naar links (het westen) afbuigen richting Noordzee. Zij vervolgen daar hun route naar het Zuiden. In de eerste figuur is de KUDAD-route (in rood) en de VOLLA22-route (in groen) weergegeven. In de tweede figuur een detaillering van de locatie van de VOLLA22-route.
In onderstaande figuur is de verandering per betrokken gemeente weergegeven (links de etmaal-periode en rechts de nachtperiode).
Zoals toegelicht, stelt LVNL voor om de KUDAD2Z-route te vervangen door de VOLLA22-route. Voor onze regio betekent dit dat jaarlijks maximaal 557 nachtelijke vluchten boven onder andere Limmen zullen plaatsvinden, wat leidt tot meer geluidsoverlast, meer ernstig gehinderden en meer slaapverstoorden en meer gezondheidsklachten. De grootste toename vindt plaats in de gemeente Castricum. Dit is voor ons onacceptabel. Bovendien zijn wij zeer kritisch op de gevolgde procedure. De maatregel is aangekondigd op 8 mei tijdens een bestuurlijke informatiebijeenkomst, zonder dat voorafgaand overleg of serieuze participatie van de betrokken gemeenten had plaatsgevonden. Tijdens die bijeenkomst hebben wij onze bezwaren krachtig geuit en aangedrongen op een zienswijzeprocedure waarin democratische besluitvorming binnen de gemeenten wordt gerespecteerd. Inmiddels is ons via ambtelijk contact met het ministerie van I&W toegezegd dat er voor de zomer geen besluit wordt genomen. Niettemin vinden wij het belangrijk dat wij als gemeente en regio duidelijk onze zorgen en bezwaren kenbaar maken. Tijdens het overleg van de Bestuurlijke Regie Schiphol op 22 mei, waar minister Madlener aanwezig is, brengen wij dit nogmaals nadrukkelijk onder de aandacht.
Wij blijven ons inzetten voor de belangen van onze inwoners en vinden het van groot belang dat het Rijk en LVNL de leefbaarheid en gezondheid van bewoners in hun besluitvorming centraal stellen en daar ook naar handelen.
Ruimtelijk Kwaliteitskader Oudburgerpolder Uw raad heeft op 28 maart 2024 het Ruimtelijk Kwaliteitskader Oudburgerpolder vastgesteld. Bij de vaststelling heeft uw raad een motie aangenomen met het volgende verzoek aan het college: Om met een voorstel naar de raad te komen over hoe de transformatie van de ‘tegels’ op een effectieve en proactieve wijze vanuit de gemeente tot stand kan komen in de Oudburgerpolder, met als doel langdurige braakliggende terreinen of leegstandbeheer te voorkomen. Hierbij specifiek aandacht te besteden aan de mogelijkheid voor versnelling van de planontwikkeling, samenwerking met initiatiefnemers en grondbezitters en het stimuleren van innovatieve en duurzame ontwikkelingen. In deze raadsinformatiebrief wordt u geïnformeerd over de stand van zaken. Structuurvisie en Ruimtelijk Kwaliteitskader In de structuurvisie is voor de 12 potentiële ontwikkellocaties een programma opgesteld variërend van alleen woningbouw tot een combinatie van woningbouw met zorgwoningen met een buurtwinkel etc. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader is het programma voor de potentiële ontwikkellocaties nader uitgewerkt en worden dorpse typologieën gebruikt, die uiteindelijk resulteren in een eenheid van Oudburgerpolder. Een polder waar een versnipperd landschap tot het verleden behoort.
In het Ruimtelijk Kwaliteitskader wordt bijvoorbeeld de ontwikkellocatie Elzenhoeve aangeduid als een “Landelijk Ensemble”. Elke ontwikkellocatie krijgt in het Ruimtelijk Kwaliteitskader een aanduiding. De 12 verschillende potentiële ontwikkellocatie zijn in tekening 1 weergegeven.
Tekening 1. Locaties 1. Elzenhoeve 2. Tennispark (a/b) 3. Europese School 4. Blauwe Reiger 5. Mytylschool 6. IJsbaan
7. Gronddepot 8. Uitvaartcentrum 9. De Beeck 10. Gemeentewerf 11. BSV-voetbal 12. BSV-tennis
Stand van zaken De uitvoering van de verschillende ontwikkellocaties lopen niet synchroon. De stand van zaken van de 12 locaties wordt daarom weergegeven als in uitvoering, vrijkomende locaties, blijft op locatie en als laatste in onderzoek. In uitvoering Voor het voormalige Uitvaartcentrum (8) wordt in de structuurvisie uitgegaan van woningbouw, parkeren en een ontsluiting voor het BSV terrein. In het Ruimtelijke Kwaliteitskader wordt de locatie aangeduid als Landelijk Ensemble. De locatie is in uitvoering en wordt naar verwachting in 2026 opgeleverd. Voor sportcentrum De Beeck (9) wordt in de structuurvisie uitgegaan van een zwembad, publieksfuncties, en commerciële functies. Het Ruimtelijk Kwaliteitskader duidt de locatie aan als Centrum. Het zwembad en de daarbij horende functies zijn al geruime tijd opgeleverd en toegankelijk voor het publiek. Voor de locatie BSV voetbal (11) wordt in de structuurvisie uitgegaan van woningbouw. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader wordt BSV voetbal aangeduid als Park De Beeck en aangeduid als Stedenbouwkundig Ensemble. De locatie wordt naar verwachting in 2026 opgeleverd. Vrijkomende locatie De Europese School (3) gaat in 2028 verhuizen. Met de grondeigenaar/opstal zijn gesprekken gestart. In de structuurvisie wordt voor de locatie uitgegaan van woningbouw, een buurtwinkel en zorgwoningen met eventuele medische voorzieningen.
Het Ruimtelijk Kwaliteitskader typeert de locatie, net als bij BSV voetbal, als een Stedenbouwkundig Ensemble. Blijft op locatie De TC Bergen (2a/b), de IJsbaan (6) en BSV tennis (12) gaan niet fuseren en blijven om die reden op locatie. De raad is in december 2024 hierover geïnformeerd. De gedachte was dat TC Bergen, de IJsbaan en BSV tennis in een multifunctioneel sportpark op de IJsbaan zouden komen. Uit onderzoek is gebleken dat dit niet haalbaar was. Voor TC Bergen wordt in de structuurvisie woningen en tennis voorzien. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader wordt TC Bergen (a/b) aangeduid als Gebouw en Park. De tennisclub is geïnformeerd over het Ruimtelijk Kwaliteitskader. Voor de IJsbaan en BSV Tennis geldt dat naast woningen en tennis ook in de structuurvisie een park met zonnepanelen wordt genoemd. Het Ruimtelijk Kwaliteitskader duidt zowel de IJsbaan als BSV tennis aan als Erf. De IJsbaan de tennisclub zijn geïnformeerd over het Ruimtelijk Kwaliteitskader. Voor de Blauwe Reiger (4) gaat de structuurvisie uit van alleen woningbouw. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader wordt de locatie aangeduid als Gebouw en Park. In onderzoek Voor het gronddepot (7) gaat de structuurvisie uit van woningen, uitbreiding begraafplaats, parkeren, en een school. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader wordt de locatie aangeduid als Erf.
Als meer duidelijkheid is over de invulling van het gebied, wordt uw raad hierover geïnformeerd. Voor de Gemeentewerf (10) gaat de structuurvisie uit van woningen, zorgwoningen, woon/werkunits, kleinschalige bedrijvigheid en een nieuwe school. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader wordt de locatie aangeduid als Erf. Voor de locatie geldt dat momenteel verschillende scenario’s nog worden onderzocht. Als hierover meer duidelijkheid is, wordt uw raad hierover geïnformeerd. Voor de Mytylschool (5) gaat de structuurvisie uit van woningbouw, zorgwoningen, een nieuwe school en een park met zonnepanelen. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader wordt de locatie aangeduid als Erf. Op dit moment worden er gesprekken gevoerd met de initiatiefnemer. Bij Elzenhoeve (1) gaat de structuurvisie uit van woningbouw. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader wordt de locatie aangeduid als het Landelijk Ensemble. Op dit moment worden gesprekken gevoerd met de eigenaar en uw raad wordt hierover afzonderlijk geïnformeerd.
Samenwerkingsovereenkomst N9 - Kogendijk De gemeente Bergen heeft al geruime tijd de wens dat het kruispunt N9-Kogendijk (en Helderseweg aan Alkmaarse zijde) veiliger wordt voor fietsers en de doorstroming voor het autoverkeer daar wordt verbeterd. Samen met Het Rijk, Provincie Noord-Holland en de gemeente Alkmaar is er een plan gemaakt om dit kruispunt aan te pakken. Alle vier betrokken partijen hebben hiervoor een bijdrage gereserveerd. Om tot goede afspraken te komen tussen de vier partijen is een samenwerkingsovereenkomst (SOK) opgesteld. Namens de gemeente Bergen wordt deze ondertekend door wethouder Briët. Aanleiding In 2015 is gestart aan een onderzoek naar de beste oplossing voor de kruising N9-KogendijkHelderseweg. De kruising vormt een barrière voor fietsers die vanuit Bergen naar Alkmaar fietsen en v.v. Tevens is de veiligheid van het kruispunt voor fietsers suboptimaal. Op gebied van doorstroming voor zowel langzaam- als snelverkeer is de kruising een knelpunt. Uit het onderzoek is een partiële eirotonde (soort turborotonde) gecombineerd met een tunnel voor fietsers en voetgangers, als beste oplossing naar voren gekomen. Zie impressie hieronder:
Omdat de financiering voor de aanleg niet sluitend was heeft het project een tijd stilgelegen. Nadat er aanvullende financiering is gevonden middels een bijdrage van Rijkswaterstaat is begin 2024 een herstart van het project gemaakt, waarbij de gemeente Alkmaar het projectmanagement voor haar rekening heeft genomen. Als eerste stap is gekeken of het plan, gezien nieuwe ontwikkelingen op onder andere het gebied van toekomstige woningbouw, nog steeds een goede en robuuste oplossing is. Dat blijkt het geval te zijn. Vervolgens zijn verdere onderzoeken verricht en is de SOK opgesteld, onder andere gebaseerd op deze onderzoeken. In deze SOK zijn de belangrijkste afspraken vastgelegd, waaronder de hoogte van de bijdragen van de diverse partijen, afspraken over eigendom en beheer en hoe om te gaan met een situatie waarbij blijkt dat het beschikbaar gestelde budget ontoereikend blijkt te zijn. Consequenties van de informatie uit het college Bij ondertekening van de SOK conformeert de gemeente Bergen zich aan de afspraken die zijn gemaakt om de gewenste oplossing daadwerkelijk te kunnen realiseren. Dat betekent ook dat de gemeente Bergen, net als de andere drie partijen, een risico neemt voor wat betreft eventuele meerkosten. Of dit aan de orde is en, zo ja, hoe hoog deze kosten zijn is op dit moment onbekend.
De afspraak is gemaakt dat deze meerkosten zijn gemaximeerd, waarbij elke partij 25% van de meerkosten voor haar rekening neemt. Dit risico wordt in Naris opgenomen. Dit is het risicomanagement systeem waar de gemeente gebruik van maakt. Daarin worden alle relevante risico’s in beeld gebracht. Het vervolgtraject Na ondertekening wordt de verdere voorbereiding van het project opgepakt. Het gekozen ontwerp wordt uitgewerkt tot een definitief ontwerp (DO) waarna het bestek wordt opgesteld voor aanbesteding. Tegelijk worden de benodigde procedures doorlopen en vergunningen aangevraagd. Uiteindelijke uitvoering staat gepland voor 2028. Het project wordt daarbij begeleid door een projectmanager die vanuit de gemeente Alkmaar wordt aangestuurd. De gemeente Bergen heeft zitting in het begeleidingsteam dat een goede uitvoering van het proces controleert. Ook is de gemeente Bergen vertegenwoordigd in de stuurgroep.
Inwoners goed bezig met afval scheiden Deze brief informeert u over de tussenevaluatie van het afvalbeleid. Bij het opstellen van de rapportage is gezamenlijk opgetrokken met Uitgeest, Castricum en Heiloo. Wat blijkt: de inwoners van Bergen zijn goed bezig met afvalscheiden. In 2021 stelde de raad van de gemeente Bergen het beleidsplan ‘Van Afval naar Grondstof’ vast. Na het besluit is van start gegaan met de implementatie. Inwoners in laagbouw ontvingen een PMD rolcontainer. Bewoners van hoogbouw kregen een GFTe cocon bij het complex. PMD mogen zij bij het restafval in de ondergrondse container doen, zodat ze niet veel stromen apart hoeven te houden in hun appartement. Dit wordt nagescheiden bij de verwerker. De milieuparkjes werden opgewaardeerd. Containers voor luiers en kleine elektrische apparaten zijn nieuw. Vanaf 1 januari 2024 geldt er een variabel tarief per aanbieding van restafval. In januari 2024 is de inzamelfrequentie gewijzigd: meer service op grondstoffen (PMD en GFTe), minder op restafval. Bevindingen evaluatierapportage De gemeente Bergen hoort samen met Uitgeest, Castricum en Heiloo qua restafvalreductie tot de best presterende gemeenten in Noord-Holland. De inzamelfrequentie-wijziging in 2024 heeft tot een verdere vermindering van het aantal kilo fijn-restafval per inwoner geleid.
Voor de gemeente Bergen geldt daarnaast dat de variabele heffing per aanbieding van restafval per 1 januari 2024 van start is gegaan, waardoor de verbetering van de prestaties in 2024 nog significanter is. Komend van meer dan 200 kilo heeft Bergen inmiddels bijna de aansluiting gevonden bij de andere BUCH-gemeenten waar de maatregelen twee jaar eerder zijn geïmplementeerd. Restafval Kg/inwoner/jaar Bergen
2019
2020
2021
2022
2023
2024
199
208,3
209
148
129,2
92,9
Uitgeest
193,4
186,3
109,8
92,3
93,9
74,6
Castricum
187
179,3
106,1
100,6
100,5
81,6
Heiloo
171,9
171,7
103,1
101,3
102,0
81,2
gemiddeld N-H (CBS)
154,2
De totale hoeveelheid restafval en daarmee CO2 uitstoot die de BUCH-gemeenten in 2024 ten opzichte van 2020 gezamenlijk bespaard hebben staat gelijk aan een personenauto die 1.100 keer de aarde rondrijdt. Mooi is dat de vier gemeenten gezamenlijk optrokken in de opgave. Het is een klinkend BUCH-resultaat. Financiële gevolgen goede afvalscheiding De verwerking van restafval kost geld, terwijl grondstoffen een waarde vertegenwoordigen. De landelijke overheid heft bovendien belasting op het verbranden van restafval. Het nemen van maatregelen en het goede scheiden door inwoners heeft een dempend effect gehad op de ontwikkeling van de heffing. Mede ingegeven door de beëindiging van de vrijstelling van CO2belasting voor afvalenergiecentrales vanaf 2027 blijft het beperken van restafval belangrijk.
Focus Van Afval naar Grondstof (VANG) Het landelijke VANG programma, het programma dat gemeenten helpt om hun afvalprestaties te verbeteren, heeft haar focus voor 2026 e.v. bijgesteld. Het verminderen van restafval blijft belangrijk, maar er is een opgave bijgekomen: grip op de kwaliteit van stromen ten behoeve van recycling. Meer aandacht voor hergebruik en preventie draagt bij aan het verder reduceren van restafval. Aanbeveling De aanbeveling die in de evaluatierapportage gedaan is, is om het verbeteren van grip op afvalstromen en hergebruik en preventie als het vertrekpunt te nemen voor de doorontwikkeling van het succesvolle beleid. Voor de andere BUCH-gemeenten zit de beleidsperiode erop. Daar is het advies om deze aanbeveling mee te nemen bij de ontwikkeling van het nieuwe beleid. In Bergen volgen we de ontwikkelingen nauwgezet. Voorzieningen luiers en textiel In de commissievergadering van 10 oktober 2024 is door mevrouw Glas (KIES Lokaal) aandacht gevraagd voor het voorzieningsniveau voor luiers en oud textiel. Bijlage B5 van de evaluatie gaat hier op in. Gekeken is naar het aantal inwoners dat met één container moet doen. In Bergen wordt het aantal luiercontainers uitgebreid. Daarmee komt het aantal inwoners per container op het niveau wat in de BUCH gebruikelijk is.
Dezelfde vergelijking voor textiel heeft opgeleverd dat in Bergen een laag aantal inwoners met één container samen hoeft te doen. Gevraagd (enquête) naar van welke stromen inwoners op de milieuparkjes meer capaciteit wensen, kwamen luiers en textiel niet naar voren als stromen waarvoor een grote wens bestaat. We blijven dit monitoren. Op basis van ruimtelijke ontwikkelingen en behoefte die wij signaleren passen wij het voorzieningsniveau aan op wat passend is in de Bergense situatie. Benchmark In 2026 doet Bergen mee aan de NVRD Benchmark. In de NVRD Benchmark worden gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse onderling vergeleken op milieu, dienstverlening, kosten en regievaardigheden. Het rapport komt eind 2026 beschikbaar. Bijlagen Tussenevaluatie Enquêterapportage
Voortgang startnotities Egmond-Binnen Noord, Egmond-Binnen Zuid en de afhechting van Groetincke in Groet Op 19 maart 2025 heeft uw raad de raadsinformatiebrief ontvangen over de voortgang van de startnotities Egmond-Binnen Noord, Egmond-Binnen Zuid en de afhechting van Groetincke in Groet. Haalbaarheidsscan Voor Egmond-Binnen Noord geldt dat naast Kerkplein (55 woningen), de Visweg (17 woningen) de verplaatsing Dekamarkt, (achterblijvende en nieuwe locatie circa 40 woningen) samen met de locatie van de voormalige Adelbertlocatie gezamenlijk ongeveer 200 nieuwe woningen worden ontwikkeld. Voor Egmond-Binnen Zuid hebben de grondeigenaren Opus Vastgoed opdracht gegeven de mogelijkheden te onderzoeken voor woningbouw. Buro SRO heeft de opdracht uitgevoerd. In een uitgewerkte stedenbouwkundige visie kunnen 155 nieuwe woningen worden ontwikkeld. Voor de uitbreiding van de wijk Groetincke in Groet is nog geen concreet woningbouwprogramma uitgewerkt. In de raadsinformatiebrief van 19 maart 2025 is aangegeven dat in de tweede en derde kwartaal van 2025 resultaten van de haalbaarheidsscan worden verwacht. Deze resultaten zijn eerder bekend geworden. Voor de haalbaarheidsscan voor stikstof is gebruik gemaakt van de Aerius Calculator en zijn verschillende woningbouwprogramma’s in de calculator ingevoerd en doorgerekend. De bouwfase is vooralsnog buiten beschouwing gelaten.
Wordt deze fase alsnog meegenomen dan verslechtert het resultaat, immers door gebruik van machines en materieel welke gebruikmaakt van fossiele brandstoffen zal sprake zijn van stikstofdepositie. Voor Egmond-Binnen Noord is al sprake van een stikstofoverschrijding bij slechts 5 woningen. Ook voor Egmond-Binnen Zuid en de wijk Groetincke is een stikstofoverschrijding bij een minimaal woningbouwprogramma. Ons college houdt vast aan het woningbouwprogramma. Met de programmamanager Wonen van het team Regio Alkmaar wordt de stikstofproblematiek op de agenda gezet bij het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en er wordt gewerkt aan een brief over deze problematiek en de bouwbeperkingen voor de ministeries. Beschermd Landschap De gemeente gaat ambtelijk in gesprek met de provincie Noord-Holland. De provincie heeft aangegeven prioriteit te geven aan woningbouw op de Adelbertlocatie, Egmond-Binnen Noord, boven de woningbouwlocatie Egmond-Binnen Zuid. De reden voor de prioritering is de ligging van Egmond-Binnen Zuid in Beschermd Landschap. Grondruil De initiatiefnemers van Egmond-Binnen Zuid stellen voor om gronden te ruilen en stikstofdepositie hiervan te gebruiken voor hun ontwikkeling, waardoor de stikstofuitstoot ook wordt beperkt.
De provincie Noord-Holland heeft al aangegeven dat de stikstofruimte die ontstaat door de grondruil beschikbaar moet worden gesteld aan de binnenstedelijke locatie Egmond-Binnen Noord. Planning Met uw raad is afgesproken om de drie startnotities in het derde kwartaal van 2025 ter besluitvorming aan te bieden. Door de stikstofoverschrijding is onduidelijk wanneer de startnotities ter besluitvorming worden voorgelegd aan uw raad.
Inzet Buurkracht in gemeente Bergen Met Buurkracht ondersteunen we inwonersinitiatieven en willen ze laten ontstaan, zodat inwoners zelf de drijvende kracht zijn om hun buurt te verduurzamen. Een buurt die in beweging is gekomen, is gemotiveerd om meer maatregelen te nemen om te verduurzamen en zal andere buurten inspireren. Hiermee dragen we bij aan de doelstelling uit het Klimaatakkoord om in 2050 een energie neutrale gemeente te zijn, waarbij we zoveel mogelijk ondersteuning bieden aan inwoners om de weg daarnaartoe zelf vorm te geven. Aanleiding In het ‘Uitvoeringsplan warmtetransitie Bergen 2023-2025’ is opgenomen om inwonersinitiatieven meer te gaan ondersteunen. Ook in ‘Ambitiedocument Programma Klimaat 2021-2025’ is opgenomen dat ‘Lokale initiatieven van inwoners en ondernemers stimuleren’ een belangrijk uitgangspunt is. Vanuit de gemeente spelen we hierop in. Dit project vindt plaats in alle vier de BUCH-gemeenten. Daardoor kunnen we lering trekken uit de initiatieven vanuit de andere BUCH-gemeenten. Ook profiteren we van best practices uit andere gemeenten, door inzet van een partij die – ondersteund vanuit het Rijk – veel ervaring heeft met het opstarten en begeleiden van dit soort projecten. De inzet van Buurkracht wordt bekostigd vanuit bestaande middelen, er is geen extra geld voor benodigd.
Buurkracht Buren met elkaar verbinden en verder helpen is waar de kracht en ervaring van Buurkracht zit. Buurkracht biedt hiervoor een platform en zet eigen buurtbegeleiders in om dit proces te ondersteunen, ze helpen bij het creëren van een hechtere gemeenschap waarin buurtbewoners zich samen verantwoordelijk voelen voor de toekomst van hun buurt. Als voorbeeld heeft Buurkracht inwonersinitiatieven in andere gemeentes ondersteund bij het opzetten van collectieve inkoopacties voor bijvoorbeeld HR++ glas, zonnepanelen, thuisbatterijen, isolatie, warmtepompen en groene daken. Buurkracht is onafhankelijk, heeft geen commerciële doelstellingen en geen winstoogmerk. Aanpak en uitvoering We zetten Buurkracht in als aanjager en ondersteuner voor inwonersinitiatieven in de gemeente, waarbij we focussen op: Het bevorderen van sociale cohesie en samenwerking in wijken (burgerparticipatie); Het realiseren van concrete projecten die bijdragen aan een duurzame woonomgeving; Inwoners samen brengen om ideeën en initiatieven te delen die de energietransitie bevorderen; Positieve publiciteit over participatie en duurzaamheid; Inspirerende voorbeelden creëren voor andere buurten om ook in actie te komen. De uitvoering start in de gemeente Bergen in de buurten Groet en Boschrand, met de intentie om op te schalen naar andere buurten.
Iedere buurt, zal meerdere buurtacties opzetten, waarin we in 3 jaar toewerken naar volledig zelfstandige buurtinitiatieven.
Succesvolle inzet bemiddelaars in de buurt ook in 2026 doorgezet In de jaarrapportage 2024 doet de Bemiddelingskamer verslag van de buurtbemiddelingen in de gemeente Bergen. Op basis van deze rapportage heeft het college besloten de afspraken met De Bemiddelingskamer, 55 bemiddelingen per jaar (+ of – 10 %) waarvan 50% wordt betaald door Kennemer Wonen, in 2026 te handhaven. Buurtbemiddeling ondersteunt inwoners bij conflicten tussen buren, om onderling en gezamenlijk tot een oplossing te komen. Buurtbemiddeling is een middel om conflicten tussen buren op een laagdrempelige manier op te pakken. De bemiddeling is op vrijwillige basis en heeft als uitgangspunt dat partijen er samen uit komen. Het gevolg hiervan is dat de zelfredzaamheid van de inwoners wordt vergroot en de leefbaarheid in de buurt verbetert. Een directe verwijzing naar buurtbemiddeling ontlast organisaties zoals politie, woningcorporatie en sociaal team. De buurtbemiddelaars zijn vrijwilligers. Deze vrijwilligers worden opgeleid en begeleid door de professionele medewerkers van De Bemiddelingskamer. Team Bergen bestaat uit 8 bemiddelaars. Bemiddelaars uit Bergen en Heiloo werken samen waardoor er in totaal 16 bemiddelaars actief worden ingezet in de gemeente Bergen. Buurtbemiddeling heeft raakvlakken met de beleidsterreinen Wonen, Sociaal Domein en Openbare Orde en Veiligheid.
Door het inzetten van buurtbemiddeling wordt het rechtssysteem, de politie, woningcorporaties en gemeenten ontlast. Aantal aanmeldingen huurders Kennemer Wonen Er zijn in 2024 55 aanmeldingen gedaan voor buurtbemiddeling. Van de 55 aanmeldingen zijn 34 aanmeldingen van huurders van Kennemer Wonen. Een aandeel van 62 %. De verdeling van de aanmeldingen tussen huurders en niet huurders fluctueert. 51% (28 van de 55 aanmeldingen) van de aanmeldingen is rechtstreeks (zonder doorverwijzing) bij de Bemiddelingskamer binnengekomen . Met dit resultaat worden organisaties zoals politie, woningcorporatie, sociaal team en de Gemeente Bergen ontlast. Buurtbemiddeling eerst is effectief in preventief werken In de jaarrapportage 2024 staat een onder andere een overzicht van trends en ontwikkelingen, een overzicht van de aard van de klachten en de aanmeldingen per dorp. Aanleiding Eind 2023 is een nieuw contract aangegaan met de Bemiddelingskamer voor de periode 20242027 in dit contract is afgesproken het contract jaarlijks voor 1 juni aan de hand van de jaarrapportage te evalueren. Consequenties van de informatie uit het college De informatie is bedoeld om de activiteiten van De Bemiddelingskamer onder de aandacht te brengen. Bijlage Jaarrapportage 2024 De Bemiddelingskamer Bergen
Deze e-mail is verstuurd aan {{email}}. Als u geen nieuwsbrief meer wilt ontvangen, kunt u zich hier afmelden. U kunt ook uw gegevens inzien en wijzigen. Voor een goede ontvangst voegt u webredactie@debuch.nl toe aan uw adresboek.