CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

C4. Nieuwsbrief-van-het-college-14-mei-2025.pdf

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 6: Vaststellen afdoeningsadviezen lijst ingekomen stukken3.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nieuwsbrief van het college

Nieuwsbrief 14 mei 2025

Convenant Horizontaal Toezicht Belastingdienst De Belastingdienst hanteert verschillende manieren van toezicht om te controleren of aangiftes goed en volledig zijn ingediend. Eén van die manieren is Horizontaal Toezicht (HT). HT biedt een alternatief voor het traditionele toezicht. Bij traditioneel toezicht controleert de Belastingdienst de betrouwbaarheid van een aangifte achteraf, middels een (onaangekondigd) boekenonderzoek. Bij HT vindt afstemming vooraf plaats. Samenwerking tussen alle partijen die bij het aangifteproces betrokken zijn staat daarbij centraal. De basis voor deze samenwerking is vertrouwen en transparantie. De samenwerkende partijen maken afspraken over fiscale processen, werkwijzen en onderlinge communicatie. Het doel van HT is om de kwaliteit van aangiftes te behouden, te verbeteren en om dubbel werk te voorkomen. Onze gemeente heeft in het verleden dit convenant met de Belastingdienst gehad, maar moest deze eind 2022 wegens omstandigheden opzeggen. Om voor de BUCH en de gemeenten (organisaties) tot een convenant HT met de Belastingdienst te komen heeft onze externe adviseur een fiscale scan uitgevoerd. Daarnaast is voor de organisaties een Strategisch Fiscaal Beleidsplan 2025-2028 (SFB) opgesteld. Het SFB vormt de basis om te voldoen aan fiscale wet- en regelgeving en sorteert voor op een samenwerking met de Belastingdienst via een convenant HT.

De planning is dat de organisaties eind 2025 de convenanten HT met de Belastingdienst tekenen, met een ingangsdatum van 1 januari 2026.

Jaarrapportage Woonruimte verdeling SVNK 2024 De woningcorporaties in de regio Alkmaar zijn verenigd in Stichting Sociale Verhuurders Noord-Kennemerland (SVNK). Onder de regio Alkmaar vallen de gemeenten Alkmaar, Dijk & Waard, Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. In de Jaarrapportage Woonruimte verdeling SVNK 2024 wordt verslag gedaan van de ontwikkelingen op de sociale huurmarkt in de regio Alkmaar in 2024. De jaarrapportage vormt de belangrijkste informatiebron om zicht te houden op de verdeling van sociale woonruimte. Algemene conclusies voor de gehele regio uit de rapportage: De gemiddelde inschrijftijd is ruim 9 jaar. Woningzoekenden staan vaak eerst een tijd passief ingeschreven om inschrijfduur op te bouwen en gaan pas daarna actief zoeken. Er zijn ruim 104.000 woningzoekenden ingeschreven, en daarvan hebben 20.235 woningzoekenden het afgelopen jaar gereageerd op minimaal één advertentie (2023: 18.576). Dit zijn de actief woningzoekenden. Er zijn in 2024 1919 woningen verhuurd (2023: 1868). Terwijl het aantal actief woningzoekenden is gestegen, is de gemiddelde slaagkans [1] in 2024 licht gedaald naar 9,5% (2023: 10,1%). Dit betekent een stijging van de vraag. Bij een achterblijvend aanbod ontstaat een nog hogere druk op de woningmarkt. Succesvol is de doorstroomvoorrang in de nieuwe huisvestingsverordening.

In 2024 werden 219 vrijkomende woningen verhuurd aan huishoudens die een corporatiewoning achterlieten. Zij zorgden dus binnen de sociale huur voor doorstroming. In 2023 waren dat er 41. De grootste groep woningzoekenden zijn eenpersoonshuishoudens met een laag inkomen. De meeste woningen (64%) die opnieuw verhuurd werden in 2024 hadden een huurprijs onder de passend toewijzen grens [2] (2023: 69%). De slaagkans van de laagste inkomensgroep nam af in vergelijking met 2023, omdat het aanbod tot de passend toewijzen grens ook afnam. In 2024 steeg in vergelijking met voorgaande jaren de slaagkans van woningzoekenden t/m 22 jaar, t/m 27 jaar en van 75 jaar en ouder. Woningadvertenties werden vaker dan voorheen voorzien van een voorrangslabel voor deze doelgroepen. De meeste woningen die (op)nieuw verhuurd werden in 2024 werden geadverteerd op svnk.nl (82%). De overige 18% werd direct bemiddeld [3] (2023: 25%). Met 7,1% van de verhuringen zijn de vergunninghouders de grootste groep die bemiddeld werd. Van de geadverteerde woningen ging 8% naar woningzoekenden met een urgentieverklaring (inclusief huisvestingsindicatie) ten opzichte van 17% in 2023. Het gemiddelde aantal reacties per advertentie is 280 (2023: 266). Op lotingadvertenties is dit zelfs 472 (2023: 428).

Voor woningzoekenden met een korte inschrijfduur (veelal jongeren) is dit de enige kans om op korte termijn een woning te kunnen huren. In 2024 moest een woning vaker worden aangeboden, voordat hij verhuurd werd. Gemiddeld accepteert de 6e woningzoekende op de lijst de woning (2023: de 5e). Slechts 14% van de verhuringen in de regio Alkmaar is aan woningzoekenden buiten de regio. Conclusies specifiek voor de gemeente Bergen: In de gemeente Bergen waren in 2024 1.059 actief woningzoekenden (2023: 1.026). Dat is 6% van het totaal aan actief woningzoekenden in de regio Alkmaar. Van de in totaal 1.919 verhuringen in de regio Alkmaar vonden 141 verhuringen in de gemeente Bergen plaats. Daarvan kwamen 115 woningzoekenden uit de regio en 26 woningzoekenden van buiten de regio. Woningzoekenden van buiten de regio kunnen ook oud-inwoners zijn. Ten opzichte van 2023 is het aantal verhuringen in de gemeente Bergen in 2024 met 8 verhuringen toegenomen (2023: 133, 2024: 141). De toename is het gevolg van de oplevering van nieuwbouwwoningen en de doorstroming die dit opleverde. In 2024 zijn in de gemeente Bergen 16 nieuwe sociale huurwoningen opgeleverd en verhuurd. In de gemeente Bergen zijn 24 woningen via bemiddeling verhuurd. Dat is 17% van het totaal aantal verhuringen. Voornamelijk vergunninghouders krijgen via bemiddeling een woning (12 verhuringen).

Het aantal gehuisveste vergunninghouders bedroeg 29 personen. De druk op de sociale huurmarkt is onverminderd groot. In 2024 zijn er in de regio minder nieuwbouwwoningen opgeleverd dan in 2023. Alleen het toevoegen van sociale huurwoningen en stimuleren van doorstroming draag bij aan het verminderen van de druk op dit segment van de woningmarkt. Inzet en sturing op deze thema’s blijft essentieel. Bijlage Jaarrapportage Woonruimte verdeling SVNK 2024 Noten [1] De slaagkans van woningzoekenden wordt gevormd door het aantal verhuringen te delen door het aantal actief woningzoekenden dat in de gevraagde periode een woning heeft gevonden. [2] Een huurprijs onder de passend toewijzen grens betekent een huurniveau dat binnen de vastgestelde normen valt voor toewijzing aan lagere inkomensgroepen. [3] Bij directe bemiddeling wordt een sociale huurwoning niet via een advertentie verhuurd, maar direct bemiddeld. Onder bemiddeling vallen de volgende bemiddelingsredenen: aangepaste woningen, transferpunt (uitstroom uit zorginstellingen), terugkeerder renovatie/herstructurering, vergunninghouders, zorg/welzijnsinstelling, bemiddeling corporatie.

Gebiedsanalyse & focus verstevigen sociale basis en Subsidieregeling Sociale basis Met het vaststellen van de Gebiedsanalyse & focus verstevigen sociale basis 2026- 2027 Bergen – deel I en II, en de Subsidieregeling sociale basis Bergen 2025 beschikt de gemeente over een eenduidig en transparant kader voor het realiseren van de hoofdopgave ‘het verstevigen van de sociale basis’. Deze opgave is onderdeel van het ‘Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2023-2026 ‘Iedereen doet mee’. Aanleiding Op 26 januari 2023 is het ‘Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2023-2026 ‘Iedereen doet mee’ vastgesteld door uw raad. In samenspraak met de maatschappelijke partners (onder andere tijdens gebiedstafels) zijn, op basis van dit integrale beleidskader, de focuspunten vastgelegd in jaarlijkse gebiedsplannen. Er is besloten met ingang van 2026 te kiezen voor een tweejaarlijkse cyclus van het gebiedsplan. Met ingang van 2026 heet het gebiedsplan ‘Gebiedsanalyse en focus verstevigen sociale basis’. Tijdens de gebiedstafel op 15 april 2025 is de gebiedsanalyse en de conceptsubsidieregeling Sociale basis Bergen 2025 gepresenteerd. De opgehaalde input is verwerkt in bijgevoegde, door ons college op 6 mei 2025, vastgestelde documenten. De subsidieregeling treedt 1 juli 2025 in werking en gaat gelden voor aanvragen voor het begrotingsjaar 2026 e.v.

De Subsidieregeling Welzijn gemeente Bergen 2021 en de Subsidieregeling Jubilea gemeente Bergen 2021 worden per 1 juli 2025 ingetrokken. Voor de Bibliotheek Kennemerwaard wordt met ingang van 2026 voorgesteld een subsidie te verstrekken op basis van een door uw raad vastgestelde begrotingspostsubsidie. Tijdens de raadsinformatiavond (5 juni 2025) wordt de subsidieregeling Sociale basis Bergen 2025 aan u gepresenteerd en heeft u de gelegenheid tot het stellen van vragen. Consequenties van de informatie uit het college De subsidieaanvragen voor Welzijn voor 2026 worden getoetst aan de nieuwe subsidieregeling. Het vervolgtraject Na de raadsinformatieavond van 5 juni 2025 worden de betrokken subsidieaanvragers geïnformeerd over de nieuwe regeling. Bijlage Gebiedsanalyse & focus verstevigen sociale basis 2026 - 2027 Bergen: Deel I Deel II Subsidieregeling Sociale basis Bergen 2025

Stand van zaken projecten Bergen in verband met stikstof eisen Intern salderen is voortaan niet meer vergunningsvrij. Er moet met terugwerkende kracht aan een natuurvergunningplicht (inclusief aanvullende additionaliteitstoets) worden voldaan. Initiatiefnemers van nieuwe projecten die na 1 januari 2025 starten en stikstofdepositie veroorzaken, moeten een natuurvergunning aanvragen. Ook initiatiefnemers van bestaande projecten die intern salderen toepasten, moeten alsnog vóór 1 januari 2030 een vergunning hebben. Dit leidt tot onzekerheid en mogelijke vertraging in lopende of geplande ruimtelijke procedures. Aanleiding Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee belangrijke uitspraken gedaan in de zaken "Amercentrale" en "Rendac". Deze uitspraken gaan over het intern salderen. De Raad van State heeft bepaald dat intern salderen niet langer vergunningsvrij is. Nieuwe projecten die na 1 januari 2025 starten, mogen dat niet zonder een natuurvergunning als zij stikstofdepositie van meer dan 0 mol N/ha/jaar veroorzaken. Verder heeft de uitspraak terugwerkende kracht tot 1 januari 2020. Bij projecten die met intern salderen mogelijk zijn gemaakt, moeten de initiatiefnemers daarom alsnog een natuurvergunning aanvragen. Voor deze bestaande projecten geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2030.

De kern van de uitspraken is dat intern salderen voortaan vergunningplichtig is en ook moet worden getoetst aan de additionaliteitstoets: een bepaling die nagaat of de stikstofruimte die men inzet voor intern salderen niet nodig is voor natuurherstel. De provincie Noord-Holland is bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming en werkt aan nieuwe beleidsregels, waaronder deze additionaliteitstoets. Zolang deze regels niet zijn vastgesteld, is er onzekerheid en worden vergunningsaanvragen met intern salderen aangehouden. Dit staat ook vermeld op de website van de omgevingsdienst Noord Holland Noord (deze dienst voert natuurtaken uit voor de provincie). Dit kan en zal tot vertraging en onzekerheid leiden bij initiatiefnemers. De uitspraken hebben in ieder geval betrekking op individuele, concrete ingrepen die mogelijk effecten hebben op Natura 2000-gebieden (omgevingsvergunningaanvraag). Als die effecten niet zijn uit te sluiten is een passende beoordeling en een natuurvergunning nodig. Ons college heeft alle initiatieven die stikstofdepositie veroorzaken in kaart gebracht. Per geval wordt onderzocht wat de beperkingen, risico's en mogelijke oplossingen zijn. Als blijkt dat intern salderen de enige route is, is voorzichtigheid geboden: zonder geldige natuurvergunning mag een project of plan feitelijk niet worden uitgevoerd. De initiatiefnemers worden door ons hierop gewezen.

Bij plannen of projecten die voldoen aan de bestaande regels, bijvoorbeeld geen toename van depositie of toepassen van extern salderen, kan de procedure wel worden voortgezet. De uitspraken en de verwachte provinciale beleidswijzigingen leiden voorlopig tot onzekerheid in diverse ruimtelijke procedures. Zodra de provincie de nieuwe beleidsregels publiceert en meer duidelijkheid ontstaat over de additionaliteitstoets en de positie van omgevingsplannen, brengen wij u opnieuw op de hoogte. Het betreft de volgende projecten: COA uitbreiding AMV-opvang Supermarkt en appartementen en dorpshuis de Schulp en openbare ruimte Bouw 25 woningen Ecodorp Verbouw stolp en toevoegen bijgebouwen 10 appartementen 17 woningen 10 recreatiewoningen Realisatie 11 tiny houses Nieuwe voetbalvelden - Nieuwe sporthal 8 sociale koopwoningen in complex met beneden-bovenwoningen Project Egmond-Binnen Noord (Adelbert voetbalvelden) Egmond-Binnen Zuid Afhechting Groetincke

Egmond-Binnen Egmond-Binnen Bergen Bergen Bergen Egmond-Binnen Egmond aan Zee Schoorl Egmond aan Zee Egmond aan Zee Schoorl Egmond-Binnen Egmond-Binne Groet

Uitleg begrippen 1. Intern salderen: dit houdt in dat je binnen eenzelfde projectlocatie de toename aan stikstofuitstoot (bijvoorbeeld door uitbreiding of aanpassing van activiteiten) compenseert met een gelijktijdige afname binnen dezelfde vergunning. Met andere woorden: je "verrekent" de nieuwe uitstoot met de bestaande stikstofruimte (bijvoorbeeld omdat je productiecapaciteit of bedrijfsactiviteiten aanpast c.q. staakt). Hierdoor blijft de totale stikstofdepositie per saldo gelijk of neemt deze af. Dit is vergunningplichtig geworden (met terugwerkende kracht). 2. Een project: is in de stikstofregelgeving is een individuele, concrete ingreep die mogelijk effecten heeft op Natura 2000-gebieden (omgevingsvergunning), waarvoor - als die effecten niet zijn uit te sluiten - een passende beoordeling en een natuurvergunning nodig is. 3. Een plan: is in de stikstofregelgeving is iedere (beleidsmatige of ruimtelijke) vaststelling die nieuwe ontwikkelingen kan initiëren of toestaan, en daardoor potentieel effect kan hebben op Natura 2000-gebieden. Dat kan variëren van strategische beleidsstukken tot meer gedetailleerde planologische besluiten zoals een omgevingsplan. 4.

Additionaliteitstoets: dit houdt in dat bij een aanvraag voor een natuurvergunning moet worden aangetoond dat de stikstofruimte die men wil inzetten (bijvoorbeeld vanuit een bestaande vergunning) niet nodig is voor het herstel en de verbetering van de natuur in Natura 2000-gebieden. Concreet betekent dit dat de uit te stoten stikstof (die je "overneemt" van een bestaand project of een bestaande vergunning) niet mag belemmeren dat de natuurdoelen worden behaald. Pas als overtuigend is onderbouwd dat de natuur die ruimte niet nodig heeft om te herstellen, is het salderen (of hergebruiken) van die stikstofruimte toegestaan. 5. Passende beoordeling: dit is een studie die (op grond van de Wet natuurbescherming en de Europese Habitatrichtlijn) beoordeelt of een project of plan significante negatieve effecten kan hebben op de beschermde natuur in Natura 2000-gebieden. Als die effecten niet met zekerheid kunnen worden uitgesloten, moeten er maatregelen worden genomen en kan de vergunning onder voorwaarden verleend worden. Het intern salderen kan als één van de maatregelen worden toegepast.

Drie rapporten over de behandeling van bezwaarschriften Hierbij ontvangt uw raad ter informatie drie rapporten over de behandeling van bezwaarschriften, met grotendeels dezelfde aanbevelingen. De belangrijkste aanbeveling in alle drie rapporten is het uitbreiden van de informele aanpak van bezwaarschriften en de verankering daarvan in de werkprocessen. Daarom stelt het MT-BUCH een standaard werkproces vast waarmee de informele aanpak van bezwaarschriften wordt geborgd in de organisatie. Sinds 2018 wordt op grond van de verordening commissie bezwaarschriften eerst onderzocht of de zaak in de minne kan worden geschikt. De ambtelijke organisatie beoordeelde wanneer dit mogelijk was. Dit leidde ieder jaar al tot een behoorlijk aantal intrekkingen van bezwaarschriften, vooral in het Sociaal Domein. Uit de pilot blijkt dat de informele aanpak kan worden uitgebreid. Meer informeel persoonlijk contact wordt zeer gewaardeerd door bezwaarmakers en er worden meer bezwaren informeel mee opgelost. Met het vast te stellen standaard werkproces wordt de informele aanpak van bezwaarschriften geborgd in de organisatie en uitgebreid. Hiermee wordt het proces van bezwaarbehandeling in zijn geheel verbeterd. Aanleiding In opdracht van de colleges van de BUCH-gemeenten heeft onderzoeksbureau Enneüs een 213a-onderzoek uitgevoerd en hierover een rapport uitgebracht.

Daarnaast heeft de commissie bezwaarschriften haar jaarverslag over 2024 uitgebracht. En het bezwaarsecretariaat heeft een evaluatierapport opgesteld van de pilot ‘informele aanpak van bezwaarschriften. Consequenties van de informatie uit het college Uw raad is geïnformeerd over de voorgenomen aanpassing van het werkproces met betrekking tot de behandeling van bezwaarschriften. Het vervolgtraject Het werkproces voor de behandeling van bezwaarschriften wordt aangepast. Uw raad wordt over het resultaat hiervan geïnformeerd bij het aanbieden van het jaarverslag van de commissie bezwaarschriften over 2025. Bijlagen Rapportage van Enneüs van het 213a-onderzoek naar de bezwaarprocedure Jaarverslag commissie bezwaarschriften Bergen 2024 Evaluatierapport van de pilot ‘Informele aanpak van bezwaarschriften’

Inzicht in dak- en thuisloosheid in regio Alkmaar – resultaten ETHOS Light-telling In de week van 3 maart 2025 heeft de gemeente Alkmaar een ETHOS Light-telling verricht in de regio. De gemeente Bergen heeft kosteloos deelgenomen aan deze telling. Deze telling heeft geleid tot een nulmeting van het aantal dak- en thuislozen binnen de gemeente Bergen conform de ETHOS Light-classificatie. De verkregen gegevens vormen een waardevolle basis voor het opstellen van het nieuwe regionale beleidskader Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang, alsook de inkoop van deze voorzieningen. Aanleiding Dakloosheid en de huisvesting van aandachtsgroepen krijgen landelijk veel aandacht. Eind 2022 is het Nationaal Actieplan Dakloosheid “Eerst een thuis” door het Rijk gelanceerd. Eén van de actielijnen uit het Nationaal Actieplan richt zich op het in kaart brengen van het aantal daken thuislozen. De huidige monitoring van het aantal dak- en thuislozen mensen schiet vaak tekort, omdat er uitsluitend wordt gekeken naar het aantal mensen dat in beeld is bij de maatschappelijke opvang. Dak- en thuislozen die bijvoorbeeld bij vrienden of familie verblijven of wonen in een recreatiewoning worden in deze monitoring niet meegeteld.

Om beter zicht te krijgen op de diversiteit en omvang van de groep dak- en thuislozen, wordt landelijk toegewerkt naar het tellen volgens de ETHOS classificatie (European Typology of Homelessness and Housing Exclusion). In 2023 hebben de eerste regio’s aan een ETHOStelling deelgenomen, maar de regio Alkmaar kwam op zijn vroegst in 2026 in aanmerking voor deze telling (de plekken in 2024 en 2025 zitten vol). Naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad van Alkmaar, waarin werd gevraagd om meer inzicht in het aantal dak- en thuislozen voor het nieuwe regionale beleidskader Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang, heeft de regio Alkmaar besloten niet op deze telling te wachten. In het vierde kwartaal van 2024 is de regio Alkmaar in samenwerking met onderzoeksbureau HHM zelf een regionale telling gestart. De meting is verricht volgens de ETHOS Light-telling [1] en geldt als nulmeting voor de verdere beleidsontwikkeling omtrent dak- en thuislozen binnen de regio. Consequenties van de informatie uit het college Onderzoeksopzet: ETHOS Light-telling De gegevens zijn verzameld middels een éénweekstelling. In de week van 3 tot en met 7 maart 2025 brachten 26 organisaties gezamenlijk de dak- en thuislozen inwoners in de regio in beeld. Deze organisaties waren o.a.

de zes regiogemeenten, opvangorganisaties, diverse zorgorganisaties, welzijnsorganisaties, politie, scholen, etc. Voor het verzamelen van gegevens is gebruik gemaakt van een vragenlijst met de onderwerpen: persoonskenmerken, verblijfplaats, samenstelling van huishouden, periode van dak- of thuisloosheid en reden van dak-of thuisloosheid. De ETHOS Light-telling onderscheidt zeven categorieën van dak- en thuisloosheid: 1. In de openbare ruimte 2. In de noodopvang 3. In een opvang voor thuislozen of tijdelijk verblijf 4. In een instelling 5. In een niet-conventionele woning [2] 6. Bij familie, vrienden of kennissen 7. In een woning met dreigende uithuiszetting Voor meer informatie over deze categorieën wordt verwezen naar de bijlage, waarin het volledige onderzoeksrapport is opgenomen. De officiële ETHOS-telling wordt uitgevoerd door Hogeschool Utrecht en Kansfonds en volgt een wetenschappelijk onderzoeksprotocol. In het onderzoek van bureau HHM is gebruik gemaakt van de ETHOS Light-telling, een vereenvoudigde en praktisch toepasbare variant van de ETHOS-methodiek. De officiële ETHOS-telling wordt uitgevoerd door Hogeschool Utrecht en Kansfonds en volgt een wetenschappelijk onderzoeksprotocol. In het onderzoek van bureau HHM is gebruik gemaakt van de ETHOS Light-telling, een vereenvoudigde en praktisch toepasbare variant van de ETHOS-methodiek.

Dak- en thuislozen in de gemeente Bergen In totaal zijn er 627 [3] dak- en thuislozen (ouder dan 18 jaar) in de regio Alkmaar geregistreerd [4], hiervan komen 18 dak- en thuislozen (ouder dan 18 jaar) uit de gemeente Bergen. In de gemeente Bergen bestaat de groep dak- en thuislozen voor de helft uit vrouwen en voor de helft uit mannen. Van de 18 dak- en thuislozen in de gemeente Bergen bevinden zich er 6 in een niet-conventionele ruimte, 10 bij familie, vrienden of kennissen en 2 in een woning met dreigende uithuiszetting. Bij deze 18 dak- en thuislozen zijn 6 kinderen direct betrokken, dit betekent dat het kind zich in dezelfde woonsituatie bevindt als de ouder. Van deze kinderen verblijven er 3 samen met hun ouder in een woning met dreigende uithuiszetting en 3 kinderen verblijven met hun ouder bij familie vrienden of kennissen. Daarnaast is één kind indirect betrokken. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een ouder wel. Verdere gegevens over dit kind zijn niet beschikbaar. De grootste groep dak- en thuislozen in de gemeente Bergen (50%) bevindt zich in de leeftijdscategorie van 27 tot en met 64 jaar, gevolgd door 42% die jonger is dan 27 jaar en 8% die 65 jaar of ouder is. De redenen van dak- en thuisloosheid lopen uiteen. Opgegeven redenen zijn o.a. relatieproblemen, conflict met vrienden of familie, psychische problematiek, werkloosheid en verslaving.

Regionale cijfers in perspectief In de gemeente Uitgeest zijn 17 dak- en thuislozen geregistreerd, in de gemeente Castricum 30 en in de gemeente Heiloo 18. Bij het maken van een vergelijking dient rekening te worden gehouden met de verschillen in het aantal inwoners per gemeente. Een directe vergelijking met andere regio’s of landelijke cijfers is lastig, aangezien diverse factoren van invloed zijn op het aantal dak- en thuisloze inwoners. Wel geeft een vergelijking met de ETHOS-telling in WestFriesland enige indicatie: in de regio Alkmaar is 0,24% als dak- of thuisloos geregistreerd, tegenover 0,26% in West-Friesland. De omvang van de groepen is vergelijkbaar. Het vervolgtraject De resultaten van dit onderzoek bieden inzichten voor het opstellen van het nieuwe regionale beleidskader Maatschappelijk Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang, alsook de inkoop van deze voorzieningen. Dit onderzoek biedt ook inzichten voor het Pact ‘Wonen met ondersteuning, commitment op leefbaarheid’ [5], bij de beoordeling van lokale initiatieven op het gebied dak- en thuisloosheid en beleid rondom Openbare Orde en Veiligheid, ondermijning en leefbaarheid. Daarnaast wordt dit onderzoek meegenomen in de voorbereiding en de uitwerking van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting.

Dit wetsvoorstel (dat in 2026 in werking treedt) zorgt voor de wettelijke verankering om met meer regie en meer tempo meer betaalbare woningen te bouwen. Eén van de instrumenten uit het wetsvoorstel om dit te bereiken is een regionaal afgestemd Volkshuisvestingsprogramma, met daarin een visie op wonen en zorg. De woonopgave van aandachtsgroepen, waaronder (dreigend) dak- en thuislozen, krijgt een vaste plek in dit programma. Tot slot, dit onderzoek betreft een momentopname en is een zogeheten nulmeting. De inzet is om jaarlijks deze telling te herhalen, om zo het effect van beleid te kunnen meten en zicht te houden op de opgave. Separaat aan deze rapportage schrijft HHM daarom een advies voor centrumgemeente Alkmaar voor structurele monitoring van dak- en thuislozen in de regio. Indien hier meer over bekend wordt, zullen we u informeren. Bijlagen 1. Onderzoeksrapportage aantal dak- en thuisloze inwoners in regio Alkmaar 2. Verdiepende analyse Ethos-telling BUCH-gemeenten 3. Factsheet aantal dak- en thuisloze inwoners gemeente Bergen Noten [1] De officiële ETHOS-telling wordt uitgevoerd door Hogeschool Utrecht en Kansfonds en volgt een wetenschappelijk onderzoeksprotocol. In het onderzoek van bureau HHM is gebruik gemaakt van de ETHOS Light-telling, een vereenvoudigde en praktisch toepasbare variant van de ETHOS-methodiek.

[2] Met een niet-conventionele woning wordt bedoeld: een verblijfplaats zoals een garage, kraakpand, auto, tent, recreatiewoning die permanent bewoond wordt, of een woning zonder huurcontract of zonder essentiële voorzieningen zoals een keuken of badkamer. [3] Met deze telling is de ondergrens van het aantal dak- en thuislozen in de regio Alkmaar in beeld gebracht. Ook in dit onderzoek zijn mensen buiten beeld gebleven. Hoe groot deze ‘onzichtbare’ groep is, blijft lastig in te schatten. [4] Er zijn ook 40 dak- en thuislozen in beeld gebracht die tijdens de telweek in een gemeente buiten de regio Alkmaar verbleven en 75 dak- en thuislozen waarvan de gemeente onbekend is. [5] De gemeente Bergen is sinds 2018 aangesloten bij het Pact ‘Wonen met ondersteuning, commitment op leefbaarheid’ om mensen die uitstromen uit een instelling naar een zelfstandige woning de juiste begeleiding te bieden bij het zelfstandig wonen.

Deze e-mail is verstuurd aan {{email}}. Als u geen nieuwsbrief meer wilt ontvangen, kunt u zich hier afmelden. U kunt ook uw gegevens inzien en wijzigen. Voor een goede ontvangst voegt u webredactie@debuch.nl toe aan uw adresboek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5268/documents/45985