C3. Beantwoording SV OD Teugelaan 21 Schoorl Z25 208988.pdf
Tekst van het document
Aan de fractie
Ons Dorp
Datum naar de raad zaaknr inlichtingen bij onderwerp
2 april 2025 Z25 208988 /
Nienke Glorie Beantwoording Artikel 51 vragen fractie Ons Dorp d.d. 6 februari 2025
Geachte fractie, Op 6 februari 2025 heeft uw fractie Ons Dorp schriftelijke vragen gesteld in het in het kader van artikel 51 van het RvO. Hierbij ontvangt u de schriftelijke reactie van ons college op deze vragen. De gemeenteraad ontvangt een kopie van deze brief. Onderwerp: Schriftelijke vragen over de aanvraag van Co-operatief Zorg BV voor de Teugelaan 21 te Schoorl Inleiding De fractie van Ons Dorp stelt het volgende: De voorgenomen vestiging van een woonzorgvoorziening in een woonwijk in Aagtdorp roept bij onze fractie grote zorgen op over veiligheid, precedentwerking en financiële gevolgen voor de gemeente. Omwonenden hebben grote bezwaren en wijkvereniging Aagtdorp vreest voor de negatieve gevolgen voor de leefbaarheid en veiligheid in de wijk. Gezien de ernstige risico’s en onomkeerbare gevolgen, roepen wij het college op deze vergunning te weigeren. Daarnaast verzoeken wij u de volgende vragen te beantwoorden: Vragen 1. Vraag: De zorgaanbieder beweert dat er géén bewoners met een forensische of strafrechtelijke achtergrond worden gehuisvest, terwijl op haar eigen website staat dat zij zich juist wél op deze doelgroep richt. Hoe weegt het college deze tegenstrijdige informatie, mede gezien het plan om de woning als ‘doorstroomlocatie’ voor ‘bestaande’ cliënten te gebruiken? Antwoord: In de beoordeling van de aanvraag zijn verschillende aspecten gewogen.
Dit heeft ertoe geleid dat de aanvraag is afgewezen. 2. Vraag: Vaak wordt pas na opening duidelijk dat forensische cliënten worden geplaatst. Daar dit niet als vergunningsvoorwaarde kan worden vastgelegd, hoe kan het college garanderen dat geen personen met een strafrechtelijke of forensische achtergrond worden gehuisvest? Hoe en door wie wordt dit gecontroleerd? En als de werkelijke doelgroep achteraf afwijkt van wat nu wordt voorgespiegeld, welke mogelijkheden zijn er dan om in te grijpen? Antwoord: De locatie Teugelaan 21 te Schoorl heeft nu een woonbestemming. Om een vorm van begeleid wonen op deze locatie mogelijk te maken, kan middels de BOPAprocedure de functie “begeleid wonen” door een zorgaanbieder worden aangevraagd. Pagina 1 van 5
Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften voor wat betreft de doelgroep worden verbonden en hierop kan gehandhaafd worden door de toezichthouder. Nu de aanvraag is afgewezen, is hier geen sprake van. 3. Vraag: De bewoners hebben 24/7 begeleiding en permanent toezicht nodig. De woning ligt echter midden in een afgelegen woonwijk, zonder nabijgelegen gespecialiseerde behandelvoorzieningen. Acht het college deze locatie geschikt voor deze doelgroep? Antwoord: In de beoordeling van de aanvraag zijn verschillende aspecten gewogen, zoals de wenselijkheid en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij wordt de afweging gemaakt of activiteit en/of een ontwikkeling op deze locatie als passend wordt beoordeeld. Voor deze aanvraag bleek dit niet het geval. 4. Vraag: U heeft eerder aangegeven dat zorginstellingen moeten bijdragen aan een veilige en leefbare woonomgeving. Hoe past de vestiging van een woonzorgvoorziening met potentieel maatschappelijk risico in een reguliere woonwijk hierin? Hoe wordt voorkomen dat cliënten zonder de juiste begeleiding op straat komen en een risico vormen voor zichzelf of de omgeving? Antwoord: Zie ook het antwoord bij vraag 1. In de beoordeling van de aanvragen worden verschillende aspecten gewogen. Hierin zit ook de afweging voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In deze afweging komt ook de leefbaarheid, behoefte en spreiding aan de orde. 5. Vraag: In Aagtdorp woont een bovengemiddeld aantal kwetsbare inwoners, zoals de bewoners van Scorlewald en ouderen. Hoe waarborgt het college hun veiligheid en belangen? Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 1 en 4. 6. Vraag: Een eventuele vergunning voor dit maatschappelijke gebruik moet in het Omgevingsplan worden opgenomen, waarmee het permanente recht op zorgexploitatie ontstaat. Is het college zich bewust dat de woning kan worden doorverkocht of verhuurd aan een andere partij met mogelijk een nog zwaardere doelgroep? Welke risico’s ziet het college hierin? Antwoord: Zoals bij vraag 2 al toegelicht heeft de Teugelaan 21 te Schoorl een woonbestemming. Middels de BOPA-procedure kan de functie “begeleid wonen” op de locatie mogelijk gemaakt worden. De omgevingsvergunning hiervoor wordt afgegeven aan de zorgaanbieder die de omgevingsvergunning aanvraagt. Het verlenen van zorg op de locatie is dus alleen mogelijk door de zorgaanbieder aan wie de omgevingsvergunning is verleend. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften verbonden worden (bijvoorbeeld enkel een bepaalde doelgroep). Mocht de zorgaanbieder besluiten om de zorgverlening op deze locatie te stoppen, dan bestaat de mogelijkheid om de omgevingsvergunning Pagina 2 van 5
over te zetten op een andere zorgaanbieder. Hiervoor is echter een nieuw besluit nodig en dit dient door de andere zorgaanbieder te worden aangevraagd bij de gemeente. Overigens wordt met de omgevingsvergunning de onderliggende woonbestemming niet gewijzigd. Dit is pas het geval als in het nieuwe omgevingsplan voor Bergen de functie “begeleid wonen” voor deze locatie wordt opgenomen. Vanaf dat moment kan er ook door een andere zorgaanbieder op deze locatie zorg in de vorm van begeleid wonen worden verleend. Ter volledigheid: de vergunning is aan de initiatiefnemer niet verleend. 7. Vraag: Indien deze maatschappelijke zorgbestemming wordt toegekend, hoe voorkomt het college dat aan soortgelijke aanvragen in deze of een andere woonwijk moet worden meegewerkt op basis van het gelijkheidsbeginsel? Is het college zich bewust van de structurele gevolgen die dit kan hebben voor de ruimtelijke ordening en de vestiging van dit soort zorginitiatieven zonder duidelijke controle? Antwoord: Elk initiatief wordt opnieuw beoordeeld binnen bestaande wet- en regelgeving en per locatie wordt een eigen afweging gemaakt die op basis van de verschillende aspecten wordt getoetst. Er is er daarom geen sprake van precedentwerking. 8. Vraag: De zorgindicatie die past bij de beoogde doelgroep (bijvoorbeeld ZZP VG7) kost de gemeenschap via het PGB circa €80.000 per persoon per jaar, exclusief toeslagen.
Hoe wordt deze financiële impact beoordeeld, mede gezien de toenemende druk op de gemeentelijke begroting? Antwoord: De zorg die aan de beoogde doelgroep zou worden geleverd, betreft zorg vanuit de Wet langdurige zorg. Deze zorg wordt niet door de gemeente gefinancierd, maar door het Zorgkantoor. 9. Vraag: Aangezien de doorstroombewoners geen inwoners van Bergen zijn, maar ‘bestaande’ cliënten van elders: acht het college het wenselijk dat lokale middelen hiervoor worden ingezet? Antwoord: In Nederland kan elke inwoner gaan wonen waar hij of zij dit wenselijk acht. Dit geldt ook voor inwoners die gebaat zijn bij een vorm van begeleid wonen.
Pagina 3 van 5
10. Vraag: De zorgaanbieder werkt uitsluitend met zzp’ers, waarvan de kwalificaties onbekend zijn. Deze kunnen steeds wisselen. Hoe controleert de gemeente of deze zorgverleners de juiste diploma’s en ervaring hebben om deze complexe doelgroep te begeleiden?
Antwoord: De organisatie heeft tijdens de informatieavond toegelicht dat zij zelf meerdere medewerkers in dienst heeft en ook werkt met zzp’ers. De beoogde doelgroep zou zorg ontvangen vanuit de Wlz. Controle van de kwaliteit van dienstverlening ligt voor deze zorg bij het Zorgkantoor. Indien er ondersteuning geboden wordt onder de Wmo of Jeugdwet dan zijn de contractafspraken en de verordening Wmo en Jeugdwet hierin leidend. Kwaliteitseisen over de zorg en de handhaving hierop, zijn hierin vastgelegd. 11. Vraag: De organisatie huisvest al jaren een groep jongeren met complexe problematiek op een bedrijventerrein in Heerhugowaard. De armoedige inrichting van dit pand roept vragen op over de kwaliteit van de geleverde zorg, gezien de grote bedragen aan zorggelden die worden ontvangen. Welke mogelijkheden heeft de gemeente om de kwaliteit van zorgverlening af te dwingen? Antwoord: Co-operatief Zorg is een gecontracteerde zorgaanbieder voor jeugdhulp in de regio Alkmaar. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor het toezicht op- en indien nodig het handhaven van de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde zorg. De kwaliteitseisen worden vastgelegd in de contracten met de aanbieders van jeugdhulp, waarbij de gemeente – o.a. in de rol van regionaal contractmanagent – toeziet op het naleven van de contractafspraken.
Calamiteiten en signalen over de kwaliteit worden doorgeven aan de toezichthouder van de Wmo- en Jeugdwet. Deze meldingsprocedure bestaat ook bij het Zorgkantoor en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Ter volledigheid: onze toezichthouder kan zelf ook melding doen bij het Zorgkantoor en de inspectie. 12. Vraag: De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd waarschuwt voor de ernstige tekortkomingen in de zorg voor jongeren met complexe problematiek en de risico’s die zij vormen voor zichzelf en anderen. De vele misstanden concentreren zich vooral in kleinschalige, collectieve woonzorginitiatieven, gericht op mensen met een verstandelijke, psychische of psychiatrische beperking. Worden in de in voorbereiding zijnde Woonzorgvisie beleidskaders opgenomen om ongecontroleerde vestiging van PGB-gefinancierde zorgaanbieders in woonwijken te voorkomen?
Pagina 4 van 5
Antwoord: Voor vormen van Beschermd wonen (inclusief vergelijkbare woonzorgvormen met 24/7 zorg en toezicht) worden er binnen de regio Alkmaar voor de Wmo geen pgbindicaties afgegeven. Dit ter bescherming van de cliënten en ter borging van de kwaliteit die de noodzakelijke 24-uurs zorg vraagt op basis van de cliëntproblematiek. De nog op te stellen woonzorgvisie vormt de basis voor de gemeente om afspraken te maken met woningcorporaties, verhuurders, zorgaanbieders en zorgkantoren over wat mensen uit de aandachtsgroepen en ouderen, naast huisvesting, nodig hebben aan zorg en ondersteuning. Als ambitie kan in deze visie worden opgenomen dat er een afwegingskader wordt opgesteld waaraan initiatieven kunnen worden getoetst.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen
{{esl:Signer1:Capture:size(200,70)}} A.J. (Aletta) Barink interim secretaris
{{esl:Signer2:Capture:size(200,70)}} M.J.P. (Marjan) van Kampen- Nouwen waarnemend burgemeester
Kopie : de leden van de gemeenteraad
Pagina 5 van 5